Berichten

Pilot toont belang van psychosociale zorg bij kanker

Na een behandeling kan de kanker uit het lichaam zijn, maar nog jaren in het hoofd blijven spoken. Veel (ex-)kankerpatiënten blijven met psychische klachten rondlopen, waardoor ze moeite kunnen hebben om deel te nemen aan het gewone leven. Passende psychosociale zorg bij een aanpassingsstoornis is in 2012 uit het basispakket van de zorgverzekering gehaald. Vanaf 1 maart is een pilot gestart om deze zorg weer te vergoeden.

Voorwaarde is wel dat de behandeling wordt gegeven door een bij de Nederlandse Vereniging Psychosociale Oncologie (NVPO) ingeschreven behandelaar en volgens de richtlijn ‘Aanpassingsstoornissen bij patiënten met kanker’. Psychiater Tineke Vos was voorzitter van de werkgroep die de richtlijn opstelde. “De diagnose kanker kan de grond onder je voeten vandaan slaan”, zegt Vos. “Dat is logisch, want alles verandert in je leven. Hoe je je daarop aanpast, heeft met je persoonlijkheid te maken: ben je flexibel of rechtlijnig, laid back of altijd bezig alle ballen in de lucht te houden? Maar vooral: hoe is je veerkracht? Deze hangt samen met je lichamelijke gezondheid, je autonomie, je sociale steun en je zingeving.”

Kort na de diagnose wordt een patiënt opgevangen in het ziekenhuis. Eventuele problemen komen soms pas na het eerste behandeltraject aan het licht, als de patiënt weer thuis is en zijn of haar leven moet oppakken. “En dan komt de huisarts in beeld. Patiënten met borstkanker kunnen bijvoorbeeld nog jarenlang hormonale therapie krijgen en komen nog maar af en toe in het ziekenhuis. De huisarts moet de coördinerende rol kunnen overnemen als dat nodig is en signaleren als het niet goed gaat. De huisarts of POH-GGZ kan dan zelf helpen, maar het is fijn als kan worden doorverwezen naar specialistische hulpverleners als een psycholoog of een psychotherapeut. De nieuwe pilot maakt dit mogelijk.”

Klankbord

Ook Anja Kemp-Veens kwam nadat ze in 2012 voor borstkanker werd behandeld in een rollercoaster, vertelt ze. “Pas een maand of drie na de behandeling kwam het besef dat mijn leven echt veranderd was. Ik merkte dat ik minder weerstand had en mijn hoofd kon ook minder aan. Mijn huisarts raadde mij aan om een psycholoog bij een gespecialiseerd instituut te bezoeken. Die heeft mij geleerd om goed voor mezelf te zorgen en mijn grenzen aan te geven. De kern van de boodschap was: ‘ik mag er zijn’. Dat was precies wat ik toen nodig had.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Teleconsultatie bij knie-, rug- en schildklierklachten scheelt kosten

Substitutie van medisch-specialistisch zorg door huisartsenzorg is een belangrijke pijler om de zorguitgaven te beperken. Teleconsultatie kan daarbij een belangrijke rol spelen, blijkt uit een pilot in de regio Nijmegen. Door teleconsultatie bij patiënten met knie-, rug- en schildklierklachten neemt het aantal verwijzingen naar de tweede lijn af. Grote kostenbesparingen zijn hierdoor mogelijk.

Het viel Guido Adriaansens, huisarts in Beuningen, en Marc ten Dam, internist-nefroloog en medisch manager transmurale zorg in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) Nijmegen, al langer op. Bij veel patiënten die door de huisarts worden verwezen, vindt op de polikliniek van het CWZ geen medisch-specialistische ingreep plaats, zoals een operatie. Patiënten krijgen een advies en na enkele polikliniekbezoeken gaan ze retour huisarts. Adriaansens: “Zelfs bij de orthopeed, een snijdend specialisme, komen patiënten met knieklachten die niet geopereerd worden. We dachten: dat kost veel geld, het belast de tweede lijn en voor patiënten is het gedoe om naar het ziekenhuis te komen. Bovendien kost het ook hen geld, doordat ze hun eigen risico moeten aanspreken.”

Voor deze patiënten, stelt Adriaansens, heeft de huisarts genoeg aan een advies van de medisch specialist. Daarmee kan hij verder. De LHV-kring Nijmegen en het CWZ besloten daarom tot een pilot teleconsultatie bij patiënten met knie- rug- en schildklierklachten. Adriaansens: “Het houdt in dat de huisarts zijn consultvraag via een format in ZorgDomein voorlegt aan de medisch specialist.”

Meer gerichte verwijzingen

De specialist beoordeelt vervolgens de consultvraag en geeft advies. Ten Dam: “Bij een patiënt met knieklachten kan hij bijvoorbeeld adviseren over pijnstilling, leefstijl of fysiotherapie. Vaak zijn dat opties die de huisarts nog onvoldoende heeft benut. Maar soms is de uitkomst dat de specialist de patiënt alsnog wil zien in de tweede lijn. Het teleconsult levert in dat geval een meer gerichte verwijzing op.”

Het prettige van teleconsultatie is dat de medisch specialist geen informatie mist. Ten Dam: “Hij kan het consult rustig bestuderen, op een door hemzelf gekozen tijdstip. Dat is een voordeel vergeleken met een telefonisch consult. Internetconsultatie is effectiever. Uit onze pilot blijkt ook dat we meer dan 50 procent van de verwijzingen die anders zouden plaatsvinden, hiermee kunnen voorkomen.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Eerstelijnszorg voor houdings- en bewegingsapparaat

Patiënten met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat moeten vanwege de oplopende wachttijden soms lang wachten voor ze in zorg komen bij de orthopeed in het ziekenhuis. In Friesland doen ze daar wat aan. Huisarts Jan Waling Huisman ziet in zijn anderhalvelijnspraktijk veel van deze patiënten. Doordat zij snel bij hem terechtkunnen, ontlast hij de orthopeed én bespaart hij de zorgverzekeraar veel geld.

Geen eigen risico, korte wachttijden, snelle behandeling, Jan Waling Huisman, huisarts van huisartsenpraktijk Blok-Huisman in Harlingen, hoeft niet lang na te denken over wat zijn kracht is als huisarts/kaderhuisarts gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat. Sinds twee jaar neemt Huisman als kaderhuisarts een deel van de tweedelijnszorg over van de radiologen en orthopeden van Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Collega-huisartsen verwijzen patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat niet langer alleen door naar het MCL, maar ook naar hem.

Scheve gezichten

In het begin keken radioloog en orthopeed wel met scheve gezichten naar wat Huisman aan het doen was. “Zouden ze door mijn werk nog wel voldoende patiënten krijgen? Bovendien vroegen ze zich af of ik voldoende competent zou zijn.” De scheve gezichten hebben inmiddels plaatsgemaakt voor enthousiasme. “Ze zien dat ik geen patiënten van ze afneem, maar ervoor zorg dat hun soms wekenlange wachttijden minder lang zijn. En competent ben ik ook. Ik heb als huisarts twee jaar de kaderopleiding Houdings- en bewegingsapparaat en sportgeneeskunde gedaan aan het ErasmusMC in Rotterdam. Ik weet waarover ik het heb. Daarbij ken ik mijn grenzen. Is een klacht te complex, of kom ik er niet uit, dan verwijs ik alsnog door.”

Tenminste 50 procent van de patiënten moest Huisman zelf behandelen, de andere 50 mocht hij doorverwijzen. Dat was een voorwaarde van zorgverzekeraar De Friesland om het substitutieproject te mogen starten. “De cijfers vielen uiteindelijk veel beter uit dan dat. 83 procent van de patiënten die collega-huisartsen naar mij doorverwijzen behandel ik zelf. Slechts 17 procent gaat naar radioloog of orthopeed. Dat lage cijfer haal ik ook doordat ik zelf echografisch onderzoek doe. Ik heb de opleiding echografie gedaan en alle echoapparatuur aangeschaft. Ik hoef patiënten daarvoor niet door te sturen naar het MCL. Dat scheelt tijd en geld.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

GGZ-triagist versterkt de huisartsenpost

Patiënten die tijdens de avond, nacht of het weekend psychische klachten hebben, komen vaak bij de huisartsenpost terecht. De structuur is daar echter niet op ingericht, waardoor deze mensen het risico lopen in een ‘niemandsland’ terecht te komen. In de regio Noord-Limburg staat sinds 2015 een ervaren GGZ-medewerker het team triagisten terzijde. De ervaringen zijn positief.

Patiënten met psychische klachten vragen om specifieke expertise en vergen meestal meer tijd dan patiënten met somatische klachten. Triagisten en huisartsen op de huisartsenpost  ontbreekt het doorgaans aan die extra tijd. De oriëntatie van triagisten ligt bovendien voornamelijk op somatische problematiek. “Alle partijen wilden goede hulp geven aan patiënten met psychische problemen, maar buiten kantooruren verliep dat nogal moeizaam”, zegt psychiater Cloë Bollen van GGZ-organisatie Vincent van Gogh. “Huisartsen meenden soms dat ze onvoldoende gespecialiseerde kennis hadden om goed met de problematiek om te gaan. Daar kwam bij dat de patiënt dikwijls lang op de crisisdienst moest wachten. Die dienst heeft een beperkte personele bezetting en een groot werkgebied, lange reistijden dus.”

Pilot

Op de achtergrond speelt de inkrimping van de gespecialiseerde GGZ en de overheveling naar de basis-GGZ, vertelt Bollen, terwijl de basis-GGZ daar nog niet op ingericht is. “Ingewikkelde vragen die vroeger in de psychiatrie werden opgevangen, komen nu bij de huisarts en buiten kantooruren op de spoedpost. Wij vroegen ons af: hoe krijgen we de expertise op de juiste plek en hoe kunnen we de huisarts optimaal ondersteunen bij de zorgverlening aan mensen met psychische problemen?” Het antwoord was een pilot, waarin een ervaren medewerker van de GGZ zich tijdens een deel van de ANW-uren bij het team triagisten voegt van de spoedpost Noord-Limburg.

Verwarrende situaties

De pilot, die in juni 2015 begon, is een gezamenlijk initiatief van Provico, een netwerk dat huisartsen ondersteunt op het gebied van GGZ, huisartsengroep Cohesie en GGZ-organisatie Vincent van Gogh voor geestelijke gezondheid.

Aanvankelijk was de GGZ-triagist een verpleegkundige met een gedegen GGZ-achtergrond. Intussen is het competentieprofiel bijgesteld en vervullen medewerkers van de IHT (Intensive Home Treatment-teams) de functie. Bollen legt uit waarom. “Die IHT-medewerkers zijn nog beter toegerust om patiënten in crisis adequaat op te vangen. GGZ-expertise alleen is niet genoeg, de GGZ-triagisten moeten precies weten hoe een crisisdienst werkt en wanneer er opgeschaald moet worden naar die dienst. Ze moeten kunnen de-escaleren, de eerste crisisinterventies verrichten en adviseren hoe de thuissituatie genormaliseerd kan worden als er sprake is van suïcidaliteit of agressiviteit. De GGZ-triagist moet de spoedpost kunnen ondersteunen en adviseren als er een gedragsgestoorde of agressieve patiënt binnenkomt. IHT’ers kunnen dat. We hebben gemerkt dat we een serieuze kwaliteitsslag maken.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier: