Ondernemen in de huisartsenzorg: spagaat tussen zorg en centen

Huisartsen zijn zelfstandige beroepsbeoefenaren met een status als fiscaal ondernemer. Hoe staat het met het ondernemerschap van de huisartsen en waar krijgt de huisarts-ondernemer de komende jaren zoal mee te maken? De Eerstelijns analyseert.

Ondernemen als huisarts in de zorgsector is een vreemd fenomeen. Er is wet- en regelgeving die tegen het vrije ondernemerschap indruist. Op macroniveau zijn dat bijvoorbeeld hoofdlijnenakkoorden en budgettaire kaders, vaststelling van tarieven en een gemaximeerd norminkomen. Op microniveau wordt het vrije ondernemerschap ingeperkt door zorginhoudelijke sturing als watchfull waiting, doelmatigheidseisen vanuit de bekostiging op gebied van medicatie, diagnostiek of verwijzen en op individueel niveau door het eigen risico of het ontbreken van een aanvullende verzekering. Bovendien laten huisartsen regelmatig de belangen van patiënten prevaleren boven bedrijfsmatige afwegingen. Dat blijkt uit een representatieve steekproef uit 2007: 52 procent van de ondervraagden voelde zich uitsluitend huisarts, 41 procent voelde zich huisarts/ondernemer. Slechts 8 procent koos voor de optie ondernemer/huisarts en geen van de respondenten voelde zich uitsluitend ondernemer. Ondernemen is voor de meeste zelfstandige huisartsen geen hoofdzaak, maar wel een onmisbare randvoorwaarde. Hoe staat de huisartsonderneming ervoor? In dit artikel worden de drie bouwstenen van bekostiging belicht.

Stapeling ondernemersvraagstukken

Al eerder vroeg De Eerstelijns aandacht voor de driedubbele ondernemersklem; het macrokader, norminkomen en personeel in loondienst (juni 2015). Helaas zonder resultaat. Hoogleraar huisartsengeneeskunde Patrick Bindels van de Erasmus Universiteit pleit vanuit inhoudelijk perspectief om een betere afbakening van het medisch domein, omdat het sociaal domein steeds meer aandacht vergt. De LHV vraagt vanwege de stijgende zorgvraag, complexiteit en werkdruk om praktijkverkleining tot 1800 personen per normpraktijk. Echter, het aantal in opleiding zijnde en beschikbare huisartsen is niet genoeg om deze maatregel binnen vijf jaar uit te voeren. Het aantal huisartsen dat klaar is met de opleiding en praktijkhouder wil worden in het eerste jaar na afronden van de opleiding is slechts 2,3 procent.

Digitalisering zou enig perspectief kunnen brengen in het ondernemerschap, maar dat vergt tijd, innovatiekracht en extra investering . Juist de drie zaken waarop de huisartsenzorg en -opleiding te kort komen. Een laatste vraagstuk is het feit dat een aanzienlijk deel van de vaak fulltime mannelijke huisartsen zal uitstromen de komende jaren. Dit wordt niet gecompenseerd door de instroom van jonge huisartsen. Kortom een tekort aan praktijkhoudende huisartsen dreigt.

Conclusie

Het wordt voor alle partijen een enorme uitdaging om de voor ons zorgsysteem belangrijke huisarts-ondernemer te behouden, de 24/7 huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg van een goed fundament te voorzien en toekomstbestendig te maken.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Anton Maes, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier: