Vier werkende oplossingen voor werkdruk op de huisarstenpost

De druk op de huisartsenpost blijft de gemoederen bezighouden. Vier huisartsenposten in het land laten zien hoe zij ermee omgaan. Van tools die de drukte voorspellen tot een nachtarts in het ziekenhuis.

Huisartsenpost Medrie in Zwolle, Flevoland en Hardenberg had problemen met de bereikbaarheid. In 75 procent van de gevallen werd de telefoon niet binnen de vereiste twee minuten opgenomen. Erik Noorda, ICT-adviseur bij Medrie, vond de oplossing in een tool voor Work Force Management. “Deze voorspelt op basis van het historisch belgedrag hoeveel patiënten wanneer bellen. Daaruit volgt een voorspelling voor de werklast voor triagisten over de komende periode. Vervolgens maakt de tool met de beschikbare diensten het meest efficiënte rooster. Daarbij wordt rekening gehouden met pieken, variabele gesprekstijden, nawerktijden, geduld van de beller en spoedlijnen. En het werkt: Medrie haalt nu wel de norm.”

Werkdruk en cijfers

“Bij ons daalde in 2017 het aantal verrichtingen met zeven procent”, vertelt Gerben Welling, voorzitter van de Raad van bestuur van HAP Oost-Brabant. “Maar de duur van het consult steeg met twee minuten. Die twee extra minuten bij 135.000 contacten levert het schrikbarende aantal van 600 extra diensten op! Dokters zijn dan geneigd om de bal bij de zorgverzekeraar te leggen, die moet de werkdruk maar wegnemen. Dat gaat niet werken. Wij moeten de oplossingen zelf bedenken. Programmamanager Stephan Hermsen van Vilans heeft een traject opgezet waarbij de dokters zelf voor een oplossing moeten zorgen. Verandering moet van de betrokkene zelf komen, alleen dan creëer je draagvlak.”

Druk door stilte

In plaats van drukte heerst er in de nacht bij HAP ’t Hellegat Dirksland stilte op de post. Toch is ook hier ‘druk’: “De HAP moest met een lage productie twee vestigingen in de lucht houden die relatief dicht bij elkaar lagen, maar in een zeer dunbevolkt en verspreid over twee eilanden. Hierdoor zaten we in financiële problemen”, aldus extern adviseur Jacqueline Bree die het traject begeleidde. “Als we niet zouden samenwerken met ketenpartners, zouden voorzieningen in dit gebied verdwijnen. Een aantrekkelijke overnamepartij waren we niet. Samenwerken met de spoedeisende hulp van ziekenhuis Van Weel-Bethesda in Dirksland bleek de beste optie.”

Eén telefoonnummer

Meer kwetsbare ouderen betekent voor de Centrale huisartsenpost Almelo meer visites die ook nog eens langer duren. En nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt de kans op een crisissituatie toe. Directeur Janke Snel: “De regieartsen op de HAP waren uren bezig met het afbellen van instanties en thuiszorgorganisaties om een bed voor patiënten te vinden. Ook in de dagpraktijk speelde dat probleem. Toen kwamen we op het idee om samen te werken met de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis.“ Nu is er één centraal telefoonnummer voor artsen om na te gaan of er een bed beschikbaar is. Het resultaat mag er zijn: meer rust voor de huisartsen en patiënten die dichter bij huis worden geplaatst.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Aandachtspunten voor effectieve besluitvorming in zorgorganisaties

Bestuurders en managers in de zorg staan geregeld voor de keuze of ze zorgprofessionals betrekken in de besluitvorming of niet. ‘Als er geen draagvlak is, gaat het niet lukken’ is een veelgehoord argument om de achterban wel te betrekken. Maar is dat altijd zinvol?

Wat is participatie eigenlijk? Kort gezegd gaat het om invloed. Daarbij zijn verschillende niveaus te onderscheiden.

  1. Meeweten: Zorgprofessionals worden geïnformeerd over de besluitvorming.
  2. Meepraten: Dit betekent dat er op een voorgenomen plan of besluit gereageerd mag worden. De bestuurder wil voorafgaand de mening of reacties van de medewerkers polsen om het plan te toetsen. Het besluit wordt in hoofdzaak door de bestuurder genomen, maar deze kan op basis van de reacties besluiten de plannen aan te passen.
  3. Meedenken: De zorgprofessionals hebben de mogelijkheid om zélf met een oplossing te komen voor een bepaald vraagstuk, waarbij ze binnen bepaalde randvoorwaarden en kaders moeten blijven. De bestuurder kan nog steeds zelf beslissen en hun oplossing niet overnemen. Maar het mag duidelijk zijn dat medewerkers dan een volgende keer vriendelijk bedanken wanneer de bestuurder hen vraagt om iets uit te werken.
  4. Meebeslissen: De zorgprofessionals hebben een stem in het nemen van een besluit. De bestuurder kan er niet omheen.
Pluspunten

De voordelen van participatie zijn evident. De kwaliteit van de plannen of besluiten wordt vaak beter doordat er kennis en ervaring wordt toegevoegd. Nieuwe of aanvullende inzichten versterken het idee en het eigenaarschap. Het wordt een idee dat gedragen wordt door management én professionals. Doordat er invloed is, bestaat er een grotere slagingskans.

E = K x A

Het effect (E) van een besluit wordt bepaald door de kwaliteit (K) afgezet tegen de acceptatie (A) van dat besluit.

Effectieve participatie

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, gaat het echter niet om ‘maximale’ participatie, maar om ‘effectieve’ participatie. Te veel participatie leidt in de praktijk vaak tot een slepend en weinig effectief besluitvormingsproces. Iedere bestuurder kent daar wel voorbeelden van. Wanneer je als bestuurder rekening houdt met een aantal punten, kun je ervoor zorgen dat minder participatie juist leidt tot effectievere, maar wel breed gedragen besluitvorming.

Auteurs: Makkie Metsemakers (partner ST-Groep) en Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Masterclass Eerstelijns Bestuurders nog altijd populair

In september 2017 start de negende editie van de Masterclass Eerstelijns Bestuurders. De opleiding is nog net zo relevant als bij de start. Door ontwikkelingen in het zorglandschap, wet- en regelgeving staan eerstelijnsbestuurders steeds voor nieuwe uitdagingen. De masterclass geeft hen de bagage om daarmee aan de slag te gaan.

Door de invoering van de zorgverzekeringswet in 2006 ontstond een nieuwe trend: schaalvergroting. Zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patientenorganisaties, thuiszorg en farmacie. Niemand ontkwam eraan om bepaalde aspecten van de bedrijfsvoering op grotere schaal te organiseren. Ook de eerstelijnszorg met fysiotherapie, huisartsen, podotherapeuten en psychologen zetten organisaties of netwerken op. Monodisciplinair of multidisciplinair van aard.

Grootschaliger organiseren vraagt visie en inzicht van bestuurders over why, how en what. Maar er bestond geen geschikte opleiding voor eerstelijnsbestuurders. Het TRANZO departement van de Universiteit van Tilburg en Commonsense sprongen tien jaar geleden in dat gat en ontwikkelden de Masterclass Eerstelijns Bestuurders. Zij kleedden de MBA Health uit: een wetenschappelijk programma van 24 maanden met een studiebelasting van 1600 uur en een investering van enkele tienduizenden euro’s werd omgevormd tot een gerichte masterclass van negen maanden met een studiebelasting van maximaal 400 uur en interdisciplinaire uitwisseling voor nog geen € 10.000. Tot op de dag van vandaag met groot succes: de masterclass zit ieder jaar vol.

Strategische relevantie

Ontwikkelingen zoals de decentralisaties, de financiële crisis, voortschrijdende techniek, budgettaire krapte en toename van chronisch zieken leiden steeds weer tot nieuwe strategische ontwikkelingen en uitdagingen. De noodzaak om bestuurders van eerstelijnsorganisaties te scholen is dan ook onverminderd groot. De Masterclass Eerstelijns Bestuurders is na acht leergangen en met 180 alumni nog altijd ‘hot’. Het programma is gericht op de dagelijkse praktijk en er worden geregeld actuele thema’s en nieuwe docenten ingepast. Jan Erik de Wildt is de continue factor in het programma. Door zijn ervaring als zorggroepbestuurder en docent en de combinatie van rollen die hij op het gebied van strategie en innovatie in de zorg vervult, is hij als geen ander in staat om de actualiteit en samenhang tussen onderwerpen aan te geven. Dr. Caroline Baan, hoogleraar bij TRANZO, is met ingang van de masterclass die in september 2017 start zijn collega programma coördinator. Zij vervangt de in december overleden Dinny de Bakker.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Privacy-expertise voor de eerstelijnspraktijk

Sinds 1 januari 2016 moet iedere zorgverlener voldoen aan de Meldplicht Datalekken. Is de informatiebeveiliging niet afdoende geregeld en belanden patiëntgegevens op straat, dan kan dat een hoge boete opleveren. Vanaf 2018 zijn alle publieke instanties bovendien verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming aan te stellen. ZorgConnect Noord-Oost Brabant en Stichting Privacyzorg ontwikkelden samen een collectieve en betaalbare oplossing voor eerstelijnspraktijken.

ZorgConnect Noord-Oost-Brabant is een platform van 275 huisartsenpraktijken en zo’n 70 apotheken, dat is opgericht om digitale trajecten af te stemmen. In eerste instantie ging het om de digitale ondersteuning van ketenzorg, nu om het voldoen aan privacywetgeving, secure mail en toedienregistratie. “We helpen de leden keuzes maken waarmee de digitale deur voor andere partijen open blijft”, aldus kwartiermaker Martijn Kijkuit.

Externe Functionaris Gegevensbescherming

Na de introductie van de Meldplicht Datalekken ging ZorgConnect Noord-Oost-Brabant op zoek naar collectieve ondersteuning. Bij voorkeur ondersteuning die ook invulling zou geven aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die publieke organisaties vanaf 2018 verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming (FG) te  hebben.

Via Ziekenhuis Bernhoven maakte Kijkuit kennis met Stichting Privacyzorg, een non-profit organisatie die ziekenhuizen en zorginstellingen al jaren ontzorgt bij het voldoen aan privacywetgeving. De stichting fungeert als een externe Functionaris Gegevensbescherming. Samen met ZorgConnect werd het succesvolle analyse- en beheermodel ook ingericht voor de eerstelijnszorg. Peter Schell, initiatiefnemer en voorzitter van Privacyzorg: “Onze inzet daarbij is dat de kosten laag blijven. Dat kan doordat we geen winstoogmerk hebben en doordat zorggroepen en regionale samenwerkingsverbanden de dienstverlening collectief inkopen.”

Privacy op zorggroepniveau

Dat deed ook Zorggroep BeRoEmD. Manager Monique Weise: “Voor de screening en ondersteuning van de huisartsenpraktijken nemen we in ieder geval voor dit jaar de kosten van het collectief abonnement voor onze rekening. Alle praktijken die dat willen kunnen een eerste inventarisatie doen en inzicht krijgen in wat er goed gaat en wat nog geregeld moet worden. Zo willen we voorkomen dat er problemen ontstaan. Mocht er ondanks alle voorzorgsmaatregelen iets gebeuren, dan kunnen we terugvallen op de experts van de stichting.”

Weise heeft Privacyzorg gevraagd om ook de knelpunten op zorggroepniveau te analyseren en prioriteren.  De eerste intake is achter de rug. “Dat ging bijvoorbeeld over de bewerkers die toegang hebben tot patiëntdata, zoals de leveranciers van HIS en KIS. Maar ook over het feit dat we in de cloud werken en over wie, wanneer en waarom toegang heeft tot gepersonaliseerde data.”

Risico’s bij apotheken

Apothekerszorggroepen Concordant en BrabantFarma maken gebruik van het collectieve abonnement dat via ZorgConnect Noord-Oost Brabant wordt aangeboden. Jan Andeweg van Concordant: “Alle leden krijgen een screening aangeboden binnen hun eigen apotheek. De eerste stap daarin is gezet, die bestond uit het invullen van een online vragenlijst. Voor apotheken verwacht ik de meeste risico’s bij de lokale verwerking van data. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met informatie die voor een medicatiereview uit het apotheekinformatiesysteem wordt gehaald en lokaal wordt opgeslagen?”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Veertien oplossingen voor minder werkdruk op de huisartsenpost

De koepels en besturen van huisartsenposten werken aan allerlei oplossingen die de werkdruk op huisartsenposten op termijn verminderen. Door slimme inzet van ICT kan ook op korte termijn resultaat worden geboekt. Topicus deed een analyse en bedacht op basis daarvan veertien concrete oplossingen. Op 17 mei aanstaande wordt tijdens een inspiratiebijeenkomst met bestuurders besproken welke oplossingen uitwerking verdienen.

De toegenomen werkdruk op huisartsenposten brengt problemen met zich mee. Met name voor de huisartsen, die vaak al een drukke werkdag op de eigen praktijk achter de rug hebben. Het aantal praktijkhouders neemt af, zodat er sowieso meer diensten per persoon moeten worden verricht en steeds meer ANW-diensten worden verkocht aan (minder ervaren) waarnemers. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De tijd dringt

Er zijn allerlei veelbelovende oplossingen bedacht door InEen en de LHV. Maatregelen die vaak mede afhankelijk zijn van financiers, wetgevers of andere partijen. Het kost tijd om deze in de steigers te zetten. Voor de huisartsen duurt dat te lang. De roep om de ANW-diensten facultatief te maken wordt sterker. Omdat dit het imago van de huisarts als generalistische 24/7 zorgverlener aantast, lijkt het niet wenselijk om dat pad in te slaan. Daarom is het zaak om te onderzoeken welke stappen op korte termijn al kunnen worden genomen met inzet van ICT.

Concrete oplossingen

Technische en organisatorische oplossingen heeft iedere huisartsenpost in eigen hand en zijn dus direct toe te passen. Natuurlijk is techniek geen panacee voor dit weerbarstige probleem, maar het biedt absoluut mogelijkheden om de werkdruk te beperken. ICT-leverancier Topicus bedacht veertien concrete oplossingen die binnen één jaar effectief in te voeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan een tool die alle beschikbare eerstelijnsbedden in de regio met één druk op de knop laat zien. Of een mogelijkheid om de capaciteit op basis van slimme planning en voorspellende algoritmes af te stemmen op de vraag.

Om deze en andere oplossingen te delen met het veld, aan te scherpen en te bepalen welke als eerste gerealiseerd moeten worden, organiseert Topicus op 17 mei 2017 een inspiratiebijeenkomst. Bestuurders van huisartsenposten zijn daarbij van harte welkom.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Slimme bedrijfsvoering in de zorg

Door de ontwikkelingen in de zorg komen steeds meer professionals annex zorgondernemers erachter dat slimme bedrijfsvoering noodzakelijk is. Maar hoe pak je dat aan? De nieuwe training Pragmatische bedrijfskunde in de zorg is een goede start.

De training Pragmatische bedrijfskunde in de zorg is ontwikkeld door Peter Felen. Felen studeerde psychologie en pedagogiek en deed een master bedrijfskunde. Zijn kennis en kunde zet hij al meer dan dertig jaar in voor het trainen van professionals in de zorg, met name in de openbare farmacie. Steeds vaker kreeg Felen hij de vraag: “Kan het niet slimmer als ik de bedrijfsvoering afstem met de huisarts?” Daarom kijkt hij sinds een paar jaar over de grenzen van de farmacie heen en ontwikkelt hij trainingen voor alle professionals in de eerstelijnszorg.

De training

De vierdaagse training Pragmatische bedrijfskunde in de zorg is bedoeld voor huisartsen, apothekers, psychologen, fysiotherapeuten, tandartsen en andere ondernemende zorgprofessionals in de eerste lijn.

Het programma heeft vier centrale thema’s:

  • Uw organisatie als bestuurbaar geheel

Hoe voorkomt u terugkerende verstoringen? Hoe zorgt u, naast uw drukke werkzaamheden, voor ontwikkeling? Hoe gaat u om met een snel veranderende omgeving? Hoe is uw positie in het geheel met andere zorgverleners? Hoe krijgt u veranderingen succesvol ingevoerd?

  • Personeel

Hoe zorgt u ervoor dat uw medewerkers meer zijn dan een stel individuen? Hoe zorgt u dat men op het hoogste niveau samenwerkt? Hoe gaat u om met kennis (toepassing, behouden en creëren)? Hoe gaat u om met weerstand?

  • Collega’s in de zorg

Hoe communiceert u met uw collega’s en met welke gezagsverhoudingen gaat dit gepaard? Op welke wijze is er echte samenwerking? Hoe gaat u om met belangenverschillen?

  • Profilering deskundigheid/plan voor de komende periode

Hoe kan men zonder op te scheppen toch de resultaten laten zien van het werk? Hoe kunnen we leren van diverse buitenlandse successen? Welke vormen van marketing zijn mogelijk?

De training wordt afgerond met het maken van een concreet plan voor de nabije toekomst. De deelnemers leren niet alleen van de trainer, maar ook van elkaar en over elkaars disciplines.

Auteur: Felen & Partners

Download het volledige artikel hier:

Samen de serieuze uitdagingen te lijf

Vijf eerstelijnspartijen in de Leidse regio kwamen tot het besef dat het weinig effectief is om alle vijf los van elkaar dezelfde ontwikkelingen door te maken en dezelfde gesprekken met stakeholders te voeren. Ze gingen op in één netwerkorganisatie, met als doel zaken gezamenlijk te regelen, van elkaar te leren en best practices te delen.

Hoe is de samenwerking tot stand gekomen? “Dat is een lang verhaal”, zegt Henri van der Lugt, die na veertig jaar afscheid neemt van zijn werk als huisarts en doorgaat als voorzitter van het nieuwe Netwerk Zorgorganisaties Leiden en Omstreken (NZLO) . “Maar heel in het kort komt het erop neer dat ik als huisarts en tijdelijk bestuurder van Rijncoepel zag dat we in de Leidse regio vijf zorggroepen hadden die allemaal hetzelfde werk zaten te doen en dezelfde innovaties probeerden door te voeren. Dat was verre van optimaal natuurlijk. Het was logischer om te gaan samenwerken, zodat we gezamenlijk doelen kunnen bereiken die bijdragen aan goede, efficiënte en betaalbare eerstelijnszorg voor de burgers in de regio. Binnen anderhalf jaar hadden we het voor elkaar en was het NZLO een feit.”

Serieuze uitdagingen

De gedachte achter de totstandkoming van het netwerk was dat de partijen gezamenlijk beter in staat zouden zijn om goede en betaalbare zorg in de buurt te blijven bieden. Met name door op het gebied van bijvoorbeeld inkoop, ICT, scholing, contractonderhandelingen en verbetertrajecten centraal te organiseren. “De eerste lijn heeft serieuze uitdagingen op deze gebieden”, zegt Van der Lugt. “Neem het eerstelijnsverblijf. Net als op veel andere plaatsen in het land hebben we hier te kampen met het probleem dat kwetsbare ouderen in een crisissituatie op de afdeling spoedeisende hulp en vervolgens in een ziekenhuisbed belanden. Als NZLO pakken we dit probleem op in samenwerking met de ziekenhuizen en verpleeghuizen in de regio. Die zijn hier zeer over te spreken, want die zien ook dat een versnipperd beleid nooit tot een structurele regionale oplossing kan leiden.”

Bijzonder is dat het NZLO samen met verzekeraar Zorg en Zekerheid naar de Autoriteit Consument & Markt is gestapt om duidelijkheid te krijgen over de vraag in hoeverre samenwerking mogelijk is. “Die duidelijkheid kregen we ook”, vertelt Van der Lugt. “Het antwoord van de ACM was dat we geen kartel mogen vormen en de zorg niet in gevaar mogen brengen, maar verder onze gang kunnen gaan.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Vier netwerkperspectieven op organiseren in de eerste lijn

Eerstelijnszorgverleners werken steeds meer in samenwerkingsverbanden en netwerken. Door de decentralisaties en extramuralisering wonen er meer complexe patiënten thuis. Ook wordt maatschappelijk een beroep gedaan op alle zorgaanbieders om ‘meer gezondheid voor de schaarse euro’s’ te leveren. Dat betekent dat zorgaanbieders in wijken, buurten, steden en regio’s meer moeten samenwerken. In dit artikel beschrijft bestuursadviseur Wilfrid Opheij hoe dat vorm kan krijgen.

Het samenwerkingsmodel heeft Opheij’s nadrukkelijke voorkeur om in de complexe context van de eerstelijnszorg meer effect te sorteren voor patiënten, populaties en de maatschappij. Omdat er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid in een complexe context kan het beste gewerkt worden in ‘de logica van het netwerk’. Dit in tegenstelling tot ‘de logica van de hiërarchie’, waarbij een partij een leidende rol claimt. Samenwerken is in zijn visie nodig, maar daarmee niet vanzelfsprekend.  In dit artikel geeft hij aan wat de vier typen netwerken zijn waarin eerstelijnszorgverleners samenwerken. Ook behandelt hij de essentie van het samenwerken in netwerken.

Vier netwerkperspectieven op organiseren

In de praktijk zijn er op vier terreinen samenwerkingsvraagstukken, die in de wijk of op grotere schaal in de regio’s spelen. Vervolgens zijn er verschillende onderwerpen voor samenwerking. Het kan gaan om het organiseren van reguliere zorg of het in gang zetten van innovaties. Bijvoorbeeld gericht op de samenhang tussen zorg en welzijn, samenwerking tussen disciplines en ‘lijnen’, de inzet van technologie of de wijze van financiering. Deze vier terreinen leiden tot vier verschillende invullingen van samenwerking in netwerken die Opheij in het artikel verder uitwerkt:

  • Netwerken rond de patiënt in de wijk
  • Netwerken rond specifieke vraagstukken in de wijk
  • Netwerken rond populaties in steden en regio’s
  • Netwerken rond schaalthema’s
Aandacht noodzakelijk

In de netwerkperspectieven die Opheij schetst, zijn huisartsen sleutelspelers. Werken in netwerken vraagt iets anders van zorgverleners dan reguliere zorg en ketenzorg, benadrukt hij. Hiervoor geldt een aantal cruciale aandachtspunten, zoals het zoeken naar de gedeelde ambitie, het echt leren kennen van elkaars kwaliteiten en belangen en het goed organiseren van mandaat, eigenaarschap en verbinding.

Samenwerken in netwerken vraagt afstemming met de ander vanuit een positie van gelijkwaardigheid en wederzijdse afhankelijkheid, aldus Opheij. Het gaat altijd om het besef dat je samen meer kunt bereiken dan ieder apart en dat je daarvoor een stuk autonomie moet inleveren in het vertrouwen dat dit voor patiënt, populatie, maatschappij én jezelf meerwaarde oplevert. Het is aan eerstelijnszorgaanbieders die handschoen van het netwerkleiderschap op te pakken en er zo aan bij te dragen dat het voor patiënten en populatie beter gaat en we samen meer gezondheid voor de beperkte euro’s leveren.

Auteur: Wilfrid Opheij

Download het volledige artikel hier:

Succesvol Fries model voor praktijkmanagement

Onderdeel van de nieuwe bekostiging van Organisatie en Infrastructuur (O&I) is het inzetten van een manager in huisartsenpraktijken. In Friesland is de afgelopen twee jaar een succesvol model voor praktijkmanagement ontwikkeld. De inzet van praktijkmanagers leidt daar tot een betere organisatie van huisartsenpraktijken, betere samenwerking en meer kwaliteit en innovatie.

De huisarts krijgt er naast de directe patiëntenzorg steeds meer taken bij. In Friesland was dit aanleiding om te zoeken naar manieren om de huisarts te ondersteunen in het duurzaam bieden van kwalitatief goede zorg, zoals het oprichten van huisartsensamenwerkingsverbanden (HAS’en). Dit inzicht bracht de LHV-huisartsenkring Friesland en De Friesland Zorgverzekeraar er in 2014 toe om praktijkmanagement te ontwikkelen en implementeren.

Opzet praktijkmanagement

De inzet van praktijkmanagers sloot aan bij de door veel huisartsen geuite behoefte aan ondersteuning. Doel was hen te ontzorgen op het gebied van praktijkvoering, HAS-vorming, het realiseren van nieuwe zorgvormen zoals substitutie, samenwerking met andere zorgverleners en gemeenten en het borgen van kwalitatief goede huisartsenzorg.

Er werd voor een fasemodel gekozen, zodat zoveel mogelijk praktijken een beroep konden doen op de ondersteuning door een praktijkmanager. Afhankelijk van de mate van professionaliteit van bedrijfsvoering op structuur, proces en inhoud van geleverde zorg, werden doelstellingen en voorwaarden op maat bepaald voor het HAS. Hoewel elk samenwerkingsverband zelf een praktijkmanager kon aanstellen, kozen de meeste groepen ervoor dit via de Friese ondersteuningsorganisatie Doktersdiensten te doen.

Resultaten

Na twee jaar is de inzet van praktijkmanagers geëvalueerd. De organisatie en samenwerking van de huisartsenpraktijken zijn verbeterd door het opstellen van een visie op samenwerking. Daarnaast bleek er sprake van een meer efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, onder andere door het lean werken, het delen van personeel en gezamenlijk inrichten van processen voor bijvoorbeeld inkoop. Niet alleen de samenwerking tussen huisartsen en HAS’en is bevorderd, maar ook die tussen huisartsen en andere zorgverleners.

De kwaliteit van praktijkvoering en zorg is verbeterd door advisering en ondersteuning van het personeels- en organisatiebeleid, accreditatie van alle praktijken, implementatie van chronische zorgprogramma’s en het organiseren van multidisciplinair overleg.

De huisartsen ervaren dat de praktijkmanagers hen daadwerkelijk ontzorgen, waardoor er meer tijd overblijft voor patiëntenzorg.

Conclusie

Inzet van praktijkmanagers leidt in Friesland tot betere organisatie van huisartsenpraktijken, betere samenwerking en meer kwaliteit en innovatie. Het zorgt voor een cultuuromslag binnen de Friese huisartsenzorg: van solistisch werken naar samenwerkingsverbanden die goed in staat zijn om de huidige én toekomstige uitdagingen aan te kunnen. Daarmee is het een mooi praktijkvoorbeeld dat laat zien dat investeren in Organisatie & Infrastructuur loont.

Auteurs: Ursula de Jonge Baas (Doktersdiensten Friesland), Susan Silvius (praktijkmanager), Bert van Kapel (huisarts)

Download het volledige artikel hier:

Praktijkverpleegkundige schept duidelijkheid voor patiënt en huisarts

Sinds anderhalf jaar werkt Gezond op Zuid, een samenwerkingsverband van zes eerstelijnsgezondheidscentra, met een praktijkverpleegkundige voor de coördinerende taken in de zorg. Een spin in het web die zorgt voor snellere oplossingen en vroegere signalering. Dat biedt duidelijkheid en overzicht voor patiënten én zorgverleners, vertellen centrummanager Marieke Sikkens en huisarts Bette van Melle.

Een voorbeeld uit de praktijk maakt het duidelijk. Een man van 86 jaar met forse comorbiditeit wordt na een hartoperatie naar huis gestuurd. Hij zit met een boodschappentas vol medicijnen aan zijn keukentafel, helemaal in paniek. Hij weet niet wat hij wanneer moet innemen. Anneke Roobol, de praktijkverpleegkundige in Rotterdam Zuid, neemt standaard contact op met kwetsbare ouderen na ontslag uit het ziekenhuis. Daardoor kan een huisbezoek met een polyfarmaciegesprek makkelijk worden ingepland. Samen met de patiënt neemt ze contact op met het ziekenhuis om duidelijkheid te krijgen en samen ordenen ze de medicatie. Als het nodig is vraagt de praktijkverpleegkundige een baxter aan. De huisarts leest mee in het dossier en blijft volledig op de hoogte door nauw contact met de praktijkverpleegkundige.

In de huisartsenpraktijk

Dit voorbeeld toont de spil- en signaalfunctie van de coördinerend praktijkverpleegkundige aan, maar ook de directe band met de huisartsenpraktijken. Die is essentieel, legt Marieke Sikkens uit. “Dat is een van de lessen die we hebben geleerd van het project Zichtbare Schakels. Daarbij lagen de coördinerende taken bij een wijkverpleegkundige. Maar die is niet bij ons in dienst, dus er zijn te weinig contactmomenten en er wordt niet gewerkt in hetzelfde dossier.” Om succesvol te kunnen werken moet de praktijkverpleegkundige dagelijks op de praktijk aanwezig zijn. Zo kan ze een vertrouwensband opbouwen met alle artsen. 

Laagdrempelig

De praktijkverpleegkundige heeft alle vrijheid, vertelt Bette van Melle. “Ze is onze ‘ogen in de wijk’. Ze werkt samen met wijkteams, wijkagenten, thuiszorg en vrijwilligersorganisaties en is laagdrempelig voor iedereen. Mensen stappen gewoon binnen en vragen: Is Anneke er? Dan krijgt ze heel veel boven tafel.” Dat maakt dat je patiënten beter in beeld hebt en bij een verwijzing beter kunt inschatten wat er nodig is, zo vindt Gezond op Zuid. “En het voorkomt onnodige ‘troubleshooting’ – acute opnames omdat signalen niet werden opgepikt, terwijl er preventief veel meer mogelijk was geweest”, vult Sikkens aan. En dat bespaart de huisartsen enorm veel tijd. En uiteindelijk ook veel geld.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: