Berichten

Huisartsen hechten grote waarde aan de apotheker in de wijk

Huisartsen beschouwen de openbare apotheker als farmacotherapeutisch expert, ze stellen prijs op rechtstreeks contact met hem voor farmacotherapeutisch overleg en ze vinden het belangrijk dat de apotheker laagdrempelig in de wijk aanwezig is. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van een marktonderzoek onder huisartsen, dat Service Apotheek in het voorjaar van 2018 liet uitvoeren.

Huisartsen zijn heel tevreden over de apotheker, dat is een van de meest opvallende uitkomsten van het marktonderzoek, waaraan 159 huisartsen deelnamen. “Eigenlijk is het vanzelfsprekend om huisartsen te vragen wat ze van het werk van openbare apothekers vinden”, stelt Giel Jansen, apotheker van Service Apotheek Zenderpark in IJsselstein en lid van de franchiseraad. “Zij zijn onze belangrijkste partners in de zorg. Toch is dat volgens mij nooit eerder aan hen gevraagd. Dat maakt dit onderzoek uniek.”

En de uitkomsten mogen er wezen. Zo scoren alle apotheken gemiddeld een 8 bij de huisartsen. De Service-apothekers scoren zelfs nóg hoger. Een 8,7 bij huisartsen die weten dat hun vaste apotheker een Service-apotheker is, een 8,1 bij huisartsen die dat niet weten, constateert Iris van der Valk, algemeen directeur van Service Apotheek.

Service en goed overleg zijn de door huisartsen meest genoemde aspecten van wat een apotheek tot een goede apotheek maakt. Huisartsen hechten veel waarde aan het contact met de apotheker, legt Van der Valk uit. “Ze vinden het belangrijk om met de apotheker te kunnen overleggen. Dat is een prettige uitkomst van het onderzoek. De huisarts ziet de apotheker als medebehandelaar. Hij beschouwt hem als de farmacotherapeutisch expert, als partner met wie hij op voet van gelijkwaardigheid van gedachten kan wisselen over het farmacotherapeutisch beleid.”

Wake-up call

Huisartsen willen daarom graag vaker rechtstreeks contact met de aanwezige apotheker. Uit het onderzoek blijkt echter dat het vaak de apothekersassistent is die contact opneemt. Dat dit directe contact met de huisartsen niet altijd tot stand komt, is geen onwil van de apothekers, benadrukt Van der Valk. “Het is eerder ingeslopen in hun werkwijze. Maar deze uitkomst is voor ons wel een wake-up call. We gaan onze franchisenemers zeker vragen hoe vaak zij de huisarts spreken. Het is belangrijk dat ze zich er meer van bewust worden hoeveel prijs de huisarts stelt op het onderling contact.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Data als sleutel voor populatiemanagement

Als de huisarts een sleutelrol wil blijven vervullen in de eerstelijnszorg, is een doorbraak in digitalisering onontkoombaar. HuisartsenOrganisatie Oost-Gelderland (HOOG) is al druk doende om praktisch invulling te geven aan deze waarschuwing uit een recent rapport van Nictiz. HOOG werkt langs diverse lijnen aan populatiemanagement en begrijpt de cruciale rol van ICT – in het bijzonder het huisartsinformatiesysteem – daarin.

Wat gebeurt en verandert er in mijn werkomgeving en hoe krijg ik daar als huisarts zicht op? Deze vraag stelde huisarts Marcel Kerkhoven uit Brummen zichzelf toe hij hoorde van het kabinetsbeleid gericht op het langer thuis laten wonen van ouderen bij toenemende kwetsbaarheid. Kerkhoven kreeg subsidie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om de patiëntdata uit zijn eigen huisartsinformatiesysteem (HIS) van de afgelopen vijf jaar – leeftijd, ziektebeelden, meetwaarden en medicatiegebruik – te verrijken met open data over de inwoners in zijn werkgebied. Doel hiervan is geanonimiseerd inzicht te krijgen in de kwetsbare populatie. “Een proof of concept”, noemt hij het. “Vraag is nog wel of het met het oog op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogelijk is om die gegevens op postcodeniveau over meerdere huisartsenpraktijken heen bij elkaar te brengen om de mensen in de wijk beter in beeld te brengen, de zorg voor die doelgroep te verbeteren en de zorgkosten te verlagen. Ook moeten we nog onderzoeken hoe we die data kunnen koppelen aan de werkvloer en tot gespreksonderwerp voor de huisarts en wijkverpleegkundige kunnen maken. Dan kunnen we die verrijkte data gebruiken om de samenwerking van de huisartsen met de andere zorgaanbieders voor de doelgroep kwetsbare ouderen op wijkniveau verder vorm te geven.”

Inzicht in elkaars data

Die samenwerking is hard nodig, stelt Kerkhoven. “De eerste lijn is versnipperd en er komen steeds meer aanbieders. Dit maakt het lastig om tot afstemming te komen om deze mensen de zorg te bieden die zij nodig hebben.” Zorgverzekeraar Zilveren Kruis financierde een pilot in de regio Zutphen voor veilige digitale communicatie tussen huisartsen en thuiszorg. “Als we dat bewerkstelligen, kunnen we stappen zetten”, zegt Kerkhoven. “Zetten we dan in samenspraak met de huisartsen wijkverpleegkundigen in en zorgen we voor bedden in de wijk in samenwerking met het verpleeghuis, dan hebben we een team dat kwetsbare ouderen kan opvangen als dat nodig is.”

De regio Zutphen, waar Kerkhoven werkt, is een van de regio’s waarin de huisartsen samenwerken binnen HOOG. De andere twee zijn Apeldoorn en Oost-Achterhoek. “Wat Marcel Kerkhoven voor zijn eigen praktijk aan het doen is, proberen wij voor alle aangesloten huisartsen te realiseren”, zegt Jeroen Frequin, directeur van HOOG.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Stagepunt Midden-Brabant slaat brug tussen opleiding en praktijk

Het is tijd voor actie. Door de toenemende en complexer wordende zorgvraag krijgen huisartsen steeds meer op hun bord. Tegelijkertijd is het steeds moeilijker om ondersteunend personeel te vinden. Enerzijds door vergrijzing binnen het personeelsbestand, anderzijds doordat te weinig nieuw personeel wordt opgeleid. Door een gebrek aan stageplaatsen in de huisartsenpraktijk komen veel studenten bij scholen op de wachtlijst terecht. Als er niet meer ondersteunend personeel wordt opgeleid, komt de continuïteit van de huisartsenzorg in het gedrang.

Om de continuïteit van de huisartsenzorg in de toekomst te waarborgen hebben PRO Praktijkmanagement, RCH Midden-Brabant, LHV-kring, Huisartsenposten Midden-Brabant, SBB en het ROC Tilburg, het regionaal stagebureau Stagepunt Midden-Brabant opgezet.

Stagepunt Midden-Brabant heeft als doel om door ontzorging van de huisarts en een betere afstemming tussen alle partijen meer en betere stageplaatsen te creëren voor doktersassistenten. Het voornemen is om volgend jaar ook te starten met praktijkondersteuners. “Middels Stagepunt Midden-Brabant willen we naast het ondersteunen van huisartsen ook een aantal uitdagingen ‘tackelen’, waaronder de beschikbaarheid van voldoende opleidingscapaciteit, het voorkomen van uitstroom en het borgen van de continuïteit”, vertelt Daphne Jansen, algemeen manager van PRO Praktijkmanagement.

“Het gebrek aan stageplaatsen heeft onder andere als oorzaak het tijd- en ruimtegebrek binnen de huisartsenpraktijk en de nodige begeleiding en administratie die bij het plaatsen van een stagiair komt kijken. Fijn dat Stagepunt Midden-Brabant gaat bijdragen aan een oplossing voor deze belemmeringen”, aldus Anne van Riet-Keulen, projectleider van stageverbeterplan Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg.

Taken Stagepunt

Stagepunt Midden-Brabant gaat de administratieve en organisatorische zaken omtrent het plaatsen van een stagiair van de huisarts overnemen. “Hiermee wordt een win-winsituatie gecreëerd”, vertelt Annemarie Cromwijk, zorggroepmanager bij RCH Midden-Brabant. “Huisartsenpraktijken ervaren de voordelen van de goed opgeleide stagiairs en kunnen meer stageplaatsen aanbieden. Meer doktersassistenten kunnen hierdoor de opleiding volgen en uiteindelijk neemt de arbeidskrapte voor deze beroepsgroep af.”

Ook in de begeleiding vervult Stagepunt een belangrijke rol. “Het zorgt voor stagiairs die goed voorbereid zijn en weten wat de praktijk van hen verlangt. Ook richting huisartsenpraktijken wordt aangegeven wat van een stagiair kan worden verwacht”, aldus Cromwijk. Van Riet-Keulen: “Een groot voordeel voor zowel de huisarts, stagiair als de school is dat zij in Stagepunt Midden-Brabant allen één centraal aanspreekpunt hebben voor vragen, opmerkingen en ervaringen.”

Tot slot vormt Stagepunt de verbinding tussen de huisartsenpraktijk en de school. “Feedbackpunten worden via Stagepunt teruggekoppeld naar de opleiding. Hiermee wordt de kwaliteit van het lesprogramma op niveau gehouden en verbeterd waar nodig. Ook is het doel de lesstof nog beter aan te laten sluiten op de praktijk”, vertelt Van Riet-Keulen.

Auteur: Wiesje van Woerkum

Download het volledige artikel hier:

Ketenvorming biedt huisartsen perspectief

In diverse disciplines van de zorg is ketenvorming aan de orde. Hoe staat het met de huisartsen? Wat zijn de verwachtingen, wat valt te leren? Wat is er anders? De Eerstelijns analyseert in samenspraak met sectorspecialisten van kennispartner ABN AMRO.

Er zijn verschillende vormen van ketenvorming. Het gemeenschappelijke doel is toegevoegde waarde te creëren voor de patiënten, kwaliteit te bevorderen, inkoop- en verkoopmacht te vergroten en gezamenlijk gebruik te maken van faciliteiten. Oftewel ontzorgen.

In de eerstelijnszorg kennen we al verschillende vormen van monodisciplinaire ketens: apothekers, tandartsen, podotherapeuten, psychologen en fysiotherapeuten. Hoewel een zorggroep van huisartsen ook veel weg heeft van zo’n monodisciplinaire keten, beperkt deze zich tot een (klein) deel van de patiënten en is de samenwerking te vrijblijvend om van ketenvorming te kunnen spreken. Alleen bij sommige koepels van gezondheidscentra is sprake van ketenvorming. Sommige zorggroepen ontwikkelen zich in die richting.

Actueel

Een aantal ontwikkelingen die bij andere disciplines tot ketenvorming leidde, is ook aan de orde in de huisartsenzorg. Dat maakt het onderwerp ketenvorming actueel. De complexiteit, de werkdruk, het toekomstperspectief en de risico’s van het zelfstandig ondernemerschap leiden er bijvoorbeeld toe dat jonge huisartsen niet meer snel warmlopen voor een praktijkovername. Financieringsvraagstukken spelen ook een rol.

Door ketenvorming kan een bepaalde schaal worden behaald, waardoor diensten in eigen beheer kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld diagnostiek of vastgoedbeheer. De innovatie- en implementatiekracht worden versterkt en de ketenorganisatie kan professionals ontzorgen in niet-medische bedrijfsprocessen en digitalisering, bij het naleven van wet- en regelgeving, bij de regionale afstemming met andere partijen en met de zorgverzekeraar. De bekostiging stuurt op regionale ketenvorming. Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor de module Organisatie & Infrastructuur (O&I) is immers een gemandateerde organisatie.

Autonome ontwikkeling

De ervaring bij tandartsen en apothekers leert dat ketenvorming dichterbij komt naarmate de ‘pijn’ van het individuele praktijkhouderschap groter wordt. In die sectoren verliep het trapsgewijs. De initiatiefnemers bij de vorming van huisartsenketens zullen ondernemende huisartsen zijn. Pas daarna komen er investeerders die ketens opkopen vanwege geprognosticeerde omzet in een breder portfolio en dienstenpakket. Vervolgens biedt men binnen de keten ook eigen diensten en producten als centrale inkoop, opleiding of inkoop aan. Er zijn allerlei organisatievormen mogelijk om hieraan invulling te geven. Dit is een autonome strategische ontwikkeling die zeker zal gaan spelen. Het tijdpad is minder goed te voorspellen.

Auteurs: Jan Erik de Wildt en sectorspecialisten ABN AMRO

Download het volledige artikel hier:

Eenvoudige handleiding helpt huisartsen om onnodig ICS-gebruik te stoppen

Veel patiënten met lichte tot matige COPD gebruiken onnodig inhalatiecorticosteroïden (ICS). Het gebruik in deze groep is niet altijd effectief, maar kan wel leiden tot onnodige bijwerkingen en zorgkosten. Een groep longzorg experts bundelde de krachten in een samenwerkingsverband en bouwde een handleiding om onnodig ICS-gebruik af te bouwen. Deze ICS-reductietool wordt nu getest.

De NHG-standaard is helder: inhalatiecorticosteroïden schrijf je als huisarts alléén voor aan patiënten die vaak COPD-exacerbaties hebben ondanks goede luchtwegverwijders. Dat is zo’n twaalf procent van alle COPD-patiënten. “In de praktijk zien we dat ongeveer zestig procent van de COPD-patiënten vaak jaren, of zelfs levenslang ICS gebruikt”, aldus Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde en COPD-deskundige van het LUMC.

Het probleem van overmatig ICS-gebruik bestaat al lang. Huisartsen schreven veel pufjes voor vanuit eerdere COPD-richtlijnen. En vanaf dat moment is een groot deel van de patiënten ze blijven gebruiken. Huisartsen schatten de preventieve werking van ICS op exacerbaties nog onterecht hoog in. Chavannes: “Inzichten zijn veranderd. Zo weten we sinds kort dat ICS naast relatief milde bijwerkingen zoals keelschimmel, blauwe plekken en osteoporose de kans op longontsteking vergroot. Als je het immuunsysteem onterecht plat legt, bereik je een tegenovergesteld effect. Los daarvan kost medicatie voor COPD en astma de maatschappij veel geld dat niet altijd doelmatig wordt gebruikt.”

Veilig stoppen

Maar stoppen met ICS is niet gemakkelijk, zorgvuldige begeleiding is daarom belangrijk. Met steun van het farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim ontwikkelden onderzoekers op basis van recente wetenschappelijke inzichten en kennis een handleiding voor huisartsenpraktijken om patiënten veilig te laten stoppen met ICS. Er werd op toegezien dat de ICS-reductietool voor álle huisartsen en POH’s begrijpelijk is.

De tool bestaat uit een stroomschema waarin twee belangrijke hoofdvragen worden gesteld. Is er sprake van astma? Zo ja, continueer ICS. Was er afgelopen jaar sprake van twee lichte exacerbaties of één ernstige? Zo niet, dan kan ICS worden stopgezet. De handleiding bevat naast het stroomschema ook een monitoring-gedeelte waarin staat hoe vaak en wanneer een patiënt die gestopt is met ICS moet worden gezien, wat er gedaan moet worden als er klachten zijn en wanneer ICS gebruik heroverwogen moet worden. Chavannes: “Monitoring is belangrijk. We hebben het over mensen die vaak levenslang hun pufjes namen. Twintig tot dertig procent krijgt toch klachten terug. Ook ligt het nocebo-effect op de loer. Mensen missen hun pufjes en kunnen in paniek raken zonder.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

UNICUM: één regionaal aanspreekpunt namens alle huisartsen

Ziekenhuizen, gemeenten en thuiszorgorganisaties die op regioniveau afspraken willen maken met huisartsen, hebben een steeds grotere behoefte aan één vertegenwoordigende organisatie die makkelijk aanspreekbaar is. Mede daarom zag eind vorig jaar UNICUM het levenslicht in het zuidoostelijk en -westelijk deel van de provincie Utrecht.

“Sinds kort zijn we voor huisartsen een project over Positieve Gezondheid aan het opzetten in Zuidoost-Utrecht. Ook wordt gewerkt aan een app waarmee zorgverleners in een veilige omgeving de situatie van een patiënt kunnen bespreken nadat deze daarvoor toestemming heeft gegeven. Voorheen was dit soort ambities lastig te realiseren. De afzonderlijke huisartsenorganisaties beschikten hiervoor over onvoldoende organisatiekracht en financiële middelen. Met onze nieuwe, grotere organisatie kunnen we hiervoor een beroep doen op een professioneel bureau.”

Aan het woord is Niels Harkink. Behalve huisarts te Zeist is hij bestuurder van UNICUM Huisartsenzorg Coöperatie Zuidoost-Utrecht. Evenals een andere coöperatie – UNICUM Zuidwest-Utrecht – is die aandeelhouder van een fonkelnieuwe ondersteuningsorganisatie voor huisartsen: UNICUM BV.

Eén gezicht

“We willen sterker en slagvaardiger worden door gezamenlijk op te trekken. En daarbij is het belangrijk vanuit één organisatie te worden ondersteund”, aldus Harkink. Die wens, in 2013 en masse geventileerd tijdens een symposium voor huisartsen in Zuidoost-Utrecht, kan achteraf worden beschouwd als een van de aanzetten tot wat nu UNICUM is.

Hans Erik van Helsdingen, directeur Bedrijfsvoering UNICUM BV: “Ook bij PreventZorg, waar ik destijds werkzaam was, vingen we steeds vaker dit soort signalen van huisartsen op. Terecht. Willen huisartsen hun (regie)rol in de eerste lijn kunnen vervullen en behouden én invloed uitoefenen op ontwikkelingen in hun werkgebied, dan is het essentieel dat zij zich regionaal goed organiseren. Zij moeten als ‘collectief’ aanspreekbaar zijn voor netwerkpartijen in het domein van cure, care en sociaal domein. Deze organisaties kunnen huisartsenpraktijken vervolgens ook faciliteren om naar de afspraken te handelen in het zorgnetwerk. Dit alles is ook wenselijk met het oog op de nieuwe betaaltitels Organisatie & Infrastructuur (O&I) per 1 januari 2018.”

Versnippering belemmerend

Harkink voegt toe dat versnippering van het regionale zorgveld innovaties en regionale samenwerking belemmert. “Huisartsenverenigingen, zorggroepen, huisartsenposten en overige organisaties richten zich vaak op de ondersteuning van deelaspecten van de huisartsenzorg. Stuk voor stuk varen ze hun eigen koers en hebben ze een eigen bestuur en organisatiestructuur. De regie van huisartsen over het beleid is dikwijls beperkt. Het schort aan één duidelijk aanspreekpunt voor zowel de huisartsen als voor externe partijen.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Vroeg zicht op boezemfibrilleren

Huisartsen in Friesland hebben in de afgelopen twee jaar 140 keer vroegtijdig boezemfibrilleren helpen constateren. Daarmee is de kans op een beroerte voorkomen en zorg in de tweede lijn vermeden. Initiatiefnemer Geert Tjeerdsma, cardioloog in ziekenhuis Tjongerschans te Heerenveen, vertelt.

Wat was de aanleiding voor het project Atriumfibrilleren Eerstelijns Diagnostiek (AED)?

“Soms is er sprake van boezemfibrilleren, maar is dat onbekend omdat de persoon in kwestie niet of nauwelijks de bijbehorende klachten heeft. Dit wordt ‘stil boezemfibrilleren’ genoemd. Onderzoek heeft een aantal jaren geleden uitgewezen dat huisartsen hierdoor dikwijls de diagnose niet stellen. Dit wekte mijn nieuwsgierigheid en leidde tot een ambitie: ik wilde proberen huisartsen te faciliteren om wél boezemfibrilleren te kunnen diagnosticeren, zodat tijdig kan worden overgegaan tot behandeling.”

Binnen het project wordt de ‘Mydiagnostick’ gebruikt. Wat is dat precies?

“Een staaf-achtig voorwerp dat de patiënt ongeveer twee minuten in beide handen vasthoudt. Het heeft hetzelfde principe als een elektrocardiogram (ECG). Ook hier wordt een hartfilmpje gemaakt, maar dan met behulp van slechts één kanaal: de staaf tussen de handen. Als de stick rood kleurt, is er een groot risico op boezemfibrilleren. De huisarts kan de verzamelde data via de PC digitaal doorsturen ter beoordeling van de cardioloog.”

Als de symptomen van boezemfibrilleren vaak niet aan de oppervlakte komen, hoe weet de huisarts dan bij wie hij een hartfilmpje moet maken?

“Door alert te zijn bij mensen met risicofactoren. Stil boezemfibrilleren komt relatief vaak voor bij 65-plussers met diabetes, een hoge bloeddruk, eerder hartfalen, een eerder hartinfarct of een eerdere beroerte. Dat werd bevestigd tijdens een pilot die we eind 2014 deden bij een Friese huisarts. Tijdens een griepvaccinatieavond gaven we de stick aan 400 mensen. Bij twintig toonde het apparaat boezemfibrilleren aan. Van tien van hen was dat al bekend, maar van de tien anderen niet.”

Na die bevestiging kon de volgende stap worden gezet?

“Toen zijn we daadwerkelijk van start gegaan met het project. Veertig huisartsen uit de regio Heerenveen, Joure, Wolvega en Akkrum gingen begin 2015 werken met de Mydiagnostick.

Zowel in 2015 als in 2016 stuurden huisartsen ongeveer honderd keer een rode uitslag naar een cardioloog. Bij zeventig procent, ofwel 140 patiënten, bleek het na analyse door de cardioloog daadwerkelijk om stil boezemfibrilleren te gaan.”

Wat zijn de voordelen voor de patiënt?

“Een snellere diagnose. Dat is belangrijk, want soms manifesteert de ritmestoornis zich wel en soms niet. Het is mogelijk dat een patiënt zich een paar dagen of weken na de klachten in het ziekenhuis meldt en dat een ECG dan niets ernstigs aan het licht brengt. Er is ook een financieel voordeel voor de patiënt. De huisarts blijft hoofdbehandelaar, dus de zorg gaat niet ten koste van het eigen risico.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Uniek all-in tarief voor de huisartsenzorg

Nieuw en bijzonder: uiterlijk op 1 januari volgend jaar bieden de huisartsen van 25 gezondheidscentra zorg volgens een all-in tarief dat is overeengekomen met verzekeraar Menzis. Dit omvat de gehele huisartsen- en multidisciplinaire zorg: inschrijftarieven, consulten, verrichtingen, chronische ketenzorg, geïntegreerde eerstelijnszorg en zorgvernieuwing.

“Ik ben hier blij mee”, zegt Amon van den Borg. “Niet eerder zijn zóveel betaaltitels ondergebracht in één tarief. Uniek is dat ook betaaltitels voor chronische zorg erbij zijn betrokken.” Van den Borg is directeur van Arts en Zorg, de organisatie waarbij 25 eerstelijnsgezondheidscentra uit het hele land zijn aangesloten waarbinnen genoemde huisartsen werkzaam zijn.

Hij legt uit: “Huisartsen hebben te maken met een mozaïek van betaaltitels. Ze zijn veel tijd kwijt aan het afvinken van deze titels en aan het registreren en verantwoorden van hun behandelingen. Bovendien zijn ze doorgaans gebonden aan het 10-minutenconsult per patiënt. Onze huisartsen kunnen straks dankzij het all-in tarief rekenen op een grote mate van flexibiliteit en vrijheid. Zij bepalen zelf hoeveel tijd zij besteden aan een patiënt en hoe ze dat doen: fysiek of digitaal. We laten de stopwatchzorg achter ons en geven iedereen de benodigde tijd en aandacht. Tegelijkertijd daalt de administratieve lastendruk.”

Meer opties consult

Van den Borg noemt een ander voordeel. “Het all-in tarief maakt het beter mogelijk zorginnovaties te ontwikkelen en implementeren. Een voorbeeld: Arts en Zorg heeft een chat-instrument gemaakt waarmee een patiënt op afstand een vraag kan stellen aan een huisarts. Het is best lastig om een dergelijke nieuwigheid te laten landen in de bestaande tarievenstructuur. Waar valt een dergelijk consult onder? Welke betaaltitel hoort erbij? Met het all-in tarief hoef je je dergelijke vragen niet te stellen en kun je de chat-mogelijkheid onmiddellijk aanbieden aan de patiënt.”

Beter en goedkoper

Het all-in tarief vloeit voort uit een succesvolle pilot van de zorgverzekeraar en Arts en Zorg (zie De Eerstelijns 10, 2016). Het is gebaseerd op shared savings. Kort en goed komt dit erop neer dat een zorgverzekeraar zorgverleners beloont voor initiatieven en bijdragen die zowel leiden tot beheersing van zorgkosten als verbetering van zorgkwaliteit. Met deze extra financiële middelen kunnen zorgverleners bijvoorbeeld opnieuw investeren in kwaliteitsverbetering van zorg of in manieren om patiënten langer in de eerste lijn te houden of eerder patiënten uit de tweede lijn over te nemen. De voordelen voor de verzekerde: een lagere premie en kwalitatief goede en beter toegankelijke zorg.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Zuid-Limburgse huisartsen en specialisten schrijven met één pen voor

Om zo doelmatig en goedkoop mogelijk medicatie voor te schrijven zonder in te boeten aan kwaliteit, werken huisartsen, specialisten en apothekers in de Zuid-Limburgse Mijnstreek sinds begin 2017 met één regionaal formularium. Dit MIJNstreek formularium is opgezet binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg, met als doel: het realiseren van betere en betaalbare zorg.

“De belangrijkste winst is dat huisartsen, specialisten en apothekers samen doelmatig voorschrijven”, aldus apotheker Daphne van Limborgh. Vanuit Apotheek Kling Nullet in Kerkrade is Van Limborgh nauw betrokken bij de ontwikkeling van het MIJNstreek formularium. “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg hebben we als groep gediscussieerd over de best werkzame stoffen en vervolgens bepaald: dit zijn de eerste medicijnkeuzes in onze regio. Een goede zaak. Elk geneesmiddel heeft zoveel verschillende broertjes en zusjes dat het zelfs voor zorgprofessionals vaak lastig is om door de bomen het bos te zien. Huisartsen en specialisten schreven ook anders voor wat soms ook verwarring creëerde bij de patiënt. Dat wordt nu voorkomen.”

Shared savings

Via een Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) stimuleert het MIJNstreek formularium artsen om vaker het eerste keuze middel voor te schrijven. “Want dat gebeurt nog steeds te weinig, meestal puur vanuit gewoonte of vertrouwdheid met een bepaald merk”, aldus CZ zorginkoper René Bekhuis. “Het MIJNstreek formularium moet een dam opwerpen tegen de sterke marketing en lobby vanuit de farmaceutische industrie om bepaalde merken ‘in de pen’ te krijgen.”

Bijzonder aan het MIJNstreek formularium is dat het tot stand kwam met ‘shared savings’ uit het eerdere geneesmiddelensubstitutieproject. Bekhuis: “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg maakten specialisten, huisartsen, apothekers, CZ en patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg eerder afspraken om te dure cholesterolverlagers en zuurremmers te vervangen door goedkopere, net zo effectieve varianten. Dat alles vanuit de Triple Aim gedachte om betere kwaliteit van zorg en gezondheid te realiseren tegen lagere kosten.”

Het inwisselen van dure cholesterolverlagers leverde een besparing op van enkele honderdduizenden euro’s. “Maar één zwaluw maakt nog geen zomer”, aldus Bekhuis. “Betrokken partijen besloten de winst daarom direct te investeren in het MIJNstreek formularium.”

Natuurlijk zijn formularia met een EVS met eerste keuze medicijnen niet nieuw . “Het probleem is alleen dat ze te weinig gebruikt worden”, meent Louis de Wolf, huisarts in Stein. De kracht van dit nieuwe MIJNstreek formularium is dat het door huisartsen, apothekers én specialisten tot stand kwam.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier: