Alle huisartsendossiers ontsloten in 2020

Vanaf 2020 zijn alle huisartsenpraktijken en hun ICT-leveranciers in staat om digitaal informatie uit te wisselen met patiënten. Dat is de doelstelling van OPEN (Ontsluiten Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland). Met dit programma willen InEen, LHV en NHG huisartsen en huisartsenorganisaties ondersteunen en ontzorgen bij het voldoen aan hun wettelijke én maatschappelijke verplichting. Kwartiermaker Bart Brandenburg en InEen-bestuurslid Maarten Klomp vertellen hoe.

Bart Brandenburg startte zijn loopbaan als huisarts en ontwikkelde zich tot een voortrekker in innovatie en eHealth. Maarten Klomp is praktiserend huisarts en oud-zorggroepbestuurder en vertegenwoordigt InEen onder meer in het Informatieberaad Zorg. Twee door de wol geverfde heren dus, met een visie op de inzet van eHealth in de huisartsenpraktijk en kennis van de weerbarstige praktijk.

“Informatie-uitwisseling met patiënten is noodzakelijk als je wilt dat patiënten meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun gezondheid”, legt Klomp uit. “Daarvoor moeten ze het huisartsdossier kunnen inzien, contact met ons kunnen maken en hun eigen data kunnen samenvoegen met de data die wij in onze huisartsensystemen over hen hebben. Daarbij komt nog dat digitale inzage van patiënten in hun dossier vanaf 2020 verplicht is. Met OPEN willen we huisartsen helpen om hier invulling aan te geven.”

OPEN is de evenknie van het VIPP-programma voor ziekenhuizen (Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional). Gefinancierd door VWS worden sectorale afspraken gemaakt en wordt ondersteuning geboden om ervoor te zorgen dat alle Nederlanders digitaal toegang krijgen tot hun medische gegevens. Ook met de GGZ zijn hierover afspraken gemaakt.

Ambitieus

De doelstelling van OPEN is ambitieus: invoering van digitale informatie-uitwisseling bij honderd procent van de Nederlandse huisartsenpraktijken en gebruik daarvan door minimaal veertig procent van de inwoners van Nederland in 2021. Huisartsenpraktijken en ICT-leveranciers zijn al zeker tien jaar bezig met het ontwikkelen van patiëntenportalen en het opschalen van het gebruik daarvan onder patiënten. En hoewel er meer en meer vraag naar lijkt te zijn, neemt de digitale informatie-uitwisseling tussen huisartsenpraktijken en patiënten nog altijd geen enorme vlucht. Waarom zou dat de komende drie jaar wel gebeuren? “Juist omdat er al veel werk gedaan is door leveranciers en huisartsen”, reageert Klomp. “Nieuw is dat ICT-leveranciers van plan zijn tools in te bouwen op basis van landelijke standaarden en dat wij huisartsen gaan helpen om die tools te integreren in de dagelijkse praktijk en het gebruik door patiënten te stimuleren.” OPEN wil ervoor zorgen dat zowel voor leveranciers als voor huisartsen financiering beschikbaar komt om hier invulling aan te geven.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Boezemfibrilleren vroeg in beeld

Eerder en vaker boezemfibrilleren opsporen in de huisartsenpraktijk en daarmee ziekenhuiszorg vermijden. Dat is het doel van twee programma’s waarin wordt gebruikgemaakt van de MyDiagnostick.

“Is er niet iets te bedenken waarmee boezemfibrilleren kan worden vastgesteld in de eerste lijn en waarmee herseninfarcten kunnen worden voorkomen?” Die vraag, bijna tien jaar geleden gesteld door cardioloog Robert Tieleman, heeft een succesvol apparaat opgeleverd: de MyDiagnostick. De medisch specialist uit het Martini Ziekenhuis vertelt: “Ik schat dat hiermee tussen april 2015 en januari 2017 325 keer boezemfibrilleren is gevonden in huisartsenpraktijken in Groningen en delen van Friesland en Drenthe. Bovendien bleek van 350 mensen bij wie al boezemfibrilleren bekend was, dat zij extra antistolling nodig hadden.”

Eerder aan het licht

MyDiagnostick is een klein, staafvormig apparaat dat de polsslag meet en een hartfilmpje maakt. Tieleman: “De eerste grootschalige test was in tien huisartsenpraktijken waar senioren de griepprik kwamen halen. Senioren hebben een verhoogde kans op boezemfibrilleren, omdat onder hen vaak CVRM of diabetes mellitus voorkomt. En wat bleek? Bij anderhalve procent van de deelnemers leverde de vroegdiagnostiek de diagnose ‘boezemfibrilleren’ op.”

Dat was het sein voor een grootschalige uitrol vanaf 2015. Vele partijen maken deel uit van de Keten Atriumfibrilleren*. Tieleman: “Inmiddels doen al 160 huisartsenpraktijken in de provincie Groningen mee, die een gezamenlijke populatie hebben van 108.000 65-plussers. Patiënten met CVRM of diabetes mellitus krijgen de MyDiagnostick aangeboden. Kleurt die rood? Dan zoekt de POH via een digitaal consult contact met een cardioloog ter bevestiging van de diagnose en voor een behandeladvies. Dat heeft drie effecten. Eén: een patiënt heeft boezemfibrilleren en kan dankzij contact tussen eerste en tweede lijn bij de huisarts blijven. Twee: dankzij het goede contact tussen eerste en tweede lijn is voor sommige patiënten geen ziekenhuiszorg meer nodig, zij gaan terug naar de huisarts. En drie: ziekenhuizen krijgen eerder patiënten in beeld die wel degelijk ziekenhuiszorg nodig hebben.”

Kosten

Luc Theunissen, cardioloog in het Máxima Medisch Centrum, locatie Veldhoven, noemt Tieleman een voortrekker. Mede naar aanleiding van de ervaringen in de noordelijke provincies is onlangs een soortgelijk programma van start gegaan in Zuidoost-Brabant. “Een CVA is verschrikkelijk voor de patiënt én kost de samenleving gemiddeld 30.000 euro aan medische zorg en zaken als aanpassingen in de woning. Wij verwachten bij een optimale uitrol van ons project jaarlijks ruim honderd CVA’s te voorkomen, dus tel uit je winst”, aldus Theunissen.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Deskundig oogheelkundig advies bij de optometrist

Toenemende tekorten op de arbeidsmarkt bij een alsmaar groeiende vraag, dat leidt tot verstopping van zorg. In de oogheelkunde is dat geen schrikbeeld voor de toekomst, maar dagelijkse realiteit. In de regio Rotterdam werken huisartsen, optometristen en oogartsen samen in het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde om mensen zo snel mogelijk de juiste zorg te bieden. De optometrist ‘om de hoek’ onderzoekt en diagnosticeert alle niet acute oogklachten en de oogarts kijkt op afstand mee. De huisarts blijft via Ksyos en een terugkoppeling in het huisartsinformatiesysteem volledig op de hoogte.

“Een half jaar tot een jaar wachten tot je terechtkunt bij de oogarts, dat kan natuurlijk niet. Daarom is het goed dat we hier in de regio het Zorgpad Oogheelkunde hebben ingericht met Ksyos en het Optometristen Collectief Rijnmond.” Aan het woord is Willem Maat, oogarts in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. Door vergrijzing, toename van het aantal diabetespatiënten en een tekort aan oogartsen lopen de wachttijden steeds verder op. Door inzet van het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde neemt de druk op de specialistische zorg af. De huisarts verwijst niet acute oogklachten namelijk naar de optometrist in de buurt, in plaats van naar de specialist in het ziekenhuis. “De optometrist kan een patiënt binnen enkele dagen al zien”, vervolgt Maat. “En het is ook nog eens dicht bij huis. Naar schatting hoeft zestig procent van de patiënten die de optometristen zien niet naar ons verwezen te worden.”

Snel en makkelijk

In de regio Rijnmond loopt het Zorgpad Oogheelkunde inmiddels ruim vijf jaar, er zijn meer dan 25.000 patiënten geïncludeerd. “Het is een fantastisch mooi systeem”, vindt Maat. “Optometristen hebben alle apparatuur in huis om ogen goed te meten en foto’s te maken. De uitslagen en conclusies krijg ik via het Ksyos EPD. In de tijd dat ik op de poli drie mensen zie, kan ik via Ksyos tien patiënten bekijken.”

In de praktijk verwijst de huisarts of POH een patiënt direct vanuit het HIS door naar de optometrist voor een geprotocolleerd oogonderzoek. Het Zorgpad Oogheelkunde wordt geregistreerd in het beveiligde online Ksyos EPD en op afstand voorgelegd aan de oogarts als Oogheelkunde Consult. De oogarts heeft een maximale reactietermijn van twee werkdagen, maar reageert gemiddeld binnen vijf uur. Uitslagen, bevindingen, diagnose en het advies van optometrist en oogarts worden via hetzelfde Ksyos EPD en via een edifact-bericht naar het HIS gedeeld met de huisarts. De optometrist deelt de uitslag met de patiënt en initieert het vervolgtraject.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

“Mijn GezondheidsPlatform staat aan het begin van een reis”

Patiënten willen en krijgen steeds meer regie over hun eigen gezondheid. Zij willen hun gezondheid digitaal managen. En dat kan. Zoals een HIS de huisartsenpraktijk ondersteunt en een KIS de ketenzorg, zo ondersteunt Mijn GezondheidsPlatform (MGP) de patiënt of cliënt. Maar er is nog veel meer mogelijk. De komende tijd bouwt de Promedico Groep MGP uit naar een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) met talloze mogelijkheden.

“De Promedico Groep richt zich op het ondersteunen van geïntegreerde zorg en daar hebben cliënten en burgers een belangrijk aandeel in”, zegt Yolanda Kollee. Zij is manager Implementatie & Support bij Care2U, onderdeel van de Promedico Groep, en ontwikkelaar van MGP. “De wereld verandert razendsnel. Ontwikkelingen binnen zelfmanagement, zelfservice en zelfredzaamheid zetten de komende jaren sterk door. Een digitale omgeving is van groot belang bij het ondersteunen, stimuleren en activeren van burgers en cliënten. De markt daarvoor is aan het ontstaan. Dit is het gouden moment om een nieuw platform te ontwikkelen. We staan aan het begin van een reis en het mooie is: iedereen reist mee.”

Dieet en data

Paul Borchers (83) en Truus Borchers-Coenen (80) uit Bladel laten zien dat er nu al een stevige basis ligt. Vooral Paul Borchers, die vroeger technicus was, is een fanatiek gebruiker van MGP: “Ik heb hartklachten gehad en problemen met mijn lever. Sinds een jaar heb ik MGP om mijn meetwaarden in de gaten te houden, onder andere om me voor te bereiden voordat ik naar de huisarts of praktijkondersteuner ga.” Terwijl hij vertelt, gaat de telefoon. ‘Aan de lijn’ is MGP om hem te waarschuwen dat het tijd is voor zijn medicijnen. Daarnaast volgt het echtpaar Borchers een afvalprogramma, ondersteund door MGP. “Ik kreeg vandaag een smiley omdat ik zes kilo ben afgevallen”, vertelt hij. Maar het belangrijkst is het managen van het dieet en de data van Truus Borchers. “Zij heeft diabetes type 2. Het is belangrijk dat we haar bloedsuikerwaarden in de gaten houden. Ze is nu zodanig afgevallen dat we een bericht kregen dat ze twee tabletten minder kan nemen.”

Regio-oplossing

Mooie eerste stappen, maar MGP wil meer. “We willen nog meer interactie rondom persoonlijke gegevens met bijvoorbeeld wearables, glucosemeters en apps, die data leveren om via het platform samen met je zorgverleners je zorg te managen”, zegt Yolanda Kollee. “Daarom zetten we de komende tijd een volgende stap in het ontwikkelen van functionaliteiten.” Met de doorontwikkeling van MGP naar een PGO sluit Care2U aan op het MedMij-programma.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Direct toegang tot ziekenhuisdiagnostiek vanuit de huisartsenpraktijk

Voor het leveren van goede zorg hebben zorgverleners actuele, complete en betrouwbare informatie nodig over de patiënt. PharmaPartners is hierin al veertig jaar de ICT-partner van samenwerkende huisartsen en apotheken. Omdat steeds meer mensen zowel door de specialist in het ziekenhuis als door hun eigen huisarts worden behandeld, is het van belang dat ook zij alle relevante patiënteninformatie delen. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation maken dat mogelijk door het huisartsinformatiesysteem Medicom en het ziekenhuissysteem met elkaar te verbinden.

De huisarts is de spil in de zorg ‘dicht bij huis’. Om patiënten goed te kunnen begeleiden op hun pad door de zorg, is betrouwbare informatie-uitwisseling met alle zorgverleners rondom hun patiënten van groot belang. “Iedere zorgregio richt die samenwerking op zijn eigen manier in. Als toonaangevende leverancier binnen de eerstelijnszorg-ICT is het onze missie om alle vormen van samenwerking optimaal te ondersteunen. Dat doen we met eigen zorgsystemen en e-healthtoepassingen én door slimme verbindingen te maken met andere platforms en systemen”, vertelt Piet Hein Knoop, manager innovatie van PharmaPartners Huisartsenzorg.

Stap voorwaarts

Het ontsluiten van ziekenhuisinformatie voor huisartsen is een grote stap voorwaarts. Het is al langer mogelijk om verwijsinformatie te delen, maar huisartsen hebben in de meeste regio’s nog geen directe toegang tot bijvoorbeeld bloedbepalingen, röntgenfoto’s en andere beelddiagnostiek die in opdracht van een specialist is uitgevoerd. PharmaPartners Huisartsenzorg en VANAD Enovation brengen daar samen op landelijk niveau verandering in.

Systemen laten ‘praten’

“Via onze dienst ZorgMail krijgt de huisarts nu al uitslagen binnen van ziekenhuizen. In aanvulling daarop maken we met Medicom een zogenaamde XDS-koppeling voor gegevensuitwisseling. Hierdoor kan het huisartsinformatiesysteem ‘praten’ met het ziekenhuisinformatiesysteem en kan de huisarts direct vanuit het patiëntendossier in Medicom informatie opvragen van het ziekenhuis”, legt Marcel van der Velden, vice president sales bij VANAD Enovation, uit. Die uitwisseling verloopt via een platform van VANAD Enovation (xdsConnect), waarop ieder ziekenhuis en iedere zorgpraktijk kan aansluiten. Hiervoor wordt de internationale standaard XDS gebruikt, dat alle Nederlandse ziekenhuizen gebruiken. Medicom is het eerste huisartsinformatiesysteem dat direct via XDS gaat communiceren.”

De opvraagfunctie voor huisartsen komt op korte termijn beschikbaar in Medicom. Daaropvolgend maken PharmaPartners en VANAD Enovation het voor specialisten in het ziekenhuis mogelijk om relevante informatie uit het huisartsendossier op te halen.

Download het volledige artikel hier:

Betere zorg en minder kosten met anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat

Sinds 1 januari 2018 heeft Zuid-Limburg een anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat. Kaderhuisarts Ramon Ottenheijm, orthopeed Patrick Deckers en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg zien twee middagen in de week patiënten met complexe schouderklachten. Die zouden anders naar het ziekenhuis verwezen worden. Verwijzing naar het anderhalvelijnsspreekuur bespaart zorgkosten én levert goede kwaliteit van zorg op.

Patrick Deckers, orthopeed in het Zuyderland ziekenhuis, heeft net samen met Ramon Ottenheijm, kaderhuisarts Bewegingsapparaat, een echo bestudeerd van een patiënt met complexe schouderklachten. “Je ziet dan een dynamisch proces”, vertelt Deckers. “Voor mij betekent het een verdieping van mijn kennis. In het ziekenhuis ontbreekt veelal de tijd voor een functionele beoordeling van de echo. Zelf maak ik ook geen echo’s. Ramon is als kaderhuisarts gespecialiseerd in echografie. Het is fijn om samen de tijd te hebben om de schouderbeweging op een echo te bestuderen. Dat maakt veel duidelijk over de aard van de klacht.”

Sinds 1 januari 2018 draaien Deckers, Ottenheijm en fysiotherapeuten van fysiotherapiepraktijken Sportho en FysioStofberg samen het anderhalvelijnsspreekuur Bewegingsapparaat, een samenwerking van de Zuid-Limburgse huisartsenorganisaties MCC Omnes en Huisartsen OZL, zorgverzekeraar CZ en ziekenhuis Zuyderland. Op donderdagmiddag houden ze spreekuur bij Meditta Medisch Centrum in Echt, op vrijdagmiddag bij Pluspunt Medisch Centrum, een anderhalvelijnscentrum in de Oostelijke Mijnstreek.

Substitutiepilot

Het anderhalvelijnsspreekuur komt voort uit de substitutiepilot Bewegingsapparaat die Ottenheijm december 2017 heeft afgerond. Tijdens deze driejarige pilot zag Ottenheijm patiënten die anders door zijn collega-huisartsen verwezen zouden worden naar de orthopeed. De uitkomsten van de pilot lieten een hoog substitutiepercentage zien. 85 procent van de patiënten hoefde niet te worden doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ook de patiënttevredenheid was hoog. Ottenheijm: “Patiënten vinden het prettig dat ze bij een gespecialiseerde huisarts terechtkunnen, dicht in de buurt. Bovendien had ik meer tijd voor hen dan de orthopeed in het ziekenhuis. Ik had een half uur per consult, hij slechts vijftien minuten.”

Dezelfde taal spreken

De pilot in Zuid-Limburg was zo succesvol, dat deze per 1 januari 2018 is opgeschaald naar alle huisartsen in de regio. Ottenheijm: “In deze follow-up doen we het anderhalvelijnsspreekuur met zijn drieën, de orthopeed, de kaderhuisarts en de fysiotherapeut. We zitten allemaal in hetzelfde gebouw. De orthopeed heeft chirurgische kennis, de kaderhuisarts heeft een generalistische blik en is gespecialiseerd in de echografie en de fysiotherapeut beheerst als geen ander het lichamelijk onderzoek. Zo versterken we elkaar.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Geen one-size-fits-all in de zorg-ICT

Huisarts Peter Smink heeft uitgesproken ideeën over het gebruik van ICT in zijn eigen praktijk, in zorggroepen, maar ook bij ketenpartners en andere betrokken zorgverleners. “ICT mag niet onze manier van werken bepalen, dat moet andersom”, stelt hij. Integratie, standaardisatie en een modulaire aanpak bieden oplossingen. De eerste bouwstenen worden nu gelegd. Samenwerking tussen alle partijen speelt hierbij een cruciale rol.

“Het ideaal is een volledig geïntegreerd dossier per patiënt, waar elke professional zijn of haar eigen stukjes in schrijft”, vindt Smink. “Dat dossier moet ook altijd beschikbaar zijn voor de juiste professionals en uiteraard voor de patiënt zelf.” Smink is zich ervan bewust dat zijn ideaal om een cultuuromslag vraagt. Nu nog werkt iedereen met eigen, autonome systemen. Hoe breng je die bij elkaar? Dat kan alleen als ICT-aanbieders open zijn in alles wat ze doen, regionaal samenwerken aan geïntegreerde systemen en persoonlijke zorg voorop stellen.

Geïntegreerde zorgoplossing

De sleutel ligt niet bij het Landelijk Schakelpunt (LSP), denkt Smink. “Dat is vooral een telefoonboek.” Het echte probleem is dat alle HIS’en en KIS’en losse databases zijn. Als die allemaal hetzelfde bronbestand hadden, dan zou dat enorme voordelen opleveren, vindt Smink, met name voor het bekijken en bewerken van gegevens. Dat vraagt om een geïntegreerd zorgsysteem. Daarom nam de Promedico Groep het initiatief om in Nederland centrale voorzieningen te realiseren: één organisch, open systeem waarbij alle leveranciers samen verantwoordelijk zijn voor gemeenschappelijke tussenliggende componenten die de informatiesystemen van verschillende zorgverleners met elkaar verbinden. Zo kan sneller worden ontwikkeld, blijven de kosten laag en voldoet alles aan één standaard, waardoor het voor alle partijen makkelijk is om aan te sluiten.

KIS in HIS

Promedico’s module ‘slimme vragenlijsten’ is een eerste stap, geeft Peter Smink aan. Dit is het eerste onderdeel van KIS in HIS: KIS-functionaliteiten zijn beschikbaar vanuit het HIS. Huisarts en POH werken in het huisartsinformatiesysteem en beschikken tegelijkertijd over alle opties om persoonsgerichte zorg te bieden én optimaal samen te werken met andere zorgprofessionals rondom de patiënt. Smink is enthousiast: “De module biedt de mogelijkheid om zaken zoals temperatuur, longfunctie, bloeddruk structureel in grafieken vast te leggen en de situatie in de tijd te volgen.”

KIS in HIS is een mooie opstap naar integrale netwerken. Die hebben één basis, maar zijn geen one-size-fits-all, vat Smink samen. “Want iedereen wil net wat anders. Kijk maar naar pc’s, laptops of telefoons. De interface is hetzelfde, maar iedereen kiest eigen apps. Zo moeten we informatiesystemen in de zorg ook gaan inrichten.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

De kortste weg naar het juiste eerstelijnsbed

Het eerstelijnsverblijf wordt sinds een jaar bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet en ingekocht door zorgverzekeraars. Zorgregio’s zijn hiermee ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan. Het inrichten van nieuwe werkwijzen bij verwijzing en indicatiestelling en het op orde brengen van de capaciteit zorgt voor de nodige hoofdbrekens. Maar het biedt ook ruimte voor het intensiveren van de multidisciplinaire samenwerking en mooie innovaties, vertelt Jolanda Buwalda, bestuurder bij zorgorganisatie Omring.

Omring werkt voor de invulling van het eerstelijnsverblijf nauw samen met HKN Huisartsen en Zorgkoepel West-Friesland. Het urgentiebesef nam toe na een bezoek van voormalig VWS-minister Edith Schippers aan de regionale ziekenhuizen in januari 2017, vertelt Buwalda. “Wij werden betrokken omdat de spoedeisende hulp de aanloop niet aankon. De vraag was of we medestander konden worden om dit samen in goede banen te leiden.”

Omring pleegde drie interventies. Er werd een wijkverpleegkundige op de SEH gezet, ook overdag. Deze buigt zorgvragen om van spoedeisende hulp naar zorg thuis. Ook op de huisartsenpost vangt een wijkverpleegkundige de verpleegkundige vragen af voor de huisarts. En tot slot heeft Omring de hoogcomplexe eerstelijnsbedden geclusterd op een eigen herstelafdeling in het ziekenhuis, zodat de ziekenhuisafdelingen direct kunnen verwijzen naar de hoog complexe herstelbedden van Omring.

Centraal triageteam

Alle regionale aanvragen voor eerstelijnsbedden, ook die van het ziekenhuis, worden sinds maart 2017 beoordeeld door een centraal triageteam. Dit voorkomt onder meer scheefgroei tussen opnames vanuit het ziekenhuis en vanuit de thuissituatie. Buwalda: “Een wijkverpleegkundige met een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht bepalen in overleg met de huisarts of behandelaar of een patiënt thuis verzorgd moet worden of een ELV-opname noodzakelijk is en of het gaat om een hoog complex of laag complex bed. Dat gebeurt op basis van het LHV-triagemodel. Met de inzet van wijkverpleegkundigen en het beter organiseren van de toegang tot herstelzorg, lossen we dus niet alleen de druk op de SEH en de HAP op, maar ook het verkeerd gebruik van bedden.”

Bedden-app

Wat daar eveneens bij helpt, is de door Omring ontwikkelde bedden-app. “We hebben samen met collega-zorgorganisaties alle eerstelijnsbedden geïnventariseerd. Vervolgens hebben we een app ontwikkeld waarmee we de logistiek regelen. Alle aanbieders plaatsen hierin hun voorraad bedden, zodat verwijzers kunnen zien waar plek is. De informatie wordt iedere dertig minuten ververst, waardoor er bijna realtime zicht is op de beschikbaarheid van bedden in Noord-Holland Noord en West-Friesland. De verwijzingen blijven wel via het triageteam lopen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: