Basis GGZ zonder wachttijden

Overal ter wereld digitaal met video, chat en app aan kunnen schuiven voor basis GGZ-zorg in de Nederlandse taal en zonder wachttijden. Dat is het idee achter DiSofa. Na inloggen kan de cliënt de volgende dag al aan de slag met een van de psychologen van de nieuwe dienstverlening.

Hoe kunnen we meerwaarde leveren aan de GGZ? Die vraag besprak de raad van bestuur van GGZ Noord Holland Noord (NHN) met Bart Vemer, GZ-psycholoog, Joris Arts, bestuurder gezondheidscentrum Kersenboogerd en Niek Kuijper, hoofd marketing en communicatie van GGZ NHN. Gezamenlijk kwamen zij uit op het concept DiSofa. Arts zegt: “Skypen, facetimen, iedereen doet het. Behalve in de zorg. Daar gebeurt het maar mondjesmaat. Er zijn te veel drempels door verschillende visies, cultuur, belangen en regels.”

Alleen online

DiSofa is een apart team met een lijntje naar de Raad van Bestuur van GGZ NHN. Afgelopen juni ging men live met inmiddels drie GZ-psychologen in loondienst. Gezamenlijk verlenen zij basis GGZ-zorg aan cliënten met bijvoorbeeld angststoornissen, depressies, stressklachten, burn-out, verslaving en trauma.

“Een zorg tussen die van de gespecialiseerde GGZ-zorg en huisartsenzorg. Om deze zorg te verlenen, hoeft er geen sprake te zijn van een fysiek face-to-face-consult”, aldus Joris Arts.

“We geven uitsluitend online zorg met videoconsulten, chatten, appen en online ´huiswerk´”, vervolgt Arts. “Dit maakt DiSofa plaatsonafhankelijk. Voordeel voor de cliënt is, dat hij niet van huis hoeft en op vele momenten en manieren contact heeft met zijn behandelaar. Bovendien is de angst voor het tegenkomen van een bekende in de wachtkamer zo weggenomen.”

Eén behandelaar

Is het voor een cliënt niet prettiger een behandelaar fysiek te zien? Arts: “We zijn nu een paar maanden verder. Uit evaluaties blijkt, dat dit voor de meeste mensen geen noodzaak is. Na het online kennismakingsgesprek besluit tachtig procent van de cliënten bij ons in behandeling te gaan. Elke cliënt krijgt zijn persoonlijke GZ-psycholoog en diegene is ook zijn enige contact met DiSofa. Heeft de cliënt een vraag waar zijn behandelaar geen antwoord op heeft? Geen probleem. Achter de schermen zoeken we naar het juiste antwoord. Via zijn behandelaar komt het dan weer terug bij de cliënt. Hiermee maken we onze zorg heel persoonlijk.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Gezamenlijke ICT-visie InEen, LHV en NHG kan digitaliseringsparadox doorbreken

Onze wereld digitaliseert en de huisartsenzorg kan en wil daar niet bij achterblijven. Enerzijds omdat de samenleving dat van de beroepsgroep verwacht, anderzijds omdat ICT kan helpen de toenemende werkdruk en de krimpende arbeidsmarkt het hoofd te bieden. “Bovenal hebben we ICT nodig om de zorg in de regio rondom de patiënt in samenhang te organiseren en de patiënt daarbij te betrekken”, zegt Maarten Klomp. Hij is als InEen-bestuurslid intensief betrokken bij het ICT-dossier. Samen met LHV-bestuurder Carin Littooij licht hij de hoofdpunten uit de ICT-visie en -roadmap van InEen, LHV en NHG toe.

“Met zijn drieën staan we voor huisartsen en huisartsenzorg in brede zin. Met deze tripartite visie kunnen we de digitaliseringsparadox doorbreken”, aldus Carin Littooij.

De digitaliseringsparadox werd in maart 2018 beschreven door Nictiz, dat op suggestie van de drie koepels de status van de digitalisering in de huisartsenzorg onderzocht. Het paradoxale is dat huisartsen tevreden zijn over het dagelijks gebruik van ICT in hun praktijk, terwijl in de nabije toekomst een digitale transformatie noodzakelijk is om hun sleutelrol in de eerstelijnszorg te waarborgen. Een van de vijf fundamentele problemen die Nictiz benoemde, was het ontbreken van een landelijk gedragen toekomstvisie over digitalisering en een meerjarige roadmap voor de eerste lijn. Daar brengen InEen, LHV en NHG nu verandering in.

Eilanden verbinden

Het doel is in de visie als volgt omschreven: ‘De huisartsenzorg wordt optimaal ondersteund door een passende, toekomstgerichte digitale zorginformatie-infrastructuur: niet enkel in de dagpraktijk, maar ook tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten en in de programmatische multidisciplinaire samenwerking.’ De bestaande huisartsinformatiesystemen (HIS), informatiesystemen voor huisartsenposten (HAPIS), keteninformatiesystemen (KIS) en samenwerkingsplatforms vormen het uitgangspunt. Om van daaruit tot de gewenste toekomstgerichte zorginformatie-infrastructuur te komen, worden toetsbare basiseisen en -wensen geformuleerd. Dat is onderdeel van het project XIS. De projectgroep XIS wil voor januari 2019 al een beperkte basisset formuleren om richting te geven aan de ontwikkelingen.

Regionaal organiseren

Het Informatieberaad Zorg, de bestuurlijke samenwerking tussen het zorgveld en het ministerie van VWS, werkt aan een duurzaam informatiestelsel voor de zorg als geheel. De initiatieven van de drie koepels in de huisartsen- en eerstelijnszorg sluiten daarbij aan. Ook houden ze rekening met andere afspraken, akkoorden en programma’s. “Wij moeten als branche met onze leveranciers in gesprek over een vlotte implementatie van de landelijke standaarden”, zegt Klomp. “De individuele huisarts heeft als klant weinig invloed op de ontwikkelagenda, daarom willen we dat regionale organisaties die rol op zich nemen en de praktijken ontzorgen op het gebied van ICT.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

eHealth-ontwikkeling in e-Estonia

Een van de belangrijkste ontwikkelingen die de aandacht vragen van eerstelijnsbestuurders is eHealth en digitalisering. Daarom ging de studiereis van de negende Masterclass Eerstelijns Bestuurders naar Estland. In Estland is digitalisering namelijk al jaren een speerpunt en dat wordt gepresenteerd onder de naam e-Estonia. Wat betekent de door de overheid gestuurde ICT-ontwikkeling voor de eerstelijnszorg?

De digitale ontwikkeling in Estland is vanuit de historie ontstaan. Estland is sinds 1918 een zelfstandige republiek. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1992 heeft Estland verschillende bezetters gehad. Pas daarna kon het land zich echt gaan ontwikkelen. Doordat Estland economisch nauwelijks ontwikkeld was en geen traditionele maatschappelijke-economische infrastructuur had, is digitalisering tot speerpunt gemaakt. In de volle breedte: van onderwijs en sociale zaken tot gezondheidszorg; alles wordt digitaal verwerkt en vastgelegd. Rond 2000 nam Estland het Nederlandse huisartsinformatiesysteem als voorbeeld voor het automatiseren van de huisartsenzorg. Op dit moment zijn nog drie huisartsinformatiesystemen (HIS’en) operationeel.

Infrastructuur

De digitalisering van de gezondheidszorg heeft enkele sterke aspecten, maar kent net als in Nederland de nodige uitdagingen. De X-Road – het communicatieplatform – verbindt alle applicaties en databases aan elkaar en wordt steeds verder uitgebreid met nieuwe functionaliteit. Het is deels een centrale en deels een decentrale infrastructuur. Patiënten en zorgprofessionals hebben één toegangspasje voor alle gegevens met dubbele authenticatie. Dat wordt de komende jaren vervangen door (mobiele) biometrische toegang (oog, vingerafdruk, enzovoort).

Tevreden ondanks tekortkomingen

Alle organisaties die zorg leveren zijn verplicht om informatie aan te leveren aan het nationale systeem, echter in praktijk is dat niet altijd het geval en de naleving is niet krachtig georganiseerd. Daarnaast is er geen Professionele Samenvatting zoals wij die kennen, zodat er 200 pagina’s platte tekst moeten worden doorgeworsteld om de noodzakelijke informatie te vinden. Dat gaat men trachten op te lossen door kunstmatige intelligentie in te zetten voor het maken van ‘samenvattingen’ van ongestructureerde data. De architectuur is goed,  maar de verbinding met de eindgebruikers laat volgens de zorgprofessionals te wensen over. Toch zijn zij tevreden met dit systeem, omdat zij zich realiseren dat zij anders nooit zo snel hadden kunnen innoveren. En er is perspectief op doorontwikkeling door een duidelijke sturing en regie. Over privacy maken Estlanders zich nauwelijks zorgen en er is veel vertrouwen in de veiligheidssystemen. ICT zien zij als een kans om welvaartswinst te boeken.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Zelfservice, zelfzorg en zelfredzaamheid in één patiëntenplatform

Patiënten willen hun eigen gezondheid en leefstijl managen, het liefst digitaal. Dat wordt steeds makkelijker. Een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) biedt de patiënt allerlei mogelijkheden voor digitaal gezondheidsmanagement en contact met zorgverleners. Er gebeurt heel veel moois op dat gebied, maar de toepassingen functioneren te vaak nog los van elkaar. In Mijn GezondheidsPlatform (MGP) van de Promedico Groep komt alles wél bij elkaar. En sinds kort hebben patiënten via een app altijd en overal toegang tot MGP.

“De patiënt wordt onderdeel van het multidisciplinair team door zelf ook acties te ondernemen. MGP maakt de reikwijdte van alles wat daarbinnen mogelijk is veel groter en tegelijkertijd wordt het gebruik veel makkelijker”, zegt Douwe Jippes, MGP-productmanager bij Care2U. Er zijn heel veel verschillende apps, eHealth-functionaliteiten en digitale toepassingen, maar het lijkt allemaal als los zand aan elkaar te hangen, zo constateert Jippes. “Dat is jammer, want het koppelen en integreren van verschillende applicaties biedt patiënten, praktijken en zorggroepen juist een eigen ecosysteem om zelfmanagement te activeren en zo beter grip te krijgen op gezondheid en leefstijl.”

Leefstijl

Hoe ziet dat er concreet uit? “Binnen MGP komen zelfservice, zelfzorg en zelfredzaamheid bij elkaar op één platform”, vat Jippes samen. “Zelfservice omvat de praktische kant en de communicatie met zorgverleners. Denk aan digitaal je dossier inzien als er onderzoeken zijn uitgevoerd, het maken van afspraken of het inplannen van herhaalmedicatie. Bij zelfzorg gaat het bijvoorbeeld om het zelf digitaal bijhouden van meetwaarden als bloeddruk, gewicht of glucose en die delen met een behandelaar. Bij zelfredzaamheid gaat het om het raadplegen van medische informatie, de juiste inname van medicijnen of  doelen en actiepunten formuleren, vastleggen en bijhouden in een individueel zorgplan.”

Functionaliteiten als ‘Mijn Meetwaarden’ of ‘Mijn Plan’ voorzien in de behoeften van de patiënt die Jippes opnoemt. MGP brengt daarin zelfredzaamheid in praktische zin tot realiteit. “Jouw gezondheid begint niet in de spreekkamer van de huisarts”, zegt Douwe Jippes. “Iedereen moet daar 24/7 aan werken. Tegenwoordig wordt veel gesproken over leefstijlgeneeskunde. Dat is veel meer dan een hype of modewoord. We zouden dus eigenlijk niet moeten spreken over patiënten, maar over burgers. Die willen hun gezondheidsprofiel actief managen, ook als het gaat om bijvoorbeeld slaap, voeding of beweging. Daarin gaan wij voorzien.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

“Data en technologie helpen ons de zorg beter te organiseren”

Vrijwel iedereen, jong en oud, heeft tegenwoordig toestellen waarmee je altijd online kunt zijn. Mensen gebruiken hun mobiele telefoon als agenda en voor hun sociale media en gebruiken applicaties voor van alles. “Velen zijn dus al gewend aan dit soort technologie in het dagelijks leven. En dan is de stap naar het gebruik van een smartphone of tablet voor de gezondheid snel genomen”, aldus Esther Talboom-Kamp, bestuursvoorzitter bij Saltro.

Naar schatting worden er op dit moment zo’n 325.000 applicaties aangeboden die op een of andere manier iets te maken hebben met gezondheid. Maar niet al deze apps worden getoetst of getest voordat ze worden aangeboden in de app store. “Dit is niet wenselijk, omdat we niet weten of de app die wordt gebruikt betrouwbaar, veilig en effectief is. We mogen niet toestaan dat patiënten, consumenten en zorgprofessionals werken met tools die hen niet daadwerkelijk helpen”, zo stelt Esther Talboom.

“Gezien de hoge werkdruk, de krapte op de arbeidsmarkt en de complexe zorgvraag van steeds ouder wordende, chronisch zieken, moeten we slimme programma’s ontwikkelen”, vervolgt ze. “Programma’s die de patiënten meer betrekken bij hun zorg en gezondheid én hen in staat stellen een groot deel van hun leven zelf te managen. eHealth kan hierbij een grote rol spelen, maar dit moet dan wel een goed geïntegreerd onderdeel zijn van de zorg.”

Actieve rol

“Zoals uitstekend verwoord in het rapport ‘Zorg op de juiste plek’, moeten we de juiste zorg, op de juiste plaats, tegen de juiste prijs bieden”, aldus Esther Talboom. “Dat vergt van alle bij de zorg betrokken partijen dat zij intensief samenwerken en hun werkzaamheden naadloos op elkaar aansluiten. Ook hier geldt dat data en technologie essentieel zijn voor het delen van gegevens en gezamenlijk analyseren en adviseren. Zolang we de gegevensuitwisseling niet op orde hebben, kunnen we niet verwachten dat we de zorg optimaal en over de lijnen heen kunnen inrichten.”

Voortrekkersrol NeLL

Het is belangrijk om bij de start van een nieuw digitaal initiatief zowel patiënten, zorgvragers als zorgprofessionals te betrekken. De wetenschap moet een rol vervullen bij het nagaan wat de daadwerkelijke effecten zijn van nieuwe technologie en op welke wijze data optimaal gebruikt kunnen worden bij de ontwikkeling van tools. De kennis die wordt opgedaan tijdens studies en onderzoeken moet breed gedeeld worden, zodat iedereen deze inzichten kan gebruiken bij de (door-)ontwikkeling van zorgprogramma’s en eHealth-toepassingen. Het National eHealth Living Lab (NeLL) vervult hierin een voortrekkersrol.

Auteur: Cherelle de Graaf

Download het volledige artikel hier:

Nieuwe screeningsmethode voor slaapapneu

OSAsense is een laagdrempelig screeningsinstrument voor het obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), dat huisartsen gebruiken om uit te sluiten of iemand deze aandoening heeft. Ze kunnen hiermee deze patiënten sneller opsporen en het aantal onnodige verwijzingen naar slaapcentra met circa tachtig procent verlagen. Sinds 1 mei werken honderddertig Twentse huisartsen met deze tool. Patiënten kunnen het instrument thuis gebruiken en het bespaart kosten.

Slaapapneu is een ernstige aandoening waarbij de patiënt tijdens de slaap meerdere malen stopt met ademhalen. Het kan leiden tot slaperigheid overdag en permanente gezondheidsschade, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en dementie. Volgens onderzoek lopen er in Nederland nog circa 300.000 mensen rond met OSAS zonder dat ze het weten.

Patiënten die zich bij hun huisarts presenteren met vermoeidheidsklachten, worden bij een vermoeden op OSAS meestal doorverwezen naar een specialistisch slaapcentrum voor een slaaponderzoek. Dit onderzoek is belastend voor de patiënt, gaat gepaard met hoge kosten en blijkt in een aanzienlijk deel van de gevallen achteraf niet nodig te zijn geweest.

Werking methode

OSAsense bestaat uit een vragenlijst en een slaaponderzoek dat de patiënt thuis kan uitvoeren. Vaak nog op dezelfde dag dat de patiënt zich met klachten meldt bij de huisarts, krijgt deze een horloge met een wegwerp ‘vingerhoedje’ dat het zuurstofgehalte meet in het bloed. Als dat zuurstofgehalte gedurende de slaap tenminste vijf keer per uur dipt, is er sprake van slaapapneu.

Veldhuis koppelt het horloge aan zijn computer, vult enkele gegevens in en geeft het horloge mee aan de patiënt die er thuis een nacht mee slaapt. De patiënt vult daarnaast een online vragenlijst in. De volgende ochtend levert de patiënt het horloge weer in en beoordeelt de huisarts de analyse. OSAsense genereert een adviesrapport, waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is op slaapapneu. Is de kans groot, dan verwijst de huisarts alsnog door naar het slaapcentrum. Daar wordt de definitieve diagnose gesteld en gestart met een passende behandeling.

Betere opsporing in eerste lijn

OSAsense is bedoeld om slaapapneu uit te sluiten bij patiënten met atypische klachten (vermoeidheid, prikkelbaarheid, laag energieniveau) of patiënten met een hoog a priori risico (voorafkans) op slaapapneu op basis van bestaande comorbiditeit (atriumfibrilleren, therapieresistente hypertensie) en klinische presentatie. Het instrument is erop gericht patiënten met een verdenking op slaapapneu beter op te sporen in de eerste lijn en onnodige verwijzingen naar een slaapcentrum te voorkomen.

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Stop de digitale chaos

Wie geïnteresseerd is in eHealth komt ogen en oren te kort. ICT-bedrijven verdringen elkaar met gezondheid-apps en ‘wearables’. De overheid stimuleert de ontwikkelingen in eHealth, zorg is big business voor ICT-bedrijven. Patiënten hebben volgens de Patiëntenfederatie grote behoefte aan inzage en grip op hun medische gegevens. Verzamelde medische data zijn voor bedrijven commercieel interessant. Wetgeving gaat steeds meer bepalen hoe zorgverleners hun werk vastleggen. Wat betekent dit voor de digitale ondersteuning van huisartsenzorg?

Het huisartsinformatiesysteem (HIS) is de kern van de ICT voor huisartsenpraktijken. Binnen het HIS zijn bepaalde functies onvoldoende doorontwikkeld en daardoor gebruiksonvriendelijk. Wensen van huisartsen zijn ondergeschikt geworden aan eisen van landelijke overheden en maatschappelijke instanties en krijgen zo een lagere prioriteit.

Digitale knoop

Elke huisartsbestuurder loopt tegen het probleem van ICT aan. Probeer maar eens (veilig!) digitaal samen te werken met thuiszorgorganisaties, ambulance, ziekenhuizen, mantelzorgers of patiënten. Trajecten gaan langzaam, gegevens moeten dubbel worden ingevoerd en het kost extra geld. Elke regio vindt zelf het wiel uit en men profiteert niet van elkaars successen.

Ondertussen wordt de digitale knoop steeds groter. Iedereen herkent het probleem, maar niemand hakt de knoop door. Professionals in de zorg zullen de handen ineen moeten slaan om van ICT een succes te maken.

Doorpakken

Om meer inspraak te krijgen in de ontwikkeling van het HIS, kunnen huisartsen het beste kiezen voor één regionaal HIS. Naast alle andere taakverzwaringen hebben huisartsen een nieuwe taak als digitale poortwachter. De huisartsenzorg is onderdeel geworden van een groot regionaal netwerk. Er moeten telkens nieuwe digitale toepassingen worden geïmplementeerd. Er is vraag naar transparantie van zorguitkomsten en inzage in en uitwisseling van medische gegevens met behoud van privacy.

Het ontbreekt huisartsen aan overzicht en tijd om alle ontwikkelingen bij te houden. Zij zullen taken moeten uitbesteden. O&I-gelden kunnen hiervoor worden ingezet. Met het programma OPEN ligt er een kans voor regionale organisaties om huisartsenpraktijken te ondersteunen bij het werken met patiëntenportalen. Regio’s kunnen meteen doorpakken en een regionale ICT-visie ontwikkelen, strategische plannen voor implementatie van eHealth maken en vaststellen welke koppelingen van het HIS met regionale instanties nodig zijn. Het is verstandig hier snel mee te beginnen. De BOHAG-huisartsen kunnen helpen met deze ontwikkelingen in de regio.

Oproep aan bestuurders

BOHAG is de expertgroep Beleid en Organisatie Huisartsen Advies Groep. De huidige problematiek van de zorg-ICT houdt de BOHAG-leden bezig. BOHAG wil huisartsen helpen om regie te nemen over ICT. Regionale bestuurders roepen wij op om snel een visie op ICT te ontwikkelen om niet te verdrinken in de digitale chaos.

Auteur: Pascale Hendriks (BOHAG)

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Spoed in de ouderenketen

Mevrouw Pieterse komt na een glijpartij met een gebroken heup op de spoedeisende hulp (SEH) terecht, na de operatie maakt zij tijdelijk gebruik van het eerstelijnsverblijf (ELV). Na enkele weken komt zij thuis, maar vanwege een delier volgt opnieuw een ziekenhuisopname. Dat duurt langer dan gedacht en er komt een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Eenmaal opgenomen in het verpleeghuis sterft mevrouw binnen een maand.

Het liefst blijven we ons hele leven fit en gezond. Helaas ontstaan er met het toenemen van de jaren ongemakken. Door vergrijzing, hoge zorgkosten en krapte op de arbeidsmarkt wordt de druk om tot nieuwe concepten te komen groter. Bij spoedsituaties rond kwetsbare ouderen is er nog meer urgentie voor verandering. Door een toename van kwetsbare ouderen bij de huisartsenpost (HAP) en de spoedeisende hulp (SEH) neemt de druk toe, terwijl niet altijd sprake is van medische urgentie. Het ontbreekt vaak aan de juiste ouderenexpertise bij de huisarts, HAP en SEH.

Wat we beogen

Om de spoed in de ouderenketen te verbeteren, is een grote veranderingsbereidheid van alle professionals nodig om preventief, proactief en samen dichterbij de patiënt en naasten te werken. Ons inziens zou de zorg en ondersteuning van kwetsbare ouderen gericht moeten zijn op:

–          minder verplaatsingen van ouderen in spoedsituaties met aandacht voor eigen wensen en behoeften gericht op kwaliteit van leven;

–          beter informeren van ouderen en naasten over wat er mogelijk is aan ondersteuning en zorg, zodat zij samen met professionals goed geïnformeerde besluiten kunnen nemen over wat wenselijk is;

–          meer ondersteuning in het voortraject, waardoor men een crisis aan kan zien komen en kan voorkomen;

–          het benutten van ouderenexpertise in de thuissituatie en op de SEH door inzet van specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist thuis en geriater op de SEH.

Model

Het model Spoed in de ouderenketen (in ontwikkeling) onderscheidt negen stappen in de patient journey, waarbij de ondersteuning en zorg oploopt. Het model ondersteunt de gedachte waar ons inziens de zorg en ondersteuning op gericht moet zijn: de shift naar preventie en proactieve zorg en ondersteuning als onderdeel van integrale dienstverlening voor persoonsgerichte ouderenzorg. Per stap identificeren we werkende principes die gebaseerd zijn op voorbeelden uit de literatuur en interviews met professionals en experts in de spoed- en ouderenzorg.

Op de hoogte blijven?

Komende tijd vindt er volop ontwikkeling plaats op dit thema. Vilans ziet het als haar taak om hierin samen met partners het goede te doen. Op de hoogte blijven of input leveren? Kijk op www.vilans.nl.

Auteurs: Monique Spierenburg, Barbara de Groen, Annemarie Koopman, Lieke Lovink, Sandra Dahmen (Vilans)

Download het volledige artikel hier:

Duurzame zorg met inzet van ICT

“We kunnen de toenemende zorgvraag niet beantwoorden door op te schalen wat we nu doen. Een andere manier van werken is noodzakelijk.” Aan het woord is Ed Berends. Huisarts en bestuurder bij Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Hij voorziet een belangrijke rol voor ICT bij het duurzaam inrichten van de zorg. Daar invulling aan geven is de ambitie van ICT-partner PharmaPartners, waarmee recent een meerjarig contract werd afgesloten.

“Om te kunnen investeren en innoveren heeft een ICT-leverancier zekerheid nodig”, licht Berends toe. “Dat snap ik, ik maak met de zorgverzekeraar ook liever afspraken voor een langere termijn. Daarom zijn we een meerjarig commitment aangegaan.” Het blijft daarmee mogelijk om een intensievere regionale samenwerking op het gebied van automatisering te realiseren, benadrukt Berends. “Binnen DSP – wat staat voor DOH, SGE en PoZoB – doen we een aantal dingen samen. Met DOH bekijken we of het mogelijk is om op te stomen naar één regiosysteem en PoZoB volgt dat met interesse. De afspraken die we nu hebben gemaakt, bieden ruimte voor de toekomst en zekerheid voor nu.”

eHealth

In de samenwerking met PharmaPartners is al heel wat bereikt, vertelt Berends. “Bijvoorbeeld op het gebied van eHealth. We willen onze patiënten meer invloed geven op hun eigen situatie. Het portaal MijnGezondheid.net helpt daarbij door inzage in het dossier, de mogelijkheid voor eConsults, afspraken maken en het aanvragen van herhaalrecepten. Sinds vorig jaar hebben patiënten ook inzage in hun labuitslagen.” De doorontwikkeling van eHealth komt tot stand in samenspel tussen de zorggroep en PharmaPartners als strategische ICT-partner. “We blijven elkaar prikkelen. PharmaPartners zorgt voor de technische mogelijkheden, wij moeten onze patiënten er goed in meenemen. Al doende leer je.”

Positief

Het toenemend aantal koppelingen tussen Medicom en andere systemen, vindt Berends positief. “Al blijft voor de dagelijkse zorg die met de apotheek het belangrijkste. Het is goed dat PharmaPartners de verbinding maakt met andere partijen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door de beelddiagnostiek van het ziekenhuis te ontsluiten.”

ICT kan de efficiency vergroten met slimme beslisondersteuning, door het vereenvoudigen van administratieve processen en door het optimaliseren van de samenwerking rond en met de patiënt. PharmaPartners geeft daar invulling aan met MedicomSmart (richtlijnondersteuning en casefinding) en Medicom Multidisciplinair (op maat inrichten chronische zorg). “Dat juich ik toe. De kunst voor PharmaPartners is om een balans te vinden tussen snelheid, flexibiliteit en het neerzetten van stevige, generieke oplossingen die werken voor alle zorgaanbieders.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Succesvol farmacotherapeutisch overleg leidt tot efficiënt voorschrijven

De medicatiekosten in de eerste lijn in Asten zijn 600.000 euro lager dan zou mogen worden verwacht van een gemeente met een dergelijke omvang. Nog belangrijker: het voorschrijfbeleid heeft er een hoge kwaliteit. Dit is te danken aan een succesvol FarmacoTherapeutisch Overleg tussen huisartsen en apothekers.

De resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven: de LHV en vier zorgverzekeraars hebben het Astens formularium en een aantal andere formularia aangewezen als lichtende voorbeelden voor de rest van het land. Het gaat nog verder: huisartsen kunnen op basis hiervan sinds dit jaar worden gemeten voor de S3-resultaatbekostiging.

Stroomversnelling

Hoe schrijf ik doelmatig geneesmiddelen voor? Zeker nu sinds anderhalf jaar veel nieuwe COPD-medicatie op de markt is gelanceerd, kan menig huisarts ondersteuning gebruiken bij goede en efficiënte besluitvorming over het type medicijn, de hoeveelheid, sterkte en dosering. Daardoor is de vraag naar een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS)  in een stroomversnelling geraakt. Vier zorgverzekeraars en de LHV hebben afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Zij hebben vijf ‘voorkeursformularia’ uit het land geselecteerd op grond waarvan huisartsen vanaf dit jaar worden beoordeeld door zorgverzekeraars. Een van die formularia is tot stand gekomen in Asten. Daar wordt al dertig jaar gewerkt met een eigen formularium, waarvan het gebruik tot dusver beperkt bleef tot deze Noord-Brabantse gemeente.

Frequent en intensief

Waarom wordt het voorschrijfbeleid van het FarmacotTherapeutisch Overleg (FTO) in Asten zo gewaardeerd? “Dat heeft onder meer te maken met de hoge frequentie en grote intensiteit”, vertelt Gertjan Hooijman, apotheker en eigenaar van Alphega apotheek Asten. “De tien huisartsen en twee apothekers in onze gemeente zijn ook verplicht eraan deel te nemen en samen de sessies voor te bereiden.” Huisarts Cees Kros: “Als een huisarts zich wil aansluiten bij een van de drie Astense praktijken, wordt dit als voorwaarde gesteld. Eenmaal aan dit systeem gewend, wil niemand er meer vanaf.”

Elf keer per jaar komen de huisartsen en apothekers bijeen. Kros: “Telkens staat één ziektebeeld centraal. Stel, er zijn nieuwe geneesmiddelen voor diabetici op de markt gekomen en wij bespeuren daardoor hiaten in het betreffende voorschrijfbeleid, dan gaan één huisarts en één apotheker de ontwikkelingen onder de loep leggen.”

Hooijman: “Huisarts en apotheker stellen een beslisboom op: welk scenario volgen we bij welke diabetes type-2-patiënt? De twee leggen hun bevindingen en de beslisboom voor aan de collega’s. Die discussiëren net zo lang totdat er consensus is over de beste keuzes. De afspraken leggen we vast in een sjabloon dat een plaats krijgt in het elektronisch voorschrijfsysteem van de huisarts.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier: