Berichten

PharmaPartners geeft gas op eHealth en OPEN

Vanaf 1 januari 2019 heeft PharmaPartners een nieuwe bedrijfspoot die zich volledig richt op de doorontwikkeling van eHealth en de ondersteuning van het programma Ontsluiten van Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland (OPEN). “We gaan huisartsen helpen om de ruim 7 miljoen dossiers in Medicom te ontsluiten. Daarbij willen we onze klanten volledig ontzorgen, zodat zij per juli 2020 kunnen voldoen aan de aangescherpte wetgeving”, vertelt Piet Hein Knoop, managing director van de nieuwe unit eHealth.

Hoe PharmaPartners dat precies gaat doen, wordt op dit moment uitgewerkt. Knoop: “We hebben onze gebruikersraden gevraagd wat zij in het kader van OPEN van ons verwachten. De boodschap was duidelijk: zij willen volledig ondersteund en ontzorgd worden en voldoen aan wet- en regelgeving door implementatie van onze eHealth-oplossing voor OPEN. Het traject moet zo worden ingericht, dat zij met een druk op de knop subsidie kunnen aanvragen. Vervolgens willen zij kunnen werken met een oplossing die de informatie uit het dossier conform de richtlijnen van OPEN beschikbaar stelt aan patiënten, zonder dat dit extra handelingen vergt. De informatie moet voor patiënten makkelijk te benaderen zijn, zodat het straks geen vragen regent bij zorgverleners. Dat gaan we regelen. Tijdens de eHealth-week, van 21 tot en met 26 januari, laten we zien hoe.”

Nu is de tijd

Een klein tipje van de sluier wil Knoop wel vast oplichten: het patiëntenplatform MijnGezondheid.net en de patiëntenapp MedGemak vormen de basis van de oplossing. “Hier sorteren we al jaren op voor. We zijn ervan overtuigd dat een goede informatievoorziening naar patiënten de zorg drastisch kan verbeteren. XIS-onafhankelijke platforms, ofwel Persoonlijke GezondheidsOmgevingen, moeten de informatie van de verschillende zorgverleners ontsluiten naar patiënten. Dat was tien jaar geleden al het uitgangspunt bij het ontwerp van MijnGezondheid.net. We zullen via MGn ook apps van derden ontsluiten die waarde toevoegen voor de behandelrelatie tussen zorgverlener en patiënt. De zorgsector is er klaar voor en dankzij OPEN ligt er een programmatisch plan en financiering om het waar te maken. Nu is de tijd!”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Lijnoverstijgende aanpak resulteert in betere COPD-zorg

Bij patiënten met een chronische aandoening kan medicatie vaak pas optimaal werken als de zorg rondom hen goed is georganiseerd. Bovendien moeten zij inspraak hebben in de interventie. Dat zijn de uitgangspunten van een aantal succesvolle COPD-initiatieven.

Sneller een diagnose en behandelplan. Lagere zorgkosten omdat de meeste patiënten onder controle zijn in de eerste lijn. Dat zijn voordelen die met COPDnet zijn bereikt in en rond ziekenhuis Bernhoven in Uden. Dit zorgpad is een aantal jaren geleden ontwikkeld in het Radboudumc. PICASSO, een programma gericht op verbetering van longzorg, meet de effecten. “Twee jaar na de implementatie in ziekenhuis Bernhoven hebben we onlangs geconcludeerd dat de ervaringen goed zijn”, vertelt Denise Schuiten. Zij is Customer Solution Manager bij Boehringer Ingelheim, een van de oprichters van PICASSO.

Gemotiveerde patiënt

Schuiten concretiseert: “Dankzij een geïntegreerde aanpak van eerste, tweede en derde lijn komen zorgverleners en de patiënt in Bernhoven snel to the point. De patiënt keert eerder met een goed behandelplan terug van het ziekenhuis naar de huisarts en hoeft ook niet zo vaak naar het ziekenhuis te komen. Dat heeft een positief effect op de zorgkosten. Verder blijken patiënten extra gemotiveerd te zijn om hun medicatie te gebruiken en te werken aan hun leefstijl. De reden is dat zij inspraak hebben in de interventie.”

Implementatie

Na de ontwikkeling en invoering van COPDnet in Nijmegen brak de volgende spannende fase aan: de implementatie in een ander ziekenhuis en bij andere zorgverleners. Schuiten: “Dit is binnen negen maanden gerealiseerd in ziekenhuis Bernhoven. Het is de ambitie dit zorgpad nu ook geschikt te maken voor andere regio’s.”

Met ‘implementatie’ is een essentiële term genoemd. Schuiten: “Ons land kent vele geslaagde initiatieven om zorg te verbeteren. Maar de implementatie ervan blijkt vaak niet goed te verlopen. Welke factoren zijn bepalend voor het al dan niet slagen van een implementatie? Hiervoor is een soort meetlat ontwikkeld door de School of Health Policy & Management Health Technology van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Boehringer Ingelheim heeft de EUR gevraagd om vanaf de herfst de meetlat langs vier Nederlandse COPD-projecten te leggen.”

De uitkomsten van het onderzoek moeten over een half jaar duidelijk zijn. Schuiten: “We verwachten daarmee beter inzicht te krijgen in hoe en waarom sommige initiatieven succesvol zijn en andere niet. Met die kennis zou je projecten kunnen aanpassen als ze ergens anders worden geïmplementeerd, met een grotere slagingskans als gevolg.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Een nieuwe vorm van zorg

Samenwerking is noodzakelijk om goede integrale zorg te leveren aan complexe patiënten. Daar is iedereen van overtuigd. Toch komt dat in de praktijk nog lastig van de grond. Hoe brengen we de samenwerking in de regio een stap verder? Dat was het onderwerp van het jaarlijkse seminar dat Portavita begin november heeft gehouden. Portavita faciliteert met haar Health Management Platform de samenwerking tussen zorgpartners in de regio’s.

Zorgverleners bieden steeds vaker zorg vanuit multidisciplinaire samenwerkingsverbanden en stemmen deze af met elkaar en met professionals uit andere vakgebieden. Maar er is meer nodig: een fundamentele verandering van de inrichting en organisatie van de zorg. De zorg-ICT kan dat nieuwe model mogelijk maken en ondersteunen. “Er gebeurt veel, maar we missen overzicht. Iedereen bouwt aan een stukje. Dat maakt het moeilijk om een goede keuze te maken en de juiste investeringen te doen. Het ontbreekt in elke regio aan een regionale organisatie die probleemeigenaar en opdrachtgever is”, verklaart Aloys Langemeyer, directeur Sales & Services van Portavita.

Echt samenwerken

Om goed en echt te kunnen samenwerken, moeten zorgverleners de informatie over hun patiënt of cliënt in samenhang kunnen zien. Vorig jaar bracht het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een visiedocument uit over de ICT-ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking in de eerste lijn. Dat bevat het model van de virtuele overlegtafel. Dit beschrijft een systeem naast het HIS (huisartsen), AIS (apothekers), FIS (fysiotherapeuten) en andere informatiesystemen, waarin ook andere relevante en actuele informatie samenkomt.

“Het NHG-document bevat bouwstenen die aansluiten bij onze visie dat alleen informatie uitwisselen onvoldoende is voor het ondersteunen van een samenwerkingsproces. Wij hebben daarom een regionaal samenwerkingsplatform ontwikkeld en geïmplementeerd. Het Health Management Platform bevat functionaliteiten als het Individueel Zorgplan, het Multidisciplinair Overleg, een samenvatting van patiëntgegevens uit verschillende bronnen, consultatie, een berichtenmodule en een data-analysetool die onder meer gebruikt kan worden voor casefinding. Dit kan de regionale samenwerking faciliteren”, legt Edo Westerhuis, COO van Portavita, uit.

Zet de eerste stap

Bedrijfskundige Ber Damen bevestigt dat de noodzaak tot samenwerking niet wordt betwist. “Maar het is niet eenvoudig om je weg te vinden, omdat er sprake is van partijen die verschillen qua omvang en belangen.” Zijn advies is: “Ga niet zitten wachten tot de ander een stap doet, maar zet zelf de eerste stap en zoek elkaar op. Benut het netwerk, want je hebt elkaar nodig. Maak samen een vuist en zoek een oplossing. En bedenk: de kosten gaan voor de baat uit.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Succesvol ouderenproject Ons Raadhuis zoekt structurele financiering

Het is altijd een gezellige drukte bij Ons Raadhuis in Velp. Zeker ook op deze vrijdagmiddag. De voormalige pastorie zit vol. De mensen hebben hapjes gemaakt. Er gaan dienbladen met glazen witte wijn rond. Er wordt gelachen. Gegrapt. Soms een troostend woord. Het rumoer verstomt pas als het koor Indische liedjes gaat zingen. Eigenlijk wel jammer dat Ester Bertholet, Irma Smeenk en de 76-jarige Mieke naar de keuken moeten vluchten. Want we moeten eens praten over het succes van Ons Raadhuis.

Ons Raadhuis is een initiatief van specialist ouderengeneeskunde Ester Bertholet. “Zo’n drie jaar geleden zocht ik een oplossing voor ouderen waardoor ze meer zouden bewegen, beter zouden eten of zich gewoon wat blijer zouden voelen. Gezond en actief, zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Cursussen in een buurthuis kunnen dat doen, maar de mensen gaan meteen na de cursus weer weg. Bovendien is het niet makkelijk op hoge leeftijd met een gemiddelde cursus of sport mee te doen. En op dagbesteding zit weer vooral het stempel ‘zorg’, want dat is op diagnose en niet zo vrijblijvend. Ik wilde iets dat er zo’n beetje tussenin zit én waar mensen zich echt thuis zouden voelen.” Dus begon ze gewoon met een groepje van vijf en yoga en tai chi lessen. Bertholet: “De deelnemers namen dan weer iemand mee, heel laagdrempelig, zo van: ‘Kom gewoon eens kijken’. En we startten andere cursussen en zo breidde het als een olievlek uit.”

De kracht zit ‘m erin dat niemand verplicht is deel te nemen aan de activiteiten. Ouderen kunnen ook gewoon een kopje koffie komen drinken en een praatje maken. Tegelijkertijd komt het brede aanbod van activiteiten voort uit de bezoekers zelf. Zij verzinnen bijvoorbeeld poëziemiddagen, wandelclubs of filosofiebijeenkomsten.

Preventie

Het succes is groter dan Bertholet had durven hopen. Zo’n tweehonderd verschillende mensen bezoeken Ons Raadhuis en er werken zo’n vijfenvijftig vrijwilligers en docenten. Het enthousiasme spat eraf bij Ester, Irma en Mieke. Maar keihard buffelen is het wel. Ook financieel. “De huur en de betaalde krachten worden bekostigd uit subsidies van gemeente en provincie én uit de verkoop van strippenkaarten voor deelname aan de activiteiten”, legt Bertholet uit. “Maar we zijn op zoek naar structurele inkomsten voor ouderenzorg vanuit de gemeente of zorgverzekeraars.” Lastig, want preventie kent nog geen wettelijke financiering. En daar speelt Ons Raadhuis juist zo’n grote rol in, zeker voor eenzame ouderen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Publiekscampagne nodigt uit tot goed gesprek met de huisarts

De publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ is erop gericht patiënten uit te nodigen om van zich te laten horen in de spreekkamer, om zo samen beslissen in de huisartsenpraktijk te bevorderen. Drie goede vragen helpen de patiënt in de voorbereiding om daadwerkelijk tot een goed gesprek te komen, resulterend in een behandeladvies dat aansluit op zijn persoonlijke situatie.

“Patiënten ervaren nog steeds te weinig ruimte voor het voeren van het goede gesprek”, zegt Anouk Knops, projectleider samen beslissen bij Patiëntenfederatie Nederland. “Een vrachtwagenchauffeur hoort graag of er alternatieven zijn voor medicatie die zijn rijgedrag beïnvloedt. En een advies tot opname sluit voor een alleenstaande moeder niet aan bij haar leefsituatie. Dergelijke zaken verander je niet met alleen maar met een campagne, maar het begint wel met bewustwording aan beide zijden.”

En dat is precies wat de publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ beoogt. De campagne is een samenwerking tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging, het Nederlands Huisartsen Genootschap, InEen, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland en de Patiëntenfederatie. In de campagne wordt de patiënt niet alleen uitgenodigd om van zich te laten horen in de spreekkamer, hij wordt ook ondersteund om dit goed voor te bereiden. Hiervoor wordt het hulpmiddel ‘Drie goede vragen’ aangereikt. Die vragen zijn: Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voor- en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent het in mijn situatie?

Enthousiaste koploper

OCE Nijmegen, een zorggroep-dochter van Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN) was direct enthousiast om met de campagne aan de slag te gaan. “We zijn binnen onze organisatie al jaren bezig met persoonsgerichte zorg”, vertelt projectleider Mayke van der Hoff. “Op basis van het model Huis voor persoonsgerichte zorg van Vilans bieden wij op meerdere deelgebieden interventies die persoonsgerichte zorg in de huisartsenpraktijk ondersteunen. Een van de deelgebieden is ‘de goed geïnformeerde patiënt’, waarbinnen de interventies erop gericht zijn de patiënt door goede informatie ruimte te geven om mee te beslissen over zijn behandelopties.”

De campagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ sluit daar volgens Van der Hoff goed op aan. “Alle interventies die we aan de bij ons aangesloten huisartsenpraktijken aanbieden versterken elkaar”, zegt ze. “Wat dit nieuwe product zo mooi maakt, is dat het een combinatie biedt van de coachende rol van de professional en de juiste vragen voor de patiënt om het goede gesprek goed voor te bereiden.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

“Goede zorg leveren we met elkaar”

In het ziekenhuis komen mensen op de polikliniek die vaak beter op een plek buiten het ziekenhuis voor controle hadden kunnen komen. Misschien hoeven zij zelfs helemaal geen fysieke locatie te bezoeken, maar kunnen zij prima online worden begeleid. En bij huisartsen blijven patiënten soms te lang onder behandeling, omdat verwijzing niet zinvol wordt geacht. De werkdruk in de huisartsenpraktijk neemt hierdoor verder toe. Een onwenselijke situatie. We praten erover met Renée van Snippenburg, longarts en specialist transmurale diagnostiek bij Saltro.

“Het denken in eerste en tweede lijn als afzonderlijke domeinen houdt verandering en optimalisering tegen. Pas als je verder kijkt dan je eigen spreekkamer kun je de ontwikkelingen en veranderingen zien aankomen,” zo begint zij haar betoog. “Het komt steeds vaker voor dat juist de mensen met de grootste ziektelast thuis zitten. Zij zijn niet mobiel en hebben in veel gevallen geen sociaal vangnet. Om hen te helpen moet de zorgprofessional zijn spreekkamer uit en naar de patiënt toe. Wat je ook vaak ziet is dat mensen de weg kwijtraken in de zorg: Wie moeten ze waarvoor hebben? En als het misgaat, wie moeten ze dan bellen? De zorg is op dit moment nog per lijn ingericht, op basis van de werkprocessen van de zorgprofessional. Dat is achterhaald! De zorgvráger moet centraal staan en de benodigde zorg dichtbij kunnen krijgen.”

Beter voor iederéén

In hoeverre gaat de zorgprofessional er hiermee op vooruit? Renée van Snippenburg: “De werkdruk in de zorg wordt de komende jaren door alle demografische, sociologische en technologische ontwikkelingen alleen maar hoger. Niet alleen de patiënt is er dus bij gebaat de juiste zorg op de juiste plek te krijgen. Ook de zorgprofessional zal dankzij een betere afstemming en intensievere samenwerking, over alle lijnen heen, gunstige effecten ondervinden. Iedereen die bij de zorg is betrokken is dan goed geïnformeerd en kan zich bezighouden met dat waarin hij goed is. Processen worden efficiënter, patiënten krijgen meer aandacht en zo brengen we met elkaar de kwaliteit van de zorg omhoog. Resultaat: een goed geholpen, tevreden patiënt.”

Samen zorg leveren

Hoe gaan we dat bereiken? Van Snippenburg: “Het begint ermee dat de zorgverleners in de eerste en tweede lijn elkaars expertise kennen en respecteren. Samenwerkingsinitiatieven zoals de wijkspecialist of bijvoorbeeld het ontwikkelen van regionale transmurale afspraken (RTA’s), dragen hier positief aan bij. Mijn visie is dat transmurale zorg álle processen betreft in het continuüm waarbinnen de patiënt zich begeeft. Van thuis tot aan opname in een instelling.”

Auteur: Cherelle de Graaf

Download het volledige artikel hier:

Bestuurder Jochem Janssen: van het bedrijfsleven naar de huisartsenpost

Jochem Janssen werkt sinds juli van dit jaar als directeur van huisartsenpost ’t Hellegat in Klaaswaal. Daarvoor had hij diverse functies in het bedrijfsleven. Hij heeft al snel gemerkt dat innovatief werken in de zorg er anders aan toegaat dan in het bedrijfsleven. In het bedrijfsleven is sneller sprake van een win-winsituatie. “Succes creëert succes.”

Na zijn studie economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam kwam Jochem Janssen terecht in een talent development programma van KPN. Hij bleef er zestien jaar, maar vertrok “omdat je bij zo’n groot bedrijf een beperkt mandaat hebt. Ik wilde meer impact en invloed hebben.”

Maatschappelijke impact

Er volgden meer commerciële functies in diverse bedrijfssectoren. “Je kunt veel van elkaar leren. Als ik nu terugkijk, zie ik dat business tot businessmanagement en vernieuwing als een rode draad door mijn curriculum vitae lopen. Ik omarm verandering, niet als een doel op zich, maar om zaken te verbeteren.”

De verschillende functies leidden echter niet tot de maatschappelijke impact die Janssen graag wilde. Totdat de vacature van huisartsenpost ’t Hellegat voorbijkwam. “Ik heb gesolliciteerd omdat ik hier rechtstreeks het effect van mijn werk op de klanten, de patiënten, kan zien.”

Verschil bedrijfsleven

Welke ervaringen heeft Janssen de afgelopen maanden opgedaan? “Er werken hier heel betrokken en passievolle mensen. Dat zie je ook in het bedrijfsleven. Maar daar geldt: we zijn een bedrijf, we hebben te maken met concurrentie en maken een product dat de specifieke behoefte van een klant vervult. Als een business case positief is, krijg je vrij gemakkelijk de handen op elkaar voor verandering en dat motiveert. In de zorg is dit lastiger en dat kan tot frustratie leiden. De zorg is een dynamische sector, veel meer dan ik had verwacht. Er is eensgezindheid dat zaken anders en beter kunnen in het belang van de patiënt. Maar als je probeert om iets te veranderen, loop je tegen diverse belangen en partijen aan.”

Win-winsituatie

Janssen ondervond het verschil tussen bedrijfsleven en zorgsector bij een kleine proef met triage op één locatie. Gedurende een weekeinde zat de triagist van de ambulancedienst Rotterdam naast de triagist van de huisartsenpost. Ondanks positieve uitkomsten wordt deze werkwijze (nog) niet standaard ingevoerd. “De bekostiging vormt een belemmering. We hebben een goed idee en als we dat uitvoeren besparen we kosten in de keten, maar dat geld mogen we niet zomaar houden. Dat is een groot verschil met het bedrijfsleven, daar is veel sneller sprake van een win-winsituatie.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Gezondheidscentra Nijkerk schept randvoorwaarden voor persoonsgerichte zorg

In januari 2017 startte Gezondheidscentra Nijkerk het programma ‘Samen Gezond!’. Doel was het versnellen en implementeren van persoonsgerichte zorg en dat is gelukt, luidt de conclusie in het evaluatierapport, dat half oktober verscheen. Persoonsgerichte zorg wordt actief toegepast in het gesprek tussen zorgverlener en patiënt. Hoe kijken initiatiefnemers en deelnemers terug op het programma en wat is voor hen de grootste winst?

Willy Oldenburger, directeur Gezondheidscentra Nijkerk:

“Persoonsgerichte zorg is een van de speerpunten uit onze visie. Van daaruit is het programma ‘Samen Gezond!’ ontstaan. Dat bestond uit een leertraject voor zorgverleners, inzet van de NCSI door praktijkondersteuners, patiëntenparticipatie, Gezondheidspunten en een digitaal multidisciplinair samenwerkingsplatform inclusief patiëntomgeving. Het leertraject heeft zorgverleners geholpen om de omslag van protocollair naar persoonsgericht werken te maken. We hadden gemerkt dat inzet van een tool als NCSI niet voldoende is om dat te borgen. Ook aandacht voor de achterliggende attitude en competenties van de zorgverlener is belangrijk. En je hebt de medewerking van de patiënt nodig en ruimte in het werkproces. Om patiënten mee te nemen, hebben we bijeenkomsten met het ‘Zet een stap’-spel geïntroduceerd en – in samenwerking met de bibliotheek en welzijnsorganisatie – Gezondheidspunten. Dit zijn workshops en lezingen die gaan over thema’s die mensen aandragen, zoals slaap, voeding en rouw/verlies. Ook zijn er in samenwerking met Zorgbelang dialooggesprekken georganiseerd tussen patiënten en zorgverleners.

Een belangrijke stap in het creëren van de randvoorwaarden voor persoonsgerichte zorg, is het implementeren van het digitale multidisciplinaire samenwerkingsplatform. Om het ‘vinken’ te voorkomen, hebben we daarbij de verplichte registratie zo ver mogelijk teruggebracht. Zo creëren we ruimte voor een persoonsgerichte aanpak. Als onderdeel van een breder onderzoek naar de voorwaarden voor persoonsgericht werken, heb ik in kaart gebracht welke competenties POH’s nodig hebben. Die heb ik gedeeld met de huisartsen en POH’s, zodat zij dit kunnen meenemen in het jaargesprek. Het programma is voor mij succesvol omdat iedereen in onze organisatie op een of andere manier bezig is met persoonsgericht werken. Met name de POH’s hebben de omslag gemaakt.

Het programma krijgt ook een vervolg. Videofeedback en intervisie voor zorgverleners krijgen een vaste plek in de organisatie. Dat willen we ook voor dialooggesprekken tussen patiënten en zorgverleners. Daarnaast zijn er plannen voor een verdiepende training voor zorgverleners over oplossingsgericht werken.“

Download het volledige artikel voor het lezen van de ervaringen van Vilans-adviseur Jeroen Havers, POH Remona van Ruitenbeek en patiënt Terese van Dasselaar.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Basis GGZ zonder wachttijden

Overal ter wereld digitaal met video, chat en app aan kunnen schuiven voor basis GGZ-zorg in de Nederlandse taal en zonder wachttijden. Dat is het idee achter DiSofa. Na inloggen kan de cliënt de volgende dag al aan de slag met een van de psychologen van de nieuwe dienstverlening.

Hoe kunnen we meerwaarde leveren aan de GGZ? Die vraag besprak de raad van bestuur van GGZ Noord Holland Noord (NHN) met Bart Vemer, GZ-psycholoog, Joris Arts, bestuurder gezondheidscentrum Kersenboogerd en Niek Kuijper, hoofd marketing en communicatie van GGZ NHN. Gezamenlijk kwamen zij uit op het concept DiSofa. Arts zegt: “Skypen, facetimen, iedereen doet het. Behalve in de zorg. Daar gebeurt het maar mondjesmaat. Er zijn te veel drempels door verschillende visies, cultuur, belangen en regels.”

Alleen online

DiSofa is een apart team met een lijntje naar de Raad van Bestuur van GGZ NHN. Afgelopen juni ging men live met inmiddels drie GZ-psychologen in loondienst. Gezamenlijk verlenen zij basis GGZ-zorg aan cliënten met bijvoorbeeld angststoornissen, depressies, stressklachten, burn-out, verslaving en trauma.

“Een zorg tussen die van de gespecialiseerde GGZ-zorg en huisartsenzorg. Om deze zorg te verlenen, hoeft er geen sprake te zijn van een fysiek face-to-face-consult”, aldus Joris Arts.

“We geven uitsluitend online zorg met videoconsulten, chatten, appen en online ´huiswerk´”, vervolgt Arts. “Dit maakt DiSofa plaatsonafhankelijk. Voordeel voor de cliënt is, dat hij niet van huis hoeft en op vele momenten en manieren contact heeft met zijn behandelaar. Bovendien is de angst voor het tegenkomen van een bekende in de wachtkamer zo weggenomen.”

Eén behandelaar

Is het voor een cliënt niet prettiger een behandelaar fysiek te zien? Arts: “We zijn nu een paar maanden verder. Uit evaluaties blijkt, dat dit voor de meeste mensen geen noodzaak is. Na het online kennismakingsgesprek besluit tachtig procent van de cliënten bij ons in behandeling te gaan. Elke cliënt krijgt zijn persoonlijke GZ-psycholoog en diegene is ook zijn enige contact met DiSofa. Heeft de cliënt een vraag waar zijn behandelaar geen antwoord op heeft? Geen probleem. Achter de schermen zoeken we naar het juiste antwoord. Via zijn behandelaar komt het dan weer terug bij de cliënt. Hiermee maken we onze zorg heel persoonlijk.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Huisartsen hechten grote waarde aan de apotheker in de wijk

Huisartsen beschouwen de openbare apotheker als farmacotherapeutisch expert, ze stellen prijs op rechtstreeks contact met hem voor farmacotherapeutisch overleg en ze vinden het belangrijk dat de apotheker laagdrempelig in de wijk aanwezig is. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van een marktonderzoek onder huisartsen, dat Service Apotheek in het voorjaar van 2018 liet uitvoeren.

Huisartsen zijn heel tevreden over de apotheker, dat is een van de meest opvallende uitkomsten van het marktonderzoek, waaraan 159 huisartsen deelnamen. “Eigenlijk is het vanzelfsprekend om huisartsen te vragen wat ze van het werk van openbare apothekers vinden”, stelt Giel Jansen, apotheker van Service Apotheek Zenderpark in IJsselstein en lid van de franchiseraad. “Zij zijn onze belangrijkste partners in de zorg. Toch is dat volgens mij nooit eerder aan hen gevraagd. Dat maakt dit onderzoek uniek.”

En de uitkomsten mogen er wezen. Zo scoren alle apotheken gemiddeld een 8 bij de huisartsen. De Service-apothekers scoren zelfs nóg hoger. Een 8,7 bij huisartsen die weten dat hun vaste apotheker een Service-apotheker is, een 8,1 bij huisartsen die dat niet weten, constateert Iris van der Valk, algemeen directeur van Service Apotheek.

Service en goed overleg zijn de door huisartsen meest genoemde aspecten van wat een apotheek tot een goede apotheek maakt. Huisartsen hechten veel waarde aan het contact met de apotheker, legt Van der Valk uit. “Ze vinden het belangrijk om met de apotheker te kunnen overleggen. Dat is een prettige uitkomst van het onderzoek. De huisarts ziet de apotheker als medebehandelaar. Hij beschouwt hem als de farmacotherapeutisch expert, als partner met wie hij op voet van gelijkwaardigheid van gedachten kan wisselen over het farmacotherapeutisch beleid.”

Wake-up call

Huisartsen willen daarom graag vaker rechtstreeks contact met de aanwezige apotheker. Uit het onderzoek blijkt echter dat het vaak de apothekersassistent is die contact opneemt. Dat dit directe contact met de huisartsen niet altijd tot stand komt, is geen onwil van de apothekers, benadrukt Van der Valk. “Het is eerder ingeslopen in hun werkwijze. Maar deze uitkomst is voor ons wel een wake-up call. We gaan onze franchisenemers zeker vragen hoe vaak zij de huisarts spreken. Het is belangrijk dat ze zich er meer van bewust worden hoeveel prijs de huisarts stelt op het onderling contact.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier: