Beleidsadviezen voor een nieuw kabinet

Wat gaat kabinet Rutte 3 doen met de (eerstelijns)gezondheidszorg? Het regeerakkoord zal het uitwijzen, maar als het aan de Eerstelijns ligt, kiest het kabinet voor een aantal logische, samenhangende oplossingen voor de (toekomstige) knelpunten.

De grootste uitdagingen betreffen de ouderenzorg, acute zorg, arbeidsmarkt en substitutie. Hoewel er al enkele stappen zijn gezet, is het niet genoeg. Zeker in de eerstelijnszorg zijn aanvullende maatregelen nodig.

Ouderenzorg

Door decentralisatie zijn oudere en kwetsbare mensen langer thuis. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van zorg en welzijn. Door de sociale wijkteams verder te laten integreren en samenwerking met de eerstelijnszorg te intensiveren, kan meer en beter geïntervenieerd worden in een vroeg stadium.

Rutte 3 zet de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) voorlopig op dezelfde voet voort. In de eerstelijnszorg en de wijkverpleging betekent dat: aanbesteden op basis van een concessiemodel. Hoewel de individuele vrijheid bij het kiezen van een organisatie beperkt wordt, kan door het verminderen van transacties collectieve efficiencywinst worden geboekt. Ook het aantal transacties in de huisartsenzorg kan omlaag. Met name wanneer er regionale huisartsenorganisaties ontstaan die aanspreekbaar zijn voor alle (24 uurs)zorg. De module Organisatie & Infrastructuur (O&I) biedt hiertoe mogelijkheden, maar de nieuwe minister van VWS moet zorgverzekeraars wel tot actie manen. Tot op heden is er namelijk binnen die module alleen oog voor praktijkmanagement.

Acute zorg

De acute zorg heeft een fundamenteel probleem. De relatief goedkope ANW-zorg van huisartsen heeft een budgetmodel en is gratis toegankelijk, de dure SEH valt onder het eigen risico en heeft een productieprikkel. Dat moet anders. Rutte 3 los dit op, want de acute zorg loopt vast. Een structurele herziening is noodzakelijk.

Arbeidsmarkt

Het feit dat zorgverzekeraars weigeren om prijzen te indexeren terwijl de lonen wel stijgen, zou door de politiek moeten worden verboden. Niet indexeren kost arbeidsplaatsen, terwijl er tekorten ontstaan. De politiek kan marktmeester NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) de opdracht geven om een verplichte indexatie op te nemen in de beleidsregels, aangezien er sprake is van marktfalen. Maar er is meer nodig. In alle andere economische sectoren is digitalisering een topprioriteit. In de (eerstelijns)zorg staat eHealth nog in de kinderschoenen. Rutte 3 moet hier beleidsrijk mee aan de slag.

Substitutie

Sinds 2006 is substitutie een onderdeel van het overheidsbeleid. Anno 2018 heeft de substitutie van zorg (deels) plaatsgevonden, maar de budgetten zijn nauwelijks ‘meeverhuisd’. De eerstelijnszorg met de kernfuncties huisartsen en wijkverpleegkundigen wordt volstrekt overvraagd, burn-out en discontinuïteit zijn aan de orde van de dag. En dit terwijl de zorgverzekeraars het beschikbare macrobudget voor huisartsen, multidisciplinaire zorg en wijkverpleging al twee jaar niet uitgeven. Daarop ingrijpen is stap één voor de nieuwe minister van VWS.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Kernteam rondom kwetsbare oudere in West-Brabant

Het doel is mooi: ervoor zorgen dat 27.000 kwetsbare ouderen in West-Brabant op een prettige manier thuis kunnen blijven wonen zolang dit mogelijk en wenselijk is. Het middel is veelbelovend: een huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige en specialist ouderengeneeskunde die zich rondom een senior scharen en zo een ‘kernteam ouderenzorg’ vormen.

“Omdat wij het gaan dóen. Omdat we geen tijd te verliezen hebben. De spoedposten en huisartsenposten lopen hier vol met kwetsbare ouderen. Het is de hoogste tijd om de zaken preventief nét wat beter te regelen en de druk te verlichten.”

Dominiek Rutters klinkt resoluut wanneer haar wordt gevraagd waarom de zorg voor kwetsbare ouderen in West-Brabant binnen afzienbare tijd snel en grootschalig zal zijn gestroomlijnd. “Natuurlijk, ‘de kwetsbare oudere centraal’ en ‘professionals die hun werkzaamheden op elkaar afstemmen in het belang van de senior’ zijn ideeën die elders in het land ook worden uitgevoerd”, zegt de programmamanager van Verbonden in Zorg. “Maar vaak gaat het om relatief kleinschalige initiatieven en blijkt het lastig te zijn om grote stappen te zetten. In West-Brabant heeft zich afgelopen zomer een groot aantal partijen achter één uniforme programmatische werkwijze geschaard (zie ook www.verbondeninzorg.nl, red.). Daarom hebben we er vertrouwen in dat het ons gaat lukken. Over anderhalf jaar willen we een groot deel van de kwetsbare ouderen – uit een totale populatie van 27.000 75-plussers – goed in beeld hebben en de benodigde ondersteuning en zorg bieden via een kernteam ouderenzorg.”

Overzicht bij één persoon

Evenals elders in het land is er in West-Brabant een sterke behoefte aan een slagvaardig netwerk van zorg en welzijn rondom kwetsbare en thuiswonende ouderen. Rutters: “Voor de hulp aan kwetsbare ouderen is deskundigheid nodig van verschillende organisaties en professionals. Wij streven ernaar dat die zorg niet versnipperd is, maar één geheel vormt. Een oudere niet te merken dat veel verschillende mensen voor hem zorgen. Neem de huisarts. Die is vaak primair verantwoordelijk voor de medisch-inhoudelijke zorg, maar iemands eenzaamheid kan hij niet oplossen. Het aanbod hiervoor wordt elders vanuit de wijk verzorgd, bijvoorbeeld via de gemeente. Eén persoon moet het overzicht hebben over de behoeften van een kwetsbare oudere én het beschikbare aanbod, om daarna in overleg met de anderen alles aan elkaar knopen.”

Die ene persoon is vaak de wijkverpleegkundige, doorgaans in dienst bij een organisatie die thuiszorg biedt. Soms kan het ook de praktijkondersteuner van de huisarts zijn. Samen met een huisarts en specialist ouderengeneeskunde vormen zij het kernteam ouderenzorg rondom een kwetsbare oudere.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Verschil doet ertoe

Adele (35) brengt regelmatig een bezoek aan haar huisarts. Haar gewrichtsklachten nemen toe en haar suiker raakt slecht onder controle. Adele heeft alleen basisonderwijs gevolgd. Ze is al enige tijd haar baan kwijt, zit in de schuldsanering en is eenzaam. Ze wordt depressief en krijgt steeds meer overgewicht. De dreigende huisuitzetting die Adele door huurachterstand boven het hoofd hangt, is niet bekend bij haar huisarts.

Adele is één van de vele voorbeelden van patiënten die dagelijks zorgen voor ‘hoofdbrekers’ voor huisartsen, vooral in wijken waar veel sociaal economische achterstand is. Ze hoort tot de groep mensen die gemiddeld 7 jaar korter leeft en maar liefst 19 jaar minder gezonde levensjaren ervaart dan hoogopgeleide Nederlanders. De overheid wil deze sociaal economische gezondheidsverschillen verminderen dan wel stabiliseren. Dit voorjaar werd bekend dat de GIDS-gelden die gemeenten hiervoor ontvangen, ook de komende vier jaar beschikbaar zijn voor gemeenten. Wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

“Sociaal-economische gezondheidsverschillen hebben meerdere oorzaken; niet alleen gedrag, maar ook economische omstandigheden, fysieke en sociale leefomgeving en milieu spelen een rol. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden vraagt om een brede aanpak waarbij meerdere domeinen, inwoners zelf én de eerste lijn betrokken zijn”, aldus Monica van Berkum, directeur van Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met kennis uit binnen en buitenland ontwikkelde Pharos het stimuleringsprogramma Gezond in… dat samen met Platform31, gemeenten adviseert bij de aanpak van gezondheidsachterstanden.

GIDS-gelden

Sinds 2014 ontvangen 164 gemeenten via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) van het ministerie van VWS, financiële steun voor aanpak in wijken waarin grote gezondheidsachterstanden voorkomen. Van Berkum: “Een betere gezondheid kan vaak worden bereikt door ook aan andere knoppen te draaien dan we gewend zijn. Het bevorderen van een gezonde leefstijl is één van die knoppen, maar de aanpak van armoede, schulden, het begeleiden naar werk en het voorkomen van laaggeletterdheid, schooluitval en eenzaamheid zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dat we gemeenten een brede aanpak adviseren die veel verder reikt dan het domein van Volksgezondheid en Sport.” Dat de GIDS-financiering en het stimuleringsprogramma Gezond in… de komende vier jaar worden voortgezet, stemt Van Berkum gelukkig: “Dit geeft ons de kans samen met gemeenten nog vier jaar al doende te leren. Een goede aanpak vergt tijd en een lange adem. Gelukkig gebeurt er al veel onder andere samen met wijkteams en de eerste lijn. De overtuiging dat we iets aan de gezondheidsachterstanden moeten en kunnen doen, groeit.”

Auteur: Pharos

Download het volledige artikel hier: