Berichten

Chronische zorgprogramma’s op de schop

Krimpende budgetten en minder personeel leiden tot het veranderen van de zorg- en bedrijfsprocessen in de eerstelijnszorg. Daarnaast bieden technische applicaties de mogelijkheid om de inbreng van patiënten te vergroten. In dit artikel doen de auteurs een voorzet voor herontwerp van de chronische zorgprogramma’s, zoals diabetes, COPD, CVRM of astma.

De chronische zorgprogramma’s zijn ontwikkeld nadat in het begin van deze eeuw werd geconstateerd dat de coördinatie en afstemming in de diabetesketen niet goed georganiseerd was. De zorg was met name hierdoor niet adequaat. Er werd een Zorgstandaard Diabetes opgesteld en geïmplementeerd. Voor COPD en CVRM werd eenzelfde pad gevolgd. Het zorgprogramma Astma is later in een aantal regio’s als pilot toegevoegd. De extra aandacht voor betere samenwerking en coördinatie in deze chronische zorg heeft ertoe geleid dat Nederland qua zorguitkomsten in internationaal perspectief goed scoort. Tegelijk is vrijwel iedereen het erover eens dat de zorgstandaarden verworden zijn tot standaardzorg en wordt er steeds meer ingezet op persoonsgerichte zorg. Ook is duidelijk geworden dat wanneer er voor één patiënt meerdere zorgprogramma’s en eventueel nog andere relevante NHG- of andere richtlijnen worden ‘gestapeld’, dit niet automatisch tot de beste zorg leidt. Daarom is ingezet op persoonsgerichte zorg op basis van een individueel zorgplan.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen tien jaar is er nogal wat veranderd. We zien dat:

–          het aantal chronisch zieken blijft stijgen;

–          substitutie van budget uit de ziekenhuizen niet (voldoende) is gelukt;

–          De macro-economische zorgkosten blijven stijgen;

–          De technische mogelijkheden door inzet van eHealth en ICT-applicaties toenemen;

–          Het tekort aan arbeidskrachten verontrustende vormen aanneemt;

–          (een deel van de) patiënten meer betrokken wil worden in het zorgproces en 24/7 toegankelijkheid verwacht.

In aansluiting op deze veranderingen, moet er een nieuw perspectief worden geschetst voor de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD (en astma) en CVRM. Een concept dat ook toepasbaar is bij andere diagnoses, zoals GGZ of chronische beweegzorg. De auteurs schetsen een nieuwe opzet, waarbij een verschuiving plaatsvindt van standaard chronische zorg naar andere vormen van zorg. Daarbij wordt steeds meer gebruikgemaakt van zelfmanagement en ICT. Hierdoor kan de productiviteit van de professionele zorgaanbieder toenemen en worden ingezet voor patiënten die niet in staat zijn om digitaal te participeren in het zorgproces of waarbij fysieke consulten noodzakelijk zijn.

Auteurs: Jan Erik de Wildt, Ellen Huijbers, Renate Jansink, Jorien Sjoerdsma, Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

Diabetes Innovatie Prijs maakt verschil

Zorgverleners hebben geregeld innovatieve ideeën die kunnen bijdragen aan betere zorg voor patiënten. Vaak ontbreekt het aan financiële middelen om deze uit te voeren. Daarom organiseert Sanofi sinds 2015 de Diabetes Innovatie Prijs. Doel hiervan is het stimuleren en uitwisselen van goede, vernieuwende, creatieve en bruikbare initiatieven op het gebied van diabeteszorg. Het beste idee kan rekenen op 5.000 euro voor de uitvoering van het project.

De winnaar van vorig jaar was Health4you2 met het project ‘100 dagen diabetes challenge’. Karen Plantinga en Patricia Vermeulen van Health4you2, praktijk voor dieet- en leefstijladvisering, zijn gespecialiseerd in de behandeling van diabetes. “De 100 dagen diabetes challenge is een programma waarbij mensen met diabetes en overgewicht 100 dagen lang worden begeleid om meer regie te krijgen over hun leven met de ziekte en een gezondere levensstijl tegemoet te gaan, waardoor zelfs medicijngebruik voorkomen of verminderd kan worden. De cursus bestaat uit een combinatie van twee ontmoetingsdagen in groepsverband en intensieve, online begeleiding.”

Verbetering

“De mensen die de cursus inmiddels hebben doorlopen, zijn onverminderd enthousiast en enorm blij dat ze het hebben gedaan. Ze hebben allemaal een flinke verbetering in hun gezondheid bereikt en zijn blij met het resultaat. Via een test die aan het begin en aan het eind wordt afgenomen, zien we daadwerkelijk een verbetering van kwaliteit van leven.”

Diabetes Innovatie Prijs 2018

Meer informatie over de 100 dagen diabetes challenge is te vinden op www.health4you2.online. Sanofi biedt ook dit jaar de kans om mee te doen aan de Diabetes Innovatie. Wie wil meedingen naar de Diabetes Innovatie Prijs 2018, kan een project indienen via www.diabetesinnovatieprijs.nl.

Download het volledige artikel hier:

Diabeteszorg zonder protocol

In het project Protocol Los lieten vijf huisartspraktijken de protocollen voor diabetes varen om – binnen de marges van de NHG-richtlijnen – gericht aandacht te kunnen geven aan zelfmanagement voor de patiënt. Een proces dat tijd kost, maar het begint wel zijn vruchten af te werpen.

“In 2007 is ELZHA als zorggroep ontstaan met geprotocolleerde ketenzorg voor diabetes type 2. Vervolgens zijn ook andere ketenzorgprogramma’s opgezet”, zegt gezondheidswetenschapper en coördinerend stafverpleegkundige Karin Busch. Werken volgens protocollen bleek prettig omdat het helpt om een gestructureerd diabetesspreekuur te organiseren. “De patiënt is beter in beeld en zorginhoudelijk is het beter op orde”, zegt Busch. “Maar op een gegeven moment hoorden we: ‘Ik moet alles volgens protocol doen’. Het werd van een leidraad een verplichting.”

Opmaat naar zelfmanagement

Ondertussen begon binnen ELZHA meer aandacht te ontstaan voor zelfmanagement voor de diverse patiëntpopulaties waarmee de aangesloten praktijken te maken hadden. Samen met andere zorggroepen nam ELZHA plaats in de Landelijke Werkplaats Zelfmanagement van Vilans. Busch: “We zaten aan tafel met alle betrokken partijen, inclusief de patiënten, om te praten over wat zelfmanagement bij diabetes nu precies is. De zorgaanbieders wilden hiervoor inhoudelijk in gesprek kunnen met de patiënt, maar ja: dat protocol. Je móet eerst de bloeddruk meten en dan is er al amper tijd meer voor een gesprek. Dat gaf irritatie.”

De literatuur bood aanwijzingen voor de waarde van zelfmanagement en ook de zorgverzekeraars waren geïnteresseerd. “Maar als ELZHA zien we geen patiënten”, zegt psycholoog Sytske van Bruggen, beleidsmedewerker onderzoek. “Hoe geven we het creëren van ruimte voor het inhoudelijke gesprek met de patiënt dan vorm? Daarom is binnen ELZHA op een beleidsdag de knoop doorgehakt en gezegd: laten we het gewoon gaan doen in een aantal praktijken. In zo’n grote zorggroep als ELZHA bestaat de ruimte om een aantal praktijken uit de luwte te houden om te experimenteren.”

Protocolloos

Het project Protocol Los was geboren. Vijf praktijken, die de organisatie van hun zorg goed op orde hadden, mochten het ketenzorgprotocol loslaten en een zelfmanagementinterventie naar keuze implementeren – waarbij de NHG-richtlijnen voor diabeteszorg overigens wel werden aangehouden. Aangezien Van Bruggen ook werkzaam is bij de afdeling Public health en huisartsgeneeskunde van het LUMC, werd zij betrokken om als onderdeel van haar promotieonderzoek de wetenschappelijke uitkomsten van het project in kaart te brengen.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Kostenreductie bij diabetes: van suikertax tot leefstijleducatie

De groei van het aantal diabetespatiënten leidt niet alleen tot enorme medische kosten, maar ook tot steeds hogere economische kosten. Die terugdringen vergt een interventie aan de basis, stelt internist-endocrinoloog Bruce Wolffenbuttel: we moeten bij de jeugd beginnen.

Volgens de jongste cijfers van het Diabetes Fonds hebben op dit moment 1,2 miljoen mensen in ons land diabetes en komen er iedere week 1.200 bij. In negentig procent van de gevallen gaat het om diabetes type 2. De ziekte kan vanwege talloze complicaties de levenskwaliteit van de patiënt enorm aantasten. Gelukkig worden hiervoor steeds betere behandelingen ontwikkeld, maar die dragen wel bij aan de toch al hoge medische kosten voor behandeling van deze chronische ziekte. Behalve deze medische kosten brengt diabetes type 2 een economic burden met zich mee. Deze economische kosten worden vooral veroorzaakt door productiviteitsverlies (ziekte-uitval wegens medische behandeling of arbeidsongeschiktheid) en uitkeringen.

Leefstijl en obesitas

Hoewel bij diabetes type 2 vaak sprake is van een erfelijke component, heeft de snelle groei van het aantal diabetespatiënten vooral andere oorzaken. Een daarvan is de vergrijzing, maar leefstijlproblematiek en de daaraan gekoppelde obesitas spelen minstens zo’n grote rol. “Nu al heeft dertig procent van de volwassen Nederlanders overgewicht en bijna vijftien procent is obees”, zegt Bruce Wolffenbuttel, hoogleraar endocrinologie en stofwisselingsziekten UMC Groningen. “Ook onder kinderen neemt obesitas toe. Maar onderzoek toont aan dat veel ouders – en ook hulpverleners – obesitas bij hun kinderen niet herkennen omdat een te hoog lichaamsgewicht normaal begint te worden.”

Groeiend urgentiebesef

De economische kosten van diabetes type 2 hebben lange tijd weinig aandacht gekregen. Dat verandert nu de grens van de beschikbare financiële middelen voor de zorg in zicht komt. Maar het is moeilijk om die economische kosten goed in kaart te krijgen. Wolffenbuttel: “De berekening ervan steunt voor een deel op educated guesses, want van de mensen met diabetes in de eerste lijn – het grootste deel – wordt in Nederland geen kostenregistratie bijgehouden. Het is wel belangrijk om die kosten in kaart te brengen, want daarmee ontstaat kennis waarmee kan worden voorgesorteerd op het bepalen van de waarde van nieuwe behandelingen en de economische impact van preventiemaatregelen.”

Rol voor de overheid

Helaas ontbreekt het nog aan een landelijk actieplan om de kosten van diabetes type 2 terug te dringen. De kern van zo’n actieplan zou moeten bestaan uit het bewegen van mensen tot het structureel aannemen van een andere, gezondere leefstijl. “Het is de overheid die hiervoor mede de randvoorwaarden moet scheppen”, stelt Wolffenbuttel.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Zeg maar dag tegen diabetes

Diabetes type 1 heeft grote impact op het leven van kind en omgeving. Nieuwe inzichten in de oorzaak leiden tot effectievere therapieën. Over vijf jaar kunnen de eerste patiënten genezen zijn. Met dank aan wetenschappelijk onderzoek en toepassing van eHealth. Arts en onderzoeker Henk-Jan Aanstoot van behandelcentrum Diabeter is hiervan overtuigd.

Over een aantal jaren hoeft diabetes type 1 geen aandoening meer te zijn die een zware wissel trekt op het leven van de patiënt. Dan hebben patiënten spuit en pomp omgeruild voor een automatische alvleesklier die zorgt voor de juiste bloedsuikerwaarde in het lichaam. “Over vijf jaar lopen patiënten rond met zo’n ‘automaat’ en is hun leven definief veranderd. De volgende stap is genezing”, zo stelt Henk-Jan Aanstoot, kinderarts, diabetoloog, onderzoeker en oprichter van behandelcentrum Diabeter.

Voor de behandeling van diabetes is geen ziekenhuisomgeving nodig, zo dacht Dr. Henk-Jan Aanstoot toen hij samen met Henk Veeze in 2006 Diabeter in Rotterdam startte, waar wetenschappelijk onderzoek de basis moet vormen voor zinvolle zorgvernieuwing. Tien jaar later is Diabeter gegroeid van één naar vijf locaties. Maar belangrijker nog: het zorgbedrijf maakt het verschil voor diabetespatiënten in Nederland.

Doorbraak in onderzoek

Door een fout van het afweersysteem is bij type 1 diabetes de insulineproductie kapot. Cellen van het afweersysteem vallen de zogenaamde bètacellen in de alvleesklier aan. Het lichaam kan niet voldoende insuline maken. Sinds kort is er een doorbraak in onderzoek naar type 1: het is niet een en dezelfde ziekte, maar bestaat uit varianten. Een onderzoek van Diabeter richt zich op het vinden van een verklaring waarom type 1 diabetes in verschillende verschijningsvormen voorkomt. “We zoeken naar merkstoffen in het bloed, biomarkers, die deze verscheidenheid aangeven. Als we nieuwe biomarkers opsporen, begrijpen we de ziekte beter. Biomarkers zijn nodig om de beste behandeling voor ieder individu te vinden. We zijn al lang het laboratorium uit en testen nieuwe therapieën bij kinderen met type 1. Op termijn levert dat nieuwe behandelmogelijkheden op. Nu we weten dat diabetes niet één en hetzelfde ziektebeeld is, zal er ook niet één manier zijn van genezing. We gaan naar behandeling op maat.”

Ondertussen richt de behandeling zich op het verbeteren van de insulinepomp en sensortechnologie. Deze technologie is al ver. “Een sensor op het lichaam – maar ook gegevens uit een glucosemeter of een insulinepomp –  meet continu de bloedsuikerwaarde en stuurt via de smartphone data naar de cloud. We kunnen zo persoonlijke adviezen geven. Met deze cloudcare gebruiken we persoonlijke data voor advies op maat. Of neem de hybride alvleesklier: een apparaat dat met een continu metende sensor en een algoritme te lage (hypo) en te hoge (hyper) waardes voorkomt door tijdig de insulinedosis aan te passen.”

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Curaçao versterkt de eerste lijn naar Nederlands voorbeeld

Curaçao kent een zorgwekkende toename van diabetespatiënten, vaak mensen met ernstige complicaties. Op uitnodiging van en bekostigd door het ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN), bezocht een driehoofdige Nederlandse delegatie in november 2016 het eiland om met ervaringen en adviezen de implementatie van ketenzorg diabetes te ondersteunen. Frederik Vogelzang van InEen, Corrine Brinkman van de Nederlandse Diabetes Federatie en huisarts Joop Raams van zorggroep Diamuraal maakten de zorgverleners op Curaçao wegwijs in de manier waarop in Nederland met ketenzorg diabetes wordt gewerkt.

Ongeveer tien procent van de Curaçaose bevolking heeft diabetes mellitus. De ziekte vormt een aanzienlijke belasting voor de gezondheidszorg en de kosten drukken zwaar op het zorgbudget. Zonder structurele aanpak zullen lasten en kosten in de toekomst niet meer te dragen zijn. Jeanette Eleonora is ervan overtuigd dat ketenzorg de enige oplossing is. Eleonora is voorzitter van de Werkgroep Landelijk Protocol Diabeteszorg en Diabeteseducatie op Curaçao. De werkgroep werd in 2010 opgericht om de kwaliteit van de diabeteszorg te verhogen en een dam op te werpen tegen de alarmerende toename van de ziekte. “Wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat ketenzorg in Nederland heeft geleid tot betere kwaliteit van zorg en tot daling van de kosten, trok onze aandacht. Ook wij moeten de eerste lijn versterken en proberen te voorkomen dat onze patiënten in de tweede lijn terechtkomen.”

Werkconferentie

De werkgroep en de Nederlandse gasten organiseerden samen een werkconferentie met workshops op Curaçao. Huisarts Joop Raams gaf er twee presentaties. Raams is een warm pleitbezorger van ketenzorg, hij was vanaf het prille begin betrokken bij de totstandkoming van zorggroepen in Nederland. Think global, act local was de rode draad in zijn presentaties. “Overal op de wereld hebben we dezelfde problemen met de toename van chronische ziekten als diabetes mellitus. Maar de oplossing is in ieder land, iedere streek net weer anders. Onvoldoende opsporing en onderkenning en gebrekkige samenwerking tussen de eerste en tweede lijn leiden ertoe dat het probleem op Curaçao nog niet onder controle is. Ketenzorg is samenwerking. Alle partijen moeten nu alles op alles zetten om hun rol in de keten op te pakken en samen te werken.”

Daarvoor kregen zij tijdens de werkconferentie tips van de drie Nederlanders. “De zorgverleners op Curaçao kunnen hun voordeel doen met wat wij – met de kennis van nu – anders zouden doen”, aldus Frederik Vogelzang. “Het zette ons over en weer aan het denken. Waarom hebben wij het in Nederland eigenlijk zo georganiseerd?”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Gestructureerd aanbieden zelfmanagementeducatie bij diabetes niet vanzelfsprekend

Over het belang van zelfmanagement bij mensen met diabetes type 2 is iedereen het eens. We willen dat patiënten in staat worden gesteld om weloverwogen eigen keuzes te maken over leefstijl en omgang met de ziekte. Toch krijgt maar een klein deel van hen gestructureerde zelfmanagementeducatie aangeboden. Welke educatie iemand ontvangt en op welke manier hangt volledig af van de zorgaanbieder. Tijd voor verandering?

Gestructureerde Diabetes Zelf-Management Educatie (DZME) wordt in nationale en internationale richtlijnen aanbevolen bij het behandelen van diabetes type 2. Het voorziet mensen met diabetes type 2 van alle informatie en vaardigheden om zelf weloverwogen keuzes te kunnen maken in hun leefstijl en omgang met de ziekte. Uit ervaring met de kortdurende DZME-groepsprogramma’s X-pert en DESMOND in Engeland blijkt dat theoretisch onderbouwde groepseducatie medische, psychologische en leefstijl uitkomsten gunstig kan beïnvloeden. Ook kostenbesparing en kosteneffectiviteit zijn aangetoond. In Engeland krijgt nu iedereen met de diagnose diabetes type 2 DZME aangeboden.

In Nederland wordt DZME in richtlijnen vermeld, maar niet structureel aangeboden. Het meest aangeboden programma is PRISMA, de Nederlandse versie van DESMOND. Tussen 2012 en 2015 is het gebruik van PRISMA in de eerste lijn geëvalueerd door middel van een implementatiestudie. Hieruit komt naar voren dat een combinatie van bevorderende factoren op het gebied van draagvlak, financiering, coördinatie en centrale kwaliteitsborging lijkt bij te dragen aan een succesvolle implementatie van PRISMA. Enthousiasme is een belangrijke factor op alle vier gebieden. Wanneer enthousiasme wordt gecombineerd met voldoende patiënten, beschikbare trainers, een passende wervingsmethode, een sterke coördinator met organisatietalent en draagvlak bij de verwijzer, lijkt er altijd wel een manier om PRISMA financieel mogelijk te maken. Structurele financiering zou het proces van implementatie wel gemakkelijker maken en PRISMA op grotere schaal mogelijk maken.

Download het volledige artikel hier:

Eerstelijns patiëntonderzoek diabetes op zorggroep-, hagro- en huisartsenpraktijkniveau

Op zorggroepniveau vindt veel onderzoek plaats naar ervaringen van diabetespatiënten. Bijvoorbeeld met de CQI (Consumer Quality Index) op basis van enquête. Maar de informatie die dat oplevert is te abstract en zegt te weinig over hagro- en praktijkniveau. Dus besloot BV Zorg Oude IJssel uit Doetinchem tot diepgaander onderzoek en meer reflectie bij de resultaten. Eerste conclusies van het bijna afgeronde project: het leidt tot meer inzicht en bewustwording bij huisartsen en POH’s.

‘CQI op zorggroepniveau geeft informatie over klantenervaringen in de eerste en tweede lijn. Dit onderzoek werd al door de zorgverzekeraars uitgevoerd’, zegt kaderarts Martin Willink. ‘Je ziet dan of je als zorggroep boven of onder het gemiddelde zit. Maar op praktijkniveau kun je hier niets mee.’ Het levert een vergelijking op benchmark op regionaal niveau, maar verder is het te abstract. Zo concludeerde ook Garmt Postma, medisch directeur van BV Zorg Oude IJssel. Als eerste in Nederland besloot het tot een uitbreiding op praktijkniveau. Zelf gefinancierd. Postma: ‘We hebben in 2012 opdracht aan het onafhankelijk onderzoeksbureau ZorgDNA gegeven.’

‘ZorgDNA heeft de extra vragen ontwikkeld onder de naam PACIC’, legt Erna Ruiter, kwaliteitsfunctionaris van BV Zorg Oude IJssel, uit. Dat staat voor Patiënt Assessment Chronic Illness Care. ‘Het CQI bestond uit 80 vragen, daarnaast waren er nog 20 vragen PACIC.’ Daarbij gaat het om patiëntenervaringen, beleving en verwachtingen. Patiënten werd gevraagd om antwoorden op bijvoorbeeld “werden mij keuzes in de behandeling gegeven waar ik over na kon denken?” of “werd mij een kopie van mijn behandelplan gegeven?”.

Binnen BV Zorg Oude IJssel zijn 1620 diabetespatiënten aangeschreven. De totale respons was 50 procent. Na filtering van onbeantwoorde of foutief beantwoorde enquêtes, bleven er 670 bruikbare vragenlijsten over. De resultaten van het CQI werden vergeleken met een landelijke benchmark uit 2007. In 2013 scoorde BV Zorg Oude IJssel significant beter. Erna Ruiter: ‘Dat is ook logisch. Sinds 2007 is er een hele stap gemaakt in de kwaliteit van de diabeteszorg. De zorggroepen en de POH’s hebben daar een grote rol in.’ Maar die informatie haal je niet uit de scoringslijsten. ‘Het verhaal achter de cijfertjes krijg je alleen maar als je met elkaar in gesprek gaat’, concludeert Martin Willink. ‘De ene praktijk heeft een hoge score op voetonderzoek, de ander een lage. Doen die het onderzoek dan niet of doen die het slecht? Of wordt er slechter geregistreerd?’

Download het volledige artikel hier:

Glucosemonitoring brengt nieuwe inzichten en nieuwe vragen

Diabetespatiënt Ronald Fokkink verzamelt 24 uur per dag data over zijn ziekte. Door data-analyse en leefstijlinterventies kan hij zijn ziekte beter reguleren en is zijn medicijnverbruik verminderd. Als gevolg van de glucosemonitoring is zijn zorgvraag veranderd. Vilans ging hierover in gesprek met Ronald Fokkink en huisarts Bart van Pinxteren.  

Tien jaar geleden kreeg Ronald Fokkink (50) diabetes. Een uitzonderlijke vorm: type LADA (Latent Auto-immune Diabetes in Adults). Vanaf het begin had hij een aversie tegen insuline spuiten: het gaf hem een patiëntgevoel. In etappes paste Ronald zijn leven op de ziekte aan: meer bewegen, zijn eetmomenten spreiden, minder koolhydraten eten en stoppen met roken. Het lukte hem de insulinedosis omlaag te brengen en over te stappen op tabletten.

Twee jaar geleden kreeg Fokkink zijn waarden niet meer op orde. De hoeveelheid insuline die hij nodig had, liep snel op. De internist kon behalve medicijnen voorschrijven, niet veel voor hem doen. Het ziekenhuis wees Fokkink op de mogelijkheid om een continue glucose monitoring systeem uit te proberen. De kosten belopen zo’n 2.500 euro per jaar. En dat vergoedt de verzekering niet. Het systeem bestaat uit een sensor die op het lichaam wordt aangebracht, een zender en een ontvanger met een informatieschermpje. Hierop is de glucosewaarde zichtbaar, zie je of de waarde stijgt of daalt en laat een grafiek de glucosewaarden van de afgelopen uren zien ten opzichte van twee lijnen: een boven- en een ondergrens. Er gaat een alarm af als de waarden een grens overschrijden.

Voeding, beweging en medicatie hebben invloed op de glucosewaarde. Dagelijks voert Ronald handmatig in wat hij eet en wanneer en hoeveel hij beweegt en hoeveel insuline hij spuit. Periodiek leest hij de informatie uit en analyseert de verbanden. Op basis daarvan stelt hij de vuistregels bij die hij hanteert voor zijn dagelijks leven. ‘Ik weet bijvoorbeeld hoeveel mijn glucose stijgt door het avondeten. Vervolgens ga ik wandelen om de glucose weer te laten dalen tot de juiste waarde. Ik kies voor beweging om mijn glucose te reguleren in plaats van insuline. Door de monitoring heb ik mijn glucosespiegel verlaagd, varieert deze minder en gebruik ik minder insuline. De kwaliteit van mijn leven is verbeterd. Ik voel me beter en mentaal is het ook minder zwaar.’

Door zijn actieve monitoring zit hij echter ook met allerlei nieuwe vragen.

Download het volledige artikel hier:

Gedeelde regie bij diabetes mellitus type 2

Meer actieve patiënten en betere zorguitkomsten. Dat willen zorgverleners in de Noordelijke Maasvallei bereiken via zelfmanagement-interventies bij mensen met diabetes mellitus type 2. ‘Dit vergt niet alleen een andere houding van patiënten, maar ook van professionals’, zegt algemeen manager Corné van Asten van Syntein.

Van aanbodgerichte zorg naar vraag-gerichte zorg. Van zorgverleners die denken en handelen vanuit protocollen naar zorgverleners die patiënten stimuleren en ondersteunen zelf de regie te voeren over hun gezondheid, waarbij ziekte, bestaan en gedrag onderdelen vormen. In grote lijnen is dát de situatie waarheen Syntein zich beweegt met SynCare Diabetes. Syntein is een organisatie voor ketenzorg, opgericht door huisartsen en door Pantein, dat bestaat uit Maasziekenhuis Pantein, Thuiszorg Pantein en Zorgcentra Pantein. Syntein streeft naar uitstekende zorg voor mensen met een chronische aandoening. De betrokkenen zijn actief in de Noordelijke Maasvallei: het Land van Cuijk en Maasduinen.

Download het volledige artikel hier: