Vergeet de mond van kwetsbare ouderen niet

Goede mondzorg is voor ouderen erg belangrijk. Praktijkondersteuners en de thuiszorg kunnen goed screenen of een afspraak bij een mondzorgverlener nodig is. Het gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen doet mee aan een onderzoek waarbij mondgezondheid in de vroegsignalering van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen is opgenomen. Kan de toevoeging van gegevens over mondgezondheid de kwetsbaarheid van ouderen nauwkeuriger voorspellen?

Met een gezonde en frisse mond kunnen ouderen goed kauwen en onder de mensen zijn. Er is ook een relatie met de algemene gezondheid: een oudere die nog goed kan kauwen, krijgt gezonde voeding binnen. Daar komt bij dat een slechte mondgezondheid het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en longontsteking vergroot. “Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder zegt dat bewegen belangrijk is voor ons brein, dat gaat daardoor beter werken.  Kauwen is ook bewegen en beïnvloedt onze hersenen en cognitieve functies op een positieve manier”, legt tandarts-geriatrie Claar Wierink uit.

Screeningsinstrument thuiszorg

Wierink is betrokken bij het project ‘De mond niet vergeten’ (www.demondnietvergeten.nl). Dat heeft als doel ouderen bewust te maken van een goede mondgezondheid en een netwerk rondom ouderen te creëren om samen de mondzorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Voor de thuiszorg is een screeningsinstrument ontwikkeld en er is aandacht voor goede mondhygiëne in de (na)scholing. Ook onder wijkverpleegkundigen en huisartsen komt er aandacht voor dit onderwerp, constateert Wierink. “Praktijkondersteuners ouderenzorg en diabetes werken heel praktisch met kwetsbare ouderen en kunnen het screenen op mondgezondheidsproblemen goed meenemen in hun werkwijze.”

Kwetsbaarheid opsporen

Babette Everaars, junior researcher bij het Lectoraat Innovaties in de preventieve zorg van de Hogeschool Utrecht, doet in gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen promotieonderzoek naar de rol van mondgezondheid in het voorspelen van kwetsbaarheid bij ouderen. Dit onderzoek komt voort uit het project Om U. Met Om U stellen huisartsen en de praktijkverpleegkundige een zorgplan op, nadat een kwetsbaarheidsscreening heeft vastgesteld welke ouderen daar behoefte aan hebben.

“In het kader van het PRIMa mond CARE onderzoek hebben we twee vragen over mondgezondheid aan de screening toegevoegd”, zegt Everaars. Daarnaast worden de uitkomsten van routine zorgdata gekoppeld aan tandartsgegevens. Komt een oudere nog op controle? Was er sprake van een spoedconsult? “De vraag is nu of we door de toevoeging van deze gegevens nauwkeuriger kunnen voorspellen of iemand kwetsbaar zal worden. Zo ja, dan kunnen we daar een model voor maken en de vroegtijdige opsporing van kwetsbare ouderen verbeteren.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Alert op dementie bij oudere migrant

In 2030 heeft één op de drie ouderen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam een niet-westerse achtergrond. Een kwetsbare en bescheiden groep die niet snel om hulp zal vragen. Zeker niet wanneer het om dementie gaat. “We kunnen door alert te zijn en samen te werken in de eerste lijn veel leed voorkomen.”

De Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland zijn gekomen, zijn in snel tempo aan het vergrijzen. Diabetes, hart- en vaatziekten, eenzaamheid en depressie komen juist bij deze groep vaker voor. “Precies de risicofactoren voor dementie”, stelt Jennifer van den Broeke, projectleider Ouderen en Gezondheid bij Pharos. Het aantal migrantenouderen met dementie in Nederland stijgt de komende jaren twee keer zo snel als de autochtone groep met dementie. Toch wordt de ziekte bij deze groep vaak pas in een vergevorderd stadium geconstateerd.

Gewoon de ouderdom

“Een oudere migrant stapt niet snel naar de huisarts met klachten over vergeetachtigheid”, verklaart Van den Broeke. “Dit hoort gewoon bij de ouderdom, is de gedachte. En wanneer iemand slecht uit zijn woorden komt, wordt dat vaak automatisch gewijd aan het feit dat de patiënt de Nederlandse taal niet goed beheerst.”

Daar komt bij dat de kinderen van oudere migranten vaak al veel taken overnemen. “Koken doet de dochter bijvoorbeeld al jaren. Ouders worden echt in de watten gelegd. Het valt hierdoor niet snel op wanneer vader of moeder zelf iets niet meer kan.” Door het gebrek aan kennis over dementie is de schaamte over het gedrag van vader of moeder groot. Mantelzorgers trekken pas aan de bel wanneer het echt niet meer gaat.

Onderdiagnostiek

Dit verklaart waarom dementie bij oudere migranten in de spreekkamer niet snel boven tafel komt. Met alle gevolgen van dien. De patiënt krijgt te laat de passende zorg die de gevolgen van dementie kan verzachten of vertragen en ook mantelzorgers hebben het zwaar. “Zo kan het gebeuren dat een dochter zoveel tijd kwijt is met de zorg voor haar moeder, dat ze zelf haar baan op moet zeggen. Dit kan weer leiden tot financiële zorgen en spanningen binnen haar eigen gezin”, schetst programmamanager Ouderen, Chandra Verstappen.

Gezien de groeiende problematiek – in 2030 is één op de drie ouderen in de grote steden van niet-westerse afkomst – heeft Pharos cultuursensitieve dementiezorg tot een van de speerpunten van 2018 gemaakt. Meer kennis, bewustwording en samenwerking in de wijk kan een hoop leed voorkomen.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Blue zones inspiratiebron voor behandeling dementie

Een betere levenskwaliteit voor mensen met dementie? Zorgverleners in de eerste lijn kunnen zich laten inspireren door de kenmerken van de vijf zogeheten ‘blue zones’. Dit zijn gebieden waar mensen gemiddeld een hogere leeftijd bereiken en ook langer verschoond blijven van gezondheidsproblemen dan in de rest van de wereld.

“Wie de zorg heeft over iemand met dementie, moet kwaliteit van leven plaatsen op plek één, twee en drie.” Dat zegt ouderenpsycholoog Frans Hoogeveen. Hij heeft zelf met mensen met dementie te maken bij Florence, een Haagse organisatie die zowel intramurale zorg als thuiszorg levert. Tijdens zijn periode als lector Psychogeriatrie aan de Haagse Hogeschool, tussen 2009 en 2017, boog Hoogeveen zich over verbetering van levenskwaliteit bij dementie. Hij is ervan overtuigd dat hierbij lessen zijn te trekken uit de blauwe zones. “Aan dementie liggen verschillende factoren ten grondslag”, legt hij uit. “Stel, jij hebt erfelijke aanleg voor dementie op oudere leeftijd, dan kan je het moment met de juiste levensstijl misschien een aantal jaren uitstellen. De blauwe zones bieden een recept voor een hoge levensverwachting en meer gezonde jaren. We kunnen hiermee ons voordeel doen, ook op het vlak van dementie.”

Wijs

Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat mensen met dementie dezelfde zaken belangrijk vinden als mensen zonder dementie: relaties met naasten, zingeving en eigen regievoering. “In al deze factoren wordt voorzien in de blauwe zones”, vertelt Hoogeveen. Naast gezond – veelal plantaardig – eten en bewegen, is zingeving een belangrijke component van het leven in de blauwe zones. Ouderen worden niet vergeetachtig, maar wijs gevonden. En ze blijven aan het werk. Maar het meest interessant vindt Hoogeveen de sociale factor. “Als je de mensen bij je houdt die je dierbaar zijn, met wie je zaken onderneemt en die jou steunen, blijkt dat levensverlengend te zijn en de gezondheid te bevorderen.”

De hele mens

Hoe kunnen we succesfactoren uit de blauwe zones vertalen naar de eerstelijnszorg? “Kijk naar de héle mens. Denk bij de behandeling van dementie niet alleen aan de medische kant, maar ook aan het psychische verhaal en de gevolgen voor iemands sociale leven. Verdiep je in vragen als: hoe was deze persoon voor zijn ziekte, waar was hij goed in, wat bepaalde zijn identiteit? Op basis daarvan kan worden geprobeerd iemand weer in zijn kracht te zetten, wat aansluit bij de factor zingeving.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Creatieve oplossingen voor arbeidsmarktproblematiek in krimpregio’s

Medewerkers die van zorg- en welzijnsonderdeel kunnen ruilen zodra de originele keuze niet blijkt te bevallen in de eerste twee jaar na hun hbo-diplomering. Mogelijke zij-instromers die na een vergeefse sollicitatie niet van de radar verdwijnen, maar worden benaderd wanneer zich elders in de sector een vacature aandient. Met deze en andere creatieve initiatieven gaan krimpregio’s de arbeidsmarktproblematiek te lijf.

Het tekort aan medewerkers is een van de belangrijkste uitdagingen voor iedereen die iets te maken heeft met zorg en welzijn. Als we nu niets doen, dreigt in 2022 een tekort van 100 tot 125 duizend medewerkers. De uitdaging is extra groot in krimpregio’s. Neem de Achterhoek. Als hier geen actie wordt ondernomen, ontstaan in de komende vier jaar 4.400 arbeidsplaatsen waarvoor een zorg- of welzijnsmedewerker wordt gezocht. In Zeeland zouden dat er 1.350 zijn.

Leren op de werkvloer

De Transformatietafel Achterhoek, een overleg tussen onder meer gemeenten, zorgverzekeraars, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgkantoor en onderwijs, bracht onlangs het Regionaal Actieplan Arbeidstekorten Achterhoek in stelling. Een belangrijke actie is vergroting van de opleidingscapaciteit. “We streven ernaar dat studenten zoveel mogelijk kiezen voor leren op de werkvloer, zodat zij direct ervaren wat wordt gevraagd in de praktijk”, zegt Gerard Nederpelt, directeur van werkgeversvereniging WGV Zorg en Welzijn, onder meer actief in de Achterhoek. “Scholen verzorgen ook opleidingen binnen de zorg- en welzijnsinstellingen zelf. Docenten zijn dan optimaal op de hoogte van de actuele kennis- en kundebehoeften in de praktijk.” Dit sluit aan bij de zogeheten wijkleercentra. Nederpelt: “Hier vind je bijvoorbeeld huisartsen, thuiszorg- en ziekenhuismedewerkers en personeel uit de gehandicaptenzorg. In deze praktijkcontext leren studenten van ROC het Graafschap College buitenschools en onder begeleiding van een docent van hun school. Deze constructie is een aantal jaren geleden uit noodzaak geboren: zorginstellingen waren te druk om studenten op te leiden. Maar wat bleek? Het leidt tot zó’n goede aansluiting tussen opleiding en praktijk, dat er nu al twintig wijkleercentra zijn.”

Behouden voor sector

In Zeeland moeten zorg- en welzijnsorganisaties dikwijls met lede ogen aanzien hoe hbo-verpleegkundigen kort na hun diplomering afknappen op hun werk en vervolgens de sector verlaten, verteltdirecteur-bestuurder Monica Roose van ViaZorg. Veertien zorg- en welzijnsorganisaties, dertien gemeenten en twee kennisinstellingen beginnen binnenkort met een proef die de hbo’ers voor de sector moet behouden. Roose: “Na je hbo-diploma kun je vier traineeships van een half jaar doen: binnen GGZ, maatschappelijk werk, gehandicaptenzorg en de jeugdhulp. Ook kun je tijdens het traineeship de vereiste accreditaties behalen. Na de praktijkervaringen maak je je keuze en krijg je gegarandeerd een baan. Met dit initiatief hopen we eveneens hbo’ers van buiten Zeeland te verleiden.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Onno Hoes, voorzitter Schakelteam personen met verward gedrag: “Eerste signalen opvangen in huisartsenpraktijk”

Gemeenten dienen zich te realiseren dat huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners van cruciale betekenis zijn bij vroegtijdige signalering van verward gedrag. Deze professionals kunnen een hulpvraag vaststellen en de persoon begeleiden naar de benodigde deskundigheid. Dat zegt Onno Hoes, voorzitter van het Schakelteam voor personen met verward gedrag.

Alle Nederlandse gemeenten moeten op 1 oktober beschikken over een goed werkende aanpak voor personen met verward gedrag. Het Schakelteam personen met verward gedrag ondersteunt regio’s en gemeenten daarbij in opdracht van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) en de voorzitter van de directieraad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Het tussenbericht dat het Schakelteam in april publiceerde, is niet geruststellend. ‘Over het algemeen constateren we helaas nog regelmatig dat het positieve beeld dat de gemeenten schetsen niet altijd wordt herkend in gesprekken die wij voeren met bijvoorbeeld cliënt- en familieorganisaties, burgemeesters, in de regio’s of met samenwerkingspartners’, lezen we. En: ‘Uit onze gesprekken blijkt ook dat gemaakte plannen vaak nog niet zijn vertaald naar de praktijk en dat structurele afspraken over borging en financiering nog ontbreken.’ In een brief aan de voorzitters en leden van alle nieuwe gemeenteraden doet het Schakelteam een dringend beroep om mensen met verward gedrag de komende jaren niet in de kou te laten staan. Er volgen drie adviezen: investeer in een veilige en inclusieve wijk, verbindt zorg en veiligheid en werk samen en investeer. We vroegen Onno Hoes, voorzitter van het Schakelteam, welke rol eerstelijnszorgverleners kunnen bekleden en waarmee gemeenten hun voordeel zouden moeten doen.

Inclusieve wijk

“Preventie is noodzakelijk om persoonlijk leed te beperken en incidenten te voorkomen. In elke gemeente zouden – naast de wijkagent – voldoende ogen, oren en deskundigheid moeten zijn op het vlak van verwardheid. Huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners, zoals tandartsen, zijn daarvan een goed voorbeeld. Zij zijn cruciaal voor goede preventie en signalering én eventuele begeleiding naar andere deskundigen.”

“Personen met verward gedrag zijn gebaat bij iemand die hen met zachte hand begeleidt naar de benodigde hulp”, vervolgt Hoes. “Ons advies: je kunt je eerste slag slaan op wijkniveau. Het is belangrijk dat gemeenten, eerstelijnszorgverleners en de zogeheten nulde lijn zich hiervan bewust zijn. Naar onze mening kunnen personen met verward gedrag gewoon thuis wonen, maar wel met de noodzakelijke hulp. Daarvoor zijn voldoende en betaalbare plekken nodig voor begeleid/beschermd wonen en een passend aanbod van ondersteuning en zorg. Denk ook aan laagdrempelige voorzieningen en cliënt- en familie-initiatieven die zijn gericht op herstel en participatie. Deze verdienen structurele – financiële – ondersteuning. Essentieel hiervoor is ook een 24/7 bereikbaar advies- en meldpunt waar bezorgde burgers terechtkunnen en van waaruit zo nodig snel de juiste hulp kan worden geregeld. Betrokkenheid van eerstelijnszorgverleners hierbij is belangrijk.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Zet zorg bovenaan de gemeente-agenda

Op 21 maart jongstleden heeft 53 procent van de stemgerechtigden een stem uitgebracht voor de gemeenteraadsverkiezingen. De uitslag is bekend. Wat gaat deze betekenen voor de eerstelijnszorg? De Eerstelijns analyseert.

In 2010 waren de gemeentelijke uitgaven circa € 1.000 per persoon per jaar, in 2016 was dat door de decentralisaties opgelopen tot € 3.300 per jaar. Met de decentralisaties is het zorg- en welzijnsdomein verreweg de grootste uitgavenpost in gemeenten geworden.

Belangrijkste thema’s

Gezien de omvang van de uitgaven lijkt het logisch dat zorg en welzijn een van de belangrijkste onderwerpen van de gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn. Maar niets is minder waar. NRC onderzocht voorafgaand aan de verkiezingen in 335 van de 380 gemeenten welke thema’s het meest naar voren kwamen bij de inwoners van gemeenten. Dat waren wonen, herindeling, bereikbaarheid en energie en afval. Een opvallende uitkomst, waarvoor geen eenduidige verklaring te geven is. Als deze trend ook in de coalitieakkoorden wordt voortgezet, is dat op zijn zachtst gezegd zorgelijk.

Versnippering

In een groot aantal gemeenten is een lokale partij de grootste geworden. De invloed, maar ook de inhoudelijke kennis en ondersteuning van grote landelijke partijen, neemt hiermee steeds verder af. Er ontstaat in gemeenten een versnipperd politiek landschap. Voor de eerstelijnszorg lijkt dit geen goede ontwikkeling. Kennis van zorg, welzijn en jeugdhulp is immers noodzakelijk om op verantwoorde wijze beleid te kunnen maken. Het is te hopen dat de ambtenaren die de afgelopen drie jaar de zorg- en welzijnsdossiers voorbereidden en uitvoerden wel behouden blijven, zodat zij de nieuwe coalitie professioneel kunnen ondersteunen. Wat tegenwerkt, is dat de druk op het systeem verder toeneemt en wethouders eerder scoren met wonen, herindeling, bereikbaarheid, duurzame energie en afvalverwerking.

Voor zorg en welzijn is meer samenwerking en afstemming met zorgverzekeraars nodig. Mensen houden zich immers niet aan de grenzen van wettelijke kaders. Door de enorme versnippering is het voor zorgverzekeraars en zorgkantoren schier onmogelijk om generieke afspraken te maken met gemeenten. Dat gaat de komende vier jaar wringen.

Wat staat u te doen?

Samenwerking tussen eerstelijnszorg en gemeente is noodzakelijk. Nu de verkiezingsuitslag bekend is, worden colleges gevormd en in de meeste gemeenten wordt een coalitieakkoord opgesteld. Het lezen van dat akkoord, het zoeken naar aanknopingspunten in het beleid en het aangaan of hernieuwen van de relatie met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaren is een must voor iedere zichzelf respecterende eerstelijnsorganisatie.

Auteurs: Bianca den Outer, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Erik Dannenberg, Divosa: “Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn”

Wat mankeert onze samenleving dat niet iedereen kan meedoen? Volgens Erik Dannenberg is dat een veel logischer vraag dan de vraag die we in zorg en welzijn gewend zijn te stellen aan mensen die buiten de boot vallen: wat mankeert u? Door de decentralisaties is ruimte ontstaan voor een brede wijkaanpak, die mensen juist aan boord houdt. Lokaal ontstaan veelbelovende initiatieven, maar het verankeren van een ‘inclusieve aanpak’ vereist volgens Dannenberg meer fundamentele veranderingen.

“In de inclusiemaatschappij hoort iedereen erbij, doet iedereen ertoe en doet iedereen mee”, legt hij uit. “Het oude verzekeringsstelsel had het ongewenste neveneffect dat we mensen gingen ‘labelen’ op hun beperking. Doordat we alles benaderen vanuit een soort medische vakjargon, wordt de groep die iets mankeert steeds groter. We zijn doorgeschoten in het plaatsen van mensen in categorale voorzieningen.”

De inclusiemaatschappij is het alternatief voor die categorale aanpak. “De crux daarvan is dat mensen met een beperking gebruikmaken van de eerstelijnszorg in de wijk, reguliere scholen bezoeken en aan de slag gaan bij werkgevers in de buurt en dat zij daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.”

Blikverbreding

Mede dankzij de decentralisaties ziet Dannenberg dit steeds meer gebeuren. “Door de decentralisaties zijn we bevrijd uit aanbod gestuurde wetgeving en is er ruimte om meer vanuit het individu of het gezin te redeneren.”

Categorale oplossingen maken in toenemende mate plaats voor een persoonsgerichte aanpak vanuit gemeenten en sociaal domein, in samenwerking  met eerstelijnszorg, onderwijs, werkgevers, familie en anderen rondom het individu. In hoeverre weten partijen elkaar al te vinden? “Het is aan het ontstaan. Er wordt meer met elkaar gepraat dan ooit tevoren”, constateert Dannenberg. “Gemeenten kwamen vroeger pas in actie als een uitkering werd aangevraagd. Door die blikverbreding wordt sneller gekeken naar signalen die zijn gemist. Wat zijn voorspellende factoren voor het niet zelf kunnen vinden van werk of huisvesting? Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn.“

Gemeente en eerste lijn

Het wijkteam legt de verbinding tussen gemeente en eerste lijn, die met POH’s en de inrichting van anderhalvelijnszorg een steeds bredere rol krijgt in de wijk. Van Dannenberg mag dat nog verder gaan. “Ik zie mooie kansen voor het inrichten van echte wijkgezondheidscentra. Het succes van Welzijn op Recept laat zien dat de huisarts een grote toegevoegde waarde kan hebben bij leefstijlinterventies.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Succesvolle samenwerking tussen Service Apotheek en thuiszorg

Wijkverpleging en thuiszorg zijn belangrijke stakeholders voor apothekers. Voor sommige patiënten zijn zij de ‘ogen en oren’ van de apotheek als het gaat om therapietrouw of bijwerkingen. Andersom kan een apotheker thuiszorgmedewerkers of verpleegkundigen bijstaan als het gaat om kwaliteitsaspecten en medicatieveiligheid. Samenwerking loont dus. Maar hoe geef je dat goed vorm? Kernbegrippen zijn fysieke nabijheid, informeel contact en projectmatig werken.

In een groene wijk in Ede ligt het nieuwe Medisch Centrum Veluwse Poort waar de Edesche Apotheek nu al bijna drie jaar een mooie behuizing heeft. Naast huisartsen, fysiotherapeuten, GGD Gelderland Midden, logopedisten en tandartsen huisvest het gezondheidscentrum twee thuiszorgorganisaties: Buurtzorg Ede Oost en thuiszorgorganisatie Opella. De organisaties in Medisch Centrum Veluwse Poort willen door efficiënte samenwerking maatwerk bieden voor patiënten. ‘Samen proberen wij als zorgverleners elkaar op de hoogte te houden van de beschikbare kennis en mogelijkheden, zodat u de best mogelijke zorg krijgt’, staat op de website. En dat loopt soepel tussen de Edesche Apotheek, Buurtzorg en Opella, vertelt apotheker Liesbeth van Ree.

Korte lijntjes

De smeerolie van de samenwerking is het informele contact, zegt Van Ree. Want dat gaat makkelijk als je in hetzelfde gebouw zit. “Je loopt zo even bij thuiszorg naar binnen, bijvoorbeeld om een medicatierol te brengen of een uitdraai van de toedieningslijst. Dan is er meteen ruimte voor overleg. Als iemand zijn medicijnen niet uit de strip krijgt, kun je thuiszorg vragen om dit mee te nemen in de dagelijkse zorg. Of we passen als dat mogelijk is de tijden aan op de medicatierol, zodat de medicijnuitgifte beter past in het ritme van de thuiszorgmedewerker.” De fysieke nabijheid maakt het makkelijk om dit soort momenten te zoeken. Daardoor is structureel overleg niet nodig.

Valpreventie

Daarnaast werken de Edesche Apotheek, Buurtzorg Ede Oost, Opella en andere eerstelijnszorgverleners samen in specifieke projecten. Vorig jaar is het project ondervoeding gestart, vertelt Liesbeth van Ree, waarbij thuiszorg, huisartsen en apothekers de patiënten screenen en kennis en informatie delen. “Zo kunnen we makkelijk een programma voor betere voeding opstarten en evalueren.” Begin dit jaar is het project valpreventie bij ouderen gestart, waarbij ook fysio-, ergo- en podotherapeuten zijn betrokken. Van Ree: “Van tevoren wordt er een nulmeting gedaan door middel van een balansproef. Wij screenen op medicatie die van invloed kan zijn op bewegen en mogelijk vallen. En thuiszorg signaleert of er valincidenten voorkomen. Na een paar maanden evalueren we met alle partijen.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Consumenten verleiden tot een gezonde keuze

Kunnen we ervoor zorgen dat klanten van de supermarkt gezondere producten in hun winkelwagentje leggen? Twee eerstelijnsgezondheidscentra en een PLUS-vestiging in Nieuwegein sloegen hiertoe vorig jaar de handen ineen, daarbij geadviseerd en geobserveerd door het RIVM.

Gezonde voeding en een goede leefstijl zijn belangrijke wapens in de strijd tegen overgewicht en chronische ziekten – en daarmee tegen werkdruktoename en kostenstijging in de gezondheidszorg. Dit bewustzijn bracht twee eerstelijnsgezondheidscentra in Nieuwegein op een idee. De Roerdomp en EMC Nieuwegein zochten contact met de plaatselijke PLUS-supermarkt. Konden ze met z’n drieën proberen de voedselvaardigheid van klanten te verbeteren?

Aan de voorkant

Begin 2017 ging het project Gezondheid met een PLUS van start. Directeur Jan Joost Meijs van De Roerdomp: “In de supermarkt gaven we workshops over gezond koken. Verder verzorgden diëtisten voorlichtingssessies over gezond eten en minder zout eten. Ook is een speciale kortingskaart ontwikkeld voor gezonde producten. Die brachten we onder meer via Facebook onder de aandacht, samen met gezonde recepten. Tot slot hebben we klanten door middel van ‘nudging’ verleid om gezonde keuzes te maken.”

Uitkomsten

Zijn de uitkomsten succesvol? “Ja en nee”, zegt Meijs. “We zijn er nog niet in geslaagd de voedselvaardigheid te verbeteren, maar de gezondheidscentra en de supermarkt hebben wel veel geleerd. Dit jaar hopen we ons voordeel te doen met de geconstateerde verbeterpunten.”

Het RIVM adviseert, observeert en evalueert het project. “Het zou mooi zijn als het slaagt en als gezondheidsorganisaties en winkels elders in het land soortgelijke initiatieven nemen”,  zegt Mattijs Lambooij, wetenschappelijk onderzoeker Kwaliteit van Zorg en Gezondheidseconomie. Hij constateert dat het MKB en de zorg deels dezelfde belangen hebben. “Er is voldoende overlap in de ambities om gezond gedrag te stimuleren: beide willen bijvoorbeeld dat mensen meer groenten en fruit kopen.”

Voeding en leefstijl in opleiding Geneeskunde

Voeding en leefstijl komen vrijwel dagelijks aan bod in de huisartsenpraktijk. Toch is nog niet één procent van de curricula Geneeskunde gewijd aan voeding, leefstijl en motiverende gespreksvoering, constateerde Dianne van Dam-Nolen. Zij onderzocht dit ruim een jaar geleden als student geneeskunde in opdracht van het ministerie van VWS. Ze hield enquêtes onder bijna 900 coassistenten en 150 huisartsen die de voorliggende drie jaar hun opleiding hadden afgerond. Eén op de zeven respondenten vond zichzelf niet competent genoeg om een goed gesprek met de patiënt te voeren over voeding en leefstijl.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Stappen naar een ouderenvriendelijke samenleving

‘Zorg voor ouderen gaat ons allemaal aan’, staat in het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving dat op initiatief van de Patiëntenfederatie tot stand kwam. Ouderenzorg raakt onze naasten en onszelf. Logisch dus dat het voor veel maatschappelijke reuring zorgt. In de praktijk komt een steeds groter deel van de zorg voor rekening van de eerste lijn.

De initiatieven en projecten voor ouderen worden als versnipperd ervaren. Het gaat nog te veel over aandoeningen en te weinig over het welbevinden, de zelfredzaamheid en wensen van ouderen zelf. Dat blijkt uit het Rapport kwetsbare ouderen dat de Patiëntenfederatie een klein jaar geleden opstelde op basis van een meldactie onder ouderen, hun naasten en hulpverleners. Reden voor twintig organisaties, waaronder InEen, LHV, ActiZ en V&VN, om onder aanvoering van de Patiëntenfederatie een coalitie te vormen die kennis, projecten en programma’s verbindt. In november 2017 vroegen zij met het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving een actieve rol van de landelijke en lokale overheid op het gebied van passende zorg, informele zorg, samenhang en afstemming en het woonaanbod.

Visie huisartsenzorg

De visie Huisartsenzorg voor ouderen, ontwikkeld door NHG, Laego en LHV met medewerking van InEen, sluit goed aan bij het pleidooi. De ambitie van de beroepsgroep is om huisartsenzorg voor ouderen proactief, persoonsgericht en samenhangend te organiseren, gericht op het ondersteunen van een goede kwaliteit van leven. Daar is wel wat voor nodig. Denk aan voldoende tijd en middelen, goede lokale netwerkpartners en voorzieningen (opnamecapaciteit!) en voldoende personeel met de juiste competenties.

Faal- en succesfactoren

Regionaal wordt op allerlei manieren invulling gegeven aan die ambitie. Onderzoeksbureau ARGO deed in opdracht van het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in 2016 een inventarisatie onder 120 samenwerkingsverbanden en analyseerde faal- en succesfactoren. Persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme van de participanten, met name van de huisartsen – blijkt cruciaal voor het succes van de samenwerking. Financiering en gegevensuitwisseling werden het vaakst genoemd als belemmerende factor.

Plan van aanpak

Naar aanleiding van het rapport kwamen de landelijke partijen tot aanbevelingen voor doorontwikkeling van de zorg voor kwetsbare ouderen. Met die aanbevelingen zijn de landelijke organisaties aan de slag gegaan, vertelt Frederik Vogelzang, programmamanager bij InEen. “Om de regio’s een steuntje in de rug te geven, heeft het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in samenwerking met Actiz en VNG het Plan van aanpak Zorg voor kwetsbare ouderen ontwikkeld.” Door veertien koepels, waarvan een deel participeert in het Bestuurlijk Overleg eerste lijn, is een projectgroep gevormd. Van daaruit gaan werkgroepen aan de slag met de uitvoering van de thema’s uit het Plan van aanpak.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: