Huisartsenzorg vereist steeds meer managementvaardigheden

Stel, je kunt aardig zeilen op de Friese wateren. Onverwacht ben je, zonder het goed te beseffen, van de Friese meren via de Waddenzee op de Noordzee gekomen. Dat is toch wel even iets anders: over zeezeilen weet je alleen van horen zeggen. Je schip en de bemanning zijn er ook niet op berekend. Dat laatste geldt trouwens ook voor je navigatieapparatuur en voor de voedsel- en drankvoorraad. Een ongemakkelijke situatie. Wij herkennen hierin de situatie van menig organisatie in de eerste lijn.

Bovenstaand beeld kwam bij ons op toen we met elkaar spraken over de snelle en ingrijpende veranderingen in het landschap van de eerstelijnszorg en de huisartsenzorg in het bijzonder. De afgelopen jaren heeft de organisatie van de eerstelijnszorg een enorme vlucht genomen. Waar zo’n vijftien jaar geleden de huisarts vrijwel alles nog zelf deed, soms al wel in HOED- of gezondheidscentrumverband, bestaat de wereld van de huisarts tegenwoordig uit zorggroepen, GEZ-verbanden, koepels van gezondheidscentra en huisartsenposten. Waar voorheen nog werd gewerkt met samenwerkingsovereenkomsten en maatschapscontracten, worden nu allerlei juridische constructies opgebouwd. Voorheen voldeden eenvoudige stichtingen, nu is er vaak sprake van bv’s met of zonder administratiekantoor, coöperaties, verenigingen en aandeelhouders.

Kortom, het landschap én het weer zijn drastisch veranderd. Het eerstelijnsbootje is op weg van de beschutte Waddenzee naar het open water van de Noordzee. De vraag die huisartsen met managementverantwoordelijkheid en (huisarts)bestuurders zich dienen te stellen, is of zij en hun organisatie voldoende toegerust zijn voor onstuimig weer op de Noordzee.

Op het niveau van de praktijk of het gezondheidscentrum merken wij op dat het aantal medewerkers sterk is toegenomen. In een willekeurig gezondheidscentrum in het midden van het land ging bijvoorbeeld de POH-bezetting binnen één jaar van drie naar zes medewerkers. Dat brengt behalve contracten en huisvestingsvragen ook werkgeversvragen met zich mee; de medewerkers moeten vakinhoudelijk goed begeleid worden, maar ook scholings- en ontwikkelingsbehoefte, functionerings- en beoordelingsgesprekken en verzuimbeleid moeten op orde zijn. De moderne huisarts kan niet meer zonder vaardigheden op het gebied van personeelsbeleid. Goed personeelsmanagement kost tijd én vraagt vakmanschap. Dat is één van de vaardigheden die tegenwoordig vereist is om je praktijk goed te laten draaien. In de opleiding tot (huis)arts komt dit aspect nauwelijks aan bod.

Download het volledige artikel hier: