“Data en technologie helpen ons de zorg beter te organiseren”

Vrijwel iedereen, jong en oud, heeft tegenwoordig toestellen waarmee je altijd online kunt zijn. Mensen gebruiken hun mobiele telefoon als agenda en voor hun sociale media en gebruiken applicaties voor van alles. “Velen zijn dus al gewend aan dit soort technologie in het dagelijks leven. En dan is de stap naar het gebruik van een smartphone of tablet voor de gezondheid snel genomen”, aldus Esther Talboom-Kamp, bestuursvoorzitter bij Saltro.

Naar schatting worden er op dit moment zo’n 325.000 applicaties aangeboden die op een of andere manier iets te maken hebben met gezondheid. Maar niet al deze apps worden getoetst of getest voordat ze worden aangeboden in de app store. “Dit is niet wenselijk, omdat we niet weten of de app die wordt gebruikt betrouwbaar, veilig en effectief is. We mogen niet toestaan dat patiënten, consumenten en zorgprofessionals werken met tools die hen niet daadwerkelijk helpen”, zo stelt Esther Talboom.

“Gezien de hoge werkdruk, de krapte op de arbeidsmarkt en de complexe zorgvraag van steeds ouder wordende, chronisch zieken, moeten we slimme programma’s ontwikkelen”, vervolgt ze. “Programma’s die de patiënten meer betrekken bij hun zorg en gezondheid én hen in staat stellen een groot deel van hun leven zelf te managen. eHealth kan hierbij een grote rol spelen, maar dit moet dan wel een goed geïntegreerd onderdeel zijn van de zorg.”

Actieve rol

“Zoals uitstekend verwoord in het rapport ‘Zorg op de juiste plek’, moeten we de juiste zorg, op de juiste plaats, tegen de juiste prijs bieden”, aldus Esther Talboom. “Dat vergt van alle bij de zorg betrokken partijen dat zij intensief samenwerken en hun werkzaamheden naadloos op elkaar aansluiten. Ook hier geldt dat data en technologie essentieel zijn voor het delen van gegevens en gezamenlijk analyseren en adviseren. Zolang we de gegevensuitwisseling niet op orde hebben, kunnen we niet verwachten dat we de zorg optimaal en over de lijnen heen kunnen inrichten.”

Voortrekkersrol NeLL

Het is belangrijk om bij de start van een nieuw digitaal initiatief zowel patiënten, zorgvragers als zorgprofessionals te betrekken. De wetenschap moet een rol vervullen bij het nagaan wat de daadwerkelijke effecten zijn van nieuwe technologie en op welke wijze data optimaal gebruikt kunnen worden bij de ontwikkeling van tools. De kennis die wordt opgedaan tijdens studies en onderzoeken moet breed gedeeld worden, zodat iedereen deze inzichten kan gebruiken bij de (door-)ontwikkeling van zorgprogramma’s en eHealth-toepassingen. Het National eHealth Living Lab (NeLL) vervult hierin een voortrekkersrol.

Auteur: Cherelle de Graaf

Download het volledige artikel hier:

Nieuwe screeningsmethode voor slaapapneu

OSAsense is een laagdrempelig screeningsinstrument voor het obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), dat huisartsen gebruiken om uit te sluiten of iemand deze aandoening heeft. Ze kunnen hiermee deze patiënten sneller opsporen en het aantal onnodige verwijzingen naar slaapcentra met circa tachtig procent verlagen. Sinds 1 mei werken honderddertig Twentse huisartsen met deze tool. Patiënten kunnen het instrument thuis gebruiken en het bespaart kosten.

Slaapapneu is een ernstige aandoening waarbij de patiënt tijdens de slaap meerdere malen stopt met ademhalen. Het kan leiden tot slaperigheid overdag en permanente gezondheidsschade, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en dementie. Volgens onderzoek lopen er in Nederland nog circa 300.000 mensen rond met OSAS zonder dat ze het weten.

Patiënten die zich bij hun huisarts presenteren met vermoeidheidsklachten, worden bij een vermoeden op OSAS meestal doorverwezen naar een specialistisch slaapcentrum voor een slaaponderzoek. Dit onderzoek is belastend voor de patiënt, gaat gepaard met hoge kosten en blijkt in een aanzienlijk deel van de gevallen achteraf niet nodig te zijn geweest.

Werking methode

OSAsense bestaat uit een vragenlijst en een slaaponderzoek dat de patiënt thuis kan uitvoeren. Vaak nog op dezelfde dag dat de patiënt zich met klachten meldt bij de huisarts, krijgt deze een horloge met een wegwerp ‘vingerhoedje’ dat het zuurstofgehalte meet in het bloed. Als dat zuurstofgehalte gedurende de slaap tenminste vijf keer per uur dipt, is er sprake van slaapapneu.

Veldhuis koppelt het horloge aan zijn computer, vult enkele gegevens in en geeft het horloge mee aan de patiënt die er thuis een nacht mee slaapt. De patiënt vult daarnaast een online vragenlijst in. De volgende ochtend levert de patiënt het horloge weer in en beoordeelt de huisarts de analyse. OSAsense genereert een adviesrapport, waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is op slaapapneu. Is de kans groot, dan verwijst de huisarts alsnog door naar het slaapcentrum. Daar wordt de definitieve diagnose gesteld en gestart met een passende behandeling.

Betere opsporing in eerste lijn

OSAsense is bedoeld om slaapapneu uit te sluiten bij patiënten met atypische klachten (vermoeidheid, prikkelbaarheid, laag energieniveau) of patiënten met een hoog a priori risico (voorafkans) op slaapapneu op basis van bestaande comorbiditeit (atriumfibrilleren, therapieresistente hypertensie) en klinische presentatie. Het instrument is erop gericht patiënten met een verdenking op slaapapneu beter op te sporen in de eerste lijn en onnodige verwijzingen naar een slaapcentrum te voorkomen.

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Stop de digitale chaos

Wie geïnteresseerd is in eHealth komt ogen en oren te kort. ICT-bedrijven verdringen elkaar met gezondheid-apps en ‘wearables’. De overheid stimuleert de ontwikkelingen in eHealth, zorg is big business voor ICT-bedrijven. Patiënten hebben volgens de Patiëntenfederatie grote behoefte aan inzage en grip op hun medische gegevens. Verzamelde medische data zijn voor bedrijven commercieel interessant. Wetgeving gaat steeds meer bepalen hoe zorgverleners hun werk vastleggen. Wat betekent dit voor de digitale ondersteuning van huisartsenzorg?

Het huisartsinformatiesysteem (HIS) is de kern van de ICT voor huisartsenpraktijken. Binnen het HIS zijn bepaalde functies onvoldoende doorontwikkeld en daardoor gebruiksonvriendelijk. Wensen van huisartsen zijn ondergeschikt geworden aan eisen van landelijke overheden en maatschappelijke instanties en krijgen zo een lagere prioriteit.

Digitale knoop

Elke huisartsbestuurder loopt tegen het probleem van ICT aan. Probeer maar eens (veilig!) digitaal samen te werken met thuiszorgorganisaties, ambulance, ziekenhuizen, mantelzorgers of patiënten. Trajecten gaan langzaam, gegevens moeten dubbel worden ingevoerd en het kost extra geld. Elke regio vindt zelf het wiel uit en men profiteert niet van elkaars successen.

Ondertussen wordt de digitale knoop steeds groter. Iedereen herkent het probleem, maar niemand hakt de knoop door. Professionals in de zorg zullen de handen ineen moeten slaan om van ICT een succes te maken.

Doorpakken

Om meer inspraak te krijgen in de ontwikkeling van het HIS, kunnen huisartsen het beste kiezen voor één regionaal HIS. Naast alle andere taakverzwaringen hebben huisartsen een nieuwe taak als digitale poortwachter. De huisartsenzorg is onderdeel geworden van een groot regionaal netwerk. Er moeten telkens nieuwe digitale toepassingen worden geïmplementeerd. Er is vraag naar transparantie van zorguitkomsten en inzage in en uitwisseling van medische gegevens met behoud van privacy.

Het ontbreekt huisartsen aan overzicht en tijd om alle ontwikkelingen bij te houden. Zij zullen taken moeten uitbesteden. O&I-gelden kunnen hiervoor worden ingezet. Met het programma OPEN ligt er een kans voor regionale organisaties om huisartsenpraktijken te ondersteunen bij het werken met patiëntenportalen. Regio’s kunnen meteen doorpakken en een regionale ICT-visie ontwikkelen, strategische plannen voor implementatie van eHealth maken en vaststellen welke koppelingen van het HIS met regionale instanties nodig zijn. Het is verstandig hier snel mee te beginnen. De BOHAG-huisartsen kunnen helpen met deze ontwikkelingen in de regio.

Oproep aan bestuurders

BOHAG is de expertgroep Beleid en Organisatie Huisartsen Advies Groep. De huidige problematiek van de zorg-ICT houdt de BOHAG-leden bezig. BOHAG wil huisartsen helpen om regie te nemen over ICT. Regionale bestuurders roepen wij op om snel een visie op ICT te ontwikkelen om niet te verdrinken in de digitale chaos.

Auteur: Pascale Hendriks (BOHAG)

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Spoed in de ouderenketen

Mevrouw Pieterse komt na een glijpartij met een gebroken heup op de spoedeisende hulp (SEH) terecht, na de operatie maakt zij tijdelijk gebruik van het eerstelijnsverblijf (ELV). Na enkele weken komt zij thuis, maar vanwege een delier volgt opnieuw een ziekenhuisopname. Dat duurt langer dan gedacht en er komt een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Eenmaal opgenomen in het verpleeghuis sterft mevrouw binnen een maand.

Het liefst blijven we ons hele leven fit en gezond. Helaas ontstaan er met het toenemen van de jaren ongemakken. Door vergrijzing, hoge zorgkosten en krapte op de arbeidsmarkt wordt de druk om tot nieuwe concepten te komen groter. Bij spoedsituaties rond kwetsbare ouderen is er nog meer urgentie voor verandering. Door een toename van kwetsbare ouderen bij de huisartsenpost (HAP) en de spoedeisende hulp (SEH) neemt de druk toe, terwijl niet altijd sprake is van medische urgentie. Het ontbreekt vaak aan de juiste ouderenexpertise bij de huisarts, HAP en SEH.

Wat we beogen

Om de spoed in de ouderenketen te verbeteren, is een grote veranderingsbereidheid van alle professionals nodig om preventief, proactief en samen dichterbij de patiënt en naasten te werken. Ons inziens zou de zorg en ondersteuning van kwetsbare ouderen gericht moeten zijn op:

–          minder verplaatsingen van ouderen in spoedsituaties met aandacht voor eigen wensen en behoeften gericht op kwaliteit van leven;

–          beter informeren van ouderen en naasten over wat er mogelijk is aan ondersteuning en zorg, zodat zij samen met professionals goed geïnformeerde besluiten kunnen nemen over wat wenselijk is;

–          meer ondersteuning in het voortraject, waardoor men een crisis aan kan zien komen en kan voorkomen;

–          het benutten van ouderenexpertise in de thuissituatie en op de SEH door inzet van specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist thuis en geriater op de SEH.

Model

Het model Spoed in de ouderenketen (in ontwikkeling) onderscheidt negen stappen in de patient journey, waarbij de ondersteuning en zorg oploopt. Het model ondersteunt de gedachte waar ons inziens de zorg en ondersteuning op gericht moet zijn: de shift naar preventie en proactieve zorg en ondersteuning als onderdeel van integrale dienstverlening voor persoonsgerichte ouderenzorg. Per stap identificeren we werkende principes die gebaseerd zijn op voorbeelden uit de literatuur en interviews met professionals en experts in de spoed- en ouderenzorg.

Op de hoogte blijven?

Komende tijd vindt er volop ontwikkeling plaats op dit thema. Vilans ziet het als haar taak om hierin samen met partners het goede te doen. Op de hoogte blijven of input leveren? Kijk op www.vilans.nl.

Auteurs: Monique Spierenburg, Barbara de Groen, Annemarie Koopman, Lieke Lovink, Sandra Dahmen (Vilans)

Download het volledige artikel hier:

Duurzame zorg met inzet van ICT

“We kunnen de toenemende zorgvraag niet beantwoorden door op te schalen wat we nu doen. Een andere manier van werken is noodzakelijk.” Aan het woord is Ed Berends. Huisarts en bestuurder bij Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Hij voorziet een belangrijke rol voor ICT bij het duurzaam inrichten van de zorg. Daar invulling aan geven is de ambitie van ICT-partner PharmaPartners, waarmee recent een meerjarig contract werd afgesloten.

“Om te kunnen investeren en innoveren heeft een ICT-leverancier zekerheid nodig”, licht Berends toe. “Dat snap ik, ik maak met de zorgverzekeraar ook liever afspraken voor een langere termijn. Daarom zijn we een meerjarig commitment aangegaan.” Het blijft daarmee mogelijk om een intensievere regionale samenwerking op het gebied van automatisering te realiseren, benadrukt Berends. “Binnen DSP – wat staat voor DOH, SGE en PoZoB – doen we een aantal dingen samen. Met DOH bekijken we of het mogelijk is om op te stomen naar één regiosysteem en PoZoB volgt dat met interesse. De afspraken die we nu hebben gemaakt, bieden ruimte voor de toekomst en zekerheid voor nu.”

eHealth

In de samenwerking met PharmaPartners is al heel wat bereikt, vertelt Berends. “Bijvoorbeeld op het gebied van eHealth. We willen onze patiënten meer invloed geven op hun eigen situatie. Het portaal MijnGezondheid.net helpt daarbij door inzage in het dossier, de mogelijkheid voor eConsults, afspraken maken en het aanvragen van herhaalrecepten. Sinds vorig jaar hebben patiënten ook inzage in hun labuitslagen.” De doorontwikkeling van eHealth komt tot stand in samenspel tussen de zorggroep en PharmaPartners als strategische ICT-partner. “We blijven elkaar prikkelen. PharmaPartners zorgt voor de technische mogelijkheden, wij moeten onze patiënten er goed in meenemen. Al doende leer je.”

Positief

Het toenemend aantal koppelingen tussen Medicom en andere systemen, vindt Berends positief. “Al blijft voor de dagelijkse zorg die met de apotheek het belangrijkste. Het is goed dat PharmaPartners de verbinding maakt met andere partijen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door de beelddiagnostiek van het ziekenhuis te ontsluiten.”

ICT kan de efficiency vergroten met slimme beslisondersteuning, door het vereenvoudigen van administratieve processen en door het optimaliseren van de samenwerking rond en met de patiënt. PharmaPartners geeft daar invulling aan met MedicomSmart (richtlijnondersteuning en casefinding) en Medicom Multidisciplinair (op maat inrichten chronische zorg). “Dat juich ik toe. De kunst voor PharmaPartners is om een balans te vinden tussen snelheid, flexibiliteit en het neerzetten van stevige, generieke oplossingen die werken voor alle zorgaanbieders.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Succesvol farmacotherapeutisch overleg leidt tot efficiënt voorschrijven

De medicatiekosten in de eerste lijn in Asten zijn 600.000 euro lager dan zou mogen worden verwacht van een gemeente met een dergelijke omvang. Nog belangrijker: het voorschrijfbeleid heeft er een hoge kwaliteit. Dit is te danken aan een succesvol FarmacoTherapeutisch Overleg tussen huisartsen en apothekers.

De resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven: de LHV en vier zorgverzekeraars hebben het Astens formularium en een aantal andere formularia aangewezen als lichtende voorbeelden voor de rest van het land. Het gaat nog verder: huisartsen kunnen op basis hiervan sinds dit jaar worden gemeten voor de S3-resultaatbekostiging.

Stroomversnelling

Hoe schrijf ik doelmatig geneesmiddelen voor? Zeker nu sinds anderhalf jaar veel nieuwe COPD-medicatie op de markt is gelanceerd, kan menig huisarts ondersteuning gebruiken bij goede en efficiënte besluitvorming over het type medicijn, de hoeveelheid, sterkte en dosering. Daardoor is de vraag naar een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS)  in een stroomversnelling geraakt. Vier zorgverzekeraars en de LHV hebben afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Zij hebben vijf ‘voorkeursformularia’ uit het land geselecteerd op grond waarvan huisartsen vanaf dit jaar worden beoordeeld door zorgverzekeraars. Een van die formularia is tot stand gekomen in Asten. Daar wordt al dertig jaar gewerkt met een eigen formularium, waarvan het gebruik tot dusver beperkt bleef tot deze Noord-Brabantse gemeente.

Frequent en intensief

Waarom wordt het voorschrijfbeleid van het FarmacotTherapeutisch Overleg (FTO) in Asten zo gewaardeerd? “Dat heeft onder meer te maken met de hoge frequentie en grote intensiteit”, vertelt Gertjan Hooijman, apotheker en eigenaar van Alphega apotheek Asten. “De tien huisartsen en twee apothekers in onze gemeente zijn ook verplicht eraan deel te nemen en samen de sessies voor te bereiden.” Huisarts Cees Kros: “Als een huisarts zich wil aansluiten bij een van de drie Astense praktijken, wordt dit als voorwaarde gesteld. Eenmaal aan dit systeem gewend, wil niemand er meer vanaf.”

Elf keer per jaar komen de huisartsen en apothekers bijeen. Kros: “Telkens staat één ziektebeeld centraal. Stel, er zijn nieuwe geneesmiddelen voor diabetici op de markt gekomen en wij bespeuren daardoor hiaten in het betreffende voorschrijfbeleid, dan gaan één huisarts en één apotheker de ontwikkelingen onder de loep leggen.”

Hooijman: “Huisarts en apotheker stellen een beslisboom op: welk scenario volgen we bij welke diabetes type-2-patiënt? De twee leggen hun bevindingen en de beslisboom voor aan de collega’s. Die discussiëren net zo lang totdat er consensus is over de beste keuzes. De afspraken leggen we vast in een sjabloon dat een plaats krijgt in het elektronisch voorschrijfsysteem van de huisarts.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Schotten weg in de zorg voor hartpatiënten

Het is snel en gemakkelijk gezegd: wij stellen de patiënt centraal en stappen over de lijnen van de gezondheidszorg heen. Niet zelden verwaaien de goede voornemens in de praktijk van alledag. Het Nederlands Hart Netwerk, een samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant, is aan het bewijzen dat het wél mogelijk is.

Cardiologen in Zuidoost-Brabant die een patiënt met boezemfibrilleren via ZorgDomein krijgen verwezen door een huisarts, gaan binnenkort eerst na of al een bloedonderzoek is gedaan en ECG’s zijn gemaakt in de eerste lijn. Zo ja, dan hoeven deze procedures niet nogmaals te worden uitgevoerd. De patiënt blijft extra belasting bespaard en krijgt niet te maken met korting op zijn eigen risico. Bovendien worden kosten voor een onnodige dubbele handeling voorkomen.

Dit is een van de lessen die zijn voortgekomen uit het kwaliteitsmodel van het Nederlands Hart Netwerk (NHN). Het samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant tussen zorgprofessionals uit de eerste, tweede en derde lijn beoogt – op basis van value-based healthcare – de zorgkwaliteit te optimaliseren voor patiënten met een hartaandoening en wil verder de zorgkosten verlagen.

Continu verbeteren

“Het NHN is opgericht in 2014 en operationeel sinds 2016”, zegt projectleider Paul Cremers. “Ons doel is de gezamenlijke zorg voor de patiënt met een hartaandoening continu te verbeteren. De gedachte hierbij is: het kan altijd beter. Daarom hebben we een kwaliteitsmodel ontwikkeld. Twee componenten zijn hierbij belangrijk: multidisciplinaire overleggen – in de vorm van netwerken per ziektebeeld – en de plan-do-check-act-cyclus.”

Pascale Voermans is voorzitter van de raad van bestuur bij SGE, één van de vier betrokken zorggroepen. “Telkens formeren we een werkgroep, ofwel netwerk, rondom een hartaandoening, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. De deelnemende zorgverleners bespreken hoe de zorg voor deze patiënten er volgens hen idealiter uitziet. Hoe zouden zij het proces over de lijnen heen willen vormgeven? Welke patiënten kunnen bijvoorbeeld bij de huisarts blijven en welke moeten worden verwezen naar een cardioloog? We betrekken ook patiënten bij de planvorming. Is het vanuit hun perspectief bijvoorbeeld logisch wat de zorgverleners willen? Uiteindelijk beschrijven we de gewenste aanpak in een transmurale zorgstandaard, waarbij rekening wordt gehouden met de NHG-Standaarden en nationale en internationale landelijke richtlijnen voor cardiologen. De zorgstandaard bestaat onder meer uit uniforme definities, uitkomstindicatoren, initiële condities, beschrijving van het zorgproces en protocollen.” Cremers: “Na ‘plan’ volgen, ‘do’, ‘check’ en ‘act’. We implementeren de afgesproken zorgstandaard, de zorgverleners gaan die uitvoeren en vervolgens worden de uitkomsten gemeten.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Prikkelende visies op de zorg in 2030

Onder de noemer ‘Building the future by building bridges’ organiseerde ABN AMRO een ronde tafel waarin twee teams van jonge zorgprofessionals hun visie op de zorg in 2030 belichtten. Het bleek voer voor stevige discussie over hoe onze zorg er dan uit zal zien.

Hoe ziet onze wereld er in 2030 uit? Mark Schipper van creatief bureau Freshmark signaleerde in een korte introductie een aantal trends die in het antwoord op die vraag nu al richtinggevend zijn. Polarisering bijvoorbeeld. “Er is meer dat ons uit elkaar speelt dan dat ons bindt”, zei hij. Maar ook een groeiende roep om samenredzaamheid door de terugtredende overheid. En: feminisering, flexibilisering van ons leven dankzij internet, robotisering en duurzaamheid. Van de twee teams van jonge zorgprofessionals wilde hij horen welke gevolgen dit voor de zorg van 2030 zou hebben.

Vergaande digitalisering

In de eerste pitch, gepresenteerd door neuroloog in opleiding Shanice Beerepoot – stond digitalisering centraal. Ze vertelde: “In 2030 heb ik lange werkdagen, congressen, een gezin met twee kleine kinderen en dus veel stress. Ik word ‘s nachts wakker met pijn op de borst en wil nú weten wat er aan de hand is. Ik zet mijn VR-bril op en open mijn virtual digital doctor app. Mijn virtuele coach vertelt mij precies hoe ik ervoor sta. Hij geeft mij een gezondheidsprofiel, een leefstijladvies en verwijst mij naar een arts. Die ziet digitaal mijn gegevens en kan ter plaatse beslissen of hij mij live wil zien of kan volstaan met een persoonlijk behandeladvies op afstand.”

Community care

In de tweede pitch, gepresenteerd door Nitika Chouhan, klonk een heel ander geluid. Zij stelde dat de gemeenschap bepaalt hoe de zorg er in de eigen wijk uitziet. “Die zorg moet bottom-up tot stand komen, afhankelijk van wat er in die wijk nodig is. Er ontstaat een vorm van community care waarin de burger ook wordt aangespoord tot een gezonde leefstijl. Het menselijk contact blijft de basis, met ondersteuning van technologie.”

Aan de hand van stellingen werd stevig gediscussieerd over beide pitches.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Data als sleutel voor populatiemanagement

Als de huisarts een sleutelrol wil blijven vervullen in de eerstelijnszorg, is een doorbraak in digitalisering onontkoombaar. HuisartsenOrganisatie Oost-Gelderland (HOOG) is al druk doende om praktisch invulling te geven aan deze waarschuwing uit een recent rapport van Nictiz. HOOG werkt langs diverse lijnen aan populatiemanagement en begrijpt de cruciale rol van ICT – in het bijzonder het huisartsinformatiesysteem – daarin.

Wat gebeurt en verandert er in mijn werkomgeving en hoe krijg ik daar als huisarts zicht op? Deze vraag stelde huisarts Marcel Kerkhoven uit Brummen zichzelf toe hij hoorde van het kabinetsbeleid gericht op het langer thuis laten wonen van ouderen bij toenemende kwetsbaarheid. Kerkhoven kreeg subsidie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om de patiëntdata uit zijn eigen huisartsinformatiesysteem (HIS) van de afgelopen vijf jaar – leeftijd, ziektebeelden, meetwaarden en medicatiegebruik – te verrijken met open data over de inwoners in zijn werkgebied. Doel hiervan is geanonimiseerd inzicht te krijgen in de kwetsbare populatie. “Een proof of concept”, noemt hij het. “Vraag is nog wel of het met het oog op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogelijk is om die gegevens op postcodeniveau over meerdere huisartsenpraktijken heen bij elkaar te brengen om de mensen in de wijk beter in beeld te brengen, de zorg voor die doelgroep te verbeteren en de zorgkosten te verlagen. Ook moeten we nog onderzoeken hoe we die data kunnen koppelen aan de werkvloer en tot gespreksonderwerp voor de huisarts en wijkverpleegkundige kunnen maken. Dan kunnen we die verrijkte data gebruiken om de samenwerking van de huisartsen met de andere zorgaanbieders voor de doelgroep kwetsbare ouderen op wijkniveau verder vorm te geven.”

Inzicht in elkaars data

Die samenwerking is hard nodig, stelt Kerkhoven. “De eerste lijn is versnipperd en er komen steeds meer aanbieders. Dit maakt het lastig om tot afstemming te komen om deze mensen de zorg te bieden die zij nodig hebben.” Zorgverzekeraar Zilveren Kruis financierde een pilot in de regio Zutphen voor veilige digitale communicatie tussen huisartsen en thuiszorg. “Als we dat bewerkstelligen, kunnen we stappen zetten”, zegt Kerkhoven. “Zetten we dan in samenspraak met de huisartsen wijkverpleegkundigen in en zorgen we voor bedden in de wijk in samenwerking met het verpleeghuis, dan hebben we een team dat kwetsbare ouderen kan opvangen als dat nodig is.”

De regio Zutphen, waar Kerkhoven werkt, is een van de regio’s waarin de huisartsen samenwerken binnen HOOG. De andere twee zijn Apeldoorn en Oost-Achterhoek. “Wat Marcel Kerkhoven voor zijn eigen praktijk aan het doen is, proberen wij voor alle aangesloten huisartsen te realiseren”, zegt Jeroen Frequin, directeur van HOOG.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Online apothekersassistent SARA maakt astma- en COPD-zorg compleet

Hoe zorg je ervoor dat een patiënt de juiste informatie krijgt, zonder dat hij of zij het gevoel heeft overvoerd te worden? Dat is de kernvraag waarop Service Apotheek met het SARA-project een antwoord wil bieden. Sinds vorig jaar loopt er een pilot onder patiënten met astma en COPD. Het merendeel van de doelgroep gebruikt de medicatie niet zoals het bedoeld is. Stapsgewijze informatie – online en offline – moet daar verandering in brengen.

De letters SARA staan voor ‘Service Apotheek Raad en Advies’. “Zie het maar als een online assistent”, zegt Petra Hoogland, apotheker en clinical pharmacist bij Service Apotheek. “We hebben gezien dat informatie bij een patiënt het beste overkomt als er een gezicht bij hoort.” Maar de eHealth-toepassing is niet bedoeld om het apothekersproces te vervangen, de kracht zit ‘m juist in de combinatie van face-to-face informatie, telefonisch contact en online hulp. Of zoals Hoogland zegt: “Een apothekersassistent in je broekzak. Niet als stand-alone, maar als ondersteuning van de huidige flow en met input van de patiënt.”

Zorg op maat

Petra Hoogland legt uit: “Patiënten krijgen bij uitgifte in de apotheek uitleg over hun inhalator en hun medicatie. Na vijftien dagen krijgen ze via de mail zeven korte vragen over hun ervaringen, twijfels of eventuele bijwerkingen. Op basis daarvan kan worden bepaald welk contact er verder nodig is. Soms wordt gevraagd of een patiënt nog eens langskomt in de apotheek, sommige vragen kunnen telefonisch beantwoord worden en soms bieden we digitale ondersteuning. Zo kunnen we zorg op maat bieden.” De online omgeving van SARA biedt mogelijkheid tot contact, maar er staan bijvoorbeeld ook inhalatie-instructiefilmpjes in, informatie over gebruik en bijwerkingen van medicijnen, video’s over astma en COPD of de pollenverwachting voor de komende dagen.

Uit het werken met SARA en de zeven mailvragen blijkt dat ongeveer twintig procent van de patiënten moeite heeft met de inhalatie van corticosteroïden en behoefte heeft aan contact met de apotheker. Het handige van SARA is dat het uitfiltert met welke patiënten meer contact nodig is. Je pikt de juiste patiënten eruit en precies op het juiste moment, zo vindt Boudien Mulder-Galama, farmaceutisch consulent bij Service Apotheek Sasburg.

Patiënten reageren positief op het project, vertelt Petra Hoogland. “De pilot is begin 2017 begonnen. Toen deden dertig apotheken mee. Sinds april 2018 werken vierhonderd Service Apotheken met SARA. Nu zijn er achtduizend patiënten geïncludeerd en dat aantal groeit nog steeds.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: