ECG in zakformaat

Nieuwe masterclass eHealth: van strategie naar toepassing

Begin 2016 gaat de eerste editie van de masterclass eHealth strategie voor bestuurders van start, een initiatief van SmartHealth en De Eerstelijns. Jan Erik de Wildt, programmacoördinator van de nieuwe leergang, over de noodzaak van digitale transformatie en de opzet van de nieuwe masterclass.

Jan Erik de Wildt was de afgelopen zeven jaar de programmacoördinator van de masterclass Eerstelijns Bestuurders, die in samenwerking met de Universiteit van Tilburg word georganiseerd. Vanuit die ervaring stelt hij vast dat zorgbestuurders over het algemeen goed aanvoelen dat eHealth voor ingrijpende veranderingen gaat zorgen. “Ze lezen ook kranten en vakbladen, gebruiken zelf apps en online diensten, en zien de toepassingen uit de grond schieten. Ik zie dat ook bij collega’s van andere zorggroepen. Maar het besef dat die nieuwe eHealth diensten eraan komen is een eerste stap, voor een succesvolle toepassing ervan in je eigen organisatie heb je ook nieuwe vaardigheden nodig als bestuurder.”

Eerst digitale kennis verbreden, dan leren toepassen

Volgens De Wildt lenen complexe vraagstukken als het succesvol kunnen toepassen van digital health zich goed voor het format van de masterclass. “Je kunt in een korte, intensieve periode eerst kennis en inzicht aanbieden, en daarna op basis van praktische cases hands-on ervaring opdoen met nieuwe manieren van werken, methoden en digital skills. De samenstelling van de masterclass met bestuurders (en projectleiders) vanuit de eerste lijn, GGZ en transmurale omgevingen zorgt voor een goede uitwisseling en verrijking van inzichten.”

De opzet van de nieuwe masterclass valt in drie onderdelen uiteen. In de eerste blokken verbreden de cursisten hun kennis over eHealth vanuit een perspectief dat breder is dan alleen technologie. Gastdocenten die tot de top van hun vakgebied behoren belichten de grotere rol van de zorgconsument, bekostigingsaspecten, maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe zorgtechnologie en vragen rond privacy en datalekken.

model Masterclass eHealth strategie

Grote verschillen in eHealth readiness

“Die eerste blokken dienen om het beeld compleet te maken voordat je dieper kunt ingaan op de strategie van je eigen organisatie en de eHealth projecten die daaruit voortkomen”, aldus De Wildt. Hoe ver is de organisatie? Volgens de programma coördinator zijn er grote verschillen in de eHealth readiness van organisaties, of het nu om de eerste lijn, ziekenhuizen, GGZ of de care gaat. “In deze masterclass maken we intensief gebruik van een nieuw ontwikkelde assessment tool waarmee we aan het begin van de masterclass de cursisten een beter inzicht kunnen geven in de vraag welke vaardigheden aanwezig zijn of ontbreken. Die checklist stuurt het onderwijs in de leergang, zodat de cursisten informatie krijgen aangeboden die past bij hun eigen situatie. Met de online checklist kun je ook na de leergang effectiever bijhouden hoe de organisatie zich ontwikkelt.”

Samenwerking met Smarthealth

Niet alleen de nieuwe technologie, maar ook regulier ICT-beleid is vanouds een lastig gebied voor veel zorgbestuurders die de strategische eHealth portefeuille beheren. De Wildt: “Door de samenwerking met SmartHealth hebben we toegang tot veel kennis en ervaring, die vaak ook buiten de zorg is opgedaan. Iedereen begrijpt dat de zorg zijn eigen dynamiek en randvoorwaarden kent.”

“Maar we moeten wel leren van de best practices op het gebied van strategisch denken, verdienmodellen, ontwikkelmethoden als agile en scrum en het omgaan met informatiearchitecturen en -modellen. Bestuurders moeten van binnen uit ervaren hoe die digitale industrie nu werkt. Niet alleen omdat we te maken krijgen met toetreders van buiten, maar vooral omdat een goede inzet van eHealth onontkoombaar zal zijn om de zorgkosten te beteugelen en de kwaliteit op peil te houden of te verhogen.”

Bekijk de masterclass eHealth strategie 2016 website voor meer informatie over docentenprogramma en inschrijven voor de leergang.

Gezondheidszorg en telemedicine zijn booming business

Gezondheidszorg wordt vaak gezien als een kostenpost, maar is ook een van de drivers van de Nederlandse economie. Technologische producten of concepten zijn steeds vaker ook succesvolle “exportproducten”. Tegelijkertijd zijn er in de interne Nederlandse zorgmarkt nog de nodige obstakels voor een grootschalige uitrol.

April 2014. Professor dr Nico van Meeteren houdt zijn oratie als hoogleraar fysiotherapie en fysiek functioneren met een chronische ziekte aan de Universiteit van Maastricht. Inmiddels is hij ook directeur van Health~Holland, de opvolger van de topsector lifescience and health en bouwt in opdracht van het ministerie van Economische zaken aan de public private health-samenwerking. Gezondheidszorg is big business geworden. Meer dan een miljoen mensen werken in de Nederlandse zorg. Ruim 35 duizend mensen werken in gezondheidszorg-gerelateerde bedrijven. Nederland is wereldmarktleider in mobiele apparatuur en bedrijven hebben een wijdvertakt netwerk over de gehele wereld.

Stimuleren of niet. Voor Jos de Blok van Buurtzorg, VitalHealth Software, Daan Dohmen van Focus Cura of Lucien Engelen van REshape Center for Innovation is er al sprake van een global market. Nederland is op vele gebieden een ideaal experimenteerland. Veel innovatieve (zorg)technologie, een uitstekende infrastructuur en een afgebakend ecosysteem.
April 2015. Professor dr Leonard Witkamp houdt zijn oratie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn thema is telemedicine. Hiervan is sprake als er een afstand wordt overbrugd door gebruikmaking van informatietechnologie als telecommunicatie én er tenminste twee actoren zijn betrokken bij het zorgproces, waarvan minimaal een BIG-geregistreerde zorgverlener. Anno 2013 wordt naar schatting minder dan een procent van het totale macrokader zorg besteedt aan telemedicine.

Download het volledige artikel hier:

 

Worden huisartsen straks “verslagen” door smartphone?

In 2009 won een smartphone een grootmeester-schaaktoernooi in Buenos Aires. De app heette Pocket Fritz, en met een geschatte ELO-rating van 2550 is hij op papier beter dan vrijwel alle Nederlandse schakers.

Ben je als schaker minder waard wanneer je niet eens van een app kunt winnen? Of liever gezegd: als mens? Het lijkt een belachelijke vraag. Wij zijn er aan gewend geraakt dat computers in de vorm van laptops, tablets en smartphones veel zaken beter en sneller kunnen dan wij. De weg vinden bijvoorbeeld, of de jaarprognose doorrekenen wanneer de inflatie 0,1 procent stijgt.

Dat is niet altijd zo geweest. Ook toen de computer al was uitgevonden, dachten veel mensen dat dit apparaat nooit goed zou kunnen worden in “echt menselijke” taken. De grens van wat menselijk is, bleek in de praktijk steeds op te schuiven naarmate software meer bleek te kunnen.

En toen de menselijke wereldkampioen schaken door het programma Deep Blue van IBM werd verslagen in het vorige decennium, hadden we al geaccepteerd dat dit er aan zat te komen. We waren niet bang dat computers de aarde zouden overnemen. Waarom krijg je dan van die stekelige reacties wanneer iemand vaststelt dat een smartphone met eventueel wat accessoires over tien tot vijftien jaar waarschijnlijk betere diagnoses zal stellen dan de meeste huisartsen?

Er zal vast een groep huisartsen zijn die het stomweg niet gelooft. De tijd zal leren of ze gelijk krijgen. Maar in veel reacties zit ook een schrikreflex opgesloten. Alsof de huisarts opeens minder waardevol zou worden wanneer de patiënt zelf met een smartphone voor de meest gangbare aandoeningen betrouwbare diagnoses kan stellen (en waarschijnlijk ook juist voor zeldzame ziekten die huisartsen voor problemen stellen).

Download het volledige artikel hier:

 

De digitale huisarts is niet bekend bij de burger

In oktober publiceerden Nictiz en NIVEL in opdracht van het ministerie van VWS de tweede editie van de eHealth-monitor. Dit grootschalige onderzoek laat de status van e-health toepassing in Nederland zien. Die inzet is sinds de eerste meting in 2013 in de meeste zorgsectoren niet echt toegenomen.

De monitor laat zien dat zorggebruikers en -aanbieders veel gebruikmakenvan internet, en in toenemende mate ook van apps,wanneer het om het opzoeken van gegevens gaat. Met de onlinecommunicatie tussen huisarts en burger loopt het echter nog nietzo hard. Dat zal iedere huisarts zelf kunnen beamen, maar er is hierook iets vreemds aan de hand.Veel van de ondervraagde artsen geven aan dat bepaalde dienstenwel degelijk mogelijk zijn. Zo meldt 69 procent dat de patiëntenherhaalrecepten kunnen aanvragen via internet, en geeft 49 procentaan dat je via e-mail of de website een vraag kunt stellen. De ondervraagdeburgers zeggen echter vooral dat dit nog niet mogelijkis bij hun huisarts, slechts dertig procent zegt een herhaalrecept tekunnen aanvragen, en slechts veertien procent meent dat de eigenhuisarts via e-mail of internet te bereiken is voor een vraag. Bij hetinzien van medische gegevens via Internet (dat kan overigens slechtsbij twaalf procent van de praktijken), meent slechts drie procent vande burgers dat dit bij de eigen praktijk kan.Het curieuze is dat in een andere vraag een groot deel van de ondervraagdeburgers zegt dat men dit soort diensten wel graag zouwillen gebruiken. De Nictiz-onderzoekers concluderen dat de patiëntniet op de hoogte is van al het digitale fraais dat nu al in deetalage van de huisarts staat.

Download het volledige artikel hier:

 

Patiënten als driver voor eHealth ontwikkeling

Als huisartsen geen innovators zijn, dan richten de gerenommeerde eHealth bedrijven zich rechtstreeks tot de patiënten en worden zij als driver gebruikt voor introductie van zelfmanagement eHealth tools, zegt Jan Jacobs van SmartHealth.

Elke sector heeft zijn klassieke boeken, en in de wereld van hightech marketing is dat bijvoorbeeld Crossing the Chasmvan Geoffry A. Moore uit 1991. Dat het boek nog steeds relevant is mag een wonder heten in een wereld die voor buitenstaanders vaak van hypes en hijgerigheid aan elkaar lijkt te hangen. Moore’s boek heeft één centraal thema: hoe maak je als technologieproducent de sprong naar de mainstream klant? De grote markt, de hoge volumes.
Wat een huisarts hiervan kan leren? Kijk naar de manier waarop Apple, Google en Samsung met health-producten proberen door te breken naar massamarkten. Reken maar dat die allemaal hun marketingklassiekers kennen.

Download het volledige artikel hier:

Schaalgrootte geen voordeel voor e-health innovatie

Er was een tijd dat je schaalgrootte nodig had om te kunnen concurreren met gevestigde spelers in een willekeurige branche. Je had bijvoorbeeld veel geld nodig voor je eigen ICT-infrastructuur, compleet met rekencentrum en systeembeheerders.

Die tijd is voorgoed voorbij. Vijftien jaar geleden had een serieuze startup in Silicon Valley minimaal 50 tot 100 miljoen dollar nodig, een man of honderd personeel en een voorbereidingsperiode van een jaar of twee tot drie voordat een eerste product op de markt kwam.

Toen Facebook eerder dit jaar berichtendiensten Whatsapp overnam voor 14 miljard euro, had het bedrijf 55 mensen in dienst om honderden miljoenen gebruikers te bedienen. En dan is Whatsapp een relatief groot bedrijf: in april 2012 kocht Facebook de fotodienst Instagram met zijn twaalf personeelsleden op voor rond ongeveer een miljard euro in contanten en aandelen.

Dit wil niet zeggen dat elke ondernemer met een aardig idee binnen een jaar miljonair kan zijn. Maar het is een goede illustratie van een cruciale trend: een groot deel van de dienstverlening die je nodig hebt om een onderneming op te bouwen is voor een bedrag per maand te huur via de cloud.

Download het volledige artikel hier:

Wat mag een cardioloog per maand kosten?

Ergens in de komende maanden kunnen Amerikaanse consumenten bij amazon.com, of misschien wel gewoon bij de overal aanwezige Wallgreens of Rite Aid apotheek, een hulpstuk met bijbehorende app kopen dat van hun smartphone een ECG-apparaat maakt. Begin februari kreeg het bedrijf AliveCor toestemming van de Food and Drug Administration (FDA) om het apparaat over the counter, dus zonder recept, te mogen verkopen. Talloze deskundigen zien de goedkeuring van de strenge waakhond FDA als een signaal voor een nieuwe golf medische apparatuur die direct op de consumentenmarkt is gericht.

Die aankondiging maakte heel wat los op medische blogs in de VS. De discussie ging niet zo zeer om het apparaat en de app, maar veel meer over de optionele service die AliveCor optioneel meelevert. Die heet Alive- Insights, en het is in feite een abonnement op een online 24-uurs service waarbij experts je ECG beoordelen en je een rapport toesturen.

Er woedt inmiddels ook een discussie over de aansprakelijkheid van AliveCor (of de eigen arts) wanneer de consument een serieus hartprobleem heeft. “Hoe zit dat precies wanneer die AliveCor dienst je pas na 24 uur meldt dat je een levensbedreigend hartprobleem hebt”, vraagt een Nederlandse hartspecialist zich af. Hij is op voorhand niet direct positief: “We worden weer gebombardeerd met gegevens waar we niet om hebben gevraagd, het merendeel is ruis.” Ook hij wijst op de beperkingen van éénkanaals ECG. Maar ondanks de genoemde tegenwerpingen lijkt de beschikbaarheid van de AliveCor dienstverlening, dus zonder recept van de dokter, een duidelijke stap op weg naar een toenemende beschikbaarheid van geavanceerde medische apparatuur voor de consument. Die zal uiteindelijk dan ook beslissen over het succes van dit soort producten.

Download het volledige artikel hier: