Alert op dementie bij oudere migrant

In 2030 heeft één op de drie ouderen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam een niet-westerse achtergrond. Een kwetsbare en bescheiden groep die niet snel om hulp zal vragen. Zeker niet wanneer het om dementie gaat. “We kunnen door alert te zijn en samen te werken in de eerste lijn veel leed voorkomen.”

De Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland zijn gekomen, zijn in snel tempo aan het vergrijzen. Diabetes, hart- en vaatziekten, eenzaamheid en depressie komen juist bij deze groep vaker voor. “Precies de risicofactoren voor dementie”, stelt Jennifer van den Broeke, projectleider Ouderen en Gezondheid bij Pharos. Het aantal migrantenouderen met dementie in Nederland stijgt de komende jaren twee keer zo snel als de autochtone groep met dementie. Toch wordt de ziekte bij deze groep vaak pas in een vergevorderd stadium geconstateerd.

Gewoon de ouderdom

“Een oudere migrant stapt niet snel naar de huisarts met klachten over vergeetachtigheid”, verklaart Van den Broeke. “Dit hoort gewoon bij de ouderdom, is de gedachte. En wanneer iemand slecht uit zijn woorden komt, wordt dat vaak automatisch gewijd aan het feit dat de patiënt de Nederlandse taal niet goed beheerst.”

Daar komt bij dat de kinderen van oudere migranten vaak al veel taken overnemen. “Koken doet de dochter bijvoorbeeld al jaren. Ouders worden echt in de watten gelegd. Het valt hierdoor niet snel op wanneer vader of moeder zelf iets niet meer kan.” Door het gebrek aan kennis over dementie is de schaamte over het gedrag van vader of moeder groot. Mantelzorgers trekken pas aan de bel wanneer het echt niet meer gaat.

Onderdiagnostiek

Dit verklaart waarom dementie bij oudere migranten in de spreekkamer niet snel boven tafel komt. Met alle gevolgen van dien. De patiënt krijgt te laat de passende zorg die de gevolgen van dementie kan verzachten of vertragen en ook mantelzorgers hebben het zwaar. “Zo kan het gebeuren dat een dochter zoveel tijd kwijt is met de zorg voor haar moeder, dat ze zelf haar baan op moet zeggen. Dit kan weer leiden tot financiële zorgen en spanningen binnen haar eigen gezin”, schetst programmamanager Ouderen, Chandra Verstappen.

Gezien de groeiende problematiek – in 2030 is één op de drie ouderen in de grote steden van niet-westerse afkomst – heeft Pharos cultuursensitieve dementiezorg tot een van de speerpunten van 2018 gemaakt. Meer kennis, bewustwording en samenwerking in de wijk kan een hoop leed voorkomen.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Structureel ziekenhuiszorg voorkomen naar Zweeds voorbeeld

Professionals en ziekenhuizen zoeken naarstig naar oplossingen om overvolle SEH’s te voorkomen. Hoe gaan onze buurlanden met dat vraagstuk om? Proactive Health Coaching is een buitenlandse innovatie die mogelijk perspectief biedt. Het is in Scandinavië geïntroduceerd en succesvol opgeschaald in Engeland. In Nederland worden de mogelijkheden verkend.

Proactive Health Coaching richt zich op patiënten die disproportioneel veel zorg gebruiken. Zij hebben vaak complexe multimorbiditeit, soms in combinatie met problemen op psychisch of sociaal vlak. Mede door beperkte gezondheidsvaardigheden is het lastig om te begrijpen hoe om te gaan met de eigen gezondheid. Met realtime data kunnen deze patiënten geïdentificeerd worden, om vervolgens direct te kunnen interveniëren. Dat is noodzakelijk, gezien de grote kans op een heropname.

De interventie

Via een digitaal platform integreert de Zweedse organisatie Health Navigator patiëntdata van ziekenhuis, huisarts en verzekeraar. De data worden elke 24 uur opnieuw aangeleverd en tonen alle zorgactiviteit van de patiënt. Op basis van een beproefd voorspellend model worden patiënten geïdentificeerd en ingedeeld naar risico op heropname. De coach bekijkt vervolgens elke individuele situatie apart. Zo ontstaat een selectie van patiënten die in de komende zes tot negen maanden met hoge waarschijnlijkheid een onnodig hoog beroep zullen gaan doen op de gezondheidszorg.

Zodra een patiënt meedoet, wordt de huisarts door de coach geïnformeerd. In een kennismakingsgesprek zet hij met de patiënt een op maat gemaakt ondersteuningsplan op. Een intensief coachingsprogramma van zes tot negen maanden volgt. De coaching verloopt telefonisch. Wanneer de patiënt progressie boekt en het risico op een heropname daalt, wordt het aantal gesprekken afgebouwd. Een follow-up van twee jaar zorgt ervoor dat bij terugval opnieuw actie ondernomen kan worden.

Resultaten

Resultaten uit Scandinavië en Engeland laten zien dat de kwaliteit van leven van de patiënten toeneemt. Ook is een reductie in zorg(kosten) zichtbaar. Twee studies laten zien dat er minder ongeplande opnames zijn, minder bezoek aan de SEH, minder poliklinische bezoeken en minder ziekenhuisdagen. In Engeland daalde ook het aantal diagnostische onderzoeken. De eerste signalen lijken dus positief, al zijn de effecten niet overal even groot.

Onderzoek

Vilans heeft in samenwerking met Centre of Expertise Healthwise van de Rijksuniversiteit Groningen en TIAS/Tilburg University de Nederlandse situatie vergeleken met die in Engeland en Scandinavië. Duidelijk wordt dat de health coach in Nederland uit zou kunnen komen op een nieuwe functie. Een functie waarbij niet het behandelen centraal staat, maar het coördineren van zorg dat gericht is op het ondersteunen van de persoon.

Auteurs: Cecile van der Wilk, Jeanny Engels en Mirella Minkman

Download het volledige artikel hier:

Pilot toont belang van psychosociale zorg bij kanker

Na een behandeling kan de kanker uit het lichaam zijn, maar nog jaren in het hoofd blijven spoken. Veel (ex-)kankerpatiënten blijven met psychische klachten rondlopen, waardoor ze moeite kunnen hebben om deel te nemen aan het gewone leven. Passende psychosociale zorg bij een aanpassingsstoornis is in 2012 uit het basispakket van de zorgverzekering gehaald. Vanaf 1 maart is een pilot gestart om deze zorg weer te vergoeden.

Voorwaarde is wel dat de behandeling wordt gegeven door een bij de Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie (NVPO) ingeschreven behandelaar en volgens de richtlijn ‘Aanpassingsstoornissen bij patiënten met kanker’. Psychiater Tineke Vos was voorzitter van de werkgroep die de richtlijn opstelde. “De diagnose kanker kan de grond onder je voeten vandaan slaan”, zegt Vos. “Dat is logisch, want alles verandert in je leven. Hoe je je daarop aanpast, heeft met je persoonlijkheid te maken: ben je flexibel of rechtlijnig, laid back of altijd bezig alle ballen in de lucht te houden? Maar vooral: hoe is je veerkracht? Deze hangt samen met je lichamelijke gezondheid, je autonomie, je sociale steun en je zingeving.”

Kort na de diagnose wordt een patiënt opgevangen in het ziekenhuis. Eventuele problemen komen soms pas na het eerste behandeltraject aan het licht, als de patiënt weer thuis is en zijn of haar leven moet oppakken. “En dan komt de huisarts in beeld. Patiënten met borstkanker kunnen bijvoorbeeld nog jarenlang hormonale therapie krijgen en komen nog maar af en toe in het ziekenhuis. De huisarts moet de coördinerende rol kunnen overnemen als dat nodig is en signaleren als het niet goed gaat. De huisarts of POH-GGZ kan dan zelf helpen, maar het is fijn als kan worden doorverwezen naar specialistische hulpverleners als een psycholoog of een psychotherapeut. De nieuwe pilot maakt dit mogelijk.”

Klankbord

Ook Anja Kemp-Veens kwam nadat ze in 2012 voor borstkanker werd behandeld in een rollercoaster, vertelt ze. “Pas een maand of drie na de behandeling kwam het besef dat mijn leven echt veranderd was. Ik merkte dat ik minder weerstand had en mijn hoofd kon ook minder aan. Mijn huisarts raadde mij aan om een psycholoog bij een gespecialiseerd instituut te bezoeken. Die heeft mij geleerd om goed voor mezelf te zorgen en mijn grenzen aan te geven. De kern van de boodschap was: ‘ik mag er zijn’. Dat was precies wat ik toen nodig had.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Resultaten van vijf jaar experimenteren met populatiegerichte bekostiging

Het ophalen en verspreiden van kennis over de negen proeftuinregio’s voor Triple Aim. Daarvoor heeft kenniscentrum voor langdurende zorg Vilans zich de afgelopen jaren ingespannen, samen met partners RIVM, Jan van Es instituut en Optimedis Nederland. Stannie Driessen en Stephan Hermsen van Vilans kijken terug.

Voormalig minister Edith Schippers van VWS benoemde in 2013 negen regio’s tot proeftuinen voor de implementatie van Triple Aim in de praktijk. Onder de noemer ‘Betere zorg met minder kosten’ werken regionale samenwerkingsverbanden van aanbieders van zorg en welzijn, gemeenten, zorgverzekeraars, patiëntvertegenwoordiging en andere partners aan populatiemanagement.

Kennisproducten

Directeur Advies en Implementatie Stannie Driessen: “Wij werkten van januari 2014 tot en met december 2017 samen met het RIVM, het Jan van Es instituut en Optimedis Nederland aan de kennisuitwisseling rond dit project en andere initiatieven voor populatiemanagement. Daar deden ook veel regionale partijen aan mee. Dat deden we op gezamenlijke congressen en op het kennisplatform Triple Aim. We leverden ook verschillende kennisproducten op. Tijdens een congres hebben we met onze partners en deelnemers uit het veld zes principes om Triple Aim-doelen in Nederland te realiseren geformuleerd. En de Triple Aim-scan is ontwikkeld. Een hulpmiddel dat snel inzicht geeft in de manier van werken aan populatiegerichte bekostiging.”

Uitdagingen

De afgelopen vijf jaar hebben de negen proeftuinen met forse uitdagingen te maken gehad. De rol van de verzekeraars was cruciaal. Zij moesten zorgaanbieders de ruimte geven om anders te kunnen handelen binnen de proeftuinen. “Het frustrerende in een aantal gevallen was dat er ondanks alle goede voornemens toch aan de oude, ‘p maal q’ manier van vergoeden werd vastgehouden”, zegt senior adviseur Persoonsgerichte Zorg Stephan Hermsen. “En aan het inzetten van interventies vanuit één domein. Dit terwijl we weten dat bij bepaalde populaties betere kwaliteit en lagere kosten bereikt kunnen worden zodra je investeert in andere domeinen.” De problemen waarmee de proeftuinen, leertuinen en regioprojecten worstelden, waren voor een deel vergelijkbaar. “Dat zijn de historisch gegroeide hiërarchische verhoudingen van de partijen in de regio, de bekostiging van een nieuw portfolio, de cultuurkloven tussen partijen, de focusverschillen, de bestuurlijke drukte, verandermoeheid bij zorgprofessionals en ICT-perikelen.”

Successen

Ook de successen met Triple Aim lijken op elkaar, stelt Hermsen. “Waar influencers elkaar vinden, vertrouwen wordt opgebouwd, de externe druk van bijvoorbeeld krimp of wederzijdse afhankelijkheid groot is en financiers bereid zijn om te investeren zonder vooraf een sluitende business case te eisen, worden stappen gezet.”

Auteur: Wouter van den Elsen

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh: “Zet in op positieve benadering in spreekkamer”

Ze zet zich al haar hele loopbaan in voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Ieder mens telt, is de diepe overtuiging van Maria van den Muijsenbergh, de bevlogen bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte, integrale eerstelijnszorg aan de Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen die op 9 maart van dit jaar haar oratie hield.

Een rijk land als Nederland waar de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk zo groot zijn, waar de armoede oploopt. Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh windt zich erover op. De nieuwe leerstoel geeft haar de kans de groeiende gezondheidsverschillen in Nederland over het voetlicht te brengen. Ze wil zich vooral richten op oorzaak en aanpak.

De tijd is er rijp voor, stelt Van den Muijsenbergh. De kloof tussen arm en rijk krijgt ook politiek steeds meer aandacht. “Veel professionals in de eerste lijn herkennen gezondheidsverschillen wel, maar voelen zich machteloos. Vaak kunnen ze op microniveau veel meer doen dan ze denken.”

Chronische stress

Kennis en vaardigheden zijn daarbij van groot belang. “We weten bijvoorbeeld dat chronische stress een belangrijke factor is bij het ontwikkelen van chronische ziektes. Je lichaam maakt voortdurend hormonen aan die ervoor zorgen dat je hart sneller gaat kloppen en dat je gaat zweten. Dan staat het hele systeem onder druk. Die ‘allostatische belasting’ kan leiden tot bijvoorbeeld suikerziekte of aderverkalking.”

Daarbij zorgt chronische stress er ook voor dat mensen niet meer zo goed kunnen nadenken over langetermijneffecten. Ook het gebrek aan zelfwaardering en zelfvertrouwen speelt een rol. “Onderzoek laat zien dat dit kan leiden tot hoge bloeddruk, suikerziekte en depressies.”

Syndemie

Van den Muijsenbergh introduceert nog een nieuwe term: syndemie. Dit houdt in dat verschillende ziektes vaak samen voorkomen in bepaalde bevolkingsgroepen die te maken hebben met armoede en sociale achterstelling. “Het is daarom belangrijk dat een individuele hulpverlener ook kijkt naar de achterliggende sociale factoren. “Iedereen weet dat roken slecht voor je is, waarom lukt het dan niet om te stoppen? Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan zelfvertrouwen hierbij een belangrijk factor is.”

Positieve benadering

Eerstelijnsprofessionals hoeven sociale problemen niet op te lossen, stelt Van den Muijsenbergh, “maar ze kunnen er in de spreekkamer wel actiever naar vragen en doorverwijzen. Ze kunnen ook meer inzetten op een positieve benadering, op het versterken van zelfvertrouwen.”

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

“eHealth bij uitstek kans voor laagopgeleiden”

Grotere letters, korte filmpjes, gesproken teksten. De mogelijkheden van eHealth zijn talrijk. Zeker voor laagopgeleiden, waar veel gezondheidswinst valt te behalen. Maar veel eHealth-applicaties en websites zijn te ingewikkeld en de terughoudendheid onder zorgprofessionals is groot. “Er blijven zo kansen liggen”, stellen Robbert van Bokhoven en Chandra Verstappen van Pharos, het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen.

Mensen met lagere inkomens en een lagere opleiding leven gemiddeld zeven jaar korter en brengen 19 jaar in minder goed ervaren gezondheid door dan mensen met een hoge opleiding. “Dat is natuurlijk onacceptabel voor een land als Nederland”, stelt Chandra Verstappen, programmamanager Participatie & Eigen Regie bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. “Het zijn juist deze mensen die de professionals in de eerste lijn dagelijks in de praktijk tegenkomen”, vult collega Robbert van Bokhoven, verantwoordelijk voor het programma eHealth4All, aan. eHealth biedt deze groep veel kansen, stellen de twee experts. Voor mensen met een lage opleiding of beperkte gezondheidsvaardigheden is het prettig informatie in alle rust nog eens te bekijken.

Must                                     

“Toegankelijke eHealth kan echt helpen in een effectievere behandeling, therapietrouw en zorgvuldiger medicijngebruik. En zo een bijdrage leveren aan het terugdringen van de grote gezondheidsverschillen in Nederland.” Volgens Van Bokhoven is eHealth ook niet meer weg te denken uit de hedendaagse gezondheidszorg. “Het is een must. Kijk naar het enorme personeelstekort in de zorg, de vergrijzing, de kosten. We komen in de toekomst alleen maar handen te kort en hebben dit soort technologische innovaties nodig.”

Weerbarstig

Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Veel online interventies, apps, websites en patiëntportals zijn veel te ingewikkeld en allesbehalve toegankelijk: lange lappen tekst, medisch jargon en ingewikkelde keuzemenu’s. Van Bokhoven: “Je ziet dat de bedenkers en de bouwers laagopgeleiden niet in het vizier hebben.” Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) komt in het rapport De sociale staat van Nederland 2017 tot dezelfde conclusie en vraagt aandacht voor de groep voor wie het moeilijk of onmogelijk is om met internet om te gaan. ‘Onze informatiesamenleving lijkt hen te vergeten, er ontstaat een digitale kloof’, aldus het SCP.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vinden Van Bokhoven en Verstappen. “Door deze kloof dreigen de gezondheidsverschillen in Nederland alleen maar groter te worden.”

Om het tij te keren, zet Pharos met het programma eHealth4All sterk in op het betrekken van gebruikersgroepen om eHealth voor iedereen toegankelijk te maken. Mensen met een lage opleiding, laaggeletterden en mensen met vluchtelingen- of migratieachtergrond testen zelf toepassingen en websites.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Pharos: Laaggeletterden en zorgverleners werken samen aan passende zorg

Laaggeletterden lopen tegen barrières aan in de zorg en in de samenleving, die voor veel hoger opgeleiden ondenkbaar zijn. Adviezen van zorgverleners en informatie over gezondheid en zorg zijn voor deze mensen vaak te complex of het aanbod is niet bekend. Verwijzingen lopen vast in administratieve rompslomp of medicatie wordt niet juist gebruikt. Terwijl deze groep juist vaker kampt met chronische aandoeningen als overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten en zeven jaar eerder overlijdt.

Om te komen tot effectievere zorg voor laaggeletterden, begeleiden Vilans en Pharos  in drie gezondheidscentra (Utrecht, Kerkrade en Arnhem) een pilot waarin laaggeletterde patiënten zelf een belangrijke rol hebben. Via multidisciplinaire teams met zowel professionals als laaggeletterde patiënten wordt bekeken hoe zorg, ondersteuning en leefstijlinterventies, beter kunnen aansluiten op de vaardigheden en leefwereld van laaggeletterde patiënten.

Meer begrip

Laaggeletterden weten de huisarts goed te vinden. Maar laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden worden in de huisartsenpraktijk vaak niet (tijdig) herkend. Communicatie, materialen en praktijkorganisatie zijn meestal niet afgestemd op deze doelgroep.

Op de drie pilotlocaties leidt de samenwerking met laaggeletterde patiënten nu al tot meer begrip voor laaggeletterden en het maakt blinde vlekken zichtbaar.

Participatieve aanpak

De aanpak is geïnspireerd op de Participatory Learning and Action4 methode en op Design Thinking. De ervaringen en kennis van alle betrokkenen staan centraal en zijn gelijkwaardig. Dit  helpt het gat te dichten tussen wat patiënten willen en wat zorgorganisaties en zorgverleners doen. In het eerste projectjaar vonden meerdere bijeenkomsten plaats waarin steeds één onderwerp centraal stond, zoals het herkennen van laaggeletterdheid of de verwachtingen die laaggeletterden hebben van de zorg. Een duo van huisarts en praktijkondersteuner zorgt per praktijk voor het opvolgen van de acties die voortkomen uit de bijeenkomsten.

Eerste opbrengsten  

Uit de evaluatieronde blijkt dat de zorgverleners alerter zijn op laaggeletterdheid onder hun eigen patiënten. Ze stellen vaker gerichter vragen om laaggeletterdheid te achterhalen en registreren dit, in goed overleg met de patiënt, vaker in het dossier. Deelnemende patiënten vinden het fijn dat ze mee mogen denken en hebben het gevoel serieus te worden genomen. De meeste patiënten zijn gedurende het traject mondiger geworden en spreken soms zorgverleners direct aan op hoe zij het doen.

De begeleiding vanuit Vilans en Pharos loopt nog tot november 2018 en wordt gevolgd met onderzoek.

Auteurs: Karen Hosper, Jeanny Engels, Jeroen Havers, Maria van den Muijsenbergh

Download het volledige artikel hier:

ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Verschil doet ertoe

Adele (35) brengt regelmatig een bezoek aan haar huisarts. Haar gewrichtsklachten nemen toe en haar suiker raakt slecht onder controle. Adele heeft alleen basisonderwijs gevolgd. Ze is al enige tijd haar baan kwijt, zit in de schuldsanering en is eenzaam. Ze wordt depressief en krijgt steeds meer overgewicht. De dreigende huisuitzetting die Adele door huurachterstand boven het hoofd hangt, is niet bekend bij haar huisarts.

Adele is één van de vele voorbeelden van patiënten die dagelijks zorgen voor ‘hoofdbrekers’ voor huisartsen, vooral in wijken waar veel sociaal economische achterstand is. Ze hoort tot de groep mensen die gemiddeld 7 jaar korter leeft en maar liefst 19 jaar minder gezonde levensjaren ervaart dan hoogopgeleide Nederlanders. De overheid wil deze sociaal economische gezondheidsverschillen verminderen dan wel stabiliseren. Dit voorjaar werd bekend dat de GIDS-gelden die gemeenten hiervoor ontvangen, ook de komende vier jaar beschikbaar zijn voor gemeenten. Wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

“Sociaal-economische gezondheidsverschillen hebben meerdere oorzaken; niet alleen gedrag, maar ook economische omstandigheden, fysieke en sociale leefomgeving en milieu spelen een rol. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden vraagt om een brede aanpak waarbij meerdere domeinen, inwoners zelf én de eerste lijn betrokken zijn”, aldus Monica van Berkum, directeur van Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met kennis uit binnen en buitenland ontwikkelde Pharos het stimuleringsprogramma Gezond in… dat samen met Platform31, gemeenten adviseert bij de aanpak van gezondheidsachterstanden.

GIDS-gelden

Sinds 2014 ontvangen 164 gemeenten via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) van het ministerie van VWS, financiële steun voor aanpak in wijken waarin grote gezondheidsachterstanden voorkomen. Van Berkum: “Een betere gezondheid kan vaak worden bereikt door ook aan andere knoppen te draaien dan we gewend zijn. Het bevorderen van een gezonde leefstijl is één van die knoppen, maar de aanpak van armoede, schulden, het begeleiden naar werk en het voorkomen van laaggeletterdheid, schooluitval en eenzaamheid zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dat we gemeenten een brede aanpak adviseren die veel verder reikt dan het domein van Volksgezondheid en Sport.” Dat de GIDS-financiering en het stimuleringsprogramma Gezond in… de komende vier jaar worden voortgezet, stemt Van Berkum gelukkig: “Dit geeft ons de kans samen met gemeenten nog vier jaar al doende te leren. Een goede aanpak vergt tijd en een lange adem. Gelukkig gebeurt er al veel onder andere samen met wijkteams en de eerste lijn. De overtuiging dat we iets aan de gezondheidsachterstanden moeten en kunnen doen, groeit.”

Auteur: Pharos

Download het volledige artikel hier: