ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Verschil doet ertoe

Adele (35) brengt regelmatig een bezoek aan haar huisarts. Haar gewrichtsklachten nemen toe en haar suiker raakt slecht onder controle. Adele heeft alleen basisonderwijs gevolgd. Ze is al enige tijd haar baan kwijt, zit in de schuldsanering en is eenzaam. Ze wordt depressief en krijgt steeds meer overgewicht. De dreigende huisuitzetting die Adele door huurachterstand boven het hoofd hangt, is niet bekend bij haar huisarts.

Adele is één van de vele voorbeelden van patiënten die dagelijks zorgen voor ‘hoofdbrekers’ voor huisartsen, vooral in wijken waar veel sociaal economische achterstand is. Ze hoort tot de groep mensen die gemiddeld 7 jaar korter leeft en maar liefst 19 jaar minder gezonde levensjaren ervaart dan hoogopgeleide Nederlanders. De overheid wil deze sociaal economische gezondheidsverschillen verminderen dan wel stabiliseren. Dit voorjaar werd bekend dat de GIDS-gelden die gemeenten hiervoor ontvangen, ook de komende vier jaar beschikbaar zijn voor gemeenten. Wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

“Sociaal-economische gezondheidsverschillen hebben meerdere oorzaken; niet alleen gedrag, maar ook economische omstandigheden, fysieke en sociale leefomgeving en milieu spelen een rol. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden vraagt om een brede aanpak waarbij meerdere domeinen, inwoners zelf én de eerste lijn betrokken zijn”, aldus Monica van Berkum, directeur van Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met kennis uit binnen en buitenland ontwikkelde Pharos het stimuleringsprogramma Gezond in… dat samen met Platform31, gemeenten adviseert bij de aanpak van gezondheidsachterstanden.

GIDS-gelden

Sinds 2014 ontvangen 164 gemeenten via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) van het ministerie van VWS, financiële steun voor aanpak in wijken waarin grote gezondheidsachterstanden voorkomen. Van Berkum: “Een betere gezondheid kan vaak worden bereikt door ook aan andere knoppen te draaien dan we gewend zijn. Het bevorderen van een gezonde leefstijl is één van die knoppen, maar de aanpak van armoede, schulden, het begeleiden naar werk en het voorkomen van laaggeletterdheid, schooluitval en eenzaamheid zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dat we gemeenten een brede aanpak adviseren die veel verder reikt dan het domein van Volksgezondheid en Sport.” Dat de GIDS-financiering en het stimuleringsprogramma Gezond in… de komende vier jaar worden voortgezet, stemt Van Berkum gelukkig: “Dit geeft ons de kans samen met gemeenten nog vier jaar al doende te leren. Een goede aanpak vergt tijd en een lange adem. Gelukkig gebeurt er al veel onder andere samen met wijkteams en de eerste lijn. De overtuiging dat we iets aan de gezondheidsachterstanden moeten en kunnen doen, groeit.”

Auteur: Pharos

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

ZonMw: Zelfmanagementondersteuning: van theorie naar praktijk

“Patiënten noch zorgprofessionals kunnen zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning uit een boek leren, je maakt het je eigen door het te dóén.” Een opvallende uitspraak van AnneLoes van Staa, die redacteur is van het verpleegkundige leerboek over zelfmanagement en eigen regie dat binnenkort verschijnt.

Leren van ervaringen in de praktijk staat centraal bij zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning, stelt Van Staa. Reflectie is een belangrijk onderdeel: wat doe ik en wat is het effect? “Natuurlijk is er wel een aantal vaardigheden die je kunt verwerven. Zorgprofessionals denken vaak dat ze het wel weten en kunnen, zelfmanagementondersteuning, maar er bestaat een discrepantie tussen kunnen en doen. Ze vinden het vaak lastig om zelfmanagementondersteuning echt in de praktijk te brengen.” Een oorzaak is volgens Van Staa het theoretisch niveau waarop de discussie over zelfmanagement zich afspeelt. Binnen haar onderzoeksprogramma is een curriculumscan uitgevoerd bij opleidingen verpleegkunde. Daar kwam die theoretische insteek duidelijk naar voren. “Achtergronden, concepten en ideaalsituaties. Over hoe het hoort, maar niet over het handelen in alledaagse werksituaties.” Dat was de aanleiding om een leerboek te ontwikkelen voor hbo-verpleegkundigen, waarin de nadruk ligt op concrete toepassing bij uiteenlopende ziektebeelden.”

5A-model

Een van de hulpmiddelen die ontwikkeld zijn om professionals beter toe te rusten voor zelfmanagementondersteuning, is een lijst van benodigde competenties. Het zogenoemde 5A-model is een verzameling van vijf werkwoorden die de professional in een circulair proces zou moeten hanteren. Het begint met achterhalen wat voor de patiënt belangrijk is. De tweede stap behelst het op maat adviseren over bijvoorbeeld de voordelen van verandering. De derde stap is het afspreken, het samen stellen van doelen, geleid door de behoeften van de patiënt. Dit is gezamenlijke besluitvorming, een essentieel onderdeel van zelfmanagementondersteuning. De vierde stap is het assisteren, bijvoorbeeld bij de omgang met persoonlijke barrières. De vijfde stap is het arrangeren, het samen opstellen van een vervolgplan.

Oplossingsgericht

Het Zelfmanagement Web is een andere tool die samen met verpleegkundigen is ontwikkeld. Een interventie voor alle zorgverleners die op een open manier met de patiënt in gesprek willen gaan over wat hem of haar bezighoudt. “Het gaat niet louter om in kaart brengen, maar vooral om het hanteren van een kortdurende, oplossingsgerichte gesprekstechniek. Met de solution focused brief therapy, een gespreksmethode uit de psychologie, ga je de problemen van de patiënt niet uitdiepen, maar zoek je samen naar oplossingen. Die moeten van de patiënt komen, de professional helpt om haalbare doelen te stellen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

eHealth: de stuwende kracht bij zelfmanagementondersteuning

Voor zelfmanagementondersteuning met eHealth-interventies is een cultuurverandering bij leidinggevenden en zorgprofessionals essentieel, stelt verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal van IQ healthcare in het zesde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw. Ze is projectleider van Self-Made & Sound, een langlopende onderzoekslijn waarin eHealth-zelfmanagementprogramma’s worden ontwikkeld en geëvalueerd.

“Mijn ouders, mensen van eenvoudige komaf, meten thuis zelf hun bloeddruk. Mijn moeder had hypertensie en wilde niets weten van medicatie. Toen heb ik een doodgewoon Excel-bestandje gemaakt waarop ze kunnen zien wat de normale waarden zijn voor mensen van hun leeftijd en daarna zijn ze gaan meten en registreren. Gaandeweg kregen ze plezier in het simpele grafiekje. Het wordt een soort spelletje, maar intussen gaan de pillen er wel in en blijft de bloeddruk binnen de grenzen.”

Betsie van Gaal wil maar zeggen: zelf monitoren, zelf registreren, zelf interpreteren, kan een krachtige impuls geven aan het zelfmanagement van mensen. Momenteel evalueert Van Gaal bij IQ healthcare in het Radboudumc de resultaten van vier online zelfmanagementprogramma’s. Ze houdt een slag om de arm omdat de evaluatie nog niet is afgerond. “Wat er telkens uitspringt, is de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Enerzijds zien we deelnemers die echt profijt hebben van het programma, zonder dat ze ook maar enigszins positief gestimuleerd worden door een verpleegkundige of door anderen. Anderzijds zijn er deelnemers die het niet voor elkaar krijgen zonder face-to-face-aanmoediging. eHealth geeft geen warme schouderklopjes!”

Oefenen

Van Gaal is ervan overtuigd dat zowel patiënten als artsen en verpleegkundigen profijt kúnnen hebben van eHealth-interventies en technologische oplossingen bij zorgmanagementondersteuning. Maar de zorg moet dan wel anders ingericht worden. “En daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om een cultuurverandering. Een voorbeeld: artsen hebben de neiging om de resultaten van thuismetingen op het spreekuur te negeren, ze gaan bij voorkeur af op gegevens die ze zelf verzamelen. Het zou heel normaal moeten zijn dat een arts of verpleegkundige informeert naar wat de patiënt heeft bijgehouden en die gegevens dan samen doorneemt. Maar bovenal moeten artsen en verpleegkundigen paternalisme vaarwel zeggen, de patiënt als expert zien en aansluiten bij wat hij of zij wil. Die houding moeten wij oefenen. Pas dan kan eHealth een goede plek krijgen in de zorgketen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ethische vraagstukken bij zelfmanagement

In de veronderstelling dat de hedendaagse chronische patiënt als een autonome en rationele solist door het leven gaat, propageren politici zelfmanagement. Die aanname wordt gretig opgepikt en iedereen gaat geloven dat het zo werkt. In het vijfde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw kijkt Jeannette Pols, bijzonder hoogleraar Social Theory, humanism and materialities aan de Universiteit van Amsterdam en de sectie medische ethiek van het AMC, met open blik naar het zorgveld.

‘Meer bewegen, zelf meten? Daar ga ik op mijn leeftijd niet meer aan beginnen, dokter…’ Het model van zelfmanagement past niet iedereen. Dat roept ethische vraagstukken op, zegt Pols. “Het uitgangspunt moet zijn dat mensen het willen. Als iemand met COPD zegt dat stoppen met roken geen haalbare kaart is, dan ga je als zorgverlener onderhandelen. Wat wil hij wel? En wat kan hij wel? En dáár begin je, vergeet heroïsche gedragsveranderingen, zoek de middenweg, probeer het stapje voor stapje.”

Schijnveiligheid

Pols vertelt over een project voor mensen met hartfalen. Dagelijks maten ze keurig hun gewicht en bloeddruk. Verpleegkundigen in een callcenter hielden bij of er grenswaarden overschreden werden en grepen zo nodig in. “Na het invoeren van hun gegevens, leunden de patiënten tevreden achterover. Ze gingen niet aan de slag met de resultaten, dat konden de verpleegkundigen beter. Patiënten waanden zich veilig en werden juist passiever.” Niet alleen is zelfmanagement hier ver te zoeken, er rijst ook een ethisch dilemma. “De veiligheid die mensen voelen doordat de verpleegkundige een oogje in het zeil houdt, is schijnveiligheid.”

Verbinding

Pols ziet meer ethische dilemma’s en concludeert: zelfmanagement opdringen is altijd uit den boze. “Het is gemakkelijk gezegd: u moet beslissen. Mensen kunnen dan voor vraagstukken komen te staan die ze niet alleen kunnen oplossen. De patiënt heeft het laatste woord, maar de dokter mag niet in de coulissen verdwijnen.”

Het beeld van het rationele, zelfmanagende individu klopt niet, stelt Pols. “Zeker als we ziek zijn, willen we schouderklopjes, nabijheid en steun. Dat lijkt een verstandiger uitgangspunt dan het op het individu gerichte zelfmanagement.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ontwikkelen van eigen kracht

Gemeenten, zorgaanbieders en onderwijs moeten er sinds 2015 samen voor zorgen dat jongeren veilig en gezond kunnen opgroeien. Het ontwikkelen van eigen kracht en eigen regie is daarbij een kernbegrip. ST-RAW brengt enerzijds wetenschap dichter bij praktijk en beleid en zet anderzijds praktijk en beleid aan tot reflectie. Coördinator Wilma Jansen brengt de lijntjes bij elkaar. 

In de artikelenserie Zelfmanagement van ZonMw en De Eerstelijns presenteren wetenschappers een breed palet aan inzichten en visies. De vierde aflevering gaat in op de vraag welke kennis gemeenten en praktijkinstellingen nodig hebben bij hun nieuwe rol in het jeugdstelsel. ST-RAW (www.st-raw.nl) brengt die partijen samen.

Jansen en haar collega’s gebruiken het woord zelfmanagement overigens zelden. Zij spreken doorgaans over de eigen kracht van jongeren en gezinnen, over eigen regie en zelf verantwoordelijkheid nemen. Of zelf bepalen hoe je hulptraject eruitziet. Dat gebeurt ook bij ‘Mijn Pad’, een begeleidingsmethodiek voor jongeren met ernstige gedragsproblemen in de residentiële jeugdzorg. Jansen: “In feite is het een vragenboekje en een app die eigendom zijn van de jongere zelf. Waar willen ze het met hun hulpverlener over hebben? Wat willen ze veranderen? En welke stappen zijn daarvoor nodig?”

Het is een van de talrijke projecten die bij wijze van spreken onder de academische werkplaats hangen, legt Jansen uit. “Wij hebben veertien kennispartners, die samen veel onderzoek hebben gedaan en over veel kennis beschikken. Die kennis brengen we samen en delen we om zo het werkveld verder te helpen.”

Kansrijk

De transformatie in de jeugdzorg moet ertoe leiden dat zoveel mogelijk kinderen in de regio Rijnmond zich kansrijk ontwikkelen. Om de transformatie te ondersteunen stroomlijnt ST-RAW zijn werk via vijf projecten. Eén daarvan is ‘De kracht van preventie’. De eerste drie artikelen van deze serie lieten zien hoe belangrijk steun van de omgeving is bij zelfmanagement. Ook bij ‘Ouders in actie’, ontwikkeld door het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond, komt dat naar voren.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement bij chronische ziekten

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel drie is NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans aan het woord, een van de pioniers in het onderzoek naar zelfmanagement. Zij kijkt vooral vanuit het perspectief van patiënten en is projectleider van het Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten.

De twee wetenschappers die eerder in deze serie aan het woord kwamen, Jaap Trappenburg en Yvonne Heerkens, constateerden dat de hoge verwachtingen rond zelfmanagement slechts ten dele waargemaakt worden. Heijmans sluit zich daarbij aan. “Op medische aspecten als bloedsuikerwaarden, bloeddruk en longfunctie zien we een duidelijk positief effect. Die betere klinische waarden zijn een vrij hard gegeven. Maar leidt zelfmanagement er ook toe dat mensen zich in het dagelijkse leven beter staande kunnen houden? Vallen ze minder snel uit op hun werk? Maken ze minder gebruik van zorg? Dat weten we niet, want dat is nog onvoldoende onderzocht of de bewijzen zijn niet eenduidig.”

Heijmans vindt dat zelfmanagement breder is dan alleen medisch management. De kern is het inpassen van ziekte en beperkingen in het leven als geheel. “Het gaat er vooral om hoe mensen hun ziekte een plek geven in hun leven en welke zorg ze daarbij zelf willen inzetten en hoe ze omgaan met de langetermijngevolgen en veranderde toekomstverwachtingen.” Waarom dat de ene mens beter lukt dan de andere, is een vraag die de NIVEL-onderzoeker al twintig jaar intrigeert.

Patiëntprofielen

De effectiviteit van zelfmanagement zou niet alleen afgemeten moeten worden aan medische criteria, maar ook aan maatstaven die de patiënt als belangrijk ervaart. “Zelfmanagement op maat ontbreekt nog. Aan de hand van patiëntprofielen probeert men tegenwoordig binnen de grote groep chronisch zieken verschillende factoren te onderscheiden die de individuele verschillen tussen mensen verklaren. Als je dat weet, kun je subgroepen onderkennen en weet je ook welke groepen meer baat hebben bij zelfmanagementondersteuning dan andere. Zo kun je zelfmanagementondersteuning gerichter, efficiënter en effectiever inzetten. Die differentiatie gebeurt nog veel te weinig.”

Investeringen

Aantonen dat zelfmanagement werkt, hoe ingewikkeld dat ook is, vindt Heijmans noodzakelijk. “Zelfmanagement komt moeizaam van de grond in de zorgpraktijk. Professionals en bestuurders twijfelen, want het vraagt een andere manier van handelen en dat vergt investeringen in opleiding en scholing en op korte termijn in extra personeel en materiaal. Om hen over de streep te trekken, moet duidelijk worden dat het werkt en dat het zich op de lange duur vertaalt in positieve effecten en kostenbesparing.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Samen gezondheidsachterstanden tegengaan

Het bevorderen van gezondheid en het bestrijden van achterstanden daarin is een taak van de hele gemeenschap en de lokale overheid. Dat bewijst de aanpak van Gezond in…, het stimuleringsprogramma waar 164 GIDS-gemeenten (Gezond In De Stad) aan meedoen. Multiproblematiek speelt een belangrijke rol bij gezondheidsachterstanden. Per 5000 gezinnen zijn er zo’n 25 waar alle zorg- en welzijnskosten samenkomen. Als problemen zich opstapelen is een uitkomst soms ver weg. Het initiatief Eigen Plan in Noord-Holland doorbreekt de vicieuze cirkel.

Het programma Gezond in… verbindt partijen en stimuleert de samenwerking tussen bijvoorbeeld gemeente, buurtteams en zorgverleners. Het loopt vanaf 2014 en duurt vier jaar, vertellen programmaleider Daphne Ketelaars en adviseur Frea Haker. Het wordt uitgevoerd door Pharos en Platform31 in het kader van het Nationaal Programma Preventie. De GIDS-gemeenten krijgen in die vier jaar, via de decentralisatieregeling van het ministerie van VWS, in totaal 70 miljoen uitgekeerd. Dat wordt ingezet om gezondheidsachterstanden terug te dringen.

Verbinden

Gezond in… adviseert gemeenten een aanpak via vijf sporen: participatie, sociale omgeving, preventie en zorg, fysieke omgeving en gedrag en vaardigheden. Een procesgerichte aanpak met een actieve rol voor de burger zelf. De rol van de eerstelijnszorg is heel belangrijk, betogen Ketelaars en Haker. “Huisartsenpraktijken zijn de ogen en oren van de wijk. Problemen worden hier als eerste gesignaleerd.” Gemeenten zien dit ook en zetten volop in op samenwerking, vertelt Haker. “Maar dat is best ingewikkeld. Wijkteams en huisartsen hebben het heel druk. De extra inzet vraagt een enorme tijdsinvestering en die uren blijven meestal onbetaald.” Bovendien spreken de partijen niet altijd dezelfde taal. Ze moeten elkaar leren kennen. Juist daarbij kan Gezond in… uitkomst bieden.

Betrokkenen

Het is niet alleen van belang dat partijen uit de zorg en het sociaal domein elkaar vinden, maar vooral dat er wordt samengewerkt met mensen zelf en hun netwerk. Dat levert draagvlak, draagkracht en perspectief op. Een mooi voorbeeld daarvan is Eigen Plan, dat Stichting Sterker Samen sinds 2015 uitrolt in Noord-Holland. Het principe van Eigen Plan is gebaseerd op Family Group Conferencing dat in 1989 per wet werd ingevoerd in Nieuw-Zeeland. Monique Bontje en Lineke Joanknecht zijn de drijvende krachten achter Eigen Plan. Joanknecht: “Wij ondersteunen mensen die in de knel zitten om zelf hun plan te maken, hun eigen oplossing voor hun problemen waar ze achter staan en voor willen gaan. Dat doen we samen met de mensen die dicht bij ze staan, zoals familie, vrienden en buren.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: