Berichten

Een nieuwe vorm van zorg

Samenwerking is noodzakelijk om goede integrale zorg te leveren aan complexe patiënten. Daar is iedereen van overtuigd. Toch komt dat in de praktijk nog lastig van de grond. Hoe brengen we de samenwerking in de regio een stap verder? Dat was het onderwerp van het jaarlijkse seminar dat Portavita begin november heeft gehouden. Portavita faciliteert met haar Health Management Platform de samenwerking tussen zorgpartners in de regio’s.

Zorgverleners bieden steeds vaker zorg vanuit multidisciplinaire samenwerkingsverbanden en stemmen deze af met elkaar en met professionals uit andere vakgebieden. Maar er is meer nodig: een fundamentele verandering van de inrichting en organisatie van de zorg. De zorg-ICT kan dat nieuwe model mogelijk maken en ondersteunen. “Er gebeurt veel, maar we missen overzicht. Iedereen bouwt aan een stukje. Dat maakt het moeilijk om een goede keuze te maken en de juiste investeringen te doen. Het ontbreekt in elke regio aan een regionale organisatie die probleemeigenaar en opdrachtgever is”, verklaart Aloys Langemeyer, directeur Sales & Services van Portavita.

Echt samenwerken

Om goed en echt te kunnen samenwerken, moeten zorgverleners de informatie over hun patiënt of cliënt in samenhang kunnen zien. Vorig jaar bracht het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een visiedocument uit over de ICT-ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking in de eerste lijn. Dat bevat het model van de virtuele overlegtafel. Dit beschrijft een systeem naast het HIS (huisartsen), AIS (apothekers), FIS (fysiotherapeuten) en andere informatiesystemen, waarin ook andere relevante en actuele informatie samenkomt.

“Het NHG-document bevat bouwstenen die aansluiten bij onze visie dat alleen informatie uitwisselen onvoldoende is voor het ondersteunen van een samenwerkingsproces. Wij hebben daarom een regionaal samenwerkingsplatform ontwikkeld en geïmplementeerd. Het Health Management Platform bevat functionaliteiten als het Individueel Zorgplan, het Multidisciplinair Overleg, een samenvatting van patiëntgegevens uit verschillende bronnen, consultatie, een berichtenmodule en een data-analysetool die onder meer gebruikt kan worden voor casefinding. Dit kan de regionale samenwerking faciliteren”, legt Edo Westerhuis, COO van Portavita, uit.

Zet de eerste stap

Bedrijfskundige Ber Damen bevestigt dat de noodzaak tot samenwerking niet wordt betwist. “Maar het is niet eenvoudig om je weg te vinden, omdat er sprake is van partijen die verschillen qua omvang en belangen.” Zijn advies is: “Ga niet zitten wachten tot de ander een stap doet, maar zet zelf de eerste stap en zoek elkaar op. Benut het netwerk, want je hebt elkaar nodig. Maak samen een vuist en zoek een oplossing. En bedenk: de kosten gaan voor de baat uit.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Bestuurder Jochem Janssen: van het bedrijfsleven naar de huisartsenpost

Jochem Janssen werkt sinds juli van dit jaar als directeur van huisartsenpost ’t Hellegat in Klaaswaal. Daarvoor had hij diverse functies in het bedrijfsleven. Hij heeft al snel gemerkt dat innovatief werken in de zorg er anders aan toegaat dan in het bedrijfsleven. In het bedrijfsleven is sneller sprake van een win-winsituatie. “Succes creëert succes.”

Na zijn studie economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam kwam Jochem Janssen terecht in een talent development programma van KPN. Hij bleef er zestien jaar, maar vertrok “omdat je bij zo’n groot bedrijf een beperkt mandaat hebt. Ik wilde meer impact en invloed hebben.”

Maatschappelijke impact

Er volgden meer commerciële functies in diverse bedrijfssectoren. “Je kunt veel van elkaar leren. Als ik nu terugkijk, zie ik dat business tot businessmanagement en vernieuwing als een rode draad door mijn curriculum vitae lopen. Ik omarm verandering, niet als een doel op zich, maar om zaken te verbeteren.”

De verschillende functies leidden echter niet tot de maatschappelijke impact die Janssen graag wilde. Totdat de vacature van huisartsenpost ’t Hellegat voorbijkwam. “Ik heb gesolliciteerd omdat ik hier rechtstreeks het effect van mijn werk op de klanten, de patiënten, kan zien.”

Verschil bedrijfsleven

Welke ervaringen heeft Janssen de afgelopen maanden opgedaan? “Er werken hier heel betrokken en passievolle mensen. Dat zie je ook in het bedrijfsleven. Maar daar geldt: we zijn een bedrijf, we hebben te maken met concurrentie en maken een product dat de specifieke behoefte van een klant vervult. Als een business case positief is, krijg je vrij gemakkelijk de handen op elkaar voor verandering en dat motiveert. In de zorg is dit lastiger en dat kan tot frustratie leiden. De zorg is een dynamische sector, veel meer dan ik had verwacht. Er is eensgezindheid dat zaken anders en beter kunnen in het belang van de patiënt. Maar als je probeert om iets te veranderen, loop je tegen diverse belangen en partijen aan.”

Win-winsituatie

Janssen ondervond het verschil tussen bedrijfsleven en zorgsector bij een kleine proef met triage op één locatie. Gedurende een weekeinde zat de triagist van de ambulancedienst Rotterdam naast de triagist van de huisartsenpost. Ondanks positieve uitkomsten wordt deze werkwijze (nog) niet standaard ingevoerd. “De bekostiging vormt een belemmering. We hebben een goed idee en als we dat uitvoeren besparen we kosten in de keten, maar dat geld mogen we niet zomaar houden. Dat is een groot verschil met het bedrijfsleven, daar is veel sneller sprake van een win-winsituatie.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Nieuwe screeningsmethode voor slaapapneu

OSAsense is een laagdrempelig screeningsinstrument voor het obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), dat huisartsen gebruiken om uit te sluiten of iemand deze aandoening heeft. Ze kunnen hiermee deze patiënten sneller opsporen en het aantal onnodige verwijzingen naar slaapcentra met circa tachtig procent verlagen. Sinds 1 mei werken honderddertig Twentse huisartsen met deze tool. Patiënten kunnen het instrument thuis gebruiken en het bespaart kosten.

Slaapapneu is een ernstige aandoening waarbij de patiënt tijdens de slaap meerdere malen stopt met ademhalen. Het kan leiden tot slaperigheid overdag en permanente gezondheidsschade, zoals hart- en vaatziekten, diabetes en dementie. Volgens onderzoek lopen er in Nederland nog circa 300.000 mensen rond met OSAS zonder dat ze het weten.

Patiënten die zich bij hun huisarts presenteren met vermoeidheidsklachten, worden bij een vermoeden op OSAS meestal doorverwezen naar een specialistisch slaapcentrum voor een slaaponderzoek. Dit onderzoek is belastend voor de patiënt, gaat gepaard met hoge kosten en blijkt in een aanzienlijk deel van de gevallen achteraf niet nodig te zijn geweest.

Werking methode

OSAsense bestaat uit een vragenlijst en een slaaponderzoek dat de patiënt thuis kan uitvoeren. Vaak nog op dezelfde dag dat de patiënt zich met klachten meldt bij de huisarts, krijgt deze een horloge met een wegwerp ‘vingerhoedje’ dat het zuurstofgehalte meet in het bloed. Als dat zuurstofgehalte gedurende de slaap tenminste vijf keer per uur dipt, is er sprake van slaapapneu.

Veldhuis koppelt het horloge aan zijn computer, vult enkele gegevens in en geeft het horloge mee aan de patiënt die er thuis een nacht mee slaapt. De patiënt vult daarnaast een online vragenlijst in. De volgende ochtend levert de patiënt het horloge weer in en beoordeelt de huisarts de analyse. OSAsense genereert een adviesrapport, waarin wordt aangegeven hoe groot de kans is op slaapapneu. Is de kans groot, dan verwijst de huisarts alsnog door naar het slaapcentrum. Daar wordt de definitieve diagnose gesteld en gestart met een passende behandeling.

Betere opsporing in eerste lijn

OSAsense is bedoeld om slaapapneu uit te sluiten bij patiënten met atypische klachten (vermoeidheid, prikkelbaarheid, laag energieniveau) of patiënten met een hoog a priori risico (voorafkans) op slaapapneu op basis van bestaande comorbiditeit (atriumfibrilleren, therapieresistente hypertensie) en klinische presentatie. Het instrument is erop gericht patiënten met een verdenking op slaapapneu beter op te sporen in de eerste lijn en onnodige verwijzingen naar een slaapcentrum te voorkomen.

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Vergeet de mond van kwetsbare ouderen niet

Goede mondzorg is voor ouderen erg belangrijk. Praktijkondersteuners en de thuiszorg kunnen goed screenen of een afspraak bij een mondzorgverlener nodig is. Het gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen doet mee aan een onderzoek waarbij mondgezondheid in de vroegsignalering van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen is opgenomen. Kan de toevoeging van gegevens over mondgezondheid de kwetsbaarheid van ouderen nauwkeuriger voorspellen?

Met een gezonde en frisse mond kunnen ouderen goed kauwen en onder de mensen zijn. Er is ook een relatie met de algemene gezondheid: een oudere die nog goed kan kauwen, krijgt gezonde voeding binnen. Daar komt bij dat een slechte mondgezondheid het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en longontsteking vergroot. “Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder zegt dat bewegen belangrijk is voor ons brein, dat gaat daardoor beter werken.  Kauwen is ook bewegen en beïnvloedt onze hersenen en cognitieve functies op een positieve manier”, legt tandarts-geriatrie Claar Wierink uit.

Screeningsinstrument thuiszorg

Wierink is betrokken bij het project ‘De mond niet vergeten’ (www.demondnietvergeten.nl). Dat heeft als doel ouderen bewust te maken van een goede mondgezondheid en een netwerk rondom ouderen te creëren om samen de mondzorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Voor de thuiszorg is een screeningsinstrument ontwikkeld en er is aandacht voor goede mondhygiëne in de (na)scholing. Ook onder wijkverpleegkundigen en huisartsen komt er aandacht voor dit onderwerp, constateert Wierink. “Praktijkondersteuners ouderenzorg en diabetes werken heel praktisch met kwetsbare ouderen en kunnen het screenen op mondgezondheidsproblemen goed meenemen in hun werkwijze.”

Kwetsbaarheid opsporen

Babette Everaars, junior researcher bij het Lectoraat Innovaties in de preventieve zorg van de Hogeschool Utrecht, doet in gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen promotieonderzoek naar de rol van mondgezondheid in het voorspelen van kwetsbaarheid bij ouderen. Dit onderzoek komt voort uit het project Om U. Met Om U stellen huisartsen en de praktijkverpleegkundige een zorgplan op, nadat een kwetsbaarheidsscreening heeft vastgesteld welke ouderen daar behoefte aan hebben.

“In het kader van het PRIMa mond CARE onderzoek hebben we twee vragen over mondgezondheid aan de screening toegevoegd”, zegt Everaars. Daarnaast worden de uitkomsten van routine zorgdata gekoppeld aan tandartsgegevens. Komt een oudere nog op controle? Was er sprake van een spoedconsult? “De vraag is nu of we door de toevoeging van deze gegevens nauwkeuriger kunnen voorspellen of iemand kwetsbaar zal worden. Zo ja, dan kunnen we daar een model voor maken en de vroegtijdige opsporing van kwetsbare ouderen verbeteren.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier: