Tsunami aan extra verantwoordelijkheden bedreigt de eerstelijnszorg

Positieve berichten over de rol van de eerstelijnszorg tijdens Prinsjesdag. In werkelijkheid krijgt deze een vloedgolf aan extra verantwoordelijkheden te verwerken. En o ja, wel tien tot twintig procent extra bezuinigingen, alstublieft!

“Het gaat goed met de kostenbeheersing in de zorg.” Prinsjesdag 16 september 2014. De eerstelijnszorg krijgt in het beleid van VWS een cruciale rol. De oudere blijft langer thuis en komt bij de huisarts en wijkverpleegkundige. De ggz-patiënt wordt ambulant en komt bij de POH-ggz. De toegang tot de basis-generalistische ggz wordt afgesloten door de eigen bijdrage en te krappe productieplafonds: de patiënt blijft “hangen” in de huisartsenpraktijk. De substitutie vanuit het ziekenhuis gaat door: door succesvol beleid in de chronische zorg en door de eigen bijdrage die patiënten beperken in de toegang. En met stijgende eigen bijdrage en premies nog verder. De wijkverpleegkundige keert terug: super. Maar ze zijn er nog niet: te weinig opgeleid de laatste jaren. En de productieplafonds creëren een duivels dilemma tussen professionele verantwoordelijkheid voor adequate zorg en beperkt budget (want er is wel > 20 procent bezuinigd). De jeugdzorg doet vanuit de gemeenten een beroep op de huisartsen als vindplaats voor problemen. Tegelijk worden extra eisen gesteld aan doelmatig voorschrijven, verwijzen en diagnostiek. En aan innovatie met zelfmanagement en e-health. De optelsom leidt tot de conclusie dat het fundament van ons zorgsysteem, de eerstelijnszorg, wordt overspoeld.

De onderhandelingen (derde week van september) zijn involle gang. De eerste balans:

  • Zorggroepen: meer zorgprogramma’s, meer deelnemendehuisartsen ➔ aanbod verzekeraars: -10 tot -20 procent
  • Gezondheidscentra: meer zorg ➔ aanbod verzekeraars: -10 procent

Kortom: de budgeten worden verlaagd in plaats van verhoogd!

Download het volledige artikel hier: