Eerstelijnszorg voor houdings- en bewegingsapparaat

Patiënten met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat moeten vanwege de oplopende wachttijden soms lang wachten voor ze in zorg komen bij de orthopeed in het ziekenhuis. In Friesland doen ze daar wat aan. Huisarts Jan Waling Huisman ziet in zijn anderhalvelijnspraktijk veel van deze patiënten. Doordat zij snel bij hem terechtkunnen, ontlast hij de orthopeed én bespaart hij de zorgverzekeraar veel geld.

Geen eigen risico, korte wachttijden, snelle behandeling, Jan Waling Huisman, huisarts van huisartsenpraktijk Blok-Huisman in Harlingen, hoeft niet lang na te denken over wat zijn kracht is als huisarts/kaderhuisarts gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat. Sinds twee jaar neemt Huisman als kaderhuisarts een deel van de tweedelijnszorg over van de radiologen en orthopeden van Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Collega-huisartsen verwijzen patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat niet langer alleen door naar het MCL, maar ook naar hem.

Scheve gezichten

In het begin keken radioloog en orthopeed wel met scheve gezichten naar wat Huisman aan het doen was. “Zouden ze door mijn werk nog wel voldoende patiënten krijgen? Bovendien vroegen ze zich af of ik voldoende competent zou zijn.” De scheve gezichten hebben inmiddels plaatsgemaakt voor enthousiasme. “Ze zien dat ik geen patiënten van ze afneem, maar ervoor zorg dat hun soms wekenlange wachttijden minder lang zijn. En competent ben ik ook. Ik heb als huisarts twee jaar de kaderopleiding Houdings- en bewegingsapparaat en sportgeneeskunde gedaan aan het ErasmusMC in Rotterdam. Ik weet waarover ik het heb. Daarbij ken ik mijn grenzen. Is een klacht te complex, of kom ik er niet uit, dan verwijs ik alsnog door.”

Tenminste 50 procent van de patiënten moest Huisman zelf behandelen, de andere 50 mocht hij doorverwijzen. Dat was een voorwaarde van zorgverzekeraar De Friesland om het substitutieproject te mogen starten. “De cijfers vielen uiteindelijk veel beter uit dan dat. 83 procent van de patiënten die collega-huisartsen naar mij doorverwijzen behandel ik zelf. Slechts 17 procent gaat naar radioloog of orthopeed. Dat lage cijfer haal ik ook doordat ik zelf echografisch onderzoek doe. Ik heb de opleiding echografie gedaan en alle echoapparatuur aangeschaft. Ik hoef patiënten daarvoor niet door te sturen naar het MCL. Dat scheelt tijd en geld.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Vroeg zicht op boezemfibrilleren

Huisartsen in Friesland hebben in de afgelopen twee jaar 140 keer vroegtijdig boezemfibrilleren helpen constateren. Daarmee is de kans op een beroerte voorkomen en zorg in de tweede lijn vermeden. Initiatiefnemer Geert Tjeerdsma, cardioloog in ziekenhuis Tjongerschans te Heerenveen, vertelt.

Wat was de aanleiding voor het project Atriumfibrilleren Eerstelijns Diagnostiek (AED)?

“Soms is er sprake van boezemfibrilleren, maar is dat onbekend omdat de persoon in kwestie niet of nauwelijks de bijbehorende klachten heeft. Dit wordt ‘stil boezemfibrilleren’ genoemd. Onderzoek heeft een aantal jaren geleden uitgewezen dat huisartsen hierdoor dikwijls de diagnose niet stellen. Dit wekte mijn nieuwsgierigheid en leidde tot een ambitie: ik wilde proberen huisartsen te faciliteren om wél boezemfibrilleren te kunnen diagnosticeren, zodat tijdig kan worden overgegaan tot behandeling.”

Binnen het project wordt de ‘Mydiagnostick’ gebruikt. Wat is dat precies?

“Een staaf-achtig voorwerp dat de patiënt ongeveer twee minuten in beide handen vasthoudt. Het heeft hetzelfde principe als een elektrocardiogram (ECG). Ook hier wordt een hartfilmpje gemaakt, maar dan met behulp van slechts één kanaal: de staaf tussen de handen. Als de stick rood kleurt, is er een groot risico op boezemfibrilleren. De huisarts kan de verzamelde data via de PC digitaal doorsturen ter beoordeling van de cardioloog.”

Als de symptomen van boezemfibrilleren vaak niet aan de oppervlakte komen, hoe weet de huisarts dan bij wie hij een hartfilmpje moet maken?

“Door alert te zijn bij mensen met risicofactoren. Stil boezemfibrilleren komt relatief vaak voor bij 65-plussers met diabetes, een hoge bloeddruk, eerder hartfalen, een eerder hartinfarct of een eerdere beroerte. Dat werd bevestigd tijdens een pilot die we eind 2014 deden bij een Friese huisarts. Tijdens een griepvaccinatieavond gaven we de stick aan 400 mensen. Bij twintig toonde het apparaat boezemfibrilleren aan. Van tien van hen was dat al bekend, maar van de tien anderen niet.”

Na die bevestiging kon de volgende stap worden gezet?

“Toen zijn we daadwerkelijk van start gegaan met het project. Veertig huisartsen uit de regio Heerenveen, Joure, Wolvega en Akkrum gingen begin 2015 werken met de Mydiagnostick.

Zowel in 2015 als in 2016 stuurden huisartsen ongeveer honderd keer een rode uitslag naar een cardioloog. Bij zeventig procent, ofwel 140 patiënten, bleek het na analyse door de cardioloog daadwerkelijk om stil boezemfibrilleren te gaan.”

Wat zijn de voordelen voor de patiënt?

“Een snellere diagnose. Dat is belangrijk, want soms manifesteert de ritmestoornis zich wel en soms niet. Het is mogelijk dat een patiënt zich een paar dagen of weken na de klachten in het ziekenhuis meldt en dat een ECG dan niets ernstigs aan het licht brengt. Er is ook een financieel voordeel voor de patiënt. De huisarts blijft hoofdbehandelaar, dus de zorg gaat niet ten koste van het eigen risico.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

“Apro stelt patiënt centraal, niet het doosje”

“We zijn eigenlijk verkenners, dat is meteen ook het leuke”, zegt Geert Struik. Hij is apotheker bij Apotheek It Noard en Apotheek Postma in Sneek. Apotheek It Noard is de eerste in Nederland die het farmaceutisch zorgsysteem Apro van softwareleverancier Promedico in gebruik heeft. Ze werken er nu ruim een maand mee. De overstap was spannend, maar het levert de apotheek veel op.

Promedico, van oorsprong leverancier van huisartseninformatiesystemen, kondigde in 2015 aan dat het een systeem voor apotheken ging ontwikkelen. De bestaande ICT-systemen waren niet meegegroeid in de ontwikkeling van de rol van apotheker, waarin voorlichting, uitleg en welzijn- en gezondheidsaspecten centraal staan. “We hebben Apro daarom van de grond af opgebouwd”, zegt product owner Martin Pruijsers van Promedico. “Dat betekent dat er veel ontwikkeltijd in ging zitten. Het voordeel is dat we het geheel naar eigen inzicht konden doen, in nauwe samenwerking met gebruikers waardoor het gebruik intuïtief is. What you see is what you need, veel is achter de schermen geautomatiseerd. Nu dit eenmaal staat kunnen we heel snel verbeteringen en koppelingen doorvoeren. Iedere twee maanden komen we met nieuwe functionaliteiten. Daar ben ik best trots op.” In oktober wordt de volgende versie – oftewel Apro 1.1 – opgeleverd. Centraal daarin staan proactief herhalen, gds, central/smartfilling en track & trace, zo geeft Pruijsers aan.

Samenwerking

Waarin verschilt Apro van de huidige apotheekinformatiesystemen? Het begint al bij de filosofie erachter, legt Pruijsers uit. “De oude systemen zijn gericht op het volgen van het medicijndoosje. Apro is daarentegen gericht op het complete proces van zorgverlening aan de patiënt.” Dat betekent dat het systeem een goed overzicht van de patiënt geeft en natuurlijk zorgt het ervoor dat distributie en declaratie van medicatie makkelijk verloopt. De logistiek loopt soepeler én papierloos. Receptbriefjes zijn voortaan verleden tijd als het aan Pruijsers en Promedico ligt. “Want allerlei briefjes met geeltjes eroverheen, dat is de opmaat om gegevens kwijt te raken.”

Maar het belangrijkst is: Apro maakt samenwerking met andere zorgverleners makkelijk. Dat komt door de makkelijke koppeling met andere systemen voor zorgverleners. Apro zorgt voor naadloze uitwisseling van gegevens met een HIS of een KIS. Iedereen heeft zo de relevante patiëntgegevens. Hierdoor komt een digitaal multidisciplinair overleg (MDO) bijvoorbeeld binnen handbereik. Patiënten kunnen binnenkort ook makkelijk bij hun medicatieoverzicht via een app of via een portaal als MijnGezondheidsplatform (MGP).

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Proactieve samenwerking voorkomt oneigenlijke opnames ouderen

Zorgbehoevende ouderen wonen langer thuis en verhuizen alleen in het uiterste geval naar een verzorgingshuis. Dat voert de druk op de gezondheidszorg behoorlijk op. Wachtkamers zijn overvol; op piekmomenten raken SEH’s verstopt. In de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg lukt het specialisten, huisartsen en wijkverpleegkundigen de ouderenzorg te verbeteren door intensieve samenwerking. “We streven allemaal hetzelfde doel na: de juiste zorg op de juiste plek.”

“Soms kan met geringe inspanning zo’n grote verbeterslag worden gemaakt”, vertelt kaderhuisarts ouderengeneeskunde Frank Guldemond met zichtbaar genoegen op het kantoor van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL). “Hier in Heerlen zijn de dienstdoende avond- en nachtwijkverpleegkundigen van MeanderZorggroep sinds kort gekoppeld aan de Huisartsenpost en de SEH in Zuyderland Medisch Centrum. Het blijkt een wonderbaarlijke quick win, die niet voor niets landelijk navolging krijgt. Voorheen reed de Ambulante Nachtzorg nog standaard vanuit Verpleeghuis Lückerheide door de regio om ouderen thuis te verzorgen. Contact met huisartsen en specialisten was er nauwelijks. Door deze wijkverpleegkundigen simpelweg een werkplek te geven op de HAP in Heerlen leerden ze elkaar kennen. Met alle positieve gevolgen van dien.”

Paul Kuipers, Senior Beleidsmedewerker Transmurale Zorg van Zuyderland vult aan. “Men vond elkaar al snel in hetzelfde streven: de juiste zorg op de juiste plek. Er is onderling veel waardering. De vraag wie het best op huisbezoek kan gaan, huisarts of wijkverpleegkundige, vormt nu een vast onderdeel van de triage op de huisartsenpost.”

Guldemond: “En geloof me, die wijkverpleegkundige kan echt wonderen verrichten. Goede basiszorg voorkomt onnodig huisbezoek van de huisarts, zelfs oneigenlijke ziekenhuisopnames.”

Kuipers: “En stel, een 86-jarige alleenstaande vrouw komt ’s nachts wél met een gebroken arm op de SEH terecht. Voorheen lag opname in een ziekenhuisbed al snel voor de hand. Waar moest de patiënt anders heen? Nu merken we: als de wijkverpleegkundige goede nazorg biedt, kan zo’n dame vaak toch veilig naar huis. In de eerste plaats beter voor haar. Ziekenhuisopname kan mensen op hoge leeftijd behoorlijk ontwrichten. Blijkt opname alsnog nodig, dan heeft de wijkverpleegkundige de zorg ook heel snel opgeschaald.”

Zorgcontinuüm

De koppeling van Ambulante Nachtzorg aan SEH en HAP is een eerste succes van het Project Zorgcontinuüm voor ouderen. Dit project loopt binnen de proeftuin MijnZorg Oostelijk Zuid-Limburg. Betrokken zorgpartners – Huisartsen OZL, Zuyderland Medisch Centrum, zorgverzekeraar CZ, patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg, VVT-organisaties Meander, Cicero en Sevagram, en de gemeenten Heerlen en Kerkrade – werken intensief samen om ouderenzorg kwalitatief goed, toegankelijk en toch betaalbaar te houden.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

“Binnen een virtueel verzorgingshuis is het contact intensiever”

De groep kwetsbare ouderen wordt steeds groter en er is meer aandacht en budget voor de zorg aan en begeleiding van deze groep. Tegelijkertijd verbrokkelen traditionele structuren. Dat kan worden opgevangen door digitaal aangestuurde netwerkzorg, mits die goed is georganiseerd én daadwerkelijk aansluiting heeft op systemen van professionals. Kernpunten daarin zijn goede beveiliging van gegevens en efficiënte communicatie met andere zorgsystemen. Dat blijkt uit een bijzonder project voor kwetsbare ouderen in Zuidoost-Brabant.

Ouderenzorg gaat niet meer alleen over het voorkomen, genezen of behandelen van aandoeningen. Het draait vooral om zo gezond en gelukkig mogelijk leven. Vroeger gebeurde dat in een verzorgingshuis. Tegenwoordig wil men zo lang mogelijk thuis blijven wonen en dat wordt ook van overheidswege gestimuleerd. Hierdoor worden veel verzorgingshuizen uitgekleed of zelfs gesloopt. Dat laatste gebeurde ook met het Sint Jozefshuis in Nederweert. En dat is jammer, zo redeneerde oud-huisarts Thieu Heijltjes. Want een traditioneel verzorgingshuis kent een managementlaag die toeziet op welzijn en welbevinden en nauw samenwerkt met huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en maatschappelijk en sociaal werk. Signalen worden opgevangen en gecommuniceerd op het moment dat dat nodig is. Dat kan toch niet verdwijnen? Zijn oplossing was: het Sint Jozefshuis nabootsen, maar dan virtueel. Het virtuele verzorgingshuis is opgezet in 2014 door burgerinitiatief Stichting Coördinatie Zorg en Welzijn (SCZW) samen met de Cliëntenvereniging Virtueel Zorghuis (CVZ).

Pilot

Het doel van het zorgplatform was om oudere, mantelzorger, professional en vrijwilliger beter te laten samenwerken. Belangrijk was dat ouderen en/of mantelzorgers inzicht krijgen in hun eigen zorgdossier, net als alle partijen die deelnemen in het zorgproces. Het initiatief bleek goed te werken. Maar technisch gezien was er een uitdaging. Er was verbinding nodig met de huisartsenpraktijken van Zorggroep PoZoB. Daar is met hulp van Care2U een oplossing voor gevonden. Sinds oktober loopt er een pilot waarin het individueel zorgplan (IZP) via MijnGezondheidsPlatform (MGP) wordt gedeeld met oudere/mantelzorger, wijkverpleegkundige, zorgtrajectbegeleider dementie en praktijkondersteuner ouderenzorg, legt huisarts en stafarts kwetsbare ouderen Cora van der Velden uit. “Er loopt nu een pilot bij twee praktijken in Maarheeze. Daar doen zo’n veertig a vijftig ouderen of mantelzorgers aan mee. Na de zomer gaan we het uitbreiden naar zeven praktijken in heel Cranendonck.” Het past helemaal binnen het zorgprogramma voor kwetsbare ouderen dat de zorggroep heeft opgezet, aldus Van der Velden.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Innovatief platform verbindt COPD-zorg

Gelre Ziekenhuizen nam in 2016 het initiatief voor het project Gezonde Longen in de regio Zutphen/Apeldoorn. Door hechte transmurale samenwerking wil Gezonde Longen de keten rondom de patiënt beter op orde krijgen en zo de COPD-zorg beter en goedkoper maken.

COPD is in Nederland een koploper qua ziektelast en kosten. Jaarlijks komen er 53.000 nieuwe patiënten bij. De kosten van astma en COPD lopen op tot 1,5 miljard per jaar. De zorgvraag stijgt harder dan de capaciteit en het budget van het ziekenhuis, de huisarts en de apotheek.

Reden voor actie, vindt longarts Martijn Goosens. Maar er is meer. “Ik werk nu tien jaar binnen Gelre Ziekenhuizen en ik merk dat ik onvoldoende gereedschap heb om de populatie met COPD goed in beeld te krijgen en behandeladvies op maat te geven. Dat komt onder andere door de informatiekloof die ontstaat doordat huisarts, apotheker en longarts hun informatie niet delen. Elke zorgprofessional focust op zijn eigen gebied binnen zijn eigen systeem. Zo krijgen we blinde vlekken.”

Goosens is initiatiefnemer van het project Gezonde Longen. “De tweede lijn wordt vaak als kenniscentrum beschouwd. Natuurlijk heeft de longarts de kennis en kunde die bij het ziektebeeld horen. Maar in de eerste lijn zit ook veel andersoortige kennis over diezelfde patiënt. Hoe gaat het thuis bij de patiënt? Wat is de samenhang met andere aandoeningen? Idealiter breng je die kennis samen.”

Transmurale database

Het project is in 2016 gestart, maar Goosens bracht al tweeënhalf jaar geleden alle zorgpartners en stakeholders in werkgroepen bijeen. Ook patiënten dachten mee. Dat leverde een nieuw medisch-inhoudelijk concept op, met onder andere behandelprotocollen rondom de interventies stoppen met roken, meer bewegen en medicatietrouw.

In de stuurgroep zitten de apothekersorganisaties, de huisartsenorganisaties en Gelre Ziekenhuizen. Daaronder functioneren vijf werkgroepen die problemen identificeren en vervolgens per zorgverlener doelstellingen omschrijven. Een huisarts kan bijvoorbeeld in zijn praktijk kampen met een laag succespercentage van stoppen met roken. Zijn doelstelling is dan het verhogen van het slagingspercentage van het stoppen-met-roken-programma. Een longarts die slechts een beperkt inzicht heeft in de interventies die de eerste lijn inzet en hoe het daarmee gaat, heeft als doelstelling het dichten van de informatiekloof.

Medworq, een digitale zorgvernieuwer, ontwikkelde de transmurale database. Het écht innovatieve deel van het project, benadrukt Goosens. Daarnaast nemen drie farmaceutische bedrijven deel. Ze bieden het project financiële ondersteuning en zijn als mede-ontwikkelaar betrokken bij verschillende domeinen als eHealth, beweegmodule en exacerbatiemanagement.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zuid-Limburgse huisartsen en specialisten schrijven met één pen voor

Om zo doelmatig en goedkoop mogelijk medicatie voor te schrijven zonder in te boeten aan kwaliteit, werken huisartsen, specialisten en apothekers in de Zuid-Limburgse Mijnstreek sinds begin 2017 met één regionaal formularium. Dit MIJNstreek formularium is opgezet binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg, met als doel: het realiseren van betere en betaalbare zorg.

“De belangrijkste winst is dat huisartsen, specialisten en apothekers samen doelmatig voorschrijven”, aldus apotheker Daphne van Limborgh. Vanuit Apotheek Kling Nullet in Kerkrade is Van Limborgh nauw betrokken bij de ontwikkeling van het MIJNstreek formularium. “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg hebben we als groep gediscussieerd over de best werkzame stoffen en vervolgens bepaald: dit zijn de eerste medicijnkeuzes in onze regio. Een goede zaak. Elk geneesmiddel heeft zoveel verschillende broertjes en zusjes dat het zelfs voor zorgprofessionals vaak lastig is om door de bomen het bos te zien. Huisartsen en specialisten schreven ook anders voor wat soms ook verwarring creëerde bij de patiënt. Dat wordt nu voorkomen.”

Shared savings

Via een Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) stimuleert het MIJNstreek formularium artsen om vaker het eerste keuze middel voor te schrijven. “Want dat gebeurt nog steeds te weinig, meestal puur vanuit gewoonte of vertrouwdheid met een bepaald merk”, aldus CZ zorginkoper René Bekhuis. “Het MIJNstreek formularium moet een dam opwerpen tegen de sterke marketing en lobby vanuit de farmaceutische industrie om bepaalde merken ‘in de pen’ te krijgen.”

Bijzonder aan het MIJNstreek formularium is dat het tot stand kwam met ‘shared savings’ uit het eerdere geneesmiddelensubstitutieproject. Bekhuis: “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg maakten specialisten, huisartsen, apothekers, CZ en patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg eerder afspraken om te dure cholesterolverlagers en zuurremmers te vervangen door goedkopere, net zo effectieve varianten. Dat alles vanuit de Triple Aim gedachte om betere kwaliteit van zorg en gezondheid te realiseren tegen lagere kosten.”

Het inwisselen van dure cholesterolverlagers leverde een besparing op van enkele honderdduizenden euro’s. “Maar één zwaluw maakt nog geen zomer”, aldus Bekhuis. “Betrokken partijen besloten de winst daarom direct te investeren in het MIJNstreek formularium.”

Natuurlijk zijn formularia met een EVS met eerste keuze medicijnen niet nieuw . “Het probleem is alleen dat ze te weinig gebruikt worden”, meent Louis de Wolf, huisarts in Stein. De kracht van dit nieuwe MIJNstreek formularium is dat het door huisartsen, apothekers én specialisten tot stand kwam.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Een goedwerkend zorgsysteem voor iedereen

Proactieve zorg waar gezondheid en vitaliteit voorop staat. Gezonde en gelukkige burgers die met de juiste aandacht geholpen worden. Gezondheidsgegevens 24/7 beschikbaar voor iedereen. Geen utopie maar een realistische weergave van ons toekomstige zorgklimaat, als het aan The Care Society ligt.

The Care Society gelooft in een digitaal zorglandschap waarin zorgverleners zonder obstakels kennis en gegevens uitwisselen en de burger inzicht heeft in zijn eigen gezondheid. Niet gebonden aan een leverancier, product of technologie en daardoor flexibel in het bedenken en samenbrengen van IT-oplossingen, bouwt The Care Society samen met  zorgorganisaties en burgers een goed werkend zorgsysteem. Zo kan de beste zorg worden verleend en krijgt de burger toegang tot zijn eigen zorgdossier.

Ruud Beuman en Danny van Neer zijn de initiatiefnemers van The Care Society. “Ons ideaal is dat de zorg proactiever wordt en gezondheid en vitaliteit voorop staat. Dit leidt tot gezonde en gelukkige burgers, die met de juiste aandacht geholpen worden”, aldus Beuman.

Toegankelijke gezondheidszorg

Volgens The Care Society biedt de huidige technologie volop mogelijkheden om de gezondheidszorg te vernieuwen. “Wekelijks bezoeken wij zorgdirecteuren en huisartsen door heel Nederland”, vertelt Van Neer . “Wij spreken vertegenwoordigers van samenwerkingsinitiatieven, directeuren van thuiszorgorganisaties en vinden gehoor bij gemeenten en het ministerie. Wij kunnen echt het verschil maken door zorgverleners te voorzien van de juiste en actuele informatie van een patiënt. Hiermee kan het beste behandelplan worden opgesteld waardoor de efficiëntie toeneemt, de druk op de zorgverlener afneemt en de kwaliteit van zorg voor de patiënt stijgt.”

The Care Society begeleidt de zorg in Nederland in het proces naar zo’n goedwerkend zorgsysteem. Zij onderzoeken samen met zorgregio’s welke IT er al is, voor welke processen en wat gestandaardiseerd of verbeterd kan worden. Vervolgens onderzoeken zij welke connecties te maken zijn tussen verschillende systemen en beschikbare data, met aandacht voor veilig dataverkeer en privacy.

Auteur: Yvonne Hendrix

Download het volledige artikel hier:

Concurreren met de digitale dokter

Eind april introduceerde Huisartsencoöperatie Deventer en Omstreken de zelf ontwikkelde patiëntenapp Dokter Dichtbij, die gekoppeld is met het patiëntenportaal MijnGezondheid.net. De 180.000 patiënten in de regio hebben nu makkelijker toegang tot huisartsenzorg: 24 uur per dag, zeven dagen per week en waar ze ook zijn. Manager ketenzorg & innovatie Lidwien Kruijswijk Jansen vertelt wat daaraan voorafging.

De maatschappij verandert, patiënten veranderen, wat betekent dat voor onze service en dienstverlening? Met die vraag ging Huisartsencoöperatie Deventer en Omstreken (HCDO) aan de slag, verduidelijkt Lidwien Kruijswijk Jansen. “Hoe dicht staan we als huisartsen bijvoorbeeld bij onze patiënten en op welke punten kunnen we verbeteren?”

De service en bereikbaarheid moet omhoog, was de conclusie. Het patiëntenportaal MijnGezondheid.net van PharmaPartners werd op dat moment door slechts tien procent van de huisartsenpraktijken in de regio gebruikt. “En er werd weinig campagne voor gevoerd. Huisartsen gaven aan dat het best een stap is voor patiënten om achter de pc te gaan zitten en in te loggen. Met de app maken we dat makkelijker. Bovendien is het een mooie stap naar het invullen van de wettelijke verplichting om vanaf 2020 het dossier elektronisch beschikbaar te stellen aan patiënten. Via MijnGezondheid.net kunnen we de actuele episodes, het medicatie-overzicht en labwaarden al delen.”

Overal en altijd

Het idee voor de app is uitgewerkt met een afvaardiging van de ICT-commissie. Vervolgens zijn de makers van de MijnDokter app benaderd voor de realisatie. Kruijswijk Jansen: “PharmaPartners was betrokken voor de koppeling met het patiëntenportaal. De eerste versie van de app is sinds eind april beschikbaar. Patiënten kunnen daarmee 24 uur per dag een afspraak maken met de huisarts, assistent of praktijkondersteuner, een herhaalrecept aanvragen of een e-consult indienen. Dat loopt via MijnGezondheid.net. Het voordeel is dat er voor het maken van een afspraak niet hoeft worden ingelogd en dat je het altijd en overal via je telefoon of tablet kunt doen.”

Verminderen werkdruk

Het verbeteren van de service en het binden van patiënten. Dat zijn de hoofddoelen van de inzet van e-health. Verlicht het daarnaast ook de werkdruk in de dag- en ANW-zorg? “Het is lastig om daar nu al antwoord op te geven. Voor de dagpraktijk leidt de app op termijn hopelijk tot minder telefoon voor de assistente. De app is niet ontwikkeld om de werkdruk voor de ANW-zorg weg te nemen. Wel is er een doorschakeling naar ‘Moet ik naar de dokter?’. Of dat resulteert in het verminderen van werkdruk is de vraag.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Klantervaringsonderzoek 3.0: inzicht in de patient journey

Na de Consumer Quality index (CQi), de PREM en de PROM dient zich een nieuwe categorie van klantervaringsonderzoek aan. De weg die de patiënt aflegt in de zorg staat hierbij centraal en er worden maar een paar vragen gesteld, gekoppeld aan een recent zorgcontact. Dat sluit beter aan bij de route naar integrale zorg en concepten waarin het behandeldoel van de patiënt het uitgangspunt is, vinden zorgbestuurders Daan Kerklaan en Hettie Suurd.

Gestructureerd klantervaringsonderzoek staat nog in de kinderschoenen in de zorg: we zijn er pas dertien jaar serieus mee bezig. Het begon met een jaarlijkse steekproef (CQi), die inzicht geeft in de waardering voor zorg die al maanden eerder is geleverd en beperkt informatie oplevert voor kwaliteitsverbetering.

Mooier is het wanneer je als bestuurder of zorgverlener real time inzicht hebt in zowel de ervaren uitkomsten van ontvangen zorg (PROM) als de ervaringen van patiënten met het zorgproces (PREM). Dan kun je direct bijsturen als dat nodig is. Qualizorg biedt met Qualiview sinds 2010 de mogelijkheid om klantoutcome volledig geautomatiseerd en het hele jaar door te meten. Zo’n 600 huisartsenpraktijken en 8500 andere eerstelijnszorgorganisaties doen dat. Nadat patiënten hiervoor toestemming hebben gegeven, ontvangen zij gekoppeld aan hun bezoek één keer automatisch een vragenlijst. Die is met vijftien tot twintig vragen een stuk korter dan de CQi, die zo’n veertig tot zeventig vragen telt. De korte PREM’s en PROM’s leveren evenveel stuur- en uitkomstinformatie op, maar zijn een stuk makkelijker in gebruik voor de patiënt. De resultaten zijn real time inzichtelijk voor patiënt, zorgverlener, praktijk, gezondheidscentrum of zorggroep. Bovendien worden er steeds nieuwe vragenlijsten ontwikkeld, die nog specifiekere informatie opleveren voor zorgorganisaties. Een goed voorbeeld daarvan is de PREM chronische zorg, waarover De Eerstelijns in juni 2017 berichtte. Deze geeft inzicht in de waardering van patiënten voor de totale chronische zorgketen.

Patient journey

Innovators in de zorg gaan nog een stapje verder. Zij willen de patiënt centraal zetten en op verschillende momenten in de patient journey een paar korte vragen stellen die relevant zijn voor dat (contact)moment. Zo krijg je niet alleen achteraf een beeld van de ervaren zorg en de uitkomsten, maar volg je de patiënt op zijn reis door de zorgketen. Daan Kerklaan en Hettie Suurd vertellen hoe zij binnen hun organisaties deze vervolgstap in klantervaringsonderzoek zetten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: