Waardegedreven zorg in de praktijk

Als de patiënt de maatstaf is voor waardegedreven zorg, zou die ook het uitgangspunt moeten zijn voor het meten van het succes ervan. Dat is kortweg waar het om gaat bij het in kaart brengen van de patient journey. Qualizorg en PharmaPartners werken samen om huisartsen en huisartsorganisaties te ondersteunen bij het toevoegen van waarde voor patiënten en het inzichtelijk maken van het resultaat daarvan. 

“Er zijn verschillende interpretaties van waardegedreven zorg. Als je het plat slaat gaat het om de vraag wat de waarde van geleverde zorg is voor een patiënt”, legt Rutger van Zuidam, directeur van Qualizorg uit. “En dat verschilt van patiënt tot patiënt. De ene zorgorganisatie neemt Triple Aim als uitgangspunt, de ander steekt in op value-based healthcare. Vanuit Qualizorg proberen we het resultaat daarvan aan de kant van de patiënt transparant te maken. Dat lukt het beste als je de patiënt verschillende keren op zijn pad door de zorg kort vraagt naar de ervaren uitkomsten. Als je de patient journey in kaart brengt dus.”

Op dit moment worden de uitkomsten van geleverde zorg meestal per silo bekeken. Van Zuidam: “De zorgdiscipline of het zorgpad staat centraal, terwijl de ervaring en uitkomsten van de zorg worden bepaald door de totale route die de zorgconsument aflegt. Als je de patiënt als uitgangspunt neemt voor het verzamelen van uitkomsten op het gebied van gezondheid, ervaren kwaliteit en kosten, krijg je een beeld van de effectiviteit van die hele ‘ketting’ van zorg.”

Samen waarde creëren

De omslag naar het verzamelen van outcome op basis van de patient journey stimuleert Qualizorg door met zorgorganisaties ervaring op te doen, maar ook door samenwerking te zoeken met partijen zoals PharmaPartners. Van Zuidam: “In het huisartsinformatiesysteem Medicom wordt bijvoorbeeld vastgelegd wanneer een patiënt langskomt en hoe het met hem of haar is. Dat zijn de triggers op basis waarvan we vanuit Qualizorg de patiëntbeleving kunnen gaan meten.”

“Medicom helpt huisartsenpraktijken bovendien bij het creëren van een beter ervaren kwaliteit van zorg en betere uitkomsten”, vult Suzanne van Aarle, manager sales & marketing bij PharmaPartners Huisartsenzorg aan. “Dat doen we door goede informatie-uitwisseling met andere partijen tot stand te brengen, zodat zorg op de juiste plek ondersteund wordt met volledige informatie. Daarnaast ontwikkelen we in nauwe samenwerking met huisartsen en zorggroepen functionaliteit om goed invulling te kunnen geven aan multidisciplinaire, persoonsgerichte zorg.”

Rutger van Zuidam: “PharmaPartners Huisartsenzorg en Qualizorg hebben veel dezelfde klanten. Als grote systeempartijen in de zorg hebben we de verantwoordelijkheid om te verbinden en een holistisch beeld van de patiënt en de uitkomsten van zorg tot stand te brengen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Diagnose Transformatie: beginpunt van echte verandering in de zorg

Dat het in de zorg fundamenteel anders moet, daar is iedereen het over eens. Betere kwaliteit tegen lagere kosten en de patiënt centraal, we horen het iedere dag. Maar hoe pak je transformatie in de zorg daadwerkelijk aan? Om daar antwoord op te geven, nam BeBright twee jaar geleden het initiatief tot Diagnose Transformatie. Het leidde tot een nuttig boekwerk en een toolkit, die in april werden gepresenteerd tijdens het Zorgtransformatiecongres op de Zorg & ICT-beurs.

“Diagnose Transformatie is het vierde diagnoseprogramma. De beweging bestaat al sinds 2009”, zegt initiatiefnemer Philip Idenburg van BeBright, die samen met Monique Philippens het boek schreef. De ‘need to change’ is nog steeds groot en daarom startte in 2016 een zoektocht naar het DNA van transformatie. Philip Idenburg: “Het werd een wereldwijde gang langs zorgorganisaties om te kijken wat de belemmeringen waren en wat de succesfactoren.”

Gereedschapskist

Diagnose Transformatie heeft vier strategische partners: KPN, Noaber Foundation, PinkRoccade en Promedico. Egbert van Gelder, manager innovatie bij Promedico: “Wij zien sterk de wil om te veranderen, maar men heeft moeite om daadwerkelijk een slag te maken. Daar kunnen ze handvatten bij gebruiken. Een van de mooie dingen die uit Diagnose Transformatie ontstonden, is een set met hulpmiddelen voor het zorgveld. Een toolkit waarmee organisaties zelf aan de slag kunnen.”

De gereedschappen zijn bijvoorbeeld scenarioplanning, storytelling, SROI-analyse, de patiëntreis of design thinking. Philip Idenburg: “Ze zijn verdeeld in zeven elementen: visie en ambitie, leiderschap, cultuur, samenwerking, bedrijfsinrichting, innovatie en business modellen. Dat zijn ook de zeven bestanddelen van elke duurzame transformatie.”

Vier fasen

“Als je wilt dat een transformatie in de hele organisatie verankerd is, dan moet het vier fasen doorlopen. Die vormen samen de Transformatie Twister”, aldus Idenburg. “De eerste fase is die van Doorzoeken. Waarom is verandering nodig? Wat zijn belemmeringen? Wat is de werkelijke vraag? Dat begint bij een klein groepje. Daarna volgt de fase van Doorzien. Dan haken er steeds meer mensen aan en begint de reis. De richting is duidelijk, maar waar de reis naartoe gaat, weet nog niemand.” Daarna volgt de fase van Doorzetten: het vertalen van transformatie binnen de organisatie. Dan gaat het bijvoorbeeld om procesinrichting, belonings- en bekostigingsbeleid. De laatste fase is Doorleven: het borgen binnen de hele organisatie en zorgen dat je iedereen meeneemt.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Uitslagenportaal leidt tot meer zelfregie en minder zorgkosten

Om patiënten meer te betrekken bij hun eigen zorgproces ontwikkelde diagnostisch centrum Saltro samen met huisartsen het digitale uitslagenportaal. Daarin kunnen patiënten zelf hun bloeduitslag met laagdrempelige uitleg inzien. Zowel gebruikers als huisartsen zijn tevreden over het portaal. Uit een Social Return on Investment analyse blijkt bovendien dat de dienst uiteindelijk leidt tot minder zorggebruik en zorgkosten in de tweede lijn.

“Patiënten een week lang laten wachten op een bloeduitslag? Nee, dat is echt niet meer van deze tijd”, vindt Annelijn Goedhart, Adviseur/Coördinator Innovatie van Saltro. Het diagnostisch centrum voorziet zo’n 1.350 huisartsen in Midden-Nederland van laboratoriumuitslagen. “Wij merken dat de vraag van patiënten toeneemt om hun eigen bloeduitslag in te zien. Mensen wensen een actieve rol in hun persoonlijke zorgproces, daarvoor moeten ze goed geïnformeerd zijn. Daar hebben ze ook recht op. ”

In 2013 ontwikkelde Saltro in samenwerking met huisartsen het uitslagenportaal. Patiënten kunnen de uitslag van hun bloedonderzoek inzien via het patiëntenportaal van de huisarts. In de toekomst wil Saltro ook uitslagen tonen van microbiologie en functieonderzoeken zoals ECG’s. Goedhart: “Het mooie is dat de uitslagen ook worden geduid in begrijpelijke taal. Zo staat bijvoorbeeld bij de T.S.H waarde dat dit een stof is die de werking van de schildklier controleert. En dat een lage T.S.H. kan duiden op een te hard werkende schildklier. Patiënten krijgen op deze manier meer inzicht in hun eigen gezondheid, zo raken ze meer betrokken bij het zorgproces en gaan ze ook beter voorbereid in gesprek met de huisarts.”

Waardevolle service

Zo’n driehonderd huisartsen, verdeeld over 65 praktijken bieden de digitale dienst inmiddels via het patiëntenportaal aan. In deze praktijken wordt gemiddeld 25 procent van de bloeduitslagen online bekeken. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger, tot wel vijftig procent, in praktijken met een uitgebreid pakket aan eHealth-services. Uiteraard blijven huisartsen altijd via de gebruikelijk weg alle uitslagen ontvangen. In urgente situaties belt Saltro de uitslag door. “Zorgverleners zien het uitslagenportaal als een waardevolle service aan patiënten”, weet Goedhart uit eigen evaluatieonderzoek.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Pilot onderzoekt succesvoorwaarden thuismeten bloeddruk

Patiënten met stabiele laagcomplexe CVRM komen gemiddeld vier keer per jaar op consult, in hoofdzaak om hun bloeddruk te laten meten. Is dat nou zinvol?, vroegen zorgverleners van Gezondheidscentrum Dillenburg in Alphen aan den Rijn zich af. Binnen de proeftuin Gezonde zorg, Gezonde regio startten zij een pilot waarbij patiënten hun bloeddruk zelf meten en delen met huisarts en POH.

Thuismeten scheelt tijd en kosten en de zorgverlener kan focussen op patiënten die wél aandacht nodig hebben, is de conclusie uit de succesvolle pilot. Tegelijkertijd maakt het deelnemers meer bewust van hun bloeddruk en gezondheid. Het succes van de pilot is te danken aan het naleven van een aantal voorwaarden, vertellen huisarts Frank den Heijer en projectleider Huib Hoogendijk van Zorgbelang.

Een van die voorwaarden is draagvlak, zowel bij zorgverleners als bij patiënten. Een tweede voorwaarde is dat de groep deelnemers voldoet aan drie criteria: medisch laagcomplex, digitaal vaardig en sociaal stabiel. De huisartsenpraktijk heeft iets meer dan zevenhonderd CVRM-patiënten. Ongeveer driehonderd voldeden aan de criteria. Die werden in september uitgenodigd voor twee informatieavonden. “We wilden minimaal zestig deelnemers hebben”, legt Huib Hoogendijk uit. “Dan heb je een relevante grootte, zodat je je processen echt moet reorganiseren. Na de informatieavonden wisten we dat het raak was. We kregen honderd aanmeldingen.”

Snelle communicatie

Het programma E-vita zorgt ervoor dat de thuismetingen op de goede manier in het keteninformatiesysteem en huisartsinformatiesysteem terechtkomen en dat patiënten en zorgverleners kunnen communiceren via een portaal. Daarom werd geselecteerd op digitale vaardigheid. Technologie is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Het draait vooral om snelle communicatie, betogen Hoogendijk en Den Heijer. “Als patiënten hun metingen en eventuele vragen insturen en het duurt lang voordat er antwoord komt, dan zijn ze binnen no-time afgehaakt”, zegt Frank den Heijer. “Dus moet je iemand vrijmaken die dagelijks metingen en andere meldingen bekijkt en ingaat op vragen van patiënten. Dat is best een investering, maar die betaalt zich op lange termijn uit in tijdwinst.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Parnassia Groep portaal draagt bij aan transparantie in de GGZ

Begin 2017 lanceerde GGZ-aanbieder Parnassia Groep in samenwerking met softwareontwikkelaar Calculus een revolutionair online platform, het ‘Parnassia Groep portaal’, direct vanuit het huisartsinformatiesysteem (HIS). Via dit platform hebben huisartsen onder andere direct inzage in de status van hun patiënt wanneer deze in behandeling is bij een van de onderdelen van Parnassia Groep. Het streven is om de transparantie binnen de GGZ te vergroten.

Jordaan, bestuurder van Indigo (Parnassia Groep), begeleidde de ontwikkeling van het portaal. “Parnassia Groep biedt jaarlijks aan 150.000 patiënten geestelijke gezondheidszorg. Ruim vijfentachtig procent daarvan wordt verwezen via de huisartsen. De huisarts is voor de patiënt en voor ons een belangrijke partner. Wij zijn er om patiënten die zorg nodig hebben zo vroeg en zo licht mogelijk te behandelen. Dat betekent preventie en online zelfhulp voor de patiënt, begeleiding door POH-GGZ of generalistische behandeling door GZ-psycholoog in de basis-GGZ als het kan en meer specialistische zorg als meer nodig is. Goede samenwerking tussen huisartsenzorg en specialist helpt dat te overbruggen. We moeten elkaar in de zorgketen meer opzoeken. Transparantie is daarbij essentieel.”

Directe koppeling HIS

Het ontwikkelen van het portaal was een secuur werk. Jordaan: “We ontwikkelden eerst een bèta versie. Een tweede versie ontwikkelden we samen met softwareontwikkelaar Calculus, bekend van VIPLive. Het voordeel daarvan is dat vrijwel alle huisartsen VIPLive al kennen en er al een directe koppeling met hun HIS is. Ons portaal biedt niet alleen de mogelijkheid tot inzage in de status van een behandeling, maar huisartsen kunnen een psychiater of GZ-psycholoog ook online consulteren of een patiënt direct digitaal verwijzen. Sinds april 2018 kunnen huisartsen bovendien hun patiënten aanmelden voor een online zelfhulpmodule en een preventiecursus.”

Patiënt leidend

Het delen van informatie gebeurt veilig en met inachtneming van de privacywetgeving. “De patiënt is leidend”, zegt Jordaan beslist. “Wanneer de patiënt niet wil, wordt de informatie niet inzichtelijk voor de huisarts.” Huisarts Barbara de Doelder gebruikt het portaal vanaf het begin. “Boven alles is het een prijzenswaardige poging om de GGZ en de huisarts meer bij elkaar te brengen”, zegt ze. “Dat is ook hard nodig. Een landelijk onderzoek in het tijdschrift De Dokter eind vorig jaar wees uit dat contact met GGZ-instellingen door een wezenlijk deel van de ondervraagde huisartsen in Nederland als problematisch wordt ervaren. Parnassia Groep doet daar wat aan.”

Auteur: Ludo de Boo

Download het volledige artikel hier:

Alle huisartsendossiers ontsloten in 2020

Vanaf 2020 zijn alle huisartsenpraktijken en hun ICT-leveranciers in staat om digitaal informatie uit te wisselen met patiënten. Dat is de doelstelling van OPEN (Ontsluiten Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland). Met dit programma willen InEen, LHV en NHG huisartsen en huisartsenorganisaties ondersteunen en ontzorgen bij het voldoen aan hun wettelijke én maatschappelijke verplichting. Kwartiermaker Bart Brandenburg en InEen-bestuurslid Maarten Klomp vertellen hoe.

Bart Brandenburg startte zijn loopbaan als huisarts en ontwikkelde zich tot een voortrekker in innovatie en eHealth. Maarten Klomp is praktiserend huisarts en oud-zorggroepbestuurder en vertegenwoordigt InEen onder meer in het Informatieberaad Zorg. Twee door de wol geverfde heren dus, met een visie op de inzet van eHealth in de huisartsenpraktijk en kennis van de weerbarstige praktijk.

“Informatie-uitwisseling met patiënten is noodzakelijk als je wilt dat patiënten meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun gezondheid”, legt Klomp uit. “Daarvoor moeten ze het huisartsdossier kunnen inzien, contact met ons kunnen maken en hun eigen data kunnen samenvoegen met de data die wij in onze huisartsensystemen over hen hebben. Daarbij komt nog dat digitale inzage van patiënten in hun dossier vanaf 2020 verplicht is. Met OPEN willen we huisartsen helpen om hier invulling aan te geven.”

OPEN is de evenknie van het VIPP-programma voor ziekenhuizen (Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional). Gefinancierd door VWS worden sectorale afspraken gemaakt en wordt ondersteuning geboden om ervoor te zorgen dat alle Nederlanders digitaal toegang krijgen tot hun medische gegevens. Ook met de GGZ zijn hierover afspraken gemaakt.

Ambitieus

De doelstelling van OPEN is ambitieus: invoering van digitale informatie-uitwisseling bij honderd procent van de Nederlandse huisartsenpraktijken en gebruik daarvan door minimaal veertig procent van de inwoners van Nederland in 2021. Huisartsenpraktijken en ICT-leveranciers zijn al zeker tien jaar bezig met het ontwikkelen van patiëntenportalen en het opschalen van het gebruik daarvan onder patiënten. En hoewel er meer en meer vraag naar lijkt te zijn, neemt de digitale informatie-uitwisseling tussen huisartsenpraktijken en patiënten nog altijd geen enorme vlucht. Waarom zou dat de komende drie jaar wel gebeuren? “Juist omdat er al veel werk gedaan is door leveranciers en huisartsen”, reageert Klomp. “Nieuw is dat ICT-leveranciers van plan zijn tools in te bouwen op basis van landelijke standaarden en dat wij huisartsen gaan helpen om die tools te integreren in de dagelijkse praktijk en het gebruik door patiënten te stimuleren.” OPEN wil ervoor zorgen dat zowel voor leveranciers als voor huisartsen financiering beschikbaar komt om hier invulling aan te geven.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Boezemfibrilleren vroeg in beeld

Eerder en vaker boezemfibrilleren opsporen in de huisartsenpraktijk en daarmee ziekenhuiszorg vermijden. Dat is het doel van twee programma’s waarin wordt gebruikgemaakt van de MyDiagnostick.

“Is er niet iets te bedenken waarmee boezemfibrilleren kan worden vastgesteld in de eerste lijn en waarmee herseninfarcten kunnen worden voorkomen?” Die vraag, bijna tien jaar geleden gesteld door cardioloog Robert Tieleman, heeft een succesvol apparaat opgeleverd: de MyDiagnostick. De medisch specialist uit het Martini Ziekenhuis vertelt: “Ik schat dat hiermee tussen april 2015 en januari 2017 325 keer boezemfibrilleren is gevonden in huisartsenpraktijken in Groningen en delen van Friesland en Drenthe. Bovendien bleek van 350 mensen bij wie al boezemfibrilleren bekend was, dat zij extra antistolling nodig hadden.”

Eerder aan het licht

MyDiagnostick is een klein, staafvormig apparaat dat de polsslag meet en een hartfilmpje maakt. Tieleman: “De eerste grootschalige test was in tien huisartsenpraktijken waar senioren de griepprik kwamen halen. Senioren hebben een verhoogde kans op boezemfibrilleren, omdat onder hen vaak CVRM of diabetes mellitus voorkomt. En wat bleek? Bij anderhalve procent van de deelnemers leverde de vroegdiagnostiek de diagnose ‘boezemfibrilleren’ op.”

Dat was het sein voor een grootschalige uitrol vanaf 2015. Vele partijen maken deel uit van de Keten Atriumfibrilleren*. Tieleman: “Inmiddels doen al 160 huisartsenpraktijken in de provincie Groningen mee, die een gezamenlijke populatie hebben van 108.000 65-plussers. Patiënten met CVRM of diabetes mellitus krijgen de MyDiagnostick aangeboden. Kleurt die rood? Dan zoekt de POH via een digitaal consult contact met een cardioloog ter bevestiging van de diagnose en voor een behandeladvies. Dat heeft drie effecten. Eén: een patiënt heeft boezemfibrilleren en kan dankzij contact tussen eerste en tweede lijn bij de huisarts blijven. Twee: dankzij het goede contact tussen eerste en tweede lijn is voor sommige patiënten geen ziekenhuiszorg meer nodig, zij gaan terug naar de huisarts. En drie: ziekenhuizen krijgen eerder patiënten in beeld die wel degelijk ziekenhuiszorg nodig hebben.”

Kosten

Luc Theunissen, cardioloog in het Máxima Medisch Centrum, locatie Veldhoven, noemt Tieleman een voortrekker. Mede naar aanleiding van de ervaringen in de noordelijke provincies is onlangs een soortgelijk programma van start gegaan in Zuidoost-Brabant. “Een CVA is verschrikkelijk voor de patiënt én kost de samenleving gemiddeld 30.000 euro aan medische zorg en zaken als aanpassingen in de woning. Wij verwachten bij een optimale uitrol van ons project jaarlijks ruim honderd CVA’s te voorkomen, dus tel uit je winst”, aldus Theunissen.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Deskundig oogheelkundig advies bij de optometrist

Toenemende tekorten op de arbeidsmarkt bij een alsmaar groeiende vraag, dat leidt tot verstopping van zorg. In de oogheelkunde is dat geen schrikbeeld voor de toekomst, maar dagelijkse realiteit. In de regio Rotterdam werken huisartsen, optometristen en oogartsen samen in het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde om mensen zo snel mogelijk de juiste zorg te bieden. De optometrist ‘om de hoek’ onderzoekt en diagnosticeert alle niet acute oogklachten en de oogarts kijkt op afstand mee. De huisarts blijft via Ksyos en een terugkoppeling in het huisartsinformatiesysteem volledig op de hoogte.

“Een half jaar tot een jaar wachten tot je terechtkunt bij de oogarts, dat kan natuurlijk niet. Daarom is het goed dat we hier in de regio het Zorgpad Oogheelkunde hebben ingericht met Ksyos en het Optometristen Collectief Rijnmond.” Aan het woord is Willem Maat, oogarts in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. Door vergrijzing, toename van het aantal diabetespatiënten en een tekort aan oogartsen lopen de wachttijden steeds verder op. Door inzet van het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde neemt de druk op de specialistische zorg af. De huisarts verwijst niet acute oogklachten namelijk naar de optometrist in de buurt, in plaats van naar de specialist in het ziekenhuis. “De optometrist kan een patiënt binnen enkele dagen al zien”, vervolgt Maat. “En het is ook nog eens dicht bij huis. Naar schatting hoeft zestig procent van de patiënten die de optometristen zien niet naar ons verwezen te worden.”

Snel en makkelijk

In de regio Rijnmond loopt het Zorgpad Oogheelkunde inmiddels ruim vijf jaar, er zijn meer dan 25.000 patiënten geïncludeerd. “Het is een fantastisch mooi systeem”, vindt Maat. “Optometristen hebben alle apparatuur in huis om ogen goed te meten en foto’s te maken. De uitslagen en conclusies krijg ik via het Ksyos EPD. In de tijd dat ik op de poli drie mensen zie, kan ik via Ksyos tien patiënten bekijken.”

In de praktijk verwijst de huisarts of POH een patiënt direct vanuit het HIS door naar de optometrist voor een geprotocolleerd oogonderzoek. Het Zorgpad Oogheelkunde wordt geregistreerd in het beveiligde online Ksyos EPD en op afstand voorgelegd aan de oogarts als Oogheelkunde Consult. De oogarts heeft een maximale reactietermijn van twee werkdagen, maar reageert gemiddeld binnen vijf uur. Uitslagen, bevindingen, diagnose en het advies van optometrist en oogarts worden via hetzelfde Ksyos EPD en via een edifact-bericht naar het HIS gedeeld met de huisarts. De optometrist deelt de uitslag met de patiënt en initieert het vervolgtraject.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

“Mijn GezondheidsPlatform staat aan het begin van een reis”

Patiënten willen en krijgen steeds meer regie over hun eigen gezondheid. Zij willen hun gezondheid digitaal managen. En dat kan. Zoals een HIS de huisartsenpraktijk ondersteunt en een KIS de ketenzorg, zo ondersteunt Mijn GezondheidsPlatform (MGP) de patiënt of cliënt. Maar er is nog veel meer mogelijk. De komende tijd bouwt de Promedico Groep MGP uit naar een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) met talloze mogelijkheden.

“De Promedico Groep richt zich op het ondersteunen van geïntegreerde zorg en daar hebben cliënten en burgers een belangrijk aandeel in”, zegt Yolanda Kollee. Zij is manager Implementatie & Support bij Care2U, onderdeel van de Promedico Groep, en ontwikkelaar van MGP. “De wereld verandert razendsnel. Ontwikkelingen binnen zelfmanagement, zelfservice en zelfredzaamheid zetten de komende jaren sterk door. Een digitale omgeving is van groot belang bij het ondersteunen, stimuleren en activeren van burgers en cliënten. De markt daarvoor is aan het ontstaan. Dit is het gouden moment om een nieuw platform te ontwikkelen. We staan aan het begin van een reis en het mooie is: iedereen reist mee.”

Dieet en data

Paul Borchers (83) en Truus Borchers-Coenen (80) uit Bladel laten zien dat er nu al een stevige basis ligt. Vooral Paul Borchers, die vroeger technicus was, is een fanatiek gebruiker van MGP: “Ik heb hartklachten gehad en problemen met mijn lever. Sinds een jaar heb ik MGP om mijn meetwaarden in de gaten te houden, onder andere om me voor te bereiden voordat ik naar de huisarts of praktijkondersteuner ga.” Terwijl hij vertelt, gaat de telefoon. ‘Aan de lijn’ is MGP om hem te waarschuwen dat het tijd is voor zijn medicijnen. Daarnaast volgt het echtpaar Borchers een afvalprogramma, ondersteund door MGP. “Ik kreeg vandaag een smiley omdat ik zes kilo ben afgevallen”, vertelt hij. Maar het belangrijkst is het managen van het dieet en de data van Truus Borchers. “Zij heeft diabetes type 2. Het is belangrijk dat we haar bloedsuikerwaarden in de gaten houden. Ze is nu zodanig afgevallen dat we een bericht kregen dat ze twee tabletten minder kan nemen.”

Regio-oplossing

Mooie eerste stappen, maar MGP wil meer. “We willen nog meer interactie rondom persoonlijke gegevens met bijvoorbeeld wearables, glucosemeters en apps, die data leveren om via het platform samen met je zorgverleners je zorg te managen”, zegt Yolanda Kollee. “Daarom zetten we de komende tijd een volgende stap in het ontwikkelen van functionaliteiten.” Met de doorontwikkeling van MGP naar een PGO sluit Care2U aan op het MedMij-programma.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: