Ervaringen met de nieuwe financiering van de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg

De nieuwe financiering van de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg is inmiddels ingegaan. Er wordt al aardig geëxperimenteerd met de uitwerking van deze nieuwe vormen van bekostiging. Eén van de belangrijkste punten blijkt het vertrouwen tussen zorgverzekeraars en eerstelijns zorgorganisaties te zijn. Wat zijn verder zoal de ervaringen?

Op 1 januari van dit jaar is de nieuwe financiering van de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg ingegaan. S1, S2 en S3 zijn inmiddels standaardvocabulaire. In hun eenvoud vormen de drie elementen een stapeling van de inrichting van de huisartspraktijk, de samenwerking met de relevante partners en de resultaten daarvan. Momenteel zien we in de uitwerking nog wat variatie op deze logische ordening. Het Jan van Es Instituut organiseert sinds de zomer van 2014 workshops rond deze nieuwe financiering (inmiddels vijf groepen met meer dan honderdtwintig deelnemers). In dit artikel delen we graag onze ervaringen, samengevat rond vier thema’s.

1 Een S3 businesscase kan niet zonder een geborgde S2 samenwerking
Uit de theorie van samenwerken en uit de evaluatie van de bijna zeventig “Op Eén Lijn”-projecten blijkt hoe belangrijk de duur van de samenwerking is. Hoe langer men samenwerkt (shadow of the past), hoe beter het resultaat. Maar ook: hoe meer gedeelde visie op de toekomst (shadow of the future), hoe beter het resultaat. Tevens geldt dat het resultaat verbetert, indien men overgaat tot gedeelde besluitvorming. Het ondergeschikt maken van de eigen autonomie aan de belangen van het collectief, zoals we nu massaal aan specialisten en ziekenhuizen vragen, is een cruciale succesfactor. Of, zoals Hans Alders het formuleerde tijdens de recente JVEI-bestuurderstweedaagse: ‘Indien je niet bereid bent om de uitkomst van de samenwerking te accepteren, ook als dat betekent dat jij de grootste gedragsverandering moet ondergaan, kun je er maar beter niet aan beginnen.’ De combinatie van de duur van de samenwerking en de mate van gedeelde besluitvorming, zijn essentiële indicatoren van de vruchtbaarheid van de bodem om S3 businesscases te realiseren. Uit de workshops bleek dat in veel regio’s de bodem nog niet vruchtbaar genoeg is.

2 Shared savings impliceert shared risk
De ontwikkeling van de huidige eerstelijns bekostiging kent een fasering die in de literatuur wordt beschreven. Naast een gedegen samenwerking (readiness of the organisational network) is er de as van de mate van het financiële risico van de betaler tot de zorgaanbieder. Hiermee loopt gelijk op de mate van de financiële opbrengsten van de betaler naar de zorgaanbieder. Bij elk niveau van risicoverhouding tussen betaler en zorgaanbieder past een ander financieringsmechanisme (zie figuur 1). Indien de aanbieder geen risico loopt en de betaler het volledige risico, dan is er sprake van een Fee for service-systeem: vooraf wordt een prijs voor elke verrichting separaat vastgesteld. De aanbieder wordt betaald voor zijn inspanning en de verzekeraar loopt het risico van overproductie. Bij episodebekostiging neemt het risico voor de aanbieder iets toe door afspraken met onderaannemers, waarmee ook de mogelijkheid toeneemt om meer rendement te behalen door efficiëntievoordelen. Ook hier loopt de verzekeraar het risico van overproductie. Bij een shared savings-afspraak wordt een deel van het financiële risico verlegd naar de zorgaanbieder. De zorgaanbieder ontvangt een vergoeding voor de kosten van inspanning plus wat rendement, indien het resultaat is bereikt. De inspanning wordt vooraf niet vergoed waardoor de verzekeraar minder financieel risico loopt. De laatste vorm is de per capitabekostiging waarin voor een populatie een totaalbedrag beschikbaar is en de zorgaanbieders met elkaar het volledige risico lopen om de noodzakelijke zorg te leveren. Hiermee wordt ook het verzekeringsrisico verlegd.

Download het volledige artikel hier: