Danny Dubbeldeman (Amref Flying Doctors) gelooft in de kracht van Afrika

Danny Dubbeldeman maakte dit jaar een opmerkelijke carrièrestap: van een groot farmaceutisch bedrijf ging ze naar een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Het werken bij Amref Flying Doctors bevalt goed, sterker nog, het is een droombaan.

“Ik vind het heel bijzonder om te werken met als doel het leven van de armsten op deze wereld beter te maken.” Danny Dubbeldeman is business development manager bij Amref Flying Doctors. “Ik ontwikkel samen met het Nederlandse bedrijfsleven programma’s die we in Afrika kunnen uitvoeren. Ik kijk ook of er ruimte is om innovaties die hier ontwikkeld zijn in Afrika toe te passen.”

De mensen die Dubbeldeman goed kennen, waren niet verbaasd over haar carrièreswitch, ze vonden het wel bij haar passen. Anderen vonden het vooral een dróómbaan. De ervaring die ze opdeed als healthcare innovation manager bij een internationaal farmaceutisch bedrijf kan ze bij Amref Flying Doctors uitstekend gebruiken. Ook de kennis van de Masterclass Eerstelijns Bestuurders komt als geroepen. De Masterclass is een postdoctorale leergang aan Tilburg University. “In mijn vorige functie was ik bezig om met complexe partnerships gezamenlijk proposities te ontwikkelen. Dat doe ik nu ook.”

Vergeet de populaire televisieserie The flying doctors uit de vorige eeuw, waarin blonde dokters vanuit Coopers Crossing naar afgelegen streken in de Australische outback vlogen. Amref, de belangrijkste gezondheidsorganisatie in Afrika, is een echt Afrikaanse organisatie: 97 procent van de artsen en andere programmamedewerkers is Afrikaans. Vliegtuigjes worden nog wel gebruikt om patiënten vanuit afgelegen gebieden te evacueren, maar daarnaast zijn eHealth en mLearning (mobiel leren via draadloze apparatuur) belangrijke middelen om afstanden te overbruggen.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

 

Seks op het spreekuur, schuw het niet

Seksualiteit is belangrijk in het leven. Dat geldt voor jong en oud, voor gezonde mensen en mensen met chronische aandoeningen. Is er voldoende aandacht voor seksuele aandoeningen en seksuele gezondheid in de eerstelijnszorg? Patiënten, maar ook huisartsen, doktersassistenten en POH’s, vinden het soms moeilijk om erover te praten. Dat zouden ze wel moeten doen. Sterker nog: het zou routine moeten zijn in de spreekkamer. Jan van Bergen zet op allerlei manieren zijn expertise in om daarbij te helpen.

Van Bergen is huisarts bij Gezondheidscentrum Venserpolder in Amsterdam Zuidoost en bijzonder hoogleraar hiv en soa in de eerste lijn aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (AMC/UvA). Daarnaast is hij programmaleider bij Soa Aids Nederland en voorzitter van de expertgroep van huisartsen voor seksuele gezondhei. “Er is nog heel wat te verbeteren als het gaat om het bespreekbaar maken van seksualiteit”, zegt Jan van Bergen. “Als je dat niet doet, dan is goede diagnostiek, behandeling en counseling niet mogelijk. Net als bij veel andere onderwerpen is de basis LSD: luisteren, samenvatten en doorvragen. En dan gaat het ook om het stellen van de juíste vragen. Als iemand voor een soa-test komt, vraag dan door over seksueel risicogedrag. En dan niet: ‘ben je homoseksueel?’, maar: ‘heb je ook weleens seks met mannen?’. Zo’n vraag levert veel meer informatie op.” Want vaak wordt bij mannen alleen de urine onderzocht, terwijl de meeste soa bij MSM (mannen die seks hebben met mannen) anaal zitten.

Goed doorvragen en de juiste diagnose stellen kan over- en onderbehandeling voorkomen. Als voorbeeld geeft Van Bergen een patiënt die op consult komt met anale klachten. “Zo iemand wordt vaak doorverwezen naar de maag-darm-lever-arts. Maar als het een symptoom van gonorroe is bijvoorbeeld, dan kan de huisarts dat heel goed behandelen.” Bij hiv speelt weer iets anders, daar wordt te weinig getest. “Te veel mensen zijn er nog onbekend mee. Meer dan de helft van de hiv-patiënten komt te laat in de zorg.”

Lovecoaches

De problematiek van seksuele gezondheid speelt meer in multiculturele achterstandswijken als Amsterdam Zuidoost, zo legt Van Bergen uit. Al in 2000 vonden ze een antwoord op die problematiek. In Gezondheidscentrum Venserpolder startte het project ‘Better Safe Than Sorry’, ook wel bekend als het BSS-spreekuur. Het kreeg in 2016 de innovatieprijs van de GAZO: de Amsterdamse Gezondheidscentra Zuidoost.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Wereldburger Said Hamed over zorg voor mensen uit andere culturen

Huisarts Said Hamed slaat graag een brug tussen de gezondheidzorg en nieuwkomers in Nederland. Hij is directeur van Huisartsen Zorggroep Babylon, die zorg levert aan asielzoekers. “Schrik niet, houd je niet afzijdig, want vandaag zit deze man of vrouw in het asielzoekerscentrum, maar morgen in jouw spreekkamer.”

Said Hamed en zijn vrouw Vian Al Zaher, die ook huisarts is, zijn afkomstig uit Syrië en Irak. Na veel omzwervingen, ze woonden onder andere in Rusland, arriveerden ze in 2000 in Nederland. Het echtpaar heeft veel meegemaakt, ze verbleven in opvangcentra met hun ernstig zieke dochtertje. Hamed mocht de eerste jaren niet werken in het medische circuit, wat hij als een kwelling ervoer. Hij deed vrijwilligerswerk als tolk. Het is allemaal goed gekomen. De dochter is intussen twintig en, in de woorden van haar vader, een pittige tante. En Hamed en zijn vrouw hebben twee normpraktijken: De Schaapskamp in Bemmel en De Zwaluw in Elst. Beide huisartsenpraktijken zijn onderdeel van de Babylonholding, ook asielzoekerszorg, medische advisering en cosmetische geneeskunde vallen onder de moedermaatschappij.

Multicultureel

Nadat Hamed zijn BIG-registratie gehaald had, specialiseerde hij zich tot huisarts. Als huisarts in het asielzoekerscentrum in Wageningen en als medisch adviseur voor de centrale staf van het Gezondheidscentrum voor Asielzoekers (GC A) bedacht Hamed dat hij de doelgroep méér zou kunnen bieden, gezien zijn achtergrond en brede kennis van talen en culturen. Hij zag dat veel collega-huisartsen door een overvolle praktijk niet nóg meer zorg op zich konden nemen. En wat hem ook niet ontging, was de huiver bij sommige huisartsen voor asielzoekers als patiënt.
Zo ontstond Huisartsen Zorggroep Babylon, die gespecialiseerd is in zorgverlening aan organisaties waar multiculturaliteit speelt. GC A heeft de zorggroep gecontracteerd voor het leveren van huisartsenzorg aan asielzoekers. De huisartsen van de zorggroep werken ook als regie/telefoon-arts mee aan de Praktijklijn GC A.

Hoe geeft u vorm aan de zorg voor asielzoekers? Wat is er anders? “Steeds weer het woord ‘anders’! Alleen de communicatie is anders. Maar met bijvoorbeeld dove patiënten is dat ook zo. Je hoeft echt niet plotseling tropenarts te worden.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Nieuw Gezondheidscentrum De Bilt huisvest breed spectrum van zorg en welzijn

Al is Gezondheidscentrum De Bilt al enige tijd in gebruik, 21 maart 2016 leek een uitgelezen dag om het officieel te openen. Het centrum huisvest niet alleen het volledige spectrum van eerstelijnsdisciplines, ook de verbinding met het sociale domein is gegarandeerd. Bovendien is er een koppeling met een academisch hospice. Raf Hirsch, voorzitter van de raad van bestuur van Gezondheidscentra De Bilt, staat graag stil bij deze feestelijke mijlpaal.

Huisartsenzorg, fysiotherapie, farmacie, diëtetiek, logopedie, maatschappelijk werk, wijkverpleging en thuiszorg, psychologie/psychotherapie, GGZ-zorg, podotherapie, verloskunde, verslavingszorg, uitleen van hulpmiddelen, een sociaal team, steunpunt mantelzorg, oefentherapie Mensendieck en huidtherapie. GHC De Bilt huisvest een indrukwekkende waaier aan disciplines, beaamt Raf Hirsch. ”Het was een groeiproces dat al in de jaren zeventig van de vorige eeuw begon.” Hirsch was van 1973 tot 2008 huisarts in De Bilt. In 1974 heeft hij Gezondheidscentra De Bilt opgericht, samen met collega-huisartsen, wijkverpleegkundigen en maatschappelijk werkenden. “Als huisarts was ik er ten diepste van overtuigd dat ik mijn werk niet in mijn eentje kon doen. Dat ik andere disciplines en deskundigheden nodig had. Dat is mijn belangrijkste drijfveer. Het is voor een huisarts essentieel om samen te werken met alle zorgverleners in de eerste lijn, want bij ziekten kunnen naast lichamelijke ook psychische en sociale factoren een rol spelen.”

Creatief ondernemen

De uit 1959 daterende huishoudschool De Bunte in De Bilt bood na een ingrijpende renovatie voldoende ruimte voor alle zorgverleners. Waar haal je het geld vandaan om zo’n pand met historie zo te verbouwen dat iedereen erin past en er prettig en goed geoutilleerd kan werken? Hirsch: “Dan stuit je onontkoombaar op de schotten in de financiering. De verschillende geldstromen van de huisartsenvoorziening, de wijkverpleging, de thuiszorg en het sociale domein zaten ons danig in de weg. De oplossing: zelf investeren en zo min mogelijk afhankelijk zijn van subsidies. Een van de credo’s van creatief ondernemen is: de kost gaat voor de baat uit. En wat zeker helpt is dat de huisartsen zelfstandige ondernemers zijn; ze zijn niet in loondienst van de stichting.”

Download het volledige artikel hier:

Ninon Higham

De ‘waardepropositie’ van de patiëntgerichte huisartsenpraktijk

In De Eerstelijns 1-2016 stelden Jan Erik de Wildt, Leo Kliphuis en Jan Frans Mutsaerts dat de huisarts zich moet aanpassen om niet te verdwijnen. Huisarts en adviseur praktijkvoering Ninon Higham weet wel hoe. Wees geen generalist, maar specialist. Buit je talenten uit en zorg voor een goede samenwerking om van de eerstelijnszorg een sluitend geheel te maken.

Ninon Higham streeft naar eerstelijnszorg die écht patiëntgericht is, maar spreekt tegelijkertijd in termen als ‘waardepropositie’. “Ik denk als huisarts en als ondernemer”, zegt Higham. “Patiënten zijn niet alleen patiënt, maar ook klant bij jouw praktijk. Om ze zo goed mogelijk te bedienen moet je je klantenbestand in kaart brengen. Wie zijn ze en wat willen ze? Vervolgens kun je daarop inspelen.” En erop sturen in de praktijkvoering, om écht meerwaarde voor de patiënt te creëren. “Misschien moeten we afstappen van het idee dat je als praktijk de hele bevolking kunt dienen. Stel dat je een bepaalde levensfase of levensstijl eruit kiest, dan kun je op dat gebied veel meer voor zo’n groep betekenen. Een patiënt kan dan voor een bepaalde tijd aansluiten en als zijn of haar situatie verandert weer overstappen naar een praktijk die daar beter op aansluit.”

Als voorbeeld noemt Higham de werkende generatie die op flexibele tijden bij een praktijk terechtkan, digitaal afspraken maakt, de huisarts online consulteert en eigen controles doet. Dat verschilt nogal met een praktijk die voor ouderen zorgt met een mobiel team dat tijd heeft voor huisbezoeken en goed opgeleide POH’s die een root deel van de zorg leveren. Of een praktijk die ingericht is op leefstijlprogramma’s, waar de praktijkruimte tegen de sportschool aanligt en fysiotherapeuten en sportartsen spreekuur doen. Higham: “Dat kun je toch niet allemaal vanuit één praktijk bieden? De kracht van privéklinieken ligt in het waardepropositie: service, expertise en kwaliteit afgestemd op een specifieke doelgroep. Mogelijk komt daarmee een nieuwe manier van financieren van de grond.” Higham denkt aan bedrijven die investeren of patiënten die lidmaatschapsgeld betalen. “Dan ben je niet meer volledig afhankelijk van zorgverzekeraars.”

Download het volledige artikel hier:

Gezamenlijk spreekuur met psycholoog en huisarts

Gezamenlijk spreekuur huisarts en psycholoog

Huisarts Paul Meurs en klinisch psycholoog Carolien de Lenne schreven in 2014 geschiedenis door samen spreekuur te houden in de praktijk van Meurs in het Brabantse Soerendonk. Een bijzondere pilot: twee hooggekwalificeerde professionals die doorgaans alleen opereren zij aan zij in één spreekkamer. De veronderstelling was dat door de inzet van psychologie, een besparing gerealiseerd zou worden op de kosten voor somatiek.

Het was wel wennen, twee poortwachters in één spreekkamer. “Carolien is een prettige persoon om mee samen te werken”, zegt huisarts Paul Meurs. “Dat neemt niet weg dat ik er soms niet van gecharmeerd was dat zij het spreekuur overnam. Ik moest dan achterover leunen en haar het werk laten doen. Maar ik moet zeggen: het heeft goed gewerkt. Het is behalve een kwestie van wennen, ook een kwestie van karakter: ik ben nogal activistisch van aard.”
Voor de ervaren klinisch psycholoog/psychotherapeut Carolien de Lenne was het soms eveneens ongemakkelijk. “Ik ben een voorzichtig iemand. De huisarts nam op zijn eigen terrein gemakkelijker ruimte in dan ik. Achteraf bezien had ik misschien wat ‘brutaler’ moeten zijn en meer ruimte moeten opeisen.”
Het is belangrijk om in de toekomst goede afspraken te maken over de afbakening van taken, benadrukt De Lenne, bijvoorbeeld over wie wanneer het woord neemt. Binnenkort start er een tweede pilot in Oosterhout en er volgt nog een derde in Zuid-Nederland. Zorgverzekeraar CZ ondersteunt het initiatief.

Bij het gezamenlijk spreekuur stellen huisarts en psycholoog vragen aan de patiënt, ieder vanuit hun eigen discipline. De Lenne is ervan overtuigd dat de duale aanpak die nu beproefd is sneller tot passende zorg leidt, zorg die de patiënt echt nodig heeft. “Dat kan alleen maar besparend zijn. Wat kost het bijvoorbeeld niet om een scan te maken? Er is ook winst in menselijk opzicht, in kwaliteit van leven. Hoe eerder je aan de poort kunt zeggen: dit is wat u echt nodig heeft, hoe beter het is. Zo voorkom je dat mensen blijven tobben, onnodig medicijnen gebruiken of in de ziektewet belanden.”

Download het volledige artikel hier:

Gezondheidscentrum De Kroonsteen – De Vuursteen: een organisatie- en samenwerkingsmodel dat wérkt in de praktijk

Huisarts Jaap Schreuder (69) stopt eind dit jaar als praktiserend huisarts en als voorzitter van de stichting Gezondheidscentrum De Kroonsteen – De Vuursteen. In 1980 was hij een van de grondleggers van De Kroonsteen, bovendien was hij jarenlang bestuurslid van de LHV-Huisartsenkring Nijmegen e.o. Zijn vertrek is een goed moment om stil te staan bij de vraag wat een gezondheidscentrum tot een góed gezondheidscentrum maakt, en hoe de toekomst van De Kroonsteen – De Vuursteen eruit ziet.

De organisatie en infrastructuur van de eerstelijns gezondheidszorg vormen een actueel thema. De Kroonsteen – De Vuursteen, met twee vestigingen in Malden en Molenhoek, is een goed voorbeeld van een organisatie- en samenwerkingsmodel dat werkt in de praktijk, stelt Jaap Schreuder. Schreuder neemt eind dit jaar afscheid als praktiserend huisarts en als voorzitter. Hij vertelt: ‘Tijdens mijn militaire diensttijd werkte ik in het militair revalidatiecentrum en daar merkte ik hoe goed de samenwerking tussen huisartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, maatschappelijk werkers et cetera was. Terug in de huisartsenpraktijk stelde ik voor deze opzet te volgen. Een collega-huisarts, apotheker en fysiotherapeuten vonden dat eigenlijk direct een goed idee en de wijkverpleegkundigen en maatschappelijk werkers toonden zich zelfs blij verrast. De gemeente was in die tijd aan het groeien, dus de zorgbehoefte groeide ook, en geen van de disciplines beschikte over afdoende huisvesting. Het idee om met elkaar te gaan samenwerken in Gezondheidscentrum De Kroonsteen kwam dus op het goede moment. Het enige minpunt was de hypotheekrente, die op dat moment – in de tijd van de tweede oliecrisis – op twaalf procent stond. We hebben allemaal flink geïnvesteerd, iedereen stond erachter. Dat is ook waarom ik stel dat het ín zijn huidige opzet, samen met De Vuursteen, zo’n goed voorbeeld is. We hebben de samenhangende eerstelijnszorg echt op basis van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid vormgegeven. Probeer je dit topdown te doen, dan creëer je meteen je eigen weerstand.’

Het bestuur van het gezondheidscentrum bestaat uit vier aangesloten praktijkhouders en een extern bestuurslid vanuit het patiëntenperspectief. Manager Nancy Stensen noemt de combinatie van zelfbestuur met directe verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de praktijkhouders een belangrijke succesfactor. En Schreuder vult aan: ‘Met een manager die de zorgverleners één aanspeekpunt, één “smoel” geeft, ook voor de uitstraling naar buiten toe.’ Maar dan ben je er nog niet, stelt hij. ‘Je moet zo’n structuur onderhouden, dat gaat niet vanzelf. Zorgverzekeraars hebben ook een verantwoordelijkheid voor continuïteit en managers hebben een rol in de continuïteit van samenwerken. Juist nu, nu veel energie gaat zitten in het opzetten van nieuwe projecten in het kader van wijkgericht werken. We hebben geluk dat we het grootste deel van de populatie bedienen van de twee gemeenten waarin we actief zijn Heumen en Mook & Middelaar. We zijn een goed aanspreekpunt voor alle stakeholders. Het heeft een menselijke maat.’

Download het volledige artikel hier:

Machteld Huber: Nieuw perspectief op gezondheid daagt eerstelijns zorgverleners uit

Het kan natuurlijk niet anders dat Machteld Huber haar nieuwe initiatief, het Institute for Positive Health, gaat onderbrengen in het Huis van de Gezondheid in Amersfoort. Haar focus ligt de komende jaren op het doorontwikkelen en implementeren van positieve gezondheid.

Machteld Huber is hot. Een zoekactie op Google levert tien pagina’s aan hits op. In de eerste helft van 2015 hield Huber meer dan zestig lezingen en presentaties. Het ging snel na haar ZonMw pareltoekenning in 2012 en nog sneller na haar promotie in 2015. Het begrip positieve gezondheid is ingeburgerd in Nederland en de ontwikkeling gaat door. Wat valt op?

Als zorgprofessionals de uitkomst zien van het onderzoek van Huber dan worden ze geconfronteerd met hun beperkte blikveld van gezondheid als “afwezigheid van ziekte”, terwijl patiënten gezondheid zien als “betrekking hebbend op het hele leven”. Wanneer je de “patiënt centraal” stelt en die brede blik respecteert, kom je bij het spinnenweb met zes pijlers voor positieve gezondheid van Huber uit.
Bij het zien van de uitkomst van Hubers onderzoek strijden ongemakkelijkheid en blijdschap om voorrang. Enerzijds is men geschokt over het eigen beperkte blikveld en heeft men vaak een andere kijk op het eigen functioneren. Anderzijds biedt het concept ook een nieuw perspectief. Een combinatie van zorg en welzijn, integrale zorg, een nieuwe ambitie en ontschotting. Het levert in de dynamische, veranderende zorg een lichtpunt op. Uitgaan van de kracht van patiënten, aansluiten; die benadering is aantrekkelijk en aanstekelijk. Vooral als Huber haar persoonlijke en werkgerelateerde ervaringen (onder andere als voormalig huisarts) passievol naar voren brengt. Je kunt er niet tegen zijn! Het lijkt een goed idee om Huber in contact te brengen met het actiecomité “Het roer moet om”.

Hoewel veel landelijke partijen en organisaties geïnteresseerd zijn, valt op dat de feitelijke initiatieven vooral in de regio’s liggen. Samenwerkingsverbanden van zorg en welzijn, gestimuleerd of gedwongen door de decentralisaties en herpositionering. Waar schotten knellen en een eenzijdige focus op een deel van de zorg of de patiënt tot onvrede leiden en om een nieuw positief elan vragen. Waar patiënten nadrukkelijk meedoen en misschien voor het eerst echt serieus worden genomen. Waar dynamiek is of moet ontstaan.

Download het volledige artikel hier:

‘Zorginnovaties moeten vooral functioneel zijn’

Fabrizio Greidanus geeft leiding aan de InnovatieWerkplaats van ZuidZorg, de grootste extramurale zorgaanbieder in Zuidoost- Brabant. Vanaf 2013 onderzoekt men hier het nut van innovaties zoals slimme apps, screen-to-screen zorg, track-en-tracesystemen en zorgrobots. Greidanus moet heel wat weerstanden overwinnen. Opmerkelijk genoeg vaker bij zorgprofessionals dan bij cliënten.

Officieel heet zijn functie kwartiermaker InnovatieWerkplaats. Greidanus: ‘In de oorlog trokken kwartiermakers voor de troepen uit om de tenten op te zetten en te zorgen dat er eten was voor de soldaten. Ik ontwikkel een nieuw onderdeel van de organisatie en zorg voor middelen, structuren en ideeën.’
Het kleine team van de InnovatieWerkplaats is direct onder de raad van bestuur geplaatst zodat het met een grote mate van vrijheid allerlei zaken kan uittesten. Daarnaast voert de Werkplaats opdrachten uit voor derden, bijvoorbeeld ziekenhuizen.

Zitten zorgbehoeftige mensen wel te wachten op een zorgrobot of een slimme app?
Greidanus verblikt noch verbloost bij die vraag. ‘Waar het in essentie om draait is dat mensen comfortabeler, gezonder en gelukkiger thuis in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Met innovaties kunnen we daaraan bijdragen. Twaalf jaar geleden was ZuidZorg een van de eerste zorgorganisaties die beeldzorg introduceerden. Dat was in de tijd van die oude computerbakbeesten waar je weinig mee kon. Wij hebben een groep ouderen een tablet gegeven met de boodschap: gebruik dat oude ding drie maanden niet, want met dit nieuwe apparaat kunt u veel meer. Zelf contact leggen met de zorgcentrale van Zuid-Zorg, maar bijvoorbeeld ook met mantelzorg, het ziekenhuis of de huisarts.
De zorgcentrale kan ook contact met u opnemen. Dat kan gaan van een simpel “hoe is het met u?” tot en met insulinebegeleiding op afstand.’ Greidanus vertelt met smaak hoe tachtig procent van de ouderen na drie maanden hun tablet graag wilde houden omdat hun wereld groter was geworden.
‘Ze werden wel intensief begeleid, want iemand van 92 kun je geen tablet geven en zeggen zoek het zelf maar uit. ZuidZorg heeft een grote ledenorganisatie met onder anderen vrijwilligers, vaak gepensioneerden, zij nemen die begeleiding voor hun rekening.’

Hebt u een achtergrond in de ICT of in de zorg?
‘Ik ben een en al zorg! In 1981 ben ik in de zorg begonnen en heb ervaring opgedaan als ambulanceverpleegkundige, ic-verpleegkundige en diabetesverpleegkundige. De laatste dertien jaar was ik manager in de zorg. Als ik zonder werk zou komen, zou ik het uitvoerende werk zo weer oppakken. Maar als je in de zorg wilt opklimmen, moet je weg van het bed, wordt altijd gezegd en dat klopt ook. Een aantrekkelijk aspect van mijn huidige functie is dat ik invloed kan uitoefenen op hoe de toekomst van cliënten die thuis wonen er gaat uitzien.’
Een gemakkelijk parcours is dat niet. Opmerkelijk genoeg hebben cliënten vaak minder reserves ten aanzien van zorginnovaties dan zorgprofessionals.

Download het volledige artikel hier:

‘Laat zien wat je als eerste lijn allemaal in huis hebt’

Onder leiding van huisarts en kaderarts hart- en vaatziekten Claudia Lobo hebben huisartsen, cardiologen, neurologen en vaatchirurgen in de regio Nijmegen afspraken gemaakt over de terugverwijzing van CVRM-patiënten naar de eerste lijn. De bezegeling van de transmurale afspraken op 1 april 2015 ging gepaard met feestelijk tromgeroffel. Initiator Lobo blijft er laconiek onder: ‘Nu moeten we het gaan waarmaken.’

Afspraken tussen huisartsen en maar liefst drie specialismen uit de tweede lijn. Uniek voor de regio, maar ook elders een zeldzaam fenomeen. Hoe moeilijk was dat?
‘Toen ik iedereen bij elkaar had – dat was wél moeilijk – bleek dat er heel goed inhoudelijke afspraken te maken waren. Als je maar sterk focust op het belang van de patiënt en duidelijk maakt dat huisartsen geen afpakkertje spelen’, vertelt initiator Claudia Lobo. ‘Wat ons voor ogen staat is een vloeiend verloop tussen het ziekenhuis en de eerste lijn. Die aansluiting, die flow is van cruciaal belang. Want die zorgt ervoor dat er geen patiënten tussen wal en schip vallen.’
Lobo geeft het voorbeeld van iemand die een herseninfarct heeft gehad, hersteld is en alles weer kan. Als de patiënt toch angstig blijft, wordt hij in het ziekenhuis verwezen naar de medisch psycholoog. Die problemen moeten ook in de eerste lijn goed overgenomen worden. ‘Breed blijven kijken naar de gevolgen op langere termijn, is een belangrijk aspect geweest tijdens de onderhandelingen. Ik heb gemerkt dat de medisch specialisten heel erg openstonden om dat gesprek aan te gaan.’

Als het hart weer stabiel is, hoeven mensen niet onder controle in het ziekenhuis te blijven. Dan zijn ze beter af bij de huisarts, die gewend is met een brede blik te kijken: je hart is wel weer in orde, maar zijn er andere dingen waarnaar ook gekeken moet worden? Die totaalblik die eigen is aan de huisarts, is in dit stadium van het herstelproces belangrijk voor de patiënt. Er klinkt passie door als Lobo zegt: ‘Die aansluiting tussen je orgaan en de rest van je lichaam, van je bestaan, dáár wil ik graag een bijdrage aan leveren.’

Lobo is huisarts en kaderarts hart- en vaatziekten bij OCE (Organisatie voor Chronische EerstelijnsZorg). Dat is een dochter van CIHN (Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen), waarbij meer dan 230 huisartsen zijn aangesloten. Lobo trad bij de onderhandelingen – die tweeënhalf jaar duurden – op als vertegenwoordiger van die grote groep huisartsen. Toen ze de verantwoordelijkheid op zich nam en de specialisten ervan verzekerde dat huisartsen toegerust zijn om als hoofdbehandelaar op te treden, kwam er schot in. ‘Met het ketenzorgprogramma Cardiovasculair Risicomanagement waarmee wij hier werken, zijn huisartsen daar veel beter dan vroeger op ingesteld.’

Download het volledige artikel hier: