Een goedwerkend zorgsysteem voor iedereen

Proactieve zorg waar gezondheid en vitaliteit voorop staat. Gezonde en gelukkige burgers die met de juiste aandacht geholpen worden. Gezondheidsgegevens 24/7 beschikbaar voor iedereen. Geen utopie maar een realistische weergave van ons toekomstige zorgklimaat, als het aan The Care Society ligt.

The Care Society gelooft in een digitaal zorglandschap waarin zorgverleners zonder obstakels kennis en gegevens uitwisselen en de burger inzicht heeft in zijn eigen gezondheid. Niet gebonden aan een leverancier, product of technologie en daardoor flexibel in het bedenken en samenbrengen van IT-oplossingen, bouwt The Care Society samen met  zorgorganisaties en burgers een goed werkend zorgsysteem. Zo kan de beste zorg worden verleend en krijgt de burger toegang tot zijn eigen zorgdossier.

Ruud Beuman en Danny van Neer zijn de initiatiefnemers van The Care Society. “Ons ideaal is dat de zorg proactiever wordt en gezondheid en vitaliteit voorop staat. Dit leidt tot gezonde en gelukkige burgers, die met de juiste aandacht geholpen worden”, aldus Beuman.

Toegankelijke gezondheidszorg

Volgens The Care Society biedt de huidige technologie volop mogelijkheden om de gezondheidszorg te vernieuwen. “Wekelijks bezoeken wij zorgdirecteuren en huisartsen door heel Nederland”, vertelt Van Neer . “Wij spreken vertegenwoordigers van samenwerkingsinitiatieven, directeuren van thuiszorgorganisaties en vinden gehoor bij gemeenten en het ministerie. Wij kunnen echt het verschil maken door zorgverleners te voorzien van de juiste en actuele informatie van een patiënt. Hiermee kan het beste behandelplan worden opgesteld waardoor de efficiëntie toeneemt, de druk op de zorgverlener afneemt en de kwaliteit van zorg voor de patiënt stijgt.”

The Care Society begeleidt de zorg in Nederland in het proces naar zo’n goedwerkend zorgsysteem. Zij onderzoeken samen met zorgregio’s welke IT er al is, voor welke processen en wat gestandaardiseerd of verbeterd kan worden. Vervolgens onderzoeken zij welke connecties te maken zijn tussen verschillende systemen en beschikbare data, met aandacht voor veilig dataverkeer en privacy.

Auteur: Yvonne Hendrix

Download het volledige artikel hier:

Concurreren met de digitale dokter

Eind april introduceerde Huisartsencoöperatie Deventer en Omstreken de zelf ontwikkelde patiëntenapp Dokter Dichtbij, die gekoppeld is met het patiëntenportaal MijnGezondheid.net. De 180.000 patiënten in de regio hebben nu makkelijker toegang tot huisartsenzorg: 24 uur per dag, zeven dagen per week en waar ze ook zijn. Manager ketenzorg & innovatie Lidwien Kruijswijk Jansen vertelt wat daaraan voorafging.

De maatschappij verandert, patiënten veranderen, wat betekent dat voor onze service en dienstverlening? Met die vraag ging Huisartsencoöperatie Deventer en Omstreken (HCDO) aan de slag, verduidelijkt Lidwien Kruijswijk Jansen. “Hoe dicht staan we als huisartsen bijvoorbeeld bij onze patiënten en op welke punten kunnen we verbeteren?”

De service en bereikbaarheid moet omhoog, was de conclusie. Het patiëntenportaal MijnGezondheid.net van PharmaPartners werd op dat moment door slechts tien procent van de huisartsenpraktijken in de regio gebruikt. “En er werd weinig campagne voor gevoerd. Huisartsen gaven aan dat het best een stap is voor patiënten om achter de pc te gaan zitten en in te loggen. Met de app maken we dat makkelijker. Bovendien is het een mooie stap naar het invullen van de wettelijke verplichting om vanaf 2020 het dossier elektronisch beschikbaar te stellen aan patiënten. Via MijnGezondheid.net kunnen we de actuele episodes, het medicatie-overzicht en labwaarden al delen.”

Overal en altijd

Het idee voor de app is uitgewerkt met een afvaardiging van de ICT-commissie. Vervolgens zijn de makers van de MijnDokter app benaderd voor de realisatie. Kruijswijk Jansen: “PharmaPartners was betrokken voor de koppeling met het patiëntenportaal. De eerste versie van de app is sinds eind april beschikbaar. Patiënten kunnen daarmee 24 uur per dag een afspraak maken met de huisarts, assistent of praktijkondersteuner, een herhaalrecept aanvragen of een e-consult indienen. Dat loopt via MijnGezondheid.net. Het voordeel is dat er voor het maken van een afspraak niet hoeft worden ingelogd en dat je het altijd en overal via je telefoon of tablet kunt doen.”

Verminderen werkdruk

Het verbeteren van de service en het binden van patiënten. Dat zijn de hoofddoelen van de inzet van e-health. Verlicht het daarnaast ook de werkdruk in de dag- en ANW-zorg? “Het is lastig om daar nu al antwoord op te geven. Voor de dagpraktijk leidt de app op termijn hopelijk tot minder telefoon voor de assistente. De app is niet ontwikkeld om de werkdruk voor de ANW-zorg weg te nemen. Wel is er een doorschakeling naar ‘Moet ik naar de dokter?’. Of dat resulteert in het verminderen van werkdruk is de vraag.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Klantervaringsonderzoek 3.0: inzicht in de patient journey

Na de Consumer Quality index (CQi), de PREM en de PROM dient zich een nieuwe categorie van klantervaringsonderzoek aan. De weg die de patiënt aflegt in de zorg staat hierbij centraal en er worden maar een paar vragen gesteld, gekoppeld aan een recent zorgcontact. Dat sluit beter aan bij de route naar integrale zorg en concepten waarin het behandeldoel van de patiënt het uitgangspunt is, vinden zorgbestuurders Daan Kerklaan en Hettie Suurd.

Gestructureerd klantervaringsonderzoek staat nog in de kinderschoenen in de zorg: we zijn er pas dertien jaar serieus mee bezig. Het begon met een jaarlijkse steekproef (CQi), die inzicht geeft in de waardering voor zorg die al maanden eerder is geleverd en beperkt informatie oplevert voor kwaliteitsverbetering.

Mooier is het wanneer je als bestuurder of zorgverlener real time inzicht hebt in zowel de ervaren uitkomsten van ontvangen zorg (PROM) als de ervaringen van patiënten met het zorgproces (PREM). Dan kun je direct bijsturen als dat nodig is. Qualizorg biedt met Qualiview sinds 2010 de mogelijkheid om klantoutcome volledig geautomatiseerd en het hele jaar door te meten. Zo’n 600 huisartsenpraktijken en 8500 andere eerstelijnszorgorganisaties doen dat. Nadat patiënten hiervoor toestemming hebben gegeven, ontvangen zij gekoppeld aan hun bezoek één keer automatisch een vragenlijst. Die is met vijftien tot twintig vragen een stuk korter dan de CQi, die zo’n veertig tot zeventig vragen telt. De korte PREM’s en PROM’s leveren evenveel stuur- en uitkomstinformatie op, maar zijn een stuk makkelijker in gebruik voor de patiënt. De resultaten zijn real time inzichtelijk voor patiënt, zorgverlener, praktijk, gezondheidscentrum of zorggroep. Bovendien worden er steeds nieuwe vragenlijsten ontwikkeld, die nog specifiekere informatie opleveren voor zorgorganisaties. Een goed voorbeeld daarvan is de PREM chronische zorg, waarover De Eerstelijns in juni 2017 berichtte. Deze geeft inzicht in de waardering van patiënten voor de totale chronische zorgketen.

Patient journey

Innovators in de zorg gaan nog een stapje verder. Zij willen de patiënt centraal zetten en op verschillende momenten in de patient journey een paar korte vragen stellen die relevant zijn voor dat (contact)moment. Zo krijg je niet alleen achteraf een beeld van de ervaren zorg en de uitkomsten, maar volg je de patiënt op zijn reis door de zorgketen. Daan Kerklaan en Hettie Suurd vertellen hoe zij binnen hun organisaties deze vervolgstap in klantervaringsonderzoek zetten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Brainport Eindhoven: technologische kraamkamer voor zorg, wonen en welzijn

Dankzij Philips is de regio Eindhoven de bakermat van de elektronische industrie geworden. In november 2016 erkende de Tweede Kamer Brainport Eindhoven als ‘mainport’, waarmee de regio in hetzelfde rijtje komt te staan als luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven. In de Brainport Nationale Actieagenda is ook een ‘zorgparagraaf’ opgenomen.

Het gaat al lang niet meer alleen over Philips. De kennisintensieve maakindustrie van de regio Eindhoven is zelfs de Rotterdamse haven voorbij gestreefd als trekker van de Nederlandse economie. De status van mainport houdt de officiële erkenning in dat Brainport Eindhoven essentiële innovatie- en concurrentiekracht heeft voor Nederland en kan rekenen op extra financiële en andere ondersteuning uit Den Haag en Brussel.

Op verzoek van het kabinet is een Brainport Nationale Actieagenda opgesteld. Daarin staat wat de regio de komende tien jaar te bieden heeft, wat Brainport wil bereiken en wat daarvoor nodig is. Portheine: “Het is een breed pakket dat onder andere economische ontwikkeling, onderwijs, infrastructuur, energie en mobiliteit bestrijkt, maar ook gezondheid en vitaliteit. Want zo’n agenda moet niet alleen over de harde kant gaan, maar ook over de kwaliteit van de samenleving en wat mensen daarbij ervaren. Een van de ambities is bijvoorbeeld om 100.000 Brabanders te motiveren om gezonder en actiever te leven. Ook is het voornemen om binnen vijf jaar de kwaliteit van leven van circa 100.000 Brabanders met een chronische ziekte te verbeteren door de inzet van eHealth en innovatieve diensten. De agenda spreekt ook over grootschalige invoering van eHealth-toepassingen binnen de zorg en bij mensen thuis.”

Staf Depla, wethouder van Economie, Werk en Inkomen en Beroepsonderwijs in Eindhoven, is een van de opstellers van de actieagenda. “In onze regio hebben we een aantal sleuteltechnologieën – een deel sterk verbonden met de zorg – die we willen doorontwikkelen, als ze tenminste oplossingen bieden voor maatschappelijke problemen. Want het gaat niet om de technologie sec, onze kracht is juist de verbinding van fundamenteel onderzoek met actuele vraagstukken. Uiteindelijk moet dat leiden tot concrete producten en diensten die het welzijn en welbevinden van burgers ten goede komen.”

Regeerakkoord

Om als industriële en technologische kraamkamer te kunnen functioneren, is veel geld nodig. De actieagenda spreekt over een totaalinvestering van 10,5 miljard van 2017 tot en met 2021. Komt dat bedrag er? Wethouder Depla doet er luchtig over: “Waarom niet? Het gaat niet om een Eindhovense aangelegenheid, we hopen iedereen ervan te overtuigen dat Brainport impact heeft op heel Nederland. Het overheidsdeel dat nodig is, moet natuurlijk in het regeerakkoord komen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Betere online GGZ-zorg met regionaal eHealth-platform

eHealth is een belangrijke pijler voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de GGZ. Op dit moment is het vaak slechts een instrument wat binnen de verschillende domeinen per aanbieder afzonderlijk wordt gebruikt. Toch is eHealth bij uitstek een instrument dat over de gehele keten kan worden ingezet, waardoor écht kan worden samengewerkt. Rudolf Keijzer, algemeen directeur PRO Praktijksteun, is een van de kartrekkers van regionale eHealth-platformen.

In samenwerking met Minddistrict ontwikkelde Rudolf Keijzer ‘eHealth in de keten’: een eHealth-platform dat regionaal voordelen biedt voor zowel de cliënt als de zorgverlener. Het levert (financieel) schaalvoordeel op, terwijl er tegelijkertijd wordt ingezet op goed gebruik van eHealth, passend bij de zorgzwaarte. “Eén platform dat ervoor zorgt dat patiënten bij een doorverwijzing niet opnieuw hoeven te beginnen met een eHealth-module. Waar oefeningen onthouden worden, zodat de patiënt toegang en regie heeft over zijn of haar werk, modules, dagboeken en psycho-educatie. Ook nadat de formele zorgverlening is gestopt. En dat voor kwalitatief betere, betaalbare en efficiëntere zorg, waarbij ingezet wordt op duurzame zelfredzaamheid”, aldus Keijzer.

Ontstaan

De POH-GGZ maakt steeds meer gebruik van eHealth. Veel modules sluiten goed aan op de zorgzwaarte en klachten binnen de huisartsenzorg. In de generalistische basis GGZ en specialistische GGZ is om voor een bepaald percentage gebruik te maken van eHealth. Daardoor is het goed mogelijk dat bij een doorverwijzing van de patiënt, de volgende aanbieder in de keten ook met eHealth werkt. Soms zelfs met exact dezelfde module. “Zonder eHealth in de keten moet de patiënt na een verwijzing vaak opnieuw beginnen en wordt er een tweede keer betaald aan de eHealth-leverancier. Dat is onnodig inefficiënt”, zegt Keijzer. “Vanuit het Triple Aim principe zijn we gaan kijken of we dat beter kunnen inrichten. Hieruit is het plan voor het inrichten van regionale eHealth-platforms ontstaan, uiteindelijk met de wens om één platform te creëren waarop alle leveranciers hun eHealth-oplossingen kunnen aanbieden.”

Schaalvoordeel

Sinds 2016 kan Keijzer samen met Minddistrict alle eHealth-modules van de regio onderbrengen op één regionaal platform. Regio’s, voornamelijk gevormd rondom eerstelijnszorggroepen, kunnen dus door gezamenlijke inkoop hun eigen platform neerzetten tegen gereduceerde tarieven. Regio’s die al met een regionaal platform van Minddistrict werken, kunnen ook aanhaken. Omdat Praktijksteun dit op grote schaal ontwikkelt, profiteren de partners in de regio van schaalvoordeel.

Auteur: Inge de Wit (Praktijksteun)

Download het volledige artikel hier:

“WeHelpen.nl is straks net zo gewoon als Marktplaats”

“WeHelpen.nl is een briljant idee, maar ook een enorm avontuur”, zegt Jo Maes, directeur van de Limburgse zorgvragersorganisatie Huis voor de Zorg. Op de site kan iedereen hulp vragen en bieden. Maes zet zich binnen de CZ-proeftuinen Mijn Zorg en Anders Beter in om van WeHelpen.nl een succes te maken. Alles met het oog op meer zelfredzaamheid en burgerkracht.

“De volgende generatie zal de site WeHelpen.nl net zo gemakkelijk gebruiken als wij Marktplaats nu.” Daarvan is Jo Maes overtuigd. “Het heeft tijd nodig voordat burgers over hun aarzelingen heen stappen en gebruikmaken van een site als WeHelpen.nl voor vraag en aanbod van eenvoudige hulp. Die hulp varieert van een boodschapje doen tot wekelijkse ondersteuning van bijvoorbeeld mantelzorgers.”

In 2012 is de coöperatie WeHelpen.nl opgericht door onder andere zorgverzekeraar CZ, PGGM en Rabobank. Doel is onder meer om zelfredzaamheid van mensen te vergoten. Provincie Limburg steunde WeHelpen.nl tijdens de opstartfase in het kader van Positieve Gezondheid, binnen de Zuid-Limburgse proeftuinen Anders Beter, Mijn Zorg en Blauwe Zorg. Dat loopt nu af, maar binnen de proeftuinen blijven alle partijen zich sterk maken voor een goede doorstart.

Sterke burgers

Maes licht toe: “WeHelpen.nl past goed binnen de nieuwe visie van Huis voor de Zorg die is gericht op zelfredzaamheid en burgerkracht. Voorheen focuste onze organisatie alleen op zorg en het versterken van de macht van patiënten. Nu beschouwen we onze achterban niet meer enkel als mensen die kwetsbaar en zorgbehoeftig zijn. Maar als sterke burgers, die veel meer rollen vervullen dan die van patiënt. We zetten in op hun kracht.”

Met burgerkracht bedoelt Huis voor de Zorg ook nadrukkelijk: een sterkere zeggenschap van burgers binnen zorg- en welzijnsinstellingen. Maes: “Om de zorg beter en betaalbaar te maken, moeten we mét burgers praten. Zowel in als buiten de spreekkamer. Daar hoort transparantie bij over de manier waarop zorg betaalbaar kan blijven. Wij praten en beslissen op bestuurlijk niveau mee over regioprojecten in de Limburgse proeftuinen.”

Project Patiëntgerichtheid

Naast WeHelpen.nl noemt Maes ook het project Patiëntgerichtheid binnen de proeftuinen Anders Beter en Mijn Zorg als mooi voorbeeld van burgerkracht. Maes: “Waar het op neerkomt: artsen moeten minstens twee minuten onafgebroken luisteren naar wat de patiënt eigenlijk te vertellen heeft. Klinkt vanzelfsprekend he? Maar luisteren betekent ook écht contact maken. En niet stiekem op je beeldscherm kijken of alleen focussen op het orgaan of de kwaal.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Virtuele overlegtafel: “écht samenwerken, niet stapelen van zorg”

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) brengt met een visiedocument over de ICT-ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijnszorg structuur in de wirwar aan toepassingen en oplossingen. Opsteller Khing Njoo, senior wetenschappelijk medewerker bij de sectie Automatisering/afdeling Implementatie van het NHG, distilleerde uit spontane initiatieven in het veld het model van een virtuele overlegtafel.

De virtuele overlegtafel heeft veel voordelen: het leidt tot échte samenwerking. Maar er zijn ook nog drempels te nemen om het model optimaal te laten functioneren. Die liggen op het vlak van techniek en geld, vertelt Khing Njoo. Haar belangrijkste boodschap is: denk na over wat je nodig hebt en maak afspraken en standaarden met elkaar. Zowel op koepelniveau als op regioniveau.

Het multidisciplinair overleg (MDO) in fysieke zin raakt achterhaald, stelt Njoo. Er is veel meer behoefte aan een digitale ontmoetingsplek, waar alle informatie rond één patiënt en alle informatie van samenwerkingspartners samenkomt. Njoo noemt dat de ‘virtuele overlegtafel’. Sinds 2004 houdt zij regionale initiatieven op dit gebied in de gaten. De uitwerking verschilt, maar iedereen is het wel eens over de kern. Met het visiedocument wil het NHG de strategische koers op dit gebied bekrachtigen.

Snel en actueel

‘Virtuele overlegtafel’ is een systeem naast het HIS (huisartsen), AIS (apothekers), FIS (fysiotherapeuten) en andere informatiesystemen, waarin ook andere relevante en actuele informatie bijeenkomt. Njoo: “Om die plek waar alles samenkomt geen brij te laten worden, is structuur nodig, één methode van samenwerken. Die gaat uit van de patiënt.” Het Individueel Zorgplan (IZP) is leidend. Er moet een zorgverlener worden aangewezen als casemanager. Die houdt het IZP bij op het samenwerkingsplatform en de rest heeft inzage en/of rechten om informatie toe te voegen en het zorgplan aan te passen. Naast het IZP komen er delen van de basisdossiers uit het HIS, AIS of FIS op de digitale tafel. En er is de mogelijkheid om onderling berichten te versturen, zodat zorgverleners snel kunnen reageren op veranderingen en vragen.”

Het voordeel van een virtuele overlegtafel is dat alle zorgverleners de informatie per patiënt in samenhang zien, benadrukt Njoo. En het belangrijkste: de gegevens zijn altijd relevant en actueel.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Voordelen en vragen bij digitale gezondheidsregie

De Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) is bezig aan een snelle opmars. Applicaties en dossiers krijgen meer gebruikers en de mogelijkheden worden talrijker. Ook de reikwijdte wordt groter: het gaat het gaat steeds vaker om het managen van je eigen gezondheid over verschillende domeinen heen. Maar dan moeten systemen wel met elkaar kunnen ‘praten’, zeggen onderzoeker, ontwikkelaar en adviseur Sergej van Middendorp en gebruiker Ben de Ruyter.

Zo is het bijvoorbeeld het streven van MedMij – een programma geleid door Patiëntenfederatie Nederland, het ministerie van VWS en Nictiz – dat in 2020 iedereen zijn eigen gegevens kan inzien via een PGO. Ben de Ruyter uit Geldrop doet dat al een paar jaar. Zijn huisartsenpraktijk De Kleine Dommel is onderdeel van zorggroep DOH, die meewerkt aan de ontwikkeling van Mijn GezondheidsPlatform (MGP). De Ruyter, die is behandeld voor prostaatkanker en leeft met diabetes type 2 en een hoge bloeddruk, houdt er zijn bloeddrukwaarden, gewicht en buikomtrek bij en hij gebruikt MGP voor communicatie met zorgverleners. “De voordelen zijn geweldig”, zegt De Ruyter. “Je hebt de uitslagen veel sneller. Je maakt makkelijk contact met bijvoorbeeld de praktijkondersteuner. En je hebt alle informatie overzichtelijk bij elkaar.”

Sociaal domein

De eerste toepassingen op dit gebied zijn al op de markt, maar om deze voor iedereen toegankelijk te maken moeten ontwikkelaars van PGO’s nog wel wat investeren, constateert Sergej van Middendorp. Hij is mede-initiatiefnemer van Miles Ahead Business Jazz, een klein team van onafhankelijke ondernemers en IT-architecten, en een van de krachten achter Stichting Koppeltaal, dat werkt aan het uitwisselen van informatie tussen platforms in de GGZ. Van Middendorp: “Er zijn drie soorten systemen: professionele gezondheidssystemen, persoonlijke gezondheidssystemen zoals apps voor bewegen en leefstijl, en sociale zorgsystemen zoals online communities voor communicatie met familie, vrienden en lotgenoten. Die systemen zijn allemaal los van elkaar ontstaan en moeten nu bij elkaar worden gebracht.”

Van Middendorp ziet een beweging naar integratie en gezamenlijke voorzieningen. “Dat betekent dat je over een tijdje niet meer in allerlei verschillende systemen hoeft in te loggen, maar je je – vergelijkbaar met bijvoorbeeld Facebook – overal veilig via een PGO aanmeldt. Ook zorgt een programma als MedMij ervoor dat gegevensuitwisseling tussen PGO’s gestandaardiseerd wordt.” De beweging naar integratie en gezamenlijke voorzieningen kent naast technische ook juridische, privacy- en financieringsuitdagingen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Veilige zorgmessenger voor betere samenwerking

Bijna alle huisartsen gebruiken ZorgDomein voor het doorverwijzen van patiënten. Sinds deze maand is ook zorgmessenger Patiëntoverleg kosteloos te activeren in het ZorgDomein-account. Zorgverleners kunnen met deze berichtenservice veilig communiceren via hun mobiel of computer. De eerste ervaringen onder huisartsen en apothekers zijn positief.

Met Patiëntoverleg springt ZorgDomein in op de groeiende behoefte aan een veilig digitaal kanaal waarop huisartsen, specialisten en andere zorgverleners eenvoudig kunnen overleggen. “Voor betere en betaalbaar zorg is een effectieve afstemming tussen zorgpartijen essentieel,” licht CEO Walter Balestra van ZorgDomein toe. “Zorgverleners communiceren nu nog vaak omslachtig via de telefoon of via het onbeveiligd internet. Dat is met het oog op privacy voor patiënten niet ideaal en ook lang niet altijd efficiënt.”

Patiëntoverleg is geïntegreerd in het digitale ZorgDomein-platform. Balestra: “De messenger is bedoeld voor overleg over niet-spoedeisende patiënten. Bijvoorbeeld over patiënten die intensieve zorg nodig hebben en waarbij asynchrone en veilige communicatie een uitkomst is. Of bij aanvullende vragen over een verwijzing of diagnostiekaanvraag. Andere relevante gegevens kunnen direct worden meegestuurd en opgeslagen in het patiëntendossier.”

Efficiënte ruggespraak

In de regio’s Rotterdam en Nijmegen draaiden afgelopen jaar bijna 500 huisartsen, apothekers en specialisten proef met Patiëntoverleg. De eerste reacties zijn enthousiast. Maartje Reijers, huisarts van Gezondheidscentrum Zuiderkroon in Rotterdam werkt bijvoorbeeld veel samen met specialisten van het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. “Via de telefoon is het vaak lastig om de juiste specialist vlot te bereiken. Je belt drie keer langs elkaar heen, staat in de wacht…. dat kost een hoop tijd. Voor efficiënte ruggespraak over niet-spoedgevallen is Patiëntoverleg ideaal. Je kunt op zelfgekozen momenten contact zoeken of reageren. Het overleg hoeft niet snel-snel tussen de bedrijven door. Daardoor kun je net iets beter focussen en verdiepen.”

Privacy beschermd

Apotheker Trees Lepelaars van Apotheek Tarwezigt in Rotterdam ziet twee grote voordelen aan Patiëntoverleg: “De communicatie met andere zorgverleners is laagdrempeliger; ik krijg sneller antwoord op vragen waardoor patiënten eerder zijn geholpen. Daarnaast is hun privacy beter beschermd via dit systeem dan via email of WhatsApp.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Minder verwijzingen met eenmalige consultatie specialist

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist in Twente startte in april 2016. Het leidt tot goede resultaten in het streven naar het verlenen van zorg op de juiste plek: in het ziekenhuis als het moet, bij de huisarts als het kan.

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist (ECMS) is een initiatief van het Zorgnetwerk Zenderen. Hierin participeren de zorggroepen THOON en FEA, Medisch Spectrum Twente (MST), Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en zorgverzekeraar Menzis. Adviesbureau Roset faciliteert het project.

Het concept

Binnen het project kan de huisarts een patiënt insturen voor een eenmalig consult bij de medisch specialist. Dit doet de huisarts als hij denkt de patiënt wel in de eerste lijn te kunnen behandelen, maar twijfels heeft over de diagnose of het behandelbeleid. Bij ECMS wordt het eigen risico van de patiënt niet aangesproken. De specialist roept de patiënt binnen twee weken op of beantwoordt de vraag via een eConsult. Vervolgens krijgt de huisarts een gericht advies over de behandeling. De specialist maakt geen gebruik van de diagnostische mogelijkheden van het ziekenhuis. Alleen ‘hoofd en handen’ worden ingezet. Carin Pipers, projectleider Roset, legt uit: ”Bij ECMS in Twente blijft de medisch specialist in het ziekenhuis. Dit in tegenstelling tot andere initiatieven, waarbij meekijkconsulten in de eerste lijn worden georganiseerd. Het voordeel van ECMS is dat de organisatorische impact gering is: er zijn geen aparte ruimtes of voorzieningen nodig, geen reizen van specialisten door de regio, geen verzameling van patiënten voor speciale spreekuren.”

Status pilot

Op 1 april 2016 is de pilot gestart in het adherentiegebied van MST en in samenwerking met de maatschappen neurologie, interne en reumatologie. Vanaf 1 juli 2016 is dat uitgebreid met kindergeneeskunde en dermatologie vanuit ZGT. In totaal nemen nu 58 huisartsen in Twente aan de pilot deel. De looptijd van de pilot is van april 2016 tot 1 januari 2018. In september 2017 worden de resultaten geëvalueerd en bepaald of ECMS reguliere zorg wordt in 2018.

Resultaten tot dusver

Vanaf het begin van de pilot wordt tot op patiëntniveau gemonitord hoe het proces verloopt. Zijn patiënten tevreden? Wordt er snel op een vraag door een specialist gereageerd? Kan de huisarts verder met de gegeven adviezen? Daarnaast wordt eens per kwartaal aan de deelnemers gevraagd of ze tevreden zijn over het proces. De resultaten tot dusver zijn heel positief. Wat cijfers:

  • Patiënten beoordelen het eenmalig consult bij de medisch specialist (ECMS) gemiddeld met een 8,5.
  • Huisartsen zouden zonder het ECMS in 88 procent van de gevallen direct verwijzen naar de specialist.
  • In 77 procent van de gevallen kan de behandeling worden voortgezet in de eerste lijn.
  • De specialisten achten de patiënt in 85 procent van de gevallen geschikt voor het ECMS.

Auteur: Carin Pipers, Roset

Download het volledige artikel hier: