Pilot onderzoekt succesvoorwaarden thuismeten bloeddruk

Patiënten met stabiele laagcomplexe CVRM komen gemiddeld vier keer per jaar op consult, in hoofdzaak om hun bloeddruk te laten meten. Is dat nou zinvol?, vroegen zorgverleners van Gezondheidscentrum Dillenburg in Alphen aan den Rijn zich af. Binnen de proeftuin Gezonde zorg, Gezonde regio startten zij een pilot waarbij patiënten hun bloeddruk zelf meten en delen met huisarts en POH.

Thuismeten scheelt tijd en kosten en de zorgverlener kan focussen op patiënten die wél aandacht nodig hebben, is de conclusie uit de succesvolle pilot. Tegelijkertijd maakt het deelnemers meer bewust van hun bloeddruk en gezondheid. Het succes van de pilot is te danken aan het naleven van een aantal voorwaarden, vertellen huisarts Frank den Heijer en projectleider Huib Hoogendijk van Zorgbelang.

Een van die voorwaarden is draagvlak, zowel bij zorgverleners als bij patiënten. Een tweede voorwaarde is dat de groep deelnemers voldoet aan drie criteria: medisch laagcomplex, digitaal vaardig en sociaal stabiel. De huisartsenpraktijk heeft iets meer dan zevenhonderd CVRM-patiënten. Ongeveer driehonderd voldeden aan de criteria. Die werden in september uitgenodigd voor twee informatieavonden. “We wilden minimaal zestig deelnemers hebben”, legt Huib Hoogendijk uit. “Dan heb je een relevante grootte, zodat je je processen echt moet reorganiseren. Na de informatieavonden wisten we dat het raak was. We kregen honderd aanmeldingen.”

Snelle communicatie

Het programma E-vita zorgt ervoor dat de thuismetingen op de goede manier in het keteninformatiesysteem en huisartsinformatiesysteem terechtkomen en dat patiënten en zorgverleners kunnen communiceren via een portaal. Daarom werd geselecteerd op digitale vaardigheid. Technologie is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Het draait vooral om snelle communicatie, betogen Hoogendijk en Den Heijer. “Als patiënten hun metingen en eventuele vragen insturen en het duurt lang voordat er antwoord komt, dan zijn ze binnen no-time afgehaakt”, zegt Frank den Heijer. “Dus moet je iemand vrijmaken die dagelijks metingen en andere meldingen bekijkt en ingaat op vragen van patiënten. Dat is best een investering, maar die betaalt zich op lange termijn uit in tijdwinst.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Parnassia Groep portaal draagt bij aan transparantie in de GGZ

Begin 2017 lanceerde GGZ-aanbieder Parnassia Groep in samenwerking met softwareontwikkelaar Calculus een revolutionair online platform, het ‘Parnassia Groep portaal’, direct vanuit het huisartsinformatiesysteem (HIS). Via dit platform hebben huisartsen onder andere direct inzage in de status van hun patiënt wanneer deze in behandeling is bij een van de onderdelen van Parnassia Groep. Het streven is om de transparantie binnen de GGZ te vergroten.

Jordaan, bestuurder van Indigo (Parnassia Groep), begeleidde de ontwikkeling van het portaal. “Parnassia Groep biedt jaarlijks aan 150.000 patiënten geestelijke gezondheidszorg. Ruim vijfentachtig procent daarvan wordt verwezen via de huisartsen. De huisarts is voor de patiënt en voor ons een belangrijke partner. Wij zijn er om patiënten die zorg nodig hebben zo vroeg en zo licht mogelijk te behandelen. Dat betekent preventie en online zelfhulp voor de patiënt, begeleiding door POH-GGZ of generalistische behandeling door GZ-psycholoog in de basis-GGZ als het kan en meer specialistische zorg als meer nodig is. Goede samenwerking tussen huisartsenzorg en specialist helpt dat te overbruggen. We moeten elkaar in de zorgketen meer opzoeken. Transparantie is daarbij essentieel.”

Directe koppeling HIS

Het ontwikkelen van het portaal was een secuur werk. Jordaan: “We ontwikkelden eerst een bèta versie. Een tweede versie ontwikkelden we samen met softwareontwikkelaar Calculus, bekend van VIPLive. Het voordeel daarvan is dat vrijwel alle huisartsen VIPLive al kennen en er al een directe koppeling met hun HIS is. Ons portaal biedt niet alleen de mogelijkheid tot inzage in de status van een behandeling, maar huisartsen kunnen een psychiater of GZ-psycholoog ook online consulteren of een patiënt direct digitaal verwijzen. Sinds april 2018 kunnen huisartsen bovendien hun patiënten aanmelden voor een online zelfhulpmodule en een preventiecursus.”

Patiënt leidend

Het delen van informatie gebeurt veilig en met inachtneming van de privacywetgeving. “De patiënt is leidend”, zegt Jordaan beslist. “Wanneer de patiënt niet wil, wordt de informatie niet inzichtelijk voor de huisarts.” Huisarts Barbara de Doelder gebruikt het portaal vanaf het begin. “Boven alles is het een prijzenswaardige poging om de GGZ en de huisarts meer bij elkaar te brengen”, zegt ze. “Dat is ook hard nodig. Een landelijk onderzoek in het tijdschrift De Dokter eind vorig jaar wees uit dat contact met GGZ-instellingen door een wezenlijk deel van de ondervraagde huisartsen in Nederland als problematisch wordt ervaren. Parnassia Groep doet daar wat aan.”

Auteur: Ludo de Boo

Download het volledige artikel hier:

Alle huisartsendossiers ontsloten in 2020

Vanaf 2020 zijn alle huisartsenpraktijken en hun ICT-leveranciers in staat om digitaal informatie uit te wisselen met patiënten. Dat is de doelstelling van OPEN (Ontsluiten Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland). Met dit programma willen InEen, LHV en NHG huisartsen en huisartsenorganisaties ondersteunen en ontzorgen bij het voldoen aan hun wettelijke én maatschappelijke verplichting. Kwartiermaker Bart Brandenburg en InEen-bestuurslid Maarten Klomp vertellen hoe.

Bart Brandenburg startte zijn loopbaan als huisarts en ontwikkelde zich tot een voortrekker in innovatie en eHealth. Maarten Klomp is praktiserend huisarts en oud-zorggroepbestuurder en vertegenwoordigt InEen onder meer in het Informatieberaad Zorg. Twee door de wol geverfde heren dus, met een visie op de inzet van eHealth in de huisartsenpraktijk en kennis van de weerbarstige praktijk.

“Informatie-uitwisseling met patiënten is noodzakelijk als je wilt dat patiënten meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun gezondheid”, legt Klomp uit. “Daarvoor moeten ze het huisartsdossier kunnen inzien, contact met ons kunnen maken en hun eigen data kunnen samenvoegen met de data die wij in onze huisartsensystemen over hen hebben. Daarbij komt nog dat digitale inzage van patiënten in hun dossier vanaf 2020 verplicht is. Met OPEN willen we huisartsen helpen om hier invulling aan te geven.”

OPEN is de evenknie van het VIPP-programma voor ziekenhuizen (Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional). Gefinancierd door VWS worden sectorale afspraken gemaakt en wordt ondersteuning geboden om ervoor te zorgen dat alle Nederlanders digitaal toegang krijgen tot hun medische gegevens. Ook met de GGZ zijn hierover afspraken gemaakt.

Ambitieus

De doelstelling van OPEN is ambitieus: invoering van digitale informatie-uitwisseling bij honderd procent van de Nederlandse huisartsenpraktijken en gebruik daarvan door minimaal veertig procent van de inwoners van Nederland in 2021. Huisartsenpraktijken en ICT-leveranciers zijn al zeker tien jaar bezig met het ontwikkelen van patiëntenportalen en het opschalen van het gebruik daarvan onder patiënten. En hoewel er meer en meer vraag naar lijkt te zijn, neemt de digitale informatie-uitwisseling tussen huisartsenpraktijken en patiënten nog altijd geen enorme vlucht. Waarom zou dat de komende drie jaar wel gebeuren? “Juist omdat er al veel werk gedaan is door leveranciers en huisartsen”, reageert Klomp. “Nieuw is dat ICT-leveranciers van plan zijn tools in te bouwen op basis van landelijke standaarden en dat wij huisartsen gaan helpen om die tools te integreren in de dagelijkse praktijk en het gebruik door patiënten te stimuleren.” OPEN wil ervoor zorgen dat zowel voor leveranciers als voor huisartsen financiering beschikbaar komt om hier invulling aan te geven.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Boezemfibrilleren vroeg in beeld

Eerder en vaker boezemfibrilleren opsporen in de huisartsenpraktijk en daarmee ziekenhuiszorg vermijden. Dat is het doel van twee programma’s waarin wordt gebruikgemaakt van de MyDiagnostick.

“Is er niet iets te bedenken waarmee boezemfibrilleren kan worden vastgesteld in de eerste lijn en waarmee herseninfarcten kunnen worden voorkomen?” Die vraag, bijna tien jaar geleden gesteld door cardioloog Robert Tieleman, heeft een succesvol apparaat opgeleverd: de MyDiagnostick. De medisch specialist uit het Martini Ziekenhuis vertelt: “Ik schat dat hiermee tussen april 2015 en januari 2017 325 keer boezemfibrilleren is gevonden in huisartsenpraktijken in Groningen en delen van Friesland en Drenthe. Bovendien bleek van 350 mensen bij wie al boezemfibrilleren bekend was, dat zij extra antistolling nodig hadden.”

Eerder aan het licht

MyDiagnostick is een klein, staafvormig apparaat dat de polsslag meet en een hartfilmpje maakt. Tieleman: “De eerste grootschalige test was in tien huisartsenpraktijken waar senioren de griepprik kwamen halen. Senioren hebben een verhoogde kans op boezemfibrilleren, omdat onder hen vaak CVRM of diabetes mellitus voorkomt. En wat bleek? Bij anderhalve procent van de deelnemers leverde de vroegdiagnostiek de diagnose ‘boezemfibrilleren’ op.”

Dat was het sein voor een grootschalige uitrol vanaf 2015. Vele partijen maken deel uit van de Keten Atriumfibrilleren*. Tieleman: “Inmiddels doen al 160 huisartsenpraktijken in de provincie Groningen mee, die een gezamenlijke populatie hebben van 108.000 65-plussers. Patiënten met CVRM of diabetes mellitus krijgen de MyDiagnostick aangeboden. Kleurt die rood? Dan zoekt de POH via een digitaal consult contact met een cardioloog ter bevestiging van de diagnose en voor een behandeladvies. Dat heeft drie effecten. Eén: een patiënt heeft boezemfibrilleren en kan dankzij contact tussen eerste en tweede lijn bij de huisarts blijven. Twee: dankzij het goede contact tussen eerste en tweede lijn is voor sommige patiënten geen ziekenhuiszorg meer nodig, zij gaan terug naar de huisarts. En drie: ziekenhuizen krijgen eerder patiënten in beeld die wel degelijk ziekenhuiszorg nodig hebben.”

Kosten

Luc Theunissen, cardioloog in het Máxima Medisch Centrum, locatie Veldhoven, noemt Tieleman een voortrekker. Mede naar aanleiding van de ervaringen in de noordelijke provincies is onlangs een soortgelijk programma van start gegaan in Zuidoost-Brabant. “Een CVA is verschrikkelijk voor de patiënt én kost de samenleving gemiddeld 30.000 euro aan medische zorg en zaken als aanpassingen in de woning. Wij verwachten bij een optimale uitrol van ons project jaarlijks ruim honderd CVA’s te voorkomen, dus tel uit je winst”, aldus Theunissen.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Deskundig oogheelkundig advies bij de optometrist

Toenemende tekorten op de arbeidsmarkt bij een alsmaar groeiende vraag, dat leidt tot verstopping van zorg. In de oogheelkunde is dat geen schrikbeeld voor de toekomst, maar dagelijkse realiteit. In de regio Rotterdam werken huisartsen, optometristen en oogartsen samen in het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde om mensen zo snel mogelijk de juiste zorg te bieden. De optometrist ‘om de hoek’ onderzoekt en diagnosticeert alle niet acute oogklachten en de oogarts kijkt op afstand mee. De huisarts blijft via Ksyos en een terugkoppeling in het huisartsinformatiesysteem volledig op de hoogte.

“Een half jaar tot een jaar wachten tot je terechtkunt bij de oogarts, dat kan natuurlijk niet. Daarom is het goed dat we hier in de regio het Zorgpad Oogheelkunde hebben ingericht met Ksyos en het Optometristen Collectief Rijnmond.” Aan het woord is Willem Maat, oogarts in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. Door vergrijzing, toename van het aantal diabetespatiënten en een tekort aan oogartsen lopen de wachttijden steeds verder op. Door inzet van het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde neemt de druk op de specialistische zorg af. De huisarts verwijst niet acute oogklachten namelijk naar de optometrist in de buurt, in plaats van naar de specialist in het ziekenhuis. “De optometrist kan een patiënt binnen enkele dagen al zien”, vervolgt Maat. “En het is ook nog eens dicht bij huis. Naar schatting hoeft zestig procent van de patiënten die de optometristen zien niet naar ons verwezen te worden.”

Snel en makkelijk

In de regio Rijnmond loopt het Zorgpad Oogheelkunde inmiddels ruim vijf jaar, er zijn meer dan 25.000 patiënten geïncludeerd. “Het is een fantastisch mooi systeem”, vindt Maat. “Optometristen hebben alle apparatuur in huis om ogen goed te meten en foto’s te maken. De uitslagen en conclusies krijg ik via het Ksyos EPD. In de tijd dat ik op de poli drie mensen zie, kan ik via Ksyos tien patiënten bekijken.”

In de praktijk verwijst de huisarts of POH een patiënt direct vanuit het HIS door naar de optometrist voor een geprotocolleerd oogonderzoek. Het Zorgpad Oogheelkunde wordt geregistreerd in het beveiligde online Ksyos EPD en op afstand voorgelegd aan de oogarts als Oogheelkunde Consult. De oogarts heeft een maximale reactietermijn van twee werkdagen, maar reageert gemiddeld binnen vijf uur. Uitslagen, bevindingen, diagnose en het advies van optometrist en oogarts worden via hetzelfde Ksyos EPD en via een edifact-bericht naar het HIS gedeeld met de huisarts. De optometrist deelt de uitslag met de patiënt en initieert het vervolgtraject.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

“Mijn GezondheidsPlatform staat aan het begin van een reis”

Patiënten willen en krijgen steeds meer regie over hun eigen gezondheid. Zij willen hun gezondheid digitaal managen. En dat kan. Zoals een HIS de huisartsenpraktijk ondersteunt en een KIS de ketenzorg, zo ondersteunt Mijn GezondheidsPlatform (MGP) de patiënt of cliënt. Maar er is nog veel meer mogelijk. De komende tijd bouwt de Promedico Groep MGP uit naar een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) met talloze mogelijkheden.

“De Promedico Groep richt zich op het ondersteunen van geïntegreerde zorg en daar hebben cliënten en burgers een belangrijk aandeel in”, zegt Yolanda Kollee. Zij is manager Implementatie & Support bij Care2U, onderdeel van de Promedico Groep, en ontwikkelaar van MGP. “De wereld verandert razendsnel. Ontwikkelingen binnen zelfmanagement, zelfservice en zelfredzaamheid zetten de komende jaren sterk door. Een digitale omgeving is van groot belang bij het ondersteunen, stimuleren en activeren van burgers en cliënten. De markt daarvoor is aan het ontstaan. Dit is het gouden moment om een nieuw platform te ontwikkelen. We staan aan het begin van een reis en het mooie is: iedereen reist mee.”

Dieet en data

Paul Borchers (83) en Truus Borchers-Coenen (80) uit Bladel laten zien dat er nu al een stevige basis ligt. Vooral Paul Borchers, die vroeger technicus was, is een fanatiek gebruiker van MGP: “Ik heb hartklachten gehad en problemen met mijn lever. Sinds een jaar heb ik MGP om mijn meetwaarden in de gaten te houden, onder andere om me voor te bereiden voordat ik naar de huisarts of praktijkondersteuner ga.” Terwijl hij vertelt, gaat de telefoon. ‘Aan de lijn’ is MGP om hem te waarschuwen dat het tijd is voor zijn medicijnen. Daarnaast volgt het echtpaar Borchers een afvalprogramma, ondersteund door MGP. “Ik kreeg vandaag een smiley omdat ik zes kilo ben afgevallen”, vertelt hij. Maar het belangrijkst is het managen van het dieet en de data van Truus Borchers. “Zij heeft diabetes type 2. Het is belangrijk dat we haar bloedsuikerwaarden in de gaten houden. Ze is nu zodanig afgevallen dat we een bericht kregen dat ze twee tabletten minder kan nemen.”

Regio-oplossing

Mooie eerste stappen, maar MGP wil meer. “We willen nog meer interactie rondom persoonlijke gegevens met bijvoorbeeld wearables, glucosemeters en apps, die data leveren om via het platform samen met je zorgverleners je zorg te managen”, zegt Yolanda Kollee. “Daarom zetten we de komende tijd een volgende stap in het ontwikkelen van functionaliteiten.” Met de doorontwikkeling van MGP naar een PGO sluit Care2U aan op het MedMij-programma.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Direct toegang tot ziekenhuisdiagnostiek vanuit de huisartsenpraktijk

Voor het leveren van goede zorg hebben zorgverleners actuele, complete en betrouwbare informatie nodig over de patiënt. PharmaPartners is hierin al veertig jaar de ICT-partner van samenwerkende huisartsen en apotheken. Omdat steeds meer mensen zowel door de specialist in het ziekenhuis als door hun eigen huisarts worden behandeld, is het van belang dat ook zij alle relevante patiënteninformatie delen. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation maken dat mogelijk door het huisartsinformatiesysteem Medicom en het ziekenhuissysteem met elkaar te verbinden.

De huisarts is de spil in de zorg ‘dicht bij huis’. Om patiënten goed te kunnen begeleiden op hun pad door de zorg, is betrouwbare informatie-uitwisseling met alle zorgverleners rondom hun patiënten van groot belang. “Iedere zorgregio richt die samenwerking op zijn eigen manier in. Als toonaangevende leverancier binnen de eerstelijnszorg-ICT is het onze missie om alle vormen van samenwerking optimaal te ondersteunen. Dat doen we met eigen zorgsystemen en e-healthtoepassingen én door slimme verbindingen te maken met andere platforms en systemen”, vertelt Piet Hein Knoop, manager innovatie van PharmaPartners Huisartsenzorg.

Stap voorwaarts

Het ontsluiten van ziekenhuisinformatie voor huisartsen is een grote stap voorwaarts. Het is al langer mogelijk om verwijsinformatie te delen, maar huisartsen hebben in de meeste regio’s nog geen directe toegang tot bijvoorbeeld bloedbepalingen, röntgenfoto’s en andere beelddiagnostiek die in opdracht van een specialist is uitgevoerd. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation brengen daar samen op landelijk niveau verandering in.

Systemen laten ‘praten’

“Via onze dienst ZorgMail krijgt de huisarts nu al uitslagen binnen van ziekenhuizen. In aanvulling daarop maken we met Medicom een zogenaamde XDS-koppeling voor gegevensuitwisseling. Hierdoor kan het huisartsinformatiesysteem ‘praten’ met het ziekenhuisinformatiesysteem en kan de huisarts direct vanuit het patiëntendossier in Medicom informatie opvragen van het ziekenhuis”, legt Marcel van der Velden, vice president sales bij VANAD Enovation, uit. Die uitwisseling verloopt via een platform van VANAD Enovation (xdsConnect), waarop ieder ziekenhuis en iedere zorgpraktijk kan aansluiten. Hiervoor wordt de internationale standaard XDS gebruikt, dat alle Nederlandse ziekenhuizen gebruiken. Medicom is het eerste huisartsinformatiesysteem dat direct via XDS gaat communiceren.”

De opvraagfunctie voor huisartsen komt op korte termijn beschikbaar in Medicom. Daaropvolgend maken PharmaPartners en VANAD Enovation het voor specialisten in het ziekenhuis mogelijk om relevante informatie uit het huisartsendossier op te halen.

Download het volledige artikel hier:

Betere zorg en minder kosten met anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat

Sinds 1 januari 2018 heeft Zuid-Limburg een anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat. Kaderhuisarts Ramon Ottenheijm, orthopeed Patrick Deckers en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg zien twee middagen in de week patiënten met complexe schouderklachten. Die zouden anders naar het ziekenhuis verwezen worden. Verwijzing naar het anderhalvelijnsspreekuur bespaart zorgkosten én levert goede kwaliteit van zorg op.

Patrick Deckers, orthopeed in het Zuyderland ziekenhuis, heeft net samen met Ramon Ottenheijm, kaderhuisarts Bewegingsapparaat, een echo bestudeerd van een patiënt met complexe schouderklachten. “Je ziet dan een dynamisch proces”, vertelt Deckers. “Voor mij betekent het een verdieping van mijn kennis. In het ziekenhuis ontbreekt veelal de tijd voor een functionele beoordeling van de echo. Zelf maak ik ook geen echo’s. Ramon is als kaderhuisarts gespecialiseerd in echografie. Het is fijn om samen de tijd te hebben om de schouderbeweging op een echo te bestuderen. Dat maakt veel duidelijk over de aard van de klacht.”

Sinds 1 januari 2018 draaien Deckers, Ottenheijm en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg samen het anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat, een samenwerking van de Zuid-Limburgse huisartsenorganisaties MCC Omnes en Huisartsen OZL, zorgverzekeraar CZ en ziekenhuis Zuyderland. Op donderdagmiddag houden ze spreekuur bij Meditta Medisch Centrum in Echt, op vrijdagmiddag bij Pluspunt Medisch Centrum, een anderhalvelijnscentrum in de Oostelijke Mijnstreek.

Substitutiepilot

Het anderhalvelijnsspreekuur komt voort uit de substitutiepilot Bewegingsapparaat die Ottenheijm december 2017 heeft afgerond. Tijdens deze driejarige pilot zag Ottenheijm patiënten die anders door zijn collega-huisartsen verwezen zouden worden naar de orthopeed. De uitkomsten van de pilot lieten een hoog substitutiepercentage zien. 85 procent van de patiënten hoefde niet te worden doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ook de patiënttevredenheid was hoog. Ottenheijm: “Patiënten vinden het prettig dat ze bij een gespecialiseerde huisarts terechtkunnen, dicht in de buurt. Bovendien had ik meer tijd voor hen dan de orthopeed in het ziekenhuis. Ik had een half uur per consult, hij slechts vijftien minuten.”

Dezelfde taal spreken

De pilot in Zuid-Limburg was zo succesvol, dat deze per 1 januari 2018 is opgeschaald naar alle huisartsen in de regio. Ottenheijm: “In deze follow-up doen we het anderhalvelijnsspreekuur met zijn drieën, de orthopeed, de kaderhuisarts en de fysiotherapeut. We zitten allemaal in hetzelfde gebouw. De orthopeed heeft chirurgische kennis, de kaderhuisarts heeft een generalistische blik en is gespecialiseerd in de echografie en de fysiotherapeut beheerst als geen ander het lichamelijk onderzoek. Zo versterken we elkaar.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier: