Ggz-patiënt niet altijd soepel van huisartsenpost naar crisisdienst

Huisartsen die tijdens een avond-, nacht- of weekenddienst op de huisartsenpost (HAP) een patiënt willen verwijzen naar de acute geestelijke gezondheidszorg, krijgen soms nul op het rekest of moeten vaak lang wachten op de overdracht. Gelukkig ontstaan er initiatieven tot betere communicatie en samenwerking.

Stel, als huisarts op de huisartsenpost (HAP) zie je een patiënt die hoogstwaarschijnlijk een psychose heeft. Of stel, je wordt van de HAP weggeroepen naar een verwarde persoon in diens thuissituatie. Ter plekke concludeer je dat hij vanwege psychiatrische problematiek ernstig gevaar loopt of kan veroorzaken als niet snel wordt overgegaan tot behandeling. Bij beide patiënten sluit je somatische problematiek uit.
In een dergelijk scenario wil je zo spoedig mogelijk overdragen aan de acute geestelijke gezondheidszorg. Concreet: aan de crisisdienst van de ggz-instelling in de buurt. Dan krijgt de patiënt de vereiste geestelijke gezondheidszorg en kan jij je buigen over de patiënten die op je wachten en bij wie huisartsenzorg wél volstaat.
Helaas stoot de huisarts nogal eens zijn neus, zo blijkt uit interviews die InEen tussen november 2014 en februari 2015 hield met vertegenwoordigers van alle huisartsendienstenstructuren in ons land. Ongeveer de helft rept van knelpunten in de zorgverlening in de keten van acute ggz. 

InEen-beleidsmedewerker Ella Benedictus: ‘Soms wijst de crisis dienst de patiënt af die door de huisarts op de HAP is verwezen. Of het duurt lang voordat de crisisdienst terugbelt of – soms wel uren – voordat ze ter plaatse is. Vanwege weinig behandel- of opnamecapaciteit bij de crisisdienst zitten sommige patiënten ook langer op de HAP, komen ze meermalen terug of blijven ze alsmaar telefonisch de HAP benaderen.’
‘De veiligheid van de ggz-patiënt kan in het geding komen’, vertelt Hannie van der Hoeven, programmamanager acute zorg bij InEen. ‘Incidentmeldingen en ook calamiteitmeldingen worden genoemd. De veiligheid van andere patiënten kan ook gevaar lopen. Een verwijzing naar de crisisdienst kost de huisarts veel tijd. Hij kan de patiënt vaak niet alleen laten en is daardoor niet beschikbaar voor andere urgente zorgvragen. En wanneer een ggz-patiënt lang in de wachtkamer van de huisartsenpost wacht, kan dit vanwege diens gedrag natuurlijk ook moeilijk zijn voor andere patiënten.’

Willem Regout maakt gewag van knelpunten. Het belangrijkste probleem in Den Haag is dat een klein aantal tweedelijns ggz-instellingen soms lang op zich laat wachten, vertelt de directeur van SMASH, de Haagse HAP.
‘Wij willen graag patiënten en dus ook patiënten met psychiatrische klachten helpen. Dan moet het wel gaan om mensen met klachten waarop de HAP qua professionele deskundigheid, organisatie en budget is toegerust. Of om personen die zich voor de eerste keer met een psychiatrisch probleem wenden tot een zorgverlener en van wie nog niet bekend is of zij eerste- of tweedelijnszorg nodig hebben. Maar soms krijgen we te maken met mensen die al in zorg zijn bij een tweedelijns ggz-instelling en daarmee geen contact kunnen leggen buiten kantooruren. Dan wil de huisarts op de HAP zo snel mogelijk de hulp van een professional uit de tweede lijn. Soms is sprake van een acute psychiatrische situatie. De afgelopen jaren zijn grote vorderingen gemaakt, waardoor SMASH nu direct contact kan opnemen met het ambulante crisisteam, bestaand uit een arts en een verpleegkundige, van de grootste Haagse ggz-instelling. Op deze wijze kan het crisisteam snel actie ondernemen. Door voortdurend met de individuele ggz-instellingen in gesprek te zijn over operationele afspraken, worden gesignaleerde knelpunten in toenemende mate opgepakt en verbeterd.’

Download het volledige artikel hier: