Berichten

Stop de digitale chaos

Wie geïnteresseerd is in eHealth komt ogen en oren te kort. ICT-bedrijven verdringen elkaar met gezondheid-apps en ‘wearables’. De overheid stimuleert de ontwikkelingen in eHealth, zorg is big business voor ICT-bedrijven. Patiënten hebben volgens de Patiëntenfederatie grote behoefte aan inzage en grip op hun medische gegevens. Verzamelde medische data zijn voor bedrijven commercieel interessant. Wetgeving gaat steeds meer bepalen hoe zorgverleners hun werk vastleggen. Wat betekent dit voor de digitale ondersteuning van huisartsenzorg?

Het huisartsinformatiesysteem (HIS) is de kern van de ICT voor huisartsenpraktijken. Binnen het HIS zijn bepaalde functies onvoldoende doorontwikkeld en daardoor gebruiksonvriendelijk. Wensen van huisartsen zijn ondergeschikt geworden aan eisen van landelijke overheden en maatschappelijke instanties en krijgen zo een lagere prioriteit.

Digitale knoop

Elke huisartsbestuurder loopt tegen het probleem van ICT aan. Probeer maar eens (veilig!) digitaal samen te werken met thuiszorgorganisaties, ambulance, ziekenhuizen, mantelzorgers of patiënten. Trajecten gaan langzaam, gegevens moeten dubbel worden ingevoerd en het kost extra geld. Elke regio vindt zelf het wiel uit en men profiteert niet van elkaars successen.

Ondertussen wordt de digitale knoop steeds groter. Iedereen herkent het probleem, maar niemand hakt de knoop door. Professionals in de zorg zullen de handen ineen moeten slaan om van ICT een succes te maken.

Doorpakken

Om meer inspraak te krijgen in de ontwikkeling van het HIS, kunnen huisartsen het beste kiezen voor één regionaal HIS. Naast alle andere taakverzwaringen hebben huisartsen een nieuwe taak als digitale poortwachter. De huisartsenzorg is onderdeel geworden van een groot regionaal netwerk. Er moeten telkens nieuwe digitale toepassingen worden geïmplementeerd. Er is vraag naar transparantie van zorguitkomsten en inzage in en uitwisseling van medische gegevens met behoud van privacy.

Het ontbreekt huisartsen aan overzicht en tijd om alle ontwikkelingen bij te houden. Zij zullen taken moeten uitbesteden. O&I-gelden kunnen hiervoor worden ingezet. Met het programma OPEN ligt er een kans voor regionale organisaties om huisartsenpraktijken te ondersteunen bij het werken met patiëntenportalen. Regio’s kunnen meteen doorpakken en een regionale ICT-visie ontwikkelen, strategische plannen voor implementatie van eHealth maken en vaststellen welke koppelingen van het HIS met regionale instanties nodig zijn. Het is verstandig hier snel mee te beginnen. De BOHAG-huisartsen kunnen helpen met deze ontwikkelingen in de regio.

Oproep aan bestuurders

BOHAG is de expertgroep Beleid en Organisatie Huisartsen Advies Groep. De huidige problematiek van de zorg-ICT houdt de BOHAG-leden bezig. BOHAG wil huisartsen helpen om regie te nemen over ICT. Regionale bestuurders roepen wij op om snel een visie op ICT te ontwikkelen om niet te verdrinken in de digitale chaos.

Auteur: Pascale Hendriks (BOHAG)

Download het volledige artikel hier:

Duurzame zorg met inzet van ICT

“We kunnen de toenemende zorgvraag niet beantwoorden door op te schalen wat we nu doen. Een andere manier van werken is noodzakelijk.” Aan het woord is Ed Berends. Huisarts en bestuurder bij Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Hij voorziet een belangrijke rol voor ICT bij het duurzaam inrichten van de zorg. Daar invulling aan geven is de ambitie van ICT-partner PharmaPartners, waarmee recent een meerjarig contract werd afgesloten.

“Om te kunnen investeren en innoveren heeft een ICT-leverancier zekerheid nodig”, licht Berends toe. “Dat snap ik, ik maak met de zorgverzekeraar ook liever afspraken voor een langere termijn. Daarom zijn we een meerjarig commitment aangegaan.” Het blijft daarmee mogelijk om een intensievere regionale samenwerking op het gebied van automatisering te realiseren, benadrukt Berends. “Binnen DSP – wat staat voor DOH, SGE en PoZoB – doen we een aantal dingen samen. Met DOH bekijken we of het mogelijk is om op te stomen naar één regiosysteem en PoZoB volgt dat met interesse. De afspraken die we nu hebben gemaakt, bieden ruimte voor de toekomst en zekerheid voor nu.”

eHealth

In de samenwerking met PharmaPartners is al heel wat bereikt, vertelt Berends. “Bijvoorbeeld op het gebied van eHealth. We willen onze patiënten meer invloed geven op hun eigen situatie. Het portaal MijnGezondheid.net helpt daarbij door inzage in het dossier, de mogelijkheid voor eConsults, afspraken maken en het aanvragen van herhaalrecepten. Sinds vorig jaar hebben patiënten ook inzage in hun labuitslagen.” De doorontwikkeling van eHealth komt tot stand in samenspel tussen de zorggroep en PharmaPartners als strategische ICT-partner. “We blijven elkaar prikkelen. PharmaPartners zorgt voor de technische mogelijkheden, wij moeten onze patiënten er goed in meenemen. Al doende leer je.”

Positief

Het toenemend aantal koppelingen tussen Medicom en andere systemen, vindt Berends positief. “Al blijft voor de dagelijkse zorg die met de apotheek het belangrijkste. Het is goed dat PharmaPartners de verbinding maakt met andere partijen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door de beelddiagnostiek van het ziekenhuis te ontsluiten.”

ICT kan de efficiency vergroten met slimme beslisondersteuning, door het vereenvoudigen van administratieve processen en door het optimaliseren van de samenwerking rond en met de patiënt. PharmaPartners geeft daar invulling aan met MedicomSmart (richtlijnondersteuning en casefinding) en Medicom Multidisciplinair (op maat inrichten chronische zorg). “Dat juich ik toe. De kunst voor PharmaPartners is om een balans te vinden tussen snelheid, flexibiliteit en het neerzetten van stevige, generieke oplossingen die werken voor alle zorgaanbieders.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Taskforce zet het functioneren van mensen centraal

‘Wie doet er mee, wie durft?’ vraagt de Taskforce De Juiste Zorg Op de Juiste Plek in zijn rapport. De essentie van de juiste zorg op de juiste plek is het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg (dichter bij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals eHealth). Met dat in het achterhoofd is maar één antwoord mogelijk: iedereen die betrokken is bij zorg en welzijn. Anders gaat het niet werken.

Het rapport van de taskforce maakt duidelijk hoeveel al wordt gedaan om te zorgen dat de juiste zorg op de juiste plek wordt gegeven, maar ook hoeveel nog nodig is. Het slaat een aantal piketpaaltjes: het belang van de omslag van ziekte naar gezondheid, van versterking van de inzet op preventie en eigen regie, van denken in samenhangende zorg met en rondom mensen, van het beter benutten van digitale mogelijkheden. Met als resultaat zorg dichtbij als het kan, verder weg als het vanwege kwaliteit moet. Volgens Ernst van Koesveld, secretaris van de taskforce, worden niet op al die punten even structureel en grootschalig stappen gezet. “Het mooie van deze taskforce is dat partijen vanuit de praktijk zeggen: het is nú zaak dat we verder komen. Niet langer ziekte, maar het functioneren van mensen centraal stellen. Als het functioneren van mensen het vertrekpunt is, ga je de zorg meer in onderlinge samenwerking en afstemming organiseren, bijvoorbeeld door in een wijknetwerk een brede triage te organiseren.”

Met het rapport wil de taskforce advies geven over hoe de beweging die al in gang is gezet extra brandstof kan krijgen en kan verbreden. Van Koesveld: “We hopen dat de aanbevelingen van de taskforce een plaats krijgen in de af te sluiten hoofdlijnenakkoorden en daarmee de agenda bepalen voor de komende periode.”

Grote gevolgen

De juiste zorg op de juiste plek betekent in de praktijk dat veel meer zorg in de eerste lijn en in het sociaal domein wordt geboden en dat de tweede lijn krimpt. Dat wil niet per se zeggen dat de rol van de medisch specialist kleiner wordt, zegt Guy Schulpen, directeur van eerstelijnsbedrijf ZIO en lid van de taskforce. De huisarts krijgt het voor een deel als poortwachter wel drukker, zegt hij. “Maar die poortwachtersfunctie kun je verbreden naar het sociaal domein, niet alles hoeft naar de huisarts te gaan. De wijkverpleegkundige, het sociaal wijkteam en paramedici kunnen ook een rol spelen. Een forse opgave, maar ik ben ervan overtuigd dat het kan. Het rapport geeft voorbeelden van waar dit al gebeurt.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

“eHealth bij uitstek kans voor laagopgeleiden”

Grotere letters, korte filmpjes, gesproken teksten. De mogelijkheden van eHealth zijn talrijk. Zeker voor laagopgeleiden, waar veel gezondheidswinst valt te behalen. Maar veel eHealth-applicaties en websites zijn te ingewikkeld en de terughoudendheid onder zorgprofessionals is groot. “Er blijven zo kansen liggen”, stellen Robbert van Bokhoven en Chandra Verstappen van Pharos, het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen.

Mensen met lagere inkomens en een lagere opleiding leven gemiddeld zeven jaar korter en brengen 19 jaar in minder goed ervaren gezondheid door dan mensen met een hoge opleiding. “Dat is natuurlijk onacceptabel voor een land als Nederland”, stelt Chandra Verstappen, programmamanager Participatie & Eigen Regie bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. “Het zijn juist deze mensen die de professionals in de eerste lijn dagelijks in de praktijk tegenkomen”, vult collega Robbert van Bokhoven, verantwoordelijk voor het programma eHealth4All, aan. eHealth biedt deze groep veel kansen, stellen de twee experts. Voor mensen met een lage opleiding of beperkte gezondheidsvaardigheden is het prettig informatie in alle rust nog eens te bekijken.

Must                                     

“Toegankelijke eHealth kan echt helpen in een effectievere behandeling, therapietrouw en zorgvuldiger medicijngebruik. En zo een bijdrage leveren aan het terugdringen van de grote gezondheidsverschillen in Nederland.” Volgens Van Bokhoven is eHealth ook niet meer weg te denken uit de hedendaagse gezondheidszorg. “Het is een must. Kijk naar het enorme personeelstekort in de zorg, de vergrijzing, de kosten. We komen in de toekomst alleen maar handen te kort en hebben dit soort technologische innovaties nodig.”

Weerbarstig

Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Veel online interventies, apps, websites en patiëntportals zijn veel te ingewikkeld en allesbehalve toegankelijk: lange lappen tekst, medisch jargon en ingewikkelde keuzemenu’s. Van Bokhoven: “Je ziet dat de bedenkers en de bouwers laagopgeleiden niet in het vizier hebben.” Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) komt in het rapport De sociale staat van Nederland 2017 tot dezelfde conclusie en vraagt aandacht voor de groep voor wie het moeilijk of onmogelijk is om met internet om te gaan. ‘Onze informatiesamenleving lijkt hen te vergeten, er ontstaat een digitale kloof’, aldus het SCP.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vinden Van Bokhoven en Verstappen. “Door deze kloof dreigen de gezondheidsverschillen in Nederland alleen maar groter te worden.”

Om het tij te keren, zet Pharos met het programma eHealth4All sterk in op het betrekken van gebruikersgroepen om eHealth voor iedereen toegankelijk te maken. Mensen met een lage opleiding, laaggeletterden en mensen met vluchtelingen- of migratieachtergrond testen zelf toepassingen en websites.

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

Wetenschappelijk onderzoek toont wat werkt bij inzet eHealth

Is eHealth een hype of levert het daadwerkelijk een bijdrage aan betere zorg? En onder welke omstandigheden werken digitale toepassingen optimaal? Esther Talboom-Kamp deed onderzoek naar de inzet van eHealth bij COPD- en trombosepatiënten. Op 21 november verdedigt zij haar promotieonderzoek ‘eHealth in primary care’ bij het LUMC. In de Eerstelijns deelt zij samen met promotor Niels Chavannes en research nurse Anneke Vass vast enkele onderzoeksresultaten en algemene conclusies.

Het doel van het promotieonderzoek Van Esther Talboom-Kamp was te achterhalen wat de effecten zijn van verschillende manieren van het invoeren van eHealth op het gebruik ervan en op de algemene gezondheidsstatus. Ook is er gekeken of die effecten afhankelijk zijn van intensieve begeleiding door de zorgverlener en van de mate waarin het onderdeel is van het zorgprogramma (blended care). Eigenlijk zijn er twee studies gedaan: e-Vita bij COPD-patiënten en PORTALS bij patiënten met orale antistollingstherapie (OAT), waarbij ook gekeken werd naar de effecten van eLearning.

“We onderzochten drie groepen COPD-patiënten”, legt Esther Talboom-Kamp uit. “Twee blended care-groepen, met verschillen in begeleiding, en één waarbij het digitale platform niet was geïntegreerd in het reguliere zorgprogramma. Er waren nauwelijks verschillen in de CCQ-uitkomsten (Clinical COPD Questionnaire) voor en na introductie van het eHealth-platform. Dat komt omdat we patiënten met een milde vorm van COPD onderzochten, daar is ook weinig ruimte voor verbetering. En we hebben de groepen elk vijftien maanden ondervraagd, mogelijk is er bij een langere onderzoektijd meer verschil.” Niels Chavannes: “Je kunt het ook zo zien: er is geen negatief effect te zien bij de inzet van eHealth. Dat biedt mogelijkheden voor meer digitaal zelfmanagement.”

Bij de trombosestudie zijn eveneens drie patiëntengroepen onderzocht: zij die de traditionele aanpak van de trombosedienst kregen, zij die een combinatie kregen van zelfmanagement met traditionele groepstraining en zij die zelfmanagement  plus eLearning kregen. Esther Talboom-Kamp: “Ook hier zag je dat bij alle groepen de controle over de bloedverdunning gelijk was. Dat biedt mogelijkheden voor zelfmanagement en impliceert dus dat je beter eLearning kunt inzetten in plaats van groepstraining, want dat is goedkoper en minder arbeidsintensief.”

Efficiënte eHealth

Het onderzoek bracht een aantal voorwaarden aan het licht voor optimale effectiviteit van de inzet van eHealth. Zo is er meer en beter gebruik als het goed en gemotiveerd wordt aangeboden door huisarts of POH. Een andere voorwaarde voor efficiënte eHealth is dat gebruikers er dagelijks gemak van moeten ondervinden. En daar valt nog wel wat werk te verzetten, constateren Chavannes, Vass en Talboom-Kamp.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Stepped eHealth voor seksuele gezondheid bij jongeren

Jongeren tussen 12 en 25 zijn ‘digital natives’. Ze gebruiken hun smartphone voor van alles en nog wat. Om hen te bereiken moet je in hun online wereld stappen, zegt Filippo Zimbile, eHealth-coördinator seksuele gezondheid bij het RIVM. Samen met de GGD’en ontwikkelt hij een stepped care model.

“Veilig vrijgedrag, seksualiteit, dat kun je niet sturen met wetgeving of handhavingsinstrumenten. Het gebeurt allemaal in de slaapkamer. Je kunt condooms wat goedkoper maken, maar waar het vooral om gaat is het creëren van bewustzijn en het makkelijk maken van gezond gedrag. Een van de weinige instrumenten die je daarvoor kunt inzetten, is communicatie.” En dat is voor communicatiewetenschapper Filippo Zimbile een boeiende vakinhoudelijke uitdaging die zo’n vijftien jaar geleden startte met de Vrij veilig campagne van SOA Aids Nederland. Sinds een klein jaar is Zimbile voor een paar dagen per week vanuit Soa Aids Nederland gedetacheerd bij het RIVM. Daar zorgt hij voor de landelijke coördinatie en doorontwikkeling van eHealth voor Sense: de aanvullende seksuele gezondheidshulpverlening voor jongeren tussen 12 en 25 jaar. De belangrijkste uitvoeringspartners zijn de GGD’en, Soa Aids Nederland en Rutgers.

Online tenzij

Vanuit Soa Aids Nederland was Zimbile vier jaar geleden betrokken bij het ontwikkelen van een eHealth-visie voor Sense. “Die visie werd: alles online tenzij. We hebben bij Sense te maken met een generatie die veelal online is opgegroeid en over een smartphone beschikt die voor van alles en nog wat wordt gebruikt. Als je die doelgroep goed wil bereiken en zo laagdrempelig mogelijk wil bedienen, moet je in hun online wereld stappen. Bovendien combineert online uitstekend met de gewenste anonimiteit en gevoeligheid van seksuele gezondheid.”

Stepped care model

Op verschillende plekken gingen mensen enthousiast aan de slag met de visie, maar het kwam toch niet echt van de grond. Een landelijke coördinator vanuit het RIVM moest daar verandering in brengen. Zimbile werd geselecteerd om die functie namens de GGD’en in te vullen. Met de partners in Sense geeft hij de eHealth-visie gestalte op basis van een stepped care model.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

eHealth: de stuwende kracht bij zelfmanagementondersteuning

Voor zelfmanagementondersteuning met eHealth-interventies is een cultuurverandering bij leidinggevenden en zorgprofessionals essentieel, stelt verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal van IQ healthcare in het zesde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw. Ze is projectleider van Self-Made & Sound, een langlopende onderzoekslijn waarin eHealth-zelfmanagementprogramma’s worden ontwikkeld en geëvalueerd.

“Mijn ouders, mensen van eenvoudige komaf, meten thuis zelf hun bloeddruk. Mijn moeder had hypertensie en wilde niets weten van medicatie. Toen heb ik een doodgewoon Excel-bestandje gemaakt waarop ze kunnen zien wat de normale waarden zijn voor mensen van hun leeftijd en daarna zijn ze gaan meten en registreren. Gaandeweg kregen ze plezier in het simpele grafiekje. Het wordt een soort spelletje, maar intussen gaan de pillen er wel in en blijft de bloeddruk binnen de grenzen.”

Betsie van Gaal wil maar zeggen: zelf monitoren, zelf registreren, zelf interpreteren, kan een krachtige impuls geven aan het zelfmanagement van mensen. Momenteel evalueert Van Gaal bij IQ healthcare in het Radboudumc de resultaten van vier online zelfmanagementprogramma’s. Ze houdt een slag om de arm omdat de evaluatie nog niet is afgerond. “Wat er telkens uitspringt, is de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Enerzijds zien we deelnemers die echt profijt hebben van het programma, zonder dat ze ook maar enigszins positief gestimuleerd worden door een verpleegkundige of door anderen. Anderzijds zijn er deelnemers die het niet voor elkaar krijgen zonder face-to-face-aanmoediging. eHealth geeft geen warme schouderklopjes!”

Oefenen

Van Gaal is ervan overtuigd dat zowel patiënten als artsen en verpleegkundigen profijt kúnnen hebben van eHealth-interventies en technologische oplossingen bij zorgmanagementondersteuning. Maar de zorg moet dan wel anders ingericht worden. “En daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om een cultuurverandering. Een voorbeeld: artsen hebben de neiging om de resultaten van thuismetingen op het spreekuur te negeren, ze gaan bij voorkeur af op gegevens die ze zelf verzamelen. Het zou heel normaal moeten zijn dat een arts of verpleegkundige informeert naar wat de patiënt heeft bijgehouden en die gegevens dan samen doorneemt. Maar bovenal moeten artsen en verpleegkundigen paternalisme vaarwel zeggen, de patiënt als expert zien en aansluiten bij wat hij of zij wil. Die houding moeten wij oefenen. Pas dan kan eHealth een goede plek krijgen in de zorgketen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Betere online GGZ-zorg met regionaal eHealth-platform

eHealth is een belangrijke pijler voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de GGZ. Op dit moment is het vaak slechts een instrument wat binnen de verschillende domeinen per aanbieder afzonderlijk wordt gebruikt. Toch is eHealth bij uitstek een instrument dat over de gehele keten kan worden ingezet, waardoor écht kan worden samengewerkt. Rudolf Keijzer, algemeen directeur PRO Praktijksteun, is een van de kartrekkers van regionale eHealth-platformen.

In samenwerking met Minddistrict ontwikkelde Rudolf Keijzer ‘eHealth in de keten’: een eHealth-platform dat regionaal voordelen biedt voor zowel de cliënt als de zorgverlener. Het levert (financieel) schaalvoordeel op, terwijl er tegelijkertijd wordt ingezet op goed gebruik van eHealth, passend bij de zorgzwaarte. “Eén platform dat ervoor zorgt dat patiënten bij een doorverwijzing niet opnieuw hoeven te beginnen met een eHealth-module. Waar oefeningen onthouden worden, zodat de patiënt toegang en regie heeft over zijn of haar werk, modules, dagboeken en psycho-educatie. Ook nadat de formele zorgverlening is gestopt. En dat voor kwalitatief betere, betaalbare en efficiëntere zorg, waarbij ingezet wordt op duurzame zelfredzaamheid”, aldus Keijzer.

Ontstaan

De POH-GGZ maakt steeds meer gebruik van eHealth. Veel modules sluiten goed aan op de zorgzwaarte en klachten binnen de huisartsenzorg. In de generalistische basis GGZ en specialistische GGZ is om voor een bepaald percentage gebruik te maken van eHealth. Daardoor is het goed mogelijk dat bij een doorverwijzing van de patiënt, de volgende aanbieder in de keten ook met eHealth werkt. Soms zelfs met exact dezelfde module. “Zonder eHealth in de keten moet de patiënt na een verwijzing vaak opnieuw beginnen en wordt er een tweede keer betaald aan de eHealth-leverancier. Dat is onnodig inefficiënt”, zegt Keijzer. “Vanuit het Triple Aim principe zijn we gaan kijken of we dat beter kunnen inrichten. Hieruit is het plan voor het inrichten van regionale eHealth-platforms ontstaan, uiteindelijk met de wens om één platform te creëren waarop alle leveranciers hun eHealth-oplossingen kunnen aanbieden.”

Schaalvoordeel

Sinds 2016 kan Keijzer samen met Minddistrict alle eHealth-modules van de regio onderbrengen op één regionaal platform. Regio’s, voornamelijk gevormd rondom eerstelijnszorggroepen, kunnen dus door gezamenlijke inkoop hun eigen platform neerzetten tegen gereduceerde tarieven. Regio’s die al met een regionaal platform van Minddistrict werken, kunnen ook aanhaken. Omdat Praktijksteun dit op grote schaal ontwikkelt, profiteren de partners in de regio van schaalvoordeel.

Auteur: Inge de Wit (Praktijksteun)

Download het volledige artikel hier:

Tijdelijk hoofdlijnenakkoord blijft beleidstaal

De besluitvorming heeft bij het in druk gaan van deze Eerstelijns net plaatsgevonden en onze voorspelling is dat partijen instemmen met het Hoofdlijnenakkoord 2018. Wat gaat er veranderen? De Eerstelijns analyseert.

Het grootste verschil tussen het akkoord uit 2013 en dat voor 2018 zit in de alinea’s over mensen die langer thuis wonen. Waar er in 2013 nog geen beeld was van de effecten daarvan, worden ouderen met een complexe zorgvraag, GGZ-problematiek, overbelasting van achterstandswijken en ANW-zorg nu expliciet genoemd. In 2013 kwamen de woorden gemeente en sociaal domein niet voor in de hoofdtekst. Nu wordt de verbinding gelegd. Dat geldt ook voor een multidisciplinaire benadering. Toch is er bij het nieuwe hoofdlijnenakkoord voor gekozen om alleen de huisartsen te betrekken: vertegenwoordigers van wijkverpleging of farmacie ontbreken bij de ondertekenaars. Terwijl juist gebleken is dat afstemming tussen de domeinen en sectoren nodig is. Wie houdt nu de regie over de samenhang?

Substitutie

Substitutie staat in 2018 niet meer op de eerste plaats. In de ouderenzorg en GGZ heeft substitutie al plaatsgevonden. In de curatieve sector is vastgesteld dat de zorgverzekeraars er niet in zijn geslaagd om substitutie te realiseren of te meten. Daarom is gekozen voor een andere aanpak. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meet het substitutie-effect en het macrobudget (€75 miljoen) wordt vooraf gereserveerd voor substitutie uit ziekenhuizen. Onduidelijk is of er budget is voor andere ambities uit dit hoofdlijnenakkoord, zoals innovatie en Organisatie & Infrastructuur.

eHealth

De eHealth-ambities van de partijen in het hoofdlijnenakkoord zijn helaas laag. Dat was zo in 2013 en is onveranderd in 2018. Terwijl daar de sleutel ligt tot het ‘empoweren’ van de burger en het aanvullen of vervangen van reguliere zorg met digitale zorg.

Conclusie

Het hoofdlijnenakkoord blijft beleidstaal. Afgezien van de financiële kaders en het macrobeheersinstrument, die blijven er keihard in staan. Het is logisch dat deze landelijke lijn van afgelopen jaren wordt doorgetrokken, al zal de dynamiek op het thema ouderenzorg in regio’s moeten ontstaan door coalitions of the willing.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:
[/av_font

Wat brengt het zorginkoopbeleid 2018?

Wat valt op in het zorginkoopbeleid voor de eerste lijn, dat recent is gepubliceerd door de vier grote zorgverzekeraars Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis? De Eerstelijns analyseert hun plannen voor huisartsenzorg, multidisciplinaire zorg, farmacie, fysiotherapie en wijkverpleging.

De zorgverzekeraars moeten het zorginkoopbeleid ieder jaar op 1 april publiceren en doen dat trouw. De uitwerking op onderdelen volgt later, omdat de tijd tussen het afronden van de evaluatie 2016 en het publiceren van het beleid voor 2018 gewoon te kort is.

Het concept dat de zorgverzekeraars voor 2018 hanteren, is min of meer hetzelfde als dat voor van 2017, al is het taalgebruik wat aangepast. Terugkerende begrippen in het beleid 2018 zijn klantwaarde, zinnig, doelmatig en good practices. Goed is goed genoeg? Ook nieuw is de focus op de regio in de eigen kernwerkgebieden. Betekent dit dat de verzekeraars elkaar vaker automatisch gaan volgen? Het vormgeven van de zorg gebeurt per regio, geen blauwdrukken, maar wel kaders. Hoe dat zal uitpakken, is op dit moment niet duidelijk.

Er worden in 2018 beperkingen gesteld aan de niet gecontracteerde zorg (lagere vergoeding) en aan kleine contracten (op basis van een minimumbedrag of aantal FTE). Per discipline is dit anders, afhankelijk van de positie van de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder. De doorleverplicht is bij sommige disciplines verdwenen, aangepast (bij overschrijding van het plafond krijgt men een ander tarief) of nog steeds als harde voorwaarde opgenomen. Ook hierbij zijn er verschillen per discipline.

Huisartsen- en multidisciplinaire zorg

De programmatische zorg voor chronisch zieken lijkt door zorgverzekeraars ter discussie te worden gesteld. Er wordt een voorbehoud gemaakt of openlijk aangegeven dat de ziektespecifieke benadering wordt ingeruild voor een persoonsgerichte benadering. Alle zorgverzekeraars vermelden de module Organisatie & Infrastructuur (O&I), zonder er harde toezeggingen over te doen. In de loop van 2017 wordt duidelijk of de financiering voor O&I doorgaat.

Substitutie, indexering en eHealth

Substitutie vanuit het medisch-specialistisch circuit, wat moeten we daarvan verwachten? Zorgverzekeraars zijn terughoudend bij het concreet maken van hun beleid. Ze broeden op nieuwe methoden, zoals shared savings bij een hogere omzetdaling dan afgesproken. Dat lijkt voor de komende jaren de trend te worden. Zorgverzekeraars lijken ook – deels terecht – te aarzelen over de kracht van de eerstelijnszorg. Het vragen van een stevige eerstelijnsorganisatie met een breed mandaat van de huisartsen is een nieuwe trend, die in bepaalde regio’s een versnelling kan bieden.

Maar misschien is het ontbreken van een expliciete eHealth-paragraaf wel het meest opvallende aan het zorginkoopbeleid van ‘de grote vier’. eHealth, zelfzorg en gestandaardiseerde informatie-uitwisseling zouden juist een speerpunt van beleid moeten zijn en zorgaanbieders zouden moeten worden uitgedaagd om hier initiatieven op te ontplooien.

Download het artikel voor de volledige analyse.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier: