Berichten

Verder na de gemeenteraadsverkiezingen: inspelen op mogelijke scenario’s

De druk om tot een nieuwe coalitie te komen is hoog door de decentralisaties die plaatsvinden in de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Medio juni 2014 zal in de meeste gemeenten wel zicht zijn op een nieuwe coalitie en wethouder. Er zijn in principe vier denkbare scenario’s als uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen.

De vier scenario’s als uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen:

  1. Oude jongens krentenbrood
  2. Oude club – nieuw gezicht
  3. Bekende in nieuw team
  4. Nieuwe speler – nieuw team

Download het volledige artikel hier:

Goede resultaten door samenwerking huisartsen en thuiszorg rond ulcus cruris

Halvering van de materiaalkosten, twintig procent minder behandeldagen en nauwelijks nog verwijzingen naar de tweede lijn. Zie hier de resultaten van samenwerking tussen huisartsen en thuiszorgorganisaties rondom ulcus cruris – in de volksmond bekend als open been – in de Hoekse Waard.

‘Het mooie is: we hebben in Nederland al alles wat nodig is voor betere en meer efficiënte behandeling van ulcus cruris. Ga maar na: wijkverpleegkundigen die de wond kunnen signaleren, huisartsen en wondverpleegkundigen die aan preventie doen of genezen en medisch specialisten in ziekenhuizen die in actie komen bij een onverhoopte complicatie. Het is alleen zaak samenwerking tussen al die spelers te organiseren.’ Aan het woord is Adrie Evertse, directeur van Stichting KOEL, een regionale ondersteuningsstructuur (ROS) voor de eerstelijns gezondheidszorg in de regio Zuid-Holland Zuid.

In 2012 en 2013 was de stichting nadrukkelijk betrokken bij een project dat werd gefinancierd door ziektekostenverzekeraars, geleid door huisarts Arne Deijl uit Oud-Beijerland en dat fraaie vruchten afwierp. ‘De uitgangspunten van het speciaal hiervoor ontwikkelde regionaal protocol wondzorg zijn eenvoudig’, aldus Evertse. ‘De huisarts schakelt zo snel mogelijk een wondverpleegkundige van een thuiszorgorganisatie in zodra hij ulcus cruris heeft geconstateerd. Treedt vervolgens binnen zes weken tot drie maanden geen verbetering op in de genezing, dan wordt verwezen naar de tweede lijn. Meestal zal dat een dermatoloog zijn.’

Een van de opvallende resultaten van het project is dat de stap naar het ziekenhuis nauwelijks meer nodig bleek te zijn. De reden: door rap een wondverpleegkundige aan de patiënt te koppelen, is ook snel de juiste expertise op de juiste plaats en kan erger worden voorkomen. Wondverpleegkundige Marian van der Ree van thuiszorgorganisatie Alerimus: ‘De meeste huisartsen geven ruiterlijk toe dat zij niet de kennis hebben waarover een wondverpleegkundige met het specialisme ulcus cruris beschikt.’ Evertse: ‘Logisch, want de gemiddelde huisarts komt niet zoveel van dit soort patiënten tegen in zijn praktijk. Een wondverpleegkundige of wondconsulent heeft er meer ervaring mee. Dit betekent overigens niet dat die laatsten de taak van de huisarts overnemen. Nee, zij kijken mee en adviseren de huisarts, hetzij in de praktijk hetzij in de thuissituatie.’ Evertse ziet door deze samenwerking grote winstkansen voor de gezondheidszorg.

Download het volledige artikel hier:

 

Samenwerken rond de inzet POH-ggz in een multicultureel eerstelijns bedrijf

Op een geïntegreerde en effectieve wijze samenwerken is niet eenvoudig. Dat ervoeren de deelnemers aan het samenwerkingsverband in de Haagse Schilderswijk om met elkaar het werkgeverschap voor de POH-ggz in te richten. Op basis van een actiegerichte evaluatie uitgevoerd door het JVEI concluderen we dat de inbedding in het zorgproces prima is gelukt, maar dat de inbedding in het samenwerkingsverband zoals men beoogde slechts deels is gelukt.

DORAS is een samenwerkingsverband bestaande uit zeven huisartsenpraktijken in de Haagse achterstandswijken. Huisartsenpraktijken De DOC, Mozaïek, Blauwe Tulp, Loevestein, Goeverneur, De Koning en Vaillantplein zijn in 2011 gestart met de gezamenlijke vormgeving van de functie POH-ggz door middel van het opzetten van een ketenprogramma voor ggz, gericht op een specifieke doelgroep in de achterstandswijken. Deze doelgroep bestaat voor 90 tot 95 procent uit niet-westerse allochtonen en mensen met een lage sociaal-economische status (SES). De inclusiecriteria voor dit onderzoek waren dat de patiënten gedurende de hele onderzoeksperiode bij de praktijken waren ingeschreven en dat ze in deze periode minimaal één keer een consult bij de POH-ggz hebben gehad.

Het evaluatieonderzoek had als doelstelling: inzicht krijgen in het effect van de inzet van een POH-ggz op samenwerking tussen en binnen organisaties en op de mate van cliënttevredenheid en zorggebruik van patiënten.

Vijf sleutelthema’s zijn als zachte factoren aantoonbaar van invloed op de effectiviteit van een samenwerking, namelijk: gezamenlijke ambitie, belangen, relaties, organisatie en proces. Binnen DORAS is de samenwerking gemonitord op deze vijf aspecten door de zorgverleners te ondervragen. Naast metingen bij de zorgverleners, is ook de cliënttevredenheid door interviews in kaart gebracht en is op basis van de HIS-gegevens inzicht verkregen in het zorggebruik van de geïncludeerde patiënten.

Interessant is te constateren dat gedurende de twee jaar dat DORAS is gevolgd, de scores op de samenwerking varieerden. Startte men met een duidelijk gemeenschappelijke ambitie, bleek na verloop van tijd toch dat de belangen van niet alle organisaties gelijk liepen. Daardoor nam de gemeenschappelijke ambitie weer af. Een belangrijk aspect bleek dat de wederzijdse afhankelijkheden tussen de verschillende organisaties niet toenamen gedurende deze periode. Zo constateerden we ook dat de procesorganisatie beter had gekund. Verantwoordelijkheden werden gaande de samenwerking helderder. De gedeelde ambitie om tot een gezamenlijk werkgeverschap te komen is deels gelukt. Vier van de zeven praktijken zijn hiermee doorgegaan. Drie praktijken participeren niet in het gezamenlijke werkgeverschap en hebben de POH-ggz elders ondergebracht.

Download het volledige artikel hier:

Pieter van Wijk: ‘Huisarts wordt meespelend regisseur’

Pieter van Wijk, raad van bestuurslid van Cohesie, het samenwerkingsverband van 113 huisartsen in Noord-Limburg, vertrekt per 1 juli. Cohesie heeft veel bereikt. De huisartsen zijn op alle niveaus adequaat vertegenwoordigd en worden ontzorgd. ‘Huisartsen hebben experts nodig om echte integrale zorg te kunnen leveren.’

Cohesie neemt allerlei taken over die niet tot de core business van de huisartspraktijk horen. ‘Het ontstaan van de organisatie dateert uit 2004, toen er een eind kwam aan de districthuisartsverenigingen (DHV‘en)’, memoreert Pieter van Wijk, vertrekkend raad van bestuurslid van Cohesie. ‘Ik was toen directeur van de DHV Zuid-Oost-Brabant. Nadat de ondersteuning vanuit de DHV was weggevallen, hadden de huisartsen toch behoefte aan een stevige organisatie. Ze waren bang dat ziekenhuizen of arbodiensten de collectieve organisatie van de chronische zorg die opkwam, zouden overnemen. Later is er ontzorgen bij gekomen.’
Het succes van Cohesie vat hij samen: ‘We hebben één ICT-systeem waardoor alle processen soepel verlopen. Dat was er overigens al toen ik bij Cohesie kwam. Door stevig leiderschap, waar het op dit punt binnen de eerstelijnszorg vaak aan ontbreekt, is dit gerealiseerd. Heel belangrijk: er is geen enkel bedrijf dat werkt met verschillende systemen en dan ook nog meent een onderneming goed te kunnen besturen.’ Doordat alle huisartsen met hetzelfde HIS werken, loopt onder andere de verwijsapplicatie Zorgdomein goed. ‘We zien dat 86 procent van alle verwijzingen digitaal via één systeem plaatsvindt.’ Specialisten zijn daardoor beter dan vroeger geïnformeerd over verwezen patiënten.
Maar eigenlijk is dat niet het belangrijkste wapenfeit.

Download het volledige artikel hier:

Keuzevrijheid is niet hetzelfde als vrije artsenkeuze

Na het bereiken van het zorgakkoord op 17 april 2014 was de uitleg door partijen eenduidig behalve op dit punt: D66, CU en SGP spraken over vrije artsenkeuze, VVD-minister Schippers over keuzevrijheid. De achterliggende reden is eenvoudig. D66, CU en SGP willen dat de patiënt de keuzevrijheid houdt voor de arts en zorgaanbieder. Minister Schippers wil de zorgverzekeraars de macht geven om te besluiten welke zorgaanbieder wel en welke niet wordt ingekocht. En de patiënt kan als verzekerde de zorgverzekeraar kiezen en dus heeft men keuzevrijheid. Dus geen vrije artsenkeuze, en geen vrije zorgprofessional-keuze!

De Tweede Kamer debatteert in juni over artikel 13 van de Zvw. De Eerstelijns heeft zich over het vraagstuk gebogen, relevante actuele notities bestudeerd en deskundigen geraadpleegd. Het gaat daarbij om de ultieme vraag: heeft de burger, verzekerde, patiënt wel een vrije keuze heeft als de zorgverzekeraar voor hem kiest via selectieve zorginkoop? En is de zorgverzekeraar wel in staat om goed selectief zorgaanbieders te selecteren? Naar onze mening is het antwoord nee, omdat:

  • kwaliteit onvoldoende onderdeel is van de onderhandelingen, er is onvoldoende transparantie en de validiteit en betrouwbaarheid van de metingen zijn niet honderd procent gegarandeerd;
  • burgers weinig zicht hebben op keuzemogelijkheden, polisvoorwaarden en op het moment dat ze zorg nodig hebben niet kunnen switchen;
  • zorgverzekeraars belang hebben bij lage transactiekosten en te weinig investeren in hoogwaardige zorginkoop.

Hoe moeten we deze discussie zien?

Download het volledige artikel hier:

Fysiotherapie als geïntegreerde zorg opnemen in basispakket

Als operaties vanuit het verzekerd pakket plaatsvinden, maar de voor- en nazorg wordt niet goed begeleidt, kun je je afvragen of operaties wel plaats moeten vinden. Omdat die fysiotherapie niet in het basispakket zit en steeds meer mensen geen aanvullende verzekering hebben, vindt de noodzakelijke voor- en nazorg niet altijd plaats.

Dat pleit er voor om de fysiotherapie in geïntegreerde samenhang te bekijken en beoordelen en waar nodig weer op te nemen in het basispakket. Schouderoperaties zonder intensieve nazorg door de fysiotherapie hebben geen enkele zin en zijn weggegooid geld bijvoorbeeld. Dat geldt ook voor andere operaties en behandelingen. Dus fysiotherapie in geïntegreerde ketenzorg in pakket.

Download het volledige artikel hier:

Zorgfusietoets: nieuwe regeling bij samengaan zorgorganisaties

Op 1 januari 2014 is de zorgfusietoets ingevoerd. Voor de praktijk betekent dit dat in verschillende situaties waarbij zorgorganisaties samengaan, zoals fusies, overnames of de oprichting van een gezamenlijke onderneming, de goedkeuring benodigd is van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Alertheid is geboden aangezien het niet naleven van de zorgfusietoets tot een boete kan leiden. 

De zorgfusietoets is van toepassing op eerste- en tweedelijnszorgorganisaties. Daarnaast is de goedkeuring van de NZa vereist voor het samengaan van een zorgaanbieder met een andere organisatie die niet werkzaam is in de zorg. De zorgfusietoets is een nieuwe regeling en staat los van de bestaande meldingsplicht bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM toetst of organisaties te veel macht krijgen door het samengaan. Een melding bij de ACM is alleen verplicht als de organisaties gezamenlijk in een jaar een omzet van meer dan 55 miljoen euro behalen en minstens twee van de organisaties binnen Nederland een jaaromzet van ten minste 10 miljoen euro behalen.

Het doel van de zorgfusietoets is ervoor zorgen dat de overheid haar verantwoordelijkheid kan nemen wanneer de kwaliteit of de bereikbaarheid van de zorg in gevaar komt door schaalvergroting. De zorgfusietoets is dan ook niet ingegeven vanuit mededingsrechtelijke aspecten, maar vanuit kwaliteitsoverwegingen.

Download het volledige artikel hier: