Berichten

Succesvol farmacotherapeutisch overleg leidt tot efficiënt voorschrijven

De medicatiekosten in de eerste lijn in Asten zijn 600.000 euro lager dan zou mogen worden verwacht van een gemeente met een dergelijke omvang. Nog belangrijker: het voorschrijfbeleid heeft er een hoge kwaliteit. Dit is te danken aan een succesvol FarmacoTherapeutisch Overleg tussen huisartsen en apothekers.

De resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven: de LHV en vier zorgverzekeraars hebben het Astens formularium en een aantal andere formularia aangewezen als lichtende voorbeelden voor de rest van het land. Het gaat nog verder: huisartsen kunnen op basis hiervan sinds dit jaar worden gemeten voor de S3-resultaatbekostiging.

Stroomversnelling

Hoe schrijf ik doelmatig geneesmiddelen voor? Zeker nu sinds anderhalf jaar veel nieuwe COPD-medicatie op de markt is gelanceerd, kan menig huisarts ondersteuning gebruiken bij goede en efficiënte besluitvorming over het type medicijn, de hoeveelheid, sterkte en dosering. Daardoor is de vraag naar een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS)  in een stroomversnelling geraakt. Vier zorgverzekeraars en de LHV hebben afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Zij hebben vijf ‘voorkeursformularia’ uit het land geselecteerd op grond waarvan huisartsen vanaf dit jaar worden beoordeeld door zorgverzekeraars. Een van die formularia is tot stand gekomen in Asten. Daar wordt al dertig jaar gewerkt met een eigen formularium, waarvan het gebruik tot dusver beperkt bleef tot deze Noord-Brabantse gemeente.

Frequent en intensief

Waarom wordt het voorschrijfbeleid van het FarmacotTherapeutisch Overleg (FTO) in Asten zo gewaardeerd? “Dat heeft onder meer te maken met de hoge frequentie en grote intensiteit”, vertelt Gertjan Hooijman, apotheker en eigenaar van Alphega apotheek Asten. “De tien huisartsen en twee apothekers in onze gemeente zijn ook verplicht eraan deel te nemen en samen de sessies voor te bereiden.” Huisarts Cees Kros: “Als een huisarts zich wil aansluiten bij een van de drie Astense praktijken, wordt dit als voorwaarde gesteld. Eenmaal aan dit systeem gewend, wil niemand er meer vanaf.”

Elf keer per jaar komen de huisartsen en apothekers bijeen. Kros: “Telkens staat één ziektebeeld centraal. Stel, er zijn nieuwe geneesmiddelen voor diabetici op de markt gekomen en wij bespeuren daardoor hiaten in het betreffende voorschrijfbeleid, dan gaan één huisarts en één apotheker de ontwikkelingen onder de loep leggen.”

Hooijman: “Huisarts en apotheker stellen een beslisboom op: welk scenario volgen we bij welke diabetes type-2-patiënt? De twee leggen hun bevindingen en de beslisboom voor aan de collega’s. Die discussiëren net zo lang totdat er consensus is over de beste keuzes. De afspraken leggen we vast in een sjabloon dat een plaats krijgt in het elektronisch voorschrijfsysteem van de huisarts.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Schotten weg in de zorg voor hartpatiënten

Het is snel en gemakkelijk gezegd: wij stellen de patiënt centraal en stappen over de lijnen van de gezondheidszorg heen. Niet zelden verwaaien de goede voornemens in de praktijk van alledag. Het Nederlands Hart Netwerk, een samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant, is aan het bewijzen dat het wél mogelijk is.

Cardiologen in Zuidoost-Brabant die een patiënt met boezemfibrilleren via ZorgDomein krijgen verwezen door een huisarts, gaan binnenkort eerst na of al een bloedonderzoek is gedaan en ECG’s zijn gemaakt in de eerste lijn. Zo ja, dan hoeven deze procedures niet nogmaals te worden uitgevoerd. De patiënt blijft extra belasting bespaard en krijgt niet te maken met korting op zijn eigen risico. Bovendien worden kosten voor een onnodige dubbele handeling voorkomen.

Dit is een van de lessen die zijn voortgekomen uit het kwaliteitsmodel van het Nederlands Hart Netwerk (NHN). Het samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant tussen zorgprofessionals uit de eerste, tweede en derde lijn beoogt – op basis van value-based healthcare – de zorgkwaliteit te optimaliseren voor patiënten met een hartaandoening en wil verder de zorgkosten verlagen.

Continu verbeteren

“Het NHN is opgericht in 2014 en operationeel sinds 2016”, zegt projectleider Paul Cremers. “Ons doel is de gezamenlijke zorg voor de patiënt met een hartaandoening continu te verbeteren. De gedachte hierbij is: het kan altijd beter. Daarom hebben we een kwaliteitsmodel ontwikkeld. Twee componenten zijn hierbij belangrijk: multidisciplinaire overleggen – in de vorm van netwerken per ziektebeeld – en de plan-do-check-act-cyclus.”

Pascale Voermans is voorzitter van de raad van bestuur bij SGE, één van de vier betrokken zorggroepen. “Telkens formeren we een werkgroep, ofwel netwerk, rondom een hartaandoening, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. De deelnemende zorgverleners bespreken hoe de zorg voor deze patiënten er volgens hen idealiter uitziet. Hoe zouden zij het proces over de lijnen heen willen vormgeven? Welke patiënten kunnen bijvoorbeeld bij de huisarts blijven en welke moeten worden verwezen naar een cardioloog? We betrekken ook patiënten bij de planvorming. Is het vanuit hun perspectief bijvoorbeeld logisch wat de zorgverleners willen? Uiteindelijk beschrijven we de gewenste aanpak in een transmurale zorgstandaard, waarbij rekening wordt gehouden met de NHG-Standaarden en nationale en internationale landelijke richtlijnen voor cardiologen. De zorgstandaard bestaat onder meer uit uniforme definities, uitkomstindicatoren, initiële condities, beschrijving van het zorgproces en protocollen.” Cremers: “Na ‘plan’ volgen, ‘do’, ‘check’ en ‘act’. We implementeren de afgesproken zorgstandaard, de zorgverleners gaan die uitvoeren en vervolgens worden de uitkomsten gemeten.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

“Zorg voor patiënten met ernstig astma is ondergeschoven kindje”

Lange tijd was er in zorgverlenersland meer aandacht voor patiënten met COPD, dan voor patiënten met ernstig astma. Daar komt gaandeweg verandering in. Dit voorjaar verscheen er zowel een onderzoek naar het patiëntenperspectief bij patiënten met ernstig astma, als een verkenning naar de zorg en behandeling bij patiënten met ernstig astma. Beide onderzoeken brachten meerdere knelpunten aan het licht in de zorg voor deze kwetsbare groepen patiënten.

‘Ik moest stoppen met werken. Je lichaam laat je in de steek, je valt weg uit de maatschappij. Een heel raar gevoel.‘ ‘Nieuwe vrienden maak ik niet, doordat ik weinig buiten kom, maar ook omdat het vermoeiend is om steeds te moeten uitleggen wat je hebt en wat dat betekent.’

Dit zijn citaten van patiënten met ernstig astma. Zij namen deel aan het kwalitatief onderzoek ‘Patiëntenperspectief op ernstig astma: Inzicht in de patiëntreis van mensen met ernstig astma’. Zomer 2018 voerde onderzoeksbureau Beautiful Lives deze studie uit bij twaalf patiënten met ernstig astma en hun naasten, in opdracht van AstraZeneca. Doel is meer inzicht te krijgen in hoe patiënten ernstig astma beleven, op welke wijze zij meebeslissen over hun behandeling en in hoeverre ze op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de zorg en behandeling van ernstig astma. Zo kan worden bijgedragen aan betere zorg voor deze patiëntengroep.

Meest opvallende conclusie uit het onderzoek is dat ernstig astma het leven van deze patiënten domineert. Ze ervaren veel ziektelast en hun wereld wordt in de loop der tijd kleiner. Het ziektebeloop is grillig en in vier fasen in te delen: zoeken naar een oplossing, erkenning & hoop, opgegeven zijn en acceptatie van de ziekte. Deze fasen gaan met uiteenlopende emoties gepaard. Zoals moedeloosheid, omdat het soms jaren kan duren voordat de huisarts doorverwijst naar de longarts of voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Maar ook verlies van zelfwaardering, wanneer de patiënt noodgedwongen moet stoppen met werken en plotseling niet meer meetelt in de samenleving.

Onvoldoende (h)erkenning

De uitkomsten van het Beautiful Lives-onderzoek komen overeen met de verkenning ‘Zorgveld ernstig astma en moeilijk behandelbaar astma’, een initiatief van Long Alliantie Nederland (LAN) en de Vereniging Nederland Davos (VND). Marjo Poulissen, projectleider Zorg bij het Longfonds en VND, patiëntenverenigingen voor patiënten met (ernstig) astma, voert deze uit met Heleen den Besten van de LAN. Dit voorjaar presenteerden ze hun eerste bevindingen tijdens de LAN ledenvergadering.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg: bestuurlijk commitment voor ambitieuze beleidsagenda

‘The proof of the pudding is in the eating’, zeggen de Engelsen. En zo is het. Op 11 juli jongstleden ondertekenden InEen, LHV, Zorgverzekeraars Nederland, de Patiëntenfederatie Nederland en het ministerie van VWS het hoofdlijnenakkoord huisartsen 2019-2022. Wat de afspraken waard zijn, zal de toekomst uitwijzen. De Eerstelijns analyseert.

Waar in het hoofdlijnenakkoord 2014–2017 nog sprake was van ‘eerstelijnszorg’, is nu een duidelijke keuze gemaakt voor ‘huisartsenzorg’. Enerzijds handig, anderzijds staat het een integrale multidisciplinaire benadering in de weg.

Samenhang akkoorden

De regering heeft gekozen voor hoofdlijnenakkoorden. Was er anders besloten, dan was er waarschijnlijk geen huisartsenakkoord gekomen. Zorgverzekeraars waren namelijk niet zo’n voorstander van een hoofdlijnenakkoord met huisartsen, omdat men erop rekende toch wel contracten te kunnen sluiten.

Er zijn meer sectorale akkoorden en ook sector brede programma’s. Het is de vraag wie bij VWS hierover het overzicht bewaart. Door sommige alinea’s letterlijk overal op te nemen, wordt samenhang gesuggereerd. Komt dat ook terug in de uitvoering? Dat is de vraag, want het zorgveld en de zorgverzekeraars zijn verdeeld in afdelingen en worden als zodanig bekostigd. En wat gebeurt er als er ontwikkelingen zijn in een bepaald domein of op een thema die het akkoord sterk beïnvloeden? Bijna vijf jaar vooruit kijken is een heikele zaak. Zijn de partijen flexibel genoeg en hebben ze voldoende vertrouwen om dynamisch om te gaan met het hoofdlijnenakkoord als dat nodig is?

Thema’s huisartsenakkoord

De inhoudelijke basis voor alle zorgakkoorden is de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Dit rapport kan beschouwd worden als de zorgparagraaf in het regeerakkoord van Rutte III. Specifieke thema’s als meer tijd voor de patiënt, versterking organisatiegraad, zorg voor kwetsbare groepen, zorg in ANW-uren, verbetering samenwerking sociaal domein, kwaliteit en ICT-zorginfrastructuur zijn door InEen en de LHV ingebracht en komen terug in het huisartsenakkoord. Ook is er aandacht voor de arbeidsmarkt en acute zorg en zijn er toezeggingen over de compensatie van de loonstijging in de cao. De erkenning dat bestuurlijk commitment op landelijk niveau nodig is om de ambities te realiseren, is een belangrijk gegeven. Dit kan houvast geven aan de regionale agenda. En hoewel wordt vermeld dat er geen centrale regie of monitoring komt, zal de Nederlandse Zorgautoriteit wel periodiek rapporteren.

Het is aan de zorgverzekeraars om de uitgangspunten van dit akkoord toe te voegen aan het zorginkoopbeleid 2019, dat in april is gepubliceerd. In regio’s waar contracten tot 2020 zijn gesloten, is het aan partijen om samen te beoordelen hoe zij nu toch al kunnen inspelen op de uitkomsten van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Prikkelende visies op de zorg in 2030

Onder de noemer ‘Building the future by building bridges’ organiseerde ABN AMRO een ronde tafel waarin twee teams van jonge zorgprofessionals hun visie op de zorg in 2030 belichtten. Het bleek voer voor stevige discussie over hoe onze zorg er dan uit zal zien.

Hoe ziet onze wereld er in 2030 uit? Mark Schipper van creatief bureau Freshmark signaleerde in een korte introductie een aantal trends die in het antwoord op die vraag nu al richtinggevend zijn. Polarisering bijvoorbeeld. “Er is meer dat ons uit elkaar speelt dan dat ons bindt”, zei hij. Maar ook een groeiende roep om samenredzaamheid door de terugtredende overheid. En: feminisering, flexibilisering van ons leven dankzij internet, robotisering en duurzaamheid. Van de twee teams van jonge zorgprofessionals wilde hij horen welke gevolgen dit voor de zorg van 2030 zou hebben.

Vergaande digitalisering

In de eerste pitch, gepresenteerd door neuroloog in opleiding Shanice Beerepoot – stond digitalisering centraal. Ze vertelde: “In 2030 heb ik lange werkdagen, congressen, een gezin met twee kleine kinderen en dus veel stress. Ik word ‘s nachts wakker met pijn op de borst en wil nú weten wat er aan de hand is. Ik zet mijn VR-bril op en open mijn virtual digital doctor app. Mijn virtuele coach vertelt mij precies hoe ik ervoor sta. Hij geeft mij een gezondheidsprofiel, een leefstijladvies en verwijst mij naar een arts. Die ziet digitaal mijn gegevens en kan ter plaatse beslissen of hij mij live wil zien of kan volstaan met een persoonlijk behandeladvies op afstand.”

Community care

In de tweede pitch, gepresenteerd door Nitika Chouhan, klonk een heel ander geluid. Zij stelde dat de gemeenschap bepaalt hoe de zorg er in de eigen wijk uitziet. “Die zorg moet bottom-up tot stand komen, afhankelijk van wat er in die wijk nodig is. Er ontstaat een vorm van community care waarin de burger ook wordt aangespoord tot een gezonde leefstijl. Het menselijk contact blijft de basis, met ondersteuning van technologie.”

Aan de hand van stellingen werd stevig gediscussieerd over beide pitches.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Online apothekersassistent SARA maakt astma- en COPD-zorg compleet

Hoe zorg je ervoor dat een patiënt de juiste informatie krijgt, zonder dat hij of zij het gevoel heeft overvoerd te worden? Dat is de kernvraag waarop Service Apotheek met het SARA-project een antwoord wil bieden. Sinds vorig jaar loopt er een pilot onder patiënten met astma en COPD. Het merendeel van de doelgroep gebruikt de medicatie niet zoals het bedoeld is. Stapsgewijze informatie – online en offline – moet daar verandering in brengen.

De letters SARA staan voor ‘Service Apotheek Raad en Advies’. “Zie het maar als een online assistent”, zegt Petra Hoogland, apotheker en clinical pharmacist bij Service Apotheek. “We hebben gezien dat informatie bij een patiënt het beste overkomt als er een gezicht bij hoort.” Maar de eHealth-toepassing is niet bedoeld om het apothekersproces te vervangen, de kracht zit ‘m juist in de combinatie van face-to-face informatie, telefonisch contact en online hulp. Of zoals Hoogland zegt: “Een apothekersassistent in je broekzak. Niet als stand-alone, maar als ondersteuning van de huidige flow en met input van de patiënt.”

Zorg op maat

Petra Hoogland legt uit: “Patiënten krijgen bij uitgifte in de apotheek uitleg over hun inhalator en hun medicatie. Na vijftien dagen krijgen ze via de mail zeven korte vragen over hun ervaringen, twijfels of eventuele bijwerkingen. Op basis daarvan kan worden bepaald welk contact er verder nodig is. Soms wordt gevraagd of een patiënt nog eens langskomt in de apotheek, sommige vragen kunnen telefonisch beantwoord worden en soms bieden we digitale ondersteuning. Zo kunnen we zorg op maat bieden.” De online omgeving van SARA biedt mogelijkheid tot contact, maar er staan bijvoorbeeld ook inhalatie-instructiefilmpjes in, informatie over gebruik en bijwerkingen van medicijnen, video’s over astma en COPD of de pollenverwachting voor de komende dagen.

Uit het werken met SARA en de zeven mailvragen blijkt dat ongeveer twintig procent van de patiënten moeite heeft met de inhalatie van corticosteroïden en behoefte heeft aan contact met de apotheker. Het handige van SARA is dat het uitfiltert met welke patiënten meer contact nodig is. Je pikt de juiste patiënten eruit en precies op het juiste moment, zo vindt Boudien Mulder-Galama, farmaceutisch consulent bij Service Apotheek Sasburg.

Patiënten reageren positief op het project, vertelt Petra Hoogland. “De pilot is begin 2017 begonnen. Toen deden dertig apotheken mee. Sinds april 2018 werken vierhonderd Service Apotheken met SARA. Nu zijn er achtduizend patiënten geïncludeerd en dat aantal groeit nog steeds.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Het regionaal longformularium in Maastricht-Heuvelland

Op 1 juli 2016 werd vanuit de proeftuin Blauwe Zorg het transmurale, regionale longformularium geïmplementeerd in de regio Maastricht-Heuvelland. Een voor Nederland uniek formularium dat bestaat uit voorkeursmedicatie geselecteerd op kwaliteit èn prijs. Wat hebben wij geleerd en welke adviezen hebben wij voor anderen?

Vanuit de proeftuin Blauwe Zorg worden verschillende interventies ingezet om kwalitatief goede en doelmatigere farmacie te bewerkstelligen. Eén van deze interventies betrof het ontwikkelen van een regionaal longformularium. Aanleiding was de constatering dat er veel verschillende middelen op de markt zijn met een grote diversiteit aan toedieningsvormen. Het voordeel van een kleiner formularium dat alle therapeutische opties dekt, is ten eerste dat het leidt tot een meer eenduidige inhalatie-instructie van praktijkverpleegkundigen en apothekersassistenten. Ten tweede, dat de arts hetzelfde middel én device voorschrijft en instrueert dat de patiënt mee naar huis krijgt in de apotheek. Verondersteld wordt dat beide punten leiden tot een beter geïnstrueerde en therapietrouwe patiënt. Ten derde de mogelijkheid om in samenwerking met de verzekeraar te komen tot een inkooptraject, hetgeen de kosten naar beneden heeft gebracht. De opbrengsten worden doorgegeven aan de patiënt, omdat de voorkeursproducten niet ten laste van het eigen risico vallen. Het formularium bestaat uitsluitend uit medicamenten die voldoen aan een aantal kwaliteitseisen én waarvan de inkoopprijs concurrerend is. Voor meer informatie over de totstandkoming van het formularium en de betrokkenheid van de verschillende stakeholders, zie www.blauwezorg.nl/farmacie.

Implementatie in de regio

Er zijn verschillende acties ondernomen om het longformularium te implementeren in de regio. De betrokkenen werden geïnformeerd via nieuwsbrief, mail en informatiebijeenkomsten. Bovendien zijn materialen verspreid, namelijk de zogenaamde ‘placebokit’. Dit is een doos met de placebo-devices uit het longformularium, inclusief een ‘formulariumkaart’ waarop (op de voorzijde) het medicamenteus stappenplan conform NHG en (op de achterzijde) de voorkeursgeneesmiddelen worden afgebeeld. Bovendien is aangestuurd op het maken van lokale samenwerkingsafspraken tussen huisarts en apotheek.

Naast de aandacht voor inhoudelijk keuzes was er aandacht voor optimalisatie van het zorgproces. In 2018 kregen apotheker en apothekersassistent een grotere rol in de zorg. Zij overhandigen niet enkel het geneesmiddel bij vervolguitgiftes, maar vragen actief naar ervaringen en problemen en herhalen de inhalatie-instructie. Doel is de therapietrouw, het effect van de behandeling en de kwaliteit van het geleverde zorgproces te verbeteren. De apotheek registreert de zorg in het regionale ketenzorginformatiesysteem (MediX), waarin ook de medewerkers van de huisartsenpraktijk werken. Doordat men in hetzelfde dossier registreert, is de informatie-uitwisseling efficiënter.

Meer lezen over de rol van de patiënt, ervaringen en tips voor andere regio’s? Download het artikel.

Auteurs: Maud van Hoof (ZIO), dr. Anna Huizing (ZIO & Universiteit Maastricht),

July Kroeg (Universiteit Maastricht), dr. Guy Schulpen (ZIO)

Download het volledige artikel hier:

“Samen een aanbod voor ouderen ontwikkelen waar de Almeerders iets aan hebben”

De zorg voor ouderen persoonsgericht en in samenhang organiseren. Dat is de ambitie die uitgesproken is in de visie Huisartsenzorg voor ouderen van NHG, LHV en Leago, die met medewerking van InEen tot stand kwam. Zorggroep Almere heeft naast huisartsenzorg, wijkverpleging, farmacie, fysiotherapie, spoedzorg, revalidatie- en verpleeghuiszorg zelf ‘in huis’. Hoe geeft zij invulling aan die ambitie?

“De multidisciplinaire samenwerking in de gezondheidscentra van Zorggroep Almere vormt een stevige basis voor de geïntegreerde ouderenzorg die zij de inwoners van Almere wil bieden”, zegt Vera Kampschöer. Ze werkt sinds 1984 bij de Zorggroep, de afgelopen tien jaar als leider van de Huisartsenzorg. Doordat iedereen voor dezelfde organisatie werkt, is het makkelijker om elkaar in de uitvoering te vinden. Zowel binnen het gezondheidscentrum als daarbuiten. “Maar we hebben net als iedereen in de zorg te maken met verschillende financiële stromen, gescheiden ICT-systemen en verschillende eisen op het gebied van kwaliteit.”

“De zorgvraag van een oudere kan op één van de zorglocaties of gezondheidscentra binnenkomen”, haakt Willeke Oxener, directeur wijkverpleging, fysiotherapie en geriatrisch expertisecentrum, in. “Als je te maken hebt met verschillende geldstromen, dan is dat ingewikkeld. Wat helpt is dat iedereen hier de wil heeft om samen invulling te geven aan de zorg.” En dat multidisciplinair werken is al meer dan veertig jaar het uitgangspunt in Almere, verklaart Lidy Hartemink, voorzitter raad van bestuur. “De mensen die bij ons werken hebben allemaal de intrinsieke drijfveer om discipline overstijgend samen te werken in het belang van de Almeerders. Dat kun je niet van bovenaf opleggen, het blijft mensenwerk.”

De mensen van Zorggroep Almere werken makkelijker samen doordat ze elkaar kennen en dat werkt positief door naar hun patiënten, vertelt Kampschöer.

Verpleegkundige praktijk

De POH’s somatiek en wijkverpleegkundigen hebben een belangrijke rol in de zorg voor kwetsbare ouderen in Almere. Samen met de persoonlijk begeleider dementie vormen zij de ‘verpleegkundige praktijk’. Kampschöer: “Zij hebben de kwetsbare ouderen in beeld en komen geregeld samen. Dan spreken ze de cliënten en de benodigde zorg door. Daarbij wordt afgesproken wat de taakverdeling is en wie als casemanager het eerste aanspreekpunt wordt voor de cliënt. De verpleegkundige praktijk maakt ook de verbinding met andere disciplines, zoals de specialist ouderengeneeskunde, de POH-GGZ, de apotheker en de ergo- of fysiotherapeut. Ook de link naar het wijkteam wordt door de verpleegkundige praktijk gelegd. We hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in de verpleegkundige praktijk en dat werpt nu zijn vruchten af.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Domeinoverstijgend samenwerken in een wijk, kan dat?

Nederland staat voor de uitdaging om adequate zorg en ondersteuning te bieden aan een groeiende groep kwetsbare ouderen met chronische, complexe zorgvragen. Een holistische blik is nodig om de kwaliteit van leven van de oudere centraal te stellen. Goede en efficiënte afstemming tussen huisartsen en andere zorgverleners is daarom van groot belang. Het faciliteren van een integraal aanbod van zorg en welzijn vereist een goed functionerend interprofessioneel team in wijk of dorp. Lessen uit het Zuid-Limburgse dorp Elsloo. 

In Elsloo is vijf jaar geleden een samenwerkingsverband opgericht tussen huisartsen, paramedici, apotheek, thuiszorg en verpleeghuiszorg. Samen met de gemeente Stein en zorgverzekeraar CZ hebben we als zorgteam teruggekeken op de lessen van de afgelopen jaren.

Uitdaging 1: De juiste contactpersoon

De eerste uitdaging voor het systematisch verbeteren van domeinoverstijgend samenwerken op wijkniveau, is het vinden van de juiste contactpersonen voor de verbinding tussen zorgteam, gemeente en zorgverzekeraar. Binnen het zorgteam is iemand nodig die tijd en aandacht inzet om het zorgteam te vertegenwoordigen en die geïnformeerd blijft over ontwikkelingen bij de externe partners. Vaak ligt deze rol bij de huisarts.

Uitdaging 2: Faciliteren van projecten

De tweede uitdaging bij het ontwikkelen van een zorgteam is concreet met elkaar aan de slag gaan met kwaliteitsverbetering. In Elsloo hebben we bijvoorbeeld gewerkt aan een gezamenlijke aanpak bij ouderen met onrustig gedrag. Het luisteren naar elkaars ervaringen en het bespreken van knelpunten door huisartsen, verzorgenden en wijkverpleegkundigen hielp om elkaar beter te begrijpen. Op basis van de ervaringen en behoeften in het netwerk hebben we materialen kunnen ontwikkelen, specifiek gericht op overdracht en communicatie en passend bij de situatie in Elsloo.

Uitdaging 3: Financiering op wijkniveau

Zorgverzekeraars hebben een voorkeur voor projecten met een regionale insteek, vanwege de mogelijkheden om effecten op de kwaliteit en efficiëntie van zorg meetbaar te maken en  het aantal gesprekspartners te beperken. De kleine aantallen patiënten per wijk, de heterogeniteit van problemen binnen de doelgroep en een beperkte meetperiode maken het nagenoeg onmogelijk  om op wijkniveau zichtbaar te maken in hoeverre een investering in lokale samenwerking leidt tot betere of goedkopere zorg. Bovendien moeten we hier rekening houden met het feit dat degene die investeert in interprofessioneel samenwerken niet per sé de partij is die van de eventuele winst profiteert. Het opstellen van een business case in samenwerking met TNO maakte dit inzichtelijk.

Samen lerend verder

Vijf jaar na de start bestaat het zorgnetwerk nog steeds. Als zorgteam, gemeente en verzekeraar concluderen we dat de huidige financiering van zorg onvoldoende is ingericht op het faciliteren van domeinoverstijgende samenwerking in de ouderenzorg. Gezamenlijk pleiten wij voor een lerende opstelling van alle partners.

Auteurs: Dr. Anneke van Dijk–de Vries, Drs. Lynn Rulkens, Mr. Hub Janssen, Dr. Loes van Bokhoven

Download het volledige artikel hier:

Vergeet de mond van kwetsbare ouderen niet

Goede mondzorg is voor ouderen erg belangrijk. Praktijkondersteuners en de thuiszorg kunnen goed screenen of een afspraak bij een mondzorgverlener nodig is. Het gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen doet mee aan een onderzoek waarbij mondgezondheid in de vroegsignalering van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen is opgenomen. Kan de toevoeging van gegevens over mondgezondheid de kwetsbaarheid van ouderen nauwkeuriger voorspellen?

Met een gezonde en frisse mond kunnen ouderen goed kauwen en onder de mensen zijn. Er is ook een relatie met de algemene gezondheid: een oudere die nog goed kan kauwen, krijgt gezonde voeding binnen. Daar komt bij dat een slechte mondgezondheid het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en longontsteking vergroot. “Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder zegt dat bewegen belangrijk is voor ons brein, dat gaat daardoor beter werken.  Kauwen is ook bewegen en beïnvloedt onze hersenen en cognitieve functies op een positieve manier”, legt tandarts-geriatrie Claar Wierink uit.

Screeningsinstrument thuiszorg

Wierink is betrokken bij het project ‘De mond niet vergeten’ (www.demondnietvergeten.nl). Dat heeft als doel ouderen bewust te maken van een goede mondgezondheid en een netwerk rondom ouderen te creëren om samen de mondzorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Voor de thuiszorg is een screeningsinstrument ontwikkeld en er is aandacht voor goede mondhygiëne in de (na)scholing. Ook onder wijkverpleegkundigen en huisartsen komt er aandacht voor dit onderwerp, constateert Wierink. “Praktijkondersteuners ouderenzorg en diabetes werken heel praktisch met kwetsbare ouderen en kunnen het screenen op mondgezondheidsproblemen goed meenemen in hun werkwijze.”

Kwetsbaarheid opsporen

Babette Everaars, junior researcher bij het Lectoraat Innovaties in de preventieve zorg van de Hogeschool Utrecht, doet in gezondheidscentrum Maarn/Maarsbergen promotieonderzoek naar de rol van mondgezondheid in het voorspelen van kwetsbaarheid bij ouderen. Dit onderzoek komt voort uit het project Om U. Met Om U stellen huisartsen en de praktijkverpleegkundige een zorgplan op, nadat een kwetsbaarheidsscreening heeft vastgesteld welke ouderen daar behoefte aan hebben.

“In het kader van het PRIMa mond CARE onderzoek hebben we twee vragen over mondgezondheid aan de screening toegevoegd”, zegt Everaars. Daarnaast worden de uitkomsten van routine zorgdata gekoppeld aan tandartsgegevens. Komt een oudere nog op controle? Was er sprake van een spoedconsult? “De vraag is nu of we door de toevoeging van deze gegevens nauwkeuriger kunnen voorspellen of iemand kwetsbaar zal worden. Zo ja, dan kunnen we daar een model voor maken en de vroegtijdige opsporing van kwetsbare ouderen verbeteren.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier: