Vijf jaar InEen: verder bouwen op een stevige basis InEen viert zijn eerste lustrum. In de eerste vijf jaar is InEen erin geslaagd een serieuze partij te worden in bestuurlijk overleg over de ontwikkeling van de georganiseerde eerstelijnszorg, stellen voorzitter Martin Bontje en directeur Anoeska Mosterdijk. De opdracht voor de komende jaren is die ontwikkeling […]

Samen met leden verder bouwen op de stevige basis die is gelegd

Vijf jaar InEen: verder bouwen op een stevige basis

InEen viert zijn eerste lustrum. In de eerste vijf jaar is InEen erin geslaagd een serieuze partij te worden in bestuurlijk overleg over de ontwikkeling van de georganiseerde eerstelijnszorg, stellen voorzitter Martin Bontje en directeur Anoeska Mosterdijk. De opdracht voor de komende jaren is die ontwikkeling optimaal verder vorm te geven.

Bestaat InEen vijf jaar? Het lijkt al veel langer, vinden Bontje en Mosterdijk. Wat is er bereikt? “Het belangrijkste is dat we processen hebben versneld. Zowel als het gaat om het vormgeven van samenwerking tussen eerstelijnszorgaanbieders als het bij elkaar brengen van meerdere disciplines”, zegt Bontje. “Ketenzorg, gezondheidscentra, avond-, nacht- en weekendzorg, op allerlei terreinen is veel gebeurd in de afgelopen vijf jaar.” Mosterdijk: “We zien steeds betere regionale ondersteuning van de huisartsen. Die ondersteuning is bijna een vanzelfsprekendheid geworden, met als gevolg dat zaken als informatievoorziening en de contacten met de zorgverzekeraars steeds beter kunnen worden opgepakt.”

Onderhandelingspartij

De hoofdlijnenakkoorden die de overheid heeft gesloten met de veldpartijen in de zorg hebben heel veel extra aandacht gegeven aan de noodzakelijke ontwikkelingen in de eerste lijn, stelt Bontje. “We zitten nu aan tafel. We kunnen op landelijk niveau meepraten over die ontwikkelingen. Hierdoor hebben we een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van een hoofdlijnenakkoord dat het belang van een georganiseerde eerste lijn duidelijk onderstreept en dat ook aangeeft dat dit vraagt om voldoende financiële middelen.”

Toch blijft het daadwerkelijk effectueren van de afspraken lastig, stelt hij, omdat de individuele zorgverzekeraars zich niet altijd houden aan de uitgangspunten van het hoofdlijnenakkoord voor de huisartsenzorg.

Omgaan met veranderingen

Het meerjarenbeleid 2018-2020 dat op de website van InEen staat, maakt duidelijk dat niet alleen veel is bereikt, maar dat ook nog veel moet gebeuren. “Sommige dingen kunnen wij als InEen niet beïnvloeden”, zegt Bontje, “de toename van het aantal ouderen en chronisch zieken bijvoorbeeld, een dreigend huisartsentekort en de overige personeelstekorten. Het gaat erom hoe we ermee omgaan. Het besef dat er veel verandert en dat de financiële middelen beperkt zullen blijven, is er bij onze achterban. En de overtuiging dat meer kan worden bereikt als de zorg goed wordt georganiseerd, is er ook.”

Zowel in de ANW-zorg als in de dagzorg ziet InEen veel voorbeelden van hoe de zorg anders en efficiënter georganiseerd kan worden, vertelt Mosterdijk. Er is volgens haar beslist een sense of urgency. “Onze leden zien heel goed dat we het niet redden als we blijven werken zoals we dit in het verleden deden. Zij zullen samen met hun achterban de noodzakelijke veranderingen moeten doorvoeren. Onze rol is de leden hierbij te ondersteunen, bijvoorbeeld door best practices te delen en mensen met elkaar in contact te brengen.”

Auteur: Frank van Wijck

Download hier het artikel.