Berichten

Regel de netwerkaansprakelijkheid in de zorg

Wie is civielrechtelijk aansprakelijk nadat fouten zijn gemaakt en schade is ontstaan bij de behandeling binnen een zorgnetwerk? Voor de patiënt of nabestaanden is dat vaak lang niet zo duidelijk als wanneer slechts één zorgverlener zich over de zieke heeft ontfermd. “Terwijl dat helemaal geen verschil zou moeten maken”, zegt rechtswetenschapper Charlotte Zegveld.

Bij steeds meer aandoeningen heeft de patiënt te maken met een netwerk van zorgaanbieders. Denk onder meer aan kwetsbare ouderen die ketenzorg krijgen. Eist een patiënt of nabestaande een schadevergoeding na fouten in de behandeling binnen zo’n zorgnetwerk, dan is de kans groot dat hij vastloopt op basis van het huidige medische aansprakelijkheidsrecht. De reden: er kan niet altijd een aansprakelijke partij worden aangewezen. Dit concludeert mr. Charlotte Zegveld in het onderzoek waarop zij in mei promoveerde aan de Tilburg University. Zij bepleit opname van netwerkaansprakelijkheid in de wet. “En tot die tijd zouden netwerkpartners zelf al actie moeten ondernemen om de leemte te vullen”, zegt ze.

Ze vervolgt: “Mijn indruk is dat hulpverleners veelal erg hun best doen om goede zorg te verlenen. Toch kan de totale zorg die is geboden onder de maat zijn, omdat de afstemming en samenwerking tussen zorgverleners onvoldoende zijn. Vergelijk het met een groep demonstranten op een grasveld. Los van elkaar handelen deze demonstranten niet onrechtmatig door daar te staan, maar alle individuen samen zorgen ervoor dat het veld geruïneerd wordt.”

Verschillende verschijningsvormen

Zegveld bracht in haar onderzoek de verschillende verschijningsvormen van zorgnetwerken in kaart. “Ik heb gesproken met zorgaanbieders uit netwerken. Met behulp van netwerkanalyse heb ik de netwerken in mijn onderzoek nader omschreven en afgebakend. Ik omschrijf verschillende typen netwerken, bijvoorbeeld acute-zorgnetwerken, netwerken die worden ondersteund door een zorggroep en netwerken die voor uitvoering van een programma worden gefaciliteerd door een zorg-ondersteunende organisatie. Ik heb ook eerstelijnsgezondheidscentra geanalyseerd. ‘Een eerstelijnsgezondheidscentrum’ klinkt als één juridische entiteit, maar het gaat veelal om zelfstandig opererende huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen en andere zorgverleners binnen één gebouw.”

Regel het!

Als het gaat om het aansprakelijkheidsrecht bij netwerken concludeert Zegveld: “Op zorgaanbieders in een netwerk rust enige zorgplicht ten aanzien van samenwerking en afstemming. Maar de reikwijdte van de zorgplicht is niet altijd even duidelijk en concreet. Het is dus maar de vraag of de zorgplicht de patiënt helpt; vaak zijn er onvoldoende aanknopingspunten om een zorgaanbieder civielrechtelijk aansprakelijk te stellen.”

Om dat op te lossen adviseert Zegveld de wetgever om aansprakelijkheid voor het hele zorgnetwerk op te nemen in het civiele medische aansprakelijkheidsrecht: netwerkaansprakelijkheid.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

InEen Tweedaagse: inspiratie voor duurzame inzetbaarheid van werknemers

In deze tijd van hoge werkdruk en krapte en vergrijzing op de arbeidsmarkt zijn eerstelijnszorgorganisaties doordrongen van de noodzaak te sturen op duurzame inzetbaarheid van personeel. Hoe doe je dat op een goede manier? Bezoekers van de InEen Tweedaagse lieten zich vorige maand inspireren. Twee verhalen uitgelicht.

Meer tevreden medewerkers. Minder personeelsverloop en ziekteverzuim. Geen klachten meer over een top-downbenadering en een gebrek aan informatie. Arts en Zorg werkt aan een culturele transformatie. Sylvia Mulder is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de aangesloten gezondheidscentra. Tijdens de InEen Tweedaagse vertelde zij over de uitdaging die Arts en Zorg drie jaar geleden aanging. Ze maakte ook de balans op. “Onze interne organisatie heeft zich positief  ontwikkeld, zowel qua mensen als cultuur. Bovendien is er meer verbinding ontstaan binnen de teams. Collega’s zijn nu meer in dialoog met elkaar.”

Grote groei

Arts en Zorg is in korte tijd enorm gegroeid. “In die periode lag de nadruk meer op zaken als financiën en techniek dan op cultuur en organisatie”, vertelt Mulder. “In 2015 besloot het management dat moest worden gestreefd naar verandering. Het vertrekpunt werd gevormd door story telling-sessies.”

Waarom heb jij ooit gekozen voor de gezondheidszorg? Waarom ben je gaan werken bij Arts en Zorg? Wat wil je bereiken met je werk? Arts en Zorg organiseerde de bijeenkomsten om de intrinsieke motivatie van collega’s én hun frustraties helder te krijgen. Het leverde een schat aan informatie op. Met die informatie is Arts en Zorg aan de slag gegaan. Er is een culturele transformatie in gang gezet op basis van drie programmaonderdelen: lean, hospitality 2.0 en zelforganisatie.

Maximale regelvrijheid

Die ‘zelforganisatie’ komt ook terug bij Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer. Directeur André Louwen: “Ik ben als algemeen directeur weliswaar formeel de baas bij de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), maar bij ons is iedereen eigenaar van de organisatie. Daarbij hoort onder meer een maximale regelvrijheid. Een voorbeeld: we leggen geen uniforme openings- en lunchtijden op voor de aangesloten huisartsenpraktijken. Ze bepalen dat zelf. En als een huisartsen- of fysiotherapiepraktijk of een apotheker het jaar afsluit met een positief saldo, beslissen ze zelf wat hiermee wordt gedaan. Ze hebben de ruimte om naar eigen inzicht te ondernemen en innoveren.”

Dit eigenaarschap is een van de redenen dat SGZ het keurmerk ‘Beste werkgever 2017/2018’ kreeg van Effectory, gespecialiseerd in het inzichtelijk maken van de feedback en ideeën van medewerkers. De resultaten van het medewerkers-tevredenheidsonderzoek vorig jaar waren de aanleiding. SGZ scoorde boven de benchmark.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Bundeling acute zorgketens in Spoedeisende Medische Dienst

Een landelijke primeur lonkt: Haagse instellingen onderzoeken of één loket voor basisspoedeisende zorg in de avond, nacht en het weekeinde kan worden gerealiseerd in de regio Haaglanden. In dat geval zou een nieuwe geïntegreerde acute keten deze zorg van 112 meldkamer/ambulancedienst, huisartsenpost, SEH, crisis-GGZ en acute thuiszorg vervangen. Hun callcenters, vervoersdiensten en behandelingen worden dan gebundeld in een zogeheten Spoedeisende Medische Dienst (SEMD).

Twee jaar geleden zette Rob Jansen op papier wat hem had verwonderd bij zij aantreden als voorzitter raad van bestuur bij de Haagse Huisartsendienst SMASH. Dat er drie acute zorgketens in de ANW-uren – die van de GGZ, de eerste lijn en de tweede lijn – naast elkaar functioneerden, vond hij niet logisch.

“Ik denk dat de meeste burgers dat zo ervaren”, zegt hij. “Wat doe je bijvoorbeeld als je kind ’s avonds, ’s nachts of in het weekeinde een knikker heeft ingeslikt? Bel je 112, ga je naar de huisartsenpost of rijd je naar de SEH? Deze onduidelijkheid leidt ertoe dat menigeen zich niet op het juiste adres meldt en dat de werkdruk voor zorgverleners toeneemt.”

Drukte tegengaan

In dezelfde tijd las Jansen over een mogelijke oplossing: de Spoedeisende Medische Dienst (SEMD). In 2012 had accountants- en adviesorganisatie KPMG een rapport hierover uitgebracht in opdracht van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPHuisartsen). Dit document was voor Jansen de aanleiding met de ketenpartners in Den Haag in gesprek te gaan over een mogelijke SEMD. InEen, LHV en VPH ondersteunen de pogingen. Zij zien de SEMD als een potentieel middel om de toenemende drukte in de acute zorg tegen te gaan.

Inmiddels is er wel wat veranderd, vertelt Jansen. “SMASH, de tweede lijn en de GGZ-crisisdienst hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over mogelijke samenwerking tussen de callcenters, samenwerking op vervoersniveau en samenwerking op behandellocaties. En zorgverleners binnen de SMASH en de tweede lijn tréffen elkaar inmiddels op gedeelde behandellocaties. Nu is er nog seriële samenwerking tussen eerste en tweede lijn. Het doel is te komen tot geïntegreerde samenwerking, waarbij de huisarts een regierol heeft.”

Haalbaarheidsstudie

Aan het eind van het jaar moet een haalbaarheidsstudie hebben geleid tot antwoord op vijf belangrijke vragen: Verbetert de gezondheid van de populatie dankzij een SEMD? Stijgt de kwaliteit van de gezondheidszorg? Wat levert het financieel op? Wat zijn de – financiële – effecten voor de afzonderlijke partners? Welke maatregelen kunnen worden getroffen om partijen te compenseren die er financieel op achteruitgaan én om het ervaren werkplezier van de zorgverleners te vergroten? Daarna besluiten de betrokken partijen of ze al dan niet een pilot met een SEMD opzetten.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Succesvol farmacotherapeutisch overleg leidt tot efficiënt voorschrijven

De medicatiekosten in de eerste lijn in Asten zijn 600.000 euro lager dan zou mogen worden verwacht van een gemeente met een dergelijke omvang. Nog belangrijker: het voorschrijfbeleid heeft er een hoge kwaliteit. Dit is te danken aan een succesvol FarmacoTherapeutisch Overleg tussen huisartsen en apothekers.

De resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven: de LHV en vier zorgverzekeraars hebben het Astens formularium en een aantal andere formularia aangewezen als lichtende voorbeelden voor de rest van het land. Het gaat nog verder: huisartsen kunnen op basis hiervan sinds dit jaar worden gemeten voor de S3-resultaatbekostiging.

Stroomversnelling

Hoe schrijf ik doelmatig geneesmiddelen voor? Zeker nu sinds anderhalf jaar veel nieuwe COPD-medicatie op de markt is gelanceerd, kan menig huisarts ondersteuning gebruiken bij goede en efficiënte besluitvorming over het type medicijn, de hoeveelheid, sterkte en dosering. Daardoor is de vraag naar een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS)  in een stroomversnelling geraakt. Vier zorgverzekeraars en de LHV hebben afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Zij hebben vijf ‘voorkeursformularia’ uit het land geselecteerd op grond waarvan huisartsen vanaf dit jaar worden beoordeeld door zorgverzekeraars. Een van die formularia is tot stand gekomen in Asten. Daar wordt al dertig jaar gewerkt met een eigen formularium, waarvan het gebruik tot dusver beperkt bleef tot deze Noord-Brabantse gemeente.

Frequent en intensief

Waarom wordt het voorschrijfbeleid van het FarmacotTherapeutisch Overleg (FTO) in Asten zo gewaardeerd? “Dat heeft onder meer te maken met de hoge frequentie en grote intensiteit”, vertelt Gertjan Hooijman, apotheker en eigenaar van Alphega apotheek Asten. “De tien huisartsen en twee apothekers in onze gemeente zijn ook verplicht eraan deel te nemen en samen de sessies voor te bereiden.” Huisarts Cees Kros: “Als een huisarts zich wil aansluiten bij een van de drie Astense praktijken, wordt dit als voorwaarde gesteld. Eenmaal aan dit systeem gewend, wil niemand er meer vanaf.”

Elf keer per jaar komen de huisartsen en apothekers bijeen. Kros: “Telkens staat één ziektebeeld centraal. Stel, er zijn nieuwe geneesmiddelen voor diabetici op de markt gekomen en wij bespeuren daardoor hiaten in het betreffende voorschrijfbeleid, dan gaan één huisarts en één apotheker de ontwikkelingen onder de loep leggen.”

Hooijman: “Huisarts en apotheker stellen een beslisboom op: welk scenario volgen we bij welke diabetes type-2-patiënt? De twee leggen hun bevindingen en de beslisboom voor aan de collega’s. Die discussiëren net zo lang totdat er consensus is over de beste keuzes. De afspraken leggen we vast in een sjabloon dat een plaats krijgt in het elektronisch voorschrijfsysteem van de huisarts.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Schotten weg in de zorg voor hartpatiënten

Het is snel en gemakkelijk gezegd: wij stellen de patiënt centraal en stappen over de lijnen van de gezondheidszorg heen. Niet zelden verwaaien de goede voornemens in de praktijk van alledag. Het Nederlands Hart Netwerk, een samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant, is aan het bewijzen dat het wél mogelijk is.

Cardiologen in Zuidoost-Brabant die een patiënt met boezemfibrilleren via ZorgDomein krijgen verwezen door een huisarts, gaan binnenkort eerst na of al een bloedonderzoek is gedaan en ECG’s zijn gemaakt in de eerste lijn. Zo ja, dan hoeven deze procedures niet nogmaals te worden uitgevoerd. De patiënt blijft extra belasting bespaard en krijgt niet te maken met korting op zijn eigen risico. Bovendien worden kosten voor een onnodige dubbele handeling voorkomen.

Dit is een van de lessen die zijn voortgekomen uit het kwaliteitsmodel van het Nederlands Hart Netwerk (NHN). Het samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant tussen zorgprofessionals uit de eerste, tweede en derde lijn beoogt – op basis van value-based healthcare – de zorgkwaliteit te optimaliseren voor patiënten met een hartaandoening en wil verder de zorgkosten verlagen.

Continu verbeteren

“Het NHN is opgericht in 2014 en operationeel sinds 2016”, zegt projectleider Paul Cremers. “Ons doel is de gezamenlijke zorg voor de patiënt met een hartaandoening continu te verbeteren. De gedachte hierbij is: het kan altijd beter. Daarom hebben we een kwaliteitsmodel ontwikkeld. Twee componenten zijn hierbij belangrijk: multidisciplinaire overleggen – in de vorm van netwerken per ziektebeeld – en de plan-do-check-act-cyclus.”

Pascale Voermans is voorzitter van de raad van bestuur bij SGE, één van de vier betrokken zorggroepen. “Telkens formeren we een werkgroep, ofwel netwerk, rondom een hartaandoening, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. De deelnemende zorgverleners bespreken hoe de zorg voor deze patiënten er volgens hen idealiter uitziet. Hoe zouden zij het proces over de lijnen heen willen vormgeven? Welke patiënten kunnen bijvoorbeeld bij de huisarts blijven en welke moeten worden verwezen naar een cardioloog? We betrekken ook patiënten bij de planvorming. Is het vanuit hun perspectief bijvoorbeeld logisch wat de zorgverleners willen? Uiteindelijk beschrijven we de gewenste aanpak in een transmurale zorgstandaard, waarbij rekening wordt gehouden met de NHG-Standaarden en nationale en internationale landelijke richtlijnen voor cardiologen. De zorgstandaard bestaat onder meer uit uniforme definities, uitkomstindicatoren, initiële condities, beschrijving van het zorgproces en protocollen.” Cremers: “Na ‘plan’ volgen, ‘do’, ‘check’ en ‘act’. We implementeren de afgesproken zorgstandaard, de zorgverleners gaan die uitvoeren en vervolgens worden de uitkomsten gemeten.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Albert Jan Kruiter, Instituut voor Publieke Waarden: “Eerste lijn zelf debet aan arbeidstekort”

Door verkokerd zorg te leveren creëert de eerste lijn zelf zijn personeelstekort. Bovendien neemt de sector een slachtofferrol aan en wordt voor oplossingen alleen gekeken naar het Rijk, de gemeente en verzekeraars. Het mag duidelijk zijn: Albert Jan Kruiter gooit stenen in de vijver tijdens de InEen Tweedaagse eind september. Hij is medeoprichter van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW).

“De eerste lijn rent vaak in een rondje en komt niet vooruit”, zegt Kruiter, een van de sprekers gedurende de InEen Tweedaagse. “Neem de zorg voor een gezin met problematische schulden, een gezin zoals wij vaak zien bij IPW. Stel, het gezin komt maandelijks honderd euro tekort. De volwassenen maken zich telkens weer zorgen: kunnen wij onze kinderen te eten geven? Ze gaan uiteindelijk met stressklachten naar de huisarts, ook al omdat de stress leidt tot lichamelijke problemen. De huisarts komt er niet uit en verwijst naar de eerstelijns-GGZ. Aan het eind van het jaar zijn duizenden euro’s aan zorgkosten gedeclareerd bij de zorgverzekeraar, maar is de oorzaak van de stress nog steeds niet weggenomen. Dit wordt vermeden als de eerste lijn ook het sociale domein serieus neemt in integraal werken.”

Integrale samenwerking

Kom bij Kruiter niet aan met teksten als ‘In de zorg wordt het tekort aan personeel de komende jaren steeds nijpender’. Hij countert: “De woorden ‘in de zorg’ zijn verkeerd. Ze miskennen dat integrale samenwerking nodig is, ook búiten de zorg. De zorg gaat zijn arbeidsproblematiek nooit op eigen houtje oplossen. Sterker, door zowel de focus op de zorg als door de verkokering binnen de zorg zelf creëert de sector alleen maar een personeelstekort.”

Arbeidsproblematiek verschuiven

Met verkokering binnen de zorg doelt Kruiter op alle verschillende zorgverleners binnen alle verschillende organisaties. “Stel je eens voor dat al die zorgverleners integraal gaan werken in plaats van dat ze deels met elkaar concurreren, wat vaak de praktijk is. Voeg daar bijvoorbeeld ook wijkagenten en consulenten van woningcorporaties bij. Als je de nulde en eerste lijn concentreert in plaats van fragmenteert, win je aan efficiëntie en zullen minder handen nodig zijn om hetzelfde te bereiken.”

Daarvoor moet de eerste lijn in beweging komen, betoogt Kruiter. “Met goede wil kan binnen tien jaar de omslag worden gemaakt. Het gaat erom als gehele sector populatiegericht actief te zijn op wijkniveau en je daarbij te laten leiden door resultaten in plaats van door je eigen productie.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Blue zones inspiratiebron voor behandeling dementie

Een betere levenskwaliteit voor mensen met dementie? Zorgverleners in de eerste lijn kunnen zich laten inspireren door de kenmerken van de vijf zogeheten ‘blue zones’. Dit zijn gebieden waar mensen gemiddeld een hogere leeftijd bereiken en ook langer verschoond blijven van gezondheidsproblemen dan in de rest van de wereld.

“Wie de zorg heeft over iemand met dementie, moet kwaliteit van leven plaatsen op plek één, twee en drie.” Dat zegt ouderenpsycholoog Frans Hoogeveen. Hij heeft zelf met mensen met dementie te maken bij Florence, een Haagse organisatie die zowel intramurale zorg als thuiszorg levert. Tijdens zijn periode als lector Psychogeriatrie aan de Haagse Hogeschool, tussen 2009 en 2017, boog Hoogeveen zich over verbetering van levenskwaliteit bij dementie. Hij is ervan overtuigd dat hierbij lessen zijn te trekken uit de blauwe zones. “Aan dementie liggen verschillende factoren ten grondslag”, legt hij uit. “Stel, jij hebt erfelijke aanleg voor dementie op oudere leeftijd, dan kan je het moment met de juiste levensstijl misschien een aantal jaren uitstellen. De blauwe zones bieden een recept voor een hoge levensverwachting en meer gezonde jaren. We kunnen hiermee ons voordeel doen, ook op het vlak van dementie.”

Wijs

Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat mensen met dementie dezelfde zaken belangrijk vinden als mensen zonder dementie: relaties met naasten, zingeving en eigen regievoering. “In al deze factoren wordt voorzien in de blauwe zones”, vertelt Hoogeveen. Naast gezond – veelal plantaardig – eten en bewegen, is zingeving een belangrijke component van het leven in de blauwe zones. Ouderen worden niet vergeetachtig, maar wijs gevonden. En ze blijven aan het werk. Maar het meest interessant vindt Hoogeveen de sociale factor. “Als je de mensen bij je houdt die je dierbaar zijn, met wie je zaken onderneemt en die jou steunen, blijkt dat levensverlengend te zijn en de gezondheid te bevorderen.”

De hele mens

Hoe kunnen we succesfactoren uit de blauwe zones vertalen naar de eerstelijnszorg? “Kijk naar de héle mens. Denk bij de behandeling van dementie niet alleen aan de medische kant, maar ook aan het psychische verhaal en de gevolgen voor iemands sociale leven. Verdiep je in vragen als: hoe was deze persoon voor zijn ziekte, waar was hij goed in, wat bepaalde zijn identiteit? Op basis daarvan kan worden geprobeerd iemand weer in zijn kracht te zetten, wat aansluit bij de factor zingeving.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Boezemfibrilleren vroeg in beeld

Eerder en vaker boezemfibrilleren opsporen in de huisartsenpraktijk en daarmee ziekenhuiszorg vermijden. Dat is het doel van twee programma’s waarin wordt gebruikgemaakt van de MyDiagnostick.

“Is er niet iets te bedenken waarmee boezemfibrilleren kan worden vastgesteld in de eerste lijn en waarmee herseninfarcten kunnen worden voorkomen?” Die vraag, bijna tien jaar geleden gesteld door cardioloog Robert Tieleman, heeft een succesvol apparaat opgeleverd: de MyDiagnostick. De medisch specialist uit het Martini Ziekenhuis vertelt: “Ik schat dat hiermee tussen april 2015 en januari 2017 325 keer boezemfibrilleren is gevonden in huisartsenpraktijken in Groningen en delen van Friesland en Drenthe. Bovendien bleek van 350 mensen bij wie al boezemfibrilleren bekend was, dat zij extra antistolling nodig hadden.”

Eerder aan het licht

MyDiagnostick is een klein, staafvormig apparaat dat de polsslag meet en een hartfilmpje maakt. Tieleman: “De eerste grootschalige test was in tien huisartsenpraktijken waar senioren de griepprik kwamen halen. Senioren hebben een verhoogde kans op boezemfibrilleren, omdat onder hen vaak CVRM of diabetes mellitus voorkomt. En wat bleek? Bij anderhalve procent van de deelnemers leverde de vroegdiagnostiek de diagnose ‘boezemfibrilleren’ op.”

Dat was het sein voor een grootschalige uitrol vanaf 2015. Vele partijen maken deel uit van de Keten Atriumfibrilleren*. Tieleman: “Inmiddels doen al 160 huisartsenpraktijken in de provincie Groningen mee, die een gezamenlijke populatie hebben van 108.000 65-plussers. Patiënten met CVRM of diabetes mellitus krijgen de MyDiagnostick aangeboden. Kleurt die rood? Dan zoekt de POH via een digitaal consult contact met een cardioloog ter bevestiging van de diagnose en voor een behandeladvies. Dat heeft drie effecten. Eén: een patiënt heeft boezemfibrilleren en kan dankzij contact tussen eerste en tweede lijn bij de huisarts blijven. Twee: dankzij het goede contact tussen eerste en tweede lijn is voor sommige patiënten geen ziekenhuiszorg meer nodig, zij gaan terug naar de huisarts. En drie: ziekenhuizen krijgen eerder patiënten in beeld die wel degelijk ziekenhuiszorg nodig hebben.”

Kosten

Luc Theunissen, cardioloog in het Máxima Medisch Centrum, locatie Veldhoven, noemt Tieleman een voortrekker. Mede naar aanleiding van de ervaringen in de noordelijke provincies is onlangs een soortgelijk programma van start gegaan in Zuidoost-Brabant. “Een CVA is verschrikkelijk voor de patiënt én kost de samenleving gemiddeld 30.000 euro aan medische zorg en zaken als aanpassingen in de woning. Wij verwachten bij een optimale uitrol van ons project jaarlijks ruim honderd CVA’s te voorkomen, dus tel uit je winst”, aldus Theunissen.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Creatieve oplossingen voor arbeidsmarktproblematiek in krimpregio’s

Medewerkers die van zorg- en welzijnsonderdeel kunnen ruilen zodra de originele keuze niet blijkt te bevallen in de eerste twee jaar na hun hbo-diplomering. Mogelijke zij-instromers die na een vergeefse sollicitatie niet van de radar verdwijnen, maar worden benaderd wanneer zich elders in de sector een vacature aandient. Met deze en andere creatieve initiatieven gaan krimpregio’s de arbeidsmarktproblematiek te lijf.

Het tekort aan medewerkers is een van de belangrijkste uitdagingen voor iedereen die iets te maken heeft met zorg en welzijn. Als we nu niets doen, dreigt in 2022 een tekort van 100 tot 125 duizend medewerkers. De uitdaging is extra groot in krimpregio’s. Neem de Achterhoek. Als hier geen actie wordt ondernomen, ontstaan in de komende vier jaar 4.400 arbeidsplaatsen waarvoor een zorg- of welzijnsmedewerker wordt gezocht. In Zeeland zouden dat er 1.350 zijn.

Leren op de werkvloer

De Transformatietafel Achterhoek, een overleg tussen onder meer gemeenten, zorgverzekeraars, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgkantoor en onderwijs, bracht onlangs het Regionaal Actieplan Arbeidstekorten Achterhoek in stelling. Een belangrijke actie is vergroting van de opleidingscapaciteit. “We streven ernaar dat studenten zoveel mogelijk kiezen voor leren op de werkvloer, zodat zij direct ervaren wat wordt gevraagd in de praktijk”, zegt Gerard Nederpelt, directeur van werkgeversvereniging WGV Zorg en Welzijn, onder meer actief in de Achterhoek. “Scholen verzorgen ook opleidingen binnen de zorg- en welzijnsinstellingen zelf. Docenten zijn dan optimaal op de hoogte van de actuele kennis- en kundebehoeften in de praktijk.” Dit sluit aan bij de zogeheten wijkleercentra. Nederpelt: “Hier vind je bijvoorbeeld huisartsen, thuiszorg- en ziekenhuismedewerkers en personeel uit de gehandicaptenzorg. In deze praktijkcontext leren studenten van ROC het Graafschap College buitenschools en onder begeleiding van een docent van hun school. Deze constructie is een aantal jaren geleden uit noodzaak geboren: zorginstellingen waren te druk om studenten op te leiden. Maar wat bleek? Het leidt tot zó’n goede aansluiting tussen opleiding en praktijk, dat er nu al twintig wijkleercentra zijn.”

Behouden voor sector

In Zeeland moeten zorg- en welzijnsorganisaties dikwijls met lede ogen aanzien hoe hbo-verpleegkundigen kort na hun diplomering afknappen op hun werk en vervolgens de sector verlaten, verteltdirecteur-bestuurder Monica Roose van ViaZorg. Veertien zorg- en welzijnsorganisaties, dertien gemeenten en twee kennisinstellingen beginnen binnenkort met een proef die de hbo’ers voor de sector moet behouden. Roose: “Na je hbo-diploma kun je vier traineeships van een half jaar doen: binnen GGZ, maatschappelijk werk, gehandicaptenzorg en de jeugdhulp. Ook kun je tijdens het traineeship de vereiste accreditaties behalen. Na de praktijkervaringen maak je je keuze en krijg je gegarandeerd een baan. Met dit initiatief hopen we eveneens hbo’ers van buiten Zeeland te verleiden.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Onno Hoes, voorzitter Schakelteam personen met verward gedrag: “Eerste signalen opvangen in huisartsenpraktijk”

Gemeenten dienen zich te realiseren dat huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners van cruciale betekenis zijn bij vroegtijdige signalering van verward gedrag. Deze professionals kunnen een hulpvraag vaststellen en de persoon begeleiden naar de benodigde deskundigheid. Dat zegt Onno Hoes, voorzitter van het Schakelteam voor personen met verward gedrag.

Alle Nederlandse gemeenten moeten op 1 oktober beschikken over een goed werkende aanpak voor personen met verward gedrag. Het Schakelteam personen met verward gedrag ondersteunt regio’s en gemeenten daarbij in opdracht van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) en de voorzitter van de directieraad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Het tussenbericht dat het Schakelteam in april publiceerde, is niet geruststellend. ‘Over het algemeen constateren we helaas nog regelmatig dat het positieve beeld dat de gemeenten schetsen niet altijd wordt herkend in gesprekken die wij voeren met bijvoorbeeld cliënt- en familieorganisaties, burgemeesters, in de regio’s of met samenwerkingspartners’, lezen we. En: ‘Uit onze gesprekken blijkt ook dat gemaakte plannen vaak nog niet zijn vertaald naar de praktijk en dat structurele afspraken over borging en financiering nog ontbreken.’ In een brief aan de voorzitters en leden van alle nieuwe gemeenteraden doet het Schakelteam een dringend beroep om mensen met verward gedrag de komende jaren niet in de kou te laten staan. Er volgen drie adviezen: investeer in een veilige en inclusieve wijk, verbindt zorg en veiligheid en werk samen en investeer. We vroegen Onno Hoes, voorzitter van het Schakelteam, welke rol eerstelijnszorgverleners kunnen bekleden en waarmee gemeenten hun voordeel zouden moeten doen.

Inclusieve wijk

“Preventie is noodzakelijk om persoonlijk leed te beperken en incidenten te voorkomen. In elke gemeente zouden – naast de wijkagent – voldoende ogen, oren en deskundigheid moeten zijn op het vlak van verwardheid. Huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners, zoals tandartsen, zijn daarvan een goed voorbeeld. Zij zijn cruciaal voor goede preventie en signalering én eventuele begeleiding naar andere deskundigen.”

“Personen met verward gedrag zijn gebaat bij iemand die hen met zachte hand begeleidt naar de benodigde hulp”, vervolgt Hoes. “Ons advies: je kunt je eerste slag slaan op wijkniveau. Het is belangrijk dat gemeenten, eerstelijnszorgverleners en de zogeheten nulde lijn zich hiervan bewust zijn. Naar onze mening kunnen personen met verward gedrag gewoon thuis wonen, maar wel met de noodzakelijke hulp. Daarvoor zijn voldoende en betaalbare plekken nodig voor begeleid/beschermd wonen en een passend aanbod van ondersteuning en zorg. Denk ook aan laagdrempelige voorzieningen en cliënt- en familie-initiatieven die zijn gericht op herstel en participatie. Deze verdienen structurele – financiële – ondersteuning. Essentieel hiervoor is ook een 24/7 bereikbaar advies- en meldpunt waar bezorgde burgers terechtkunnen en van waaruit zo nodig snel de juiste hulp kan worden geregeld. Betrokkenheid van eerstelijnszorgverleners hierbij is belangrijk.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier: