Handen ineen voor goede kankerzorg dicht bij huis

De zorg voor oncologische patiënten vindt meer en meer binnen de eerste lijn plaats. Een goede manier om dat te organiseren is binnen oncologische netwerken. Dat gebeurt sinds kort ook in Apeldoorn, waar de netwerken inmiddels uit de opstartfase zijn.

Het karakter van de oncologiezorg in Nederland en daarbuiten, wordt bepaald door een aantal ontwikkelingen. Het aantal patiënten met een vorm van kanker stijgt. De levensverwachting van patiënten neemt toe. Kanker krijgt steeds meer de vorm van een chronische ziekte. En steeds meer mensen genezen van kanker dankzij succesvolle behandelingen. De overlevingskansen zijn gestegen. Tegenwoordig is meer dan de helft van de patiënten tien jaar na de eerste diagnose nog in leven.

Warm bad of zwart gat?

Dit heeft directe gevolgen voor de zorg en nazorg, met name in de eerste lijn. Zo hoeven nacontroles niet altijd door een specialist te worden uitgevoerd. Kankerpatiënten krijgen soms jaren na hun behandeling nog te maken met gevolgen van hun ziekte. Ze komen dan in de eerste lijn terecht. Patiënten blijven het grootste deel van hun ziekteproces thuis en zullen bij zorgvragen een beroep doen op de eerste lijn. En toch is er een groot contrast tussen de oncologische zorg in het ziekenhuis en de zorg thuis. “Je hoort het vaak van patiënten: de behandeling en begeleiding in het ziekenhuis voelt als een warm bad en eenmaal thuis val je in een zwart gat”, zegt fysiotherapeut Karen Keus, eigenaar van Fysiotherapie Jansen Apeldoorn. Zij is een van de initiatiefneemsters en nu ‘kartrekker’ van oncologienetwerk Apeldoorn Noord-West. Zo’n netwerk is een multidisciplinair samenwerkingsverband tussen eerstelijnszorgverleners, zoals fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, wijkverpleegkundigen, psychologen, apotheken, huisartsen, maar ook reïntegratie-coaches en huidtherapeuten. Gezamenlijk organiseren ze de zorg dicht bij huis, dus zoveel mogelijk op wijkniveau.

Begeleiding

Er zijn vorig jaar in Apeldoorn zes van die oncologische eerstelijnsnetwerken van start gegaan. ROS Proscoop begeleidt de netwerken in de intensieve en vaak wat ‘taaie’ opstartfase, zo legt Liesbeth Zwanepol, projectleider van Proscoop, uit. Uitgangspunt is de werkwijze in Arnhem, waar al negen netwerken actief zijn, Bemmel en Huissen – die ook worden ondersteund door Proscoop. “Wij bieden organisatorische en beleidsmatige ondersteuning waar deelnemers dat niet gewend zijn of de kennis niet in huis hebben”, zegt Liesbeth Zwanepol. De organisatie van de Apeldoornse netwerken staat nu en zij presenteren zichzelf aan zowel verwijzers als patiënten op www.oncologienetwerkapeldoorn.nl.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Volop ontwikkeling in praktijkaccreditering

NHG-Praktijkaccreditering bestaat twaalf jaar, maar NPA (NHG Praktijk Accreditering bv) zit niet stil. Integendeel. Op basis van feedback van deelnemers en klanttevredenheidsonderzoek houdt NPA de praktijkaccreditering regelmatig kritisch tegen het licht. Dit leidde de afgelopen jaren tot een aantal fikse aanpassingen. In 2018 zet NPA in op verdere verlichting van de administratieve last voor de deelnemers. Daarnaast ontwikkelde NPA een certificering voor zorggroepen en wordt gewerkt aan een certificering voor huisartsenposten en regio’s. Het uitgangspunt bij de ontwikkelingen is altijd de vraag uit het veld en ook de ontwikkeling vindt plaats samen met het veld.

In het kader van de actie ‘Het roer moet om’ is in vele facetten van de zorg gekeken naar de mogelijkheden voor vermindering van administratieve lasten. Ook praktijkaccreditering kwam aan bod. “Het was geen verrassing voor ons dat huisartsen de werkbelasting als groot ervaarden”, zegt Marc Eyck, directeur van NPA. “Maar wat nu zo mooi is, is dat inmiddels tachtig procent van onze deelnemers zegt: ik ga een andere huisarts ook aanraden om deel te nemen. De afgelopen twee jaar is het aantal deelnemers met 23 procent gegroeid, zeventig procent van alle huisartsen neemt nu deel aan NPA.”

Kritisch blijven

Toch gaat NPA in 2018 met de stofkam door het accrediteringsproces. “Je kunt het meer lean maken door overbodige zaken eruit te halen, die er in twaalf jaar natuurlijk wel in sluipen”, vertelt van Eyck. Dit voorkomt niet dat na een jaar of vijf accrediteren de praktijk wel op orde is en het enthousiasme afneemt. “Dat ondervangen we door thema-audits aan te bieden”, vertelt Eyck, “over palliatieve zorg bijvoorbeeld, samenwerken of diagnostiek aanvragen. Die thema’s zijn we nu in rap tempo aan het doorontwikkelen. Dan kun je eens per drie jaar een grote audit doen en in de tussenliggende jaren met thema’s werken.”

NPA-Certificering Zorggroep

NPA biedt al een aantal jaar certificering voor zorggroepen. Eyck: “We deden dit eerst per individuele chronische aandoening. Om overlap te voorkomen zijn we nu overgestapt op één certificering voor chronische zorg.” In vervolg op de certificering voor zorggroepen kwam vanuit de zorggroepen de vraag of NPA ook het faciliterende deel van hun werk kan certificeren. “Dat zijn we nu samen aan het ontwikkelen”, zegt Eyck. “En er is alweer een nieuwe vervolgstap, want we hebben nu ook de vraag gekregen of we een certificering voor huisartsenposten kunnen ontwikkelen. Daar gaan we dit voorjaar mee aan de slag.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Persoonsgerichte zorg in hele ZEL-regio

In het gebied tussen Rotterdam en Den Haag moet iets bijzonders gebeuren in de tweede helft van dit jaar. Een groot deel van de ongeveer 1200 eerstelijnszorgverleners is dan geschoold in persoonsgerichte zorg en verbetert voor zichzelf de wijze waarop die wordt gegeven. De volgende stap is dit gezamenlijk te doen, vanuit hetzelfde referentiekader. Dan wordt ‘de geïntegreerde en persoonsgerichte zorg’ geïntroduceerd.

“Voor zover wij weten, is het de eerste keer in Nederland dat huisartsen, apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten en vrijgevestigde GZ-psychologen sámen gaan optrekken in persoonsgerichte zorg.” Dat vertelt Daniëlle Vissers, programmanager bij Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL). ZEL besloot twee jaar geleden na een aantal succesvolle pilots vol in te zetten op persoonsgerichte zorg.

Menselijke maat verloren

Sietske Herder, directeur-bestuurder van ZEL: “In 2006 is onze regio begonnen met ketenzorg voor diabetes, COPD en hart- en vaatziekten. Maar in de loop der tijd vernamen we steeds vaker van huisartsen dat het geprotocolleerd werken veelal niet goed past bij de menselijke maat. Daarnaast hebben deze chronisch zieke patiënten vaak multiproblematiek. Het stapelen van ketenprogramma’s is niet wenselijk, een benadering op maat wel. Daarom hebben we ons voorgenomen deze benadering op de voorgrond te plaatsen.”

Aan de slag

ZEL heeft in eerste instantie ingezet op twee parallelle sporen. Het eerste is bedoeld voor huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistenten van de ruim 120 huisartsenpraktijken in de regio. Die hebben sinds 2017 de kans persoonsgerichte zorg steeds beter in de vingers te krijgen. Huisarts Natasja van den Ende, aandachtsfunctionaris persoonsgerichte zorg bij ZEL: “Een programmateam heeft scholingen ontwikkeld en georganiseerd. Na het volgen van de eerste scholing vullen alle medewerkers een zelfmanagementscan in. Op basis van de uitkomsten maken de praktijken een verbeterplan. Elke praktijk krijgt vanuit ZEL een praktijkbegeleider die de praktijk ondersteunt bij het opstellen en uitvoeren van dit plan van aanpak.”

Ambassadeurs

In het voorjaar van 2017 is de aanzet gegeven voor een tweede ontwikkeltraject gericht op de ongeveer duizend andere eerstelijnszorgverleners in de regio: apothekers, diëtisten, fysiotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten en vrijgevestigde GZ-psychologen.

Voor elke beroepsgroep is bij ZEL een ambassadeur aangesteld die namens en voor de eigen beroepsgroep een plan van aanpak opstelt. Het doel: persoonsgerichte zorg bij de eigen achterban onder de aandacht brengen en de vakbroeders en -zusters begeleiden bij een verbetertraject persoonsgericht zorg.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Persoonsgericht consult in de chronische zorg

Zorggroep DOH in Eindhoven is al enkele jaren actief bezig met de omslag naar meer persoonsgerichte zorg. Toch viel er nog wat te verbeteren aan de consultvoering in de chronische zorg. In samenwerking met de huisartsopleidingen in de regio werd een project gestart om het zelf ontwikkelde consultmodel Persoonsgerichte Chronische Zorg tussen de oren te krijgen van praktijkondersteuners, huisartsen en huisartsen in opleiding. Met succes.

Steeds vaker valt de term persoonsgerichte zorg, ook in de regio Eindhoven. Ervaringen met het SeMaS-project bij zorggroep DOH leerden dat de consultvoering in de chronische zorg nog persoonsgerichter kan. De juiste inzet van consultvaardigheden kan hieraan bijdragen. Bovendien bleek dat een chronisch consult anders is dan een regulier huisartsconsult, doordat er meestal geen directe hulpvraag is bij de patiënt. Dat was aanleiding voor een project waarbij niet alleen praktijkondersteuners, maar ook huisartsen en huisartsen in opleiding werden getraind in het persoonsgericht werken binnen het chronisch consult. Daarbij werd gebruikgemaakt van het consultmodel Persoonsgerichte Chronische Zorg, dat in de regio is ontwikkeld. Dit was een gezamenlijk project van zorggroep DOH en de huisartsopleidingen Nijmegen en Maastricht, die beiden een dependance in Eindhoven hebben.

Een win-win situatie

Het betrekken van zowel huisartsen (in opleiding) als praktijkondersteuners stimuleert het interprofessioneel leren en samenwerken in de praktijk. In het project volgden de zorgverleners een zogenaamde interprofessionele training en vervolgens deden zij twee videofeedbacksessies op de eigen praktijk in een periode van een jaar. Dit gebeurde onder leiding van een docent van de huisartsopleiding Eindhoven. Tussen de sessies door konden de huisartsen (in opleiding) en praktijkondersteuners activiteiten ondernemen om kennis over consultvoering en chronische zorg uit te wisselen en zo van elkaar te leren.

Resultaten

Een ruime meerderheid van de deelnemers gaf na het project aan dat de consultvoering binnen de chronische zorg is veranderd. Veranderingen zijn onder andere het opstellen van een gezamenlijke agenda aan het begin van het consult en het meer uitgaan van wat voor de patiënt belangrijk is. Zestig procent van de deelnemers gebruikt het consultmodel regelmatig. Het reflecteren op de eigen consultvoering in een veilige setting blijkt zeer waardevol. Leerzaam was ook dat huisartsen konden zien op welke manier hun praktijkondersteuner te werk ging in de spreekkamer en andersom. Hoe de deelnemers deze interprofessionele manier van leren en samenwerking hebben ervaren is middels focusgroepen onderzocht door het Radboudumc. Deze resultaten worden begin 2018 verwacht.

Auteurs: Petra Wopereis (huisartsopleiding Radboudumc), Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

Incident melden over muren heen

Heeft een huisarts niet vanuit het ziekenhuis vernomen dat de medicatie voor een patiënt is gewijzigd sinds de opname? In Utrecht kunnen zorgverleners dit soort – mogelijk riskante – zaken kenbaar maken via transmuraal incident melden. Het doel: leren van elkaar en zo komen tot betere en veiligere zorg.

Van de tien patiënten die de overgang maken van de eerste naar de tweede lijn of vice versa, is er bij twee tot vijf sprake van een transmuraal incident. Deze zorgwekkende cijfers worden bevestigd in nog lopend onderzoek door de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht in het Transmuraal Incident Preventie Programma (TIPP). Een van de interventies hierbinnen was het instellen van transmuraal incident melden (TIM), dat van start ging in 2016. De initiatiefnemers zijn het UMC Utrecht, het Diakonessenhuis en de coöperatie Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Het TIM-proces is geautomatiseerd en geborgd met behulp van een applicatie die is ontwikkeld in samenwerking met softwareleverancier The Patient Safety Company. Angelien Borgdorff, bij HUS actief als programmamanager ouderen- en transmurale zorg, is een van de grondleggers. Zij heeft er ook de functie van TIM-regisseur.

Leren van incidenten

Borgdorff: “Het hoofddoel van TIM is dat de patiënt betere en veiligere zorg krijgt. Als bijvoorbeeld een huisarts of apotheker meldt dat hij geen geactualiseerd medicatieoverzicht heeft ontvangen na het ziekenhuisontslag van een patiënt, kunnen we actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hij er voortaan wél van op de hoogte wordt gebracht door het ziekenhuis. We willen leren van incidenten en op basis van stuurinformatie komen tot betere zorgkwaliteit.”

HUS is in januari 2016 begonnen met meldingen door huisartsen en praktijkondersteuners over incidenten tussen ziekenhuis en thuis. Later is dat uitgebreid met VVT-instellingen, apothekers en een huisartsenlaboratorium. Sinds dit jaar hebben ook zorgverleners uit ziekenhuizen de mogelijkheid meldingen te doen.

Hoe werkt het?

Een zorgverlener in de eerste lijn is ongeveer vijf minuten kwijt aan het doen van een digitale melding. Als TIM-regisseur bij HUS ontvangt Angelien Borgdorff de melding, waarna zij een samenvatting maakt en deze doorstuurt naar de TIM-regisseur van de betreffende zorginstelling. Afhankelijk van het risico van de melding wordt bepaald of een analyse nodig is. Laag-risico-meldingen worden gebruikt voor trendanalyses; op hoog risico-meldingen wordt een analyse uitgevoerd.

Zijn er al resultaten te melden? Borgdorff: “Het is te vroeg om te beoordelen of TIM leidt tot betere en veiligere zorg. Maar we kunnen al wel zeggen dat het bewustzijn vergroot is onder zorgverleners.”

Auteurs: Gerben Stolk

Klik hier voor de link naar TPSC

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Kernteam rondom kwetsbare oudere in West-Brabant

Het doel is mooi: ervoor zorgen dat 27.000 kwetsbare ouderen in West-Brabant op een prettige manier thuis kunnen blijven wonen zolang dit mogelijk en wenselijk is. Het middel is veelbelovend: een huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige en specialist ouderengeneeskunde die zich rondom een senior scharen en zo een ‘kernteam ouderenzorg’ vormen.

“Omdat wij het gaan dóen. Omdat we geen tijd te verliezen hebben. De spoedposten en huisartsenposten lopen hier vol met kwetsbare ouderen. Het is de hoogste tijd om de zaken preventief nét wat beter te regelen en de druk te verlichten.”

Dominiek Rutters klinkt resoluut wanneer haar wordt gevraagd waarom de zorg voor kwetsbare ouderen in West-Brabant binnen afzienbare tijd snel en grootschalig zal zijn gestroomlijnd. “Natuurlijk, ‘de kwetsbare oudere centraal’ en ‘professionals die hun werkzaamheden op elkaar afstemmen in het belang van de senior’ zijn ideeën die elders in het land ook worden uitgevoerd”, zegt de programmamanager van Verbonden in Zorg. “Maar vaak gaat het om relatief kleinschalige initiatieven en blijkt het lastig te zijn om grote stappen te zetten. In West-Brabant heeft zich afgelopen zomer een groot aantal partijen achter één uniforme programmatische werkwijze geschaard (zie ook www.verbondeninzorg.nl, red.). Daarom hebben we er vertrouwen in dat het ons gaat lukken. Over anderhalf jaar willen we een groot deel van de kwetsbare ouderen – uit een totale populatie van 27.000 75-plussers – goed in beeld hebben en de benodigde ondersteuning en zorg bieden via een kernteam ouderenzorg.”

Overzicht bij één persoon

Evenals elders in het land is er in West-Brabant een sterke behoefte aan een slagvaardig netwerk van zorg en welzijn rondom kwetsbare en thuiswonende ouderen. Rutters: “Voor de hulp aan kwetsbare ouderen is deskundigheid nodig van verschillende organisaties en professionals. Wij streven ernaar dat die zorg niet versnipperd is, maar één geheel vormt. Een oudere niet te merken dat veel verschillende mensen voor hem zorgen. Neem de huisarts. Die is vaak primair verantwoordelijk voor de medisch-inhoudelijke zorg, maar iemands eenzaamheid kan hij niet oplossen. Het aanbod hiervoor wordt elders vanuit de wijk verzorgd, bijvoorbeeld via de gemeente. Eén persoon moet het overzicht hebben over de behoeften van een kwetsbare oudere én het beschikbare aanbod, om daarna in overleg met de anderen alles aan elkaar knopen.”

Die ene persoon is vaak de wijkverpleegkundige, doorgaans in dienst bij een organisatie die thuiszorg biedt. Soms kan het ook de praktijkondersteuner van de huisarts zijn. Samen met een huisarts en specialist ouderengeneeskunde vormen zij het kernteam ouderenzorg rondom een kwetsbare oudere.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Organisatorische uitdagingen in de huisartsenpraktijk

De organisatie van de huisartsenpraktijk verandert en professionals moeten daarin mee. Maar hoe verleid je hen om samen te werken in de zorg voor patiënten die niet genoeg hebben aan een incidentele benadering? De Eerstelijns analyseert.

De huisartsenzorg ontwikkelt zich in een rap tempo. De huisartsenzorg blijft in de basis generalistische, persoonsgerichte zorg, maar de profielen van patiënten veranderen door externe ontwikkelingen. Op basis van onderzoek door de Universiteit van Maastricht bij een zorggroep in Drenthe is vastgesteld dat ongeveer een derde van de patiënten van de huisarts een of meer van de 28 meest voorkomende chronische aandoeningen heeft. Dat betekent dat twee derde van de patiënten in principe met enkelvoudige klachten bij de huisarts komt.

Voor deze enkelvoudige of incidentele patiënten is het werk van de huisarts en doktersassistente het minst veranderd. De een derde complexe chronische patiënten in de huisartsenpraktijk vraagt echter steeds meer aandacht en neemt in omvang toe. De schotten tussen Zorgverzekeringswet (Zvw), Wlz en sociaal domein leveren bovendien coördinatie- en afstemmingsvraagstukken op. De organisatie van de huisartsenpraktijk staat hierdoor onder druk en dat blijft niet onopgemerkt: er is inmiddels consensus over de financiering voor Organisatie & Infrastructuur in de huisartsenzorg en eerstelijnszorg.

Organisatieniveau

Het belangrijkste criterium voor het inrichten van de organisatie en infrastructuur van eerstelijnszorg is het niveau waarop de ondersteuning van professionals vorm en inhoud krijgt. Op wijk- of op operationeel niveau is hierbij onderscheid te maken tussen de focus op monodisciplinaire huisartsenzorg en op multidisciplinaire wijkzorg. Hierbij gaat het primair om de afstemming rondom de patiënt. Een deel van die afstemming moet, vanwege de schaal of de wijze waarop andere belangrijke stakeholders georganiseerd zijn, op regionaal niveau worden afgestemd.

Bij de organisatie van de praktijkvoering is er een verschil tussen incidentele en complexe, chronische patiënten. Bij incidentele patiënt zijn de doktersassistent en de huisarts vooral betrokken. Voor complexe, chronische patiënten met comorbiditeit zijn de praktijkondersteuners het eerste aanspreekpunt en er zijn meerdere externe professionals betrokken. Het is voor de huisarts onmogelijk om alle voor de zorg relevante netwerken te kennen en onderhouden. Door de toename en complexe problematiek van deze groep patiënten, neemt de ervaren werkdruk van de huisarts toe.

Samenhang

Enerzijds is een huisarts erbij gebaat om de zorg voor twee derde van de patiënten traditioneel te organiseren. Anderzijds vragen de complexe en chronische patiënten meer afstemming en coördinatie. Daarbij moet een huisarts samenwerken met andere huisartsen en disciplines. In een dergelijk samenwerkingsverband (zorggroep, gezondheidscentrum of HAGRO) zal een evenwicht moeten zijn tussen de lusten en de lasten die men ervaart van deelname. Organisatie & Infrastructuur (O&I) zijn noodzakelijk en niet meer weg te denken uit de eerstelijnszorg. Dat de huisarts daarin centraal staat, is logisch: de huisarts is de spil in de zorg en de enige discipline die niet of nauwelijks concurreert. Andere disciplines zullen geleidelijk functioneel aansluiten in een regionaal netwerk. Het is bij de uitwerking van de module O&I de kunst om een goede samenhang op lokaal (operationeel) en regionaal (beleidsmatig) niveau te creëren.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Aan de slag met ‘samen beslissen’

De in 2015 gepubliceerde Handreiking gezamenlijke besluitvorming geeft praktische handvatten voor persoonsgerichte zorg. De implementatie daarvan is in de praktijk niet altijd makkelijk. Om zorgprofessionals te helpen, ontwikkelden InEen en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een leergang. “Het gaat erom dat het behandelplan meer van de patiënt zelf wordt”, aldus huisarts en projectleider Ilonka Brugemann.

“Persoonsgerichte zorg is het antwoord op bewegingen in de maatschappij en in de zorg”, vervolgt Brugemann. “Op een verandering in aandoeningen en een verandering van de betrokkenheid van patiënten. Er is meer te kiezen en veel mensen willen betrokken worden. Preventie en behandeling vragen in toenemende mate een inspanning van patiënten zelf. Daarom is het van belang dat zij zich herkennen in het behandelplan.”

Samen beslissen

De Handreiking gezamenlijke besluitvorming is een praktische uitwerking van het model voor gedeelde besluitvorming dat is ontwikkeld door InEen, NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en het Zorginstituut Nederland. Brugemann: “Tijdens de leergang leren de deelnemers hiermee te werken en ‘samen beslissen’ echt in de praktijk te brengen.“

De leergang bestaat uit een basisdeel van twee dagdelen voor duo’s: huisarts en POH. Na de basistraining kunnen de deelnemers individueel inschrijven op een vervolgtraining. Er is keuze uit ‘De coachende professional’ en ‘Persoonsgericht werken in de keten’.

Leuker

Huisarts Leonie Tromp en POH Anne-Marie Daniëls van Horus Huisartsenzorg in Tilburg dachten vanuit Zorggroep RCH Midden-Brabant mee in het praktijkpanel en namen deel aan de pilot. Ze vinden het positief dat huisartsen en POH’s uitgenodigd worden om samen deel te nemen aan de cursus. “Het is essentieel dat je dit binnen de praktijk samen doet en van elkaar snapt waar je het over hebt. Zeker als je net start met deze manier van persoonsgericht werken.” Dat het niet altijd makkelijk is om tijd vrij te maken voor scholing, snappen ze ook. “De werkdruk bij huisartsen is op dit moment ontzettend hoog. Maar ‘samen beslissen’ maakt je werk een stuk leuker. Daarom raad ik iedereen aan toch tijd vrij te maken en zo’n training te doen.”

Meetlat

De training is onderdeel van een breder plan voor de implementatie van persoonsgerichte zorg, vertelt Ilonka Brugemann. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een checklist voor persoonsgerichte zorg. Een soort meetlat die organisaties kunnen gebruiken om te zien waar ze staan. Zonder dat dit een nieuwe ‘vink’ mag worden trouwens. Daarnaast bekijken we welke plek persoonsgerichte zorg nu in de opleidingen heeft en wat daaraan kan worden verbeterd.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: