Persoonsgericht consult in de chronische zorg

Zorggroep DOH in Eindhoven is al enkele jaren actief bezig met de omslag naar meer persoonsgerichte zorg. Toch viel er nog wat te verbeteren aan de consultvoering in de chronische zorg. In samenwerking met de huisartsopleidingen in de regio werd een project gestart om het zelf ontwikkelde consultmodel Persoonsgerichte Chronische Zorg tussen de oren te krijgen van praktijkondersteuners, huisartsen en huisartsen in opleiding. Met succes.

Steeds vaker valt de term persoonsgerichte zorg, ook in de regio Eindhoven. Ervaringen met het SeMaS-project bij zorggroep DOH leerden dat de consultvoering in de chronische zorg nog persoonsgerichter kan. De juiste inzet van consultvaardigheden kan hieraan bijdragen. Bovendien bleek dat een chronisch consult anders is dan een regulier huisartsconsult, doordat er meestal geen directe hulpvraag is bij de patiënt. Dat was aanleiding voor een project waarbij niet alleen praktijkondersteuners, maar ook huisartsen en huisartsen in opleiding werden getraind in het persoonsgericht werken binnen het chronisch consult. Daarbij werd gebruikgemaakt van het consultmodel Persoonsgerichte Chronische Zorg, dat in de regio is ontwikkeld. Dit was een gezamenlijk project van zorggroep DOH en de huisartsopleidingen Nijmegen en Maastricht, die beiden een dependance in Eindhoven hebben.

Een win-win situatie

Het betrekken van zowel huisartsen (in opleiding) als praktijkondersteuners stimuleert het interprofessioneel leren en samenwerken in de praktijk. In het project volgden de zorgverleners een zogenaamde interprofessionele training en vervolgens deden zij twee videofeedbacksessies op de eigen praktijk in een periode van een jaar. Dit gebeurde onder leiding van een docent van de huisartsopleiding Eindhoven. Tussen de sessies door konden de huisartsen (in opleiding) en praktijkondersteuners activiteiten ondernemen om kennis over consultvoering en chronische zorg uit te wisselen en zo van elkaar te leren.

Resultaten

Een ruime meerderheid van de deelnemers gaf na het project aan dat de consultvoering binnen de chronische zorg is veranderd. Veranderingen zijn onder andere het opstellen van een gezamenlijke agenda aan het begin van het consult en het meer uitgaan van wat voor de patiënt belangrijk is. Zestig procent van de deelnemers gebruikt het consultmodel regelmatig. Het reflecteren op de eigen consultvoering in een veilige setting blijkt zeer waardevol. Leerzaam was ook dat huisartsen konden zien op welke manier hun praktijkondersteuner te werk ging in de spreekkamer en andersom. Hoe de deelnemers deze interprofessionele manier van leren en samenwerking hebben ervaren is middels focusgroepen onderzocht door het Radboudumc. Deze resultaten worden begin 2018 verwacht.

Auteurs: Petra Wopereis (huisartsopleiding Radboudumc), Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

Incident melden over muren heen

Heeft een huisarts niet vanuit het ziekenhuis vernomen dat de medicatie voor een patiënt is gewijzigd sinds de opname? In Utrecht kunnen zorgverleners dit soort – mogelijk riskante – zaken kenbaar maken via transmuraal incident melden. Het doel: leren van elkaar en zo komen tot betere en veiligere zorg.

Van de tien patiënten die de overgang maken van de eerste naar de tweede lijn of vice versa, is er bij twee tot vijf sprake van een transmuraal incident. Deze zorgwekkende cijfers worden bevestigd in nog lopend onderzoek door de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht in het Transmuraal Incident Preventie Programma (TIPP). Een van de interventies hierbinnen was het instellen van transmuraal incident melden (TIM), dat van start ging in 2016. De initiatiefnemers zijn het UMC Utrecht, het Diakonessenhuis en de coöperatie Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Het TIM-proces is geautomatiseerd en geborgd met behulp van een applicatie die is ontwikkeld in samenwerking met softwareleverancier The Patient Safety Company. Angelien Borgdorff, bij HUS actief als programmamanager ouderen- en transmurale zorg, is een van de grondleggers. Zij heeft er ook de functie van TIM-regisseur.

Leren van incidenten

Borgdorff: “Het hoofddoel van TIM is dat de patiënt betere en veiligere zorg krijgt. Als bijvoorbeeld een huisarts of apotheker meldt dat hij geen geactualiseerd medicatieoverzicht heeft ontvangen na het ziekenhuisontslag van een patiënt, kunnen we actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hij er voortaan wél van op de hoogte wordt gebracht door het ziekenhuis. We willen leren van incidenten en op basis van stuurinformatie komen tot betere zorgkwaliteit.”

HUS is in januari 2016 begonnen met meldingen door huisartsen en praktijkondersteuners over incidenten tussen ziekenhuis en thuis. Later is dat uitgebreid met VVT-instellingen, apothekers en een huisartsenlaboratorium. Sinds dit jaar hebben ook zorgverleners uit ziekenhuizen de mogelijkheid meldingen te doen.

Hoe werkt het?

Een zorgverlener in de eerste lijn is ongeveer vijf minuten kwijt aan het doen van een digitale melding. Als TIM-regisseur bij HUS ontvangt Angelien Borgdorff de melding, waarna zij een samenvatting maakt en deze doorstuurt naar de TIM-regisseur van de betreffende zorginstelling. Afhankelijk van het risico van de melding wordt bepaald of een analyse nodig is. Laag-risico-meldingen worden gebruikt voor trendanalyses; op hoog risico-meldingen wordt een analyse uitgevoerd.

Zijn er al resultaten te melden? Borgdorff: “Het is te vroeg om te beoordelen of TIM leidt tot betere en veiligere zorg. Maar we kunnen al wel zeggen dat het bewustzijn vergroot is onder zorgverleners.”

Auteurs: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Kernteam rondom kwetsbare oudere in West-Brabant

Het doel is mooi: ervoor zorgen dat 27.000 kwetsbare ouderen in West-Brabant op een prettige manier thuis kunnen blijven wonen zolang dit mogelijk en wenselijk is. Het middel is veelbelovend: een huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige en specialist ouderengeneeskunde die zich rondom een senior scharen en zo een ‘kernteam ouderenzorg’ vormen.

“Omdat wij het gaan dóen. Omdat we geen tijd te verliezen hebben. De spoedposten en huisartsenposten lopen hier vol met kwetsbare ouderen. Het is de hoogste tijd om de zaken preventief nét wat beter te regelen en de druk te verlichten.”

Dominiek Rutters klinkt resoluut wanneer haar wordt gevraagd waarom de zorg voor kwetsbare ouderen in West-Brabant binnen afzienbare tijd snel en grootschalig zal zijn gestroomlijnd. “Natuurlijk, ‘de kwetsbare oudere centraal’ en ‘professionals die hun werkzaamheden op elkaar afstemmen in het belang van de senior’ zijn ideeën die elders in het land ook worden uitgevoerd”, zegt de programmamanager van Verbonden in Zorg. “Maar vaak gaat het om relatief kleinschalige initiatieven en blijkt het lastig te zijn om grote stappen te zetten. In West-Brabant heeft zich afgelopen zomer een groot aantal partijen achter één uniforme programmatische werkwijze geschaard (zie ook www.verbondeninzorg.nl, red.). Daarom hebben we er vertrouwen in dat het ons gaat lukken. Over anderhalf jaar willen we een groot deel van de kwetsbare ouderen – uit een totale populatie van 27.000 75-plussers – goed in beeld hebben en de benodigde ondersteuning en zorg bieden via een kernteam ouderenzorg.”

Overzicht bij één persoon

Evenals elders in het land is er in West-Brabant een sterke behoefte aan een slagvaardig netwerk van zorg en welzijn rondom kwetsbare en thuiswonende ouderen. Rutters: “Voor de hulp aan kwetsbare ouderen is deskundigheid nodig van verschillende organisaties en professionals. Wij streven ernaar dat die zorg niet versnipperd is, maar één geheel vormt. Een oudere niet te merken dat veel verschillende mensen voor hem zorgen. Neem de huisarts. Die is vaak primair verantwoordelijk voor de medisch-inhoudelijke zorg, maar iemands eenzaamheid kan hij niet oplossen. Het aanbod hiervoor wordt elders vanuit de wijk verzorgd, bijvoorbeeld via de gemeente. Eén persoon moet het overzicht hebben over de behoeften van een kwetsbare oudere én het beschikbare aanbod, om daarna in overleg met de anderen alles aan elkaar knopen.”

Die ene persoon is vaak de wijkverpleegkundige, doorgaans in dienst bij een organisatie die thuiszorg biedt. Soms kan het ook de praktijkondersteuner van de huisarts zijn. Samen met een huisarts en specialist ouderengeneeskunde vormen zij het kernteam ouderenzorg rondom een kwetsbare oudere.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Organisatorische uitdagingen in de huisartsenpraktijk

De organisatie van de huisartsenpraktijk verandert en professionals moeten daarin mee. Maar hoe verleid je hen om samen te werken in de zorg voor patiënten die niet genoeg hebben aan een incidentele benadering? De Eerstelijns analyseert.

De huisartsenzorg ontwikkelt zich in een rap tempo. De huisartsenzorg blijft in de basis generalistische, persoonsgerichte zorg, maar de profielen van patiënten veranderen door externe ontwikkelingen. Op basis van onderzoek door de Universiteit van Maastricht bij een zorggroep in Drenthe is vastgesteld dat ongeveer een derde van de patiënten van de huisarts een of meer van de 28 meest voorkomende chronische aandoeningen heeft. Dat betekent dat twee derde van de patiënten in principe met enkelvoudige klachten bij de huisarts komt.

Voor deze enkelvoudige of incidentele patiënten is het werk van de huisarts en doktersassistente het minst veranderd. De een derde complexe chronische patiënten in de huisartsenpraktijk vraagt echter steeds meer aandacht en neemt in omvang toe. De schotten tussen Zorgverzekeringswet (Zvw), Wlz en sociaal domein leveren bovendien coördinatie- en afstemmingsvraagstukken op. De organisatie van de huisartsenpraktijk staat hierdoor onder druk en dat blijft niet onopgemerkt: er is inmiddels consensus over de financiering voor Organisatie & Infrastructuur in de huisartsenzorg en eerstelijnszorg.

Organisatieniveau

Het belangrijkste criterium voor het inrichten van de organisatie en infrastructuur van eerstelijnszorg is het niveau waarop de ondersteuning van professionals vorm en inhoud krijgt. Op wijk- of op operationeel niveau is hierbij onderscheid te maken tussen de focus op monodisciplinaire huisartsenzorg en op multidisciplinaire wijkzorg. Hierbij gaat het primair om de afstemming rondom de patiënt. Een deel van die afstemming moet, vanwege de schaal of de wijze waarop andere belangrijke stakeholders georganiseerd zijn, op regionaal niveau worden afgestemd.

Bij de organisatie van de praktijkvoering is er een verschil tussen incidentele en complexe, chronische patiënten. Bij incidentele patiënt zijn de doktersassistent en de huisarts vooral betrokken. Voor complexe, chronische patiënten met comorbiditeit zijn de praktijkondersteuners het eerste aanspreekpunt en er zijn meerdere externe professionals betrokken. Het is voor de huisarts onmogelijk om alle voor de zorg relevante netwerken te kennen en onderhouden. Door de toename en complexe problematiek van deze groep patiënten, neemt de ervaren werkdruk van de huisarts toe.

Samenhang

Enerzijds is een huisarts erbij gebaat om de zorg voor twee derde van de patiënten traditioneel te organiseren. Anderzijds vragen de complexe en chronische patiënten meer afstemming en coördinatie. Daarbij moet een huisarts samenwerken met andere huisartsen en disciplines. In een dergelijk samenwerkingsverband (zorggroep, gezondheidscentrum of HAGRO) zal een evenwicht moeten zijn tussen de lusten en de lasten die men ervaart van deelname. Organisatie & Infrastructuur (O&I) zijn noodzakelijk en niet meer weg te denken uit de eerstelijnszorg. Dat de huisarts daarin centraal staat, is logisch: de huisarts is de spil in de zorg en de enige discipline die niet of nauwelijks concurreert. Andere disciplines zullen geleidelijk functioneel aansluiten in een regionaal netwerk. Het is bij de uitwerking van de module O&I de kunst om een goede samenhang op lokaal (operationeel) en regionaal (beleidsmatig) niveau te creëren.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Aan de slag met ‘samen beslissen’

De in 2015 gepubliceerde Handreiking gezamenlijke besluitvorming geeft praktische handvatten voor persoonsgerichte zorg. De implementatie daarvan is in de praktijk niet altijd makkelijk. Om zorgprofessionals te helpen, ontwikkelden InEen en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een leergang. “Het gaat erom dat het behandelplan meer van de patiënt zelf wordt”, aldus huisarts en projectleider Ilonka Brugemann.

“Persoonsgerichte zorg is het antwoord op bewegingen in de maatschappij en in de zorg”, vervolgt Brugemann. “Op een verandering in aandoeningen en een verandering van de betrokkenheid van patiënten. Er is meer te kiezen en veel mensen willen betrokken worden. Preventie en behandeling vragen in toenemende mate een inspanning van patiënten zelf. Daarom is het van belang dat zij zich herkennen in het behandelplan.”

Samen beslissen

De Handreiking gezamenlijke besluitvorming is een praktische uitwerking van het model voor gedeelde besluitvorming dat is ontwikkeld door InEen, NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en het Zorginstituut Nederland. Brugemann: “Tijdens de leergang leren de deelnemers hiermee te werken en ‘samen beslissen’ echt in de praktijk te brengen.“

De leergang bestaat uit een basisdeel van twee dagdelen voor duo’s: huisarts en POH. Na de basistraining kunnen de deelnemers individueel inschrijven op een vervolgtraining. Er is keuze uit ‘De coachende professional’ en ‘Persoonsgericht werken in de keten’.

Leuker

Huisarts Leonie Tromp en POH Anne-Marie Daniëls van Horus Huisartsenzorg in Tilburg dachten vanuit Zorggroep RCH Midden-Brabant mee in het praktijkpanel en namen deel aan de pilot. Ze vinden het positief dat huisartsen en POH’s uitgenodigd worden om samen deel te nemen aan de cursus. “Het is essentieel dat je dit binnen de praktijk samen doet en van elkaar snapt waar je het over hebt. Zeker als je net start met deze manier van persoonsgericht werken.” Dat het niet altijd makkelijk is om tijd vrij te maken voor scholing, snappen ze ook. “De werkdruk bij huisartsen is op dit moment ontzettend hoog. Maar ‘samen beslissen’ maakt je werk een stuk leuker. Daarom raad ik iedereen aan toch tijd vrij te maken en zo’n training te doen.”

Meetlat

De training is onderdeel van een breder plan voor de implementatie van persoonsgerichte zorg, vertelt Ilonka Brugemann. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een checklist voor persoonsgerichte zorg. Een soort meetlat die organisaties kunnen gebruiken om te zien waar ze staan. Zonder dat dit een nieuwe ‘vink’ mag worden trouwens. Daarnaast bekijken we welke plek persoonsgerichte zorg nu in de opleidingen heeft en wat daaraan kan worden verbeterd.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Verleden, heden en toekomst van organisaties in de eerstelijnszorg

De eerstelijnszorg is sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 een steeds belangrijker onderdeel van het zorgsysteem in Nederland. Hoe is die ontwikkeling verlopen en wat brengt de toekomst voor de eerstelijnszorg? Een inventarisatie met een reflectie van één van de key note speakers van de InEen Tweedaagse  op 28 en 29 september: Michel van Schaik.

De eerstelijnszorg is geen hard gedefinieerd begrip. Het is een containerbegrip voor professionals die individueel of collectief in organisaties in de directe omgeving van de zorgvrager diensten aanbieden die onder het regiem van de zorgverzekeringswet of de aanvullende verzekering vallen. Simpeler gezegd: eerstelijnszorgverleners kun je als Nederlander in principe zelf bezoeken zonder doorverwijzing van andere professionals. Sinds 1970 heeft de eerste lijn een aantal ontwikkelingen doorgemaakt die uiteindelijk hebben geleid tot de huidige organisatiestructuur.

Nieuwe ordening

De toenemende invloed van patiënten, het streven naar gepersonaliseerde zorg, een veranderende maatschappijvisie op gezondheid en de effecten van eHealth en digitalisering als tijd- en plaatsonafhankelijke variant op traditionele zorg, zetten de huidige organisatie van de eerstelijnszorg het komende decennium op zijn kop. Ook de verdere vervlechting en wellicht bekostiging van bepaalde eerstelijnsdisciplines/organisaties met het sociale domein, zullen effect hebben op professionals en organisaties. De verwachting is dat door gewijzigde randvoorwaarden, zoals directe toegankelijkheid en aangepaste of afgeschafte eigen risico/betalingen, de verschillen tussen eerste-, tweede en derdelijnszorg snel verder zullen verwateren en de integratie van echelons zal versnellen. Door experimenten met (deel)populatiebekostiging en onder invloed van de beweging Positieve Gezondheid wordt ook preventie een integraal onderdeel van het gezondheidssysteem. Door de complexiteit van en samenhang met het sociale domein – waarvoor de verantwoordelijkheid door de decentralisaties voor het grootste gedeelte bij de gemeenten zal komen te liggen – is te voorzien dat de regionale benadering  het komende decennium het leidende ordening- en organisatieprincipe zal worden. De eerstelijnszorg als zelfstandig domein zal opgaan in een samenhangend gezondheids-, zorg- en welzijnssysteem.

Vanwege deze toekomstige nieuwe ordening is het zaak dat de georganiseerde eerstelijnszorg zich nu vast langzaam die kant op beweegt. Om te werken in dit nieuwe ordeningsprincipe zal de sector geleidelijk moeten omvormen.

Hoe verder?

De tweedaagse van InEen biedt een platform om de toekomstige ontwikkelingen die in dit artikel worden geschetst, te verbinden met actuele uitdagingen. Centrale vraag dit jaar is hoe we de eerstelijnszorgorganisaties verder brengen en gereed krijgen voor het 24/7 leveren van continuïteit van zorg bij een toenemende en steeds complexer wordende patiëntvraag. Key note speakers Loek Winter, Michel van Schaik, Laurens van der Tang en Wouter Hart gaan hier op in vanuit het perspectief van respectievelijk de patiënt, het systeem, ICT en de organisatie.

Auteurs: Lisa Tiggelaar, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

ANW-problematiek te lijf met technische creativiteit

Vijftien huisartsenposten uit het hele land bogen zich op 17 mei op uitnodiging van ICT-partner Topicus over de vraag op welke wijze technische oplossingen de werkdruk op de huisartsenpost kunnen beperken. En dat binnen een periode van één jaar, zónder steun van de overheid. Het beste idee wordt voor het eind van 2017 gerealiseerd.

De stijgende zorgvraag in combinatie met een begrensd budget leidt tot organisatievraagstukken. Dat is met name voelbaar tijdens de ANW-uren op de huisartsenpost. Huisartsenposten zetten al hun inventiviteit in om die problematiek het hoofd te bieden. Technische innovaties kunnen hierbij helpen. Om zicht te krijgen op de achterliggende oorzaken van de werkdruk en de manier waarop ICT een bijdrage kan leveren, deed Topicus onderzoek. De bevindingen werden op 17 mei gepresenteerd aan bestuurders van huisartsenposten.

Uitkomsten data-analyse

De vergrijzing speelt zeker mee bij de stijging van de zorgconsumptie. Er zijn meer contacten met ouderen en gemiddeld duren die contacten ook nog eens langer. Daar komt bij dat de zorgconsumptie van ouders met jonge kinderen (0-9 jaar) sinds 2015 fors toeneemt. En dat ook die van twintigers en dertigers groeit. Ook de aard van de consulten kan invloed hebben op de ervaren werkdruk. Steeds meer consulten hebben een hoge urgentie en substitutie leidt onder meer tot een forse toename van het aantal psychische klachten.

Slimme planner

Op basis van de conclusies vanuit de data-analyse én hun eigen ervaringen brainstormden negentien HAP-bestuurders tijdens de inspiratiebijeenkomst over technische oplossingen die binnen één jaar en zonder steun van de overheid te realiseren zijn. Dat deden zij in vier teams, die ieder een eigen invalshoek meekregen.

Er kwamen veelbelovende ideeën naar voren die de teams aan elkaar presenteerden. Het idee van team 1 werd unaniem tot allerbeste verkozen. Het gaat om een slimme planner, die op basis van algoritmes beoordeelt waar pieken en dalen te verwachten zijn. Van daaruit kan de planner suggesties doen bij het boeken van afspraken en zorgen voor een betere spreiding van de drukte. Topicus-directeur Joppe van der Reijden omarmde het idee en beloofde dat de slimme planner nog in 2017 gerealiseerd zal worden. Ook andere ideeën die naar voren zijn gebracht, worden verder onderzocht.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Vier werkende oplossingen voor werkdruk op de huisarstenpost

De druk op de huisartsenpost blijft de gemoederen bezighouden. Vier huisartsenposten in het land laten zien hoe zij ermee omgaan. Van tools die de drukte voorspellen tot een nachtarts in het ziekenhuis.

Huisartsenpost Medrie in Zwolle, Flevoland en Hardenberg had problemen met de bereikbaarheid. In 75 procent van de gevallen werd de telefoon niet binnen de vereiste twee minuten opgenomen. Erik Noorda, ICT-adviseur bij Medrie, vond de oplossing in een tool voor Work Force Management. “Deze voorspelt op basis van het historisch belgedrag hoeveel patiënten wanneer bellen. Daaruit volgt een voorspelling voor de werklast voor triagisten over de komende periode. Vervolgens maakt de tool met de beschikbare diensten het meest efficiënte rooster. Daarbij wordt rekening gehouden met pieken, variabele gesprekstijden, nawerktijden, geduld van de beller en spoedlijnen. En het werkt: Medrie haalt nu wel de norm.”

Werkdruk en cijfers

“Bij ons daalde in 2017 het aantal verrichtingen met zeven procent”, vertelt Gerben Welling, voorzitter van de Raad van bestuur van HAP Oost-Brabant. “Maar de duur van het consult steeg met twee minuten. Die twee extra minuten bij 135.000 contacten levert het schrikbarende aantal van 600 extra diensten op! Dokters zijn dan geneigd om de bal bij de zorgverzekeraar te leggen, die moet de werkdruk maar wegnemen. Dat gaat niet werken. Wij moeten de oplossingen zelf bedenken. Programmamanager Stephan Hermsen van Vilans heeft een traject opgezet waarbij de dokters zelf voor een oplossing moeten zorgen. Verandering moet van de betrokkene zelf komen, alleen dan creëer je draagvlak.”

Druk door stilte

In plaats van drukte heerst er in de nacht bij HAP ’t Hellegat Dirksland stilte op de post. Toch is ook hier ‘druk’: “De HAP moest met een lage productie twee vestigingen in de lucht houden die relatief dicht bij elkaar lagen, maar in een zeer dunbevolkt en verspreid over twee eilanden. Hierdoor zaten we in financiële problemen”, aldus extern adviseur Jacqueline Bree die het traject begeleidde. “Als we niet zouden samenwerken met ketenpartners, zouden voorzieningen in dit gebied verdwijnen. Een aantrekkelijke overnamepartij waren we niet. Samenwerken met de spoedeisende hulp van ziekenhuis Van Weel-Bethesda in Dirksland bleek de beste optie.”

Eén telefoonnummer

Meer kwetsbare ouderen betekent voor de Centrale huisartsenpost Almelo meer visites die ook nog eens langer duren. En nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt de kans op een crisissituatie toe. Directeur Janke Snel: “De regieartsen op de HAP waren uren bezig met het afbellen van instanties en thuiszorgorganisaties om een bed voor patiënten te vinden. Ook in de dagpraktijk speelde dat probleem. Toen kwamen we op het idee om samen te werken met de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis.“ Nu is er één centraal telefoonnummer voor artsen om na te gaan of er een bed beschikbaar is. Het resultaat mag er zijn: meer rust voor de huisartsen en patiënten die dichter bij huis worden geplaatst.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier: