De huisartsenzorg in een plattelandsgemeente in 2049

Gemeenten en huisartsen gaan zich ontwikkelen tot natuurlijke samenwerkingspartners. In landelijke gebieden bijvoorbeeld zal gemeentelijke financiering het zorgaanbod in huisartsenpraktijken versterken en zo voorzieningen in de buurt houden. Dat verwacht Cees van den Bos, wethouder in de gemeente Schouwen-Duiveland. Hij schreef er een column over voor De Eerstelijns.

Schouwen-Duiveland over dertig jaar? Huisartsen, ziekenhuis en gemeente werken dan nauw samen. Dit is te danken aan de regisserende functie van de gemeente, althans zo voorzie ik het.

Gemeenten hebben tegen die tijd nieuwe taken op hun bordje hebben gekregen. Ook taken die een meer medisch karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan verpleging en verzorging, maar mogelijk ook aan de ggz. Mede om die reden zien gemeenten en huisartsen elkaar straks echt als samenwerkingspartners. Men kent elkaar door en door. Ook persoonlijk. Men weet precies wie wat te bieden heeft. Gemeenten trekken financiële middelen uit om het zorgaanbod in huisartsenpraktijken te versterken en zo voorzieningen in de buurt te houden.

Meer taken POH’s

Een niet onbelangrijk deel van de vragen die in 2019 nog bij de huisarts komen, wordt na het eerste consult direct doorgeleid naar POH’s. Zij worden gefinancierd door zorgverzekeraar/zorgkantoor en gemeente, waar niet-medische, meer sociale hulpvragen worden afgehandeld. Op het gebied van ggz, waar gemeenten straks ook meer taken hebben gekregen, is er een soortgelijke samenwerking. De ziekenhuiszorg haakt aan bij deze samenwerking. De ziekenhuiszorg haakt aan bij deze samenwerking. In Schouwen- Duiveland bijvoorbeeld is er over dertig jaar nog steeds een polikliniek, maar die werkt nauwer samen met de huisartsen dan nu. Moeilijke casussen worden in een veel eerder stadium besproken. Na een aantal pilots te hebben gedraaid, handelen huisartsen zelf meer complexere zorgvragen af. Doordat de huisartsen qua huisvesting meer gecentraliseerd zijn en de ‘sociale vragen’ meer worden afgevangen, is er ook meer specialisatie mogelijk.

Download hier de column van de wethouder.

 

Patiëntgebonden bekostiging openbare apothekers

Een apotheker die zijn patiënt goed kent, over correcte en actuele informatie beschikt en goed ingebed is in het lokale netwerk, kan bijdragen aan het voorkomen van onnodige ziekenhuisopnames. Daarvoor is een patiëntgebonden bekostiging nodig waarvoor patiënten ingeschreven staan bij een huisapotheek, stelt Jan-Peter Heida, adviseur bij SiRM.

Er is een fundamentele verandering nodig van de bekostiging van openbare apotheken: een patiëntgebonden bekostiging die de zorgfunctie van apothekers versterkt. Dat staat in het rapport ‘Versterking van de functie van openbaar apothekers’. Jan-Peter Heida, adviseur bij Strategies in Regulated Markets (SiRM),is een van de opstellers.

Hij zegt:“De omzet van de openbare apotheker komt steeds meer onder druk te staan. Financiële prikkels die meer recht doen aan de zorg die de apotheker levert, ontbreken. Dat maakt het noodzakelijk om na te denken over de positie, rol en functie van de openbare apotheker.”

Waarom voldoet het huidige verdienmodel niet meer?

“Hiervoor is het nodig om te kijken naar de huidige manier van bekostiging. Deze is verbonden aan het verstrekken van geneesmiddelen, de terhandstelling, en aan de farmaceutische patiëntenzorg, maar niet aan de zorgbehoefte van patiënten. Het probleem is dat apothekers veel meer diensten verlenen, niet alleen maar pillendoosjes over de toonbank schuiven, maar bijvoorbeeld informatie en uitleg geven en afstemmen met andere zorgverleners.

Alleen is dit werk onvoldoende zichtbaar en worden ze voor deze werkzaamheden niet financieel beloond. Dat stimuleert hun zorgfunctie niet, terwijl die juist zo belangrijk is. Door de lagere tarieven staat de bedrijfsvoering onder druk. Wij stellen daarom voor de bekostiging aan te passen: een patiëntgebonden bekostiging.”

Wat houdt een patiëntgebonden bekostiging in?

“Daarbij schrijft de patiënt zich in bij een ‘huisapotheek’, die een inschrijftarief ontvangt als vergoeding voor de farmaceutische zorg, voor de zorginhoudelijke taken voor deze patiënten. Net zoals nu bij huisartsen gebeurt. Dat stimuleert patiëntgerichte zorg op maat. Een tarief voor de terhandstelling kan daarnaast blijven bestaan.

Deze huisapotheek beschikt over het medicatiedossier van de patiënt met daarin alle actuele informatie en zorgt dat dit dossier beschikbaar is voor andere zorgverleners. Dit helpt om betere medicatiebewaking en -begeleiding te kunnen uitvoeren. Dat versterkt de positie van de apotheker in het lokale netwerk. Zorgverleners met vragen over medicatie of de juiste toediening zullen zich tot de apotheker wenden. Dat stimuleert de onderlinge samenwerking. Deze nieuwe bekostiging heeft als grote voordeel dat het de zorgverlening kan verbeteren. Er ontstaat een expliciete behandelrelatie met de patiënt. Juist dat persoonlijke contact is belangrijk voor goede zorg.”

Auteur: Corina de Feijter

Download hier het hele artikel

 

Toekomstbestendig bouwen en verbouwen in de eerste lijn

De behoefte aan meer betaalbare zorg, het langer thuis blijven wonen van ouderen, meer chronische zieken. Deze veranderingen vragen om een andere kijk op de praktijkvoering. De weg naar een nieuw gezondheidscentrum voor de eerste- en anderhalve lijn of uitbreiding van de bestaande praktijk, is een tijdrovend en complex traject, waarbij de duurzaamheid van de huisvesting steeds belangrijker wordt.

Het ontwikkelen van huisvesting, alleen of in samenwerking met andere (eerstelijns)zorgverleners, vraagt veel tijd en energie. Zorgverleners willen de patiënt maximaal comfort geven, wat eisen stelt aan het ontwerp van het gebouw. Het geheel moet echter ook financieel haalbaar zijn. De zorgverlener heeft veel deskundigheid in het bieden van comfort vanuit de zorginhoud, maar heeft soms onvoldoende expertise om comfort zoals behaaglijkheid en sfeer te realiseren vanuit de huisvesting.

Keuzes maken

Huisvestingsvraagstukken zijn door een lage rente op onroerend goed tegenwoordig vaak direct gekoppeld aan de afweging koop of huur. Hierbij zien we dat de belangen van de eigenaar van het vastgoed en de gebruiker ervan niet altijd overeenkomen. Welke variant het ook wordt, de gebruiker wil graag invloed uitoefenen op de exploitatiekosten van de bedrijfsvoering. De huisvestingslasten vormen, naast de personeelskosten, immers een belangrijk deel van de totale bedrijfskosten. Bij de realisatie van gezondheidscentra is het maken van keuzes op het gebied van comfort, werkomgeving van de zorgverlener en het welzijn van patiënt in relatie tot de investeringskosten een complex proces.

Afhankelijk van de situatie koop of huur, zal met de eigenaar of met medezorgverleners de juiste verhouding moeten worden gezocht tussen vormgeving, comfort, functionaliteit en optimale investering.

Comfort en duurzaamheid

Het comfort in een gebouw wordt mede bepaald door bijvoorbeeld een goede lichtintensiteit. Voldoende daglicht en gedoseerde verlichting bij het voeren van een patio gesprek en juist intensieve verlichting wanneer onderzoek wordt verricht. Comfort betekent ook je behaaglijk voelen, een aangename temperatuur in de winter of lekker koel in de zomer. Comfort betekent echter vaak een hogere investering met bijhorende exploitatiekosten.

We zien dat het realiseren van comfort regelmatig hand in hand gaat met duurzaamheid. Dit maakt vaak de investering wel de moeite waard. Waar vroeger bijvoorbeeld de radiator tocht en kou op moest vangen bij ramen, kan het isoleren van de spouw en toepassen van isolatieglas energieverspilling tegengaan en tevens leiden tot een aangenamer binnenklimaat.

Auteur: Benno van Bergen

Download hier het artikel.

Top 10 meest gelezen artikelen 2018 op onze website!

In januari jl. hebben we een telling gedaan en gekeken welke artikelen in 2018 het best gelezen zijn. Hieronder treft u de meest populaire artikelen aan. Neem even de tijd om deze pareltjes van 2018 (opnieuw) te lezen! En houd de komende tijd onze website in de gaten. In 2019 zullen we meer inzetten op berichtgeving via onze website en social media, waardoor we sneller en beter kunnen inspelen op actuele onderwerpen. Dat doen we naast het vertrouwde tijdschrift, dat uiteraard ook dit jaar weer 8 keer zal verschijnen.

  1. Eerste lijn zelf debet aan arbeidstekort
  2. Chronische zorgprogramma’s op de schop
  3. Zorgplicht versus zorgplafond
  4. Complexiteit zet Nederlands zorgsysteem onder druk
  5. Waardegedreven zorg in de praktijk
  6. Verpleegkundig specialist of physician assistant op de huisartsenpost
  7. Huisartsen hechten grote waarde aan de apotheker in de wijk
  8. Zilveren Kruis: “Succesvolle uitvoering O&I-module vraagt om regionale aanpak”
  9. Ondernemen in de huisartsenzorg: spagaat tussen zorg en centen
  10. Een ontwikkelingsmodel voor alle organisaties

 

Gecombineerde leefstijlinterventies in de praktijk

Sinds 1 januari worden drie gecombineerde leefstijlinterventies (GLI) vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Zorggroep Zorroo heeft er in samenwerking met zorgverzekeraar CZ al goede ervaring mee opgebouwd. En Hadoks Chronische zorg bv (voorheen ELZHA) kan rekenen op groot enthousiasme van de zorgverzekeraars.

Bij de huisartsenpraktijken die zijn aangesloten bij Zorggroep Zorroo in Oosterhout en omstreken klonk al geruime tijd de vraag: kunnen we niet iets betekenen voor onze patiënten op het gebied van leefstijl? De huisartsenpraktijken boden hiervoor geen ruimte, dus ging Zorroo op verzoek van zorgverzekeraar CZ in gesprek over een aanpak die wel haalbaar en betaalbaar kon zijn. “Dan kom je al snel uit bij leefstijlcoaches”, zegt coördinator leefstijl Adriënne van den Bosch. “Die opleiding bestond toen net en wij hebben de eersten gecontracteerd die van die opleiding afkwamen.”

Dat dit gebeurd is, is een uitvloeisel van de pilot die CZ met medewerking van onder andere Zorroo  heeft gedaan om de waarde van de GLI te toetsen aan de praktijk. Bij Zorroo bestond direct belangstelling voor het idee. “Er waren al studies over gepubliceerd en Zorginstituut Nederland had geconcludeerd dat de gecombineerde aanpak werkte”, zegt Madelon Johannesma, programmamanager zorginnovatie bij CZ. “De toenmalige minister, Edith Schippers, wees het af vanwege de kosten en het volume. Wij zagen het maatschappelijk probleem van overgewicht, en gingen daarom op zoek naar een opzet die financierbaar kon zijn. Op die manier is CooL ontstaan, de eerste van de drie GLI’s die nu binnen het pakket van de basisverzekering vallen. Voor de financierbaarheid was het een voorwaarde een aantal competenties in één persoon te gieten, de leefstijlcoach dus.”

Samenwerking

De pilot verliep goed. De nauwe samenwerking met de huisarts – essentieel voor de doorverwijzing – was hierbij cruciaal. “De resultaten koppelen we altijd terug naar de huisartsen, dat is belangrijk voor ze”, zegt Van den Bosch. “De patiënten vertellen de huisartsen ook hoe enthousiast ze zijn over de GLI. Maar ook de samenwerking met de buurtsportcoach, de diëtist en de fysiotherapeut is belangrijk. We geven patiënten naast het CooL-programma ook de mogelijkheid om een afspraak te maken met deze disciplines, mits daartoe een medische indicatie bestaat. De patiënten geven aan dat ze dit een goede aanvulling vinden op de GLI. De conclusie uit de pilot was dat de GLI gedragsverandering en gewichtsverlies oplevert en dat de patiënt zijn doelen behaalt.”

Praktische problemen

Ondanks het succes van de pilot, bleken er in de praktijk toch nog wel wat hobbels te nemen om de GLI breder uit te rollen. Bij de start van de contractering was een deel geslecht, maar er bleef nog onduidelijkheid over de indicatoren en over de ICT, vertelt Johannesma.

Auteur: Frank van Wijck

Download hier het artikel

Samen met leden verder bouwen op de stevige basis die is gelegd

Vijf jaar InEen: verder bouwen op een stevige basis

InEen viert zijn eerste lustrum. In de eerste vijf jaar is InEen erin geslaagd een serieuze partij te worden in bestuurlijk overleg over de ontwikkeling van de georganiseerde eerstelijnszorg, stellen voorzitter Martin Bontje en directeur Anoeska Mosterdijk. De opdracht voor de komende jaren is die ontwikkeling optimaal verder vorm te geven.

Bestaat InEen vijf jaar? Het lijkt al veel langer, vinden Bontje en Mosterdijk. Wat is er bereikt? “Het belangrijkste is dat we processen hebben versneld. Zowel als het gaat om het vormgeven van samenwerking tussen eerstelijnszorgaanbieders als het bij elkaar brengen van meerdere disciplines”, zegt Bontje. “Ketenzorg, gezondheidscentra, avond-, nacht- en weekendzorg, op allerlei terreinen is veel gebeurd in de afgelopen vijf jaar.” Mosterdijk: “We zien steeds betere regionale ondersteuning van de huisartsen. Die ondersteuning is bijna een vanzelfsprekendheid geworden, met als gevolg dat zaken als informatievoorziening en de contacten met de zorgverzekeraars steeds beter kunnen worden opgepakt.”

Onderhandelingspartij

De hoofdlijnenakkoorden die de overheid heeft gesloten met de veldpartijen in de zorg hebben heel veel extra aandacht gegeven aan de noodzakelijke ontwikkelingen in de eerste lijn, stelt Bontje. “We zitten nu aan tafel. We kunnen op landelijk niveau meepraten over die ontwikkelingen. Hierdoor hebben we een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van een hoofdlijnenakkoord dat het belang van een georganiseerde eerste lijn duidelijk onderstreept en dat ook aangeeft dat dit vraagt om voldoende financiële middelen.”

Toch blijft het daadwerkelijk effectueren van de afspraken lastig, stelt hij, omdat de individuele zorgverzekeraars zich niet altijd houden aan de uitgangspunten van het hoofdlijnenakkoord voor de huisartsenzorg.

Omgaan met veranderingen

Het meerjarenbeleid 2018-2020 dat op de website van InEen staat, maakt duidelijk dat niet alleen veel is bereikt, maar dat ook nog veel moet gebeuren. “Sommige dingen kunnen wij als InEen niet beïnvloeden”, zegt Bontje, “de toename van het aantal ouderen en chronisch zieken bijvoorbeeld, een dreigend huisartsentekort en de overige personeelstekorten. Het gaat erom hoe we ermee omgaan. Het besef dat er veel verandert en dat de financiële middelen beperkt zullen blijven, is er bij onze achterban. En de overtuiging dat meer kan worden bereikt als de zorg goed wordt georganiseerd, is er ook.”

Zowel in de ANW-zorg als in de dagzorg ziet InEen veel voorbeelden van hoe de zorg anders en efficiënter georganiseerd kan worden, vertelt Mosterdijk. Er is volgens haar beslist een sense of urgency. “Onze leden zien heel goed dat we het niet redden als we blijven werken zoals we dit in het verleden deden. Zij zullen samen met hun achterban de noodzakelijke veranderingen moeten doorvoeren. Onze rol is de leden hierbij te ondersteunen, bijvoorbeeld door best practices te delen en mensen met elkaar in contact te brengen.”

Auteur: Frank van Wijck

Download hier het artikel.

 

Congres Slimme bedrijfsvoering

Deelnemers, sprekers en sponsors bedankt voor jullie bijdrage aan het mooie congres. Bij deze de presentaties en een sfeerimpressie van het congres Slimme Bedrijfsvoering op 29 en 30 november in Congrescentrum 1931.

Presentatie Anna van Poucke

Presentatie Jan Erik de Wildt

Presentatie Joep de Groot

Presentatie Peter Polderdijk

Presentatie Loek van Beurden

Presentatie Emy Smolders

Presentatie Makkie Metsemakers

Presentatie Jan Achterbergh

Presentatie ‘Arts en Zorg’ door Sylvia Mulder

Presentatie ‘Het Huisartsenteam’ door Jan Frans Mutsaerts 

Presentatie ‘PRO Praktijksteun’ door Rudolf Keijzer

Klik hier voor een sfeerimpressie van het Congres Slimme Bedrijfsvoering op 29 en 30 november 2018.

Seminar ‘Regionale samenwerking’ 8 november (vanaf 14.45 uur)

Een succes maken van de integrale zorg voor complexe patiënten. Wat is daarvoor nodig naast bestuurlijk commitment van de betrokken organisaties?

Betrokkenen zien de noodzaak van samenwerking. De wil en de inzet zijn er ook, maar dat is niet genoeg. Waarom komen we vaak niet verder? Wat is er nodig om het verschil te maken?

Tijdens dit seminar staat samenwerking in de regio centraal en geven sprekers antwoord op bovenstaande vragen.

Wij nodigen u graag uit voor het seminar van Portavita op donderdag 8 november 2018.

Sprekers zijn onder andere:

  • Ber Damen – vertelt over organisatie- en implementatievraagstukken vanuit zijn rol als ervaringsdeskundige.
  • Guy Schulpen – deelt zijn visie en ervaringen als medisch directeur van de zorggroep ZIO in de regio Zuid-Limburg.
  • Henk Adriaansen – arts klinisch chemicus en medisch leider van Trombosedienst Apeldoorn en Zutphen, houdt zijn verhaal over het inzichtelijk maken van het antistollingsdossier voor verschillende regionale ziekenhuizen.

Aanvang 14:45uur, ‘Buitenplaats Amerongen’, 18:00uur walking dinner.

Inschrijven: klik hier

Portavita

Portavita richt zich op het bevorderen van de gezondheid van mensen. Dit doen wij door het ondersteunen van zorgverleners en zorgconsumenten in de uitvoering van populatiemanagement, samenwerking en persoonsgerichte zorg. Portavita biedt zorgprogramma’s, een zelfmanagementmodule, diagnostiek op afstand en een geavanceerde data-analysetool middels haar Health Management Platform. (nl.portavita.com)

Regionale samenwerking in de praktijk

Goede en betaalbare zorg vraagt om samenwerking en om adequate ICT-ondersteuning. In diverse regio’s wordt al het nodige bereikt, zo bleek tijdens het seminar Regionale zorg op 6 oktober. Tegelijkertijd klonk de roep om meer regie. Eerstelijnspartijen zouden hier hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Versterking van de samenwerking moet een bijdrage leveren zodat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, zorg zoveel mogelijk in de eerste lijn ontvangen en na ziekenhuisopname snel kunnen terugkeren naar huis. “Een forse uitdaging voor de organisatie in de eerste lijn dus”, zei Jan Erik de Wildt, zorggroepmanager DOH en directeur van De Eerstelijns, tijdens het seminar.

Wie pakt de regie?

De filosofie van ketenzorg in de eerste lijn staat onder druk, stelde De Wildt. Sommigen zien het vooral als een stapeling van zorgprogramma’s, anderen vrezen dat zorgstandaarden tot standaardzorg leiden, wat geen recht doet aan de diversiteit van patiënten. En de zorgverzekeraars verzilveren het substitutie-effect onvoldoende. “Ze zijn onvoldoende in staat het geld uit de ziekenhuizen te halen”, stelde De Wildt. Over nieuwe financieringssystemen wordt nagedacht, maar dit neemt niet weg dat een knoop moet worden doorgehakt over de vraag welke partij in the lead moet zijn bij de verdere versterking van de regionale zorg. De Wildt ziet hiervoor twee scenario’s. Het eerste is de lijn die de afgelopen jaren is gevolgd, waarin de huisarts de regisseursfunctie vervult en de eerstelijnspartijen hun gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen. Het tweede scenario gaat uit van de stelling dat de eerste lijn zijn organisatiekracht niet waarmaakt en dat de organisatie dus beter bij de ziekenhuizen kan worden belegd. “Zij hebben de organisatiekracht wél en ze hebben de ICT”, zei De Wildt. “De huisartsen zouden onder hun regie kunnen gaan werken.” Maar hij liet er geen misverstand over bestaan dit een slecht plan te vinden.

Voorbeelden

Portavita belegde het seminar omdat het ook ziet dat de ontwikkeling van de eerste lijn op een kruispunt staat en dat versterking van de samenwerking nodig is. “Wij hebben de basisarchitectuur en zullen die aanzienlijk uitbouwen om daarin een belangrijke rol te spelen”, zei director sales Aloys Langemeyer. Wat volgde, waren drie bijdragen die duidelijk maakten hoe die rol eruit kan zien en hoe daarmee de eerste lijn daadwerkelijk kan worden versterkt.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

De publieke sector in een veranderende wereld

Veranderende verwachtingen in de maatschappij, bezuinigingen, aangepaste wet- en regelgeving, marktwerking en een terugtredende overheid: het zijn turbulente tijden voor organisaties in de publieke sector. Tijdens het BDO Publieke Sector Congres besteden we hier, tijdens plenaire sessies en workshops, uitgebreid aandacht aan.

Schrijf u nu in en kom op 22 september naar TivoliVredenburg voor een dag vol inzichten, inspiratie en het uitwisselen van ervaring met sectorgenoten.

Klik hier voor meer informatie over dit congres.