Berichten

Lijnoverstijgende aanpak resulteert in betere COPD-zorg

Bij patiënten met een chronische aandoening kan medicatie vaak pas optimaal werken als de zorg rondom hen goed is georganiseerd. Bovendien moeten zij inspraak hebben in de interventie. Dat zijn de uitgangspunten van een aantal succesvolle COPD-initiatieven.

Sneller een diagnose en behandelplan. Lagere zorgkosten omdat de meeste patiënten onder controle zijn in de eerste lijn. Dat zijn voordelen die met COPDnet zijn bereikt in en rond ziekenhuis Bernhoven in Uden. Dit zorgpad is een aantal jaren geleden ontwikkeld in het Radboudumc. PICASSO, een programma gericht op verbetering van longzorg, meet de effecten. “Twee jaar na de implementatie in ziekenhuis Bernhoven hebben we onlangs geconcludeerd dat de ervaringen goed zijn”, vertelt Denise Schuiten. Zij is Customer Solution Manager bij Boehringer Ingelheim, een van de oprichters van PICASSO.

Gemotiveerde patiënt

Schuiten concretiseert: “Dankzij een geïntegreerde aanpak van eerste, tweede en derde lijn komen zorgverleners en de patiënt in Bernhoven snel to the point. De patiënt keert eerder met een goed behandelplan terug van het ziekenhuis naar de huisarts en hoeft ook niet zo vaak naar het ziekenhuis te komen. Dat heeft een positief effect op de zorgkosten. Verder blijken patiënten extra gemotiveerd te zijn om hun medicatie te gebruiken en te werken aan hun leefstijl. De reden is dat zij inspraak hebben in de interventie.”

Implementatie

Na de ontwikkeling en invoering van COPDnet in Nijmegen brak de volgende spannende fase aan: de implementatie in een ander ziekenhuis en bij andere zorgverleners. Schuiten: “Dit is binnen negen maanden gerealiseerd in ziekenhuis Bernhoven. Het is de ambitie dit zorgpad nu ook geschikt te maken voor andere regio’s.”

Met ‘implementatie’ is een essentiële term genoemd. Schuiten: “Ons land kent vele geslaagde initiatieven om zorg te verbeteren. Maar de implementatie ervan blijkt vaak niet goed te verlopen. Welke factoren zijn bepalend voor het al dan niet slagen van een implementatie? Hiervoor is een soort meetlat ontwikkeld door de School of Health Policy & Management Health Technology van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Boehringer Ingelheim heeft de EUR gevraagd om vanaf de herfst de meetlat langs vier Nederlandse COPD-projecten te leggen.”

De uitkomsten van het onderzoek moeten over een half jaar duidelijk zijn. Schuiten: “We verwachten daarmee beter inzicht te krijgen in hoe en waarom sommige initiatieven succesvol zijn en andere niet. Met die kennis zou je projecten kunnen aanpassen als ze ergens anders worden geïmplementeerd, met een grotere slagingskans als gevolg.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Chronische zorgprogramma’s op de schop

Krimpende budgetten en minder personeel leiden tot het veranderen van de zorg- en bedrijfsprocessen in de eerstelijnszorg. Daarnaast bieden technische applicaties de mogelijkheid om de inbreng van patiënten te vergroten. In dit artikel doen de auteurs een voorzet voor herontwerp van de chronische zorgprogramma’s, zoals diabetes, COPD, CVRM of astma.

De chronische zorgprogramma’s zijn ontwikkeld nadat in het begin van deze eeuw werd geconstateerd dat de coördinatie en afstemming in de diabetesketen niet goed georganiseerd was. De zorg was met name hierdoor niet adequaat. Er werd een Zorgstandaard Diabetes opgesteld en geïmplementeerd. Voor COPD en CVRM werd eenzelfde pad gevolgd. Het zorgprogramma Astma is later in een aantal regio’s als pilot toegevoegd. De extra aandacht voor betere samenwerking en coördinatie in deze chronische zorg heeft ertoe geleid dat Nederland qua zorguitkomsten in internationaal perspectief goed scoort. Tegelijk is vrijwel iedereen het erover eens dat de zorgstandaarden verworden zijn tot standaardzorg en wordt er steeds meer ingezet op persoonsgerichte zorg. Ook is duidelijk geworden dat wanneer er voor één patiënt meerdere zorgprogramma’s en eventueel nog andere relevante NHG- of andere richtlijnen worden ‘gestapeld’, dit niet automatisch tot de beste zorg leidt. Daarom is ingezet op persoonsgerichte zorg op basis van een individueel zorgplan.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen tien jaar is er nogal wat veranderd. We zien dat:

–          het aantal chronisch zieken blijft stijgen;

–          substitutie van budget uit de ziekenhuizen niet (voldoende) is gelukt;

–          De macro-economische zorgkosten blijven stijgen;

–          De technische mogelijkheden door inzet van eHealth en ICT-applicaties toenemen;

–          Het tekort aan arbeidskrachten verontrustende vormen aanneemt;

–          (een deel van de) patiënten meer betrokken wil worden in het zorgproces en 24/7 toegankelijkheid verwacht.

In aansluiting op deze veranderingen, moet er een nieuw perspectief worden geschetst voor de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD (en astma) en CVRM. Een concept dat ook toepasbaar is bij andere diagnoses, zoals GGZ of chronische beweegzorg. De auteurs schetsen een nieuwe opzet, waarbij een verschuiving plaatsvindt van standaard chronische zorg naar andere vormen van zorg. Daarbij wordt steeds meer gebruikgemaakt van zelfmanagement en ICT. Hierdoor kan de productiviteit van de professionele zorgaanbieder toenemen en worden ingezet voor patiënten die niet in staat zijn om digitaal te participeren in het zorgproces of waarbij fysieke consulten noodzakelijk zijn.

Auteurs: Jan Erik de Wildt, Ellen Huijbers, Renate Jansink, Jorien Sjoerdsma, Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

“Zorg voor patiënten met ernstig astma is ondergeschoven kindje”

Lange tijd was er in zorgverlenersland meer aandacht voor patiënten met COPD, dan voor patiënten met ernstig astma. Daar komt gaandeweg verandering in. Dit voorjaar verscheen er zowel een onderzoek naar het patiëntenperspectief bij patiënten met ernstig astma, als een verkenning naar de zorg en behandeling bij patiënten met ernstig astma. Beide onderzoeken brachten meerdere knelpunten aan het licht in de zorg voor deze kwetsbare groepen patiënten.

‘Ik moest stoppen met werken. Je lichaam laat je in de steek, je valt weg uit de maatschappij. Een heel raar gevoel.‘ ‘Nieuwe vrienden maak ik niet, doordat ik weinig buiten kom, maar ook omdat het vermoeiend is om steeds te moeten uitleggen wat je hebt en wat dat betekent.’

Dit zijn citaten van patiënten met ernstig astma. Zij namen deel aan het kwalitatief onderzoek ‘Patiëntenperspectief op ernstig astma: Inzicht in de patiëntreis van mensen met ernstig astma’. Zomer 2018 voerde onderzoeksbureau Beautiful Lives deze studie uit bij twaalf patiënten met ernstig astma en hun naasten, in opdracht van AstraZeneca. Doel is meer inzicht te krijgen in hoe patiënten ernstig astma beleven, op welke wijze zij meebeslissen over hun behandeling en in hoeverre ze op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de zorg en behandeling van ernstig astma. Zo kan worden bijgedragen aan betere zorg voor deze patiëntengroep.

Meest opvallende conclusie uit het onderzoek is dat ernstig astma het leven van deze patiënten domineert. Ze ervaren veel ziektelast en hun wereld wordt in de loop der tijd kleiner. Het ziektebeloop is grillig en in vier fasen in te delen: zoeken naar een oplossing, erkenning & hoop, opgegeven zijn en acceptatie van de ziekte. Deze fasen gaan met uiteenlopende emoties gepaard. Zoals moedeloosheid, omdat het soms jaren kan duren voordat de huisarts doorverwijst naar de longarts of voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Maar ook verlies van zelfwaardering, wanneer de patiënt noodgedwongen moet stoppen met werken en plotseling niet meer meetelt in de samenleving.

Onvoldoende (h)erkenning

De uitkomsten van het Beautiful Lives-onderzoek komen overeen met de verkenning ‘Zorgveld ernstig astma en moeilijk behandelbaar astma’, een initiatief van Long Alliantie Nederland (LAN) en de Vereniging Nederland Davos (VND). Marjo Poulissen, projectleider Zorg bij het Longfonds en VND, patiëntenverenigingen voor patiënten met (ernstig) astma, voert deze uit met Heleen den Besten van de LAN. Dit voorjaar presenteerden ze hun eerste bevindingen tijdens de LAN ledenvergadering.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Werken aan betere therapietrouw van patiënten met astma en COPD

Stoppen met medicatiegebruik, zich niet goed geïnformeerd voelen, het gevoel dat ze onvoldoende kunnen meebeslissen over de behandeling, de zorg voor patiënten met astma en COPD is nog lang niet optimaal. Dat blijkt uit de recente Longmonitor naar therapietrouw bij patiënten met astma en COPD van Longfonds en NIVEL. Monique Heijmans (NIVEL) en Hendrien Witte (Longfonds) over de bevindingen.

Eén op de drie patiënten met astma en één op de vier patiënten met COPD neemt hun medicatie niet in volgens voorschrift van de arts. Ruim de helft van de patiënten met astma (56%), en bijna de helft van de patiënten met COPD (45%) heeft behoefte aan extra hulp bij het omgaan met medicijnen. Het zijn opmerkelijke cijfers, komend uit de dit jaar gepubliceerde Longmonitor van NIVEL en Longfonds.

Monique Heijmans, senior-onderzoeker van het NIVEL: “De helft van de patiënten met astma heeft hun klachten slecht onder controle. Dat houdt in dat ze er ondanks hun medicatie hinder van blijven ondervinden in het dagelijks leven. Denk aan kortademigheid, benauwdheid, er ‘s nachts wakker van worden. De voornaamste oorzaak is dat ze de voorgeschreven ontstekingsremmers niet goed innemen.”

Voorlichten én navragen

De voorlichting over goed medicatiegebruik schiet tekort, stelt Heijmans. “We zien dat terug in de uitkomsten van de Longmonitor. 43 procent van de COPD-patiënten geeft aan onvoldoende informatie te hebben over waarom ze bepaalde medicijnen moeten gebruiken of niet. En 34 procent van de mensen met astma vindt dat ze onvoldoende zijn geïnformeerd over wanneer ze medicijnen wel of juist niet moeten inhaleren.”

Wat hierbij een rol speelt, is dat zorgverleners onvoldoende controleren of patiënten het medicatieadvies begrepen hebben en of ze hun medicatie wel daadwerkelijk innemen. Heijmans vindt het een taak van de huisarts om bij de patiënt uit te vragen waarom deze zijn medicatie niet inneemt.

Betere inhalatie-instructie

Hendrien Witte, directeur Patiënt, Zorg en Participatie van het Longfonds, opdrachtgever van de Longmonitor, is het met Heijmans eens. Ze zou daarom graag zien dat er tenminste twee keer per jaar een controle op medicatiegebruik zou plaatsvinden bij patiënten met astma en COPD. Patiënten willen vooral zorg op maat, stelt Witte. “Ze willen een motiverend gesprek met hun behandelaar over wat de ziekte voor hen betekent. Het is belangrijk dat zorgverleners rekening houden met persoonlijke omstandigheden.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Eenvoudige handleiding helpt huisartsen om onnodig ICS-gebruik te stoppen

Veel patiënten met lichte tot matige COPD gebruiken onnodig inhalatiecorticosteroïden (ICS). Het gebruik in deze groep is niet altijd effectief, maar kan wel leiden tot onnodige bijwerkingen en zorgkosten. Een groep longzorg experts bundelde de krachten in een samenwerkingsverband en bouwde een handleiding om onnodig ICS-gebruik af te bouwen. Deze ICS-reductietool wordt nu getest.

De NHG-standaard is helder: inhalatiecorticosteroïden schrijf je als huisarts alléén voor aan patiënten die vaak COPD-exacerbaties hebben ondanks goede luchtwegverwijders. Dat is zo’n twaalf procent van alle COPD-patiënten. “In de praktijk zien we dat ongeveer zestig procent van de COPD-patiënten vaak jaren, of zelfs levenslang ICS gebruikt”, aldus Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde en COPD-deskundige van het LUMC.

Het probleem van overmatig ICS-gebruik bestaat al lang. Huisartsen schreven veel pufjes voor vanuit eerdere COPD-richtlijnen. En vanaf dat moment is een groot deel van de patiënten ze blijven gebruiken. Huisartsen schatten de preventieve werking van ICS op exacerbaties nog onterecht hoog in. Chavannes: “Inzichten zijn veranderd. Zo weten we sinds kort dat ICS naast relatief milde bijwerkingen zoals keelschimmel, blauwe plekken en osteoporose de kans op longontsteking vergroot. Als je het immuunsysteem onterecht plat legt, bereik je een tegenovergesteld effect. Los daarvan kost medicatie voor COPD en astma de maatschappij veel geld dat niet altijd doelmatig wordt gebruikt.”

Veilig stoppen

Maar stoppen met ICS is niet gemakkelijk, zorgvuldige begeleiding is daarom belangrijk. Met steun van het farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim ontwikkelden onderzoekers op basis van recente wetenschappelijke inzichten en kennis een handleiding voor huisartsenpraktijken om patiënten veilig te laten stoppen met ICS. Er werd op toegezien dat de ICS-reductietool voor álle huisartsen en POH’s begrijpelijk is.

De tool bestaat uit een stroomschema waarin twee belangrijke hoofdvragen worden gesteld. Is er sprake van astma? Zo ja, continueer ICS. Was er afgelopen jaar sprake van twee lichte exacerbaties of één ernstige? Zo niet, dan kan ICS worden stopgezet. De handleiding bevat naast het stroomschema ook een monitoring-gedeelte waarin staat hoe vaak en wanneer een patiënt die gestopt is met ICS moet worden gezien, wat er gedaan moet worden als er klachten zijn en wanneer ICS gebruik heroverwogen moet worden. Chavannes: “Monitoring is belangrijk. We hebben het over mensen die vaak levenslang hun pufjes namen. Twintig tot dertig procent krijgt toch klachten terug. Ook ligt het nocebo-effect op de loer. Mensen missen hun pufjes en kunnen in paniek raken zonder.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Project Patient Empowerment verbetert gesprek met COPD-patiënt

Longfonds, Zilveren Kruis en AstraZeneca hebben recent een implementatieonderzoek Patient Empowerment voor COPD-patiënten afgerond. Dat betrof de invoering van handvatten en hulpmiddelen om te motiveren meer te bewegen en sneller te reageren op klachten om zo longaanvallen te voorkomen. Conclusie: de communicatie is opener en het aantal longaanvallen neemt af.

Het is een unieke samenwerking. Al vanaf 2010 zetten een patiëntenvereniging (het Longfonds), een zorgverzekeraar (Zilveren Kruis) en een farmaceut (AstraZeneca) zich in voor een betere kwaliteit van leven bij COPD-patiënten. Daarin speelt ‘Patient Empowerment’ een cruciale rol. In 2014 is een pilotproject Patient Empowerment (PE) succesvol afgerond. Er zijn voorlichtingsmaterialen en programma’s voor patiënten en zorgverleners ontwikkeld. Het vervolgtraject, de implementatie daarvan bij vijf zorggroepen, is geëvalueerd door onderzoeksbureau Rescon. Hun rapport ‘Patient Empowerment, Onderzoek naar zelfmanagement van COPD patiënten’ verscheen eind vorig jaar. Een van de meest opvallende resultaten: PE heeft geen significant effect op kwaliteit van leven, de ernst van de beperking in het dagelijks leven en ervaren zelfmanagement. Toch werpt de nieuwe aanpak zijn vruchten af. Zo bieden de middelen hulp bij een opener communicatie tussen zorgverlener en patiënt. En heel concreet: door een beter besef neemt het aantal exacerbaties en prednisonkuren af.

Materialen

De voorlichting voor patiënten bestaat uit duidelijke folders, filmpjes op longfonds.nl, een formulier gespreksvoorbereiding en een longaanval-actieplan. Er zijn stappentellers ingezet. Voor zorgprofessionals was er scholing in motivational interviewing, de mogelijkheid tot coaching on the job en gaandeweg de implementatie is er een placemat ontwikkeld voor het bespreken van bewegen bij COPD.

Oprecht geïnteresseerd

Het onderzoek vond onder meer plaats bij Huisartsengroep Drenthe (HZD). Jeanet Scheper werkt daar als POH in drie praktijken. Zij is zeer te spreken over de hulpmiddelen. “Een voorbeeld: een van mijn patiënten is een oud baasje. Hij vertelde mij dat hij op de site van het Longfonds had gekeken en van tevoren goed had bedacht wat hij mij wilde vragen. En ja, dan merk je: met een goede voorbereiding kom je sneller over persoonlijke doelen te spreken.” Het longaanval-actieplan met de codes maakt duidelijk waar de patiënt staat en inzichtelijk wat beter kan, zegt Bert van Bremen. Hij is kaderhuisarts astma/COPD i.o. bij HZD. “Daarna ga je in gesprek over de stappen om het beter te maken. Zo kun je samen iemands kracht versterken en dat is uiteindelijk toch waar het bij PE om draait!”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Innovatief platform verbindt COPD-zorg

Gelre Ziekenhuizen nam in 2016 het initiatief voor het project Gezonde Longen in de regio Zutphen/Apeldoorn. Door hechte transmurale samenwerking wil Gezonde Longen de keten rondom de patiënt beter op orde krijgen en zo de COPD-zorg beter en goedkoper maken.

COPD is in Nederland een koploper qua ziektelast en kosten. Jaarlijks komen er 53.000 nieuwe patiënten bij. De kosten van astma en COPD lopen op tot 1,5 miljard per jaar. De zorgvraag stijgt harder dan de capaciteit en het budget van het ziekenhuis, de huisarts en de apotheek.

Reden voor actie, vindt longarts Martijn Goosens. Maar er is meer. “Ik werk nu tien jaar binnen Gelre Ziekenhuizen en ik merk dat ik onvoldoende gereedschap heb om de populatie met COPD goed in beeld te krijgen en behandeladvies op maat te geven. Dat komt onder andere door de informatiekloof die ontstaat doordat huisarts, apotheker en longarts hun informatie niet delen. Elke zorgprofessional focust op zijn eigen gebied binnen zijn eigen systeem. Zo krijgen we blinde vlekken.”

Goosens is initiatiefnemer van het project Gezonde Longen. “De tweede lijn wordt vaak als kenniscentrum beschouwd. Natuurlijk heeft de longarts de kennis en kunde die bij het ziektebeeld horen. Maar in de eerste lijn zit ook veel andersoortige kennis over diezelfde patiënt. Hoe gaat het thuis bij de patiënt? Wat is de samenhang met andere aandoeningen? Idealiter breng je die kennis samen.”

Transmurale database

Het project is in 2016 gestart, maar Goosens bracht al tweeënhalf jaar geleden alle zorgpartners en stakeholders in werkgroepen bijeen. Ook patiënten dachten mee. Dat leverde een nieuw medisch-inhoudelijk concept op, met onder andere behandelprotocollen rondom de interventies stoppen met roken, meer bewegen en medicatietrouw.

In de stuurgroep zitten de apothekersorganisaties, de huisartsenorganisaties en Gelre Ziekenhuizen. Daaronder functioneren vijf werkgroepen die problemen identificeren en vervolgens per zorgverlener doelstellingen omschrijven. Een huisarts kan bijvoorbeeld in zijn praktijk kampen met een laag succespercentage van stoppen met roken. Zijn doelstelling is dan het verhogen van het slagingspercentage van het stoppen-met-roken-programma. Een longarts die slechts een beperkt inzicht heeft in de interventies die de eerste lijn inzet en hoe het daarmee gaat, heeft als doelstelling het dichten van de informatiekloof.

Medworq, een digitale zorgvernieuwer, ontwikkelde de transmurale database. Het écht innovatieve deel van het project, benadrukt Goosens. Daarnaast nemen drie farmaceutische bedrijven deel. Ze bieden het project financiële ondersteuning en zijn als mede-ontwikkelaar betrokken bij verschillende domeinen als eHealth, beweegmodule en exacerbatiemanagement.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Een kuurtje bewegen is een gezond medicijn

Ons lichaam is gemaakt om te bewegen. Als we onze spieren aanspannen, beïnvloeden we ons immuunsysteem, ons brein en onze weerstand. Voor mensen met COPD komt het er extra op aan dat ze dit ‘verdedigingsmechanisme’ in stelling brengen om de ziekte af te remmen. Bewegingswetenschapper Mathieu de Greef is ervan overtuigd dat mensen hun sportieve grenzen kunnen verleggen en geeft ze graag een duwtje in de goede richting.

Mathieu de Greef verricht onderzoek naar de effecten van lichamelijke activiteit op het verouderingsproces en het ziektebeloop bij chronische aandoeningen. Het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het UMCG/Rijksuniversiteit Groningen is zijn thuishaven. Ook is hij als lector verbonden aan de Hanzehogeschool Groningen. De Greef weet als geen ander hoe moeilijk sommigen in beweging komen.

Hij legt er sterk de nadruk op dat blijven bewegen juist voor mensen met COPD (chronisch obstructief longlijden) van elementair belang is. “Net zo belangrijk als medicatie. Als we onze spieren aanspannen, beïnvloeden we ons immuunsysteem, ons brein en onze weerstand in gunstige zin. Voor mensen met COPD is dat nóg belangrijker. COPD is een ziekte die leidt tot ontstekingsreacties in het lichaam. Daardoor treden er biologische en fysiologische veranderingen op. De spiermassa wordt minder en de kans op bijvoorbeeld depressie en stress groeit. Door te bewegen, maken de spieren eiwitten aan die de ontstekingseiwitten die bij COPD horen als het ware in toom houden. Bewegen is voor COPD-patiënten dus een ‘verdedigingsmechanisme’ om de ziekte af te remmen. Door bewegen word je niet beter – met de inzichten van nu is COPD een onomkeerbaar proces – maar de kwaliteit van leven verbetert en longaanvallen (exacerbaties) worden minder als patiënten stoppen met roken en meer gaan bewegen.” Voor een COPD-patiënt kost bewegen in het begin meer moeite dan voor iemand zonder longklachten. Meer beweging inbouwen in het dagelijkse leven is een goed alternatief, zegt De Greef.

Volgens De Greef zou aandacht voor een gezonde leefstijl veel meer dan nu onderdeel moeten zijn van de zorg. “Het moet in het DNA van de zorg komen.” Daarbij ziet hij leefstijladviezen en ondersteuning bij gedragsverandering bij voorkeur gekoppeld aan andere vormen van zorg. “Er zou in de eerste lijn een ondersteuningsstructuur moeten komen. Die hoeven huisartsen niet alleen op te zetten, dat is een zaak van samenwerkende eerstelijnspartners. Als iedere COPD-patiënt die medicatie krijg ook een realistisch leefstijladvies ontvangt, vermindert het risico op longaanvallen aanzienlijk.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Welk meetinstrument voor welke COPD-patiënt?

De COPD-ziektelastmeter, die de afgelopen jaren is ontwikkeld en deze zomer enthousiast werd omarmd door de Long Alliantie Nederland (LAN), wordt naar verwachting op korte termijn in alle HIS’en geïntegreerd. Maar er bestaat ook sinds 2005 een ander COPD-meetinstrument: het Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI). Hoe verhouden beide meetinstrumenten zich tot elkaar? We vroegen het professor Niels Chavannes, hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan het LUMC.

Hoe kan het dat er twee meetinstrumenten voor COPD-patiënten ontwikkeld zijn?

“Het is inderdaad heel bijzonder dat in een relatief klein land als Nederland twee van zulke mooie instrumenten zijn ontwikkeld. In de internationale context is dat redelijk ongehoord. Er zijn er twee omdat ze een andere ontstaansgeschiedenis hebben. Het NCSI is vanaf 2005 ontwikkeld door klinisch-psycholoog Jan Vercoulen vanuit de longrevalidatie van het Radboud UMC. De COPD-ziektelastmeter, in het Engels ABC-tool genoemd, is op verzoek van de LAN vanaf 2010 ontwikkeld door een landelijk onderzoeksconsortium, geleid door het Maastricht UMC+. De LAN wilde graag een praktisch instrument zodat zowel praktijkondersteuners als longverpleegkundigen echt in gesprek konden komen met de patiënt.”

Wat zijn overeenkomsten tussen beide meetinstrumenten?

“Beide meetinstrumenten omvatten zowel bio-medische als sociaal-psychologische variabelen. Ze geven de resultaten allebei ook visueel weer. De ziektelastmeter doet dat mogelijk iets toegankelijker met een scherm met rode en groene ballonnen die hoog of laag staan, waardoor de patiënt in één oogopslag kan zien op welke onderwerpen hij het goed of juist slecht doet.”

En wat zijn de verschillen?

“Het belangrijkste verschil is dat de ziektelastmeter een snel en eenvoudig meetinstrument is, terwijl het NCSI meer de diepte ingaat. Als een patiënt de ziektelastmeter heeft ingevuld, kun je zien of er iets speelt op het gebied van angst, depressie, welbevinden, moeheid, benauwdheid, et cetera. Als het NCSI wordt ingezet, dan wordt de patiënt op al deze punten nauwkeurig in kaart gebracht. Dat is ook logisch, omdat het NCSI in de longrevalidatie is ontwikkeld. In zo’n traject wil je de patiënt helemaal doorlichten. Persoonlijk denk ik dat zo’n gedetailleerde vragenlijst als het NCSI voor de gemiddelde patiënt met COPD in de huisartsenpraktijk niet nodig is. Ik weet ook niet of huisartsenzorggroepen wel bereid zijn de, op zich niet al te hoge, licentiekosten te betalen om met het NCSI te mogen werken.”

Download het artikel om het vervolg van dit vraaggesprek met Niels Chavannes te lezen.

Auteur: Elwin Lammers

Download het volledige artikel hier:

Een DBC voor astma en COPD

De DBC COPD uitbreiden met astma. Dat is beter voor de patiënt, de huisarts en het ziekenhuis. De Arnhemse huisarts en medisch adviseur Richard Linders pleit dan ook voor een gezamenlijke DBC voor astma en COPD. “Maar zorgverzekeraars willen er niet aan.”

Minder ziekenhuisopnamedagen en een verbeterde kwaliteit van leven voor COPD-patiënten. Daar moet het landelijk zorgpad COPD longaanval met ziekenhuisopname van de Long Alliantie voor gaan zorgen. Door betere zorg te leveren aan COPD-patiënten tijdens en na een ziekenhuisopname en een goede afstemming tussen de eerste, tweede en derde lijn, hoeven patiënten met een hoge kans op herhaling minder vaak naar het ziekenhuis. Acht pilotregio’s werken inmiddels aan de implementatie van het zorgpad. Eind 2017 moet de definitieve versie van het zorgpad klaar zijn.

Te grote investering

Een van deelnemende regio’s is Arnhem. Medisch adviseur en huisarts Richard Linders is een van de initiatiefnemers, samen met verpleegkundig specialist Els Fikkers van het Rijnstate Ziekenhuis. Uit de eerste resultaten valt Linders iets op: “Huisartsen werken steeds vaker met DBC’s. Dan moeten we bewijzen dat ons werk effect heeft en dat de keten efficiënt werkt. Dat gaat prima bij diabetespatiënten. Daarbij kunnen we onze meerwaarde goed aantonen. Bij COPD is er echter iets opvallends aan de hand. Als we de eerste resultaten na 65 patiënten evalueren, springen twee zaken in het oog. Op de eerste plaats dat de DBC COPD inderdaad besparing oplevert door minder opnames in het ziekenhuis. Ten tweede dat vijftig procent van de heropnames van COPD-patiënten in het ziekenhuis komt van patiënten van huisartsen die niet meedoen aan dit zorgpad. Dat is een opvallend hoog percentage. Kennelijk leveren de huisartsen die wel deelnemen aan het zorgpad betere zorg. Maar het is natuurlijk heel jammer dat een deel van de huisartsen geen onderdeel uitmaakt van de samenwerking en patiënten niet laat deelnemen aan deze werkwijze. Maar ik begrijp die huisartsen wel. Veel huisartsen vinden deelname aan een zorgpad met uitsluitend COPD een te grote investering met te weinig rendement.”

Linders heeft ook een mogelijke oplossing: maak deelname voor huisartsen aan het zorgpad aantrekkelijker. Dat kan op een eenvoudige manier. “Als het zorgpad COPD wordt uitgebreid met astmapatiënten in een gecombineerde DBC, wordt het voor huisartsen veel aantrekkelijker om deel te nemen.”

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier: