Berichten

Gezamenlijke ICT-visie InEen, LHV en NHG kan digitaliseringsparadox doorbreken

Onze wereld digitaliseert en de huisartsenzorg kan en wil daar niet bij achterblijven. Enerzijds omdat de samenleving dat van de beroepsgroep verwacht, anderzijds omdat ICT kan helpen de toenemende werkdruk en de krimpende arbeidsmarkt het hoofd te bieden. “Bovenal hebben we ICT nodig om de zorg in de regio rondom de patiënt in samenhang te organiseren en de patiënt daarbij te betrekken”, zegt Maarten Klomp. Hij is als InEen-bestuurslid intensief betrokken bij het ICT-dossier. Samen met LHV-bestuurder Carin Littooij licht hij de hoofdpunten uit de ICT-visie en -roadmap van InEen, LHV en NHG toe.

“Met zijn drieën staan we voor huisartsen en huisartsenzorg in brede zin. Met deze tripartite visie kunnen we de digitaliseringsparadox doorbreken”, aldus Carin Littooij.

De digitaliseringsparadox werd in maart 2018 beschreven door Nictiz, dat op suggestie van de drie koepels de status van de digitalisering in de huisartsenzorg onderzocht. Het paradoxale is dat huisartsen tevreden zijn over het dagelijks gebruik van ICT in hun praktijk, terwijl in de nabije toekomst een digitale transformatie noodzakelijk is om hun sleutelrol in de eerstelijnszorg te waarborgen. Een van de vijf fundamentele problemen die Nictiz benoemde, was het ontbreken van een landelijk gedragen toekomstvisie over digitalisering en een meerjarige roadmap voor de eerste lijn. Daar brengen InEen, LHV en NHG nu verandering in.

Eilanden verbinden

Het doel is in de visie als volgt omschreven: ‘De huisartsenzorg wordt optimaal ondersteund door een passende, toekomstgerichte digitale zorginformatie-infrastructuur: niet enkel in de dagpraktijk, maar ook tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten en in de programmatische multidisciplinaire samenwerking.’ De bestaande huisartsinformatiesystemen (HIS), informatiesystemen voor huisartsenposten (HAPIS), keteninformatiesystemen (KIS) en samenwerkingsplatforms vormen het uitgangspunt. Om van daaruit tot de gewenste toekomstgerichte zorginformatie-infrastructuur te komen, worden toetsbare basiseisen en -wensen geformuleerd. Dat is onderdeel van het project XIS. De projectgroep XIS wil voor januari 2019 al een beperkte basisset formuleren om richting te geven aan de ontwikkelingen.

Regionaal organiseren

Het Informatieberaad Zorg, de bestuurlijke samenwerking tussen het zorgveld en het ministerie van VWS, werkt aan een duurzaam informatiestelsel voor de zorg als geheel. De initiatieven van de drie koepels in de huisartsen- en eerstelijnszorg sluiten daarbij aan. Ook houden ze rekening met andere afspraken, akkoorden en programma’s. “Wij moeten als branche met onze leveranciers in gesprek over een vlotte implementatie van de landelijke standaarden”, zegt Klomp. “De individuele huisarts heeft als klant weinig invloed op de ontwikkelagenda, daarom willen we dat regionale organisaties die rol op zich nemen en de praktijken ontzorgen op het gebied van ICT.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

“Dé mantelzorger bestaat niet”

In de huidige participatiesamenleving hebben mantelzorgers een grote rol gekregen in de zorg voor hun naasten. Maar zijn de eisen en verwachtingen die aan mantelzorgers worden gesteld wel realistisch? Vragen we niet te veel van ze? Eliane Heseltine, mantelzorger en ervaringsdeskundige, plaatst kritische kanttekeningen bij het gevoerde mantelzorgbeleid.

“De mantelzorger is het afvalputje van de zorg. Ik zie veel mantelzorgers bij wie het water over de schoenen loopt, omdat ze het niet meer volhouden. Ik maak me daar zorgen over.” Eliane Heseltine is mantelzorger van haar partner, die twaalf jaar geleden een beroerte kreeg. Sindsdien is hij halfzijdig verlamd, en honderd procent hulpafhankelijk.

Eliane benadrukt dat dé mantelzorger niet bestaat. “Het maakt verschil of je twee keer per week met je zorgbehoevende moeder boodschappen doet omdat ze dat zelf niet meer kan, of dat je 24 uur per dag bij je partner moet zijn, omdat hij geen moment alleen kan zijn.”

Op één hoop

Gemeenten zijn zich van die verschillen tussen mantelzorgers onvoldoende bewust. “Gemeenten zijn vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wettelijk verplicht om mantelzorgers te ondersteunen. Ze organiseren daarom bijvoorbeeld één keer per jaar de mantelzorgdag of delen bonnen uit voor de schoonheidsspecialiste. Maar als je niet eens de deur uit kan, ga je zeker niet naar de schoonheidsspecialiste. Gemeenten organiseren zulke activiteiten voor de grootste gemene deler, maar elke mantelzorger is anders. Mijn advies aan gemeenten is daarom: verdiep je in de mantelzorgers, ken hun behoeften en pas je beleid erop aan. Kies niet voor one size fits all, maar biedt maatwerk.”

Online communicatie

De samenwerking met eerstelijnszorgverleners verloopt goed. Als de nood aan de man is, kan Eliane Heseltine altijd bij hen terecht. “Ze kennen mijn situatie en weten dat ik pas aan de bel trek als het niet meer gaat.”

Ze is blij dat ze tegenwoordig ook per mail vragen kan voorleggen aan de zorgverleners. “Twee of drie dagen wachten op antwoord is handiger dan telkens naar het spreekuur gaan. Zolang kan ik niet van huis. Bovendien heb ik dan voor dat ene consult zoveel vragen opgespaard, dat ik ze toch niet allemaal in één keer bespreken. Een mailconsult is daarom prettiger.” Haar tip aan eerstelijnszorgverleners is dan ook: maak de communicatie voor mantelzorgers makkelijker, investeer meer in mailconsult of andere vormen van online communicatie.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Data als sleutel voor populatiemanagement

Als de huisarts een sleutelrol wil blijven vervullen in de eerstelijnszorg, is een doorbraak in digitalisering onontkoombaar. HuisartsenOrganisatie Oost-Gelderland (HOOG) is al druk doende om praktisch invulling te geven aan deze waarschuwing uit een recent rapport van Nictiz. HOOG werkt langs diverse lijnen aan populatiemanagement en begrijpt de cruciale rol van ICT – in het bijzonder het huisartsinformatiesysteem – daarin.

Wat gebeurt en verandert er in mijn werkomgeving en hoe krijg ik daar als huisarts zicht op? Deze vraag stelde huisarts Marcel Kerkhoven uit Brummen zichzelf toe hij hoorde van het kabinetsbeleid gericht op het langer thuis laten wonen van ouderen bij toenemende kwetsbaarheid. Kerkhoven kreeg subsidie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om de patiëntdata uit zijn eigen huisartsinformatiesysteem (HIS) van de afgelopen vijf jaar – leeftijd, ziektebeelden, meetwaarden en medicatiegebruik – te verrijken met open data over de inwoners in zijn werkgebied. Doel hiervan is geanonimiseerd inzicht te krijgen in de kwetsbare populatie. “Een proof of concept”, noemt hij het. “Vraag is nog wel of het met het oog op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogelijk is om die gegevens op postcodeniveau over meerdere huisartsenpraktijken heen bij elkaar te brengen om de mensen in de wijk beter in beeld te brengen, de zorg voor die doelgroep te verbeteren en de zorgkosten te verlagen. Ook moeten we nog onderzoeken hoe we die data kunnen koppelen aan de werkvloer en tot gespreksonderwerp voor de huisarts en wijkverpleegkundige kunnen maken. Dan kunnen we die verrijkte data gebruiken om de samenwerking van de huisartsen met de andere zorgaanbieders voor de doelgroep kwetsbare ouderen op wijkniveau verder vorm te geven.”

Inzicht in elkaars data

Die samenwerking is hard nodig, stelt Kerkhoven. “De eerste lijn is versnipperd en er komen steeds meer aanbieders. Dit maakt het lastig om tot afstemming te komen om deze mensen de zorg te bieden die zij nodig hebben.” Zorgverzekeraar Zilveren Kruis financierde een pilot in de regio Zutphen voor veilige digitale communicatie tussen huisartsen en thuiszorg. “Als we dat bewerkstelligen, kunnen we stappen zetten”, zegt Kerkhoven. “Zetten we dan in samenspraak met de huisartsen wijkverpleegkundigen in en zorgen we voor bedden in de wijk in samenwerking met het verpleeghuis, dan hebben we een team dat kwetsbare ouderen kan opvangen als dat nodig is.”

De regio Zutphen, waar Kerkhoven werkt, is een van de regio’s waarin de huisartsen samenwerken binnen HOOG. De andere twee zijn Apeldoorn en Oost-Achterhoek. “Wat Marcel Kerkhoven voor zijn eigen praktijk aan het doen is, proberen wij voor alle aangesloten huisartsen te realiseren”, zegt Jeroen Frequin, directeur van HOOG.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Paulien van Hessen (SAG): “Maatschappelijke tweedeling in de basiszorg is onacceptabel”

Goede zorg lijkt vanzelfsprekend, maar we schieten vaak tekort bij patiënten in achterstandswijken. Waar zit de angel en hoe trekken we die eruit? De Eerstelijns is in gesprek met Paulien van Hessen, bestuurder van de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG).

Paulien van Hessen studeerde geneeskunde en is sinds 1992 arts voor maatschappij & gezondheid. Zij begon in 2015 als bestuurder bij SAG, een koepel van zestien gezondheidscentra in Amsterdam. Van Hessen zet zich gepassioneerd in voor integrale, duurzame en warme basiszorg voor alle bijna 90.000 patiënten van SAG. Haar grootste zorg betreft mensen met lage gezondheidsvaardigheden. “Een patiëntengroep bij wie een slechte gezondheid vaak gepaard gaat met werkloosheid, schulden, sociale en psychische problemen.”

Een vaste huisarts

Van Hessen vervolgt: “Met angst en beven zie ik verschil ontstaan in toegankelijkheid van zorg. Voor een huisarts is het heel hard werken in achterstandswijken. Nieuwe huisartsen zijn moeilijk te vinden voor deze wijken en juist voor mensen in een achterstandssituatie is een vaste huisarts heel belangrijk. We moeten dus huisartsen verleiden zich te binden aan praktijken en gezondheidscentra in deze wijken. We doen als SAG ons best. Gelukkig zijn er toch steeds weer dokters die juist wel daar willen werken, voor een eigen populatie waarvoor ze heel veel kunnen betekenen. Maar het wordt kritisch. En mijn grootste zorg: wie voelt zich verantwoordelijk voor dit probleem, wie pakt het op? VWS wijst naar de zorgverzekeraars. Zij op hun beurt naar de sector, die vervolgens weer bij VWS uitkomt.”

4D-model en Krachtige Basiszorg

Dus heeft de sector zelf flink de handen uit de mouwen gestoken. Resultaat? Een werkend concept. Van Hessen: “In de wijk Overvecht in Utrecht is men gestart met het concept Krachtige Basiszorg. Twee huisartsen ontwikkelden het 4 Domeinenmodel, kortweg 4D-model.Dat maakt de vier levensgebieden inzichtelijk: lichaam, geest, maatschappelijk en sociaal. Alle gebieden hebben invloed op hoe gezond iemand zich voelt. De patiënt zelf staat in het midden.”

In navolging van Overvecht hebben gezondheidscentra in Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam een consortium Krachtige Basiszorg gevormd. Zij gaan het model vertalen naar hun eigen situatie. “We moeten beter samenwerken met partners in de wijk”, aldus Van Hessen. Er is meer tijd nodig voor goede gesprekken tussen patiënt en huisarts. Bij SAG willen we graag onze POH-generalisten continueren. Zij zijn vanuit het gezondheidscentrum de uitgestoken hand naar de wijk en zorgen voor warme overdrachten naar bijvoorbeeld die schuldhulpverlening; niet als regisseur, maar als vangnet. Zij zijn echt noodzakelijk.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Diagnose Transformatie: beginpunt van echte verandering in de zorg

Dat het in de zorg fundamenteel anders moet, daar is iedereen het over eens. Betere kwaliteit tegen lagere kosten en de patiënt centraal, we horen het iedere dag. Maar hoe pak je transformatie in de zorg daadwerkelijk aan? Om daar antwoord op te geven, nam BeBright twee jaar geleden het initiatief tot Diagnose Transformatie. Het leidde tot een nuttig boekwerk en een toolkit, die in april werden gepresenteerd tijdens het Zorgtransformatiecongres op de Zorg & ICT-beurs.

“Diagnose Transformatie is het vierde diagnoseprogramma. De beweging bestaat al sinds 2009”, zegt initiatiefnemer Philip Idenburg van BeBright, die samen met Monique Philippens het boek schreef. De ‘need to change’ is nog steeds groot en daarom startte in 2016 een zoektocht naar het DNA van transformatie. Philip Idenburg: “Het werd een wereldwijde gang langs zorgorganisaties om te kijken wat de belemmeringen waren en wat de succesfactoren.”

Gereedschapskist

Diagnose Transformatie heeft vier strategische partners: KPN, Noaber Foundation, PinkRoccade en Promedico. Egbert van Gelder, manager innovatie bij Promedico: “Wij zien sterk de wil om te veranderen, maar men heeft moeite om daadwerkelijk een slag te maken. Daar kunnen ze handvatten bij gebruiken. Een van de mooie dingen die uit Diagnose Transformatie ontstonden, is een set met hulpmiddelen voor het zorgveld. Een toolkit waarmee organisaties zelf aan de slag kunnen.”

De gereedschappen zijn bijvoorbeeld scenarioplanning, storytelling, SROI-analyse, de patiëntreis of design thinking. Philip Idenburg: “Ze zijn verdeeld in zeven elementen: visie en ambitie, leiderschap, cultuur, samenwerking, bedrijfsinrichting, innovatie en business modellen. Dat zijn ook de zeven bestanddelen van elke duurzame transformatie.”

Vier fasen

“Als je wilt dat een transformatie in de hele organisatie verankerd is, dan moet het vier fasen doorlopen. Die vormen samen de Transformatie Twister”, aldus Idenburg. “De eerste fase is die van Doorzoeken. Waarom is verandering nodig? Wat zijn belemmeringen? Wat is de werkelijke vraag? Dat begint bij een klein groepje. Daarna volgt de fase van Doorzien. Dan haken er steeds meer mensen aan en begint de reis. De richting is duidelijk, maar waar de reis naartoe gaat, weet nog niemand.” Daarna volgt de fase van Doorzetten: het vertalen van transformatie binnen de organisatie. Dan gaat het bijvoorbeeld om procesinrichting, belonings- en bekostigingsbeleid. De laatste fase is Doorleven: het borgen binnen de hele organisatie en zorgen dat je iedereen meeneemt.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Zet zorg bovenaan de gemeente-agenda

Op 21 maart jongstleden heeft 53 procent van de stemgerechtigden een stem uitgebracht voor de gemeenteraadsverkiezingen. De uitslag is bekend. Wat gaat deze betekenen voor de eerstelijnszorg? De Eerstelijns analyseert.

In 2010 waren de gemeentelijke uitgaven circa € 1.000 per persoon per jaar, in 2016 was dat door de decentralisaties opgelopen tot € 3.300 per jaar. Met de decentralisaties is het zorg- en welzijnsdomein verreweg de grootste uitgavenpost in gemeenten geworden.

Belangrijkste thema’s

Gezien de omvang van de uitgaven lijkt het logisch dat zorg en welzijn een van de belangrijkste onderwerpen van de gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn. Maar niets is minder waar. NRC onderzocht voorafgaand aan de verkiezingen in 335 van de 380 gemeenten welke thema’s het meest naar voren kwamen bij de inwoners van gemeenten. Dat waren wonen, herindeling, bereikbaarheid en energie en afval. Een opvallende uitkomst, waarvoor geen eenduidige verklaring te geven is. Als deze trend ook in de coalitieakkoorden wordt voortgezet, is dat op zijn zachtst gezegd zorgelijk.

Versnippering

In een groot aantal gemeenten is een lokale partij de grootste geworden. De invloed, maar ook de inhoudelijke kennis en ondersteuning van grote landelijke partijen, neemt hiermee steeds verder af. Er ontstaat in gemeenten een versnipperd politiek landschap. Voor de eerstelijnszorg lijkt dit geen goede ontwikkeling. Kennis van zorg, welzijn en jeugdhulp is immers noodzakelijk om op verantwoorde wijze beleid te kunnen maken. Het is te hopen dat de ambtenaren die de afgelopen drie jaar de zorg- en welzijnsdossiers voorbereidden en uitvoerden wel behouden blijven, zodat zij de nieuwe coalitie professioneel kunnen ondersteunen. Wat tegenwerkt, is dat de druk op het systeem verder toeneemt en wethouders eerder scoren met wonen, herindeling, bereikbaarheid, duurzame energie en afvalverwerking.

Voor zorg en welzijn is meer samenwerking en afstemming met zorgverzekeraars nodig. Mensen houden zich immers niet aan de grenzen van wettelijke kaders. Door de enorme versnippering is het voor zorgverzekeraars en zorgkantoren schier onmogelijk om generieke afspraken te maken met gemeenten. Dat gaat de komende vier jaar wringen.

Wat staat u te doen?

Samenwerking tussen eerstelijnszorg en gemeente is noodzakelijk. Nu de verkiezingsuitslag bekend is, worden colleges gevormd en in de meeste gemeenten wordt een coalitieakkoord opgesteld. Het lezen van dat akkoord, het zoeken naar aanknopingspunten in het beleid en het aangaan of hernieuwen van de relatie met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaren is een must voor iedere zichzelf respecterende eerstelijnsorganisatie.

Auteurs: Bianca den Outer, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Zorg voor asielzoekers: meer regie over eigen leven

De zorginkoop en de zorg aan asielzoekers is per 1 januari 2018 overgegaan van Menzis COA Administratie (MCA) en Gezondheidscentrum voor Asielzoekers (GCA) naar RMA en GZA (dochterondernemingen van Arts en Zorg). In de vorige editie van De Eerstelijns spraken we de zorgverzekeraar over de lessons learnedqua zorginkoop. We spreken hen weer. Dit keer over het zorgconcept. Hoe werkt het, zodat we hierop kunnen voortborduren?

Om de zorg aan asielzoekers in goede banen te leiden, richtte Menzis in 2009 het GCA op. Het centrale kantoor met staf, ondersteuning en praktijklijn bevond zich in Wageningen. De uitvoering van de zorg was aan de zorgteams, die zich in de AZC’s (asielzoekerscentra) in Nederland bevinden. Arts en Zorg neemt het model zorgconcept voor een groot deel over. Echter in een eigen jasje. Een deel van de GCA-medewerkers zet het werk onder de nieuwe werkgever voort. “Ik ben blij dat onze kennis en kunde voortgaat”, zegt Annefieke Booij. Ze werkte de laatste jaren als manager zorg voor GCA en is nu programmanager afbouw.

Op het centrum

Binnen het zorgconcept van GCA heeft elk AZC een zorgteam, bestaande uit praktijkassistenten, praktijkverpleegkundigen, huisartsen en GGZ-consulenten. Booij: “In de morgen vindt een inloopspreekuur plaats. De praktijkassistent ontvangt de asielzoeker en voert een triage uit en eenvoudige behandelingen. De praktijkverpleegkundige heeft zodoende meer tijd om de ‘ingewikkeldere’ medische hulp te geven. Blijkt de medische vraag complex, dan komt de asielzoeker in de planning van de huisarts te staan. Deze werkwijze maakt het mogelijk, dat de huisarts beperkt op de locatie is. De consulten worden na afloop altijd met de huisarts doorgesproken. Deze accordeert ook digitaal de activiteiten van de praktijkassistent en praktijkverpleegkundige.”

GGZ-consulent

Een belangrijk persoon binnen het zorgteam is de GGZ-consulent. Booij: “Destijds kende de GGZ lange wachtlijsten, terwijl asielzoekers juist veel psychosomatische en psychische problematiek kennen. Ze zijn vaak getraumatiseerd en gebaat bij snelle, directe hulp dichtbij. We hebben daarom GGZ-consulenten ingezet, die een luisterend oor bieden, handvatten geven bij problemen en zich richten op de zelfredzaamheid van asielzoekers. Uit de pilot bleek dat de doorverwijzing naar de tweede lijn hierdoor met 36 procent is gedaald.”

Wat kan beter? Booij: “Bovenal kunnen we er nog alerter op zijn, niet in de modus te geraken van ‘wij zorgen voor asielzoekers’. We moeten er juist voor zorgen dat ze meer zelf kunnen. Bijvoorbeeld door hen te leren digitale middelen te gebruiken voor afspraken. Meer regie over eigen leven, daar gaat het ook bij asielzoekers om.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Complexiteit zet Nederlands zorgsysteem onder druk

In het Nederlandse zorgsysteem hangt alles met alles samen. Wie heeft nog het overzicht? En hoe houdbaar is het zorgsysteem op langere termijn? De Eerstelijns legt de vinger op de zere plek in de discussion paper ‘Complexiteitsreductie als oplossing voor duurzame zorg in Nederland’. Lees de samenvatting of download de volledige paper en discussieer mee op LinkedIn.

Verschillende ontwikkelingen ondermijnen de houdbaarheid van ons zorgsysteem. Allereerst de toename van het aantal chronisch zieken in combinatie met de vergrijzende samenleving en mensen die veelal nog uitgaan van het paradigma verzorgingsstaat. Hierdoor nemen zij te weinig verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid, om te beginnen door gezond gedrag. Mede als gevolg hiervan wordt veel aandacht besteed aan de medische oplossing van problemen en veel minder aan het voorkomen van ziekte. Ook het gezondheidssysteem gaat nog te veel uit van zorgprofessionals en -organisaties in plaats van verantwoordelijke burgers en patiënten.

Problemen erkennen

Maar bovenal is de wijze waarop de zorg is georganiseerd te complex geworden. Hierdoor is het voor deskundigen al nauwelijks te overzien, laat staan voor burgers, patiënten, mantelzorgers en zorgaanbieders. Dit ondermijnt het vertrouwen en de solidariteit. Als hier niets aan verandert, is het wachten op een zogenaamde perfect storm: het moment waarop alle mogelijke negatieve factoren bij elkaar komen. Door te erkennen dat er problemen zijn en een start te maken met oplossingen, kan een deel van de risico’s worden beperkt, voorkomen of geaccepteerd als een verantwoorde maatschappelijke keuze.

Het grootste probleem

De effecten van de decentralisaties in 2015 zullen de komende jaren nog merkbaar zijn. Het zal de nodige aandacht vragen om de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van zorg en ondersteuning te borgen. De beleidsvrijheid van gemeenten versus de gedetailleerde aanspraken in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz) zorgen voor afstemmingsproblemen die kwetsbare groepen (kunnen) treffen. De complexiteit van bekostiging, taal, domeinafbakening, transitieprocessen, ICT en het aantal betrokken partijen vormt wellicht het grootste probleem in ons huidige zorg- en sociale systeem. Het leidt tot verspilling en demotivatie van zorgprofessionals en tot onduidelijkheid en frustratie bij zorggebruikers. Terwijl plezier in het werk juist de zorgsector aantrekkelijk moet maken in een tijd waar personeel schaars wordt.

Paradigmashift

De groeiende welvaart, voortschrijdende kennis en techniek heeft er bovendien toe geleid dat ziekte en ouderdom door delen van de bevolking als onwenselijk worden gezien. Het is tijd voor een andere, positieve benadering van ouderdom en ziekte. Als de gezondheidszorg onvoldoende antwoord geeft op de veranderende zorgvraag ontstaat er maatschappelijke onrust en een verdere tweedeling tussen rijk en arm, gezondheidsvaardigen en niet gezondheidsvaardigen. Voortzetting van een paradigmashift van zorg naar gezondheid is noodzakelijk.

Lees de uitgebreide analyse en aanbevelingen:

– Artikel ‘Complexiteit zet Nederlands zorgsysteem onder druk’

– Discussion paper ‘Complexiteitsreductie als oplossing voor duurzame zorg in Nederland’

Discussieer mee op LinkedIn.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

 

Download het volledige paper hier:

 

Ondernemen in de huisartsenzorg: spagaat tussen zorg en centen

Huisartsen zijn zelfstandige beroepsbeoefenaren met een status als fiscaal ondernemer. Hoe staat het met het ondernemerschap van de huisartsen en waar krijgt de huisarts-ondernemer de komende jaren zoal mee te maken? De Eerstelijns analyseert.

Ondernemen als huisarts in de zorgsector is een vreemd fenomeen. Er is wet- en regelgeving die tegen het vrije ondernemerschap indruist. Op macroniveau zijn dat bijvoorbeeld hoofdlijnenakkoorden en budgettaire kaders, vaststelling van tarieven en een gemaximeerd norminkomen. Op microniveau wordt het vrije ondernemerschap ingeperkt door zorginhoudelijke sturing als watchfull waiting, doelmatigheidseisen vanuit de bekostiging op gebied van medicatie, diagnostiek of verwijzen en op individueel niveau door het eigen risico of het ontbreken van een aanvullende verzekering. Bovendien laten huisartsen regelmatig de belangen van patiënten prevaleren boven bedrijfsmatige afwegingen. Dat blijkt uit een representatieve steekproef uit 2007: 52 procent van de ondervraagden voelde zich uitsluitend huisarts, 41 procent voelde zich huisarts/ondernemer. Slechts 8 procent koos voor de optie ondernemer/huisarts en geen van de respondenten voelde zich uitsluitend ondernemer. Ondernemen is voor de meeste zelfstandige huisartsen geen hoofdzaak, maar wel een onmisbare randvoorwaarde. Hoe staat de huisartsonderneming ervoor? In dit artikel worden de drie bouwstenen van bekostiging belicht.

Stapeling ondernemersvraagstukken

Al eerder vroeg De Eerstelijns aandacht voor de driedubbele ondernemersklem; het macrokader, norminkomen en personeel in loondienst (juni 2015). Helaas zonder resultaat. Hoogleraar huisartsengeneeskunde Patrick Bindels van de Erasmus Universiteit pleit vanuit inhoudelijk perspectief om een betere afbakening van het medisch domein, omdat het sociaal domein steeds meer aandacht vergt. De LHV vraagt vanwege de stijgende zorgvraag, complexiteit en werkdruk om praktijkverkleining tot 1800 personen per normpraktijk. Echter, het aantal in opleiding zijnde en beschikbare huisartsen is niet genoeg om deze maatregel binnen vijf jaar uit te voeren. Het aantal huisartsen dat klaar is met de opleiding en praktijkhouder wil worden in het eerste jaar na afronden van de opleiding is slechts 2,3 procent.

Digitalisering zou enig perspectief kunnen brengen in het ondernemerschap, maar dat vergt tijd, innovatiekracht en extra investering . Juist de drie zaken waarop de huisartsenzorg en -opleiding te kort komen. Een laatste vraagstuk is het feit dat een aanzienlijk deel van de vaak fulltime mannelijke huisartsen zal uitstromen de komende jaren. Dit wordt niet gecompenseerd door de instroom van jonge huisartsen. Kortom een tekort aan praktijkhoudende huisartsen dreigt.

Conclusie

Het wordt voor alle partijen een enorme uitdaging om de voor ons zorgsysteem belangrijke huisarts-ondernemer te behouden, de 24/7 huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg van een goed fundament te voorzien en toekomstbestendig te maken.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Anton Maes, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier: