Berichten

Opmaat naar samenhangende zorg in de regio

Een jaar geleden zijn afspraken gemaakt over de financiering van Organisatie & Infrastructuur (O&I). Zorgorganisaties en zorgverzekeraars zijn met elkaar in gesprek om daar voor 2019 invulling aan te geven. Hoe staat het ervoor in het land en hoe krijgt de regionalisering vorm? De Eerstelijns deed een belrondje.

De Zeeuwse Huisartsen Coöperatie (ZHCo) is de samenwerkingsorganisatie van huisartsen in De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Walcheren. De meeste aangesloten huisartsen zijn ook lid van PeriScaldes, dat de ketenzorg organiseert. “We zijn bezig met een fusietraject dat in 2019 zijn beslag zal krijgen”, vertelt Ruud Münstermann, directeur van ZHCo. Hij kijkt ernaar uit: “Vanuit die grotere organisatie kunnen we ons beter naar buiten profileren. Bovendien is het handig dat er straks één telefoonnummer is voor iedereen die iets met de huisartsen boven de Westerschelde wil regelen. En dan zijn er nog schaalvoordelen: we kunnen ons efficiënter organiseren, zodat we toe kunnen met de bestaande middelen. Niet met minder, dat zou een verkeerde beweging zijn.”

Elkaar iets gunnen

Vanuit de ROS Raedelijn houdt strategisch adviseur Marian Kesler zich onder meer bezig met ‘populatiegericht werken’. GezondVeluwe is daar een goed voorbeeld van. Zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars en cliëntenorganisaties werken in Noordwest-Veluwe en Zeewolde samen aan betere zorg. Raedelijn vormt het programmateam. “Ik merk dat er in het veld veel beweging is richting regionalisering en O&I. Voor ons is O&I een middel om regionale samenwerking vorm te geven. Het gaat erom dat partijen over echelons en domeinen heen kijken vanuit het perspectief van inwoner en patiënt en vanuit die waarde de netwerkorganisatie vormgeven.”

Raamwerk

In het Netwerk Zorgorganisaties Leiden en Omstreken (NZLO) werken sinds eind 2016 vijf zorggroepen samen: de Regionale Organisatie van Huisartsen West Nederland, RijnCoepel, Zorggroep Katwijk en Alphen op één lijn en de Samenwerkende GEZ-en Leiden en Omstreken. “Daarmee zijn we prachtig voorgesorteerd op O&I”, zegt voorzitter Henri van der Lugt. Er is een kernteam O&I opgericht, waarin alle zorggroepen vertegenwoordigd zijn en dat het mandaat heeft van de achterban. Het kernteam zet de lijnen uit en gaat in gesprek met vertegenwoordigers van één zorgverzekeraar, namelijk Zorg & Zekerheid. “Zo houden we het werkbaar en overzichtelijk. We hopen voor 15 juli een raamwerk voor de regio te hebben. Op basis daarvan kunnen we op wijkniveau afspraken maken.”

Gemandateerde regio-organisatie

HZD (Huisartsenzorg Drenthe) organiseert ketenzorg, scholingen, ICT- en praktijkondersteuning en bevordert de kwaliteit van de huisartsenzorg in de provincie. Stefan Meinema, directeur bedrijfsvoering, prijst zich gelukkig dat de organisatie van de eerstelijnszorg in het door Duitsland begrensde, rurale gebied vrij overzichtelijk is. “Dat maakt de O&I-discussie makkelijker. Wij hebben te maken met Zilveren Kruis, die kiest voor een regionale aanpak en verlangt een bepaalde schaalgrootte. Zilveren Kruis lijkt iets meer afstand te nemen van de zorginhoud en richt zich meer op de regio, waardoor de regie over de zorginhoud bij de zorgpartijen komt. Dat schept kansen. Onze huisartsen zijn betrokken in het verhaal van Zilveren Kruis en nu is het zaak dat wij samen met de stakeholders een heel goed regioplan in elkaar gaan zetten.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Alle huisartsendossiers ontsloten in 2020

Vanaf 2020 zijn alle huisartsenpraktijken en hun ICT-leveranciers in staat om digitaal informatie uit te wisselen met patiënten. Dat is de doelstelling van OPEN (Ontsluiten Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland). Met dit programma willen InEen, LHV en NHG huisartsen en huisartsenorganisaties ondersteunen en ontzorgen bij het voldoen aan hun wettelijke én maatschappelijke verplichting. Kwartiermaker Bart Brandenburg en InEen-bestuurslid Maarten Klomp vertellen hoe.

Bart Brandenburg startte zijn loopbaan als huisarts en ontwikkelde zich tot een voortrekker in innovatie en eHealth. Maarten Klomp is praktiserend huisarts en oud-zorggroepbestuurder en vertegenwoordigt InEen onder meer in het Informatieberaad Zorg. Twee door de wol geverfde heren dus, met een visie op de inzet van eHealth in de huisartsenpraktijk en kennis van de weerbarstige praktijk.

“Informatie-uitwisseling met patiënten is noodzakelijk als je wilt dat patiënten meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun gezondheid”, legt Klomp uit. “Daarvoor moeten ze het huisartsdossier kunnen inzien, contact met ons kunnen maken en hun eigen data kunnen samenvoegen met de data die wij in onze huisartsensystemen over hen hebben. Daarbij komt nog dat digitale inzage van patiënten in hun dossier vanaf 2020 verplicht is. Met OPEN willen we huisartsen helpen om hier invulling aan te geven.”

OPEN is de evenknie van het VIPP-programma voor ziekenhuizen (Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional). Gefinancierd door VWS worden sectorale afspraken gemaakt en wordt ondersteuning geboden om ervoor te zorgen dat alle Nederlanders digitaal toegang krijgen tot hun medische gegevens. Ook met de GGZ zijn hierover afspraken gemaakt.

Ambitieus

De doelstelling van OPEN is ambitieus: invoering van digitale informatie-uitwisseling bij honderd procent van de Nederlandse huisartsenpraktijken en gebruik daarvan door minimaal veertig procent van de inwoners van Nederland in 2021. Huisartsenpraktijken en ICT-leveranciers zijn al zeker tien jaar bezig met het ontwikkelen van patiëntenportalen en het opschalen van het gebruik daarvan onder patiënten. En hoewel er meer en meer vraag naar lijkt te zijn, neemt de digitale informatie-uitwisseling tussen huisartsenpraktijken en patiënten nog altijd geen enorme vlucht. Waarom zou dat de komende drie jaar wel gebeuren? “Juist omdat er al veel werk gedaan is door leveranciers en huisartsen”, reageert Klomp. “Nieuw is dat ICT-leveranciers van plan zijn tools in te bouwen op basis van landelijke standaarden en dat wij huisartsen gaan helpen om die tools te integreren in de dagelijkse praktijk en het gebruik door patiënten te stimuleren.” OPEN wil ervoor zorgen dat zowel voor leveranciers als voor huisartsen financiering beschikbaar komt om hier invulling aan te geven.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Deskundig oogheelkundig advies bij de optometrist

Toenemende tekorten op de arbeidsmarkt bij een alsmaar groeiende vraag, dat leidt tot verstopping van zorg. In de oogheelkunde is dat geen schrikbeeld voor de toekomst, maar dagelijkse realiteit. In de regio Rotterdam werken huisartsen, optometristen en oogartsen samen in het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde om mensen zo snel mogelijk de juiste zorg te bieden. De optometrist ‘om de hoek’ onderzoekt en diagnosticeert alle niet acute oogklachten en de oogarts kijkt op afstand mee. De huisarts blijft via Ksyos en een terugkoppeling in het huisartsinformatiesysteem volledig op de hoogte.

“Een half jaar tot een jaar wachten tot je terechtkunt bij de oogarts, dat kan natuurlijk niet. Daarom is het goed dat we hier in de regio het Zorgpad Oogheelkunde hebben ingericht met Ksyos en het Optometristen Collectief Rijnmond.” Aan het woord is Willem Maat, oogarts in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. Door vergrijzing, toename van het aantal diabetespatiënten en een tekort aan oogartsen lopen de wachttijden steeds verder op. Door inzet van het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde neemt de druk op de specialistische zorg af. De huisarts verwijst niet acute oogklachten namelijk naar de optometrist in de buurt, in plaats van naar de specialist in het ziekenhuis. “De optometrist kan een patiënt binnen enkele dagen al zien”, vervolgt Maat. “En het is ook nog eens dicht bij huis. Naar schatting hoeft zestig procent van de patiënten die de optometristen zien niet naar ons verwezen te worden.”

Snel en makkelijk

In de regio Rijnmond loopt het Zorgpad Oogheelkunde inmiddels ruim vijf jaar, er zijn meer dan 25.000 patiënten geïncludeerd. “Het is een fantastisch mooi systeem”, vindt Maat. “Optometristen hebben alle apparatuur in huis om ogen goed te meten en foto’s te maken. De uitslagen en conclusies krijg ik via het Ksyos EPD. In de tijd dat ik op de poli drie mensen zie, kan ik via Ksyos tien patiënten bekijken.”

In de praktijk verwijst de huisarts of POH een patiënt direct vanuit het HIS door naar de optometrist voor een geprotocolleerd oogonderzoek. Het Zorgpad Oogheelkunde wordt geregistreerd in het beveiligde online Ksyos EPD en op afstand voorgelegd aan de oogarts als Oogheelkunde Consult. De oogarts heeft een maximale reactietermijn van twee werkdagen, maar reageert gemiddeld binnen vijf uur. Uitslagen, bevindingen, diagnose en het advies van optometrist en oogarts worden via hetzelfde Ksyos EPD en via een edifact-bericht naar het HIS gedeeld met de huisarts. De optometrist deelt de uitslag met de patiënt en initieert het vervolgtraject.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Erik Dannenberg, Divosa: “Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn”

Wat mankeert onze samenleving dat niet iedereen kan meedoen? Volgens Erik Dannenberg is dat een veel logischer vraag dan de vraag die we in zorg en welzijn gewend zijn te stellen aan mensen die buiten de boot vallen: wat mankeert u? Door de decentralisaties is ruimte ontstaan voor een brede wijkaanpak, die mensen juist aan boord houdt. Lokaal ontstaan veelbelovende initiatieven, maar het verankeren van een ‘inclusieve aanpak’ vereist volgens Dannenberg meer fundamentele veranderingen.

“In de inclusiemaatschappij hoort iedereen erbij, doet iedereen ertoe en doet iedereen mee”, legt hij uit. “Het oude verzekeringsstelsel had het ongewenste neveneffect dat we mensen gingen ‘labelen’ op hun beperking. Doordat we alles benaderen vanuit een soort medische vakjargon, wordt de groep die iets mankeert steeds groter. We zijn doorgeschoten in het plaatsen van mensen in categorale voorzieningen.”

De inclusiemaatschappij is het alternatief voor die categorale aanpak. “De crux daarvan is dat mensen met een beperking gebruikmaken van de eerstelijnszorg in de wijk, reguliere scholen bezoeken en aan de slag gaan bij werkgevers in de buurt en dat zij daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.”

Blikverbreding

Mede dankzij de decentralisaties ziet Dannenberg dit steeds meer gebeuren. “Door de decentralisaties zijn we bevrijd uit aanbod gestuurde wetgeving en is er ruimte om meer vanuit het individu of het gezin te redeneren.”

Categorale oplossingen maken in toenemende mate plaats voor een persoonsgerichte aanpak vanuit gemeenten en sociaal domein, in samenwerking  met eerstelijnszorg, onderwijs, werkgevers, familie en anderen rondom het individu. In hoeverre weten partijen elkaar al te vinden? “Het is aan het ontstaan. Er wordt meer met elkaar gepraat dan ooit tevoren”, constateert Dannenberg. “Gemeenten kwamen vroeger pas in actie als een uitkering werd aangevraagd. Door die blikverbreding wordt sneller gekeken naar signalen die zijn gemist. Wat zijn voorspellende factoren voor het niet zelf kunnen vinden van werk of huisvesting? Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn.“

Gemeente en eerste lijn

Het wijkteam legt de verbinding tussen gemeente en eerste lijn, die met POH’s en de inrichting van anderhalvelijnszorg een steeds bredere rol krijgt in de wijk. Van Dannenberg mag dat nog verder gaan. “Ik zie mooie kansen voor het inrichten van echte wijkgezondheidscentra. Het succes van Welzijn op Recept laat zien dat de huisarts een grote toegevoegde waarde kan hebben bij leefstijlinterventies.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

De kortste weg naar het juiste eerstelijnsbed

Het eerstelijnsverblijf wordt sinds een jaar bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet en ingekocht door zorgverzekeraars. Zorgregio’s zijn hiermee ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan. Het inrichten van nieuwe werkwijzen bij verwijzing en indicatiestelling en het op orde brengen van de capaciteit zorgt voor de nodige hoofdbrekens. Maar het biedt ook ruimte voor het intensiveren van de multidisciplinaire samenwerking en mooie innovaties, vertelt Jolanda Buwalda, bestuurder bij zorgorganisatie Omring.

Omring werkt voor de invulling van het eerstelijnsverblijf nauw samen met HKN Huisartsen en Zorgkoepel West-Friesland. Het urgentiebesef nam toe na een bezoek van voormalig VWS-minister Edith Schippers aan de regionale ziekenhuizen in januari 2017, vertelt Buwalda. “Wij werden betrokken omdat de spoedeisende hulp de aanloop niet aankon. De vraag was of we medestander konden worden om dit samen in goede banen te leiden.”

Omring pleegde drie interventies. Er werd een wijkverpleegkundige op de SEH gezet, ook overdag. Deze buigt zorgvragen om van spoedeisende hulp naar zorg thuis. Ook op de huisartsenpost vangt een wijkverpleegkundige de verpleegkundige vragen af voor de huisarts. En tot slot heeft Omring de hoogcomplexe eerstelijnsbedden geclusterd op een eigen herstelafdeling in het ziekenhuis, zodat de ziekenhuisafdelingen direct kunnen verwijzen naar de hoog complexe herstelbedden van Omring.

Centraal triageteam

Alle regionale aanvragen voor eerstelijnsbedden, ook die van het ziekenhuis, worden sinds maart 2017 beoordeeld door een centraal triageteam. Dit voorkomt onder meer scheefgroei tussen opnames vanuit het ziekenhuis en vanuit de thuissituatie. Buwalda: “Een wijkverpleegkundige met een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht bepalen in overleg met de huisarts of behandelaar of een patiënt thuis verzorgd moet worden of een ELV-opname noodzakelijk is en of het gaat om een hoog complex of laag complex bed. Dat gebeurt op basis van het LHV-triagemodel. Met de inzet van wijkverpleegkundigen en het beter organiseren van de toegang tot herstelzorg, lossen we dus niet alleen de druk op de SEH en de HAP op, maar ook het verkeerd gebruik van bedden.”

Bedden-app

Wat daar eveneens bij helpt, is de door Omring ontwikkelde bedden-app. “We hebben samen met collega-zorgorganisaties alle eerstelijnsbedden geïnventariseerd. Vervolgens hebben we een app ontwikkeld waarmee we de logistiek regelen. Alle aanbieders plaatsen hierin hun voorraad bedden, zodat verwijzers kunnen zien waar plek is. De informatie wordt iedere dertig minuten ververst, waardoor er bijna realtime zicht is op de beschikbaarheid van bedden in Noord-Holland Noord en West-Friesland. De verwijzingen blijven wel via het triageteam lopen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

De juiste zorg op de juiste plek in Oostelijk Zuid-Limburg

Op 15 februari organiseerde de Guus Schrijvers Academie in Utrecht het congres Geïntegreerde zorg eerste en tweede lijn. Een succesvol voorbeeld daarvan is Pluspunt, een anderhalvelijnssamenwerking van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL) en ziekenhuis Zuyderland, ondersteund door CZ en de regionale patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. HOZL-directeur en huisarts Bem Bruls, cardioloog Marieke van den Brink en CZ-manager Regioregie Wiro Gruisen deelden succesfactoren en ervaringen.

Substitutie van eenvoudige medisch-specialistische zorg naar huisartsenzorg staat al jaren hoog op de politieke agenda, maar de resultaten zijn tot dusver teleurstellend, stelde Wiro Gruisen vast. “Iedereen is voor zorg op de juiste plek, waarom lukt het in de praktijk dan onvoldoende? En welke rol heeft de zorginkoop hierin?”

Regioregie

CZ ging in 2012 al aan de slag met deze vragen. Het resultaat is een visie op regioregie, die is opgetekend in het rapport Betere en betaalbare zorg door samenwerking in de regio. “Het gaat in feite om populatiemanagement”, vertelt Gruisen. “We zijn als verzekeraar teruggegaan naar de regio en we zijn daar met de stakeholders om tafel gegaan: zorgvragers, huisartsen en ziekenhuizen en inmiddels zijn ook de GGZ, gemeente, apotheken en andere partijen aangeschoven. Wat ons bindt is de ambitie om de zorg in de regio duurzaam te organiseren, met de Triple Aim-doelstellingen als uitgangspunt.”

Tijdens het congres in Utrecht werd ingezoomd op het anderhalvelijnscentrum Pluspunt binnen de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg.

Verandermodel

CZ liet zich bij het concept van regioregie inspireren door een implementatiemodel dat is gebaseerd op literatuuronderzoek naar succesfactoren voor effectieve integrale zorg. Dat heeft, aldus Gruisen, zes ‘knoppen’ waaraan je kunt ‘draaien’ en die in onderlinge samenhang effect sorteren. Het werd ook gebruikt bij de opzet van anderhalvelijnscentrum Pluspunt.

“Er is een heldere, gezamenlijke visie bij MijnZorg. En er hoort ook een business case bij. Een kleine: de inkomsten van Pluspunt aan de ene kant en de kosten aan de andere kant. Maar ook een grote, die daarboven hangt en waar het werkelijk om gaat: de kosten en opbrengsten op het niveau van de regio, doordat dankzij Pluspunt minder ziekenhuiszorg nodig is.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Stappen naar een ouderenvriendelijke samenleving

‘Zorg voor ouderen gaat ons allemaal aan’, staat in het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving dat op initiatief van de Patiëntenfederatie tot stand kwam. Ouderenzorg raakt onze naasten en onszelf. Logisch dus dat het voor veel maatschappelijke reuring zorgt. In de praktijk komt een steeds groter deel van de zorg voor rekening van de eerste lijn.

De initiatieven en projecten voor ouderen worden als versnipperd ervaren. Het gaat nog te veel over aandoeningen en te weinig over het welbevinden, de zelfredzaamheid en wensen van ouderen zelf. Dat blijkt uit het Rapport kwetsbare ouderen dat de Patiëntenfederatie een klein jaar geleden opstelde op basis van een meldactie onder ouderen, hun naasten en hulpverleners. Reden voor twintig organisaties, waaronder InEen, LHV, ActiZ en V&VN, om onder aanvoering van de Patiëntenfederatie een coalitie te vormen die kennis, projecten en programma’s verbindt. In november 2017 vroegen zij met het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving een actieve rol van de landelijke en lokale overheid op het gebied van passende zorg, informele zorg, samenhang en afstemming en het woonaanbod.

Visie huisartsenzorg

De visie Huisartsenzorg voor ouderen, ontwikkeld door NHG, Laego en LHV met medewerking van InEen, sluit goed aan bij het pleidooi. De ambitie van de beroepsgroep is om huisartsenzorg voor ouderen proactief, persoonsgericht en samenhangend te organiseren, gericht op het ondersteunen van een goede kwaliteit van leven. Daar is wel wat voor nodig. Denk aan voldoende tijd en middelen, goede lokale netwerkpartners en voorzieningen (opnamecapaciteit!) en voldoende personeel met de juiste competenties.

Faal- en succesfactoren

Regionaal wordt op allerlei manieren invulling gegeven aan die ambitie. Onderzoeksbureau ARGO deed in opdracht van het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in 2016 een inventarisatie onder 120 samenwerkingsverbanden en analyseerde faal- en succesfactoren. Persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme van de participanten, met name van de huisartsen – blijkt cruciaal voor het succes van de samenwerking. Financiering en gegevensuitwisseling werden het vaakst genoemd als belemmerende factor.

Plan van aanpak

Naar aanleiding van het rapport kwamen de landelijke partijen tot aanbevelingen voor doorontwikkeling van de zorg voor kwetsbare ouderen. Met die aanbevelingen zijn de landelijke organisaties aan de slag gegaan, vertelt Frederik Vogelzang, programmamanager bij InEen. “Om de regio’s een steuntje in de rug te geven, heeft het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in samenwerking met Actiz en VNG het Plan van aanpak Zorg voor kwetsbare ouderen ontwikkeld.” Door veertien koepels, waarvan een deel participeert in het Bestuurlijk Overleg eerste lijn, is een projectgroep gevormd. Van daaruit gaan werkgroepen aan de slag met de uitvoering van de thema’s uit het Plan van aanpak.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Jolande Sap en Thomas Plochg, Federatie voor Gezondheid: “Preventie moet lonend worden”

Van nazorg naar voorzorg. Dat is de missie van de NPHF Federatie voor Gezondheid, een publiek-private netwerkorganisatie van 65 bedrijven en instellingen. Het voorkomen van gezondheidsproblemen vraagt een aanpassing van het huidige zorgsysteem. Preventie moet lonend worden, betogen voorzitter Jolande Sap en directeur Thomas Plochg. Een brede lobby samen met de SER en GGD Nederland resulteerde in een eerste succes: het Preventieakkoord staat op de politieke agenda.

“Dit wordt het jaar van de waarheid”, zegt Jolande Sap, “met het Preventieakkoord kunnen we echt stappen gaan zetten. Er is een beweging gaande en vanuit de Federatie zetten we ons in om die op te schalen, te versnellen en te borgen.” Dat gebeurt door het ontwikkelen van een breed gedragen visie met de leden en andere partijen, door het delen van kennis, het ontwikkelen van instrumenten en het naar de praktijk brengen daarvan. “We zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van het Preventieakkoord. Zowel de Federatie als de individuele leden nemen deel aan de werkconferenties van staatssecretaris Blok en we faciliteren het proces en de inhoud.”

Vitaliteitscontract

Met het gezond houden van burgers kun je geen geld verdienen. Initiatieven gericht op preventie lopen daarop vast en dat moet veranderen, vinden Plochg en Sap. Ze pleiten daarom voor opname van het door de NPHF ontwikkelde ‘vitaliteitscontract’ in het Preventieakkoord. Een vitaliteitscontract is een abonnement dat burgers toegang geeft tot professionele ondersteuning bij gezond en vitaal blijven. Het idee is dat werkgevers, gemeenten of andere collectieven afspraken maken met de aanbieders van ‘gezondheidsdiensten’ in de breedste zin van het woord. Werknemers, inwoners of leden kunnen vervolgens een abonnement nemen op dat ‘vitaliteitspakket’. Plochg vergelijkt het met Spotify: “Dat geeft je tegen een klein bedrag per maand toegang tot een enorme muziekbibliotheek. Het vitaliteitscontract geeft je op dezelfde manier toegang tot activiteiten en diensten die je helpen gezond te blijven.” Het vitaliteitscontract kan naast de huidige zorgverzekering bestaan.

Halffabricaat

De exacte invulling van het vitaliteitscontract is aan partijen zelf. Aan de basis liggen tien principes die de NPHF formuleerde (zie kader). Sap: “Het is een halffabricaat. Verschillende NPHF-leden zijn ermee aan de slag gegaan en zoeken een invulling die past bij hun organisatie. De zorg- en welzijnsorganisaties die deelnemen in Peel Duurzaam Gezond willen bijvoorbeeld een vitaliteitscontract ontwikkelen voor hun werknemers. En autobedrijf PON is met zorgverzekeraar ONVZ aan het kijken of zij het vitaliteitsbeleid met de principes van het vitaliteitscontract handen en voeten kunnen geven.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Diagnostiek op de huisartsenpost voorkomt verwijzingen

In oktober publiceerden huisarts/onderzoeker Martijn Rutten en collega’s de resultaten van een onderzoek naar directe toegang tot radiologie vanuit de huisartsenpost. Conclusie: wanneer de huisarts op de post toegang heeft tot röntgendiagnostiek worden minder patiënten onnodig naar de spoedeisende hulp verwezen. In Heerlen ervaren ze hetzelfde, vertelt Roger Eurelings, manager van de huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg.

Verhoudingsgewijs zien huisartsen op de huisartsenpost aanzienlijk meer mogelijke fracturen dan in de eigen praktijk. Toch hebben zij juist overdag direct toegang tot radiologie en moet daarvoor bij tachtig procent van de huisartsenposten doorverwezen worden naar de Spoedeisende Hulp (SEH). Kan dat zinniger en zuiniger? Met die vraag gingen Rutten en consorten aan de slag.

Het onderzoek

Uit een inventarisatie van de onderzoekers in 2015 bleek dat twintig van de destijds 117 Nederlandse huisartsenposten toegang hebben tot radiologie. Bij zes is dat ongelimiteerd, bij zeven alleen overdag en bij de andere zeven gedurende bepaalde tijdvensters. “Wij vergeleken in ons onderzoek zes huisartsenposten met verschillende modellen. We hebben gekeken naar het fractuurpercentage en het aantal mensen dat in de eerste lijn kon blijven binnen de diverse modellen. Daarnaast hebben we de huisartsen gevraagd om op te schrijven met welke indicatie ze de röntgenfoto nodig vonden.” Bij de posten waar voor radiologie moest worden doorverwezen naar de SEH, bleek de helft van de doorverwezen patiënten een breuk of luxatie te hebben. De andere helft had dus in de eerste lijn kunnen blijven. Op de posten waar deels of volledig toegang was tot radiologie werd veertig procent doorverwezen naar de SEH met een afwijkende foto en kon zestig procent onder behandeling blijven van de huisarts.

Voordelen

Bij directe toegang lijken huisartsen wel iets makkelijker een foto aan te vragen (55 procent meldt een hoge verdenking op afwijkingen/fracturen) dan wanneer er beperkt of geen toegang is (68 procent meldt een hoge verdenking). Maar volgens Rutten wegen de voordelen van directe toegang tot radiologie hier ruimschoots tegenop. “De huisarts kan zijn rol van poortwachter beter vervullen en de regie houden. Voor patiënten betekent het een kortere wachttijd en een beperktere aanslag op hun eigen risico. En de SEH profiteert ook: de drukte neemt af waardoor zij zich meer kunnen richten op complexere zorgvragen.”

Roger Eurelings, manager van Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) onderschrijft de voor- en nadelen. Bij hap OZL kunnen huisartsen mensen met een vermoedelijke breuk via ZorgDomein doorverwijzen voor een foto. Eurelings is heel tevreden over de samenwerking met het ziekenhuis en vindt directe toegang tot radiologie een aanrader voor andere huisartsenposten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: