Alert op dementie bij oudere migrant

In 2030 heeft één op de drie ouderen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam een niet-westerse achtergrond. Een kwetsbare en bescheiden groep die niet snel om hulp zal vragen. Zeker niet wanneer het om dementie gaat. “We kunnen door alert te zijn en samen te werken in de eerste lijn veel leed voorkomen.”

De Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland zijn gekomen, zijn in snel tempo aan het vergrijzen. Diabetes, hart- en vaatziekten, eenzaamheid en depressie komen juist bij deze groep vaker voor. “Precies de risicofactoren voor dementie”, stelt Jennifer van den Broeke, projectleider Ouderen en Gezondheid bij Pharos. Het aantal migrantenouderen met dementie in Nederland stijgt de komende jaren twee keer zo snel als de autochtone groep met dementie. Toch wordt de ziekte bij deze groep vaak pas in een vergevorderd stadium geconstateerd.

Gewoon de ouderdom

“Een oudere migrant stapt niet snel naar de huisarts met klachten over vergeetachtigheid”, verklaart Van den Broeke. “Dit hoort gewoon bij de ouderdom, is de gedachte. En wanneer iemand slecht uit zijn woorden komt, wordt dat vaak automatisch gewijd aan het feit dat de patiënt de Nederlandse taal niet goed beheerst.”

Daar komt bij dat de kinderen van oudere migranten vaak al veel taken overnemen. “Koken doet de dochter bijvoorbeeld al jaren. Ouders worden echt in de watten gelegd. Het valt hierdoor niet snel op wanneer vader of moeder zelf iets niet meer kan.” Door het gebrek aan kennis over dementie is de schaamte over het gedrag van vader of moeder groot. Mantelzorgers trekken pas aan de bel wanneer het echt niet meer gaat.

Onderdiagnostiek

Dit verklaart waarom dementie bij oudere migranten in de spreekkamer niet snel boven tafel komt. Met alle gevolgen van dien. De patiënt krijgt te laat de passende zorg die de gevolgen van dementie kan verzachten of vertragen en ook mantelzorgers hebben het zwaar. “Zo kan het gebeuren dat een dochter zoveel tijd kwijt is met de zorg voor haar moeder, dat ze zelf haar baan op moet zeggen. Dit kan weer leiden tot financiële zorgen en spanningen binnen haar eigen gezin”, schetst programmamanager Ouderen, Chandra Verstappen.

Gezien de groeiende problematiek – in 2030 is één op de drie ouderen in de grote steden van niet-westerse afkomst – heeft Pharos cultuursensitieve dementiezorg tot een van de speerpunten van 2018 gemaakt. Meer kennis, bewustwording en samenwerking in de wijk kan een hoop leed voorkomen.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh: “Zet in op positieve benadering in spreekkamer”

Ze zet zich al haar hele loopbaan in voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Ieder mens telt, is de diepe overtuiging van Maria van den Muijsenbergh, de bevlogen bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte, integrale eerstelijnszorg aan de Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen die op 9 maart van dit jaar haar oratie hield.

Een rijk land als Nederland waar de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk zo groot zijn, waar de armoede oploopt. Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh windt zich erover op. De nieuwe leerstoel geeft haar de kans de groeiende gezondheidsverschillen in Nederland over het voetlicht te brengen. Ze wil zich vooral richten op oorzaak en aanpak.

De tijd is er rijp voor, stelt Van den Muijsenbergh. De kloof tussen arm en rijk krijgt ook politiek steeds meer aandacht. “Veel professionals in de eerste lijn herkennen gezondheidsverschillen wel, maar voelen zich machteloos. Vaak kunnen ze op microniveau veel meer doen dan ze denken.”

Chronische stress

Kennis en vaardigheden zijn daarbij van groot belang. “We weten bijvoorbeeld dat chronische stress een belangrijke factor is bij het ontwikkelen van chronische ziektes. Je lichaam maakt voortdurend hormonen aan die ervoor zorgen dat je hart sneller gaat kloppen en dat je gaat zweten. Dan staat het hele systeem onder druk. Die ‘allostatische belasting’ kan leiden tot bijvoorbeeld suikerziekte of aderverkalking.”

Daarbij zorgt chronische stress er ook voor dat mensen niet meer zo goed kunnen nadenken over langetermijneffecten. Ook het gebrek aan zelfwaardering en zelfvertrouwen speelt een rol. “Onderzoek laat zien dat dit kan leiden tot hoge bloeddruk, suikerziekte en depressies.”

Syndemie

Van den Muijsenbergh introduceert nog een nieuwe term: syndemie. Dit houdt in dat verschillende ziektes vaak samen voorkomen in bepaalde bevolkingsgroepen die te maken hebben met armoede en sociale achterstelling. “Het is daarom belangrijk dat een individuele hulpverlener ook kijkt naar de achterliggende sociale factoren. “Iedereen weet dat roken slecht voor je is, waarom lukt het dan niet om te stoppen? Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan zelfvertrouwen hierbij een belangrijk factor is.”

Positieve benadering

Eerstelijnsprofessionals hoeven sociale problemen niet op te lossen, stelt Van den Muijsenbergh, “maar ze kunnen er in de spreekkamer wel actiever naar vragen en doorverwijzen. Ze kunnen ook meer inzetten op een positieve benadering, op het versterken van zelfvertrouwen.”

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

“eHealth bij uitstek kans voor laagopgeleiden”

Grotere letters, korte filmpjes, gesproken teksten. De mogelijkheden van eHealth zijn talrijk. Zeker voor laagopgeleiden, waar veel gezondheidswinst valt te behalen. Maar veel eHealth-applicaties en websites zijn te ingewikkeld en de terughoudendheid onder zorgprofessionals is groot. “Er blijven zo kansen liggen”, stellen Robbert van Bokhoven en Chandra Verstappen van Pharos, het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen.

Mensen met lagere inkomens en een lagere opleiding leven gemiddeld zeven jaar korter en brengen 19 jaar in minder goed ervaren gezondheid door dan mensen met een hoge opleiding. “Dat is natuurlijk onacceptabel voor een land als Nederland”, stelt Chandra Verstappen, programmamanager Participatie & Eigen Regie bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. “Het zijn juist deze mensen die de professionals in de eerste lijn dagelijks in de praktijk tegenkomen”, vult collega Robbert van Bokhoven, verantwoordelijk voor het programma eHealth4All, aan. eHealth biedt deze groep veel kansen, stellen de twee experts. Voor mensen met een lage opleiding of beperkte gezondheidsvaardigheden is het prettig informatie in alle rust nog eens te bekijken.

Must                                     

“Toegankelijke eHealth kan echt helpen in een effectievere behandeling, therapietrouw en zorgvuldiger medicijngebruik. En zo een bijdrage leveren aan het terugdringen van de grote gezondheidsverschillen in Nederland.” Volgens Van Bokhoven is eHealth ook niet meer weg te denken uit de hedendaagse gezondheidszorg. “Het is een must. Kijk naar het enorme personeelstekort in de zorg, de vergrijzing, de kosten. We komen in de toekomst alleen maar handen te kort en hebben dit soort technologische innovaties nodig.”

Weerbarstig

Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Veel online interventies, apps, websites en patiëntportals zijn veel te ingewikkeld en allesbehalve toegankelijk: lange lappen tekst, medisch jargon en ingewikkelde keuzemenu’s. Van Bokhoven: “Je ziet dat de bedenkers en de bouwers laagopgeleiden niet in het vizier hebben.” Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) komt in het rapport De sociale staat van Nederland 2017 tot dezelfde conclusie en vraagt aandacht voor de groep voor wie het moeilijk of onmogelijk is om met internet om te gaan. ‘Onze informatiesamenleving lijkt hen te vergeten, er ontstaat een digitale kloof’, aldus het SCP.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vinden Van Bokhoven en Verstappen. “Door deze kloof dreigen de gezondheidsverschillen in Nederland alleen maar groter te worden.”

Om het tij te keren, zet Pharos met het programma eHealth4All sterk in op het betrekken van gebruikersgroepen om eHealth voor iedereen toegankelijk te maken. Mensen met een lage opleiding, laaggeletterden en mensen met vluchtelingen- of migratieachtergrond testen zelf toepassingen en websites.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Pharos: Laaggeletterden en zorgverleners werken samen aan passende zorg

Laaggeletterden lopen tegen barrières aan in de zorg en in de samenleving, die voor veel hoger opgeleiden ondenkbaar zijn. Adviezen van zorgverleners en informatie over gezondheid en zorg zijn voor deze mensen vaak te complex of het aanbod is niet bekend. Verwijzingen lopen vast in administratieve rompslomp of medicatie wordt niet juist gebruikt. Terwijl deze groep juist vaker kampt met chronische aandoeningen als overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten en zeven jaar eerder overlijdt.

Om te komen tot effectievere zorg voor laaggeletterden, begeleiden Vilans en Pharos  in drie gezondheidscentra (Utrecht, Kerkrade en Arnhem) een pilot waarin laaggeletterde patiënten zelf een belangrijke rol hebben. Via multidisciplinaire teams met zowel professionals als laaggeletterde patiënten wordt bekeken hoe zorg, ondersteuning en leefstijlinterventies, beter kunnen aansluiten op de vaardigheden en leefwereld van laaggeletterde patiënten.

Meer begrip

Laaggeletterden weten de huisarts goed te vinden. Maar laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden worden in de huisartsenpraktijk vaak niet (tijdig) herkend. Communicatie, materialen en praktijkorganisatie zijn meestal niet afgestemd op deze doelgroep.

Op de drie pilotlocaties leidt de samenwerking met laaggeletterde patiënten nu al tot meer begrip voor laaggeletterden en het maakt blinde vlekken zichtbaar.

Participatieve aanpak

De aanpak is geïnspireerd op de Participatory Learning and Action4 methode en op Design Thinking. De ervaringen en kennis van alle betrokkenen staan centraal en zijn gelijkwaardig. Dit  helpt het gat te dichten tussen wat patiënten willen en wat zorgorganisaties en zorgverleners doen. In het eerste projectjaar vonden meerdere bijeenkomsten plaats waarin steeds één onderwerp centraal stond, zoals het herkennen van laaggeletterdheid of de verwachtingen die laaggeletterden hebben van de zorg. Een duo van huisarts en praktijkondersteuner zorgt per praktijk voor het opvolgen van de acties die voortkomen uit de bijeenkomsten.

Eerste opbrengsten  

Uit de evaluatieronde blijkt dat de zorgverleners alerter zijn op laaggeletterdheid onder hun eigen patiënten. Ze stellen vaker gerichter vragen om laaggeletterdheid te achterhalen en registreren dit, in goed overleg met de patiënt, vaker in het dossier. Deelnemende patiënten vinden het fijn dat ze mee mogen denken en hebben het gevoel serieus te worden genomen. De meeste patiënten zijn gedurende het traject mondiger geworden en spreken soms zorgverleners direct aan op hoe zij het doen.

De begeleiding vanuit Vilans en Pharos loopt nog tot november 2018 en wordt gevolgd met onderzoek.

Auteurs: Karen Hosper, Jeanny Engels, Jeroen Havers, Maria van den Muijsenbergh

Download het volledige artikel hier:

Verschil doet ertoe

Adele (35) brengt regelmatig een bezoek aan haar huisarts. Haar gewrichtsklachten nemen toe en haar suiker raakt slecht onder controle. Adele heeft alleen basisonderwijs gevolgd. Ze is al enige tijd haar baan kwijt, zit in de schuldsanering en is eenzaam. Ze wordt depressief en krijgt steeds meer overgewicht. De dreigende huisuitzetting die Adele door huurachterstand boven het hoofd hangt, is niet bekend bij haar huisarts.

Adele is één van de vele voorbeelden van patiënten die dagelijks zorgen voor ‘hoofdbrekers’ voor huisartsen, vooral in wijken waar veel sociaal economische achterstand is. Ze hoort tot de groep mensen die gemiddeld 7 jaar korter leeft en maar liefst 19 jaar minder gezonde levensjaren ervaart dan hoogopgeleide Nederlanders. De overheid wil deze sociaal economische gezondheidsverschillen verminderen dan wel stabiliseren. Dit voorjaar werd bekend dat de GIDS-gelden die gemeenten hiervoor ontvangen, ook de komende vier jaar beschikbaar zijn voor gemeenten. Wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

“Sociaal-economische gezondheidsverschillen hebben meerdere oorzaken; niet alleen gedrag, maar ook economische omstandigheden, fysieke en sociale leefomgeving en milieu spelen een rol. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden vraagt om een brede aanpak waarbij meerdere domeinen, inwoners zelf én de eerste lijn betrokken zijn”, aldus Monica van Berkum, directeur van Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met kennis uit binnen en buitenland ontwikkelde Pharos het stimuleringsprogramma Gezond in… dat samen met Platform31, gemeenten adviseert bij de aanpak van gezondheidsachterstanden.

GIDS-gelden

Sinds 2014 ontvangen 164 gemeenten via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) van het ministerie van VWS, financiële steun voor aanpak in wijken waarin grote gezondheidsachterstanden voorkomen. Van Berkum: “Een betere gezondheid kan vaak worden bereikt door ook aan andere knoppen te draaien dan we gewend zijn. Het bevorderen van een gezonde leefstijl is één van die knoppen, maar de aanpak van armoede, schulden, het begeleiden naar werk en het voorkomen van laaggeletterdheid, schooluitval en eenzaamheid zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dat we gemeenten een brede aanpak adviseren die veel verder reikt dan het domein van Volksgezondheid en Sport.” Dat de GIDS-financiering en het stimuleringsprogramma Gezond in… de komende vier jaar worden voortgezet, stemt Van Berkum gelukkig: “Dit geeft ons de kans samen met gemeenten nog vier jaar al doende te leren. Een goede aanpak vergt tijd en een lange adem. Gelukkig gebeurt er al veel onder andere samen met wijkteams en de eerste lijn. De overtuiging dat we iets aan de gezondheidsachterstanden moeten en kunnen doen, groeit.”

Auteur: Pharos

Download het volledige artikel hier:

Samen gezondheidsachterstanden tegengaan

Het bevorderen van gezondheid en het bestrijden van achterstanden daarin is een taak van de hele gemeenschap en de lokale overheid. Dat bewijst de aanpak van Gezond in…, het stimuleringsprogramma waar 164 GIDS-gemeenten (Gezond In De Stad) aan meedoen. Multiproblematiek speelt een belangrijke rol bij gezondheidsachterstanden. Per 5000 gezinnen zijn er zo’n 25 waar alle zorg- en welzijnskosten samenkomen. Als problemen zich opstapelen is een uitkomst soms ver weg. Het initiatief Eigen Plan in Noord-Holland doorbreekt de vicieuze cirkel.

Het programma Gezond in… verbindt partijen en stimuleert de samenwerking tussen bijvoorbeeld gemeente, buurtteams en zorgverleners. Het loopt vanaf 2014 en duurt vier jaar, vertellen programmaleider Daphne Ketelaars en adviseur Frea Haker. Het wordt uitgevoerd door Pharos en Platform31 in het kader van het Nationaal Programma Preventie. De GIDS-gemeenten krijgen in die vier jaar, via de decentralisatieregeling van het ministerie van VWS, in totaal 70 miljoen uitgekeerd. Dat wordt ingezet om gezondheidsachterstanden terug te dringen.

Verbinden

Gezond in… adviseert gemeenten een aanpak via vijf sporen: participatie, sociale omgeving, preventie en zorg, fysieke omgeving en gedrag en vaardigheden. Een procesgerichte aanpak met een actieve rol voor de burger zelf. De rol van de eerstelijnszorg is heel belangrijk, betogen Ketelaars en Haker. “Huisartsenpraktijken zijn de ogen en oren van de wijk. Problemen worden hier als eerste gesignaleerd.” Gemeenten zien dit ook en zetten volop in op samenwerking, vertelt Haker. “Maar dat is best ingewikkeld. Wijkteams en huisartsen hebben het heel druk. De extra inzet vraagt een enorme tijdsinvestering en die uren blijven meestal onbetaald.” Bovendien spreken de partijen niet altijd dezelfde taal. Ze moeten elkaar leren kennen. Juist daarbij kan Gezond in… uitkomst bieden.

Betrokkenen

Het is niet alleen van belang dat partijen uit de zorg en het sociaal domein elkaar vinden, maar vooral dat er wordt samengewerkt met mensen zelf en hun netwerk. Dat levert draagvlak, draagkracht en perspectief op. Een mooi voorbeeld daarvan is Eigen Plan, dat Stichting Sterker Samen sinds 2015 uitrolt in Noord-Holland. Het principe van Eigen Plan is gebaseerd op Family Group Conferencing dat in 1989 per wet werd ingevoerd in Nieuw-Zeeland. Monique Bontje en Lineke Joanknecht zijn de drijvende krachten achter Eigen Plan. Joanknecht: “Wij ondersteunen mensen die in de knel zitten om zelf hun plan te maken, hun eigen oplossing voor hun problemen waar ze achter staan en voor willen gaan. Dat doen we samen met de mensen die dicht bij ze staan, zoals familie, vrienden en buren.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: