Berichten

Blue zones inspiratiebron voor behandeling dementie

Een betere levenskwaliteit voor mensen met dementie? Zorgverleners in de eerste lijn kunnen zich laten inspireren door de kenmerken van de vijf zogeheten ‘blue zones’. Dit zijn gebieden waar mensen gemiddeld een hogere leeftijd bereiken en ook langer verschoond blijven van gezondheidsproblemen dan in de rest van de wereld.

“Wie de zorg heeft over iemand met dementie, moet kwaliteit van leven plaatsen op plek één, twee en drie.” Dat zegt ouderenpsycholoog Frans Hoogeveen. Hij heeft zelf met mensen met dementie te maken bij Florence, een Haagse organisatie die zowel intramurale zorg als thuiszorg levert. Tijdens zijn periode als lector Psychogeriatrie aan de Haagse Hogeschool, tussen 2009 en 2017, boog Hoogeveen zich over verbetering van levenskwaliteit bij dementie. Hij is ervan overtuigd dat hierbij lessen zijn te trekken uit de blauwe zones. “Aan dementie liggen verschillende factoren ten grondslag”, legt hij uit. “Stel, jij hebt erfelijke aanleg voor dementie op oudere leeftijd, dan kan je het moment met de juiste levensstijl misschien een aantal jaren uitstellen. De blauwe zones bieden een recept voor een hoge levensverwachting en meer gezonde jaren. We kunnen hiermee ons voordeel doen, ook op het vlak van dementie.”

Wijs

Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat mensen met dementie dezelfde zaken belangrijk vinden als mensen zonder dementie: relaties met naasten, zingeving en eigen regievoering. “In al deze factoren wordt voorzien in de blauwe zones”, vertelt Hoogeveen. Naast gezond – veelal plantaardig – eten en bewegen, is zingeving een belangrijke component van het leven in de blauwe zones. Ouderen worden niet vergeetachtig, maar wijs gevonden. En ze blijven aan het werk. Maar het meest interessant vindt Hoogeveen de sociale factor. “Als je de mensen bij je houdt die je dierbaar zijn, met wie je zaken onderneemt en die jou steunen, blijkt dat levensverlengend te zijn en de gezondheid te bevorderen.”

De hele mens

Hoe kunnen we succesfactoren uit de blauwe zones vertalen naar de eerstelijnszorg? “Kijk naar de héle mens. Denk bij de behandeling van dementie niet alleen aan de medische kant, maar ook aan het psychische verhaal en de gevolgen voor iemands sociale leven. Verdiep je in vragen als: hoe was deze persoon voor zijn ziekte, waar was hij goed in, wat bepaalde zijn identiteit? Op basis daarvan kan worden geprobeerd iemand weer in zijn kracht te zetten, wat aansluit bij de factor zingeving.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Pilot toont belang van psychosociale zorg bij kanker

Na een behandeling kan de kanker uit het lichaam zijn, maar nog jaren in het hoofd blijven spoken. Veel (ex-)kankerpatiënten blijven met psychische klachten rondlopen, waardoor ze moeite kunnen hebben om deel te nemen aan het gewone leven. Passende psychosociale zorg bij een aanpassingsstoornis is in 2012 uit het basispakket van de zorgverzekering gehaald. Vanaf 1 maart is een pilot gestart om deze zorg weer te vergoeden.

Voorwaarde is wel dat de behandeling wordt gegeven door een bij de Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie (NVPO) ingeschreven behandelaar en volgens de richtlijn ‘Aanpassingsstoornissen bij patiënten met kanker’. Psychiater Tineke Vos was voorzitter van de werkgroep die de richtlijn opstelde. “De diagnose kanker kan de grond onder je voeten vandaan slaan”, zegt Vos. “Dat is logisch, want alles verandert in je leven. Hoe je je daarop aanpast, heeft met je persoonlijkheid te maken: ben je flexibel of rechtlijnig, laid back of altijd bezig alle ballen in de lucht te houden? Maar vooral: hoe is je veerkracht? Deze hangt samen met je lichamelijke gezondheid, je autonomie, je sociale steun en je zingeving.”

Kort na de diagnose wordt een patiënt opgevangen in het ziekenhuis. Eventuele problemen komen soms pas na het eerste behandeltraject aan het licht, als de patiënt weer thuis is en zijn of haar leven moet oppakken. “En dan komt de huisarts in beeld. Patiënten met borstkanker kunnen bijvoorbeeld nog jarenlang hormonale therapie krijgen en komen nog maar af en toe in het ziekenhuis. De huisarts moet de coördinerende rol kunnen overnemen als dat nodig is en signaleren als het niet goed gaat. De huisarts of POH-GGZ kan dan zelf helpen, maar het is fijn als kan worden doorverwezen naar specialistische hulpverleners als een psycholoog of een psychotherapeut. De nieuwe pilot maakt dit mogelijk.”

Klankbord

Ook Anja Kemp-Veens kwam nadat ze in 2012 voor borstkanker werd behandeld in een rollercoaster, vertelt ze. “Pas een maand of drie na de behandeling kwam het besef dat mijn leven echt veranderd was. Ik merkte dat ik minder weerstand had en mijn hoofd kon ook minder aan. Mijn huisarts raadde mij aan om een psycholoog bij een gespecialiseerd instituut te bezoeken. Die heeft mij geleerd om goed voor mezelf te zorgen en mijn grenzen aan te geven. De kern van de boodschap was: ‘ik mag er zijn’. Dat was precies wat ik toen nodig had.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Ggz-patiënten in het midden van de behandeling

Voor eigen regie is het nodig dat mensen inzicht hebben in de eigen gezondheid. De hulpverlener is daarbij een coach die ondersteunt en het herstel bevordert.

Psychische problemen komen relatief vaak voor in de Nederlandse bevolking. Cijfers uit het Nemesis-2 onderzoek over de periode 2007 – 2009 tonen dat aan. Zo heeft 43,5 procent van de Nederlandse bevolking ooit in zijn leven een psychische aandoening gehad, en dat percentage is 18 procent gemeten over de laatste 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. Het aantal mensen met psychische problemen in de bevolking blijft over een periode van vijftien jaar ongeveer gelijk. Het zorggebruik verandert wel. Het aantal mensen dat hulp krijgt neemt toe. In de ggz stijgt dat aantal in de periode 2003 – 2009 met bijna 40 procent. Zo’n 90 procent van deze cliënten ontvangt ambulante zorg.

Met de stijging van het aantal cliënten nemen ook de kosten van de zorg toe. In een periode van bijna 15 jaar (1998 – 2011) verdubbelen de zorgkosten nagenoeg, van 2,3 miljard naar 5,2 miljard. En de markt is niet verzadigd, want volgens Nemesis-2 ontvangt ongeveer eenderde van de mensen met psychische problemen enige vorm van hulp. De overige tweederde krijgen geen ggz-hulp in de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. Zij houden vol op eigen kracht en/of vinden andere oplossingen.

De overheid heeft de afgelopen vijf jaar diverse maatregelen ingezet om de kosten van de ggz in te dammen. Eigen risico voor cliënten in de ggz en beperking van het aantal sessies voor eerstelijns psychologische zorg zijn bekende voorbeelden. Deze maatregelen stuitten op veel weerstand in het zorgveld omdat verondersteld werd dat onder meer kwetsbare cliënten hier de dupe van werden.

Download het volledige artikel hier: