“Mijn GezondheidsPlatform staat aan het begin van een reis”

Patiënten willen en krijgen steeds meer regie over hun eigen gezondheid. Zij willen hun gezondheid digitaal managen. En dat kan. Zoals een HIS de huisartsenpraktijk ondersteunt en een KIS de ketenzorg, zo ondersteunt Mijn GezondheidsPlatform (MGP) de patiënt of cliënt. Maar er is nog veel meer mogelijk. De komende tijd bouwt de Promedico Groep MGP uit naar een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) met talloze mogelijkheden.

“De Promedico Groep richt zich op het ondersteunen van geïntegreerde zorg en daar hebben cliënten en burgers een belangrijk aandeel in”, zegt Yolanda Kollee. Zij is manager Implementatie & Support bij Care2U, onderdeel van de Promedico Groep, en ontwikkelaar van MGP. “De wereld verandert razendsnel. Ontwikkelingen binnen zelfmanagement, zelfservice en zelfredzaamheid zetten de komende jaren sterk door. Een digitale omgeving is van groot belang bij het ondersteunen, stimuleren en activeren van burgers en cliënten. De markt daarvoor is aan het ontstaan. Dit is het gouden moment om een nieuw platform te ontwikkelen. We staan aan het begin van een reis en het mooie is: iedereen reist mee.”

Dieet en data

Paul Borchers (83) en Truus Borchers-Coenen (80) uit Bladel laten zien dat er nu al een stevige basis ligt. Vooral Paul Borchers, die vroeger technicus was, is een fanatiek gebruiker van MGP: “Ik heb hartklachten gehad en problemen met mijn lever. Sinds een jaar heb ik MGP om mijn meetwaarden in de gaten te houden, onder andere om me voor te bereiden voordat ik naar de huisarts of praktijkondersteuner ga.” Terwijl hij vertelt, gaat de telefoon. ‘Aan de lijn’ is MGP om hem te waarschuwen dat het tijd is voor zijn medicijnen. Daarnaast volgt het echtpaar Borchers een afvalprogramma, ondersteund door MGP. “Ik kreeg vandaag een smiley omdat ik zes kilo ben afgevallen”, vertelt hij. Maar het belangrijkst is het managen van het dieet en de data van Truus Borchers. “Zij heeft diabetes type 2. Het is belangrijk dat we haar bloedsuikerwaarden in de gaten houden. Ze is nu zodanig afgevallen dat we een bericht kregen dat ze twee tabletten minder kan nemen.”

Regio-oplossing

Mooie eerste stappen, maar MGP wil meer. “We willen nog meer interactie rondom persoonlijke gegevens met bijvoorbeeld wearables, glucosemeters en apps, die data leveren om via het platform samen met je zorgverleners je zorg te managen”, zegt Yolanda Kollee. “Daarom zetten we de komende tijd een volgende stap in het ontwikkelen van functionaliteiten.” Met de doorontwikkeling van MGP naar een PGO sluit Care2U aan op het MedMij-programma.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Direct toegang tot ziekenhuisdiagnostiek vanuit de huisartsenpraktijk

Voor het leveren van goede zorg hebben zorgverleners actuele, complete en betrouwbare informatie nodig over de patiënt. PharmaPartners is hierin al veertig jaar de ICT-partner van samenwerkende huisartsen en apotheken. Omdat steeds meer mensen zowel door de specialist in het ziekenhuis als door hun eigen huisarts worden behandeld, is het van belang dat ook zij alle relevante patiënteninformatie delen. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation maken dat mogelijk door het huisartsinformatiesysteem Medicom en het ziekenhuissysteem met elkaar te verbinden.

De huisarts is de spil in de zorg ‘dicht bij huis’. Om patiënten goed te kunnen begeleiden op hun pad door de zorg, is betrouwbare informatie-uitwisseling met alle zorgverleners rondom hun patiënten van groot belang. “Iedere zorgregio richt die samenwerking op zijn eigen manier in. Als toonaangevende leverancier binnen de eerstelijnszorg-ICT is het onze missie om alle vormen van samenwerking optimaal te ondersteunen. Dat doen we met eigen zorgsystemen en e-healthtoepassingen én door slimme verbindingen te maken met andere platforms en systemen”, vertelt Piet Hein Knoop, manager innovatie van PharmaPartners Huisartsenzorg.

Stap voorwaarts

Het ontsluiten van ziekenhuisinformatie voor huisartsen is een grote stap voorwaarts. Het is al langer mogelijk om verwijsinformatie te delen, maar huisartsen hebben in de meeste regio’s nog geen directe toegang tot bijvoorbeeld bloedbepalingen, röntgenfoto’s en andere beelddiagnostiek die in opdracht van een specialist is uitgevoerd. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation brengen daar samen op landelijk niveau verandering in.

Systemen laten ‘praten’

“Via onze dienst ZorgMail krijgt de huisarts nu al uitslagen binnen van ziekenhuizen. In aanvulling daarop maken we met Medicom een zogenaamde XDS-koppeling voor gegevensuitwisseling. Hierdoor kan het huisartsinformatiesysteem ‘praten’ met het ziekenhuisinformatiesysteem en kan de huisarts direct vanuit het patiëntendossier in Medicom informatie opvragen van het ziekenhuis”, legt Marcel van der Velden, vice president sales bij VANAD Enovation, uit. Die uitwisseling verloopt via een platform van VANAD Enovation (xdsConnect), waarop ieder ziekenhuis en iedere zorgpraktijk kan aansluiten. Hiervoor wordt de internationale standaard XDS gebruikt, dat alle Nederlandse ziekenhuizen gebruiken. Medicom is het eerste huisartsinformatiesysteem dat direct via XDS gaat communiceren.”

De opvraagfunctie voor huisartsen komt op korte termijn beschikbaar in Medicom. Daaropvolgend maken PharmaPartners en VANAD Enovation het voor specialisten in het ziekenhuis mogelijk om relevante informatie uit het huisartsendossier op te halen.

Download het volledige artikel hier:

Betere zorg en minder kosten met anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat

Sinds 1 januari 2018 heeft Zuid-Limburg een anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat. Kaderhuisarts Ramon Ottenheijm, orthopeed Patrick Deckers en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg zien twee middagen in de week patiënten met complexe schouderklachten. Die zouden anders naar het ziekenhuis verwezen worden. Verwijzing naar het anderhalvelijnsspreekuur bespaart zorgkosten én levert goede kwaliteit van zorg op.

Patrick Deckers, orthopeed in het Zuyderland ziekenhuis, heeft net samen met Ramon Ottenheijm, kaderhuisarts Bewegingsapparaat, een echo bestudeerd van een patiënt met complexe schouderklachten. “Je ziet dan een dynamisch proces”, vertelt Deckers. “Voor mij betekent het een verdieping van mijn kennis. In het ziekenhuis ontbreekt veelal de tijd voor een functionele beoordeling van de echo. Zelf maak ik ook geen echo’s. Ramon is als kaderhuisarts gespecialiseerd in echografie. Het is fijn om samen de tijd te hebben om de schouderbeweging op een echo te bestuderen. Dat maakt veel duidelijk over de aard van de klacht.”

Sinds 1 januari 2018 draaien Deckers, Ottenheijm en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg samen het anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat, een samenwerking van de Zuid-Limburgse huisartsenorganisaties MCC Omnes en Huisartsen OZL, zorgverzekeraar CZ en ziekenhuis Zuyderland. Op donderdagmiddag houden ze spreekuur bij Meditta Medisch Centrum in Echt, op vrijdagmiddag bij Pluspunt Medisch Centrum, een anderhalvelijnscentrum in de Oostelijke Mijnstreek.

Substitutiepilot

Het anderhalvelijnsspreekuur komt voort uit de substitutiepilot Bewegingsapparaat die Ottenheijm december 2017 heeft afgerond. Tijdens deze driejarige pilot zag Ottenheijm patiënten die anders door zijn collega-huisartsen verwezen zouden worden naar de orthopeed. De uitkomsten van de pilot lieten een hoog substitutiepercentage zien. 85 procent van de patiënten hoefde niet te worden doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ook de patiënttevredenheid was hoog. Ottenheijm: “Patiënten vinden het prettig dat ze bij een gespecialiseerde huisarts terechtkunnen, dicht in de buurt. Bovendien had ik meer tijd voor hen dan de orthopeed in het ziekenhuis. Ik had een half uur per consult, hij slechts vijftien minuten.”

Dezelfde taal spreken

De pilot in Zuid-Limburg was zo succesvol, dat deze per 1 januari 2018 is opgeschaald naar alle huisartsen in de regio. Ottenheijm: “In deze follow-up doen we het anderhalvelijnsspreekuur met zijn drieën, de orthopeed, de kaderhuisarts en de fysiotherapeut. We zitten allemaal in hetzelfde gebouw. De orthopeed heeft chirurgische kennis, de kaderhuisarts heeft een generalistische blik en is gespecialiseerd in de echografie en de fysiotherapeut beheerst als geen ander het lichamelijk onderzoek. Zo versterken we elkaar.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Geen one-size-fits-all in de zorg-ICT

Huisarts Peter Smink heeft uitgesproken ideeën over het gebruik van ICT in zijn eigen praktijk, in zorggroepen, maar ook bij ketenpartners en andere betrokken zorgverleners. “ICT mag niet onze manier van werken bepalen, dat moet andersom”, stelt hij. Integratie, standaardisatie en een modulaire aanpak bieden oplossingen. De eerste bouwstenen worden nu gelegd. Samenwerking tussen alle partijen speelt hierbij een cruciale rol.

“Het ideaal is een volledig geïntegreerd dossier per patiënt, waar elke professional zijn of haar eigen stukjes in schrijft”, vindt Smink. “Dat dossier moet ook altijd beschikbaar zijn voor de juiste professionals en uiteraard voor de patiënt zelf.” Smink is zich ervan bewust dat zijn ideaal om een cultuuromslag vraagt. Nu nog werkt iedereen met eigen, autonome systemen. Hoe breng je die bij elkaar? Dat kan alleen als ICT-aanbieders open zijn in alles wat ze doen, regionaal samenwerken aan geïntegreerde systemen en persoonlijke zorg voorop stellen.

Geïntegreerde zorgoplossing

De sleutel ligt niet bij het Landelijk Schakelpunt (LSP), denkt Smink. “Dat is vooral een telefoonboek.” Het echte probleem is dat alle HIS’en en KIS’en losse databases zijn. Als die allemaal hetzelfde bronbestand hadden, dan zou dat enorme voordelen opleveren, vindt Smink, met name voor het bekijken en bewerken van gegevens. Dat vraagt om een geïntegreerd zorgsysteem. Daarom nam de Promedico Groep het initiatief om in Nederland centrale voorzieningen te realiseren: één organisch, open systeem waarbij alle leveranciers samen verantwoordelijk zijn voor gemeenschappelijke tussenliggende componenten die de informatiesystemen van verschillende zorgverleners met elkaar verbinden. Zo kan sneller worden ontwikkeld, blijven de kosten laag en voldoet alles aan één standaard, waardoor het voor alle partijen makkelijk is om aan te sluiten.

KIS in HIS

Promedico’s module ‘slimme vragenlijsten’ is een eerste stap, geeft Peter Smink aan. Dit is het eerste onderdeel van KIS in HIS: KIS-functionaliteiten zijn beschikbaar vanuit het HIS. Huisarts en POH werken in het huisartsinformatiesysteem en beschikken tegelijkertijd over alle opties om persoonsgerichte zorg te bieden én optimaal samen te werken met andere zorgprofessionals rondom de patiënt. Smink is enthousiast: “De module biedt de mogelijkheid om zaken zoals temperatuur, longfunctie, bloeddruk structureel in grafieken vast te leggen en de situatie in de tijd te volgen.”

KIS in HIS is een mooie opstap naar integrale netwerken. Die hebben één basis, maar zijn geen one-size-fits-all, vat Smink samen. “Want iedereen wil net wat anders. Kijk maar naar pc’s, laptops of telefoons. De interface is hetzelfde, maar iedereen kiest eigen apps. Zo moeten we informatiesystemen in de zorg ook gaan inrichten.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

De kortste weg naar het juiste eerstelijnsbed

Het eerstelijnsverblijf wordt sinds een jaar bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet en ingekocht door zorgverzekeraars. Zorgregio’s zijn hiermee ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan. Het inrichten van nieuwe werkwijzen bij verwijzing en indicatiestelling en het op orde brengen van de capaciteit zorgt voor de nodige hoofdbrekens. Maar het biedt ook ruimte voor het intensiveren van de multidisciplinaire samenwerking en mooie innovaties, vertelt Jolanda Buwalda, bestuurder bij zorgorganisatie Omring.

Omring werkt voor de invulling van het eerstelijnsverblijf nauw samen met HKN Huisartsen en Zorgkoepel West-Friesland. Het urgentiebesef nam toe na een bezoek van voormalig VWS-minister Edith Schippers aan de regionale ziekenhuizen in januari 2017, vertelt Buwalda. “Wij werden betrokken omdat de spoedeisende hulp de aanloop niet aankon. De vraag was of we medestander konden worden om dit samen in goede banen te leiden.”

Omring pleegde drie interventies. Er werd een wijkverpleegkundige op de SEH gezet, ook overdag. Deze buigt zorgvragen om van spoedeisende hulp naar zorg thuis. Ook op de huisartsenpost vangt een wijkverpleegkundige de verpleegkundige vragen af voor de huisarts. En tot slot heeft Omring de hoogcomplexe eerstelijnsbedden geclusterd op een eigen herstelafdeling in het ziekenhuis, zodat de ziekenhuisafdelingen direct kunnen verwijzen naar de hoog complexe herstelbedden van Omring.

Centraal triageteam

Alle regionale aanvragen voor eerstelijnsbedden, ook die van het ziekenhuis, worden sinds maart 2017 beoordeeld door een centraal triageteam. Dit voorkomt onder meer scheefgroei tussen opnames vanuit het ziekenhuis en vanuit de thuissituatie. Buwalda: “Een wijkverpleegkundige met een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht bepalen in overleg met de huisarts of behandelaar of een patiënt thuis verzorgd moet worden of een ELV-opname noodzakelijk is en of het gaat om een hoog complex of laag complex bed. Dat gebeurt op basis van het LHV-triagemodel. Met de inzet van wijkverpleegkundigen en het beter organiseren van de toegang tot herstelzorg, lossen we dus niet alleen de druk op de SEH en de HAP op, maar ook het verkeerd gebruik van bedden.”

Bedden-app

Wat daar eveneens bij helpt, is de door Omring ontwikkelde bedden-app. “We hebben samen met collega-zorgorganisaties alle eerstelijnsbedden geïnventariseerd. Vervolgens hebben we een app ontwikkeld waarmee we de logistiek regelen. Alle aanbieders plaatsen hierin hun voorraad bedden, zodat verwijzers kunnen zien waar plek is. De informatie wordt iedere dertig minuten ververst, waardoor er bijna realtime zicht is op de beschikbaarheid van bedden in Noord-Holland Noord en West-Friesland. De verwijzingen blijven wel via het triageteam lopen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

De juiste zorg op de juiste plek in Oostelijk Zuid-Limburg

Op 15 februari organiseerde de Guus Schrijvers Academie in Utrecht het congres Geïntegreerde zorg eerste en tweede lijn. Een succesvol voorbeeld daarvan is Pluspunt, een anderhalvelijnssamenwerking van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL) en ziekenhuis Zuyderland, ondersteund door CZ en de regionale patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. HOZL-directeur en huisarts Bem Bruls, cardioloog Marieke van den Brink en CZ-manager Regioregie Wiro Gruisen deelden succesfactoren en ervaringen.

Substitutie van eenvoudige medisch-specialistische zorg naar huisartsenzorg staat al jaren hoog op de politieke agenda, maar de resultaten zijn tot dusver teleurstellend, stelde Wiro Gruisen vast. “Iedereen is voor zorg op de juiste plek, waarom lukt het in de praktijk dan onvoldoende? En welke rol heeft de zorginkoop hierin?”

Regioregie

CZ ging in 2012 al aan de slag met deze vragen. Het resultaat is een visie op regioregie, die is opgetekend in het rapport Betere en betaalbare zorg door samenwerking in de regio. “Het gaat in feite om populatiemanagement”, vertelt Gruisen. “We zijn als verzekeraar teruggegaan naar de regio en we zijn daar met de stakeholders om tafel gegaan: zorgvragers, huisartsen en ziekenhuizen en inmiddels zijn ook de GGZ, gemeente, apotheken en andere partijen aangeschoven. Wat ons bindt is de ambitie om de zorg in de regio duurzaam te organiseren, met de Triple Aim-doelstellingen als uitgangspunt.”

Tijdens het congres in Utrecht werd ingezoomd op het anderhalvelijnscentrum Pluspunt binnen de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg.

Verandermodel

CZ liet zich bij het concept van regioregie inspireren door een implementatiemodel dat is gebaseerd op literatuuronderzoek naar succesfactoren voor effectieve integrale zorg. Dat heeft, aldus Gruisen, zes ‘knoppen’ waaraan je kunt ‘draaien’ en die in onderlinge samenhang effect sorteren. Het werd ook gebruikt bij de opzet van anderhalvelijnscentrum Pluspunt.

“Er is een heldere, gezamenlijke visie bij MijnZorg. En er hoort ook een business case bij. Een kleine: de inkomsten van Pluspunt aan de ene kant en de kosten aan de andere kant. Maar ook een grote, die daarboven hangt en waar het werkelijk om gaat: de kosten en opbrengsten op het niveau van de regio, doordat dankzij Pluspunt minder ziekenhuiszorg nodig is.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Diabetes Innovatie Prijs maakt verschil

Zorgverleners hebben geregeld innovatieve ideeën die kunnen bijdragen aan betere zorg voor patiënten. Vaak ontbreekt het aan financiële middelen om deze uit te voeren. Daarom organiseert Sanofi sinds 2015 de Diabetes Innovatie Prijs. Doel hiervan is het stimuleren en uitwisselen van goede, vernieuwende, creatieve en bruikbare initiatieven op het gebied van diabeteszorg. Het beste idee kan rekenen op 5.000 euro voor de uitvoering van het project.

De winnaar van vorig jaar was Health4you2 met het project ‘100 dagen diabetes challenge’. Karen Plantinga en Patricia Vermeulen van Health4you2, praktijk voor dieet- en leefstijladvisering, zijn gespecialiseerd in de behandeling van diabetes. “De 100 dagen diabetes challenge is een programma waarbij mensen met diabetes en overgewicht 100 dagen lang worden begeleid om meer regie te krijgen over hun leven met de ziekte en een gezondere levensstijl tegemoet te gaan, waardoor zelfs medicijngebruik voorkomen of verminderd kan worden. De cursus bestaat uit een combinatie van twee ontmoetingsdagen in groepsverband en intensieve, online begeleiding.”

Verbetering

“De mensen die de cursus inmiddels hebben doorlopen, zijn onverminderd enthousiast en enorm blij dat ze het hebben gedaan. Ze hebben allemaal een flinke verbetering in hun gezondheid bereikt en zijn blij met het resultaat. Via een test die aan het begin en aan het eind wordt afgenomen, zien we daadwerkelijk een verbetering van kwaliteit van leven.”

Diabetes Innovatie Prijs 2018

Meer informatie over de 100 dagen diabetes challenge is te vinden op www.health4you2.online. Sanofi biedt ook dit jaar de kans om mee te doen aan de Diabetes Innovatie. Wie wil meedingen naar de Diabetes Innovatie Prijs 2018, kan een project indienen via www.diabetesinnovatieprijs.nl.

Download het volledige artikel hier:

Diabeteszorg zonder protocol

In het project Protocol Los lieten vijf huisartspraktijken de protocollen voor diabetes varen om – binnen de marges van de NHG-richtlijnen – gericht aandacht te kunnen geven aan zelfmanagement voor de patiënt. Een proces dat tijd kost, maar het begint wel zijn vruchten af te werpen.

“In 2007 is ELZHA als zorggroep ontstaan met geprotocolleerde ketenzorg voor diabetes type 2. Vervolgens zijn ook andere ketenzorgprogramma’s opgezet”, zegt gezondheidswetenschapper en coördinerend stafverpleegkundige Karin Busch. Werken volgens protocollen bleek prettig omdat het helpt om een gestructureerd diabetesspreekuur te organiseren. “De patiënt is beter in beeld en zorginhoudelijk is het beter op orde”, zegt Busch. “Maar op een gegeven moment hoorden we: ‘Ik moet alles volgens protocol doen’. Het werd van een leidraad een verplichting.”

Opmaat naar zelfmanagement

Ondertussen begon binnen ELZHA meer aandacht te ontstaan voor zelfmanagement voor de diverse patiëntpopulaties waarmee de aangesloten praktijken te maken hadden. Samen met andere zorggroepen nam ELZHA plaats in de Landelijke Werkplaats Zelfmanagement van Vilans. Busch: “We zaten aan tafel met alle betrokken partijen, inclusief de patiënten, om te praten over wat zelfmanagement bij diabetes nu precies is. De zorgaanbieders wilden hiervoor inhoudelijk in gesprek kunnen met de patiënt, maar ja: dat protocol. Je móet eerst de bloeddruk meten en dan is er al amper tijd meer voor een gesprek. Dat gaf irritatie.”

De literatuur bood aanwijzingen voor de waarde van zelfmanagement en ook de zorgverzekeraars waren geïnteresseerd. “Maar als ELZHA zien we geen patiënten”, zegt psycholoog Sytske van Bruggen, beleidsmedewerker onderzoek. “Hoe geven we het creëren van ruimte voor het inhoudelijke gesprek met de patiënt dan vorm? Daarom is binnen ELZHA op een beleidsdag de knoop doorgehakt en gezegd: laten we het gewoon gaan doen in een aantal praktijken. In zo’n grote zorggroep als ELZHA bestaat de ruimte om een aantal praktijken uit de luwte te houden om te experimenteren.”

Protocolloos

Het project Protocol Los was geboren. Vijf praktijken, die de organisatie van hun zorg goed op orde hadden, mochten het ketenzorgprotocol loslaten en een zelfmanagementinterventie naar keuze implementeren – waarbij de NHG-richtlijnen voor diabeteszorg overigens wel werden aangehouden. Aangezien Van Bruggen ook werkzaam is bij de afdeling Public health en huisartsgeneeskunde van het LUMC, werd zij betrokken om als onderdeel van haar promotieonderzoek de wetenschappelijke uitkomsten van het project in kaart te brengen.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Echografie van belang in substitutiepilot bewegingsapparaat

Kaderhuisartsen Bewegingsapparaat zorgen voor verlaging van het aantal verwijzingen naar de tweede lijn. De inzet van de echografie in de huisartsenzorg draagt daaraan bij. Het leidt tot betere diagnostiek en meer gerichte verwijzingen, leggen kaderhuisartsen Ramon Ottenheijm en Darian Shackleton uit.

Ze zitten beiden in het bestuur van de Expertgroep Het Beweegkader, de expertgroep Bewegingsapparaat van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Ramon Ottenheijm en Darian Shackleton zijn allebei kaderhuisarts Bewegingsapparaat, de ene in Geulle, Zuid-Limburg, de andere in de regio Boskoop. Ze zijn expert én vraagbaak voor collega-huisartsen in hun regio. Ottenheijm: “Huisartsen bellen ons voor consultatie, of ze verwijzen patiënten naar ons door. We geven dan advies over diagnostiek en behandeling. Met de kennis die wij overdragen, kunnen zij weer verder met de patiënt.”

Ottenheijm ziet als kaderhuisarts al jaren patiënten in zijn eigen praktijk. De afgelopen drie jaar deed hij dat in het kader van een substitutiepilot. “We hebben in die drie jaar bijgehouden welke patiënten ik heb gezien, met welke problematiek ze kwamen en wie van hen binnen een half jaar na het consult alsnog naar het ziekenhuis is doorverwezen”, vertelt Ottenheijm, die ook onderzoek doet naar substitutie van zorg bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht.

Persoonlijk contact

Tijdens de pilot zag Ottenheijm patiënten die anders door zijn collega-huisartsen verwezen zouden worden naar de orthopeed. “Ik had een half uur voor een consult. Daarin nam ik het anamnesegesprek af, deed ik uitgebreid lichamelijk onderzoek en maakte ik een echografie van bijvoorbeeld schouder of knie. Vervolgens besprak ik met de patiënt de diagnose en gaf ik een behandeladvies aan de eigen huisarts. Deze behield de regie.”

De uitkomsten van de pilot laten een hoog substitutiepercentage zien. 85 procent van de patiënten hoeft niet te worden doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ook de patiënttevredenheid is hoog.

Betere therapietrouw

De echografie speelt een belangrijke rol in de pilot, legt Ottenheijm uit. “Je ziet aan de buitenkant niet welke structuur in schouder of knie is aangedaan. Met een echo zie je dat wel. Een echografie heeft daarmee een hoge diagnostische waarde. Bovendien kan ik patiënten de beelden tonen en er een toelichting bij geven. Dat geeft patiënten rust, omdat ze dan een betere diagnose in handen hebben. Vervolgens kun je ook gerichter behandelen.” Echografie leidt dus tot betere diagnostiek en gerichtere behandeling én tot meer betrokkenheid en therapietrouw bij de patiënt.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier: