Berichten

ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

ZonMw: Zelfmanagementondersteuning: van theorie naar praktijk

“Patiënten noch zorgprofessionals kunnen zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning uit een boek leren, je maakt het je eigen door het te dóén.” Een opvallende uitspraak van AnneLoes van Staa, die redacteur is van het verpleegkundige leerboek over zelfmanagement en eigen regie dat binnenkort verschijnt.

Leren van ervaringen in de praktijk staat centraal bij zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning, stelt Van Staa. Reflectie is een belangrijk onderdeel: wat doe ik en wat is het effect? “Natuurlijk is er wel een aantal vaardigheden die je kunt verwerven. Zorgprofessionals denken vaak dat ze het wel weten en kunnen, zelfmanagementondersteuning, maar er bestaat een discrepantie tussen kunnen en doen. Ze vinden het vaak lastig om zelfmanagementondersteuning echt in de praktijk te brengen.” Een oorzaak is volgens Van Staa het theoretisch niveau waarop de discussie over zelfmanagement zich afspeelt. Binnen haar onderzoeksprogramma is een curriculumscan uitgevoerd bij opleidingen verpleegkunde. Daar kwam die theoretische insteek duidelijk naar voren. “Achtergronden, concepten en ideaalsituaties. Over hoe het hoort, maar niet over het handelen in alledaagse werksituaties.” Dat was de aanleiding om een leerboek te ontwikkelen voor hbo-verpleegkundigen, waarin de nadruk ligt op concrete toepassing bij uiteenlopende ziektebeelden.”

5A-model

Een van de hulpmiddelen die ontwikkeld zijn om professionals beter toe te rusten voor zelfmanagementondersteuning, is een lijst van benodigde competenties. Het zogenoemde 5A-model is een verzameling van vijf werkwoorden die de professional in een circulair proces zou moeten hanteren. Het begint met achterhalen wat voor de patiënt belangrijk is. De tweede stap behelst het op maat adviseren over bijvoorbeeld de voordelen van verandering. De derde stap is het afspreken, het samen stellen van doelen, geleid door de behoeften van de patiënt. Dit is gezamenlijke besluitvorming, een essentieel onderdeel van zelfmanagementondersteuning. De vierde stap is het assisteren, bijvoorbeeld bij de omgang met persoonlijke barrières. De vijfde stap is het arrangeren, het samen opstellen van een vervolgplan.

Oplossingsgericht

Het Zelfmanagement Web is een andere tool die samen met verpleegkundigen is ontwikkeld. Een interventie voor alle zorgverleners die op een open manier met de patiënt in gesprek willen gaan over wat hem of haar bezighoudt. “Het gaat niet louter om in kaart brengen, maar vooral om het hanteren van een kortdurende, oplossingsgerichte gesprekstechniek. Met de solution focused brief therapy, een gespreksmethode uit de psychologie, ga je de problemen van de patiënt niet uitdiepen, maar zoek je samen naar oplossingen. Die moeten van de patiënt komen, de professional helpt om haalbare doelen te stellen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Innovatief platform verbindt COPD-zorg

Gelre Ziekenhuizen nam in 2016 het initiatief voor het project Gezonde Longen in de regio Zutphen/Apeldoorn. Door hechte transmurale samenwerking wil Gezonde Longen de keten rondom de patiënt beter op orde krijgen en zo de COPD-zorg beter en goedkoper maken.

COPD is in Nederland een koploper qua ziektelast en kosten. Jaarlijks komen er 53.000 nieuwe patiënten bij. De kosten van astma en COPD lopen op tot 1,5 miljard per jaar. De zorgvraag stijgt harder dan de capaciteit en het budget van het ziekenhuis, de huisarts en de apotheek.

Reden voor actie, vindt longarts Martijn Goosens. Maar er is meer. “Ik werk nu tien jaar binnen Gelre Ziekenhuizen en ik merk dat ik onvoldoende gereedschap heb om de populatie met COPD goed in beeld te krijgen en behandeladvies op maat te geven. Dat komt onder andere door de informatiekloof die ontstaat doordat huisarts, apotheker en longarts hun informatie niet delen. Elke zorgprofessional focust op zijn eigen gebied binnen zijn eigen systeem. Zo krijgen we blinde vlekken.”

Goosens is initiatiefnemer van het project Gezonde Longen. “De tweede lijn wordt vaak als kenniscentrum beschouwd. Natuurlijk heeft de longarts de kennis en kunde die bij het ziektebeeld horen. Maar in de eerste lijn zit ook veel andersoortige kennis over diezelfde patiënt. Hoe gaat het thuis bij de patiënt? Wat is de samenhang met andere aandoeningen? Idealiter breng je die kennis samen.”

Transmurale database

Het project is in 2016 gestart, maar Goosens bracht al tweeënhalf jaar geleden alle zorgpartners en stakeholders in werkgroepen bijeen. Ook patiënten dachten mee. Dat leverde een nieuw medisch-inhoudelijk concept op, met onder andere behandelprotocollen rondom de interventies stoppen met roken, meer bewegen en medicatietrouw.

In de stuurgroep zitten de apothekersorganisaties, de huisartsenorganisaties en Gelre Ziekenhuizen. Daaronder functioneren vijf werkgroepen die problemen identificeren en vervolgens per zorgverlener doelstellingen omschrijven. Een huisarts kan bijvoorbeeld in zijn praktijk kampen met een laag succespercentage van stoppen met roken. Zijn doelstelling is dan het verhogen van het slagingspercentage van het stoppen-met-roken-programma. Een longarts die slechts een beperkt inzicht heeft in de interventies die de eerste lijn inzet en hoe het daarmee gaat, heeft als doelstelling het dichten van de informatiekloof.

Medworq, een digitale zorgvernieuwer, ontwikkelde de transmurale database. Het écht innovatieve deel van het project, benadrukt Goosens. Daarnaast nemen drie farmaceutische bedrijven deel. Ze bieden het project financiële ondersteuning en zijn als mede-ontwikkelaar betrokken bij verschillende domeinen als eHealth, beweegmodule en exacerbatiemanagement.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

eHealth: de stuwende kracht bij zelfmanagementondersteuning

Voor zelfmanagementondersteuning met eHealth-interventies is een cultuurverandering bij leidinggevenden en zorgprofessionals essentieel, stelt verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal van IQ healthcare in het zesde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw. Ze is projectleider van Self-Made & Sound, een langlopende onderzoekslijn waarin eHealth-zelfmanagementprogramma’s worden ontwikkeld en geëvalueerd.

“Mijn ouders, mensen van eenvoudige komaf, meten thuis zelf hun bloeddruk. Mijn moeder had hypertensie en wilde niets weten van medicatie. Toen heb ik een doodgewoon Excel-bestandje gemaakt waarop ze kunnen zien wat de normale waarden zijn voor mensen van hun leeftijd en daarna zijn ze gaan meten en registreren. Gaandeweg kregen ze plezier in het simpele grafiekje. Het wordt een soort spelletje, maar intussen gaan de pillen er wel in en blijft de bloeddruk binnen de grenzen.”

Betsie van Gaal wil maar zeggen: zelf monitoren, zelf registreren, zelf interpreteren, kan een krachtige impuls geven aan het zelfmanagement van mensen. Momenteel evalueert Van Gaal bij IQ healthcare in het Radboudumc de resultaten van vier online zelfmanagementprogramma’s. Ze houdt een slag om de arm omdat de evaluatie nog niet is afgerond. “Wat er telkens uitspringt, is de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Enerzijds zien we deelnemers die echt profijt hebben van het programma, zonder dat ze ook maar enigszins positief gestimuleerd worden door een verpleegkundige of door anderen. Anderzijds zijn er deelnemers die het niet voor elkaar krijgen zonder face-to-face-aanmoediging. eHealth geeft geen warme schouderklopjes!”

Oefenen

Van Gaal is ervan overtuigd dat zowel patiënten als artsen en verpleegkundigen profijt kúnnen hebben van eHealth-interventies en technologische oplossingen bij zorgmanagementondersteuning. Maar de zorg moet dan wel anders ingericht worden. “En daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om een cultuurverandering. Een voorbeeld: artsen hebben de neiging om de resultaten van thuismetingen op het spreekuur te negeren, ze gaan bij voorkeur af op gegevens die ze zelf verzamelen. Het zou heel normaal moeten zijn dat een arts of verpleegkundige informeert naar wat de patiënt heeft bijgehouden en die gegevens dan samen doorneemt. Maar bovenal moeten artsen en verpleegkundigen paternalisme vaarwel zeggen, de patiënt als expert zien en aansluiten bij wat hij of zij wil. Die houding moeten wij oefenen. Pas dan kan eHealth een goede plek krijgen in de zorgketen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Brainport Eindhoven: technologische kraamkamer voor zorg, wonen en welzijn

Dankzij Philips is de regio Eindhoven de bakermat van de elektronische industrie geworden. In november 2016 erkende de Tweede Kamer Brainport Eindhoven als ‘mainport’, waarmee de regio in hetzelfde rijtje komt te staan als luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven. In de Brainport Nationale Actieagenda is ook een ‘zorgparagraaf’ opgenomen.

Het gaat al lang niet meer alleen over Philips. De kennisintensieve maakindustrie van de regio Eindhoven is zelfs de Rotterdamse haven voorbij gestreefd als trekker van de Nederlandse economie. De status van mainport houdt de officiële erkenning in dat Brainport Eindhoven essentiële innovatie- en concurrentiekracht heeft voor Nederland en kan rekenen op extra financiële en andere ondersteuning uit Den Haag en Brussel.

Op verzoek van het kabinet is een Brainport Nationale Actieagenda opgesteld. Daarin staat wat de regio de komende tien jaar te bieden heeft, wat Brainport wil bereiken en wat daarvoor nodig is. Portheine: “Het is een breed pakket dat onder andere economische ontwikkeling, onderwijs, infrastructuur, energie en mobiliteit bestrijkt, maar ook gezondheid en vitaliteit. Want zo’n agenda moet niet alleen over de harde kant gaan, maar ook over de kwaliteit van de samenleving en wat mensen daarbij ervaren. Een van de ambities is bijvoorbeeld om 100.000 Brabanders te motiveren om gezonder en actiever te leven. Ook is het voornemen om binnen vijf jaar de kwaliteit van leven van circa 100.000 Brabanders met een chronische ziekte te verbeteren door de inzet van eHealth en innovatieve diensten. De agenda spreekt ook over grootschalige invoering van eHealth-toepassingen binnen de zorg en bij mensen thuis.”

Staf Depla, wethouder van Economie, Werk en Inkomen en Beroepsonderwijs in Eindhoven, is een van de opstellers van de actieagenda. “In onze regio hebben we een aantal sleuteltechnologieën – een deel sterk verbonden met de zorg – die we willen doorontwikkelen, als ze tenminste oplossingen bieden voor maatschappelijke problemen. Want het gaat niet om de technologie sec, onze kracht is juist de verbinding van fundamenteel onderzoek met actuele vraagstukken. Uiteindelijk moet dat leiden tot concrete producten en diensten die het welzijn en welbevinden van burgers ten goede komen.”

Regeerakkoord

Om als industriële en technologische kraamkamer te kunnen functioneren, is veel geld nodig. De actieagenda spreekt over een totaalinvestering van 10,5 miljard van 2017 tot en met 2021. Komt dat bedrag er? Wethouder Depla doet er luchtig over: “Waarom niet? Het gaat niet om een Eindhovense aangelegenheid, we hopen iedereen ervan te overtuigen dat Brainport impact heeft op heel Nederland. Het overheidsdeel dat nodig is, moet natuurlijk in het regeerakkoord komen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ethische vraagstukken bij zelfmanagement

In de veronderstelling dat de hedendaagse chronische patiënt als een autonome en rationele solist door het leven gaat, propageren politici zelfmanagement. Die aanname wordt gretig opgepikt en iedereen gaat geloven dat het zo werkt. In het vijfde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw kijkt Jeannette Pols, bijzonder hoogleraar Social Theory, humanism and materialities aan de Universiteit van Amsterdam en de sectie medische ethiek van het AMC, met open blik naar het zorgveld.

‘Meer bewegen, zelf meten? Daar ga ik op mijn leeftijd niet meer aan beginnen, dokter…’ Het model van zelfmanagement past niet iedereen. Dat roept ethische vraagstukken op, zegt Pols. “Het uitgangspunt moet zijn dat mensen het willen. Als iemand met COPD zegt dat stoppen met roken geen haalbare kaart is, dan ga je als zorgverlener onderhandelen. Wat wil hij wel? En wat kan hij wel? En dáár begin je, vergeet heroïsche gedragsveranderingen, zoek de middenweg, probeer het stapje voor stapje.”

Schijnveiligheid

Pols vertelt over een project voor mensen met hartfalen. Dagelijks maten ze keurig hun gewicht en bloeddruk. Verpleegkundigen in een callcenter hielden bij of er grenswaarden overschreden werden en grepen zo nodig in. “Na het invoeren van hun gegevens, leunden de patiënten tevreden achterover. Ze gingen niet aan de slag met de resultaten, dat konden de verpleegkundigen beter. Patiënten waanden zich veilig en werden juist passiever.” Niet alleen is zelfmanagement hier ver te zoeken, er rijst ook een ethisch dilemma. “De veiligheid die mensen voelen doordat de verpleegkundige een oogje in het zeil houdt, is schijnveiligheid.”

Verbinding

Pols ziet meer ethische dilemma’s en concludeert: zelfmanagement opdringen is altijd uit den boze. “Het is gemakkelijk gezegd: u moet beslissen. Mensen kunnen dan voor vraagstukken komen te staan die ze niet alleen kunnen oplossen. De patiënt heeft het laatste woord, maar de dokter mag niet in de coulissen verdwijnen.”

Het beeld van het rationele, zelfmanagende individu klopt niet, stelt Pols. “Zeker als we ziek zijn, willen we schouderklopjes, nabijheid en steun. Dat lijkt een verstandiger uitgangspunt dan het op het individu gerichte zelfmanagement.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ontwikkelen van eigen kracht

Gemeenten, zorgaanbieders en onderwijs moeten er sinds 2015 samen voor zorgen dat jongeren veilig en gezond kunnen opgroeien. Het ontwikkelen van eigen kracht en eigen regie is daarbij een kernbegrip. ST-RAW brengt enerzijds wetenschap dichter bij praktijk en beleid en zet anderzijds praktijk en beleid aan tot reflectie. Coördinator Wilma Jansen brengt de lijntjes bij elkaar. 

In de artikelenserie Zelfmanagement van ZonMw en De Eerstelijns presenteren wetenschappers een breed palet aan inzichten en visies. De vierde aflevering gaat in op de vraag welke kennis gemeenten en praktijkinstellingen nodig hebben bij hun nieuwe rol in het jeugdstelsel. ST-RAW (www.st-raw.nl) brengt die partijen samen.

Jansen en haar collega’s gebruiken het woord zelfmanagement overigens zelden. Zij spreken doorgaans over de eigen kracht van jongeren en gezinnen, over eigen regie en zelf verantwoordelijkheid nemen. Of zelf bepalen hoe je hulptraject eruitziet. Dat gebeurt ook bij ‘Mijn Pad’, een begeleidingsmethodiek voor jongeren met ernstige gedragsproblemen in de residentiële jeugdzorg. Jansen: “In feite is het een vragenboekje en een app die eigendom zijn van de jongere zelf. Waar willen ze het met hun hulpverlener over hebben? Wat willen ze veranderen? En welke stappen zijn daarvoor nodig?”

Het is een van de talrijke projecten die bij wijze van spreken onder de academische werkplaats hangen, legt Jansen uit. “Wij hebben veertien kennispartners, die samen veel onderzoek hebben gedaan en over veel kennis beschikken. Die kennis brengen we samen en delen we om zo het werkveld verder te helpen.”

Kansrijk

De transformatie in de jeugdzorg moet ertoe leiden dat zoveel mogelijk kinderen in de regio Rijnmond zich kansrijk ontwikkelen. Om de transformatie te ondersteunen stroomlijnt ST-RAW zijn werk via vijf projecten. Eén daarvan is ‘De kracht van preventie’. De eerste drie artikelen van deze serie lieten zien hoe belangrijk steun van de omgeving is bij zelfmanagement. Ook bij ‘Ouders in actie’, ontwikkeld door het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond, komt dat naar voren.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Duurzame oplossingen voor de huisartsenpost

De hoge werkdruk op de huisartsenposten is geen probleem van vandaag of gisteren. Wel maken verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die samenkomen het probleem actueler dan ooit. Op een drukbezochte ledenvergadering van InEen in maart 2017 bezonnen bestuurders van huisartsenposten zich op strategieën die tot een duurzame oplossing kunnen leiden.

De oorzaken van de toeloop naar de huisartsenpost zijn bekend: de 24-uurseconomie waarin patiënten verwachten dat er de klok rond huisartsenzorg beschikbaar is, de transities in ouderenzorg en GGZ, de veranderingen in de jeugdzorg en de Wmo én de substitutie van de tweede naar de eerste lijn leiden tot meer drukte in de dagzorg, waardoor een overloop ontstaat naar de ANW-uren. De zorgvraag is niet alleen gegroeid, maar ook complexer geworden. De capaciteit van zorgprofessionals houdt echter geen gelijke tred met de toegenomen vraag naar huisartsenzorg. Tijdens de ledenvergadering van InEen passeerden verschillende oplossingen de revue.

Publiekscampagne

Een bewustmakingscampagne die mensen inprent dat de huisartsenpost er slechts is voor spoedgevallen. InEen en LHV zetten zich gezamenlijk in om hiervoor draagvlak te creëren bij het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars.

Aanscherpen triage

Is het streven naar maximale veiligheid niet doorgeschoten? Zijn de triagesystemen niet te scherp afgesteld? InEen, NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) en NTS (Nederlandse Triage Standaard) onderzoeken dit.

Toegankelijkheid overdag vergroten

ANW-zorg en dagzorg zijn communicerende vaten: uitbreiding van de toegankelijkheid overdag, langere openingstijden bijvoorbeeld, kan de toeloop naar de post enigszins indammen. De uitwerking op regionaal niveau vraagt maatwerk.

Taakherschikking en -delegatie

Verpleegkundig specialisten, physician assistants en gespecialiseerde GGZ-verpleegkundigen kunnen bijvoorbeeld werk van de huisarts overnemen. En voor het toenemend aantal kwetsbare ouderen is op de huisartsenpost andere deskundigheid nodig, zoals die van een specialist ouderengeneeskunde.

Betere bereikbaarheid ketenpartners

De beschikbaarheid en bereikbaarheid van ketenpartners is onder druk komen te staan. Het is essentieel dat de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg goed geregeld is.

Er komen meer oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost op tafel, maar vaak zijn die niet van vandaag op morgen te realiseren. “Wij proberen de urgentie ook onder de aandacht te brengen van zorgverzekeraars”, zegt Astrid Scholl van InEen. “De vraag is niet alleen om meer geld beschikbaar te stellen, maar ook om in verband met de regionale verschillen meer flexibiliteit toe te staan in het omgaan met het budget.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement bij chronische ziekten

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel drie is NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans aan het woord, een van de pioniers in het onderzoek naar zelfmanagement. Zij kijkt vooral vanuit het perspectief van patiënten en is projectleider van het Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten.

De twee wetenschappers die eerder in deze serie aan het woord kwamen, Jaap Trappenburg en Yvonne Heerkens, constateerden dat de hoge verwachtingen rond zelfmanagement slechts ten dele waargemaakt worden. Heijmans sluit zich daarbij aan. “Op medische aspecten als bloedsuikerwaarden, bloeddruk en longfunctie zien we een duidelijk positief effect. Die betere klinische waarden zijn een vrij hard gegeven. Maar leidt zelfmanagement er ook toe dat mensen zich in het dagelijkse leven beter staande kunnen houden? Vallen ze minder snel uit op hun werk? Maken ze minder gebruik van zorg? Dat weten we niet, want dat is nog onvoldoende onderzocht of de bewijzen zijn niet eenduidig.”

Heijmans vindt dat zelfmanagement breder is dan alleen medisch management. De kern is het inpassen van ziekte en beperkingen in het leven als geheel. “Het gaat er vooral om hoe mensen hun ziekte een plek geven in hun leven en welke zorg ze daarbij zelf willen inzetten en hoe ze omgaan met de langetermijngevolgen en veranderde toekomstverwachtingen.” Waarom dat de ene mens beter lukt dan de andere, is een vraag die de NIVEL-onderzoeker al twintig jaar intrigeert.

Patiëntprofielen

De effectiviteit van zelfmanagement zou niet alleen afgemeten moeten worden aan medische criteria, maar ook aan maatstaven die de patiënt als belangrijk ervaart. “Zelfmanagement op maat ontbreekt nog. Aan de hand van patiëntprofielen probeert men tegenwoordig binnen de grote groep chronisch zieken verschillende factoren te onderscheiden die de individuele verschillen tussen mensen verklaren. Als je dat weet, kun je subgroepen onderkennen en weet je ook welke groepen meer baat hebben bij zelfmanagementondersteuning dan andere. Zo kun je zelfmanagementondersteuning gerichter, efficiënter en effectiever inzetten. Die differentiatie gebeurt nog veel te weinig.”

Investeringen

Aantonen dat zelfmanagement werkt, hoe ingewikkeld dat ook is, vindt Heijmans noodzakelijk. “Zelfmanagement komt moeizaam van de grond in de zorgpraktijk. Professionals en bestuurders twijfelen, want het vraagt een andere manier van handelen en dat vergt investeringen in opleiding en scholing en op korte termijn in extra personeel en materiaal. Om hen over de streep te trekken, moet duidelijk worden dat het werkt en dat het zich op de lange duur vertaalt in positieve effecten en kostenbesparing.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zorgbestuurder Dick Herfst over afbouwen en voorsorteren op de toekomst

Ervaren bestuurder Dick Herfst kijkt terug en, wat veel beter bij hem past, blikt naar de toekomst en ziet hoe zorgprofessionals zich meer en meer gaan richten op datgene wat er werkelijk toedoet voor cliënten. De voorzitter van de raad van bestuur van ZZG zorggroep is van plan om over enkele jaren afscheid te nemen, de weg daarnaartoe vult hij op een bijzondere manier in.

Herfst begon zijn loopbaan in de jaren zeventig als leerling-verpleegkundige in wat toen het Kennemer Gasthuis heette. Vervolgens werkte hij in verschillende ziekenhuizen in allerlei rangen en functies. Ook in de eerste lijn en in verpleeg- en verzorgingshuizen verdiende hij zijn sporen. Zijn professionele lijn getuigt van een sterke drive om iets te betekenen in de zorg. “Ik heb mijn ervaring opgebouwd op een manier die past bij mij en mijn capaciteiten. Uit ervaring weet ik wat belangrijk is voor mensen die zorg nodig hebben en dat heeft mijn rol als bestuurder mede vormgegeven.”

Herfst springt naar de huidige tijd. “Structuren en processen zijn voor een organisatie belangrijk en noodzakelijk, maar het zijn slechts hulpmiddelen om doelen te bereiken. Als ze niet langer bijdragen aan het bereiken van je doel, moet je ze afschaffen. Structuren en processen die niet geschraagd worden door bepaalde waarden zijn lege hulzen.”

Kwaliteit van leven

Herfst, die zijn organisatie de afgelopen jaren door een belangrijke transitie leidde, geeft een sprekend voorbeeld: de ZZG zorggroep bouwde vanaf 2009 zijn verpleeg- en verzorgingshuizen om tot kleinschalige woonvoorzieningen. “Als ik cliënt zou zijn en ik krijg te horen dat ik zelf de regie in handen moet nemen, dan stel ik eisen aan mijn woonomgeving, dan laat ik me niet langer wegstoppen op vijfentwintig vierkante meter. Door anders te denken, door de vraagstukken niet te benaderen vanuit de zorg maar vanuit kwaliteit van leven, krijg je andere uitkomsten, andere zorgvormen of zorgvoorzieningen. En die zijn best te financieren. We kunnen nu appartementjes bouwen van zestig vierkante meter binnen de sociale woningbouw. Ook mensen met dementie kunnen hun familie dan in hun eigen huis ontvangen.” De keuzes die een bestuurder maakt, moeten altijd een inhoudelijke legitimering hebben, zodat ze maatschappelijk te verantwoorden zijn, benadrukt Herfst.

Fysiek afwezig

Ten tijde van zijn start bij ZZG in 2003 bij ZZG dacht Herfst op zijn zestigste te stoppen. Toen hij de 65 naderde kwam de vraag of hij nog enkele jaren wilde blijven. De weg naar zijn afscheid geeft hij op een bijzondere manier vorm. Er is een overgangssituatie gecreëerd waarbij de ZZG-voorman één week per maand niet fysiek aanwezig is. “Maar als je het aan m’n vrouw vraagt, ben ik er via e-mail wel.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier: