Berichten

Lijnoverstijgende aanpak resulteert in betere COPD-zorg

Bij patiënten met een chronische aandoening kan medicatie vaak pas optimaal werken als de zorg rondom hen goed is georganiseerd. Bovendien moeten zij inspraak hebben in de interventie. Dat zijn de uitgangspunten van een aantal succesvolle COPD-initiatieven.

Sneller een diagnose en behandelplan. Lagere zorgkosten omdat de meeste patiënten onder controle zijn in de eerste lijn. Dat zijn voordelen die met COPDnet zijn bereikt in en rond ziekenhuis Bernhoven in Uden. Dit zorgpad is een aantal jaren geleden ontwikkeld in het Radboudumc. PICASSO, een programma gericht op verbetering van longzorg, meet de effecten. “Twee jaar na de implementatie in ziekenhuis Bernhoven hebben we onlangs geconcludeerd dat de ervaringen goed zijn”, vertelt Denise Schuiten. Zij is Customer Solution Manager bij Boehringer Ingelheim, een van de oprichters van PICASSO.

Gemotiveerde patiënt

Schuiten concretiseert: “Dankzij een geïntegreerde aanpak van eerste, tweede en derde lijn komen zorgverleners en de patiënt in Bernhoven snel to the point. De patiënt keert eerder met een goed behandelplan terug van het ziekenhuis naar de huisarts en hoeft ook niet zo vaak naar het ziekenhuis te komen. Dat heeft een positief effect op de zorgkosten. Verder blijken patiënten extra gemotiveerd te zijn om hun medicatie te gebruiken en te werken aan hun leefstijl. De reden is dat zij inspraak hebben in de interventie.”

Implementatie

Na de ontwikkeling en invoering van COPDnet in Nijmegen brak de volgende spannende fase aan: de implementatie in een ander ziekenhuis en bij andere zorgverleners. Schuiten: “Dit is binnen negen maanden gerealiseerd in ziekenhuis Bernhoven. Het is de ambitie dit zorgpad nu ook geschikt te maken voor andere regio’s.”

Met ‘implementatie’ is een essentiële term genoemd. Schuiten: “Ons land kent vele geslaagde initiatieven om zorg te verbeteren. Maar de implementatie ervan blijkt vaak niet goed te verlopen. Welke factoren zijn bepalend voor het al dan niet slagen van een implementatie? Hiervoor is een soort meetlat ontwikkeld door de School of Health Policy & Management Health Technology van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Boehringer Ingelheim heeft de EUR gevraagd om vanaf de herfst de meetlat langs vier Nederlandse COPD-projecten te leggen.”

De uitkomsten van het onderzoek moeten over een half jaar duidelijk zijn. Schuiten: “We verwachten daarmee beter inzicht te krijgen in hoe en waarom sommige initiatieven succesvol zijn en andere niet. Met die kennis zou je projecten kunnen aanpassen als ze ergens anders worden geïmplementeerd, met een grotere slagingskans als gevolg.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Het regionaal longformularium in Maastricht-Heuvelland

Op 1 juli 2016 werd vanuit de proeftuin Blauwe Zorg het transmurale, regionale longformularium geïmplementeerd in de regio Maastricht-Heuvelland. Een voor Nederland uniek formularium dat bestaat uit voorkeursmedicatie geselecteerd op kwaliteit èn prijs. Wat hebben wij geleerd en welke adviezen hebben wij voor anderen?

Vanuit de proeftuin Blauwe Zorg worden verschillende interventies ingezet om kwalitatief goede en doelmatigere farmacie te bewerkstelligen. Eén van deze interventies betrof het ontwikkelen van een regionaal longformularium. Aanleiding was de constatering dat er veel verschillende middelen op de markt zijn met een grote diversiteit aan toedieningsvormen. Het voordeel van een kleiner formularium dat alle therapeutische opties dekt, is ten eerste dat het leidt tot een meer eenduidige inhalatie-instructie van praktijkverpleegkundigen en apothekersassistenten. Ten tweede, dat de arts hetzelfde middel én device voorschrijft en instrueert dat de patiënt mee naar huis krijgt in de apotheek. Verondersteld wordt dat beide punten leiden tot een beter geïnstrueerde en therapietrouwe patiënt. Ten derde de mogelijkheid om in samenwerking met de verzekeraar te komen tot een inkooptraject, hetgeen de kosten naar beneden heeft gebracht. De opbrengsten worden doorgegeven aan de patiënt, omdat de voorkeursproducten niet ten laste van het eigen risico vallen. Het formularium bestaat uitsluitend uit medicamenten die voldoen aan een aantal kwaliteitseisen én waarvan de inkoopprijs concurrerend is. Voor meer informatie over de totstandkoming van het formularium en de betrokkenheid van de verschillende stakeholders, zie www.blauwezorg.nl/farmacie.

Implementatie in de regio

Er zijn verschillende acties ondernomen om het longformularium te implementeren in de regio. De betrokkenen werden geïnformeerd via nieuwsbrief, mail en informatiebijeenkomsten. Bovendien zijn materialen verspreid, namelijk de zogenaamde ‘placebokit’. Dit is een doos met de placebo-devices uit het longformularium, inclusief een ‘formulariumkaart’ waarop (op de voorzijde) het medicamenteus stappenplan conform NHG en (op de achterzijde) de voorkeursgeneesmiddelen worden afgebeeld. Bovendien is aangestuurd op het maken van lokale samenwerkingsafspraken tussen huisarts en apotheek.

Naast de aandacht voor inhoudelijk keuzes was er aandacht voor optimalisatie van het zorgproces. In 2018 kregen apotheker en apothekersassistent een grotere rol in de zorg. Zij overhandigen niet enkel het geneesmiddel bij vervolguitgiftes, maar vragen actief naar ervaringen en problemen en herhalen de inhalatie-instructie. Doel is de therapietrouw, het effect van de behandeling en de kwaliteit van het geleverde zorgproces te verbeteren. De apotheek registreert de zorg in het regionale ketenzorginformatiesysteem (MediX), waarin ook de medewerkers van de huisartsenpraktijk werken. Doordat men in hetzelfde dossier registreert, is de informatie-uitwisseling efficiënter.

Meer lezen over de rol van de patiënt, ervaringen en tips voor andere regio’s? Download het artikel.

Auteurs: Maud van Hoof (ZIO), dr. Anna Huizing (ZIO & Universiteit Maastricht),

July Kroeg (Universiteit Maastricht), dr. Guy Schulpen (ZIO)

Download het volledige artikel hier:

“BeterDichtbij biedt ons ook kansen”

Sinds eind 2016 werkt een aantal regionale ziekenhuizen met de app BeterDichtbij. Daarmee kunnen patiënten direct vragen stellen aan specialisten of het ziekenhuis en onderzoekuitslagen ontvangen. Sommige eerstelijnsorganisaties vreesden gevolgen voor de poortwachtersfunctie van de huisarts. Het Eerstelijns Centrum Tiel (ECT) niet. Deze zomer intensiveerde het de samenwerking met Ziekenhuis Rivierenland door dezelfde app te implementeren.

Het ECT telt twintig samenwerkende disciplines en een multidisciplinaire zorggroep waarin eerste- en tweedelijnszorgaanbieders samenwerken aan de kwaliteit van zorg voor patiënten met chronische aandoeningen. Samen met onder andere de regionale huisartsen en Ziekenhuis Rivierenland zijn programma’s opgezet voor diabetes, COPD, astma, hart- en vaatziekten, kwetsbare ouderen en GGZ. “Dat kon hier ook makkelijk. We zitten in een heel duidelijke regio, met maar één ziekenhuis”, zegt Rob Edelbroek, huisarts en bestuursvoorzitter.

Betrokkenheid

Het Tielse ziekenhuis is lid van de Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ). Die club van dertig regionale ziekenhuizen heeft onder meer als doel om de betrokkenheid in de omgeving te versterken, legt Paul Verploegen uit. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van Ziekenhuis Rivierenland. “BeterDichtbij is daar een prima middel voor. Ziekenhuis Rivierenland was van begin af aan bij de ontwikkeling betrokken.” Het ziekenhuis gebruikt de app voor een aantal specialismen. De bedoeling is om goed advies en veilig contact tussen patiënt en arts mogelijk te maken en uitslagen te delen. Het gaat vaak om kleine, praktische vragen, bijvoorbeeld over de voeding van de baby na ontslag of aanvullende vragen aan een gynaecoloog van een patiënt die behandeld wordt voor een fertiliteitsprobleem.

Kansen

In Nederland werken nu zeven regionale ziekenhuizen met de app. Het ECT is de eerste eerstelijnsorganisatie die instapte, vertelt Rob Edelbroek. “Dat was na lang wikken en wegen. Wij zochten naar manieren om klantvriendelijk te communiceren en die biedt BeterDichtbij.” Maar is het nu een bedreiging of een kans voor de eerstelijnszorg? “Na een paar goede gesprekken zijn de bedenkingen weggenomen. Wij zien vooral kansen.” Want deze app kan de functies van de eerstelijnszorg helemaal niet overnemen, aldus Paul Verploegen. “Als iemand pijn in de borststreek heeft, dan zou hij of zij de neiging kunnen hebben om meteen een cardioloog te appen, of een dermatoloog bij eczeem. Maar dan word je via BeterDichtbij eerst doorverwezen naar de huisarts. De app ondersteunt het proces.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Praktijkervaringen met de implementatie van eHealth

Is eHealth de oplossing voor het toenemend aantal ouderen met een zorgvraag, het toenemend aantal mensen met een chronische aandoening en het afnemend aantal zorgverleners? In het eLabEL-project wordt met gezondheidscentra, bedrijven, patiënten én kennisinstituten onderzocht hoe eHealth succesvol kan worden neergezet in de eerste lijn. Een goede financiële basis, praktische ondersteuning en geïntegreerde toepassingen lijken belangrijke componenten.

Implementatie van eHealth gaat niet vanzelf: terwijl het bij drie op de vijf huisartsen mogelijk is om via e-mail een vraag te stellen (bron: NICTIZ-NIVEL eHealthmonitor 2015), blijkt uit NIVEL Zorgregistraties eerste lijn dat er per 1000 ingeschreven patiënten maar zeventien eConsulten plaatsvinden (bron: NIVEL Zorgregistraties eerste lijn (www.nivel.nl/node/4350)). Succesvolle pilots op het gebied van eHealth zijn vaak moeilijk te borgen. Om de volwaardige potentie van eHealth vast te stellen, is het belangrijk dat die borging wel plaatsvindt. Maar er zijn belangrijke hindernissen. De ontwikkeling van eHealth vindt vaak los van de zorgcontext plaats. Daarnaast zijn eHealth-toepassingen vaak niet geïntegreerd: ze werken als losse applicaties. Deze analyse was in 2013 de aanleiding voor het eLabEL-project (www.caretechnologyresearch.nl/elabel), gefinancierd door het Innovative Medical Devices Initiative van ZonMW en uitgevoerd binnen het Centre for Care Technology Research (CCTR), een samenwerkingsverband van Universiteit Maastricht, Universiteit Twente, TNO en NIVEL en bedrijven als Sananet, ENGIE Services, Cubigo, Roessingh Research & Development, Maastricht Instruments en Zoem Europe.

eLabEL Living Labs

De belangrijkste pilaren van eLabEL zijn:

1) ‘Living Labs’ (afbeelding 1): samenwerkingsverbanden tussen patiënten, zorgverleners, bedrijven die eHealth aanbieden en kennisinstituten
2) integratie en implementatie van verschillende eHealth-diensten
3) evaluatie

Partijen stellen gezamenlijk vast welke bestaande eHealth-toepassingen nuttig zijn en hoe deze in de praktijk geïmplementeerd kunnen worden. Reguliere zorg wordt zo omgebogen naar ‘door technologie ondersteunde’ zorg waarbij zorg door meerdere soorten (internet-)technologie wordt ondersteund. Gelijktijdig wordt kennis opgedaan over de impact die dit heeft in de praktijk en belemmerende en bevorderende factoren rondom de implementatie en op technisch vlak.

Uit onderzoek komt naar voren dat een goede financiële basis essentieel is om inbedding van eHealth in de zorg voor elkaar te krijgen. Praktijken geven bovendien aan dat zij behoefte hebben aan mensen, intern, die de kennis en tijd hebben om alle processen goed te begeleiden, maar ook aan expertise van buiten. Zorgverleners benadrukken dat er vooral behoefte is aan ondersteuning van zelfmanagement bij patiënten met een chronische aandoening én dat ze geen behoefte hebben aan verschillende toepassingen met aparte registratie- en inloggegevens. eLabEL houdt daar rekening mee.

Auteur: Ilse Swinkels, Martine Huygens Lex van Velsen & Yvonne Jansen

Download het volledige artikel hier: