Cao Gezondheidscentra/AHG maakt plaats voor toekomstbestendiger afspraken

De Cao Gezondheidscentra/AHG wordt ontmanteld omdat die niet meer past bij het huidige en toekomstige werkveld van gezondheidscentra. Het geeft gezondheidscentra een ongunstige positie in de eerste lijn, waardoor de doelen van multidisciplinaire samenwerking eerder benadeeld dan gestimuleerd worden. Tijd voor nieuwe afspraken dus. Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen, legt uit hoe dit proces eruit ziet en waartoe het zal leiden.

Eind september werd de Cao Gezondheidscentra/AHG 2018 afgesloten, met een looptijd tot 1 maart 2019. Naar het zich laat aanzien de laatste voor deze doelgroep. De werkgevers zijn het er namelijk over eens dat deze cao niet bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van gezondheidscentra met medewerkers in loondienst. “De arbeidsvoorwaarden van sommige disciplines sluiten niet meer aan bij de tarieven die voor deze beroepsgroepen gehanteerd worden door zorgverzekeraars”, zegt Mosterdijk. “Het meest prangende voorbeeld is de fysiotherapie, waarin sprake is van veel loondienstverbanden. In je loonafspraken moet je als werkgever alle disciplines meenemen, maar in veel paramedische beroepen blijven de tarieven achter bij de loonafspraken. Je krijgt daarmee verlieslatende disciplines in je gezondheidscentrum. Het gevolg is dat veel fysiotherapiepraktijken inmiddels al zijn verzelfstandigd, tot ongenoegen van de gezondheidscentra. Die willen deze praktijken liever in huis houden omdat dan veel betere multidisciplinaire afspraken kunnen worden gemaakt.”

Waren de problemen niet binnen de bestaande structuur op te lossen? “Dat had misschien gekund”, zegt Mosterdijk, “als het mogelijk was geweest om afspraken te maken over gedifferentieerde loonontwikkeling binnen de cao. Dat kon echter niet op draagvlak bij de werknemersorganisaties rekenen.”

Ontmanteling

Dit betekent dus dat de bestaande cao wordt ontmanteld. Volgens de berichtgeving worden de medewerkers van de gezondheidscentra ‘voor zover mogelijk’ ondergebracht bij aanpalende cao’s. Is dit een beslissing die voor geen enkele van de betreffende groepen nadelig uitvalt? “Nieuwe medewerkers gaan onder de aanpalende cao’s vallen, voor bestaande medewerkers geldt dat we in de komende periode gaan kijken hoe we op een nette manier van A naar B kunnen komen. En als er geen andere cao geschikt is, geldt altijd nog de nawerking van de huidige cao.”

Aan cao-tafels

InEen vertegenwoordigt in de discussie die nu aan de cao-tafel wordt gevoerd haar leden. “We zijn de vertegenwoordiger van de werkgevers om de overgang van de huidige cao naar de nieuwe situatie in goede banen te leiden”, zegt Mosterdijk. “Dit betekent dus dat we aan meerdere tafels zitten en met andere brancheverenigingen afspraken moeten gaan maken.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Bijzonder hoogleraar Maria van den Muijsenbergh: “Gezondheidsverschillen verkleinen is wel degelijk haalbaar”

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt dat we niet langer moeten focussen op het verkleinen van gezondheidsverschillen in onze samenleving. Dit advies schiet Maria van den Muijsenbergh, bijzonder hoogleraar gezondheidsverschillen en persoonsgerichte integrale eerstelijnszorg aan het Radboudumc in Nijmegen, in het verkeerde keelgat. En in het alternatief dat de WRR voorstelt, negeert deze volgens haar de grote waarde van eerstelijnszorgaanbieders.

Van den Muijsenbergh wil meteen aan het begin van het gesprek duidelijk zijn: nee, ze is het niet eens met het uitgangspunt van de WRR dat gezondheidsverschillen niet te verkleinen zijn en dat het dus niet zinvol is daarop nog langer de aandacht te richten. “Met die gezondheidsverschillen zijn we al sinds de jaren tachtig bekend”, steekt ze van wal. “Uit onderzoek in Engeland werd volkomen duidelijk dat elke tree lager op de sociaaleconomische ladder het risico vergroot op jonger overlijden of een chronische aandoening ontwikkelen. Het is een buitengewoon hardnekkig probleem, maar het is echt nog te vroeg om te zeggen dat die gezondheidsverschillen verkleinen niet haalbaar is. In Engeland is acht jaar lang consistent beleid gevoerd en dat werkte. De economische crisis gooide vervolgens wel weer roet in het eten, maar we hebben dus gezien dat het mogelijk is. En dan vind ik het ook in moreel perspectief een verkeerd uitgangspunt om de handdoek in de ring te gooien. Ik vind het heel merkwaardig om te zeggen dat we het maar moeten vergeten.”

Vraagtekens

In de kern kan Van den Muijsenbergh zich vinden in de uitgangspunten van de WRR, maar ze plaatst er wel vraagtekens bij. “Om alcohol hoeven we ons veel minder druk te maken dan om die andere beïnvloedende patronen”, zegt ze, “het is echt een minder groot probleem. En een gedegen analyse bij wat de WRR nu voorstaat ontbreekt. Waarom roken mensen met een lage sociaaleconomische status meer? Als je daar geen rekening mee houdt, is je beleid gedoemd tot mislukken. De stelling dat er ook aandacht moet zijn voor psychische problemen staat nu in de boodschap van de WRR helemaal op zichzelf, het lijkt alsof ze de samenhang niet begrijpt. Het is erg jammer dat niet meer naar mensen uit de praktijk is geluisterd. De professionals die de mensen om wie het in dit standpunt gaat dagelijks zien: de zorgaanbieders in de eerste lijn. Hierdoor is het beperkt gebleven tot een document van en voor beleidsmakers.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg: bestuurlijk commitment voor ambitieuze beleidsagenda

‘The proof of the pudding is in the eating’, zeggen de Engelsen. En zo is het. Op 11 juli jongstleden ondertekenden InEen, LHV, Zorgverzekeraars Nederland, de Patiëntenfederatie Nederland en het ministerie van VWS het hoofdlijnenakkoord huisartsen 2019-2022. Wat de afspraken waard zijn, zal de toekomst uitwijzen. De Eerstelijns analyseert.

Waar in het hoofdlijnenakkoord 2014–2017 nog sprake was van ‘eerstelijnszorg’, is nu een duidelijke keuze gemaakt voor ‘huisartsenzorg’. Enerzijds handig, anderzijds staat het een integrale multidisciplinaire benadering in de weg.

Samenhang akkoorden

De regering heeft gekozen voor hoofdlijnenakkoorden. Was er anders besloten, dan was er waarschijnlijk geen huisartsenakkoord gekomen. Zorgverzekeraars waren namelijk niet zo’n voorstander van een hoofdlijnenakkoord met huisartsen, omdat men erop rekende toch wel contracten te kunnen sluiten.

Er zijn meer sectorale akkoorden en ook sector brede programma’s. Het is de vraag wie bij VWS hierover het overzicht bewaart. Door sommige alinea’s letterlijk overal op te nemen, wordt samenhang gesuggereerd. Komt dat ook terug in de uitvoering? Dat is de vraag, want het zorgveld en de zorgverzekeraars zijn verdeeld in afdelingen en worden als zodanig bekostigd. En wat gebeurt er als er ontwikkelingen zijn in een bepaald domein of op een thema die het akkoord sterk beïnvloeden? Bijna vijf jaar vooruit kijken is een heikele zaak. Zijn de partijen flexibel genoeg en hebben ze voldoende vertrouwen om dynamisch om te gaan met het hoofdlijnenakkoord als dat nodig is?

Thema’s huisartsenakkoord

De inhoudelijke basis voor alle zorgakkoorden is de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Dit rapport kan beschouwd worden als de zorgparagraaf in het regeerakkoord van Rutte III. Specifieke thema’s als meer tijd voor de patiënt, versterking organisatiegraad, zorg voor kwetsbare groepen, zorg in ANW-uren, verbetering samenwerking sociaal domein, kwaliteit en ICT-zorginfrastructuur zijn door InEen en de LHV ingebracht en komen terug in het huisartsenakkoord. Ook is er aandacht voor de arbeidsmarkt en acute zorg en zijn er toezeggingen over de compensatie van de loonstijging in de cao. De erkenning dat bestuurlijk commitment op landelijk niveau nodig is om de ambities te realiseren, is een belangrijk gegeven. Dit kan houvast geven aan de regionale agenda. En hoewel wordt vermeld dat er geen centrale regie of monitoring komt, zal de Nederlandse Zorgautoriteit wel periodiek rapporteren.

Het is aan de zorgverzekeraars om de uitgangspunten van dit akkoord toe te voegen aan het zorginkoopbeleid 2019, dat in april is gepubliceerd. In regio’s waar contracten tot 2020 zijn gesloten, is het aan partijen om samen te beoordelen hoe zij nu toch al kunnen inspelen op de uitkomsten van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Ontregel de farmacie

In het verminderen van de administratieve druk voor apothekers zijn al een paar succesjes geboekt, maar er moet nog heel veel gebeuren. Zowel de Nederlandse Apothekers Coöperatie (Napco) als VvAA, het collectief van 120.000 zorgverleners, zien hierin voor zichzelf duidelijke rollen weggelegd.

Eind maart ontving minister Bruno Bruins van VWS een lijst met 62 schrappunten in het kader van (Ont)Regel de zorg, een initiatief van VvAA en huisartsenactiecomité Het Roer Moet Om, gericht op het verminderen van de administratieve druk op de zorgaanbieders. Acht van die 62 punten hebben betrekking op apothekers. “Ook wij hebben met die administratieve lasten te maken”, zegt Miriam Stoks, zelf apotheker (Zuider Apotheek) en bestuurslid van VvAA. “Vooral het preferentiebeleid bezorgt apothekers heel veel regeldruk, net als medische noodzaak. En niet te vergeten de diversiteit in de beoordeling van de zorgverzekeraars.”

Weerbarstig

Administratieve druk in de zorg verminderen blijkt niet eenvoudig. “Zorgverzekeraars Nederland nam ooit het initiatief om met de branchepartijen een slag te maken”,vertelt Loes Schiere, bureaudirecteur van Napco. “Maar het is weerbarstige materie, het gaat om meer dan het afvinken van een lijstje met schrappunten. Neem bijvoorbeeld die medische noodzaak. Besloten werd dat huisartsen dit niet meer hoefden te melden, maar volgens hun contractuele afspraken moeten de apothekers er wel nog steeds op toetsen. Die moeten daarvoor toch weer bij de huisartsen te rade gaan, want ze worden financieel gekort als ze zich niet aan de afspraken houden. Je moet dus ook bekijken wat schrappen op één plaats betekent op een andere plaats.”

Successen

Hoewel er verschillende successen zijn geboekt, is het effect tot nu toe beperkt, vertelt Schiere. “De merkbaarheidsscan van VWS van 2017 maakt duidelijk dat het veld nog weinig merkt van de resultaten van de maatregelen die al zijn genomen. Bovendien komen er weer nieuwe dingen bij vanuit Europese wetgeving, zoals de falsified medicineswetgeving en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daar moeten we ook oog voor hebben.”

Grote betrokkenheid VWS

Op 22 mei publiceerden ministers Hugo de Jonge en Bruno Bruins en staatssecretaris Paul Blokhuis de Kamerbrief (Ont)Regel de Zorg, waarmee zij de doelstellingen hiervan een officieel overheidsstempel geven. Een belangrijke stap in het proces, vinden zowel Schiere als Stoks. “We hebben als veldpartijen die betrokkenheid hard nodig. Ik hoop dat VWS nu de doorzettingsmacht gebruikt om zaken écht voor elkaar te krijgen.”

Auteurs: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Opmaat naar samenhangende zorg in de regio

Een jaar geleden zijn afspraken gemaakt over de financiering van Organisatie & Infrastructuur (O&I). Zorgorganisaties en zorgverzekeraars zijn met elkaar in gesprek om daar voor 2019 invulling aan te geven. Hoe staat het ervoor in het land en hoe krijgt de regionalisering vorm? De Eerstelijns deed een belrondje.

De Zeeuwse Huisartsen Coöperatie (ZHCo) is de samenwerkingsorganisatie van huisartsen in De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Walcheren. De meeste aangesloten huisartsen zijn ook lid van PeriScaldes, dat de ketenzorg organiseert. “We zijn bezig met een fusietraject dat in 2019 zijn beslag zal krijgen”, vertelt Ruud Münstermann, directeur van ZHCo. Hij kijkt ernaar uit: “Vanuit die grotere organisatie kunnen we ons beter naar buiten profileren. Bovendien is het handig dat er straks één telefoonnummer is voor iedereen die iets met de huisartsen boven de Westerschelde wil regelen. En dan zijn er nog schaalvoordelen: we kunnen ons efficiënter organiseren, zodat we toe kunnen met de bestaande middelen. Niet met minder, dat zou een verkeerde beweging zijn.”

Elkaar iets gunnen

Vanuit de ROS Raedelijn houdt strategisch adviseur Marian Kesler zich onder meer bezig met ‘populatiegericht werken’. GezondVeluwe is daar een goed voorbeeld van. Zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars en cliëntenorganisaties werken in Noordwest-Veluwe en Zeewolde samen aan betere zorg. Raedelijn vormt het programmateam. “Ik merk dat er in het veld veel beweging is richting regionalisering en O&I. Voor ons is O&I een middel om regionale samenwerking vorm te geven. Het gaat erom dat partijen over echelons en domeinen heen kijken vanuit het perspectief van inwoner en patiënt en vanuit die waarde de netwerkorganisatie vormgeven.”

Raamwerk

In het Netwerk Zorgorganisaties Leiden en Omstreken (NZLO) werken sinds eind 2016 vijf zorggroepen samen: de Regionale Organisatie van Huisartsen West Nederland, RijnCoepel, Zorggroep Katwijk en Alphen op één lijn en de Samenwerkende GEZ-en Leiden en Omstreken. “Daarmee zijn we prachtig voorgesorteerd op O&I”, zegt voorzitter Henri van der Lugt. Er is een kernteam O&I opgericht, waarin alle zorggroepen vertegenwoordigd zijn en dat het mandaat heeft van de achterban. Het kernteam zet de lijnen uit en gaat in gesprek met vertegenwoordigers van één zorgverzekeraar, namelijk Zorg & Zekerheid. “Zo houden we het werkbaar en overzichtelijk. We hopen voor 15 juli een raamwerk voor de regio te hebben. Op basis daarvan kunnen we op wijkniveau afspraken maken.”

Gemandateerde regio-organisatie

HZD (Huisartsenzorg Drenthe) organiseert ketenzorg, scholingen, ICT- en praktijkondersteuning en bevordert de kwaliteit van de huisartsenzorg in de provincie. Stefan Meinema, directeur bedrijfsvoering, prijst zich gelukkig dat de organisatie van de eerstelijnszorg in het door Duitsland begrensde, rurale gebied vrij overzichtelijk is. “Dat maakt de O&I-discussie makkelijker. Wij hebben te maken met Zilveren Kruis, die kiest voor een regionale aanpak en verlangt een bepaalde schaalgrootte. Zilveren Kruis lijkt iets meer afstand te nemen van de zorginhoud en richt zich meer op de regio, waardoor de regie over de zorginhoud bij de zorgpartijen komt. Dat schept kansen. Onze huisartsen zijn betrokken in het verhaal van Zilveren Kruis en nu is het zaak dat wij samen met de stakeholders een heel goed regioplan in elkaar gaan zetten.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Regierol voor ROAZ in regionale samenwerking acute zorg

In het hele land neemt de druk op de acute zorg toe. Er zijn veel initiatieven om dit te beteugelen – en op sommige plekken stabiliseert de druk inderdaad – maar het blijft een taai probleem. Dat ligt aan de instroom, doorstroom én uitstroom van de acute zorg. Ketenoptimalisatie is dus noodzakelijk. De acute zorg in Nederland is verdeeld in elf regio’s met elk een overkoepelend overleg: het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg). Minister Bruno Bruins van Medische Zaken wil dat de ROAZ’en meer de ‘lead’ nemen in de acute zorgketen. Maar hoe moeten ze die rol invullen?

“Meer deelnemers en betere besluitvorming”, zegt Bas Leerink. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST), bestuurder bij ROAZ Acute Zorg Euregio en lid van het dagelijks bestuur van het LNAZ (Landelijk Netwerk Acute Zorg), de overkoepelende organisatie van de elf ROAZ’en. De taken van een ROAZ vloeien voort uit de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), die wordt vervangen door de Wet Toelating Zorgaanbieders (WTZa). Dus is ook het overleg in de acute zorg toe aan herijking. “Het belang van regie wordt steeds groter”, zegt Leerink. “Daarom is het zaak om nog veel meer partijen in het ROAZ te betrekken. Ik denk vooral aan vertegenwoordigers van organisaties in de ouderenzorg.”

De extramuralisering van de zorg heeft de afgelopen jaren voor dertig procent meer spoedopnames onder ouderen gezorgd, zo blijkt uit onderzoek, en er zijn geen tekenen dat de stroom gaat afnemen. Een belangrijk punt is het organiseren van vervolgzorg, bijvoorbeeld door bedden in een eerstelijnsverblijf of door de inzet van wijkverpleegkundigen of transferverpleegkundigen die zorgen dat ouderen na een bezoek aan de SEH of HAP de juiste zorg thuis krijgen.

Investering

Daarnaast pleit Bas Leerink ervoor om in sommige gevallen verloskundigen en apotheken te betrekken in het ROAZ. Maar levert zo’n breed spectrum aan disciplines niet een onwerkbaar overleg op? “Daarom moeten we het verdelen in domeinen van acute zorg”, zegt Leerink. “Denk aan thema’s als beroerte, hartfalen, GGZ of verloskunde. Dan komen expertteams samen die zijn toegespitst op zo’n domein.” Binnen het ROAZ wordt al veel met zulke groepen gewerkt. De eerste lijn wordt daar nauw bij betrokken, vertelt Leerink. “Huisartsen moeten nadenken hoe ze zich laten vertegenwoordigen in een ROAZ. Dat verschilt per regio. Soms is het een directeur of medisch directeur van een HAP. Soms is het iemand uit een huisartsenkring. Regionale samenwerking vraagt investeringen, maar het levert veel op.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Eerstelijnsakkoord of chaos?

In het Regeerakkoord staat dat er hoofdlijnenakkoorden komen, in de Tweede Kamer is een hoorzitting geweest, er zijn al meerdere bestuurlijke en kantoorloverleggen geweest. Desondanks is nog steeds niet zeker dat er een eerstelijnsakkoord komt. Wat is het probleem?

In 2013 en 2017 zijn hoofdlijnakkoorden gesloten met de eerste lijn. Mooie woorden, veel ambities, financiële kaders, maar deze zijn – op enkele aspecten na – niet gerealiseerd. Sommige zorgverzekeraars hebben zich gedistantieerd van de afspraken die door Zorgverzekeraars Nederland zijn gemaakt. Zij hebben op basis van eigen zorginkoopbeleid regionale contracten gesloten met zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten.

Geen onderhandelkracht

Kennelijk hebben zorgverzekeraars geen landelijke akkoorden nodig om te contracteren. Daaruit blijkt dat de onderhandelkracht van eerstelijnspartijen laag is. Dat wordt bevestigd door de (forse) jaarlijkse onderschrijding van het macrobudget in de periode 2014-2017. En door het feit dat – los van enkele best practices – veel organisaties zijn geconfronteerd met niet indexeren, inclusieplafonds, doorbehandelplicht, inzetten van weerstandsvermogen voor structurele zorguitgaven en een lagere vergoeding aan onderaannemers. Kortom; de eerstelijnszorg is niet sterk in onderhandelen en zorgverzekeraars weten dat. Daarom is een nieuw hoofdlijnenakkoord voor hen niet nodig. Echter, de werkdruk en weerstand van professionals in de eerstelijnszorg nemen toe en daarmee de kans op serieuze conflicten.

Onvoorstelbaar

Eigenlijk is het niet voorstelbaar dat er geen akkoord komt. Immers, het akkoord voor medisch-specialistische zorg staat bol van verwijzingen naar de eerste lijn. Het gaat over meer samenhang op gebied van ICT, substitutie, informatie-uitwisseling, afstemming tussen het medisch- en sociaal domein en – als apotheose – een domeinoverstijgend onderzoek van VWS naar de realisatie van de transformatie. De regering heeft hier vol op ingezet. Er is in diverse sectoren een set van afspraken en akkoorden in de maak. Het rapport van de taskforce Zorg op de Juiste plek wordt breed omarmd en biedt een transformatieperspectief. Dat zal toch prevaleren boven individueel inkoopbeleid van zorgverzekeraars?!

Tot slot

De besturen van LHV en InEen zullen in een ledenraadpleging eind mei/begin juni een mogelijk akkoord voorleggen. Huisartsen(prakijken) moeten in georganiseerd verband steeds meer gaan doen. Zonder landelijke kaders komt dit proces niet van de grond. De eerstelijnszorg zal haar verantwoordelijkheid nemen en geen vrijblijvende afspraken maken zonder trekkingsrechten op macrobudgetten, maar wel met terechte claims. De zomer met gegarandeerde continuïteitsproblemen voor kwetsbare groepen staat voor de deur: gaan de zorgverzekeraars en eerstelijnszorg er samen voor of wordt het chaos?

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Taskforce zet het functioneren van mensen centraal

‘Wie doet er mee, wie durft?’ vraagt de Taskforce De Juiste Zorg Op de Juiste Plek in zijn rapport. De essentie van de juiste zorg op de juiste plek is het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals eHealth). Met dat in het achterhoofd is maar één antwoord mogelijk: iedereen die betrokken is bij zorg en welzijn. Anders gaat het niet werken.

Het rapport van de taskforce maakt duidelijk hoeveel al wordt gedaan om te zorgen dat de juiste zorg op de juiste plek wordt gegeven, maar ook hoeveel nog nodig is. Het slaat een aantal piketpaaltjes: het belang van de omslag van ziekte naar gezondheid, van versterking van de inzet op preventie en eigen regie, van denken in samenhangende zorg met en rondom mensen, van het beter benutten van digitale mogelijkheden. Met als resultaat zorg dichtbij als het kan, verder weg als het vanwege kwaliteit moet. Volgens Ernst van Koesveld, secretaris van de taskforce, worden niet op al die punten even structureel en grootschalig stappen gezet. “Het mooie van deze taskforce is dat partijen vanuit de praktijk zeggen: het is nú zaak dat we verder komen. Niet langer ziekte, maar het functioneren van mensen centraal stellen. Als het functioneren van mensen het vertrekpunt is, ga je de zorg meer in onderlinge samenwerking en afstemming organiseren, bijvoorbeeld door in een wijknetwerk een brede triage te organiseren.”

Met het rapport wil de taskforce advies geven over hoe de beweging die al in gang is gezet extra brandstof kan krijgen en kan verbreden. Van Koesveld: “We hopen dat de aanbevelingen van de taskforce een plaats krijgen in de af te sluiten hoofdlijnenakkoorden en daarmee de agenda bepalen voor de komende periode.”

Grote gevolgen

De juiste zorg op de juiste plek betekent in de praktijk dat veel meer zorg in de eerste lijn en in het sociaal domein wordt geboden en dat de tweede lijn krimpt. Dat wil niet per se zeggen dat de rol van de medisch specialist kleiner wordt, zegt Guy Schulpen, directeur van eerstelijnsbedrijf ZIO en lid van de taskforce. De huisarts krijgt het voor een deel als poortwachter wel drukker, zegt hij. “Maar die poortwachtersfunctie kun je verbreden naar het sociaal domein, niet alles hoeft naar de huisarts te gaan. De wijkverpleegkundige, het sociaal wijkteam en paramedici kunnen ook een rol spelen. Een forse opgave, maar ik ben ervan overtuigd dat het kan. Het rapport geeft voorbeelden van waar dit al gebeurt.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Cliëntenraden in de eerstelijnszorg

Regelmatig krijgt Gietema Wevers notarissen de vraag of organisaties in de eerstelijnszorg verplicht zijn tot instelling van een cliëntenraad. Deze vraag is helaas niet met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. Het wetsvoorstel Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 maakt het er niet eenvoudiger op. Notarissen Oskar Gietema en Linda Koeslag-Meijer geven enkele handvatten voor de praktijk.

De cliëntenraad is geregeld in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Op grond van de Wmcz zijn instellingen in de zin van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) verplicht tot instelling van een cliëntenraad. In de eerste lijn is de WTZi onder meer van toepassing op huisartsenpraktijken, verloskundigenpraktijken, tandartsenpraktijken, paramedische praktijken, huisartsenposten en gezondheidscentra. Hiermee zijn die organisaties naar de letter van de wet verplicht tot instelling van een cliëntenraad.

Standpunt NZa

In de praktijk zien wij dat eerstelijnszorgorganisaties meestal geen formele cliëntenraad hebben ingesteld en dat zij hiertoe ook niet worden verplicht door toezichthoudende instanties, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa stelt zich in meerdere openbare fusiebesluiten in het kader van de zorgspecifieke concentratietoets bij fusies tussen eerstelijnszorgorganisaties op het standpunt dat onder meer instellingen voor huisartsenzorg, verloskundige zorg, kraamzorg, mondzorg, paramedische zorg en farmaceutische zorg, niet verplicht zijn om een cliëntenraad te hebben. Dit standpunt is gebaseerd op de wetsgeschiedenis van de Wmcz.

Nieuwe koers

Op 20 december 2017 is echter het wetsvoorstel ‘Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018’ ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel stelt een cliëntenraad ook verplicht voor de meeste eerstelijnszorgorganisaties, ongeacht de rechtsvorm. Iedere rechtspersoon, organisatorisch verband en natuurlijke persoon die bedrijfsmatig zorg verleent of doet verlenen als bedoeld bij of krachtens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), én waar in de regel meer dan tien natuurlijke personen zorg verlenen, is op grond van het wetsvoorstel verplicht om een cliëntenraad te hebben (met de mogelijkheid om uitzonderingen vast te stellen). Hiermee lijkt de wetgever een andere koers te willen gaan varen.

Auteur: Linda Koeslag-Meijer, Oskar Gietema (Gietema Wevers Notarissen)

Download het volledige artikel hier:

Complexiteit zet Nederlands zorgsysteem onder druk

In het Nederlandse zorgsysteem hangt alles met alles samen. Wie heeft nog het overzicht? En hoe houdbaar is het zorgsysteem op langere termijn? De Eerstelijns legt de vinger op de zere plek in de discussion paper ‘Complexiteitsreductie als oplossing voor duurzame zorg in Nederland’. Lees de samenvatting of download de volledige paper en discussieer mee op LinkedIn.

Verschillende ontwikkelingen ondermijnen de houdbaarheid van ons zorgsysteem. Allereerst de toename van het aantal chronisch zieken in combinatie met de vergrijzende samenleving en mensen die veelal nog uitgaan van het paradigma verzorgingsstaat. Hierdoor nemen zij te weinig verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid, om te beginnen door gezond gedrag. Mede als gevolg hiervan wordt veel aandacht besteed aan de medische oplossing van problemen en veel minder aan het voorkomen van ziekte. Ook het gezondheidssysteem gaat nog te veel uit van zorgprofessionals en -organisaties in plaats van verantwoordelijke burgers en patiënten.

Problemen erkennen

Maar bovenal is de wijze waarop de zorg is georganiseerd te complex geworden. Hierdoor is het voor deskundigen al nauwelijks te overzien, laat staan voor burgers, patiënten, mantelzorgers en zorgaanbieders. Dit ondermijnt het vertrouwen en de solidariteit. Als hier niets aan verandert, is het wachten op een zogenaamde perfect storm: het moment waarop alle mogelijke negatieve factoren bij elkaar komen. Door te erkennen dat er problemen zijn en een start te maken met oplossingen, kan een deel van de risico’s worden beperkt, voorkomen of geaccepteerd als een verantwoorde maatschappelijke keuze.

Het grootste probleem

De effecten van de decentralisaties in 2015 zullen de komende jaren nog merkbaar zijn. Het zal de nodige aandacht vragen om de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van zorg en ondersteuning te borgen. De beleidsvrijheid van gemeenten versus de gedetailleerde aanspraken in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz) zorgen voor afstemmingsproblemen die kwetsbare groepen (kunnen) treffen. De complexiteit van bekostiging, taal, domeinafbakening, transitieprocessen, ICT en het aantal betrokken partijen vormt wellicht het grootste probleem in ons huidige zorg- en sociale systeem. Het leidt tot verspilling en demotivatie van zorgprofessionals en tot onduidelijkheid en frustratie bij zorggebruikers. Terwijl plezier in het werk juist de zorgsector aantrekkelijk moet maken in een tijd waar personeel schaars wordt.

Paradigmashift

De groeiende welvaart, voortschrijdende kennis en techniek heeft er bovendien toe geleid dat ziekte en ouderdom door delen van de bevolking als onwenselijk worden gezien. Het is tijd voor een andere, positieve benadering van ouderdom en ziekte. Als de gezondheidszorg onvoldoende antwoord geeft op de veranderende zorgvraag ontstaat er maatschappelijke onrust en een verdere tweedeling tussen rijk en arm, gezondheidsvaardigen en niet gezondheidsvaardigen. Voortzetting van een paradigmashift van zorg naar gezondheid is noodzakelijk.

Lees de uitgebreide analyse en aanbevelingen:

– Artikel ‘Complexiteit zet Nederlands zorgsysteem onder druk’

– Discussion paper ‘Complexiteitsreductie als oplossing voor duurzame zorg in Nederland’

Discussieer mee op LinkedIn.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

 

Download het volledige paper hier: