InEen en LHV eensgezind over bekostiging Organisatie & Infrastructuur

De samenwerking tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging en InEen heeft een extra impuls gekregen met het onderzoek naar de organisatie en infrastructuur in de eerste lijn. Recent verscheen de impactanalyse op basis van de eindrapportage over dit onderwerp. Deze geeft concrete aanbevelingen voor het vervolg.

Welke impact zou de nieuwe bekostigingssystematiek die werd gepresenteerd in het rapport Doelgerichte versterking van de Organisatie en Infrastructuur van de eerste lijn hebben op de ontwikkeling van de organisatie en infrastructuur van de eerste lijn en de bekostiging daarvan? Op die vraag moest de impactanalyse antwoord geven. De recent verschenen analyse leidt tot negen aanbevelingen, waarvan er vijf betrekking hebben op betaaltitels. De kern: ga (conform het voorstel van de Nederlandse Zorgautoriteit) in 2018 van start met vier betaaltitels: praktijkmanagement, wijkmanagement, ondersteuning ketenzorg en regiomanagement.

Paul van Rooij, directeur van de Landelijke Huisartsen Vereniging: “De achterbannen van de LHV en InEen hadden een enorme behoefte aan versimpeling van de financiering. Aan iedere betaaltitel zijn nu randvoorwaarden verbonden, zodat je er in het regionaal overleg altijd praktisch invulling aan kunt geven.”

Ruimte voor maatwerk

In de impactanalyse wordt de aanbeveling gedaan om ruimte te laten voor maatwerk. Die ruimte is er in de voorgestelde opzet, stelt Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen. “De vier benoemde betaaltitels maken het beter mogelijk om het gesprek te voeren over wat je in een wijk of regio wilt bereiken.“

Van Rooij is het hiermee eens, met een kanttekening. “In de voorgestelde opzet kun je de huidige afspraken voortzetten én nieuwe dingen doen. De vraag is of die ruimte ook ingevuld gaat worden. Het zal zich in de praktijk moeten bewijzen.”

Terugvaloptie

Verklaart dit waarom in de impactanalyse ook wordt aanbevolen om in 2018 over te gaan op de nieuwe betaaltitels, maar wel een terugvaloptie open te houden? Van Rooij: “We wilden met de impactanalyse duidelijkheid krijgen over de vraag of de in het rapport beoogde aanpak zou werken. Het antwoord is nee. Daaraan zijn een aantal aanbevelingen voor verbetering gekoppeld, waarvan we op voorhand niet weten of het daarmee wél gaat werken. De impactanalyse laat weliswaar zien dat stilstand geen optie is, maar geeft onvoldoende houvast om meteen honderd procent over te stappen op de nieuwe betaaltitels. Een terugvaloptie is daarom nodig.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Tijdelijk hoofdlijnenakkoord blijft beleidstaal

De besluitvorming heeft bij het in druk gaan van deze Eerstelijns net plaatsgevonden en onze voorspelling is dat partijen instemmen met het Hoofdlijnenakkoord 2018. Wat gaat er veranderen? De Eerstelijns analyseert.

Het grootste verschil tussen het akkoord uit 2013 en dat voor 2018 zit in de alinea’s over mensen die langer thuis wonen. Waar er in 2013 nog geen beeld was van de effecten daarvan, worden ouderen met een complexe zorgvraag, GGZ-problematiek, overbelasting van achterstandswijken en ANW-zorg nu expliciet genoemd. In 2013 kwamen de woorden gemeente en sociaal domein niet voor in de hoofdtekst. Nu wordt de verbinding gelegd. Dat geldt ook voor een multidisciplinaire benadering. Toch is er bij het nieuwe hoofdlijnenakkoord voor gekozen om alleen de huisartsen te betrekken: vertegenwoordigers van wijkverpleging of farmacie ontbreken bij de ondertekenaars. Terwijl juist gebleken is dat afstemming tussen de domeinen en sectoren nodig is. Wie houdt nu de regie over de samenhang?

Substitutie

Substitutie staat in 2018 niet meer op de eerste plaats. In de ouderenzorg en GGZ heeft substitutie al plaatsgevonden. In de curatieve sector is vastgesteld dat de zorgverzekeraars er niet in zijn geslaagd om substitutie te realiseren of te meten. Daarom is gekozen voor een andere aanpak. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meet het substitutie-effect en het macrobudget (€75 miljoen) wordt vooraf gereserveerd voor substitutie uit ziekenhuizen. Onduidelijk is of er budget is voor andere ambities uit dit hoofdlijnenakkoord, zoals innovatie en Organisatie & Infrastructuur.

eHealth

De eHealth-ambities van de partijen in het hoofdlijnenakkoord zijn helaas laag. Dat was zo in 2013 en is onveranderd in 2018. Terwijl daar de sleutel ligt tot het ‘empoweren’ van de burger en het aanvullen of vervangen van reguliere zorg met digitale zorg.

Conclusie

Het hoofdlijnenakkoord blijft beleidstaal. Afgezien van de financiële kaders en het macrobeheersinstrument, die blijven er keihard in staan. Het is logisch dat deze landelijke lijn van afgelopen jaren wordt doorgetrokken, al zal de dynamiek op het thema ouderenzorg in regio’s moeten ontstaan door coalitions of the willing.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:
[/av_font

Ondersteunde zelfzorg: zo doe je dat

Binnen drie jaar op grote schaal ondersteunde zelfzorg implementeren. Dat was de doelstelling waarmee coöperatie Zelfzorg Ondersteund! (kortweg: ZO!) in 2013 van start ging. Het bleek een aanstekelijke ambitie: inmiddels zijn 62 van de 94 zorggroepen in ons land ermee aan de slag gegaan.

Voor mensen met een chronische aandoening is het belangrijk kwaliteit van leven te behouden en eigen regie te blijven ervaren. Ze krijgen slechts één procent van de tijd ondersteuning van professionele zorgverleners, voor de andere 99 procent van de tijd moeten ze zelf een manier vinden om hun aandoening te managen. Ondersteunde zelfzorg is daarbij essentieel. Begrijpelijk dus dat patiëntenverenigingen, zorgaanbieders en zorgverzekeraars elkaar hebben gevonden in ZO!. “Om te achterhalen hoe realistisch onze ambitie was, moesten we eerst in beeld krijgen wat er al gebeurde op het gebied van ondersteunde zelfzorg”, zegt Pieter Jeekel, trekker van ZO!. “We ontdekten dat 42 zorggroepen ermee aan de slag waren, maar slechts een paar echt effectief. Er waren twintig leveranciers van ondersteunende technische platforms. Slechts twee daarvan bleken te voldoen aan de eisen op het gebied van functionaliteit, koppeling en beveiliging die wij daarvoor opstelden.”

Geïntegreerde aanpak nodig

Werk aan de winkel dus. Aan de zijde van de zorgaanbieders moest sprake zijn van een geïntegreerde aanpak in ondersteunde zelfzorg. Jeekel: “Dat houdt in dat de patiënt goed geïnformeerd wordt over wat zijn chronische ziekte inhoudt en wat hij kan doen om daar zo goed mogelijk mee om te gaan. Ook vraagt het om coachende professionals, die tijd en kennis hebben om op basis van motivational interviewing met de patiënt op zoek te gaan naar wat hem motiveert om tot zelfzorg te komen. Verder vraagt het om de juiste ondersteuning in eHealth. En om de juiste incentives voor zorgprofessionals om hiermee aan de slag te gaan.”

Ook aan de technische platforms moeten eisen worden gesteld. Jeekel: “Een technisch platform heeft waarde als het de patiënt ondersteunt in zelfmanagement. Als het die patiënt dus informatie en educatie biedt, hij ermee kan communiceren met zijn zorgverlener en als de doelen en plannen van de ondersteunde zelfzorg kunnen worden verwerkt in het individuele zorgplan van de patiënt.”

Langs beide lijnen is gewerkt aan professionalisering. Met succes: het aantal aanbieders van technische platforms dat voldoet aan de ZO!-eisen steeg van twee naar zes. En het aantal zorggroepen dat een geïntegreerde aanpak voor ondersteunde zelfzorg ontwikkelde overeenkomstig de doelstellingen van ZO! groeide naar 62.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier: