Kernteam rondom kwetsbare oudere in West-Brabant

Het doel is mooi: ervoor zorgen dat 27.000 kwetsbare ouderen in West-Brabant op een prettige manier thuis kunnen blijven wonen zolang dit mogelijk en wenselijk is. Het middel is veelbelovend: een huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige en specialist ouderengeneeskunde die zich rondom een senior scharen en zo een ‘kernteam ouderenzorg’ vormen.

“Omdat wij het gaan dóen. Omdat we geen tijd te verliezen hebben. De spoedposten en huisartsenposten lopen hier vol met kwetsbare ouderen. Het is de hoogste tijd om de zaken preventief nét wat beter te regelen en de druk te verlichten.”

Dominiek Rutters klinkt resoluut wanneer haar wordt gevraagd waarom de zorg voor kwetsbare ouderen in West-Brabant binnen afzienbare tijd snel en grootschalig zal zijn gestroomlijnd. “Natuurlijk, ‘de kwetsbare oudere centraal’ en ‘professionals die hun werkzaamheden op elkaar afstemmen in het belang van de senior’ zijn ideeën die elders in het land ook worden uitgevoerd”, zegt de programmamanager van Verbonden in Zorg. “Maar vaak gaat het om relatief kleinschalige initiatieven en blijkt het lastig te zijn om grote stappen te zetten. In West-Brabant heeft zich afgelopen zomer een groot aantal partijen achter één uniforme programmatische werkwijze geschaard (zie ook www.verbondeninzorg.nl, red.). Daarom hebben we er vertrouwen in dat het ons gaat lukken. Over anderhalf jaar willen we een groot deel van de kwetsbare ouderen – uit een totale populatie van 27.000 75-plussers – goed in beeld hebben en de benodigde ondersteuning en zorg bieden via een kernteam ouderenzorg.”

Overzicht bij één persoon

Evenals elders in het land is er in West-Brabant een sterke behoefte aan een slagvaardig netwerk van zorg en welzijn rondom kwetsbare en thuiswonende ouderen. Rutters: “Voor de hulp aan kwetsbare ouderen is deskundigheid nodig van verschillende organisaties en professionals. Wij streven ernaar dat die zorg niet versnipperd is, maar één geheel vormt. Een oudere niet te merken dat veel verschillende mensen voor hem zorgen. Neem de huisarts. Die is vaak primair verantwoordelijk voor de medisch-inhoudelijke zorg, maar iemands eenzaamheid kan hij niet oplossen. Het aanbod hiervoor wordt elders vanuit de wijk verzorgd, bijvoorbeeld via de gemeente. Eén persoon moet het overzicht hebben over de behoeften van een kwetsbare oudere én het beschikbare aanbod, om daarna in overleg met de anderen alles aan elkaar knopen.”

Die ene persoon is vaak de wijkverpleegkundige, doorgaans in dienst bij een organisatie die thuiszorg biedt. Soms kan het ook de praktijkondersteuner van de huisarts zijn. Samen met een huisarts en specialist ouderengeneeskunde vormen zij het kernteam ouderenzorg rondom een kwetsbare oudere.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Organisatorische uitdagingen in de huisartsenpraktijk

De organisatie van de huisartsenpraktijk verandert en professionals moeten daarin mee. Maar hoe verleid je hen om samen te werken in de zorg voor patiënten die niet genoeg hebben aan een incidentele benadering? De Eerstelijns analyseert.

De huisartsenzorg ontwikkelt zich in een rap tempo. De huisartsenzorg blijft in de basis generalistische, persoonsgerichte zorg, maar de profielen van patiënten veranderen door externe ontwikkelingen. Op basis van onderzoek door de Universiteit van Maastricht bij een zorggroep in Drenthe is vastgesteld dat ongeveer een derde van de patiënten van de huisarts een of meer van de 28 meest voorkomende chronische aandoeningen heeft. Dat betekent dat twee derde van de patiënten in principe met enkelvoudige klachten bij de huisarts komt.

Voor deze enkelvoudige of incidentele patiënten is het werk van de huisarts en doktersassistente het minst veranderd. De een derde complexe chronische patiënten in de huisartsenpraktijk vraagt echter steeds meer aandacht en neemt in omvang toe. De schotten tussen Zorgverzekeringswet (Zvw), Wlz en sociaal domein leveren bovendien coördinatie- en afstemmingsvraagstukken op. De organisatie van de huisartsenpraktijk staat hierdoor onder druk en dat blijft niet onopgemerkt: er is inmiddels consensus over de financiering voor Organisatie & Infrastructuur in de huisartsenzorg en eerstelijnszorg.

Organisatieniveau

Het belangrijkste criterium voor het inrichten van de organisatie en infrastructuur van eerstelijnszorg is het niveau waarop de ondersteuning van professionals vorm en inhoud krijgt. Op wijk- of op operationeel niveau is hierbij onderscheid te maken tussen de focus op monodisciplinaire huisartsenzorg en op multidisciplinaire wijkzorg. Hierbij gaat het primair om de afstemming rondom de patiënt. Een deel van die afstemming moet, vanwege de schaal of de wijze waarop andere belangrijke stakeholders georganiseerd zijn, op regionaal niveau worden afgestemd.

Bij de organisatie van de praktijkvoering is er een verschil tussen incidentele en complexe, chronische patiënten. Bij incidentele patiënt zijn de doktersassistent en de huisarts vooral betrokken. Voor complexe, chronische patiënten met comorbiditeit zijn de praktijkondersteuners het eerste aanspreekpunt en er zijn meerdere externe professionals betrokken. Het is voor de huisarts onmogelijk om alle voor de zorg relevante netwerken te kennen en onderhouden. Door de toename en complexe problematiek van deze groep patiënten, neemt de ervaren werkdruk van de huisarts toe.

Samenhang

Enerzijds is een huisarts erbij gebaat om de zorg voor twee derde van de patiënten traditioneel te organiseren. Anderzijds vragen de complexe en chronische patiënten meer afstemming en coördinatie. Daarbij moet een huisarts samenwerken met andere huisartsen en disciplines. In een dergelijk samenwerkingsverband (zorggroep, gezondheidscentrum of HAGRO) zal een evenwicht moeten zijn tussen de lusten en de lasten die men ervaart van deelname. Organisatie & Infrastructuur (O&I) zijn noodzakelijk en niet meer weg te denken uit de eerstelijnszorg. Dat de huisarts daarin centraal staat, is logisch: de huisarts is de spil in de zorg en de enige discipline die niet of nauwelijks concurreert. Andere disciplines zullen geleidelijk functioneel aansluiten in een regionaal netwerk. Het is bij de uitwerking van de module O&I de kunst om een goede samenhang op lokaal (operationeel) en regionaal (beleidsmatig) niveau te creëren.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Aan de slag met ‘samen beslissen’

De in 2015 gepubliceerde Handreiking gezamenlijke besluitvorming geeft praktische handvatten voor persoonsgerichte zorg. De implementatie daarvan is in de praktijk niet altijd makkelijk. Om zorgprofessionals te helpen, ontwikkelden InEen en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een leergang. “Het gaat erom dat het behandelplan meer van de patiënt zelf wordt”, aldus huisarts en projectleider Ilonka Brugemann.

“Persoonsgerichte zorg is het antwoord op bewegingen in de maatschappij en in de zorg”, vervolgt Brugemann. “Op een verandering in aandoeningen en een verandering van de betrokkenheid van patiënten. Er is meer te kiezen en veel mensen willen betrokken worden. Preventie en behandeling vragen in toenemende mate een inspanning van patiënten zelf. Daarom is het van belang dat zij zich herkennen in het behandelplan.”

Samen beslissen

De Handreiking gezamenlijke besluitvorming is een praktische uitwerking van het model voor gedeelde besluitvorming dat is ontwikkeld door InEen, NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en het Zorginstituut Nederland. Brugemann: “Tijdens de leergang leren de deelnemers hiermee te werken en ‘samen beslissen’ echt in de praktijk te brengen.“

De leergang bestaat uit een basisdeel van twee dagdelen voor duo’s: huisarts en POH. Na de basistraining kunnen de deelnemers individueel inschrijven op een vervolgtraining. Er is keuze uit ‘De coachende professional’ en ‘Persoonsgericht werken in de keten’.

Leuker

Huisarts Leonie Tromp en POH Anne-Marie Daniëls van Horus Huisartsenzorg in Tilburg dachten vanuit Zorggroep RCH Midden-Brabant mee in het praktijkpanel en namen deel aan de pilot. Ze vinden het positief dat huisartsen en POH’s uitgenodigd worden om samen deel te nemen aan de cursus. “Het is essentieel dat je dit binnen de praktijk samen doet en van elkaar snapt waar je het over hebt. Zeker als je net start met deze manier van persoonsgericht werken.” Dat het niet altijd makkelijk is om tijd vrij te maken voor scholing, snappen ze ook. “De werkdruk bij huisartsen is op dit moment ontzettend hoog. Maar ‘samen beslissen’ maakt je werk een stuk leuker. Daarom raad ik iedereen aan toch tijd vrij te maken en zo’n training te doen.”

Meetlat

De training is onderdeel van een breder plan voor de implementatie van persoonsgerichte zorg, vertelt Ilonka Brugemann. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een checklist voor persoonsgerichte zorg. Een soort meetlat die organisaties kunnen gebruiken om te zien waar ze staan. Zonder dat dit een nieuwe ‘vink’ mag worden trouwens. Daarnaast bekijken we welke plek persoonsgerichte zorg nu in de opleidingen heeft en wat daaraan kan worden verbeterd.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Verleden, heden en toekomst van organisaties in de eerstelijnszorg

De eerstelijnszorg is sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 een steeds belangrijker onderdeel van het zorgsysteem in Nederland. Hoe is die ontwikkeling verlopen en wat brengt de toekomst voor de eerstelijnszorg? Een inventarisatie met een reflectie van één van de key note speakers van de InEen Tweedaagse  op 28 en 29 september: Michel van Schaik.

De eerstelijnszorg is geen hard gedefinieerd begrip. Het is een containerbegrip voor professionals die individueel of collectief in organisaties in de directe omgeving van de zorgvrager diensten aanbieden die onder het regiem van de zorgverzekeringswet of de aanvullende verzekering vallen. Simpeler gezegd: eerstelijnszorgverleners kun je als Nederlander in principe zelf bezoeken zonder doorverwijzing van andere professionals. Sinds 1970 heeft de eerste lijn een aantal ontwikkelingen doorgemaakt die uiteindelijk hebben geleid tot de huidige organisatiestructuur.

Nieuwe ordening

De toenemende invloed van patiënten, het streven naar gepersonaliseerde zorg, een veranderende maatschappijvisie op gezondheid en de effecten van eHealth en digitalisering als tijd- en plaatsonafhankelijke variant op traditionele zorg, zetten de huidige organisatie van de eerstelijnszorg het komende decennium op zijn kop. Ook de verdere vervlechting en wellicht bekostiging van bepaalde eerstelijnsdisciplines/organisaties met het sociale domein, zullen effect hebben op professionals en organisaties. De verwachting is dat door gewijzigde randvoorwaarden, zoals directe toegankelijkheid en aangepaste of afgeschafte eigen risico/betalingen, de verschillen tussen eerste-, tweede en derdelijnszorg snel verder zullen verwateren en de integratie van echelons zal versnellen. Door experimenten met (deel)populatiebekostiging en onder invloed van de beweging Positieve Gezondheid wordt ook preventie een integraal onderdeel van het gezondheidssysteem. Door de complexiteit van en samenhang met het sociale domein – waarvoor de verantwoordelijkheid door de decentralisaties voor het grootste gedeelte bij de gemeenten zal komen te liggen – is te voorzien dat de regionale benadering  het komende decennium het leidende ordening- en organisatieprincipe zal worden. De eerstelijnszorg als zelfstandig domein zal opgaan in een samenhangend gezondheids-, zorg- en welzijnssysteem.

Vanwege deze toekomstige nieuwe ordening is het zaak dat de georganiseerde eerstelijnszorg zich nu vast langzaam die kant op beweegt. Om te werken in dit nieuwe ordeningsprincipe zal de sector geleidelijk moeten omvormen.

Hoe verder?

De tweedaagse van InEen biedt een platform om de toekomstige ontwikkelingen die in dit artikel worden geschetst, te verbinden met actuele uitdagingen. Centrale vraag dit jaar is hoe we de eerstelijnszorgorganisaties verder brengen en gereed krijgen voor het 24/7 leveren van continuïteit van zorg bij een toenemende en steeds complexer wordende patiëntvraag. Key note speakers Loek Winter, Michel van Schaik, Laurens van der Tang en Wouter Hart gaan hier op in vanuit het perspectief van respectievelijk de patiënt, het systeem, ICT en de organisatie.

Auteurs: Lisa Tiggelaar, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

ANW-problematiek te lijf met technische creativiteit

Vijftien huisartsenposten uit het hele land bogen zich op 17 mei op uitnodiging van ICT-partner Topicus over de vraag op welke wijze technische oplossingen de werkdruk op de huisartsenpost kunnen beperken. En dat binnen een periode van één jaar, zónder steun van de overheid. Het beste idee wordt voor het eind van 2017 gerealiseerd.

De stijgende zorgvraag in combinatie met een begrensd budget leidt tot organisatievraagstukken. Dat is met name voelbaar tijdens de ANW-uren op de huisartsenpost. Huisartsenposten zetten al hun inventiviteit in om die problematiek het hoofd te bieden. Technische innovaties kunnen hierbij helpen. Om zicht te krijgen op de achterliggende oorzaken van de werkdruk en de manier waarop ICT een bijdrage kan leveren, deed Topicus onderzoek. De bevindingen werden op 17 mei gepresenteerd aan bestuurders van huisartsenposten.

Uitkomsten data-analyse

De vergrijzing speelt zeker mee bij de stijging van de zorgconsumptie. Er zijn meer contacten met ouderen en gemiddeld duren die contacten ook nog eens langer. Daar komt bij dat de zorgconsumptie van ouders met jonge kinderen (0-9 jaar) sinds 2015 fors toeneemt. En dat ook die van twintigers en dertigers groeit. Ook de aard van de consulten kan invloed hebben op de ervaren werkdruk. Steeds meer consulten hebben een hoge urgentie en substitutie leidt onder meer tot een forse toename van het aantal psychische klachten.

Slimme planner

Op basis van de conclusies vanuit de data-analyse én hun eigen ervaringen brainstormden negentien HAP-bestuurders tijdens de inspiratiebijeenkomst over technische oplossingen die binnen één jaar en zonder steun van de overheid te realiseren zijn. Dat deden zij in vier teams, die ieder een eigen invalshoek meekregen.

Er kwamen veelbelovende ideeën naar voren die de teams aan elkaar presenteerden. Het idee van team 1 werd unaniem tot allerbeste verkozen. Het gaat om een slimme planner, die op basis van algoritmes beoordeelt waar pieken en dalen te verwachten zijn. Van daaruit kan de planner suggesties doen bij het boeken van afspraken en zorgen voor een betere spreiding van de drukte. Topicus-directeur Joppe van der Reijden omarmde het idee en beloofde dat de slimme planner nog in 2017 gerealiseerd zal worden. Ook andere ideeën die naar voren zijn gebracht, worden verder onderzocht.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Vier werkende oplossingen voor werkdruk op de huisarstenpost

De druk op de huisartsenpost blijft de gemoederen bezighouden. Vier huisartsenposten in het land laten zien hoe zij ermee omgaan. Van tools die de drukte voorspellen tot een nachtarts in het ziekenhuis.

Huisartsenpost Medrie in Zwolle, Flevoland en Hardenberg had problemen met de bereikbaarheid. In 75 procent van de gevallen werd de telefoon niet binnen de vereiste twee minuten opgenomen. Erik Noorda, ICT-adviseur bij Medrie, vond de oplossing in een tool voor Work Force Management. “Deze voorspelt op basis van het historisch belgedrag hoeveel patiënten wanneer bellen. Daaruit volgt een voorspelling voor de werklast voor triagisten over de komende periode. Vervolgens maakt de tool met de beschikbare diensten het meest efficiënte rooster. Daarbij wordt rekening gehouden met pieken, variabele gesprekstijden, nawerktijden, geduld van de beller en spoedlijnen. En het werkt: Medrie haalt nu wel de norm.”

Werkdruk en cijfers

“Bij ons daalde in 2017 het aantal verrichtingen met zeven procent”, vertelt Gerben Welling, voorzitter van de Raad van bestuur van HAP Oost-Brabant. “Maar de duur van het consult steeg met twee minuten. Die twee extra minuten bij 135.000 contacten levert het schrikbarende aantal van 600 extra diensten op! Dokters zijn dan geneigd om de bal bij de zorgverzekeraar te leggen, die moet de werkdruk maar wegnemen. Dat gaat niet werken. Wij moeten de oplossingen zelf bedenken. Programmamanager Stephan Hermsen van Vilans heeft een traject opgezet waarbij de dokters zelf voor een oplossing moeten zorgen. Verandering moet van de betrokkene zelf komen, alleen dan creëer je draagvlak.”

Druk door stilte

In plaats van drukte heerst er in de nacht bij HAP ’t Hellegat Dirksland stilte op de post. Toch is ook hier ‘druk’: “De HAP moest met een lage productie twee vestigingen in de lucht houden die relatief dicht bij elkaar lagen, maar in een zeer dunbevolkt en verspreid over twee eilanden. Hierdoor zaten we in financiële problemen”, aldus extern adviseur Jacqueline Bree die het traject begeleidde. “Als we niet zouden samenwerken met ketenpartners, zouden voorzieningen in dit gebied verdwijnen. Een aantrekkelijke overnamepartij waren we niet. Samenwerken met de spoedeisende hulp van ziekenhuis Van Weel-Bethesda in Dirksland bleek de beste optie.”

Eén telefoonnummer

Meer kwetsbare ouderen betekent voor de Centrale huisartsenpost Almelo meer visites die ook nog eens langer duren. En nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt de kans op een crisissituatie toe. Directeur Janke Snel: “De regieartsen op de HAP waren uren bezig met het afbellen van instanties en thuiszorgorganisaties om een bed voor patiënten te vinden. Ook in de dagpraktijk speelde dat probleem. Toen kwamen we op het idee om samen te werken met de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis.“ Nu is er één centraal telefoonnummer voor artsen om na te gaan of er een bed beschikbaar is. Het resultaat mag er zijn: meer rust voor de huisartsen en patiënten die dichter bij huis worden geplaatst.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Aandachtspunten voor effectieve besluitvorming in zorgorganisaties

Bestuurders en managers in de zorg staan geregeld voor de keuze of ze zorgprofessionals betrekken in de besluitvorming of niet. ‘Als er geen draagvlak is, gaat het niet lukken’ is een veelgehoord argument om de achterban wel te betrekken. Maar is dat altijd zinvol?

Wat is participatie eigenlijk? Kort gezegd gaat het om invloed. Daarbij zijn verschillende niveaus te onderscheiden.

  1. Meeweten: Zorgprofessionals worden geïnformeerd over de besluitvorming.
  2. Meepraten: Dit betekent dat er op een voorgenomen plan of besluit gereageerd mag worden. De bestuurder wil voorafgaand de mening of reacties van de medewerkers polsen om het plan te toetsen. Het besluit wordt in hoofdzaak door de bestuurder genomen, maar deze kan op basis van de reacties besluiten de plannen aan te passen.
  3. Meedenken: De zorgprofessionals hebben de mogelijkheid om zélf met een oplossing te komen voor een bepaald vraagstuk, waarbij ze binnen bepaalde randvoorwaarden en kaders moeten blijven. De bestuurder kan nog steeds zelf beslissen en hun oplossing niet overnemen. Maar het mag duidelijk zijn dat medewerkers dan een volgende keer vriendelijk bedanken wanneer de bestuurder hen vraagt om iets uit te werken.
  4. Meebeslissen: De zorgprofessionals hebben een stem in het nemen van een besluit. De bestuurder kan er niet omheen.
Pluspunten

De voordelen van participatie zijn evident. De kwaliteit van de plannen of besluiten wordt vaak beter doordat er kennis en ervaring wordt toegevoegd. Nieuwe of aanvullende inzichten versterken het idee en het eigenaarschap. Het wordt een idee dat gedragen wordt door management én professionals. Doordat er invloed is, bestaat er een grotere slagingskans.

E = K x A

Het effect (E) van een besluit wordt bepaald door de kwaliteit (K) afgezet tegen de acceptatie (A) van dat besluit.

Effectieve participatie

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, gaat het echter niet om ‘maximale’ participatie, maar om ‘effectieve’ participatie. Te veel participatie leidt in de praktijk vaak tot een slepend en weinig effectief besluitvormingsproces. Iedere bestuurder kent daar wel voorbeelden van. Wanneer je als bestuurder rekening houdt met een aantal punten, kun je ervoor zorgen dat minder participatie juist leidt tot effectievere, maar wel breed gedragen besluitvorming.

Auteurs: Makkie Metsemakers (partner ST-Groep) en Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Masterclass Eerstelijns Bestuurders nog altijd populair

In september 2017 start de negende editie van de Masterclass Eerstelijns Bestuurders. De opleiding is nog net zo relevant als bij de start. Door ontwikkelingen in het zorglandschap, wet- en regelgeving staan eerstelijnsbestuurders steeds voor nieuwe uitdagingen. De masterclass geeft hen de bagage om daarmee aan de slag te gaan.

Door de invoering van de zorgverzekeringswet in 2006 ontstond een nieuwe trend: schaalvergroting. Zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patientenorganisaties, thuiszorg en farmacie. Niemand ontkwam eraan om bepaalde aspecten van de bedrijfsvoering op grotere schaal te organiseren. Ook de eerstelijnszorg met fysiotherapie, huisartsen, podotherapeuten en psychologen zetten organisaties of netwerken op. Monodisciplinair of multidisciplinair van aard.

Grootschaliger organiseren vraagt visie en inzicht van bestuurders over why, how en what. Maar er bestond geen geschikte opleiding voor eerstelijnsbestuurders. Het TRANZO departement van de Universiteit van Tilburg en Commonsense sprongen tien jaar geleden in dat gat en ontwikkelden de Masterclass Eerstelijns Bestuurders. Zij kleedden de MBA Health uit: een wetenschappelijk programma van 24 maanden met een studiebelasting van 1600 uur en een investering van enkele tienduizenden euro’s werd omgevormd tot een gerichte masterclass van negen maanden met een studiebelasting van maximaal 400 uur en interdisciplinaire uitwisseling voor nog geen € 10.000. Tot op de dag van vandaag met groot succes: de masterclass zit ieder jaar vol.

Strategische relevantie

Ontwikkelingen zoals de decentralisaties, de financiële crisis, voortschrijdende techniek, budgettaire krapte en toename van chronisch zieken leiden steeds weer tot nieuwe strategische ontwikkelingen en uitdagingen. De noodzaak om bestuurders van eerstelijnsorganisaties te scholen is dan ook onverminderd groot. De Masterclass Eerstelijns Bestuurders is na acht leergangen en met 180 alumni nog altijd ‘hot’. Het programma is gericht op de dagelijkse praktijk en er worden geregeld actuele thema’s en nieuwe docenten ingepast. Jan Erik de Wildt is de continue factor in het programma. Door zijn ervaring als zorggroepbestuurder en docent en de combinatie van rollen die hij op het gebied van strategie en innovatie in de zorg vervult, is hij als geen ander in staat om de actualiteit en samenhang tussen onderwerpen aan te geven. Dr. Caroline Baan, hoogleraar bij TRANZO, is met ingang van de masterclass die in september 2017 start zijn collega programma coördinator. Zij vervangt de in december overleden Dinny de Bakker.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Privacy-expertise voor de eerstelijnspraktijk

Sinds 1 januari 2016 moet iedere zorgverlener voldoen aan de Meldplicht Datalekken. Is de informatiebeveiliging niet afdoende geregeld en belanden patiëntgegevens op straat, dan kan dat een hoge boete opleveren. Vanaf 2018 zijn alle publieke instanties bovendien verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming aan te stellen. ZorgConnect Noord-Oost Brabant en Stichting Privacyzorg ontwikkelden samen een collectieve en betaalbare oplossing voor eerstelijnspraktijken.

ZorgConnect Noord-Oost-Brabant is een platform van 275 huisartsenpraktijken en zo’n 70 apotheken, dat is opgericht om digitale trajecten af te stemmen. In eerste instantie ging het om de digitale ondersteuning van ketenzorg, nu om het voldoen aan privacywetgeving, secure mail en toedienregistratie. “We helpen de leden keuzes maken waarmee de digitale deur voor andere partijen open blijft”, aldus kwartiermaker Martijn Kijkuit.

Externe Functionaris Gegevensbescherming

Na de introductie van de Meldplicht Datalekken ging ZorgConnect Noord-Oost-Brabant op zoek naar collectieve ondersteuning. Bij voorkeur ondersteuning die ook invulling zou geven aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die publieke organisaties vanaf 2018 verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming (FG) te  hebben.

Via Ziekenhuis Bernhoven maakte Kijkuit kennis met Stichting Privacyzorg, een non-profit organisatie die ziekenhuizen en zorginstellingen al jaren ontzorgt bij het voldoen aan privacywetgeving. De stichting fungeert als een externe Functionaris Gegevensbescherming. Samen met ZorgConnect werd het succesvolle analyse- en beheermodel ook ingericht voor de eerstelijnszorg. Peter Schell, initiatiefnemer en voorzitter van Privacyzorg: “Onze inzet daarbij is dat de kosten laag blijven. Dat kan doordat we geen winstoogmerk hebben en doordat zorggroepen en regionale samenwerkingsverbanden de dienstverlening collectief inkopen.”

Privacy op zorggroepniveau

Dat deed ook Zorggroep BeRoEmD. Manager Monique Weise: “Voor de screening en ondersteuning van de huisartsenpraktijken nemen we in ieder geval voor dit jaar de kosten van het collectief abonnement voor onze rekening. Alle praktijken die dat willen kunnen een eerste inventarisatie doen en inzicht krijgen in wat er goed gaat en wat nog geregeld moet worden. Zo willen we voorkomen dat er problemen ontstaan. Mocht er ondanks alle voorzorgsmaatregelen iets gebeuren, dan kunnen we terugvallen op de experts van de stichting.”

Weise heeft Privacyzorg gevraagd om ook de knelpunten op zorggroepniveau te analyseren en prioriteren.  De eerste intake is achter de rug. “Dat ging bijvoorbeeld over de bewerkers die toegang hebben tot patiëntdata, zoals de leveranciers van HIS en KIS. Maar ook over het feit dat we in de cloud werken en over wie, wanneer en waarom toegang heeft tot gepersonaliseerde data.”

Risico’s bij apotheken

Apothekerszorggroepen Concordant en BrabantFarma maken gebruik van het collectieve abonnement dat via ZorgConnect Noord-Oost Brabant wordt aangeboden. Jan Andeweg van Concordant: “Alle leden krijgen een screening aangeboden binnen hun eigen apotheek. De eerste stap daarin is gezet, die bestond uit het invullen van een online vragenlijst. Voor apotheken verwacht ik de meeste risico’s bij de lokale verwerking van data. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met informatie die voor een medicatiereview uit het apotheekinformatiesysteem wordt gehaald en lokaal wordt opgeslagen?”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: