Krachtige basiszorg nu in alle vier de grote steden

De integrale aanpak van Krachtige basiszorg wérkt. Het leidt tot een duurzame verbetering van de kwaliteit van de zorg. Daarom gaan tien huisartsenpraktijken met hun partners deze wijze van samenwerken ook invoeren in achterstandswijken van de vier grote steden, met steun van de Achterstandsfondsen, CZ en Zilveren Kruis.

Het eerstelijnssamenwerkingsverband Overvecht Gezond en de Buurtteamorganisatie Sociaal hebben Krachtige basiszorg ontwikkeld en geïmplementeerd in de Utrechtse wijk Overvecht. Het is een andere manier van kijken naar patiënten en ook de zorg anders organiseren.
Professionals krijgen met hulp van het 4D-model zicht op klachten en bespreken deze met hun patiënten. Dit model gaat uit van vier domeinen: lichaam, geest, sociaal en maatschappelijk, en hun onderlinge relatie. Het legt een relatie met hoe iemand zich voelt.

Samen met sociale domein
Francine Francke is directeur van Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost (GAZO) en lid van de initiatiefgroep van Krachtige basiszorg in de G4, een samenwerkingsverband van alle deelnemende locaties. “Krachtige basiszorg is het sterke antwoord op de complexe problemen op meerdere terreinen die patiënten in achterstandswijken hebben”, zegt zij. “Deze problemen vereisen een integrale aanpak. Vooral de samenwerking met het sociaal domein is van belang.”

Voordelen
Francke legt uit: “Zorgverleners krijgen meer tijd voor hun patiënt, zodat ze goed in kaart kunnen brengen wat er aan de hand is. Als dat nodig is, kan een warme overdracht plaatsvinden naar het welzijn of de ggz. Voor zorgverleners betekent dit dat ze meer grip op de problemen krijgen, het gevoel hebben dat ze echt goede hulp kunnen bieden en samen verantwoordelijkheid nemen. Dat verlicht hun werklast en vergroot hun werkplezier. En patiënten worden er beter van. Onderzoek wijst uit dat ze ook tevredener zijn.”

Huisartsen hebben de extra tijd per patiënt echt nodig, benadrukt Francke. “Ook het opbouwen en onderhouden van goede contacten met het sociaal domein vergt tijd, zodat warme verwijzingen en afstemming soepel verlopen. Het is ook belangrijk dat huisartsen kunnen overleggen met het sociaal domein, om bijvoorbeeld te bespreken wat nodig is in de wijk.”

Landelijke oplossing financiering
De uitbreiding van Krachtige basiszorg gaat gepaard met de komst van een platform om ervaringen te delen. Verder wordt gezocht naar structurele financiering.

Auteur: Corina de Feijter

Download hier het hele artikel

Regionale samenwerking bij zorg kwetsbare ouderen

Dat netwerkzorg juist voor kwetsbare ouderen belangrijk is, daarover is intussen iedereen het eens. De vraag is: hoe krijg je het van de grond? ZonMw organiseerde een conferentie over dit thema. “Uiteindelijk gaat het om vertrouwen.”

Kwetsbare, thuiswonende ouderen hebben vaak een waaier aan professionals om zich heen: wijkverpleegkundigen, casemanagers, ergotherapeuten, POH’s, huisartsen, begeleiders en wijkcoaches. Dat leidt ertoe dat niet alleen ouderen, maar ook zorgverleners soms niet meer weten wie bij een cliënt betrokken is. De oplossing heet netwerkzorg, oftewel professionals die binnen een regionale samenwerking hun zorg op elkaar afstemmen.

Tijdens de ZonMw-conferentie Netwerkzorg voor kwetsbare ouderen in maart waren er dan ook vertegenwoordigers aanwezig uit alle sectoren: onderzoekers, beleidsmedewerkers, gemeentebestuurders, zorgorganisaties en zorgverzekeraars.

Leer elkaar kennen
Over de vraag hoe je netwerkzorg succesvol aanpakt, werd binnen het Radboudumc-project DementieNet veel kennis opgedaan. In vijf jaar tijd startten dertig lokale zorgnetwerken. Onderdeel van het project is het trainen van lokale trekkers in leiderschap.

Een van de succesfactoren, vertelden de betrokkenen tijdens de conferentie, is het elkaar leren kennen. Waar zorgverleners van verschillende zorgorganisaties elkaar aanvankelijk als concurrenten zien, worden zij in de loop der tijd steeds meer collega’s. “Omdat het niet meevalt om de drukbezette zorgverleners bij elkaar te krijgen, kunnen trekkers het best beginnen vanuit individuele casussen”, zegt huisarts Marieke Perry (Radboudumc), als senior onderzoeker verbonden aan DementieNet. “Samenwerken begint met inzoomen op één cliënt, en van daaruit samen kijken wat beter kan. Begin klein, met de praktijk van alledag.”

Vertrouwen
Een ander voorbeeldproject is Samen14, waarin zorgverzekeraar Menzis samenwerkt met GGD Twente en veertien Twentse gemeenten. Het afstemmingsproces nam enkele jaren in beslag. Vertrouwen is het sleutelwoord, vertelt regiosecretaris Elise Hol. “Dat is niet in één dag geregeld, maar uiteindelijk beseffen bestuurders en beleidsmakers dat ze allebei belang hebben bij samenwerking. Als de één aan een knop draait, voelt de ander dat ook.”

Het verslag van de ZonMw-conferentie Netwerkzorg voor kwetsbare ouderen is te lezen op de website van www.zonmw.nl/netwerkzorg’.

Auteur Annette Wiesman
Foto: Sannaz Moghaddam

Artikel in samenwerking met ZonMw.

Download hier het hele artikel.

De meerwaarde van samenwerking met partners buiten de huisartsenpraktijk

Als zorgverleners in de huisartspraktijk patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden beter in beeld hebben en hun communicatie op hen afstemmen, blijkt dat ze elkaar beter begrijpen. Dan worden eventuele andere problemen ook beter zichtbaar, zoals sociale problemen gerelateerd aan financiën, wonen en werk en de bijbehorende stress. Samenwerking met partners buiten de huisartsenpraktijk is daarom belangrijk.

Sinds de transities in 2015 heeft de gemeente een belangrijke rol bij het vormgeven van goede preventie en zorg in de wijk. Dit vraagt om een samenwerking in de wijk tussen het medische en sociale domein. Dit kan bijdragen aan effectievere verwijzing naar activiteiten en aanbod buiten de zorg bij patiënten met complexe problematiek. Het kan veel tijd schelen van de huisarts, de POH-somatiek (bijvoorbeeld bij leefstijlproblematiek) en de POH-ggz (bijvoorbeeld bij sociale problemen als oorzaak van psychische klachten) wanneer patiënten eerder de juiste ondersteuning krijgen bij achterliggende problematiek.

Grote uitdaging
Vooral nu de druk op de huisartsenzorg toeneemt, is enerzijds ruimte nodig voor andere gespreksvoering, met soms meer tijd voor de patiënt, maar daardoor betere zorg en een aanbod op maat. Anderzijds is duidelijke rolverheldering en taakafbakening nodig: wat doet de huisarts zelf en wanneer is verwijzen op zijn plaats? Dat is een grote uitdaging. De huisarts heeft een belangrijke rol als spil in de wijk, maar staat niet alleen (‘NHG-Praktijkhandleiding Samenwerken aan gezondheid in de wijk. Gezondere patiënten, niet alleen úw zorg’ door De Wit e.a., 2018). Die samenwerking in de wijk krijgt op verschillende manieren vorm.

Op zoek
Met zorgverleners en patiënten uit de praktijken Hoograven (Utrecht), Malburgen (Arnhem) en Terwinselen (Kerkrade) – alle in een wijk met veel mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden – gingen Vilans en Pharos op zoek naar wat er nodig is in de zorg, welke behoeften er onder de patiënten leven en welke samenwerkingspartners daarbij nodig zijn.

Best passend
De voorbeelden in deze praktijken laten zien dat samenwerking in de wijk op verschillende manieren en met verschillende partners vorm krijgt. Door te achterhalen waarom bepaalde patiënten steeds terugkomen en de behandeling bij hen niet aanslaat, gecombineerd met samenwerken met andere partners in de wijk en het kennen van elkaars aanbod, kunnen patiënten beter verwezen worden naar de best passende zorg en ondersteuning.

Zorgverleners ervaren dat dat deze partners van meerwaarde kan zijn. “Eindelijk hebben we deze patiënten iets te bieden. Dit vraagt geen extra tijd, wel een andere manier van werken”, aldus een huisarts en fysiotherapeut.

Auteurs: Jeanny Engels (Vilans), Karen Hosper (Pharos), Hester van Bommel (Pharos)

Artikel in samenwerking met Vilans en Pharos, kennispartners van De Eerstelijns.

Download hier het hele artikel.

Tilburg-Noord vaart wel bij wijkgericht werken

Een ingewikkelde patiëntengroep, hoge werkdruk en weinig samenwerking in de wijk. Tilburg-Noord was voor huisartsen niet bepaald aantrekkelijk. Sinds de invoering van wijkmanagement is dat veranderd. Patiënt en huisarts varen er wel bij en iedereen is enthousiast. Wijkgericht werken heeft zich hier bewezen. 

Het kriebelde bij arts Maatschappij & Gezondheid (M&G) Frans van Muilwijk. Al heel wat jaren was hij als directeur van Gezondheidscentrum Reeshof succesvol bezig met het samenbrengen van zorg en welzijn in ‘zijn’ wijk Reeshof, aan de westkant van de stad. Met dank aan de GEZ-financiering. “Andere wijken in Tilburg kregen die gelden niet, omdat ze geen gezondheidscentrum hebben. Heel raar, want vooral in sociaal zwakke wijken kan de methodiek van wijkmanagement veel betekenen. Ik wilde dat graag ergens uitproberen.”

Niet medicaliseren
Vier huisartsenpraktijken in Tilburg-Noord durfden het aan en gingen in 2017 van start met het project ‘wijkgericht werken’. Een tweejarige subsidie van Versterking Eerstelijn Zuid-Nederland (VEZN) maakte de aanstelling van projectleider Ellen Struijcken mogelijk. Een projectgroep met een afvaardiging van de huisartsen ging de uitvoering ondersteunen. De centrale aansturing was in handen van een stuurgroep.

Een van de leden is Theo Bisschops, directeur van zorggroep RCH Midden-Brabant. “Een belangrijk doel van het project was meer verbinding maken met andere zorgverleners in de wijk. En met het sociaal domein, want waar mogelijk willen we niet medicaliseren. Daar heb je netwerken voor nodig en iemand die overzicht heeft en wijkgerichte acties in gang kan zetten. Ellen heeft dat geweldig gedaan, met Frans als ‘oliemannetje’ op de achtergrond.”

Juiste zorg voor juiste patiënt
Huisarts Carine Huizenga knikt. “Wij worstelden met kwetsbare patiënten die continu terugkwamen op het spreekuur of over wie we zorgelijke signalen kregen van de thuiszorg, de politie of het consultatiebureau. Ellen heeft eerst een goede inventarisatie gemaakt van de knelpunten en met ons besproken waar we aan wilden werken. Daarna zijn doelen opgesteld. Na ruim twee jaar is de samenhang tussen zowel de huisartsenparktijken onderling als met partners in de wijk sterk toegenomen. We kennen elkaar, werken nauwer samen, kunnen elkaar makkelijker vinden. Daardoor lukt het veel beter om de juiste zorg voor de juiste patiënt te organiseren.”

Auteur José van der Waerden

Download hier het hele artikel.

De huisartsenzorg in een plattelandsgemeente in 2049

Gemeenten en huisartsen gaan zich ontwikkelen tot natuurlijke samenwerkingspartners. In landelijke gebieden bijvoorbeeld zal gemeentelijke financiering het zorgaanbod in huisartsenpraktijken versterken en zo voorzieningen in de buurt houden. Dat verwacht Cees van den Bos, wethouder in de gemeente Schouwen-Duiveland. Hij schreef er een column over voor De Eerstelijns.

Schouwen-Duiveland over dertig jaar? Huisartsen, ziekenhuis en gemeente werken dan nauw samen. Dit is te danken aan de regisserende functie van de gemeente, althans zo voorzie ik het.

Gemeenten hebben tegen die tijd nieuwe taken op hun bordje hebben gekregen. Ook taken die een meer medisch karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan verpleging en verzorging, maar mogelijk ook aan de ggz. Mede om die reden zien gemeenten en huisartsen elkaar straks echt als samenwerkingspartners. Men kent elkaar door en door. Ook persoonlijk. Men weet precies wie wat te bieden heeft. Gemeenten trekken financiële middelen uit om het zorgaanbod in huisartsenpraktijken te versterken en zo voorzieningen in de buurt te houden.

Meer taken POH’s

Een niet onbelangrijk deel van de vragen die in 2019 nog bij de huisarts komen, wordt na het eerste consult direct doorgeleid naar POH’s. Zij worden gefinancierd door zorgverzekeraar/zorgkantoor en gemeente, waar niet-medische, meer sociale hulpvragen worden afgehandeld. Op het gebied van ggz, waar gemeenten straks ook meer taken hebben gekregen, is er een soortgelijke samenwerking. De ziekenhuiszorg haakt aan bij deze samenwerking. De ziekenhuiszorg haakt aan bij deze samenwerking. In Schouwen- Duiveland bijvoorbeeld is er over dertig jaar nog steeds een polikliniek, maar die werkt nauwer samen met de huisartsen dan nu. Moeilijke casussen worden in een veel eerder stadium besproken. Na een aantal pilots te hebben gedraaid, handelen huisartsen zelf meer complexere zorgvragen af. Doordat de huisartsen qua huisvesting meer gecentraliseerd zijn en de ‘sociale vragen’ meer worden afgevangen, is er ook meer specialisatie mogelijk.

Download hier de column van de wethouder.

 

Vitaal Vechtdal: regionaal netwerk zet bewoners aan tot betere leefstijl

Vitaal Vechtdal helpt bewoners gezonde keuzen te maken. Dit regionale netwerk van Overijsselse organisaties heeft onlangs een subsidie voor drie jaar gekregen van het ministerie van VWS. Het is een vergoeding voor een deel van de samenwerkingskosten om een gezonde leefstijl bij burgers te bevorderen.

VWS wil met deze tegemoetkoming, de zogenoemde Preventiecoalitie, een structurele samenwerking aanwakkeren tussen zorgverzekeraar, gemeenten en netwerken zoals Vitaal Vechtdal. Zilveren Kruis heeft samen met Ommen, Hardenberg en Vitaal Vechtdal de aanvraag ingediend.

Zorgorganisaties, gemeenten, verenigingen en maatschappelijke instellingen, aangesloten in Vitaal Vechtdal, hebben sinds 2013 een beweging in gang gezet die bewoners stimuleert aan hun gezondheid en welzijn te werken. Ze leggen het accent op voorkomen dat je ziek wordt. Het is bijzonder: zoveel partijen die meedoen en samen werken aan een gezonde en vitale regio. Er is sprake van een publieke en private samenwerking en een sterke, lokale gemeenschap. Dat versterkt elkaar en het barst van de activiteiten.

Nieuwe tak van sport

Ko Scheele is wethouder in Ommen. Hij vertelt: “Eerste, tweede, nulde lijn, gemeenten en verzekeraars vormen hier al een aantal jaren een sterke combinatie. We richten ons op verbeteren, vernieuwen en versoberen. Vanuit het ziekenhuis zijn bedden naar de eerste lijn gegaan. Het medisch en sociaal domein zijn meer met elkaar verbonden. Zorg en welzijn kennen elkaar, het is klein en overzichtelijk. Dankzij de infrastuctuur verloopt het min of meer natuurlijk. Voor de gemeente is deze samenwerking wel een nieuwe tak van sport.”.

Huisarts Paul Habets: “Het ontbrak ons aan middelen om preventie goed op de kaart te zetten. Deze subsidie stelt ons in staat een groter aanbod te ontwikkelen om een gezonde leefstijl verder mogelijk te maken.”

Schoolkantines

Vitaal Vechtdal richt zich op de thema’s Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding, Ontspanning en Welzijn (BRAVO). Bevordering van een gezonde leefstijl is een gezamenlijke aanpak die thuis, op school, bij sportverenigingen en op het werkt dient plaats te vinden. Scheele: “We proberen bijvoorbeeld mensen aantrekkelijke alternatieven aan te bieden in de sport- en schoolkantines.”

Habets: “Als je mensen kunt verleiden tot ongezonde keuzen, kun je volgens mij ook het omgekeerde doen.”

Auteur: Corina de Feijter

Download hier het hele artikel

POH-GGZ Jeugd in Midden-Brabant

Overal in Nederland ontstaan samenwerkingen tussen gemeenten en huisartsen rondom jeugdproblematiek, meestal in de vorm van een POH-GGZ Jeugd. De samenwerking wordt op verschillende manieren ingericht. Iedere vorm heeft voor- en nadelen. Ook landelijk is er nog geen eenduidig beleid. In Midden-Brabant ontwikkelde PRO-RCH in samenwerking met onder andere de gemeente Tilburg en zorgverzekeraar CZ een succesvolle aanpak.

“Er is een interessante werkwijze en businesscase tot stand gebracht”, zo stelt Rudolf Keijzer, directeur PRO-RCH en PRO Praktijksteun. “Er is een bewezen samenwerking ontstaan, waarover de patiënt, huisarts, POH-GGZ Jeugd en ook de gemeente en zorgverzekeraar zeer positief zijn, zowel inhoudelijk als financieel.”

Zorgprogramma

In Midden-Brabant draait al een zorgprogramma GGZ via PRO-RCH (een samenwerking tussen PRO Praktijksteun en Zorggroep RCH). “Binnen dit zorgprogramma wordt gewerkt vanuit een regionale visie, waarin huisarts, POH-GGZ en de basis GGZ zorg leveren vanuit één gezamenlijke netwerkorganisatie”, vertelt Keijzer. “Vanuit de netwerkorganisatie draaien we verschillende pilots, die allen de samenwerking bevorderen. Een goed voorbeeld hiervan is de POH-GGZ Jeugd.”

Pilot

De pilot POH-GGZ Jeugd heeft twee doelen: psychische of psychosociale problematieken bij jeugdigen tijdig signaleren én de samenwerking verbeteren tussen de huisartsenzorg, jeugdartsen, GGZ en voorzieningen in het sociaal domein. Hiermee wordt beoogd dat zorg voor jeugdigen dichtbij en snel geboden kan worden en worden onnodige doorverwijzingen naar de basis en specialistische GGZ voorkomen. Gezien de regionale en landelijke ervaringen, waren alle partijen bij aanvang van de pilot al overtuigd van de toegevoegde waarde van de POH-GGZ Jeugd. Er is dan ook vooral onderzocht hoe dit ingezet kan worden op een passende wijze zonder dat dit extra taken of kosten meebrengt. Myra Lennarts, beleidsontwikkelaar zorg Gemeente Tilburg: “We zagen kansen om het aanbod aan jeugd- en opvoedhulp, dat al beschikbaar is vanuit de gemeente, meer inzichtelijk en toegankelijk te maken voor de huisartsen(zorg), onder andere door de inzet van de POH-GGZ Jeugd in de praktijk.” Casper Besters, zorginkoper huisartsenzorg CZ, vult aan: “Een belangrijke meerwaarde van deze POH-GGZ Jeugd is de verbinding tussen de huisartsenzorg en het sociaal domein. Een jeugdige kan nu geholpen worden met alles waar diegene in het dagelijkse leven tegenaan loopt.”

Model

In deze pilot is gekozen om te financieren vanuit de Zorgverzekeringswet (50 procent) en de Jeugdwet (50 procent). “Door de pilot op deze vorm te financieren vallen de jeugdigen niet meer tussen wal en schip”, vertelt Keijzer. “Op zowel inhoud als financiën wordt samengewerkt vanuit het model dat de LHV in 2016 als ‘Praktijkkaart Jeugd’ publiceerde.” Dit model is vertaald naar de praktijk.

Auteurs: Wiesje van Woerkum, Marieke Couwenberg

Download hier  het artikel.

Programma Precies! voor kwetsbare ouderen in Eindhoven

Geen bestuurlijke drukte, maar doen. Het programma Precies! ‘De juiste zorg voor mij’ kenmerkt zich door pragmatisch denken en werken. Dat moet ook want op de korte termijn zijn oplossingen nodig om het zo lang mogelijk thuis wonen voor kwetsbare ouderen ook op langere termijn veilig te stellen.

In de regio Eindhoven lopen professionals in de zorg en het sociaal domein tegen diverse knelpunten aan. Onvoldoende personeel en bedden, niet weten wat de ander te bieden heeft, vaak geen gezamenlijk zorgplan over domeinen heen en te veel reactief handelen. “Iedereen ziet in zijn organisatie het water tot aan de lippen staan. We hebben soms te maken met schrijnende en complexe situaties rond ouderen. Vooral het personeelstekort speelt ons parten. Ook de vergrijzing en het stijgend aantal mensen met dementie maken de urgentie groot om samen te zoeken naar oplossingen. Daarnaast was de griepepidemie van vorig jaar een trigger. Het is niet meer ieder voor zich”, verklaart Ellen Huijbers, huisarts en medisch directeur van Zorggroep DOH.

Het is een ambitieus programma, erkent Colette de Vries, programmadirecteur. “Maar we moeten ambities hebben om de problemen waar we nu in onze regio mee kampen, samen op te lossen. Deze problemen zullen alleen maar verergeren. Alle partijen voelen de urgentie, delen de visie en zien het gezamenlijk belang.”

Pragmatische aanpak

Ruim twintig samenwerkingspartners kwamen in het bestuurlijk overleg tot de conclusie: we moeten echt andere dingen gaan doen en het samen anders organiseren. Zij willen mogelijk maken dat kwetsbare ouderen veilig thuis kunnen blijven wonen. Thuis als het kan en elders waar het moet. De financiering is nog een heikel punt. CZ heeft een deel financiering toegezegd, met VGZ worden gesprekken gevoerd.

Er zijn acht speerpunten bepaald op basis van de grootste knelpunten in de reis van de cliënt. Dat varieert van heel praktische punten, zoals een placemat met het (in)formeel netwerk en afname registratielast tot een ‘white label’ loket/portaal voor alle vragen over zorg en welzijn, en acute overbruggingshulp en tijdelijke bedden. Rond elk speerpunt is een project gevormd, met een projectleider. Professionals en cliënt(vertegenwoordigers) zijn betrokken. Daarboven functioneert een programmadirecteur. Verantwoording wordt afgelegd aan het al bestaande bestuurlijk overleg. De Vries: “We houden de projecten klein, zodat we meters kunnen maken. Gaandeweg werken we aan verbetering. Binnen een jaar moeten we resultaten opleveren.”

Vier pijlers

Het programma kent vier pijlers: patiëntgedreven (patiënt en mantelzorger worden erbij betrokken), pragmatisch doen met korte lijnen, professional proof (oplossingen moeten het werk gemakkelijker en efficiënter maken) en de positieve flow koesteren.

Auteur: Corina de Feijter

Download hier het artikel.

Publiekscampagne nodigt uit tot goed gesprek met de huisarts

De publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ is erop gericht patiënten uit te nodigen om van zich te laten horen in de spreekkamer, om zo samen beslissen in de huisartsenpraktijk te bevorderen. Drie goede vragen helpen de patiënt in de voorbereiding om daadwerkelijk tot een goed gesprek te komen, resulterend in een behandeladvies dat aansluit op zijn persoonlijke situatie.

“Patiënten ervaren nog steeds te weinig ruimte voor het voeren van het goede gesprek”, zegt Anouk Knops, projectleider samen beslissen bij Patiëntenfederatie Nederland. “Een vrachtwagenchauffeur hoort graag of er alternatieven zijn voor medicatie die zijn rijgedrag beïnvloedt. En een advies tot opname sluit voor een alleenstaande moeder niet aan bij haar leefsituatie. Dergelijke zaken verander je niet met alleen maar met een campagne, maar het begint wel met bewustwording aan beide zijden.”

En dat is precies wat de publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ beoogt. De campagne is een samenwerking tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging, het Nederlands Huisartsen Genootschap, InEen, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland en de Patiëntenfederatie. In de campagne wordt de patiënt niet alleen uitgenodigd om van zich te laten horen in de spreekkamer, hij wordt ook ondersteund om dit goed voor te bereiden. Hiervoor wordt het hulpmiddel ‘Drie goede vragen’ aangereikt. Die vragen zijn: Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voor- en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent het in mijn situatie?

Enthousiaste koploper

OCE Nijmegen, een zorggroep-dochter van Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN) was direct enthousiast om met de campagne aan de slag te gaan. “We zijn binnen onze organisatie al jaren bezig met persoonsgerichte zorg”, vertelt projectleider Mayke van der Hoff. “Op basis van het model Huis voor persoonsgerichte zorg van Vilans bieden wij op meerdere deelgebieden interventies die persoonsgerichte zorg in de huisartsenpraktijk ondersteunen. Een van de deelgebieden is ‘de goed geïnformeerde patiënt’, waarbinnen de interventies erop gericht zijn de patiënt door goede informatie ruimte te geven om mee te beslissen over zijn behandelopties.”

De campagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ sluit daar volgens Van der Hoff goed op aan. “Alle interventies die we aan de bij ons aangesloten huisartsenpraktijken aanbieden versterken elkaar”, zegt ze. “Wat dit nieuwe product zo mooi maakt, is dat het een combinatie biedt van de coachende rol van de professional en de juiste vragen voor de patiënt om het goede gesprek goed voor te bereiden.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Vergeet de mond van kwetsbare ouderen niet

Goede mondzorg is voor ouderen erg belangrijk. Praktijkondersteuners en de thuiszorg kunnen goed screenen of een afspraak bij een mondzorgverlener nodig is. Het gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen doet mee aan een onderzoek waarbij mondgezondheid in de vroegsignalering van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen is opgenomen. Kan de toevoeging van gegevens over mondgezondheid de kwetsbaarheid van ouderen nauwkeuriger voorspellen?

Met een gezonde en frisse mond kunnen ouderen goed kauwen en onder de mensen zijn. Er is ook een relatie met de algemene gezondheid: een oudere die nog goed kan kauwen, krijgt gezonde voeding binnen. Daar komt bij dat een slechte mondgezondheid het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en longontsteking vergroot. “Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder zegt dat bewegen belangrijk is voor ons brein, dat gaat daardoor beter werken.  Kauwen is ook bewegen en beïnvloedt onze hersenen en cognitieve functies op een positieve manier”, legt tandarts-geriatrie Claar Wierink uit.

Screeningsinstrument thuiszorg

Wierink is betrokken bij het project ‘De mond niet vergeten’ (www.demondnietvergeten.nl). Dat heeft als doel ouderen bewust te maken van een goede mondgezondheid en een netwerk rondom ouderen te creëren om samen de mondzorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Voor de thuiszorg is een screeningsinstrument ontwikkeld en er is aandacht voor goede mondhygiëne in de (na)scholing. Ook onder wijkverpleegkundigen en huisartsen komt er aandacht voor dit onderwerp, constateert Wierink. “Praktijkondersteuners ouderenzorg en diabetes werken heel praktisch met kwetsbare ouderen en kunnen het screenen op mondgezondheidsproblemen goed meenemen in hun werkwijze.”

Kwetsbaarheid opsporen

Babette Everaars, junior researcher bij het Lectoraat Innovaties in de preventieve zorg van de Hogeschool Utrecht, doet in gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen promotieonderzoek naar de rol van mondgezondheid in het voorspelen van kwetsbaarheid bij ouderen. Dit onderzoek komt voort uit het project Om U. Met Om U stellen huisartsen en de praktijkverpleegkundige een zorgplan op, nadat een kwetsbaarheidsscreening heeft vastgesteld welke ouderen daar behoefte aan hebben.

“In het kader van het PRIMa mond CARE onderzoek hebben we twee vragen over mondgezondheid aan de screening toegevoegd”, zegt Everaars. Daarnaast worden de uitkomsten van routine zorgdata gekoppeld aan tandartsgegevens. Komt een oudere nog op controle? Was er sprake van een spoedconsult? “De vraag is nu of we door de toevoeging van deze gegevens nauwkeuriger kunnen voorspellen of iemand kwetsbaar zal worden. Zo ja, dan kunnen we daar een model voor maken en de vroegtijdige opsporing van kwetsbare ouderen verbeteren.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier: