Vilans: Spoed in de ouderenketen

Mevrouw Pieterse komt na een glijpartij met een gebroken heup op de spoedeisende hulp (SEH) terecht, na de operatie maakt zij tijdelijk gebruik van het eerstelijnsverblijf (ELV). Na enkele weken komt zij thuis, maar vanwege een delier volgt opnieuw een ziekenhuisopname. Dat duurt langer dan gedacht en er komt een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Eenmaal opgenomen in het verpleeghuis sterft mevrouw binnen een maand.

Het liefst blijven we ons hele leven fit en gezond. Helaas ontstaan er met het toenemen van de jaren ongemakken. Door vergrijzing, hoge zorgkosten en krapte op de arbeidsmarkt wordt de druk om tot nieuwe concepten te komen groter. Bij spoedsituaties rond kwetsbare ouderen is er nog meer urgentie voor verandering. Door een toename van kwetsbare ouderen bij de huisartsenpost (HAP) en de spoedeisende hulp (SEH) neemt de druk toe, terwijl niet altijd sprake is van medische urgentie. Het ontbreekt vaak aan de juiste ouderenexpertise bij de huisarts, HAP en SEH.

Wat we beogen

Om de spoed in de ouderenketen te verbeteren, is een grote veranderingsbereidheid van alle professionals nodig om preventief, proactief en samen dichterbij de patiënt en naasten te werken. Ons inziens zou de zorg en ondersteuning van kwetsbare ouderen gericht moeten zijn op:

–          minder verplaatsingen van ouderen in spoedsituaties met aandacht voor eigen wensen en behoeften gericht op kwaliteit van leven;

–          beter informeren van ouderen en naasten over wat er mogelijk is aan ondersteuning en zorg, zodat zij samen met professionals goed geïnformeerde besluiten kunnen nemen over wat wenselijk is;

–          meer ondersteuning in het voortraject, waardoor men een crisis aan kan zien komen en kan voorkomen;

–          het benutten van ouderenexpertise in de thuissituatie en op de SEH door inzet van specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist thuis en geriater op de SEH.

Model

Het model Spoed in de ouderenketen (in ontwikkeling) onderscheidt negen stappen in de patient journey, waarbij de ondersteuning en zorg oploopt. Het model ondersteunt de gedachte waar ons inziens de zorg en ondersteuning op gericht moet zijn: de shift naar preventie en proactieve zorg en ondersteuning als onderdeel van integrale dienstverlening voor persoonsgerichte ouderenzorg. Per stap identificeren we werkende principes die gebaseerd zijn op voorbeelden uit de literatuur en interviews met professionals en experts in de spoed- en ouderenzorg.

Op de hoogte blijven?

Komende tijd vindt er volop ontwikkeling plaats op dit thema. Vilans ziet het als haar taak om hierin samen met partners het goede te doen. Op de hoogte blijven of input leveren? Kijk op www.vilans.nl.

Auteurs: Monique Spierenburg, Barbara de Groen, Annemarie Koopman, Lieke Lovink, Sandra Dahmen (Vilans)

Download het volledige artikel hier:

Structureel ziekenhuiszorg voorkomen naar Zweeds voorbeeld

Professionals en ziekenhuizen zoeken naarstig naar oplossingen om overvolle SEH’s te voorkomen. Hoe gaan onze buurlanden met dat vraagstuk om? Proactive Health Coaching is een buitenlandse innovatie die mogelijk perspectief biedt. Het is in Scandinavië geïntroduceerd en succesvol opgeschaald in Engeland. In Nederland worden de mogelijkheden verkend.

Proactive Health Coaching richt zich op patiënten die disproportioneel veel zorg gebruiken. Zij hebben vaak complexe multimorbiditeit, soms in combinatie met problemen op psychisch of sociaal vlak. Mede door beperkte gezondheidsvaardigheden is het lastig om te begrijpen hoe om te gaan met de eigen gezondheid. Met realtime data kunnen deze patiënten geïdentificeerd worden, om vervolgens direct te kunnen interveniëren. Dat is noodzakelijk, gezien de grote kans op een heropname.

De interventie

Via een digitaal platform integreert de Zweedse organisatie Health Navigator patiëntdata van ziekenhuis, huisarts en verzekeraar. De data worden elke 24 uur opnieuw aangeleverd en tonen alle zorgactiviteit van de patiënt. Op basis van een beproefd voorspellend model worden patiënten geïdentificeerd en ingedeeld naar risico op heropname. De coach bekijkt vervolgens elke individuele situatie apart. Zo ontstaat een selectie van patiënten die in de komende zes tot negen maanden met hoge waarschijnlijkheid een onnodig hoog beroep zullen gaan doen op de gezondheidszorg.

Zodra een patiënt meedoet, wordt de huisarts door de coach geïnformeerd. In een kennismakingsgesprek zet hij met de patiënt een op maat gemaakt ondersteuningsplan op. Een intensief coachingsprogramma van zes tot negen maanden volgt. De coaching verloopt telefonisch. Wanneer de patiënt progressie boekt en het risico op een heropname daalt, wordt het aantal gesprekken afgebouwd. Een follow-up van twee jaar zorgt ervoor dat bij terugval opnieuw actie ondernomen kan worden.

Resultaten

Resultaten uit Scandinavië en Engeland laten zien dat de kwaliteit van leven van de patiënten toeneemt. Ook is een reductie in zorg(kosten) zichtbaar. Twee studies laten zien dat er minder ongeplande opnames zijn, minder bezoek aan de SEH, minder poliklinische bezoeken en minder ziekenhuisdagen. In Engeland daalde ook het aantal diagnostische onderzoeken. De eerste signalen lijken dus positief, al zijn de effecten niet overal even groot.

Onderzoek

Vilans heeft in samenwerking met Centre of Expertise Healthwise van de Rijksuniversiteit Groningen en TIAS/Tilburg University de Nederlandse situatie vergeleken met die in Engeland en Scandinavië. Duidelijk wordt dat de health coach in Nederland uit zou kunnen komen op een nieuwe functie. Een functie waarbij niet het behandelen centraal staat, maar het coördineren van zorg dat gericht is op het ondersteunen van de persoon.

Auteurs: Cecile van der Wilk, Jeanny Engels en Mirella Minkman

Download het volledige artikel hier:

Resultaten van vijf jaar experimenteren met populatiegerichte bekostiging

Het ophalen en verspreiden van kennis over de negen proeftuinregio’s voor Triple Aim. Daarvoor heeft kenniscentrum voor langdurende zorg Vilans zich de afgelopen jaren ingespannen, samen met partners RIVM, Jan van Es instituut en Optimedis Nederland. Stannie Driessen en Stephan Hermsen van Vilans kijken terug.

Voormalig minister Edith Schippers van VWS benoemde in 2013 negen regio’s tot proeftuinen voor de implementatie van Triple Aim in de praktijk. Onder de noemer ‘Betere zorg met minder kosten’ werken regionale samenwerkingsverbanden van aanbieders van zorg en welzijn, gemeenten, zorgverzekeraars, patiëntvertegenwoordiging en andere partners aan populatiemanagement.

Kennisproducten

Directeur Advies en Implementatie Stannie Driessen: “Wij werkten van januari 2014 tot en met december 2017 samen met het RIVM, het Jan van Es instituut en Optimedis Nederland aan de kennisuitwisseling rond dit project en andere initiatieven voor populatiemanagement. Daar deden ook veel regionale partijen aan mee. Dat deden we op gezamenlijke congressen en op het kennisplatform Triple Aim. We leverden ook verschillende kennisproducten op. Tijdens een congres hebben we met onze partners en deelnemers uit het veld zes principes om Triple Aim-doelen in Nederland te realiseren geformuleerd. En de Triple Aim-scan is ontwikkeld. Een hulpmiddel dat snel inzicht geeft in de manier van werken aan populatiegerichte bekostiging.”

Uitdagingen

De afgelopen vijf jaar hebben de negen proeftuinen met forse uitdagingen te maken gehad. De rol van de verzekeraars was cruciaal. Zij moesten zorgaanbieders de ruimte geven om anders te kunnen handelen binnen de proeftuinen. “Het frustrerende in een aantal gevallen was dat er ondanks alle goede voornemens toch aan de oude, ‘p maal q’ manier van vergoeden werd vastgehouden”, zegt senior adviseur Persoonsgerichte Zorg Stephan Hermsen. “En aan het inzetten van interventies vanuit één domein. Dit terwijl we weten dat bij bepaalde populaties betere kwaliteit en lagere kosten bereikt kunnen worden zodra je investeert in andere domeinen.” De problemen waarmee de proeftuinen, leertuinen en regioprojecten worstelden, waren voor een deel vergelijkbaar. “Dat zijn de historisch gegroeide hiërarchische verhoudingen van de partijen in de regio, de bekostiging van een nieuw portfolio, de cultuurkloven tussen partijen, de focusverschillen, de bestuurlijke drukte, verandermoeheid bij zorgprofessionals en ICT-perikelen.”

Successen

Ook de successen met Triple Aim lijken op elkaar, stelt Hermsen. “Waar influencers elkaar vinden, vertrouwen wordt opgebouwd, de externe druk van bijvoorbeeld krimp of wederzijdse afhankelijkheid groot is en financiers bereid zijn om te investeren zonder vooraf een sluitende business case te eisen, worden stappen gezet.”

Auteur: Wouter van den Elsen

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Werken met Positieve Gezondheid brengt persoonsgerichte zorg

In theorie stelt iedere zorgorganisatie, huisarts of fysiotherapeut de cliënt of patiënt centraal: iedereen in de zorg doet immers wat de mens voor hem nodig heeft. Maar staan we in de zorg wezenlijk stil bij iemands werkelijke behoeften waar het zijn gezondheid betreft? Of vraagt persoonsgerichte zorg om een andere, bredere kijk op zorg dan de aan- of afwezigheid van ziekte?

Bij zorgorganisatie Omring in Noord-Holland waren ze op zoek naar hoe je dat doet: zorg persoonsgerichter maken. Een transformatieprogramma Positieve Gezondheid van Vilans en het Institute for Positive Health bleek de beweging te bieden waarnaar Omring op zoek was. Vilans, kennisinstituut voor de langdurige zorg, zoekt met het programma naar een andere inhoud van zorg en eigen regie voor cliënten met langdurige zorgvragen, zegt directeur Advies en Implementatie Stannie Driessen.

Spinnenweb

Positieve Gezondheid is een door Machteld Huber geïntroduceerd concept waarbij gezondheid niet de af- of aanwezigheid van ziekte is, maar het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Huber vertaalde het concept in zes levensdomeinen, die samen een spinnenweb visualiseren waarop ‘gescoord’ wordt. Het transformatieprogramma geeft het spinnenweb praktische handen en voeten, dat startte bij de medewerkers. Wat was hun beleving van de eigen gezondheid, aan de hand van het spinnenweb in zes dimensies? En op welke dimensie wilden zij zelf dat er wat veranderde? Door het zelf te ervaren blijft het geen trucje, maar wordt het een attitude. Dat hebben de medewerkers twee maanden geoefend. Daarna gingen ze pas het gesprek aan met de cliënt.

Leren luisteren

Gaandeweg kregen de teams training in leren luisteren: door motiverende gespreksvoering de ander laten praten. Niet meteen handelen, maar doorvragen. Mensen helpen om keuzes te maken. Wil de cliënt van een vier op de ene dimensie naar een zes? Of wil hij liever van de zes op een andere dimensie een acht zien te maken? Het gaat er dus niet om dat de cliënt op alle dimensies positief moet scoren. Persoonsgerichte zorg is dat de cliënt bepaalt wat belangrijk is.

Ander referentiekader

Het gaat erom dat we in de zorg vanuit een ander referentiekader leren werken, zegt Driessen van Vilans. “Anders in je werk staan, met andere ogen naar de cliënt kijken. We maken ook een scan waarin we met het team vaststellen hoe Positieve Gezondheid geïntegreerd kan worden binnen de bestaande werkwijzen. Wat moeten zij zeker behouden en wat moet veranderen om Positieve Gezondheid te integreren in de dagelijkse werk?” Wat in veel organisaties naar voren komt is om niet meteen in de doe-stand een lijstje af te vinken van alles wat gedaan moet worden, maar in gesprek te gaan. Daarin zit de beweging naar persoonsgerichte zorg.

Auteur: Ellen Kleverlaan

Download het volledige artikel hier:

Instrument maakt barrières bij zelfmanagement helder en bespreekbaar

Praten over zelfmanagement blijkt een uitdaging voor de zorgverlener en voor de patiënt. Er is nu een instrument ontwikkeld dat kan helpen het gesprek te openen. Bovendien legt het eventuele barrières voor het toepassen van zelfmanagement bloot: SeMaS (Self Management Screening). Hoe werkt SeMaS en wat zijn de ervaringen in de praktijk?

Hoe kan ik mensen stimuleren om meer aan zelfmanagement te doen? Hoe kom je erachter wat de belemmeringen voor patiënten zijn om aan zelfmanagement te doen? Zorggroep DOH in Eindhoven stelde zich een aantal jaar geleden deze vragen. Samen met IQ Healthcare, CZ en VGZ werd een grondig onderzoek gestart. Vanuit het onderzoek werd SeMaS ontwikkeld. “Dit instrument helpt de zorgverlener en de patiënt om in kaart te brengen waar barrières voor het toepassen van zelfmanagement liggen en welke interventies geschikt zijn voor de patiënt”, licht Jeanny Engels, expert zelfmanagement en persoonsgerichte zorg bij Vilans toe.

Engels werd vier jaar geleden vanuit Vilans bij de ontwikkeling van het instrument betrokken. Met SeMaS vullen patiënten via een digitale link een vragenlijst met 26 vragen in. Ze geven antwoord op vragen als: Bent u bereid om aan zelfzorg te doen? Hoeveel last ervaart u meestal van uw ziekte? Bent u wel eens angstig of depressief? De digitale score is in een oogopslag zichtbaar voor de zorgverlener en de patiënt. Met grotere en kleinere bolletjes wordt meteen duidelijk wat goed gaat en waar krachten en belemmeringen liggen. Het is de bedoeling dat de zorgverlener, meestal de praktijkondersteuner, met de patiënt in gesprek gaat over de SeMaS resultaten. Als een van deze belemmeringen bijvoorbeeld angst is, dan zal daar eerst over gesproken moeten worden.

Ander gesprek

In opdracht van Huisartsen Centrum Maassluis en Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) werd Vilans gevraagd om te ondersteunen bij de implementatie van de SeMaS vragenlijst. ZEL, die vanaf 2014 de persoonsgerichte zorg in de regio sterk bepleit en uitdraagt, wilde met SeMaS onder andere laten zien hoe persoonsgerichte zorg en zelfmanagement vertaald kan worden naar de dagelijkse praktijk. Sinds een aantal maanden wordt de screening in deze huisartsenpraktijk ingezet. Een van de positieve resultaten is dat door een andere insteek van het gesprek een bredere kijk op de patiënt ontstaat. Dat geeft mooie gesprekken in de spreekkamer. Uit onderzoek van Eikelenboom (2016) blijkt ook dat er door toepassing van SeMaS meer individuele zorgplannen met patiënten worden gemaakt.

Auteur: Sigrid Starremans

Download het volledige artikel hier:

De patiënt als samenwerkingspartner bij zorgvernieuwing

De inbreng van patiënten is van grote toegevoegde waarde bij het verbeteren of vernieuwen van de zorg. Zij zijn immers de ervaringsdeskundigen waar de zorg om draait. Door ruimte te geven aan de ervaringen en ideeën van patiënten, sluiten oplossingen beter aan bij hun wensen en behoeften. Maar hoe kom je tot goede samenwerking met patiënten? Gezondheidscentrum Hoensbroek deed hierover een aantal belangrijke inzichten op.

Gezondheidscentrum (GHC) Hoensbroek is gelegen in het zuiden van het land en heeft een groot aantal patiënten met een lage sociaaleconomische status. Het GHC probeerde al verschillende keren om patiënten leefstijlkeuzes te laten maken die bijdragen aan hun gezondheid. Die pogingen hadden wel effect, maar steeds op een kleine groep. De hulpverleners in GHC Hoensbroek wilden daarom samen met patiënten zoeken naar nieuwe oplossingen op maat, waarmee ze een grotere groep patiënten konden bereiken.

Die mogelijkheid kreeg het GHC door begin 2015 ‘proeftuin persoonsgerichte zorg’ te worden. In de proeftuinen onderzoeken vier organisaties onder begeleiding van Vilans hoe de zorg nog beter kan aansluiten bij de leefwereld van de patiënt (persoonsgerichte zorg). Een belangrijk uitgangspunt van de proeftuinen is ‘bedenk en doe het samen’. Hulpverleners en patiënten ontdekken in een werkgroep samen welke oplossingen passen bij een lastig vraagstuk zoals – in het geval van GHC Hoensbroek – de juiste leefstijlkeuzes maken.

Patiënten betrekken

Net als veel organisaties worstelde ook GHC Hoensbroek met de vraag hoe ze hun patiënten goed in de proeftuin konden betrekken en hoe ze hun inbreng van toegevoegde waarde konden laten zijn. In eerste instantie kostte het moeite om patiënten bereid te vinden om mee te denken. Toen die uiteindelijk gevonden waren, bleken de patiënten in de werkgroep met zorgverleners onvoldoende tot hun recht te komen. Daarom werden er twee meedenkmiddagen met in hoofdzaak patiënten georganiseerd. Daar kwamen drie plannen naar voren: een vragenlijst voor patiënten om inzicht te krijgen in hoe gelijkwaardig zij de relatie met hun hulpverlener vinden en waarom; een workshop ‘het goede gesprek’, waarin patiënten leren hoe ze een actieve gesprekspartner kunnen zijn in het consult met de hulpverlener en een (online) platform om mensen veilig en dichtbij met elkaar te kunnen verbinden om samen leuke dingen te doen (waarbij gezondheid een bijkomstig doel is). Deze zijn in de werkgroep uitgewerkt.

Auteur: Paulien Vermunt, Bem Bruls, Anneke Coenen en Jeanny Engels

Download het volledige artikel hier:

Leren van de eerstelijnszorg in Nieuw-Zeeland

Hoe is de eerstelijnszorg geregeld in een ander land? Wat kunnen wij daarvan leren? Dat vroeg Corine van Maar zich af. Zij werkt als expert en senior adviseur kwetsbare ouderen en dementie bij Vilans en ging in 2013 vier maanden naar Nieuw-Zeeland om het antwoord op deze vragen te vinden. Ze interviewde mensen in verschillende praktijken en deelt haar ervaringen.

“Mijn echtgenoot en ik wilden graag voor langere tijd naar het buitenland. Ik wilde daar onderzoek doen. Onze eis was dat het een Engelstalig land moest zijn. Uiteindelijk besloten we naar Nieuw-Zeeland te gaan, met onze kinderen.” Het gezin reist eerst drie weken door het prachtige land. Daarna vestigen zij zich in Paraparaumu op het Noordereiland, waar de kinderen naar de middelbare school gaan. En Van Maar gaat aan de slag. “We maakten ruim drie maanden lang echt deel uit van de gemeenschap.”

Sneeuwbaleffect

Voor zij naar Nieuw-Zeeland vertrok, had Van Maar vanuit Nederland contact met een onderzoeker in Nieuw-Zeeland. “Ik gaf aan dat ik wilde onderzoeken hoe de eerstelijnszorg in Nieuw-Zeeland is georganiseerd. Ik heb gezocht naar voorbeelden waar wij wat van kunnen leren.” Eenmaal in Nieuw-Zeeland kwam Van Maar al snel in contact met beleidsmensen, huisartsen, verpleegkundigen en financiers. Van hen kreeg ze vijf namen van ‘best practice’ praktijken. Van Maar interviewde in totaal 25 mensen. Zij baseerde haar onderzoek op het Regenboogmodel voor geïntegreerde zorg van Pim Valentijn.

Huisartsenpraktijk in Nieuw-Zeeland

In Nieuw-Zeeland is veel vraag naar huisartsen, vooral voor praktijken op het platteland. “De huisartsenzorg lijkt in grote lijnen op die van Nederland”, vertelt Van Maar. “Maar er zijn ook verschillen. De huisartsen leggen bijvoorbeeld zelden visites af, omdat dat te veel tijd kost.” Het viel Van Maar op dat de huisartsenpraktijken goed georganiseerd zijn. “De teams zijn opvallend groot en bestaan uit huisartsen, verpleegkundigen, administratief medewerkers, nurse- en office-managers. Er is veel taakdelegatie en taakdifferentiatie. Er zijn verpleegkundigen voor de telefoon (triage), voor acute zorg (zien als eerste de patiënt), voor categorale zorg (astma, diabetes), voorlichting (smokers to quit) en voor wond- en botbreukbehandeling. Verpleegkundigen pakken vervolgacties op, dat ontlast de huisarts enorm. Een groot team administratief medewerkers, meestal zonder medische achtergrond, maakt alle afspraken, zorgt voor managementinformatie en facturering en heeft contact met de financier.

Auteur: Ria Monster

Download het volledige artikel hier:

Vilans: tijd voor de toekomst van de wijkverpleegkundige

“Waarom is er nooit iets voor ons?“, vroeg een oudere man met een rollator aan de wijkverpleegkundige in Amsterdam. Hij woont drie hoog en komt weinig buiten. Dat komt doordat er iemand met hem mee de trap af moet om vallen te voorkomen. De wijkverpleegkundige pakt zijn vraag op en organiseert met Sport en Welzijn, leerlingen van de hogeschool in de buurt en het verpleeghuis in haar wijk een ‘rollator-loop’. Een groot feest met muziek, waar ouderen met een rollator een bepaalde afstand kunnen lopen. Als beloning krijgen ze een medaille. De wijkverpleegkundige die hiermee startte, kon niet vermoeden dat haar initiatief overal in het land navolging zou krijgen en zelfs zou uitgroeien tot een landelijk evenement in het Olympisch Stadion.

Een simpel maar heel mooi voorbeeld van de nieuwe invulling van de rol van de wijkverpleegkundige. Door haar initiatief ontstaat letterlijk beweging. Door oefengroepjes krijgen mensen contact waardoor eenzaamheid vermindert. Gezondheid verbetert door bewegen en zingeving leidt tot nieuw perspectief. Tegelijkertijd ontstaat er op een laagdrempelige en zinvolle manier samenwerking in de wijk.

De wijkverpleegkundige is de spil in de wijk als het gaat om het verbinden van zorg, wonen en welzijn. De wijkverpleegkundige van nu en van de toekomst zet niet alleen in op de curatieve zorg, maar richt zich breed op de preventie van ziekte en de bevordering van gezondheid. We zien in de wijkverpleging nu nog veel wijkverpleegkundigen die vooral gericht zijn op het individuele zorgcontact met één cliënt en zijn directe omgeving. In dit artikel verkennen we welke thema’s voor de toekomstige ontwikkeling van de wijkverpleging van belang zijn.

Op grond van een inventarisatie onder experts en wijkverpleegkundigen lijken voor de wijkverpleegkundige drie speerpunten van belang voor verdere ontwikkeling:

  1. preventief werken,
  2. wijkgericht werken,
  3. en het versterken van de regie van de cliënt.

In het artikel worden deze speerpunten verder uitgewerkt.

Voorbeelden gezocht!

Veel mensen denken mee over de invulling en ontwikkeling van het vak van wijkverpleegkundige. Te vaak ontbreekt daarbij de inbreng van wijkverpleegkundigen zelf. Zij kunnen en moeten zelf aangeven wat zij signaleren en wat zij nodig hebben om ook dit deel van hun vak verder te ontwikkelen. Vilans wil hen steunen om deze uitdaging op te pakken en zoekt goede voorbeelden en rolmodellen, zodat elke wijkverpleegkundige binnenkort klaar is voor de toekomst.

Auteurs: Jannie Mast/Elsbeth Zielman/Huub Sibbing

Download het volledige artikel hier: