Eenvoudige handleiding helpt huisartsen om onnodig ICS-gebruik te stoppen

Veel patiënten met lichte tot matige COPD gebruiken onnodig inhalatiecorticosteroïden (ICS). Het gebruik in deze groep is niet altijd effectief, maar kan wel leiden tot onnodige bijwerkingen en zorgkosten. Een groep longzorg experts bundelde de krachten in een samenwerkingsverband en bouwde een handleiding om onnodig ICS-gebruik af te bouwen. Deze ICS-reductietool wordt nu getest.

De NHG-standaard is helder: inhalatiecorticosteroïden schrijf je als huisarts alléén voor aan patiënten die vaak COPD-exacerbaties hebben ondanks goede luchtwegverwijders. Dat is zo’n twaalf procent van alle COPD-patiënten. “In de praktijk zien we dat ongeveer zestig procent van de COPD-patiënten vaak jaren, of zelfs levenslang ICS gebruikt”, aldus Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde en COPD-deskundige van het LUMC.

Het probleem van overmatig ICS-gebruik bestaat al lang. Huisartsen schreven veel pufjes voor vanuit eerdere COPD-richtlijnen. En vanaf dat moment is een groot deel van de patiënten ze blijven gebruiken. Huisartsen schatten de preventieve werking van ICS op exacerbaties nog onterecht hoog in. Chavannes: “Inzichten zijn veranderd. Zo weten we sinds kort dat ICS naast relatief milde bijwerkingen zoals keelschimmel, blauwe plekken en osteoporose de kans op longontsteking vergroot. Als je het immuunsysteem onterecht plat legt, bereik je een tegenovergesteld effect. Los daarvan kost medicatie voor COPD en astma de maatschappij veel geld dat niet altijd doelmatig wordt gebruikt.”

Veilig stoppen

Maar stoppen met ICS is niet gemakkelijk, zorgvuldige begeleiding is daarom belangrijk. Met steun van het farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim ontwikkelden onderzoekers op basis van recente wetenschappelijke inzichten en kennis een handleiding voor huisartsenpraktijken om patiënten veilig te laten stoppen met ICS. Er werd op toegezien dat de ICS-reductietool voor álle huisartsen en POH’s begrijpelijk is.

De tool bestaat uit een stroomschema waarin twee belangrijke hoofdvragen worden gesteld. Is er sprake van astma? Zo ja, continueer ICS. Was er afgelopen jaar sprake van twee lichte exacerbaties of één ernstige? Zo niet, dan kan ICS worden stopgezet. De handleiding bevat naast het stroomschema ook een monitoring-gedeelte waarin staat hoe vaak en wanneer een patiënt die gestopt is met ICS moet worden gezien, wat er gedaan moet worden als er klachten zijn en wanneer ICS gebruik heroverwogen moet worden. Chavannes: “Monitoring is belangrijk. We hebben het over mensen die vaak levenslang hun pufjes namen. Twintig tot dertig procent krijgt toch klachten terug. Ook ligt het nocebo-effect op de loer. Mensen missen hun pufjes en kunnen in paniek raken zonder.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier: