Huisartsenpraktijk en bekostiging door de ggz

De ggz komt steeds meer op de huisartsenpraktijk af. De bekostiging is gewijzigd. Wat zijn de effecten van de bekostiging? En wat zijn de effecten op de organisatie? Een nadere verkenning.

Het extra beschikbare macrobudget huisartsenzorg is onvoldoende om de maximale inzet per praktijk te realiseren. Het budget is 73 miljoen euro in 2014. Bij een maximale inzet van 12 uur in elke normpraktijk is er 172 miljoen euro per jaar nodig. Hoewel dit aantal op dit moment nog niet gehaald wordt, is de uitbreiding in formatie POH-ggz substantieel, maar vrijwel alle praktijken blijven nu minder dan negen uur formatieplaats hebben.

Als de bekostiging per 2015 in S1 wordt ondergebracht dan moet dit binnen de macrogroei van 2,5 procent worden gerealiseerd in de periode 2015 – 2017. Indien de bekostiging vanuit S2 of S3 wordt gecontracteerd en er substitutie plaatsvindt, is het de verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar om in het specialistische ggz-budget te verminderen om deze groei in S2 of S3 mogelijk te maken.

Door de invoering van de generalistische basis-ggz in 2014 valt een verwijzing naar de generalistische basis-ggz direct onder het eigen risico van 360 tot 800 euro per persoon per jaar. Dat remt de doorstroom van bepaalde patiënten, die daardoor langer bij de POH-ggz en huisarts dreigen te blijven.

Er zijn meer manieren om de POH-ggz-inzet te organiseren. Op de korte termijn zijn er drie mogelijkheden.

Download het volledige artikel hier: