Voordelen en vragen bij digitale gezondheidsregie

De Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) is bezig aan een snelle opmars. Applicaties en dossiers krijgen meer gebruikers en de mogelijkheden worden talrijker. Ook de reikwijdte wordt groter: het gaat het gaat steeds vaker om het managen van je eigen gezondheid over verschillende domeinen heen. Maar dan moeten systemen wel met elkaar kunnen ‘praten’, zeggen onderzoeker, ontwikkelaar en adviseur Sergej van Middendorp en gebruiker Ben de Ruyter.

Zo is het bijvoorbeeld het streven van MedMij – een programma geleid door Patiëntenfederatie Nederland, het ministerie van VWS en Nictiz – dat in 2020 iedereen zijn eigen gegevens kan inzien via een PGO. Ben de Ruyter uit Geldrop doet dat al een paar jaar. Zijn huisartsenpraktijk De Kleine Dommel is onderdeel van zorggroep DOH, die meewerkt aan de ontwikkeling van Mijn GezondheidsPlatform (MGP). De Ruyter, die is behandeld voor prostaatkanker en leeft met diabetes type 2 en een hoge bloeddruk, houdt er zijn bloeddrukwaarden, gewicht en buikomtrek bij en hij gebruikt MGP voor communicatie met zorgverleners. “De voordelen zijn geweldig”, zegt De Ruyter. “Je hebt de uitslagen veel sneller. Je maakt makkelijk contact met bijvoorbeeld de praktijkondersteuner. En je hebt alle informatie overzichtelijk bij elkaar.”

Sociaal domein

De eerste toepassingen op dit gebied zijn al op de markt, maar om deze voor iedereen toegankelijk te maken moeten ontwikkelaars van PGO’s nog wel wat investeren, constateert Sergej van Middendorp. Hij is mede-initiatiefnemer van Miles Ahead Business Jazz, een klein team van onafhankelijke ondernemers en IT-architecten, en een van de krachten achter Stichting Koppeltaal, dat werkt aan het uitwisselen van informatie tussen platforms in de GGZ. Van Middendorp: “Er zijn drie soorten systemen: professionele gezondheidssystemen, persoonlijke gezondheidssystemen zoals apps voor bewegen en leefstijl, en sociale zorgsystemen zoals online communities voor communicatie met familie, vrienden en lotgenoten. Die systemen zijn allemaal los van elkaar ontstaan en moeten nu bij elkaar worden gebracht.”

Van Middendorp ziet een beweging naar integratie en gezamenlijke voorzieningen. “Dat betekent dat je over een tijdje niet meer in allerlei verschillende systemen hoeft in te loggen, maar je je – vergelijkbaar met bijvoorbeeld Facebook – overal veilig via een PGO aanmeldt. Ook zorgt een programma als MedMij ervoor dat gegevensuitwisseling tussen PGO’s gestandaardiseerd wordt.” De beweging naar integratie en gezamenlijke voorzieningen kent naast technische ook juridische, privacy- en financieringsuitdagingen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Veilige zorgmessenger voor betere samenwerking

Bijna alle huisartsen gebruiken ZorgDomein voor het doorverwijzen van patiënten. Sinds deze maand is ook zorgmessenger Patiëntoverleg kosteloos te activeren in het ZorgDomein-account. Zorgverleners kunnen met deze berichtenservice veilig communiceren via hun mobiel of computer. De eerste ervaringen onder huisartsen en apothekers zijn positief.

Met Patiëntoverleg springt ZorgDomein in op de groeiende behoefte aan een veilig digitaal kanaal waarop huisartsen, specialisten en andere zorgverleners eenvoudig kunnen overleggen. “Voor betere en betaalbaar zorg is een effectieve afstemming tussen zorgpartijen essentieel,” licht CEO Walter Balestra van ZorgDomein toe. “Zorgverleners communiceren nu nog vaak omslachtig via de telefoon of via het onbeveiligd internet. Dat is met het oog op privacy voor patiënten niet ideaal en ook lang niet altijd efficiënt.”

Patiëntoverleg is geïntegreerd in het digitale ZorgDomein-platform. Balestra: “De messenger is bedoeld voor overleg over niet-spoedeisende patiënten. Bijvoorbeeld over patiënten die intensieve zorg nodig hebben en waarbij asynchrone en veilige communicatie een uitkomst is. Of bij aanvullende vragen over een verwijzing of diagnostiekaanvraag. Andere relevante gegevens kunnen direct worden meegestuurd en opgeslagen in het patiëntendossier.”

Efficiënte ruggespraak

In de regio’s Rotterdam en Nijmegen draaiden afgelopen jaar bijna 500 huisartsen, apothekers en specialisten proef met Patiëntoverleg. De eerste reacties zijn enthousiast. Maartje Reijers, huisarts van Gezondheidscentrum Zuiderkroon in Rotterdam werkt bijvoorbeeld veel samen met specialisten van het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. “Via de telefoon is het vaak lastig om de juiste specialist vlot te bereiken. Je belt drie keer langs elkaar heen, staat in de wacht…. dat kost een hoop tijd. Voor efficiënte ruggespraak over niet-spoedgevallen is Patiëntoverleg ideaal. Je kunt op zelfgekozen momenten contact zoeken of reageren. Het overleg hoeft niet snel-snel tussen de bedrijven door. Daardoor kun je net iets beter focussen en verdiepen.”

Privacy beschermd

Apotheker Trees Lepelaars van Apotheek Tarwezigt in Rotterdam ziet twee grote voordelen aan Patiëntoverleg: “De communicatie met andere zorgverleners is laagdrempeliger; ik krijg sneller antwoord op vragen waardoor patiënten eerder zijn geholpen. Daarnaast is hun privacy beter beschermd via dit systeem dan via email of WhatsApp.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Minder verwijzingen met eenmalige consultatie specialist

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist in Twente startte in april 2016. Het leidt tot goede resultaten in het streven naar het verlenen van zorg op de juiste plek: in het ziekenhuis als het moet, bij de huisarts als het kan.

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist (ECMS) is een initiatief van het Zorgnetwerk Zenderen. Hierin participeren de zorggroepen THOON en FEA, Medisch Spectrum Twente (MST), Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en zorgverzekeraar Menzis. Adviesbureau Roset faciliteert het project.

Het concept

Binnen het project kan de huisarts een patiënt insturen voor een eenmalig consult bij de medisch specialist. Dit doet de huisarts als hij denkt de patiënt wel in de eerste lijn te kunnen behandelen, maar twijfels heeft over de diagnose of het behandelbeleid. Bij ECMS wordt het eigen risico van de patiënt niet aangesproken. De specialist roept de patiënt binnen twee weken op of beantwoordt de vraag via een eConsult. Vervolgens krijgt de huisarts een gericht advies over de behandeling. De specialist maakt geen gebruik van de diagnostische mogelijkheden van het ziekenhuis. Alleen ‘hoofd en handen’ worden ingezet. Carin Pipers, projectleider Roset, legt uit: ”Bij ECMS in Twente blijft de medisch specialist in het ziekenhuis. Dit in tegenstelling tot andere initiatieven, waarbij meekijkconsulten in de eerste lijn worden georganiseerd. Het voordeel van ECMS is dat de organisatorische impact gering is: er zijn geen aparte ruimtes of voorzieningen nodig, geen reizen van specialisten door de regio, geen verzameling van patiënten voor speciale spreekuren.”

Status pilot

Op 1 april 2016 is de pilot gestart in het adherentiegebied van MST en in samenwerking met de maatschappen neurologie, interne en reumatologie. Vanaf 1 juli 2016 is dat uitgebreid met kindergeneeskunde en dermatologie vanuit ZGT. In totaal nemen nu 58 huisartsen in Twente aan de pilot deel. De looptijd van de pilot is van april 2016 tot 1 januari 2018. In september 2017 worden de resultaten geëvalueerd en bepaald of ECMS reguliere zorg wordt in 2018.

Resultaten tot dusver

Vanaf het begin van de pilot wordt tot op patiëntniveau gemonitord hoe het proces verloopt. Zijn patiënten tevreden? Wordt er snel op een vraag door een specialist gereageerd? Kan de huisarts verder met de gegeven adviezen? Daarnaast wordt eens per kwartaal aan de deelnemers gevraagd of ze tevreden zijn over het proces. De resultaten tot dusver zijn heel positief. Wat cijfers:

  • Patiënten beoordelen het eenmalig consult bij de medisch specialist (ECMS) gemiddeld met een 8,5.
  • Huisartsen zouden zonder het ECMS in 88 procent van de gevallen direct verwijzen naar de specialist.
  • In 77 procent van de gevallen kan de behandeling worden voortgezet in de eerste lijn.
  • De specialisten achten de patiënt in 85 procent van de gevallen geschikt voor het ECMS.

Auteur: Carin Pipers, Roset

Download het volledige artikel hier:

Vastleggen gewenste zorg in laatste levensfase creëert rust

Als artsen de naderende dood op tijd markeren en bespreekbaar maken, kunnen patiënten rekenen op goede, individuele palliatieve zorg. Dat is de ervaring van de samenwerkende huisartsen, specialisten, apothekers en patiëntenorganisaties binnen de proeftuin Anders Beter in de Westelijke Mijnstreek. Onder de noemer Gewenste Zorg in de Laatste Levensfase startten zij een transmuraal zorgpad voor patiënten in de laatste levensfase. Met succes!

Vroeger heerste nog het idee dat je als arts maar beter niet kon praten over de naderende dood. “Die denkwijze is totaal achterhaald”, aldus Chantal de Weerd, geriater van Zuyderland Medisch Centrum Sittard-Geleen. “Onderzoek toont aan dat openheid rond de laatste fase patiënten letterlijk goed doet. Door betere symptoomcontrole leven ze bijvoorbeeld comfortabeler, mogelijk zelfs langer.”

Reden genoeg voor een nieuwe kijk op palliatieve zorg. Maar er zijn ook andere aanleidingen, zoals de vele ongewenste acute opnames, complexe vragen aan huisartsen of onnodig en verkeerd medicijngebruik in de laatste levensfase. Chantal de Weerd is een van de initiatiefneemsters van ‘Gewenste Zorg in de laatste Levensfase’. Onder de paraplu van de proeftuin Anders Beter ging het project anderhalf jaar geleden van start in de Westelijke Mijnstreek van Limburg.

Van reactief naar proactief

“De kern van het project is een transformatie van reactief naar proactief handelen”, vetelt De Weerd. Ter illustratie schetst ze het nieuwe zorgpad, waarbij vijftien huisartsen, twaalf specialisten en tien apothekers zijn aangesloten. “Eerste, belangrijke stap is dat de eerste en tweede lijn samen het moment markeren waarop een patiënt in aanmerking komt voor palliatieve zorg. In een palliatief assessment met de patiënt en zijn naasten komen diverse thema’s aan de orde. Welke dingen wil de patiënt nog graag doen? Worstelt hij met angst- of depressieve gevoelens? Welke zorg wenst hij nog wel of juist niet?” De uitkomst van het gesprek wordt vastgelegd en besproken in een multidisciplinair overleg. Daarop houdt de apotheker een medicatiereview. Tot slot stelt de hoofdbehandelaar een individueel zorgplan op waaraan alle betrokken partijen zich houden.

Onderzoek

De voortgang en effecten van het project Gewenste Zorg in de Laatste Levensfase worden vastgelegd door de Universiteit Maastricht en IQ Healthcare. Hieruit blijkt dat palliatieve patiënten gemiddeld genomen ruim een maand eerder in zorg komen dan aan het begin van het project. Daarnaast zijn er minder acute opnames en sterven meer mensen thuis zoals gewenst. Dat zorgt voor rust en tevredenheid, ook bij nabestaanden.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Nieuw HIS kost energie, maar levert winst in werkdruk

Andreas Keck, huisarts en directeur zorg bij GAZO, staat nog steeds achter de keuze voor de overstap naar een ander HIS. “Maar je doet het niet zomaar. Het is een intensief traject.” GAZO koos voor een HIS dat toekomstbestendig is. Het werd vorig jaar geïmplementeerd.

Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost (GAZO) heeft een breed en multidisciplinair aanbod aan eerstelijnsgezondheidszorg voor ruim 45.000 patiënten. Het bedrijfsbureau van de stichting ondersteunt de zes GAZO-gezondheidscentra op het gebied van financiën, personeelszaken, ICT en facilitaire zaken. Andreas Keck huisarts en bestuurder/directeur zorg: “Ongeveer vier jaar geleden waren we toe aan vervanging van het huisartsinformatiesysteem dat we toen hadden”, vertelt hij. “Als directie kun je makkelijk tot zo’n besluit komen, maar voor de gebruikers is het een hele stap. Zorgverleners zitten niet te wachten op veranderingen.” De keuze om over te stappen op een ander HIS is genomen door het bedrijfsbureau, samen met de zes gezondheidscentra.

Potenties

“Daarna hebben we een plan van aanpak en een pakket van eisen opgesteld”, vervolgt Keck. “Op basis daarvan hebben we verschillende HIS-leveranciers uitgenodigd en tenders laten maken.” Een van de eisen van GAZO was dat het HIS niet alleen voor huisartsenpraktijken is ingericht, maar ook de mogelijkheid biedt om in de toekomst uit te breiden naar andere disciplines. GAZO keek dus niet alleen naar wat het HIS al heeft, maar ook welke potenties het in zich heeft. Het hele pakket van eisen is samen te vatten in één statement, zo vat Keck samen: ‘ik wil wat ik heb, maar dan beter’. “Dat bleek ook de ambitie van Promedico.” GAZO vond in Promedico de partner met potenties en dus kwam er in 2015 een ‘go’.

Overstap

Toen volgde de ingewikkelde klus om zo naadloos mogelijk over te gaan, aldus Andreas Keck uit. “We hebben 25 tot 30 jaar data verzameld en die waren natuurlijk ‘vervuild’. Iedereen legt gegevens weer anders vast en het was de uitdaging om ze na de transitie op de goede plek terecht te laten komen.” De tweede lastige klus is het meenemen van de gebruikers in de implementatie van het nieuwe systeem. De impact van zo’n overstap verschilt per persoon, afhankelijk van de ICT-gevoeligheid van een medewerker. Om de knelpunten op te vangen heeft GAZO een projectgroep van ‘super-users’ ingesteld. Die bekeek per vraag of probleem of het lag aan de onbekendheid van de medewerker met het HIS of aan het (ontbreken van een optie in het) systeem zelf. Een jaar na dato stelt Keck vast dat de overstap succesvol is verlopen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Integrale en persoonsgerichte zorg bij ROHA

Niet louter lijstjes afvinken, maar vooral ook de mens tegenover je zien en bevragen. Niet alleen ziektegericht zorg verlenen, maar kijken naar de hele persoon. Niet geprotocolleerd zorg geven per keten, maar integraal aan de slag gaan. De Amsterdamse zorggroep ROHA ontwikkelde een model voor integrale, persoonsgerichte zorg voor mensen met een chronische aandoening.

Tijdens een consult staan het professioneel handelen volgens de richtlijnen en het versterken van zelfregie met elkaar op gespannen voet. Bij de GG/ZZ methodiek, ontwikkeld door het Bettery Instituut, versterken deze twee doelen en rollen elkaar juist. GG staat voor: gezondheid en gedrag, ZZ voor ziekte en zorg. De Amsterdamse zorggroep ROHA  experimenteert hiermee.

Een consult volgens de GG/ZZ-methode heeft verschillende fasen: eerst het verhaal van de patiënt, vervolgens een coaching-deel voor gedrag en pas daarna een hulpverlenersdeel voor de ziekte(n) en de klachten. algemeen directeur Marianne Bramson van ROHA.

Alternatieven

Net als veel andere zorggroepen zocht ROHA alternatieven voor het strak geprotocolleerd werken in de keten. De zorgverleners deden vorig jaar een SWOT-analyse chronische zorg en ontwierpen op basis daarvan het integrale persoonsgerichte model. Eerder al gaven POH’s aan dat de individuele zorgplannen tot weinig vooruitgang bij patiënten leidden. Zij zouden liever vanuit het gezichtspunt van de patiënt naar de zaken kijken en niet alleen vanuit het perspectief van diens ziekte, vertelt medisch manager Mascha Bevers.

“Een bijeenkomst voor alle geledingen binnen onze zorggroep bevestigde vorig jaar deze opvatting”, vult algemeen directeur Marianne Bramson aan. “Dat was mede te danken aan Machteld Huber, die we hadden uitgenodigd om te spreken over Positieve Gezondheid. Binnen ROHA is vervolgens bottom-up het model voor integrale persoonsgerichte zorg tot stand gekomen.” Vanaf dit jaar denken en onderzoeken ook patiënten mee, ondersteund door een onderzoeker van de Vrije Universiteit Amsterdam. Bramsom: “We hopen dat dit resulteert in een beter geholpen en begrepen patiënt die in beweging komt én in een zorgverlener die er energie van krijgt.”

Maatwerk

Kenmerkend voor het model is dat ‘chronische zorg’ geldt als grootst gemene deler. Bevers: “Of je nu een patiënt treft met COPD of diabetes, de ziekte moet niet het vertrekpunt zijn. Het gaat om de chronische patiënt, om de persoon die met zijn aandoening moet leven. Hoe kun je die optimaal begeleiden? Die persoonsgerichte benadering levert maatwerk op. Naar verwachting zijn eind dit jaar de eerste resultaten van het onderzoek naar de effecten voor de patiënt en de zorgverleners bekend.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Kloppende verwijzingen en minder administratieve druk

Sinds kort kunnen vrijgevestigde psychologen, psychotherapeuten én paramedici gebruikmaken van ZorgDomein Lokaal. Een transparant lokaal zorgaanbod, gestandaardiseerde digitale verwijzingen en retourinformatie dragen bij aan goede en betaalbare zorg. Bovendien verlicht het de administratieve druk die zorgprofessionals ervaren. FysioHolland en Psyzorg Hoflanden waren nauw betrokken bij de ontwikkeling en werken inmiddels met het nieuwe platform.

FysioHolland is continu op zoek naar nieuwe mogelijkheden om processen te optimaliseren door deze te digitaliseren en anders te organiseren. Dat bracht hen in contact met ZorgDomein, vertelt commercieel directeur Jelle Jouwsma. “Verwijzingen van de huisarts komen meestal nog op papier binnen en moeten dan worden overgetikt. Dat is foutgevoelig en kost veel tijd. Vervolgens moet de cliënt worden gebeld voor het maken van een afspraak. Dat kost ook weer zo’n twintig minuten. Door samen te werken met ZorgDomein kunnen we het proces veel efficiënter inrichten. De verwijzingen komen digitaal binnen en er is een koppeling met ons EPD in de maak, zodat die straks met een druk op de knop wordt opgenomen in het patiëntendossier. We hoeven geen handschriften meer te ontcijferen en de kans is groot dat we sneller een juiste diagnose kunnen stellen. De verwijsbrief is namelijk completer, doordat een groot deel van de informatie al ingevuld wordt op basis van de data in het systeem van de huisarts.” De praktijken in Amsterdam zijn recent met ZorgDomein Lokaal gestart en de eerste digitale verwijzingen druppelen binnen.

Ontzorgen

Ook PsyZorg Hoflanden vond in ZorgDomein een meedenkende partner. Innovatie, eHealth en blended care zijn samen met ontzorgen belangrijke speerpunten in het meerjarenbeleidsplan van deze coöperatie van vrijgevestigde GZ-psychologen, psychotherapeuten en klinisch (neuro)psychologen. “Het aanpakken van de verwijsbrief is daar een onderdeel van”, aldus Lonneke Mechelse, psycholoog en bestuurslid. “Iedere verzekeraar stelt andere eisen. Het is zowel voor onze leden als voor verwijzers bijna onmogelijk om daaraan te voldoen. Door de verwijzing te digitaliseren, maken we het verwijzers makkelijker en zorgen we ervoor dat we als psychologen en psychotherapeuten minder tijd kwijt zijn aan administratie.” Het platform maakt de vrijgevestigde psychologen bovendien zichtbaarder voor huisartsen. “Het maakt duidelijk dat we een serieus alternatief zijn voor de GGZ-instellingen. Maar het gaat ons niet in eerste instantie om het verkrijgen van meer verwijzingen. Het allerbelangrijkste voor ons is dat ZorgDomein Lokaal de problemen met de oude manier van verwijzen verhelpt en de praktijkvoering aan beide zijden nog efficiënter laat verlopen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Ontschotten in zorg-ICT

Regionalisering van de eerstelijnszorg staat al enkele decennia op de politieke agenda. Anno 2017 is er veel bereikt, toch is de regionalisering minder ver dan menigeen zou willen. “Domeindenken, de financieringsstructuur, regelgeving. Daar zijn allerlei redenen voor te bedenken”, reageert Dorinda van Oosten, managing director van PharmaPartners Huisartsenzorg. Ze geeft een reflectie op haar eigen vakgebied: de automatisering van de zorg.

“Ook in de zorg-ICT moet domeindenken plaatsmaken voor ontschotting. We moeten nog meer gebruikmaken van landelijke standaarden en regionale informatie-uitwisseling mogelijk maken”, vindt Van Oosten. Uit het onafhankelijke HIS-onderzoek van de LHV uit 2016 blijkt dat PharmaPartners vooral op eHealth en gegevensuitwisseling tussen zorgverleners opvallend hoog scoort. “We hebben een enorme expertise opgebouwd in het ondersteunen van de samenwerking tussen huisarts en apotheker. En bij het ontstaan van de eerste zorgpaden zijn we direct met de grootste KIS-leveranciers om tafel gegaan om die multidisciplinaire samenwerking goed in onze zorgsystemen te laten landen. Daarop bouwen we nu verder. Onze zorgsystemen hebben samen meer dan 200 koppelingen met systemen van andere zorgaanbieders en leveranciers.  Belangrijk daarbij is dat relevante informatie altijd terugkomt in het bronsysteem van huisarts en apotheker.”

Starten met koppelingen

De behoefte van klanten is leidend bij het realiseren van die koppelingen, benadrukt Van Oosten. “We geloven erin dat we door het standaardiseren van gegevensuitwisseling systemen van verschillende leveranciers goed kunnen laten communiceren en samenwerken. Op die manier kan de informatie-uitwisseling binnen een regio systeemonafhankelijk plaatsvinden. Daar werken we hard aan, ook in samenwerking met andere leveranciers en organisaties als VZVZ en Nictiz. Dat kost natuurlijk tijd en de behoefte om samen te werken in de regio is er al. We kunnen het ons dus niet permitteren om daarop te wachten. Daarom leggen we nu al de verbinding met goede, veilige koppelingen.”

Regionaal platform

Het fundament voor een brede, regionale ICT-samenwerking over disciplines en domeinen heen, is een regionaal platform. Van Oosten: “Binnen de Medicom-Pharmacom samenwerkingsverbanden in een regio faciliteren we 24-uurs huisartsenzorg en farmaceutische zorg. Bij de samenwerking in de regio zijn echter meer disciplines en domeinen betrokken en in iedere regio is het net weer een beetje anders. Door samen te werken met aanbieders van  regionale platformen en slimme koppelingen te maken tussen systemen kunnen we alle partijen verbinden op een manier die past bij de betreffende regio.” Het ontsluiten van de patiënt via een Persoonlijke GezondheidsOmgeving is een van de speerpunten van PharmaPartners. Eerder ontvouwde het bedrijf al zijn eHealth-strategie.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Digitale en gestandaardiseerde verwijzingen voor een compleet dossier

Bijna alle huisartsen gebruiken het digitale platform van ZorgDomein voor hun verwijzingen naar de tweede lijn. Daarmee heeft  oprichter Walter Balestra een belangrijke en relatief dure stap in de zorg verbeterd. ZorgDomein wil zo een bijdrage leveren aan de betaalbaarheid, kwaliteit en transparantie van zorg. De kennis en ervaring die is opgedaan, zet het bedrijf nu ook in om verwijzingen binnen de eerste lijn te stroomlijnen. De focus ligt daarbij op vindbaarheid van het zorgaanbod en het gestructureerd uitwisselen van noodzakelijke informatie.

De  afstemming tussen huisarts en ziekenhuis is voor een groot deel te verbeteren. Vanuit die gedachte is in 2000 ZorgDomein opgericht, vertelt Walter Balestra. Hij was destijds vanuit onderzoeksbureau Plexus betrokken bij het ontwikkelen van een model om de wachtlijstproblematiek bij ziekenhuizen op te lossen, zonder uitbreiding van de capaciteit. “We zijn met huisartsen en specialisten om tafel gegaan om per patiëntgroep in kaart te brengen wat de huisarts bij de verwijzing moet doen, wat de ontvanger gaat doen, welke informatie daarvoor nodig is, welke criteria er gelden voor de verwijzing en wat de patiënt voorafgaand aan zijn bezoek vast moet weten.” Verwijzingen komen nu bij ziekenhuizen binnen via ZorgDomein, inclusief alle voor de verwijsvraag relevante informatie.

Informatieoverdracht

ZorgDomein biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om hun diensten en specialismen te etaleren naar verwijzers, maar het is veel meer dan een smoelenboek, benadrukt Balestra. “Waar het echt om gaat is de digitale overdracht van informatie, die direct wordt doorgezet naar het zorginformatiesysteem van de ontvanger.“ Naast ziekenhuizen ontsluit ZorgDomein inmiddels GGZ-instellingen, diagnostische centra en zelfstandige behandelcentra. De volgende stap is het lokaal verbinden van eerstelijnszorgprofessionals. “Ook bij het digitaliseren en standaardiseren van verwijzingen en retourberichten tussen (para)medische professionals in de eerste lijn valt nog een wereld te winnen. ZorgDomein kan daar een grote rol in spelen. We hebben de ervaring, het platform én vrijwel alle huisartsen  zijn al aangesloten.”

ZorgDomein Lokaal

Dat verwijzingen binnen de eerste lijn wezenlijk verschillen van die tussen eerste en tweede lijn, realiseert Balestra zich heel goed. “De winst zit voor de eerste lijn vooral in het transparant maken van het lokale zorgaanbod, het standaardiseren van verwijzingen en retourinformatie en het beter en tijdig informeren van zorgverleners én hun patiënten.” Met ZorgDomein Lokaal is het platform geschikt gemaakt voor eerstelijnspraktijken.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

In Sûnenz komen wijk en anderhalvelijnszorg samen

Patiënten onder behandeling van de vertrouwde huisarts tijdelijk opnemen in een verpleeghuis. Anderhalvelijnszorg Sûnenz in Friesland laat zien dat het werkt. Terwijl de landelijke norm voor verpleeghuizen spreekt van een opnameduur van drie maanden, duurt de gemiddelde opname in het Huisartsenhospitaal in Sûnenz slechts zeventien dagen.

Rond 2008 bedacht ouderenzorginstelling ZuidOostZorg in Friesland dat het tijd werd voor een nieuwe strategie. Het zorglandschap was immers sterk aan het veranderen. Net als de inwoners. In 2030 is 27 procent van alle inwoners in Friesland ouder van 65 jaar en heeft tien procent een vorm van dementie. Het nieuwe uitgangspunt: de oudere zo lang mogelijk thuis.

Onder het motto ‘Als je niet bang wordt van je eigen dromen, dan zijn ze niet groot genoeg’ gooide de instelling de luiken open: hoe kunnen we patiënten tijdelijk dicht bij huis opnemen onder de zorg van de huisarts?

Net op dat moment reed huisarts Wim Brunninkhuis terug naar huis na een nachtelijk bezoek aan een oudere dame die uit bed was gevallen. Deze mevrouw kon niet thuisblijven en moest tijdelijk worden opgenomen in het ziekenhuis. Dat moet toch anders, dacht de huisarts met 32 jaar ervaring in de praktijk. Als we nu eens bedden reserveren in een verpleeghuis waarbij patiënten tijdelijk worden opgenomen en de eigen vertrouwde huisarts verantwoordelijk is voor de zorg? En zo werden de ideeën van de zorginstelling en huisarts bij elkaar gebracht en was Sûnenz geboren.

Sûnenz in Drachten is inmiddels een combinatie van een anderhalvelijnscentrum en een centrum met een regio- of wijkfunctie, gericht op de oudere, zijn netwerk en de huisarts. Sûnenz betekent Proost op z’n Fries en wil mensen zo lang en zo gezond mogelijk zelfstandig van het leven laten genieten. Niet alleen door medische ondersteuning te bieden, maar ook door te zorgen voor een prettig leven met vertier, beleving en gezelligheid. De zorg die op dat moment nodig is toegankelijk maken voor ouderen, dicht bij de vertrouwde woonomgeving.

Gebundelde kennis

Wie op bezoek komt, voelt zich meteen welkom. Bij binnenkomst vind je tal van winkels verzameld op een gezondheidsplein, winkelplein, horecaplein en vitaliteitsplein. Tientallen partners uit de regio hebben er een plekje gevonden, van een brillenwinkel en (biologische) supermarkt tot een aanbieder van mindfullnesscursussen. Hier komen wijk en zorg samen, vanuit de vraag en de wens van de oudere burger.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier: