“Data en technologie helpen ons de zorg beter te organiseren”

Vrijwel iedereen, jong en oud, heeft tegenwoordig toestellen waarmee je altijd online kunt zijn. Mensen gebruiken hun mobiele telefoon als agenda en voor hun sociale media en gebruiken applicaties voor van alles. “Velen zijn dus al gewend aan dit soort technologie in het dagelijks leven. En dan is de stap naar het gebruik van een smartphone of tablet voor de gezondheid snel genomen”, aldus Esther Talboom-Kamp, bestuursvoorzitter bij Saltro.

Naar schatting worden er op dit moment zo’n 325.000 applicaties aangeboden die op een of andere manier iets te maken hebben met gezondheid. Maar niet al deze apps worden getoetst of getest voordat ze worden aangeboden in de app store. “Dit is niet wenselijk, omdat we niet weten of de app die wordt gebruikt betrouwbaar, veilig en effectief is. We mogen niet toestaan dat patiënten, consumenten en zorgprofessionals werken met tools die hen niet daadwerkelijk helpen”, zo stelt Esther Talboom.

“Gezien de hoge werkdruk, de krapte op de arbeidsmarkt en de complexe zorgvraag van steeds ouder wordende, chronisch zieken, moeten we slimme programma’s ontwikkelen”, vervolgt ze. “Programma’s die de patiënten meer betrekken bij hun zorg en gezondheid én hen in staat stellen een groot deel van hun leven zelf te managen. eHealth kan hierbij een grote rol spelen, maar dit moet dan wel een goed geïntegreerd onderdeel zijn van de zorg.”

Actieve rol

“Zoals uitstekend verwoord in het rapport ‘Zorg op de juiste plek’, moeten we de juiste zorg, op de juiste plaats, tegen de juiste prijs bieden”, aldus Esther Talboom. “Dat vergt van alle bij de zorg betrokken partijen dat zij intensief samenwerken en hun werkzaamheden naadloos op elkaar aansluiten. Ook hier geldt dat data en technologie essentieel zijn voor het delen van gegevens en gezamenlijk analyseren en adviseren. Zolang we de gegevensuitwisseling niet op orde hebben, kunnen we niet verwachten dat we de zorg optimaal en over de lijnen heen kunnen inrichten.”

Voortrekkersrol NeLL

Het is belangrijk om bij de start van een nieuw digitaal initiatief zowel patiënten, zorgvragers als zorgprofessionals te betrekken. De wetenschap moet een rol vervullen bij het nagaan wat de daadwerkelijke effecten zijn van nieuwe technologie en op welke wijze data optimaal gebruikt kunnen worden bij de ontwikkeling van tools. De kennis die wordt opgedaan tijdens studies en onderzoeken moet breed gedeeld worden, zodat iedereen deze inzichten kan gebruiken bij de (door-)ontwikkeling van zorgprogramma’s en eHealth-toepassingen. Het National eHealth Living Lab (NeLL) vervult hierin een voortrekkersrol.

Auteur: Cherelle de Graaf

Download het volledige artikel hier:

Cao Gezondheidscentra/AHG maakt plaats voor toekomstbestendiger afspraken

De Cao Gezondheidscentra/AHG wordt ontmanteld omdat die niet meer past bij het huidige en toekomstige werkveld van gezondheidscentra. Het geeft gezondheidscentra een ongunstige positie in de eerste lijn, waardoor de doelen van multidisciplinaire samenwerking eerder benadeeld dan gestimuleerd worden. Tijd voor nieuwe afspraken dus. Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen, legt uit hoe dit proces eruit ziet en waartoe het zal leiden.

Eind september werd de Cao Gezondheidscentra/AHG 2018 afgesloten, met een looptijd tot 1 maart 2019. Naar het zich laat aanzien de laatste voor deze doelgroep. De werkgevers zijn het er namelijk over eens dat deze cao niet bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van gezondheidscentra met medewerkers in loondienst. “De arbeidsvoorwaarden van sommige disciplines sluiten niet meer aan bij de tarieven die voor deze beroepsgroepen gehanteerd worden door zorgverzekeraars”, zegt Mosterdijk. “Het meest prangende voorbeeld is de fysiotherapie, waarin sprake is van veel loondienstverbanden. In je loonafspraken moet je als werkgever alle disciplines meenemen, maar in veel paramedische beroepen blijven de tarieven achter bij de loonafspraken. Je krijgt daarmee verlieslatende disciplines in je gezondheidscentrum. Het gevolg is dat veel fysiotherapiepraktijken inmiddels al zijn verzelfstandigd, tot ongenoegen van de gezondheidscentra. Die willen deze praktijken liever in huis houden omdat dan veel betere multidisciplinaire afspraken kunnen worden gemaakt.”

Waren de problemen niet binnen de bestaande structuur op te lossen? “Dat had misschien gekund”, zegt Mosterdijk, “als het mogelijk was geweest om afspraken te maken over gedifferentieerde loonontwikkeling binnen de cao. Dat kon echter niet op draagvlak bij de werknemersorganisaties rekenen.”

Ontmanteling

Dit betekent dus dat de bestaande cao wordt ontmanteld. Volgens de berichtgeving worden de medewerkers van de gezondheidscentra ‘voor zover mogelijk’ ondergebracht bij aanpalende cao’s. Is dit een beslissing die voor geen enkele van de betreffende groepen nadelig uitvalt? “Nieuwe medewerkers gaan onder de aanpalende cao’s vallen, voor bestaande medewerkers geldt dat we in de komende periode gaan kijken hoe we op een nette manier van A naar B kunnen komen. En als er geen andere cao geschikt is, geldt altijd nog de nawerking van de huidige cao.”

Aan cao-tafels

InEen vertegenwoordigt in de discussie die nu aan de cao-tafel wordt gevoerd haar leden. “We zijn de vertegenwoordiger van de werkgevers om de overgang van de huidige cao naar de nieuwe situatie in goede banen te leiden”, zegt Mosterdijk. “Dit betekent dus dat we aan meerdere tafels zitten en met andere brancheverenigingen afspraken moeten gaan maken.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Nieuwe screeningsmethode voor slaapapneu

OSAsense is een laagdrempelig screeningsinstrument voor het obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), dat huisartsen gebruiken om uit te sluiten of iemand deze aandoening heeft. Ze kunnen hiermee deze patiënten sneller opsporen en het aantal onnodige verwijzingen naar slaapcentra met circa tachtig procent verlagen. Sinds 1 mei werken honderddertig Twentse huisartsen met deze tool. Patiënten kunnen het instrument thuis gebruiken en het bespaart kosten.

Slaapapneu is een ernstige aandoening waarbij de patiënt tijdens de slaap meerdere malen stopt met ademhalen. Het kan leiden tot slaperigheid overdag en permanente gezondheidsschade, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en dementie. Volgens onderzoek lopen er in Nederland nog circa 300.000 mensen rond met OSAS zonder dat ze het weten.

Patiënten die zich bij hun huisarts presenteren met vermoeidheidsklachten, worden bij een vermoeden op OSAS meestal doorverwezen naar een specialistisch slaapcentrum voor een slaaponderzoek. Dit onderzoek is belastend voor de patiënt, gaat gepaard met hoge kosten en blijkt in een aanzienlijk deel van de gevallen achteraf niet nodig te zijn geweest.

Werking methode

OSAsense bestaat uit een vragenlijst en een slaaponderzoek dat de patiënt thuis kan uitvoeren. Vaak nog op dezelfde dag dat de patiënt zich met klachten meldt bij de huisarts, krijgt deze een horloge met een wegwerp ‘vingerhoedje’ dat het zuurstofgehalte meet in het bloed. Als dat zuurstofgehalte gedurende de slaap tenminste vijf keer per uur dipt, is er sprake van slaapapneu.

Veldhuis koppelt het horloge aan zijn computer, vult enkele gegevens in en geeft het horloge mee aan de patiënt die er thuis een nacht mee slaapt. De patiënt vult daarnaast een online vragenlijst in. De volgende ochtend levert de patiënt het horloge weer in en beoordeelt de huisarts de analyse. OSAsense genereert een adviesrapport, waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is op slaapapneu. Is de kans groot, dan verwijst de huisarts alsnog door naar het slaapcentrum. Daar wordt de definitieve diagnose gesteld en gestart met een passende behandeling.

Betere opsporing in eerste lijn

OSAsense is bedoeld om slaapapneu uit te sluiten bij patiënten met atypische klachten (vermoeidheid, prikkelbaarheid, laag energieniveau) of patiënten met een hoog a priori risico (voorafkans) op slaapapneu op basis van bestaande comorbiditeit (atriumfibrilleren, therapieresistente hypertensie) en klinische presentatie. Het instrument is erop gericht patiënten met een verdenking op slaapapneu beter op te sporen in de eerste lijn en onnodige verwijzingen naar een slaapcentrum te voorkomen.

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier: