Berichten

Eerstelijnsakkoord of chaos?

In het Regeerakkoord staat dat er hoofdlijnenakkoorden komen, in de Tweede Kamer is een hoorzitting geweest, er zijn al meerdere bestuurlijke en kantoorloverleggen geweest. Desondanks is nog steeds niet zeker dat er een eerstelijnsakkoord komt. Wat is het probleem?

In 2013 en 2017 zijn hoofdlijnakkoorden gesloten met de eerste lijn. Mooie woorden, veel ambities, financiële kaders, maar deze zijn – op enkele aspecten na – niet gerealiseerd. Sommige zorgverzekeraars hebben zich gedistantieerd van de afspraken die door Zorgverzekeraars Nederland zijn gemaakt. Zij hebben op basis van eigen zorginkoopbeleid regionale contracten gesloten met zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten.

Geen onderhandelkracht

Kennelijk hebben zorgverzekeraars geen landelijke akkoorden nodig om te contracteren. Daaruit blijkt dat de onderhandelkracht van eerstelijnspartijen laag is. Dat wordt bevestigd door de (forse) jaarlijkse onderschrijding van het macrobudget in de periode 2014-2017. En door het feit dat – los van enkele best practices – veel organisaties zijn geconfronteerd met niet indexeren, inclusieplafonds, doorbehandelplicht, inzetten van weerstandsvermogen voor structurele zorguitgaven en een lagere vergoeding aan onderaannemers. Kortom; de eerstelijnszorg is niet sterk in onderhandelen en zorgverzekeraars weten dat. Daarom is een nieuw hoofdlijnenakkoord voor hen niet nodig. Echter, de werkdruk en weerstand van professionals in de eerstelijnszorg nemen toe en daarmee de kans op serieuze conflicten.

Onvoorstelbaar

Eigenlijk is het niet voorstelbaar dat er geen akkoord komt. Immers, het akkoord voor medisch-specialistische zorg staat bol van verwijzingen naar de eerste lijn. Het gaat over meer samenhang op gebied van ICT, substitutie, informatie-uitwisseling, afstemming tussen het medisch- en sociaal domein en – als apotheose – een domeinoverstijgend onderzoek van VWS naar de realisatie van de transformatie. De regering heeft hier vol op ingezet. Er is in diverse sectoren een set van afspraken en akkoorden in de maak. Het rapport van de taskforce Zorg op de Juiste plek wordt breed omarmd en biedt een transformatieperspectief. Dat zal toch prevaleren boven individueel inkoopbeleid van zorgverzekeraars?!

Tot slot

De besturen van LHV en InEen zullen in een ledenraadpleging eind mei/begin juni een mogelijk akkoord voorleggen. Huisartsen(prakijken) moeten in georganiseerd verband steeds meer gaan doen. Zonder landelijke kaders komt dit proces niet van de grond. De eerstelijnszorg zal haar verantwoordelijkheid nemen en geen vrijblijvende afspraken maken zonder trekkingsrechten op macrobudgetten, maar wel met terechte claims. De zomer met gegarandeerde continuïteitsproblemen voor kwetsbare groepen staat voor de deur: gaan de zorgverzekeraars en eerstelijnszorg er samen voor of wordt het chaos?

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Brancheverenigingen toetsen scenario’s voor toekomstbestendige ANW-zorg

Hoe kan de werkdruk op de huisartsenpost worden verminderd? InEen, LHV en VPhuisartsen zetten veelbelovende pilots op. Voorbeelden zijn strengere triage op de post, digitale zelftriage door patiënten en één loket voor basis-spoedeisende zorg.

Een toename, ook van patiënten met een complexe zorgvraag. Huisartsen zijn er in de afgelopen jaren mee geconfronteerd, zowel in hun eigen praktijk overdag als op de huisartsenpost (HAP) in de avond, nacht en weekenden (ANW). Zózeer zelfs, dat menigeen zegt dat het water hem aan de lippen staat. Leden van InEen, LHV en VPhuisartsen vroegen hun organisaties daarom vorig jaar de handschoen op te pakken en gezamenlijk op te trekken bij vermindering en ombuiging van de patiëntenstroom.

Erkenning problematiek

De hieruit voortgekomen gezamenlijke projectgroep ‘Werkdruk in de ANW’ volgt drie sporen. Jeroen van der Noordaa is sinds een half jaar de coördinator van de projectgroep. Hij vertelt hierover: “Allereerst hebben we op bestuurlijk niveau contact gezocht met ketenpartners in de acute zorg. Die toenadering heeft geleid tot de erkenning dat niet alleen de SEH overloopt, maar ook de HAP. Iedereen realiseert zich dat het een gedeeld probleem is binnen de keten van de acute zorg, we moeten er sámen iets tegen doen. De volgende stap is dat we hierover concrete afspraken maken.”

Daarnaast vroegen de brancheverenigingen aan huisartsen in praktijken en op HAP’s naar maatregelen die zij hebben getroffen om een daling van de werkdruk te realiseren. De vele nuttige en inspirerende reacties zijn gebundeld in een online ‘gereedschapskist’ met praktijkvoorbeelden uit de ANW, die via de LHV-website te vinden is.

Systeemveranderingen

Tegelijkertijd houden de drie brancheverenigingen de toekomstbestendigheid van het klassieke model van de HAP in bestaande ANW-zorg tegen het licht. Zijn er interventies en systeemveranderingen in de keten denkbaar die de huisartsenzorg toekomstbestendiger maken? Tijdens een gezamenlijke ledenvergadering hebben de brancheverenigingen eind vorig jaar de notitie ‘Naar een toekomstbestendige ANW-zorg’ vastgesteld. Er zijn mogelijke toekomstscenario’s opgesteld. In de vorm van pilots wordt een aantal scenario’s getoetst in de praktijk. Van der Noordaa licht drie pilots toe die vóór de zomer van start moeten gaan: strengere triage op de post, digitale zelftriage door patiënten en één loket voor basis-spoedeisende zorg.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Verleden, heden en toekomst van organisaties in de eerstelijnszorg

De eerstelijnszorg is sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 een steeds belangrijker onderdeel van het zorgsysteem in Nederland. Hoe is die ontwikkeling verlopen en wat brengt de toekomst voor de eerstelijnszorg? Een inventarisatie met een reflectie van één van de key note speakers van de InEen Tweedaagse  op 28 en 29 september: Michel van Schaik.

De eerstelijnszorg is geen hard gedefinieerd begrip. Het is een containerbegrip voor professionals die individueel of collectief in organisaties in de directe omgeving van de zorgvrager diensten aanbieden die onder het regiem van de zorgverzekeringswet of de aanvullende verzekering vallen. Simpeler gezegd: eerstelijnszorgverleners kun je als Nederlander in principe zelf bezoeken zonder doorverwijzing van andere professionals. Sinds 1970 heeft de eerste lijn een aantal ontwikkelingen doorgemaakt die uiteindelijk hebben geleid tot de huidige organisatiestructuur.

Nieuwe ordening

De toenemende invloed van patiënten, het streven naar gepersonaliseerde zorg, een veranderende maatschappijvisie op gezondheid en de effecten van eHealth en digitalisering als tijd- en plaatsonafhankelijke variant op traditionele zorg, zetten de huidige organisatie van de eerstelijnszorg het komende decennium op zijn kop. Ook de verdere vervlechting en wellicht bekostiging van bepaalde eerstelijnsdisciplines/organisaties met het sociale domein, zullen effect hebben op professionals en organisaties. De verwachting is dat door gewijzigde randvoorwaarden, zoals directe toegankelijkheid en aangepaste of afgeschafte eigen risico/betalingen, de verschillen tussen eerste-, tweede en derdelijnszorg snel verder zullen verwateren en de integratie van echelons zal versnellen. Door experimenten met (deel)populatiebekostiging en onder invloed van de beweging Positieve Gezondheid wordt ook preventie een integraal onderdeel van het gezondheidssysteem. Door de complexiteit van en samenhang met het sociale domein – waarvoor de verantwoordelijkheid door de decentralisaties voor het grootste gedeelte bij de gemeenten zal komen te liggen – is te voorzien dat de regionale benadering  het komende decennium het leidende ordening- en organisatieprincipe zal worden. De eerstelijnszorg als zelfstandig domein zal opgaan in een samenhangend gezondheids-, zorg- en welzijnssysteem.

Vanwege deze toekomstige nieuwe ordening is het zaak dat de georganiseerde eerstelijnszorg zich nu vast langzaam die kant op beweegt. Om te werken in dit nieuwe ordeningsprincipe zal de sector geleidelijk moeten omvormen.

Hoe verder?

De tweedaagse van InEen biedt een platform om de toekomstige ontwikkelingen die in dit artikel worden geschetst, te verbinden met actuele uitdagingen. Centrale vraag dit jaar is hoe we de eerstelijnszorgorganisaties verder brengen en gereed krijgen voor het 24/7 leveren van continuïteit van zorg bij een toenemende en steeds complexer wordende patiëntvraag. Key note speakers Loek Winter, Michel van Schaik, Laurens van der Tang en Wouter Hart gaan hier op in vanuit het perspectief van respectievelijk de patiënt, het systeem, ICT en de organisatie.

Auteurs: Lisa Tiggelaar, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Hoe waarderen patiënten het chronische zorgprogramma?

SGE en zorggroep DOH hebben in 2016 een integraal klantervaringsonderzoek uitgevoerd onder chronische patiënten. Dat aspect wordt wel de missing link genoemd binnen Triple Aim.

Kwaliteit, kosten en klantervaringen zijn de pijlers onder Triple Aim. En hoewel het begrip niet meer weg te denken is in de Nederlandse gezondheidszorg, is een kritische beschouwing op zijn plaats.

Kwaliteit

De kwaliteit meten SGE en DOH al bijna tien jaar. Hoewel er soms wijzigingen zijn in de indicatoren, bestaat er over het algemeen een goed beeld van de kwaliteit van de zorgprogramma’s diabetes, COPD, astma en CVRM. De Eindhovense zorgorganisaties nemen ook deel aan de landelijke benchmark van InEen.

Kosten

Het onderdeel kosten is minder ver ontwikkeld. De zorggroepen hebben zicht op hun eigen kosten, maar niet op de integrale kosten van de verschillende patiëntgroepen.

Klantervaringen

Klantervaringen zullen met de voortschrijdende persoonsgerichte zorg wellicht de ultieme resultaatsparameter worden. Tot op heden wordt echter door weinig organisaties de klanttevredenheid binnen de huisartsen- en multidisciplinaire zorg, structureel gemeten.

In samenwerking met InEen, kennisinstituut IQ Healthcare (Radboudumc), Stichting Miletus en Qualizorg hebben SGE en DOH een nieuwe vragenlijst ontwikkeld, getest en onderzocht. Bij DOH zijn twee verschillende antwoordcategorieën getest, bij SGE het verschil tussen het laatste contact en de klanttevredenheid gedurende het gehele zorgprogramma. De meting is volledig digitaal uitgevoerd.

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat de vragenlijst geschikt is voor toepassing in de praktijk. Bij zorggroep DOH heeft bijna 30 procent van de patiënten de vragenlijst ingevuld. De feedbackrapporten laten de ervaringen zien van de patiënten in de praktijken en per type zorgverlener. De net promotor score (NPS) toont de klantloyaliteit. Met een NPS van 20 over het totaal heeft DOH een prima score. In de resultaten wordt een verbeterpotentieel per praktijk weergegeven in vergelijking met de drie hoogst scorende praktijken.

Bij SGE was de respons 21 procent. De NPS over het laatste contact lag op niveau van het gezondheidscentrum tussen de 13 en de 36. De NPS over het gehele zorgprogramma lag op het niveau van het gezondheidscentrum tussen de -2 en 18. De resultaten worden teruggekoppeld naar de afzonderlijke gezondheidscentra.

Hoe verder?

Hoewel er nu naast inzicht in kwaliteit en (in mindere mate) kosten ook inzicht bestaat in de klantervaringen, is het hieraan verbinden van uitkomsten nog een brug te ver. Dat komt omdat de onderzoekspopulatie niet dezelfde is. Toch is het waardevol. Bij DOH zal in ieder geval in 2017 eenzelfde meting plaatsvinden om te kunnen vergelijken. Voor de toekomst wordt continue meting overwogen.

SGE heeft nog niet besloten over het vervolg, maar dat er kwaliteitswinst te behalen is met het meten van klantervaringen staat voor beide zorgorganisaties vast.

Auteurs: Jessica Werther (DOH) en Marian Gersen (SGE)

Download het volledige artikel hier:

InEen en LHV eensgezind over bekostiging Organisatie & Infrastructuur

De samenwerking tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging en InEen heeft een extra impuls gekregen met het onderzoek naar de organisatie en infrastructuur in de eerste lijn. Recent verscheen de impactanalyse op basis van de eindrapportage over dit onderwerp. Deze geeft concrete aanbevelingen voor het vervolg.

Welke impact zou de nieuwe bekostigingssystematiek die werd gepresenteerd in het rapport Doelgerichte versterking van de Organisatie en Infrastructuur van de eerste lijn hebben op de ontwikkeling van de organisatie en infrastructuur van de eerste lijn en de bekostiging daarvan? Op die vraag moest de impactanalyse antwoord geven. De recent verschenen analyse leidt tot negen aanbevelingen, waarvan er vijf betrekking hebben op betaaltitels. De kern: ga (conform het voorstel van de Nederlandse Zorgautoriteit) in 2018 van start met vier betaaltitels: praktijkmanagement, wijkmanagement, ondersteuning ketenzorg en regiomanagement.

Paul van Rooij, directeur van de Landelijke Huisartsen Vereniging: “De achterbannen van de LHV en InEen hadden een enorme behoefte aan versimpeling van de financiering. Aan iedere betaaltitel zijn nu randvoorwaarden verbonden, zodat je er in het regionaal overleg altijd praktisch invulling aan kunt geven.”

Ruimte voor maatwerk

In de impactanalyse wordt de aanbeveling gedaan om ruimte te laten voor maatwerk. Die ruimte is er in de voorgestelde opzet, stelt Anoeska Mosterdijk, directeur van InEen. “De vier benoemde betaaltitels maken het beter mogelijk om het gesprek te voeren over wat je in een wijk of regio wilt bereiken.“

Van Rooij is het hiermee eens, met een kanttekening. “In de voorgestelde opzet kun je de huidige afspraken voortzetten én nieuwe dingen doen. De vraag is of die ruimte ook ingevuld gaat worden. Het zal zich in de praktijk moeten bewijzen.”

Terugvaloptie

Verklaart dit waarom in de impactanalyse ook wordt aanbevolen om in 2018 over te gaan op de nieuwe betaaltitels, maar wel een terugvaloptie open te houden? Van Rooij: “We wilden met de impactanalyse duidelijkheid krijgen over de vraag of de in het rapport beoogde aanpak zou werken. Het antwoord is nee. Daaraan zijn een aantal aanbevelingen voor verbetering gekoppeld, waarvan we op voorhand niet weten of het daarmee wél gaat werken. De impactanalyse laat weliswaar zien dat stilstand geen optie is, maar geeft onvoldoende houvast om meteen honderd procent over te stappen op de nieuwe betaaltitels. Een terugvaloptie is daarom nodig.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Brief aan de informateur: Versterk de eerstelijnszorg!

De Nederlandse gezondheidszorg scoort al jaren in allerlei internationale vergelijkingen onverminderd hoog. De eerstelijnszorg speelt daarbij een essentiële rol. Eerstelijnszorg is zorg die dicht bij de burger wordt verleend, laagdrempelig en toegankelijk en relatief goedkoop vergeleken met tweedelijnszorg (ziekenhuizen, GGZ-instellingen, verpleeghuizen en dergelijke).

De laatste jaren is de verschuiving van zorg naar de eerste lijn in een stroomversnelling gekomen. Steeds meer mensen met één of meer chronische ziekte(n) blijven langer thuis wonen. De extramuralisering van de ouderenzorg en de ambulantisering van de geestelijke gezondheidszorg leiden ertoe dat er steeds vaker een beroep wordt gedaan op de zorg dicht bij huis. De eerste lijn heeft hierop geanticipeerd door geïntegreerde eerstelijnszorg te ontwikkelen voor veelvoorkomende chronische ziekten, speciale programma’s voor kwetsbare ouderen en GGZ-problematiek te maken en zich steeds beter te organiseren.

Een goed functionerende eerste lijn kan er dus voor zorgen dat patiënten meer thuis of in de wijk geholpen kunnen worden en geen onnodig beroep gedaan hoeft te worden op tweedelijnszorg. Maar dan moet er wel geïnvesteerd worden in die eerste lijn! Want al deze verschuivingen zorgen wel voor een steeds voller bord van de huisarts. Wil de eerstelijnszorg de veranderde Nederlandse samenleving goede zorg blijven bieden dan is het zaak nu op een aantal punten door te pakken. Geen stelselherzieningen zoals ook VNO-NCW bepleit in Vooruit met de Zorg, maar het verder stimuleren van ontschotting, innovatie en regionale samenhang. Met een belangrijke rol voor regionale organisaties die eerstelijnsprofessionals ondersteunen en werk uit handen nemen.

De issues in de gezondheidzorg zullen tijdens de formatie niet onbesproken blijven. In een brief aan de informateur geeft Martin Bontje van InEen namens de eerstelijnsorganisaties in Nederland een aantal belangrijke noties mee.

Auteur: Martin Bontje

Download het volledige artikel hier:

Anoeska Mosterdijk van InEen over 2016 en 2017

Steeds meer regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties voelen de noodzaak tot verandering. Ze zijn niet meer alleen gericht op ketenzorg, maar hebben ook oog voor bijvoorbeeld GGZ-patiënten en kwetsbare ouderen. Daarbij ontstaan soms nieuwe organisatie- en samenwerkingsvormen. Anoeska Mosterdijk spreekt onder meer hierover in haar terugblik op 2016 en vooruitblik op het nieuwe jaar.

Belangrijk in 2016 was volgens Mosterdijk onder meer het project Keten Acute Zorg, gericht op meer samenhang en samenwerking in de keten. “Dat is afgerond en heeft nuttige producten opgeleverd. Denk aan aanbevelingen voor betere samenwerking tussen de hap, de acute GGZ en de ambulancezorg. Nu is het zaak dat die producten worden geïmplementeerd. Dat kan ook bijdragen aan het verminderen van de druk op de huisartsenpost.” Daarvoor loopt ook een traject in samenwerking met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Dat moet in 2017 tot concrete resultaten leiden.

Ook het project Organisatie & Infrastructuur moet vermeld worden. “InEen heeft samen met de LHV, zorgverzekeraars en VWS heel hard gewerkt aan de contouren van een nieuwe financiering van lokale en regionale organisatie & infrastructuur. Tegelijkertijd hebben we binnen InEen, met de betrokken ledengroepen, gediscussieerd over de toekomstige rollen van regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties. Dat bleek heel goed bij elkaar aan te sluiten. De visienotitie die hieruit is voortgekomen, hopen we dit voorjaar vast te kunnen stellen met de leden. Verder werken we de resultaten van het O&I- project nader uit, met als doel introductie per 2018.”

Organisatie- en samenwerkingsvormen

Samen met de ROS’en startte InEen vorig jaar het onderzoek ‘Regio in Beeld’. In maart 2017 moet zijn geïnventariseerd wat er in de regio gebeurt qua organisatie en samenwerkingsverbanden. Wat is wel en niet succesvol gebleken en waarom? Wat zijn goede voorbeelden voor organisaties die ook nieuwe samenwerkingsverbanden willen aangaan? Maar InEen ziet nu al een aantal ontwikkelingen. Mosterdijk: “Regionale huisartsen- en eerstelijnsorganisaties zijn veelal opgericht om de ketenzorg bij diabetes en andere chronische aandoeningen vorm te geven. Maar inmiddels zien we dat ze in toenemende mate ook andere activiteiten oppakken. Denk aan het ondersteunen van zorgverleners met ICT-diensten, administratie, scholing en kwaliteitsbeleid. Deze ondersteuning geeft ruimte in de zorgpraktijk en daardoor meer tijd voor de patiënt. Maar denk ook aan het organiseren van zorg rondom kwetsbare groepen, zoals ouderen, GGZ-patiënten en jeugd, en het versterken van de driehoek huisartsenzorg, wijkverpleging, sociaal domein. Dit vergt samenwerking met partijen die specifieke expertise in huis hebben en met lokale organisaties zoals gezondheidscentra en wijknetwerken. Dit zal naar verwachting leiden tot andere samenwerkingsmodellen en netwerkstructuren. Hier zullen we de komende tijd veel aandacht aan besteden.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

InEen-leden zetten stappen met persoonsgerichte zorg

Werk maken van persoonsgerichte zorg. Die ambitie zijn InEen en haar leden eind september overeengekomen tijdens een tweedaags congres van de brancheorganisatie in St. Michielsgestel. Vanaf nu moet het streven worden vertaald in concrete activiteiten.

Huisartsenposten die via reviews achterhalen hoe patiënten het bezoek aan de huisartsenpost hebben beleefd. Zorggroepen die nadenken over hoe ‘de werkvloer’ kan worden gefaciliteerd om persoonsgerichte zorg te verlenen. De samenwerkingsoverkomst tussen het Nederlands Huisartsen Genootschap, Zorginstituut Nederland en InEen om de implementatie van het individueel zorgplan te bevorderen. Dit zijn een aantal voorbeelden van activiteiten die voortvloeien uit de Tweedaagse van InEen op woensdag 28 en donderdag 29 september jongstleden. Martin Bontje, voorzitter van InEen en gastheer tijdens de bijeenkomst, vertelt: “De leden van InEen hebben afgesproken een bijdrage te leveren aan persoonsgerichte zorg, ofwel zorg die draait om de interactie tussen patiënt en zorgverlener. Zij nemen het gedachtegoed van Machteld Huber over Positieve Gezondheid daarbij als uitgangspunt.

Vier manieren

De leden van InEen willen op vier manieren bijdragen aan de verwezenlijking van persoonsgerichte zorg. Eén: patiënten en patiëntervaringen daadwerkelijk betrekken bij de inrichting van de zorgorganisatie. Twee: vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners en hen motiveren en inspireren om maatwerk te bieden aan patiënten. Drie: passende ondersteuning bieden die is gericht op gezamenlijke besluitvorming en een effectieve samenwerking tussen patiënt en zorgverleners. En tot slot: ruimte creëren voor de benodigde capaciteit aan tijd, mensen en middelen en deze gericht inzetten bij de vormgeving van persoonsgerichte zorg. Dit is tijdens de Tweedaagse vastgelegd in een slotverklaring.

“Ik heb gezien dat sommige bezoekers werden geráákt. Bestuurders van zorggroepen bijvoorbeeld, die opeens beseften: hé, wij kunnen invloed uitoefenen op de randvoorwaarden voor zorgverleners om persoonsgerichte zorg te leveren”, vertelt Corine Jansen van JoConnect over de Tweedaagse van InEen. Zij vervulde de rol van dagvoorzitter. “De hele zaal sprak uit dat de doelen alleen met elkaar kunnen worden gerealiseerd. Daarbij heerst het besef dat er een lange weg is te gaan. Eind september is de eerste stap van de reis gezet.”

Aan de slag

Dat er in de praktijk al werk wordt gemaakt van persoonsgerichte zorg, bewijst het verhaal van Femke Beelen, manager Chonische Zorg bij HKN Huisartsen. Als alles gaat zoals gewenst, beginnen daar volgend jaar vijf praktijken aan een pilot met persoonsgerichte zorg voor patiënten met een cardiovasculaire aandoening. Het doel: nuttige ervaringen opdoen en bijvoorbeeld nieuwe gesprekstechnieken onder de knie krijgen, zodat de aanpak uiteindelijk ook kan worden toegepast bij COPD- en diabetespatiënten.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Van substitutie- naar afsprakenmonitor

In maart 2015 verscheen de eerste substitutiemonitor. In juni 2016 is deze door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) getransformeerd in een afsprakenmonitor. InEen en de LHV hebben bezwaar gemaakt omdat de afsprakenmonitor geen ruimte geeft om te schuiven in macrobudgetten ten gevolge van substitutie. Wat is er precies aan de hand en wat zijn de gevolgen?

In 2015 had De Eerstelijns vooral kritiek op de uitkomst van de eerste substitutiemonitor. Het betrof de resultaten van de zorgverzekeraars om de zorg én budgetten te verschuiven van de tweede- naar de eerstelijnszorg over het jaar 2014. Dat betekende een jaar geleden 0,1 procent verschuiving van het specialistisch budget naar de eerstelijnszorg, terwijl de feitelijke zorgsubstitutie een veelvoud is. Toch was het voldoende voor minister Schippers om op basis van deze uitkomst 25 miljoen euro van het macrobudget specialistische zorg naar het budget huisartsen en multidisciplinaire zorg te schuiven. Niet genoeg, maar toch ..

Nu is er een vernieuwd instrument: de afsprakenmonitor. De auteur is dezelfde, maar de inhoud is wezenlijk anders. Waarom de monitor is aangepast en wat dat inhoudt, wordt niet duidelijk gemaakt. Kort gezegd kan niemand iets doen met de resultaten. Daar waar in 2015 de inventariserende vragen die aan de zorgverzekeraars werden gesteld onderdeel uitmaakten van de rapportage, ontbreken deze in de versie 2016. Deze afsprakenmonitor kan wat ons betreft snel de prullenbak in.

Er is in vier jaar nauwelijks toegevoegde waarde gerealiseerd. Het alternatief is een ministeriële verlaging van het macrobudget van de medisch-specialistische zorg, dat wordt gebaseerd op de reeds gerealiseerde substitutie van zorg (VEKTIS) in combinatie met de ambities voor de komende jaren. Een realistisch scenario is het macrobudget voor medisch-specialistische zorg en GGZ geleidelijk te verlagen met 0,5 procent per jaar voor een periode van vier jaar en dit budget ter beschikking te stellen voor de versterking van de totale eerstelijnszorg: voor huisartsen, maar zeker ook voor wijkverpleegkundigen.

Auteur: Jan Erik De Wildt, directeur De Eerstelijns

Download het volledige artikel hier:

Uitnodiging Tweedaagse InEen 2016

De Tweedaagse, een jaarlijks evenement georganiseerd voor de leden van InEen, is al enkele jaren een gewaardeerde formule. Ook dit jaar werkt InEen aan een aansprekend programma voor de Tweedaagse, dat inhoudelijke verdieping en netwerkmogelijkheden voor alle ledengroepen biedt. Het centrale thema is het organiseren van zorg, waarbij leven en gezondheid centraal staan en niet de ziekte.

Woensdag 28 en donderdag 29 september komen de leden van InEen bij elkaar in congreshotel de Ruwenberg (St. Michielsgestel). Twee dagen lang gaan zij met elkaar in gesprek over zorg die uitgaat van de situatie van patiënten en hun omgeving, ook in de ANW-uren. De patiënt, de zorgverlener, de financiering en de organisatie staan hierbij centraal. Wie is eigenlijk de patiënt en wat houdt hem of haar bezig? Wat vraagt het van zorgverleners om met de patiënt in gesprek te komen? Welke (nieuwe) middelen (bijvoorbeeld eHealth) helpen ons bij het contact met de patiënt? Wat betekent dit voor het ondernemerschap en de bedrijfsvoering van een organisatie?’

Ontdekkingstocht

Leden worden uitgedaagd om zichzelf en elkaar vragen stellen over het organiseren van zorg met de patiënt als vertrekpunt. Het is zeker dat er niet op alle vragen al antwoorden zijn. Het wordt een gezamenlijke ontdekkingstocht; een reis waarbij u concrete voornemens mee naar huis neemt om verder mee aan de slag te gaan. Tijdens de tweede dag (29 september) zijn er verschillende sessies die kunnen bijdragen aan het vinden van de antwoorden die u zoekt.

Voor meer informatie en aanmelden klik hier

Auteur: Mariska Smit

Download het volledige artikel hier: