Overeenstemming over inclusiecriteria astma-ketenzorg

Nu de nieuwe Huisartsenfinanciering 2015 ruimte biedt om astma-ketenzorg te contracteren, kunnen zorggroepen ook de zorg voor astmapatiënten landelijk breed oppakken. De CAHAG (COPD en Astma Huisartsen Advies Groep) heeft samen met de NVALT (Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose), het Longfonds en InEen inclusiecriteria opgesteld voor patiënten voor wie dit zinvol is.

Ons land kent ruim een half miljoen astmapatiënten, die in meer of mindere mate last hebben van hun ziekte ( kortademigheid, hoesten, beperkingen bij inspanning, et cetera). Ten behoeve van deze groep heeft de Long Alliantie Nederland in 2012 de Zorgstandaard Astma bij Volwassenen uitgebracht waarin beschreven staat waaraan goede zorg voor astmapatiënten moet voldoen (ook de Zorgstandaard Astma bij Kinderen verscheen in 2012).

Het doel van deze zorg is dat astmapatiënten hun ziekte volledig onder controle krijgen, dat wil zeggen niet of nauwelijks klachten of beperkingen ervaren in hun leven. Wat precies onder volledige controle verstaan wordt is gedefinieerd volgens internationale richtlijnen (Global Initiative for Asthma, GINA).

Zorggroepen hebben in toenemende mate ervaring met het uitvoeren van multidisciplinaire zorg bij chronische ziekten, waaronder COPD. In 2013 boden zeker 68 zorggroepen hun COPD-patiënten ketenzorg aan, conform de Zorgstandaard COPD die in 2010 verscheen. Nu de nieuwe Huisartsenfinanciering 2015 ook ruimte biedt aan zorggroepen om astma-ketenzorg te contracteren kan ook de zorg voor astmapatiënten landelijk breed opgepakt worden.

Download het volledige artikel hier:

Roger van Boxtel (Menzis) hanteert budgetknop om substitutie te versnellen

Menzis wil de geïntegreerde eerstelijnszorg in een stroomversnelling brengen. Roger van Boxtel, voorzitter van de raad van bestuur, beseft dat dit vraagt om een goed samenspel van belonen en sturing geven. Maar, stelt hij, het is een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid waarin van iedereen – ook het ziekenhuis en ook de verzekerde – mag worden verwacht dat hij zijn rol pakt.

Menzis publiceerde in oktober 2012 het document Naar zichtbare resultaten in de geïntegreerde eerstelijnszorg. Het legde hierin de algemene inkoopvoorwaarden vast waaraan zorgaanbieders moeten voldoen die geïntegreerde eerstelijnszorg leveren of ketenzorg met regie in de eerste lijn. ‘De ontwikkeling van geïntegreerde eerstelijnszorg leefde toen al heel erg’, zegt Van Boxtel. ‘Het idee om tot integratie te komen is al in de jaren daarvoor tot stand gekomen en wij hebben zelf ook eerstelijns centra opgezet. Hierin brachten we heel veel functies onder één dak en dit werd door onze verzekerden hoog gewaardeerd. Tegelijkertijd leidde het ook wel tot verzet onder zorgprofessionals, omdat het door een zorgverzekeraar werd opgezet. Het was een steen in de vijver die veel losmaakte. Ons was het te doen om het creëren van goed op elkaar afgestemde eerstelijnszorg, en dat idee vond op veel plaatsen in het land navolging.’

Het document uit 2012 heeft het denken over geïntegreerde eerstelijnszorg versneld, stelt Van Boxtel. ‘Diabeteszorg en ook COPD en hartfalen zijn nu echt multidisciplinair georganiseerd in de eerste lijn’, zegt hij. ‘Wat ons nu te doen staat, is de koppeling leggen naar de wijkverpleegkundige. In de krimpregio’s in Groningen worden nu bijvoorbeeld de 65-plussers in kaart gebracht en ingedeeld in drie groepen: 1. gezond vitaal, 2. thuiswonend maar kwetsbaar en dus aandacht nodig en 3. oplopend moeizaam en op de rand van intramurale zorg. Ook de specialist ouderenzorg werkt hieraan mee. Het biedt een basis om gericht beleid te ontwikkelen voor deze bevolkingsgroep, met kwaliteitsverhoging en kostenverlaging als doel.’

Die kwaliteitsverbetering en kostenreductie komt deels van gerichte preventie, maar ook deels van substitutie van zorg van tweede naar eerste lijn. Van Boxtel erkent dat dit ziekenhuizen en medisch specialisten financieel raakt. ‘Dus is het zaak hierin te sturen door middel van beloning’, zegt hij. ‘Wij doen dit door de specialisten te belonen voor de ondersteuning die zij aan de eerste lijn geven, om te waarborgen dat de eerste lijn op verantwoorde wijze taken van hen kan overnemen. Maar we spreken de specialisten ook aan op hun verantwoordelijkheid. Het is cultuurhistorisch zo gegroeid dat de zorg soms op de verkeerde plaats wordt verleend, maar dat is nog geen reden om het zo te laten. We weten dat het niet werkt om simpelweg te zeggen: dertig procent van het ziekenhuisbudget kan wel naar de eerste lijn. Maar natuurlijk gebruiken we wel de budgetknop om het substitutieproces te versnellen.’

Download het volledige artikel hier:

Verkenning van de stand van zaken: één jaar na het eerstelijns akkoord

Op 16 juli 2013 hebben het ministerie van VWS, LHV en InEen rechtsvoorgangers een akkoord gesloten. Het akkoord betreft de periode 2014 – 2017, wat is de stand van zaken één jaar na het eerstelijns akkoord?

Het eerstelijns akkoord maakt onderdeel uit van een set aan akkoorden met de ziekenhuizen, ggz en eerstelijnszorg. Het heeft als speerpunten: het beperken van de uitgaven curatieve zorg en verbeteren van de kwaliteit. Door het realiseren van zorg dichtbij met eigen verantwoordelijkheid voor burgers in een samenhangend pakket aan zorg, ondersteuning en welzijn op lokaal niveau. Substitutie van specialistische zorg naar generalistische zorg en zelfzorg. Met een nieuw bekostigingssysteem voor huisartsen- en multidisciplinaire zorg, groeiruimte van maximaal tweeënhalf procent en afspraken over monitoring en verschuiving van budgeten ten gevolge van substitutie. En een ambitieuze inhoudelijke agenda.
Het kabinet geeft het veld veel ruimte aan de uitvoerders van het beleid. Er zijn grote systeemveranderingen, vooral in de AWBZ. Deze geven maatschappelijke onrust en vragen veel aandacht van de aanpalende eerstelijnszorg. De effecten van de veranderingen leiden nu al tot extra druk op de eerstelijnszorg. Het macrobudget voor de eerstelijnszorg van tweeënhalf procent per jaar is volstrekt onvoldoende om de autonome en extra groei te faciliteren. Er zijn geen harde garanties om overschrijdingen te compenseren. De Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wlz geven een enorme druk op de bestuurders in de eerstelijnszorg, onzekerheid bij patiënten en burgers met een indirect effect op de zorgprofessionals. De discussie over vrije artsenkeuze komt qua planning erg ongelegen. En de aandacht voor fraude en misstanden leidt tot een verkrampte controlecultuur die conflicteert met een innovatie- en veranderingsproces. De al jarenlange durende btw-dreiging voor nieuwe eerstelijns organisaties hangt als een molensteen om de nek. De hoeveelheid veranderingen tegelijk en de wijze waarop deze op elkaar inwerken, zijn voor een ontluikende eerstelijnszorg moeilijk bij te benen. Daarnaast is er direct impact op de eerstelijnszorg door wijzigingen in de medisch-specialistische zorg en wijzigingen rondom de wijkverpleegkundige, die beleidsaandacht vragen.

Download het volledige artikel hier:

Fysiotherapie als geïntegreerde zorg opnemen in basispakket

Als operaties vanuit het verzekerd pakket plaatsvinden, maar de voor- en nazorg wordt niet goed begeleidt, kun je je afvragen of operaties wel plaats moeten vinden. Omdat die fysiotherapie niet in het basispakket zit en steeds meer mensen geen aanvullende verzekering hebben, vindt de noodzakelijke voor- en nazorg niet altijd plaats.

Dat pleit er voor om de fysiotherapie in geïntegreerde samenhang te bekijken en beoordelen en waar nodig weer op te nemen in het basispakket. Schouderoperaties zonder intensieve nazorg door de fysiotherapie hebben geen enkele zin en zijn weggegooid geld bijvoorbeeld. Dat geldt ook voor andere operaties en behandelingen. Dus fysiotherapie in geïntegreerde ketenzorg in pakket.

Download het volledige artikel hier:

Bekostigingssysteem: het geld volgt de zorg

Branchevereniging InEen heeft zich hard gemaakt voor een bekostigingsmodel dat aansluit bij de verwachte ontwikkeling van de eerstelijnszorg. En met succes: het drie-segmentenmodel dat de Nederlandse Zorgautoriteit heeft opgezet, faciliteert die ontwikkeling afdoende. 

Het advies van de NZa voor toekomstbestendige bekostiging van de eerste lijn bestaat uit drie segmenten. Segment 1 waarborgt dat het gecombineerde systeem van consulten en inschrijftarieven voor de huisarts gehandhaafd blijft. Segment 2 gaat uit van een vrij tarief voor programmatische multidisciplinaire zorg van zorggroepen en gezondheidscentra. En segment 3 beschrijft de beloning van (gezondheids)uitkomsten en vernieuwing in de eerstelijns zorg.

‘Deze aanpak creëert meer ruimte voor vernieuwing in de eerste lijn’, zegt Frederik Vogelzang, die bij InEen het dossier kwaliteit beheert. ‘Het tweede en derde segment bieden de basis om innovatie en ketenzorg mogelijk te maken. En het eerste segment waarborgt dat dit niet ten koste gaat van de basis huisartsenzorg.’

Over het behoud van die basis is stevig onderhandeld, benadrukt InEen-directeur Hansmaarten Bolle. ‘Deze verankering van de basiszorg maakt het mogelijk om tegelijkertijd in de chronische zorg voort te gaan op de ingeslagen weg én te investeren in innovatie. Niet ten koste van die basis, maar via substitutie vanuit de tweede lijn. Het geld moet de zorg volgen. Het mooie is dat het door de NZa geschetste bekostigingsmodel erkent dat dit de juiste weg is. Voor zover het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars de ruimte hebben om dit soort afspraken te maken, zijn beide partijen heel ver gegaan om dit daadwerkelijk te doen. Nu is het aan de eerste lijn om te laten zien dat er heel veel energie is om de innovatie en de ketenzorg op te pakken en aan te tonen dat dit voor patiënten tot betere zorguitkomsten leidt. Het geeft de eerste lijn de ruimte om te laten zien wat ze waard is.’

Dit betekent overigens niet dat er geen aandachtspunten meer zijn waarmee de partijen rekening moeten blijven houden. Bij de achterban van InEen heeft veel discussie bestaan over de vraag of de financiële ruimte geen loze belofte zou zijn.

Download het volledige artikel hier:

 

Ketenondersteuning in het perspectief van het zorgconvenant

In juli 2013 is een eerstelijns akkoord gesloten over de ontwikkeling van de zorg en de bekostiging daarvan voor de periode 2015 – 2017. Het ligt echter in de verwachting, mede gelet op een aantal baanbrekende aspecten van dit akkoord, dat de gekozen invulling ook richtinggevend voor de verdere toekomst zal zijn.

De centrale gedachte achter het akkoord is om, bij voortschrijdende vergrijzing en toenemende budgettaire druk, de zorg als geheel, en de eerstelijnszorg in het bijzonder, betaalbaar en toegankelijk te houden op de langere termijn. Vier principes staan daarbij centraal:

  • Zorg op maat
  • Substitutie waar verantwoord mogelijk
  • Grotere rol van de patiënt
  • Samenhangende, georganiseerde zorg (verschillende disciplines werken samen met huisarts als hoofdbehandelaar)

De wijze van bekostiging kan daarbij in de toekomst mede gekoppeld worden aan het bereikte gezondheidsresultaat. Daarbij wordt derhalve een vorm van (gezondheids-) resultaatsverplichting geïntroduceerd die het inkomen van de professionals en organisaties mede zal gaan bepalen.

In de komende jaren zullen deze afspraken meer en meer het karakter krijgen van eerstelijns zorgketens voor chronische ziektes om zich daarna verder te ontwikkelen in de richting van Individuele zorgplannen (IZP). En in deze ontwikkeling zal in het contracteren de nadruk meer en meer van het vergoeden van verrichtingen naar het vergoeden van prestaties gaan verschuiven. Prestaties in gezondheidswinst, efficiency en effectiviteit.

Daarmee ontstaat er een uitdagend nieuw strategisch perspectief voor de eerstelijnszorg en zorggroepen. Zij immers zullen een centrale rol spelen in het vormgeven, organiseren en besturen van de zorgketens. De zorg zal zich verbreden, meer populatiegerichte karakteristieken krijgen (bij ouderenzorg, ggz en jeugdzorg), en zullen medische zorg en sociaal-maatschappelijke zorg meer met elkaar verweven raken. Met als gevolg een sterk groeiend (in aantal en soort) aantal partners die in deze ketens met elkaar samenwerken om het beoogde doel te bereiken.

Deze insteek heeft belangrijke gevolgen voor de organisatie van de chronische zorg naar de toekomst, alsmede ook voor de ICT-ondersteuning die voor deze zorggroepen noodzakelijk is. Het is van het grootste belang een ICT-oplossing te kiezen die vanuit deze toekomstbestendig is en de te verwachten ontwikkelingen naar de verdere toekomst zal ondersteunen.

Download het volledige artikel hier:

Huisarts als kloppend hart in eerstelijnscardiozorg

De Stichting KOEL onderzoekt momenteel hoe patiënten met lichte of twijfelachtige hartklachten niet direct naar het ziekenhuis hoeven worden gestuurd, maar kunnen worden behandeld in de eerste lijn. De theorie is er. Nu de praktijk nog.

De Stichting KOEL, die Kwaliteit en Ondersteuning biedt voor de Eerstelijnszorg (KOEL), is bezig om op cardiovasculair gebied winst te boeken met een speciaal programma. Het doel is betere zorg, lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid. Het kwartet professionals dat er vanuit KOEL mee bezig is, bestaat uit projectleider Eveline Los, cardioloog Nico Breuls, kaderarts hart- en vaatziekten Jeanette Caljouw-Vos en KOEL-directeur Adrie Evertse. Zij worden in de projectgroep bijgestaan door Jorien Sjoerdsma (manager zorggroep Hoekse Waard), Caroline de Fouw (adviseur zorggroep Ridderkerk) en Petra Huijbregts (Sectormanager Dienstverlening Kennis Ketenzorg van SHL).

De essentie van het plan van KOEL is dat minder patiënten de weg naar het ziekenhuis hoeven afleggen, doordat de vertrouwde huisarts ze kan helpen. Eveline Los: ‘De huisarts in de rol van poortwachter kan een grotere rol spelen dan tot op heden het geval is. Er zijn aandoeningen die heel goed door de huisarts behandeld kunnen worden.’ 

Download het volledige artikel hier:

“Iedereen wordt er beter van”

Preventieve Voetzorg is opgenomen in de ketenzorg voor diabetes. Vanaf 2012 stellen drie grote verzekeraars het contracteren van deze voetzorg binnen de keten als eis. Hoe regelen zorggroepen, podotherapeuten en pedicures dat?

De therapeuten van Podotherapeutisch Centrum RondOm werken met een aantal zorggroepen op een innovatieve manier samen: er wordt betaald voor resultaten en niet voor de verrichting op zich.

‘Zorggroepen, podotherapeuten en pedicures werden in het diepe gegooid. Nooit eerder hadden we onderhandeld over voetzorg’, zegt podotherapeut Marly van Gestel. Dat gold ook voor de zorggroepen, meldt Helga Koelemij, manager ketenzorg van de Huisartsen Gelderse Vallei. ‘We werden geconfronteerd met een tarief van de zorgverzekeraar die zelf nauwelijks wist wat een podotherapeut eigenlijk doet.’

Download het volledige artikel hier:

Is er marktwerking in de zorg?

In de zorg kennen we drie samenhangende markten: de zorgmarkt, de verzekeringsmarkt en de zorginkoopmarkt. Door de regels van de overheid spreken we vaak van gereguleerde marktwerking. Maar is nu daadwerkelijk sprake van marktwerking in de zorg? Jan Erik de Wildt beschrijft paar opvallende zaken, zonder daaruit harde conclusies te trekken. 

“Op de zorgverzekeringsmarkt stappen naar verwachting ruim 1,5 miljoen verzekerden over. Dat beeld is wat vertekend, want soms stapt men over binnen een concern, bijvoorbeeld naar een internetlabel. Die overstappers worden ook meegeteld. Toch wordt aangenomen dat de dreiging van overstappen al tot het gewenste marktgedrag leidt. Er zijn wel enkele vreemde markteffecten. Als een van de kleinste zorgverzekeraars zet DSW jaarlijks de toon met de premie voor de basisverzekering.”

Download het volledige artikel hier:

Dreigende chaos vanwege verschillende ordeningssystemen

Landelijke werkende concurrerende zorgverzekeraars hebben verzekerden. Regionale gemeenten hebben burgers. Deze twee ordeningssystemen zijn niet op elkaar afgestemd, maar raken door de verregaande decentralisatie en extramuralisatie steeds meer in elkaar verwikkeld. Dreigt er een chaos door verschillende bekostiging en geldstromen? Jan Erik de Wildt over botsende ordeningsystemen.

De toenemende integratie van zorg, welzijn, werk & inkomen, preventie, formele en informele zorg moet leiden tot betere uitkomsten, meer tevreden klanten en meer efficiency. Daarbij werken zorgverzekeraars en gemeenten steeds meer samen vanuit verschillende ordeningssystemen. Gaat dat goed samen of schuurt dat?

Download het volledige artikel hier: