Berichten

Betekenisvolle communicatie dankzij Zorginformatie Bouwstenen

Er voltrekt zich een onzichtbare revolutie in de zorg, waarvan we straks allemaal de vruchten plukken. Die revolutie bevindt zich nog achter de ICT-systemen. Daar wordt gewerkt aan zorginhoudelijke standaarden die de basis vormen voor het verbinden van de verschillende zorgtoepassingen: de Zorginformatie Bouwstenen (ZiB’s). Deze gestandaardiseerde elementen van gegevens zorgen ervoor dat informatie eenduidig vast te leggen en uit te wisselen is tussen alle betrokken zorgverleners en de patiënt zelf.

Dat de behoefte daaraan groot is, bleek in oktober tijdens een demonstratie van dossieruitwisseling op basis van ZiB’s. De aanwezigen raakten meteen enthousiast: ‘Dit is wat we willen’. Want hoe anders is de praktijk vandaag de dag: gegevens worden geprint en weer gescand, gefaxt en op allerlei verschillende manieren in het eigen systeem ingevoerd.

Eenheid

Als je alleen op je eilandje werkt, zou dat misschien niet eens zo’n probleem hoeven zijn, maar zorg is per definitie een kwestie van samenwerken. En dat vraagt wat van informatievoorziening. “De informatiebehoefte in de zorg explodeert want het aantal overdrachtsmomenten neemt enorm toe”, constateert Manon Kuilboer, productmanager huisartsen bij VZVZ. “Je ziet het onder andere bij het medisch tuchtrecht: de helft van de zaken heeft te maken met problemen tijdens de overdracht van verantwoordelijkheden en informatie.” Dat laatste komt onder andere doordat informatie in verschillende systemen op een andere manier wordt vastgelegd of een andere betekenis krijgt. Zorgverleners moeten vervolgens zoeken en interpreteren. Dat kost tijd en geeft risico op fouten. Het antwoord hierop is eenheid in semantiek. En dat is precies waar de ZiB’s voor zorgen.

Gelijke betekenis

De exacte betekenis van de uit te wisselen informatie wordt centraal vastgelegd, waardoor de verschillende autonome systemen informatie eenduidig kunnen vastleggen en deze eenvoudig kunnen uitwisselen, waarbij de betekenis gelijk blijft. Kuilboer: “ZiB’s zijn niks meer of minder dan beschrijvingen van wat er in informatie elementen moet staan. Daarna ga je kijken hoe je dat verpakt, verzendt en ontvangt.” Die informatie elementen kunnen bijvoorbeeld NAW-gegevens zijn, meetwaarden, lab-bepalingen, medicatieafspraken en verstrekkingsverzoeken, of afspraken over behandelgrenzen in de palliatieve zorg. “De kracht van het systeem is dat deze manier van kijken naar standaardisatie fundamenteel anders is dan hoe voorheen standaarden tot stand kwamen. Voorheen werd meer gekeken naar technologie die werd gebruikt om informatie van het ene naar het andere systeem te krijgen, zonder dat daarbij aandacht was voor wat de betekenis van de over te dragen informatie was.”

Auteur: Leendert Douma

Download hier het artikel.

eHealth-ontwikkeling in e-Estonia

Een van de belangrijkste ontwikkelingen die de aandacht vragen van eerstelijnsbestuurders is eHealth en digitalisering. Daarom ging de studiereis van de negende Masterclass Eerstelijns Bestuurders naar Estland. In Estland is digitalisering namelijk al jaren een speerpunt en dat wordt gepresenteerd onder de naam e-Estonia. Wat betekent de door de overheid gestuurde ICT-ontwikkeling voor de eerstelijnszorg?

De digitale ontwikkeling in Estland is vanuit de historie ontstaan. Estland is sinds 1918 een zelfstandige republiek. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1992 heeft Estland verschillende bezetters gehad. Pas daarna kon het land zich echt gaan ontwikkelen. Doordat Estland economisch nauwelijks ontwikkeld was en geen traditionele maatschappelijke-economische infrastructuur had, is digitalisering tot speerpunt gemaakt. In de volle breedte: van onderwijs en sociale zaken tot gezondheidszorg; alles wordt digitaal verwerkt en vastgelegd. Rond 2000 nam Estland het Nederlandse huisartsinformatiesysteem als voorbeeld voor het automatiseren van de huisartsenzorg. Op dit moment zijn nog drie huisartsinformatiesystemen (HIS’en) operationeel.

Infrastructuur

De digitalisering van de gezondheidszorg heeft enkele sterke aspecten, maar kent net als in Nederland de nodige uitdagingen. De X-Road – het communicatieplatform – verbindt alle applicaties en databases aan elkaar en wordt steeds verder uitgebreid met nieuwe functionaliteit. Het is deels een centrale en deels een decentrale infrastructuur. Patiënten en zorgprofessionals hebben één toegangspasje voor alle gegevens met dubbele authenticatie. Dat wordt de komende jaren vervangen door (mobiele) biometrische toegang (oog, vingerafdruk, enzovoort).

Tevreden ondanks tekortkomingen

Alle organisaties die zorg leveren zijn verplicht om informatie aan te leveren aan het nationale systeem, echter in praktijk is dat niet altijd het geval en de naleving is niet krachtig georganiseerd. Daarnaast is er geen Professionele Samenvatting zoals wij die kennen, zodat er 200 pagina’s platte tekst moeten worden doorgeworsteld om de noodzakelijke informatie te vinden. Dat gaat men trachten op te lossen door kunstmatige intelligentie in te zetten voor het maken van ‘samenvattingen’ van ongestructureerde data. De architectuur is goed,  maar de verbinding met de eindgebruikers laat volgens de zorgprofessionals te wensen over. Toch zijn zij tevreden met dit systeem, omdat zij zich realiseren dat zij anders nooit zo snel hadden kunnen innoveren. En er is perspectief op doorontwikkeling door een duidelijke sturing en regie. Over privacy maken Estlanders zich nauwelijks zorgen en er is veel vertrouwen in de veiligheidssystemen. ICT zien zij als een kans om welvaartswinst te boeken.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Duurzame zorg met inzet van ICT

“We kunnen de toenemende zorgvraag niet beantwoorden door op te schalen wat we nu doen. Een andere manier van werken is noodzakelijk.” Aan het woord is Ed Berends. Huisarts en bestuurder bij Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Hij voorziet een belangrijke rol voor ICT bij het duurzaam inrichten van de zorg. Daar invulling aan geven is de ambitie van ICT-partner PharmaPartners, waarmee recent een meerjarig contract werd afgesloten.

“Om te kunnen investeren en innoveren heeft een ICT-leverancier zekerheid nodig”, licht Berends toe. “Dat snap ik, ik maak met de zorgverzekeraar ook liever afspraken voor een langere termijn. Daarom zijn we een meerjarig commitment aangegaan.” Het blijft daarmee mogelijk om een intensievere regionale samenwerking op het gebied van automatisering te realiseren, benadrukt Berends. “Binnen DSP – wat staat voor DOH, SGE en PoZoB – doen we een aantal dingen samen. Met DOH bekijken we of het mogelijk is om op te stomen naar één regiosysteem en PoZoB volgt dat met interesse. De afspraken die we nu hebben gemaakt, bieden ruimte voor de toekomst en zekerheid voor nu.”

eHealth

In de samenwerking met PharmaPartners is al heel wat bereikt, vertelt Berends. “Bijvoorbeeld op het gebied van eHealth. We willen onze patiënten meer invloed geven op hun eigen situatie. Het portaal MijnGezondheid.net helpt daarbij door inzage in het dossier, de mogelijkheid voor eConsults, afspraken maken en het aanvragen van herhaalrecepten. Sinds vorig jaar hebben patiënten ook inzage in hun labuitslagen.” De doorontwikkeling van eHealth komt tot stand in samenspel tussen de zorggroep en PharmaPartners als strategische ICT-partner. “We blijven elkaar prikkelen. PharmaPartners zorgt voor de technische mogelijkheden, wij moeten onze patiënten er goed in meenemen. Al doende leer je.”

Positief

Het toenemend aantal koppelingen tussen Medicom en andere systemen, vindt Berends positief. “Al blijft voor de dagelijkse zorg die met de apotheek het belangrijkste. Het is goed dat PharmaPartners de verbinding maakt met andere partijen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door de beelddiagnostiek van het ziekenhuis te ontsluiten.”

ICT kan de efficiency vergroten met slimme beslisondersteuning, door het vereenvoudigen van administratieve processen en door het optimaliseren van de samenwerking rond en met de patiënt. PharmaPartners geeft daar invulling aan met MedicomSmart (richtlijnondersteuning en casefinding) en Medicom Multidisciplinair (op maat inrichten chronische zorg). “Dat juich ik toe. De kunst voor PharmaPartners is om een balans te vinden tussen snelheid, flexibiliteit en het neerzetten van stevige, generieke oplossingen die werken voor alle zorgaanbieders.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Geen one-size-fits-all in de zorg-ICT

Huisarts Peter Smink heeft uitgesproken ideeën over het gebruik van ICT in zijn eigen praktijk, in zorggroepen, maar ook bij ketenpartners en andere betrokken zorgverleners. “ICT mag niet onze manier van werken bepalen, dat moet andersom”, stelt hij. Integratie, standaardisatie en een modulaire aanpak bieden oplossingen. De eerste bouwstenen worden nu gelegd. Samenwerking tussen alle partijen speelt hierbij een cruciale rol.

“Het ideaal is een volledig geïntegreerd dossier per patiënt, waar elke professional zijn of haar eigen stukjes in schrijft”, vindt Smink. “Dat dossier moet ook altijd beschikbaar zijn voor de juiste professionals en uiteraard voor de patiënt zelf.” Smink is zich ervan bewust dat zijn ideaal om een cultuuromslag vraagt. Nu nog werkt iedereen met eigen, autonome systemen. Hoe breng je die bij elkaar? Dat kan alleen als ICT-aanbieders open zijn in alles wat ze doen, regionaal samenwerken aan geïntegreerde systemen en persoonlijke zorg voorop stellen.

Geïntegreerde zorgoplossing

De sleutel ligt niet bij het Landelijk Schakelpunt (LSP), denkt Smink. “Dat is vooral een telefoonboek.” Het echte probleem is dat alle HIS’en en KIS’en losse databases zijn. Als die allemaal hetzelfde bronbestand hadden, dan zou dat enorme voordelen opleveren, vindt Smink, met name voor het bekijken en bewerken van gegevens. Dat vraagt om een geïntegreerd zorgsysteem. Daarom nam de Promedico Groep het initiatief om in Nederland centrale voorzieningen te realiseren: één organisch, open systeem waarbij alle leveranciers samen verantwoordelijk zijn voor gemeenschappelijke tussenliggende componenten die de informatiesystemen van verschillende zorgverleners met elkaar verbinden. Zo kan sneller worden ontwikkeld, blijven de kosten laag en voldoet alles aan één standaard, waardoor het voor alle partijen makkelijk is om aan te sluiten.

KIS in HIS

Promedico’s module ‘slimme vragenlijsten’ is een eerste stap, geeft Peter Smink aan. Dit is het eerste onderdeel van KIS in HIS: KIS-functionaliteiten zijn beschikbaar vanuit het HIS. Huisarts en POH werken in het huisartsinformatiesysteem en beschikken tegelijkertijd over alle opties om persoonsgerichte zorg te bieden én optimaal samen te werken met andere zorgprofessionals rondom de patiënt. Smink is enthousiast: “De module biedt de mogelijkheid om zaken zoals temperatuur, longfunctie, bloeddruk structureel in grafieken vast te leggen en de situatie in de tijd te volgen.”

KIS in HIS is een mooie opstap naar integrale netwerken. Die hebben één basis, maar zijn geen one-size-fits-all, vat Smink samen. “Want iedereen wil net wat anders. Kijk maar naar pc’s, laptops of telefoons. De interface is hetzelfde, maar iedereen kiest eigen apps. Zo moeten we informatiesystemen in de zorg ook gaan inrichten.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Op weg naar een regionaal samenwerkingsplatform

Op 12 oktober 2017 hield Portavita het derde seminar over regionale samenwerking in buitenplaats Mereveld in Utrecht. Thema van het symposium: hoe kunnen innovatieve ICT-platforms de regionale samenwerking tussen zorgpartners versterken en ondersteunen? Vertegenwoordigers van regionale samenwerkingsverbanden, trombosediensten en betrokkenen waren aanwezig.

Betere zorguitkomsten per gespendeerde euro kunnen alleen gerealiseerd worden door een constructieve samenwerking over de hele keten van preventie, zorg en welzijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, zo blijkt uit onderzoek van dr. Pim Valentijn, adjunct-directeur Essenburgh Training & Advies en senior-onderzoeker bij Maastricht University en Maastricht MUMC+. “Het succes van regionale samenwerking is de optelsom van de inzet van alle betrokken partijen. Toch blijkt juist samenwerking tussen zorggroepen en ziekenhuizen het grootste struikelblok op weg naar betere regionale uitkomsten. Gedeelde verantwoordelijkheid over de zorgkwaliteit, de kosten en het nieuwe integrale verdienmodel is een andere, veel genoemde uitdaging.”

Ook de juiste functionele randvoorwaarden, zoals integrale ICT-platforms, zijn onmisbaar om regionale samenwerking duurzaam te verankeren, constateert Valentijn. “Juist op het gebied van deze functionele randvoorwaarden valt in Nederland nog een wereld te winnen.”

Multidimensionaal

Jos van Berkel, specialist Ouderengeneeskunde in Gelders Rivierenland, werkt in een netwerk van regionale samenwerking met huisarts, thuiszorg, regionaal ziekenhuis, vrijwilligers, patiënten en hun mantelzorgers. Gezondheid is multidimensioneel, stelt hij, met zowel fysieke, psychische als sociale componenten. Alleen door multidisciplinaire samenwerking kunnen problemen van kwetsbare ouderen behandeld worden. “Dat betekent dat je kennis deelt en multidisciplinaire behandelafspraken maakt. Dat kan alleen als je alle informatie voor iedereen toegankelijk maakt. Samen met Portavita hebben we daarom een zorgpad Kwetsbare ouderen op het Portavita-platform ingericht. Alle informatie komt daar samen. Je kunt erin lezen wie wat doet, wat de behandelafspraken zijn, noem maar op. Alle zorgverleners hebben er toegang toe.”

Een drempel is wel dat iedere zorgverlener daarnaast met het ICT-systeem van de eigen organisatie werkt. “Dat is niet optimaal, maar wel de realiteit. We moeten onze ICT-systemen dus goed op elkaar laten aansluiten.”

Regionale overlegtafel

Van Berkel is niet de enige zorgverlener die hiermee worstelt. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) schreef er recent een visiedocument over: De regionale overlegtafel. Edo Westerhuis, COO van Portavita begrijpt het probleem. “Zorgverleners gebruiken het ICT-platform van hun eigen organisatie, maar willen tegelijkertijd ook kunnen werken met een functionaliteit waarmee ze met andere zorgverleners kunnen samenwerken. Het Portavita Platform heeft de bouwstenen om zo’n regionale overlegtafel tot een succes te maken.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Veertien oplossingen voor minder werkdruk op de huisartsenpost

De koepels en besturen van huisartsenposten werken aan allerlei oplossingen die de werkdruk op huisartsenposten op termijn verminderen. Door slimme inzet van ICT kan ook op korte termijn resultaat worden geboekt. Topicus deed een analyse en bedacht op basis daarvan veertien concrete oplossingen. Op 17 mei aanstaande wordt tijdens een inspiratiebijeenkomst met bestuurders besproken welke oplossingen uitwerking verdienen.

De toegenomen werkdruk op huisartsenposten brengt problemen met zich mee. Met name voor de huisartsen, die vaak al een drukke werkdag op de eigen praktijk achter de rug hebben. Het aantal praktijkhouders neemt af, zodat er sowieso meer diensten per persoon moeten worden verricht en steeds meer ANW-diensten worden verkocht aan (minder ervaren) waarnemers. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De tijd dringt

Er zijn allerlei veelbelovende oplossingen bedacht door InEen en de LHV. Maatregelen die vaak mede afhankelijk zijn van financiers, wetgevers of andere partijen. Het kost tijd om deze in de steigers te zetten. Voor de huisartsen duurt dat te lang. De roep om de ANW-diensten facultatief te maken wordt sterker. Omdat dit het imago van de huisarts als generalistische 24/7 zorgverlener aantast, lijkt het niet wenselijk om dat pad in te slaan. Daarom is het zaak om te onderzoeken welke stappen op korte termijn al kunnen worden genomen met inzet van ICT.

Concrete oplossingen

Technische en organisatorische oplossingen heeft iedere huisartsenpost in eigen hand en zijn dus direct toe te passen. Natuurlijk is techniek geen panacee voor dit weerbarstige probleem, maar het biedt absoluut mogelijkheden om de werkdruk te beperken. ICT-leverancier Topicus bedacht veertien concrete oplossingen die binnen één jaar effectief in te voeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan een tool die alle beschikbare eerstelijnsbedden in de regio met één druk op de knop laat zien. Of een mogelijkheid om de capaciteit op basis van slimme planning en voorspellende algoritmes af te stemmen op de vraag.

Om deze en andere oplossingen te delen met het veld, aan te scherpen en te bepalen welke als eerste gerealiseerd moeten worden, organiseert Topicus op 17 mei 2017 een inspiratiebijeenkomst. Bestuurders van huisartsenposten zijn daarbij van harte welkom.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Patiënten met boezemfibrilleren op controle bij de huisarts

Huisarts Bob Meijer en cardioloog René van Dijk uit Groningen besloten samen te onderzoeken of patiënten met boezemfibrilleren de juiste zorg op de juiste plek krijgen. In een pilot met vier huisartsenpraktijken in Noord-Groningen werd een model ontwikkeld om de zorg – indien mogelijk en gewenst – naar de eerste lijn te verplaatsen. Een ICT-tool ondersteunt de screening van patiënten in de huisartsenpraktijk.

Boezemfibrilleren komt veel voor. Een goede behandeling is van belang en meestal niet complex. Dat maakt het een interessant ziektebeeld voor substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Huisarts Bob Meijer wilde weten welke patiënten hij had, of het in alle gevallen noodzakelijk was om controles in het ziekenhuis uit te voeren en of zijn patiënten conform de richtlijn werden behandeld. In cardioloog René van Dijk vond hij de ideale partner. Van Dijk is naast cardioloog ook mede-ontwikkelaar van software gericht op onder meer het behandelen van boezemfibrilleren. Het Disease Management Systeem Atriumfibrilleren, dat zich bewezen heeft op de poli’s voor atriumfibrilleren in Groningen en Maastricht, werd ook ingezet bij de pilot in de Groningse huisartsenpraktijken.

Boezemfibrillerenpoli

Voor de pilot selecteerden de huisartsen in overleg met de cardioloog patiënten met boezemfibrilleren die onder controle waren bij zowel de huisarts als de specialist. Zij werden uitgenodigd voor een eenmalig onderzoek in een tijdelijke boezemfibrillerenpoli in de huisartsenpraktijk. Voorafgaand aan hun komst werd de relevante medische historie ingevoerd in het Disease Management Systeem Atriumfibrilleren. De patiënten vulden een digitale anamnese in en bespraken deze met de cardioloog of physician assistant. Er werd lichamelijk onderzoek gedaan en er werden een ECG en een echo gemaakt. Alle resultaten kwamen samen in het Disease Management Systeem en zo ontstond een overzichtelijk profiel van de patiënt. Dit resultaat besprak de cardioloog met de patiënt. Van ieder onderzoek werd een verslag gemaakt voor de huisarts.

Resultaten

“Over het algemeen was de zorg vanuit de huisartsenpraktijk goed op orde”, vat Meijer samen. 64 van de 79 in het onderzoek geïncludeerde patiënten werden volgens de richtlijn behandeld. Met de antistolling bleek het minder goed gesteld: bij 38 patiënten (48 procent) was deze niet optimaal. De vraag of de patiënt ook verantwoord door de eigen huisarts kan worden gecontroleerd, werd in bijna alle gevallen (92 procent) positief beantwoord.

De bevindingen uit de pilot zijn veelbelovend, vindt Van Dijk. “Het is gelukt om substantiële substitutie samen te laten gaan met een verbetering van de zorg. Bovendien vinden veel patiënten het prettig om in de huisartsenpraktijk te blijven voor de controles.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

ICT-samenwerking vraagt om regie in de regio

Er gebeurt enorm veel op het gebied van ICT in de eerstelijnszorg. Landelijk, regionaal, bij huisartsenposten en zorggroepen en in de praktijken van zorgverleners. De ontwikkelingen gaan snel, maar vinden gefragmenteerd plaats. En versnippering leidt tot beperkte slagkracht. “Er is te weinig regie geweest”, zegt Maarten Klomp. Hij pleit voor sterke regionale partijen, die optreden als regisseur en serviceverlener voor de aangesloten praktijken. En voor beperking van het aantal leveranciers.

“Met het gebruik van een huisartsinformatiesysteem (HIS) liepen huisartsen decennialang voorop op het gebied van ICT in de zorg”, aldus Maarten Klomp. “Het is niet makkelijk om die positie nu nog vast te houden. Grote slagen worden niet meer gemaakt. Een beetje gechargeerd kun je zeggen: iedereen is parallel dezelfde dingen aan het ontwikkelen. Daarmee gaat veel tijd en geld verloren.”

Klomp wijst op de landelijke eHealth-monitor. “Die laat zien dat mensen steeds meer behoefte hebben aan online dienstverlening. eCconsults, digitaal afspraken maken, eigen metingen doorgeven. Maar voor huisartsen is dit nog heel beperkt mogelijk. Het delen van informatie met andere zorgverleners, het gebruik van eHealth-programma’s en patiëntenportalen laat te wensen over.” Daarnaast is de gebruiksvriendelijkheid nog vaak een probleem, vindt Klomp, zodat de drempel om mee te doen hoog is. Het vreet tijd, die ten koste gaat van de patiëntenzorg.

Het is een bijna gordiaanse knoop. Hoe begin je met dit aan te pakken? Dat is een kwestie van prioriteiten stellen, zegt Klomp. Het landelijk Informatieberaad, ingesteld door VWS, is daarmee begonnen. Aan de prioriteiten worden ook deadlines verbonden. Zo moet een patiënt per 1 januari 2018 toegang kunnen hebben tot belangrijke delen van zijn of haar dossier. Dat moet onder meer een veilige medicatieoverdracht mogelijk maken en misverstanden tussen huisarts, ziekenhuis en thuiszorg voorkomen. Dezelfde datum geldt als deadline voor het doorvoeren van ICT-standaardisatie binnen de ketenzorg, wat volledige digitale informatie-uitwisseling mogelijk maakt. “En een heel belangrijke target is ‘registratie aan de bron’. Dat maakt mogelijk dat registraties van patiëntencontacten veilig en anoniem gebruikt kunnen worden als kwaliteitsindicatoren of basis voor wetenschappelijk onderzoek, zonder dat je ze dubbel of driedubbel moet invoeren. Die eenheid van data moet per 1 januari 2019 geregeld zijn.”

Regio Zuidoost-Brabant

Op landelijk niveau ontstaat zo een aantal basisregels en –voorwaarden. Maar de daadwerkelijke inrichting en finetuning van zorginformatiesystemen vindt plaats in de regio. En dat vraagt om afstemming. “Er is behoefte aan een partij die op regionaal niveau koppelingen kan maken tussen partijen en als serviceorganisatie kan optreden richting de praktijken”, zegt Maarten Klomp, “maar ook als regisseur richting leveranciers.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Zes thema’s voor het doorontwikkelen van zorg-ICT

De veranderingen in de eerstelijnszorg zijn ingrijpend en nog steeds in volle gang. Promedico en Care2U zetten in 2013 samen met stakeholders een stip op de horizon gezet: waar moet de ICT naartoe? “We zetten stappen en die stip komt steeds dichterbij”, zeggen Pita van Arkel, directeur van Promedico, en Michiel Boerkamp, directeur van Care2U. Ze vertalen hun missie, visie en strategie nu samen in acties. Daarbij staan zes thema’s centraal.

“Promedico is van en voor de eerstelijnszorg. Wij zijn een stichting zonder winstoogmerk”, legt Pita van Arkel uit. Dat betekent in de praktijk dat verdiensten weer geïnvesteerd worden in innovatie. De vraag is altijd hoe en waarin? “Het belangrijkste is dat het niet alleen om de zorgverlener gaat. Het gaat om de patiënt en de zorg rondom de patiënt”, zegt Van Arkel. “In de strategische verkenningen keken we met elkaar naar vragen als ‘hoe komt de zorg in Nederland beter tot zijn recht?’ en ‘hoe kunnen we de zorgketen beter ontsluiten?’. Een stip op de horizon is de ontwikkeling van een healthsuite.” Dat is een modulair ICT-systeem, waarbij de modules naadloos met elkaar samenwerken. Pita van Arkel: “Elk type zorgverlener kan kiezen voor bepaalde modules, die onderling goed op elkaar zijn afgestemd. Hij of zij gebruikt en betaalt alleen wat nodig is en kan overal inloggen om bij de juiste modules te komen.”

Om dit tot een succes te maken, zijn er twee sleutelwoorden, zo vertellen Pita van Arkel en Michiel Boerkamp. Dat zijn ‘open’ en ‘samen’. ‘Open’ impliceert dat alle zorginformatiesystemen – ongeacht van welke leverancier – goed moeten kunnen koppelen. Partijen moeten zich dus niet afschermen. De markt moet het ‘samen’ doen. “We werken samen met leveranciers en samen met de gebruikers”, stelt Van Arkel.

Zes thema’s

Een van de uitkomsten van de strategische verkenningen is dat Promedico en Care2U met elkaar een missie hebben verwoord: ‘optimale zorg voor en welzijn van patiënten door samen met zorgverleners en partners te bouwen aan een open digitaal zorglandschap’. Deze wordt gerealiseerd aan de hand van zes thema’s waar de bedrijven al langer mee aan de slag zijn of die ze de komende jaren gaan oppakken, vertellen Van Arkel en Boerkamp. Bijvoorbeeld ‘multidisciplinaire samenwerking’ en ‘meer regie over gezondheid’.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Centrale ICT-voorzieningen voor de zorg

Elke patiënt verwacht dat zorgverleners samenwerken om optimale zorg te bieden. Maar die samenwerking verloopt moeizaam doordat de zorg een wirwar van ICT-oplossingen kent, die slecht met elkaar communiceren. Partijen lijken elkaar niet te bereiken, terwijl zorgverleners niets liever willen. Een ‘coalition of the willing’, op initiatief van Promedico en Care2U, wil er zo snel mogelijk verandering in brengen. Een organisch systeem met centrale voorzieningen gaat de oplossing bieden. ‘Open’ en ‘samen’ zijn daarbij de kernbegrippen, en ‘stapje voor stapje’.

HIS’en, AIS’en en KIS’en: ze lijken niet met elkaar te kunnen praten. Het begint al met zoiets simpels als een adresboek, zo vertelt Michiel Boerkamp. Hij is directeur van Care2U, gespecialiseerd in softwaretoepassingen voor ketenzorg. “Als iemand een ander mailadres krijgt, moeten zorgverleners dat vaak in acht tot tien verschillende applicaties of informatiesystemen doorvoeren”, zegt Boerkamp. “Dat leidt natuurlijk tot frustratie en mogelijk fouten.”

Care2U trekt sinds vorig jaar op met Promedico, leverancier van softwaretoepassingen voor de eerstelijnszorg. Hun gezamenlijke missie is om een health suite te ontwikkelen om de wereld van de patiënt en de wereld van de zorgverleners beter met elkaar te verbinden. En waar iedereen op kan aansluiten, ongeacht het ICT-systeem dat wordt gebruikt.

Samenwerken

De zorg verbeteren met en door ICT, daarin staan twee kernbegrippen centraal, vinden Promedico en Care2U. Dat zijn ‘open’ en ‘samen’. “Je móet wel samenwerken”, legt Promedico-directeur Pita van Arkel uit. “Geen partij kan alleen alle ICT aanleveren om alle zorg voor de patiënt te ondersteunen.”

“De uitdaging is: hoe krijg je allerlei verschillende ICT-oplossingen bij elkaar?”, zegt Egbert van Gelder, innovatiemanager bij Promedico. In het verleden zijn wel pogingen gedaan, maar dat ging vaak om één-op-één koppelingen tussen twee partijen. Een vernieuwing werkte dan pas als iedereen die had doorgevoerd. Of er werd met heel veel partijen overlegd om van tevoren alles af te spreken en in te dekken, waardoor innovatie heel traag verliep.

Nutsvoorziening

Van Gelder: “Wij zijn met een aantal partijen bij elkaar gaan zitten om te bedenken: hoe kan het anders?” De gedachtenlijn die toen ontstond was het realiseren van centrale voorzieningen. “Zie dat maar als stukjes functionaliteit tussen verschillende applicaties”, legt Egbert van Gelder uit. “Kleine blokjes die op elkaar passen en als landschap tussen de systemen in zitten. Dat midden moet als nutsvoorziening beschikbaar zijn. In werkgroepen bepalen we nu met welke voorzieningen we verder gaan en in de praktijk gaan testen.” De eerste pilots zijn het komende half jaar.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: