Berichten

Duurzame zorg met inzet van ICT

“We kunnen de toenemende zorgvraag niet beantwoorden door op te schalen wat we nu doen. Een andere manier van werken is noodzakelijk.” Aan het woord is Ed Berends. Huisarts en bestuurder bij Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Hij voorziet een belangrijke rol voor ICT bij het duurzaam inrichten van de zorg. Daar invulling aan geven is de ambitie van ICT-partner PharmaPartners, waarmee recent een meerjarig contract werd afgesloten.

“Om te kunnen investeren en innoveren heeft een ICT-leverancier zekerheid nodig”, licht Berends toe. “Dat snap ik, ik maak met de zorgverzekeraar ook liever afspraken voor een langere termijn. Daarom zijn we een meerjarig commitment aangegaan.” Het blijft daarmee mogelijk om een intensievere regionale samenwerking op het gebied van automatisering te realiseren, benadrukt Berends. “Binnen DSP – wat staat voor DOH, SGE en PoZoB – doen we een aantal dingen samen. Met DOH bekijken we of het mogelijk is om op te stomen naar één regiosysteem en PoZoB volgt dat met interesse. De afspraken die we nu hebben gemaakt, bieden ruimte voor de toekomst en zekerheid voor nu.”

eHealth

In de samenwerking met PharmaPartners is al heel wat bereikt, vertelt Berends. “Bijvoorbeeld op het gebied van eHealth. We willen onze patiënten meer invloed geven op hun eigen situatie. Het portaal MijnGezondheid.net helpt daarbij door inzage in het dossier, de mogelijkheid voor eConsults, afspraken maken en het aanvragen van herhaalrecepten. Sinds vorig jaar hebben patiënten ook inzage in hun labuitslagen.” De doorontwikkeling van eHealth komt tot stand in samenspel tussen de zorggroep en PharmaPartners als strategische ICT-partner. “We blijven elkaar prikkelen. PharmaPartners zorgt voor de technische mogelijkheden, wij moeten onze patiënten er goed in meenemen. Al doende leer je.”

Positief

Het toenemend aantal koppelingen tussen Medicom en andere systemen, vindt Berends positief. “Al blijft voor de dagelijkse zorg die met de apotheek het belangrijkste. Het is goed dat PharmaPartners de verbinding maakt met andere partijen in zorg en welzijn. Bijvoorbeeld door de beelddiagnostiek van het ziekenhuis te ontsluiten.”

ICT kan de efficiency vergroten met slimme beslisondersteuning, door het vereenvoudigen van administratieve processen en door het optimaliseren van de samenwerking rond en met de patiënt. PharmaPartners geeft daar invulling aan met MedicomSmart (richtlijnondersteuning en casefinding) en Medicom Multidisciplinair (op maat inrichten chronische zorg). “Dat juich ik toe. De kunst voor PharmaPartners is om een balans te vinden tussen snelheid, flexibiliteit en het neerzetten van stevige, generieke oplossingen die werken voor alle zorgaanbieders.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

“Samen een aanbod voor ouderen ontwikkelen waar de Almeerders iets aan hebben”

De zorg voor ouderen persoonsgericht en in samenhang organiseren. Dat is de ambitie die uitgesproken is in de visie Huisartsenzorg voor ouderen van NHG, LHV en Leago, die met medewerking van InEen tot stand kwam. Zorggroep Almere heeft naast huisartsenzorg, wijkverpleging, farmacie, fysiotherapie, spoedzorg, revalidatie- en verpleeghuiszorg zelf ‘in huis’. Hoe geeft zij invulling aan die ambitie?

“De multidisciplinaire samenwerking in de gezondheidscentra van Zorggroep Almere vormt een stevige basis voor de geïntegreerde ouderenzorg die zij de inwoners van Almere wil bieden”, zegt Vera Kampschöer. Ze werkt sinds 1984 bij de Zorggroep, de afgelopen tien jaar als leider van de Huisartsenzorg. Doordat iedereen voor dezelfde organisatie werkt, is het makkelijker om elkaar in de uitvoering te vinden. Zowel binnen het gezondheidscentrum als daarbuiten. “Maar we hebben net als iedereen in de zorg te maken met verschillende financiële stromen, gescheiden ICT-systemen en verschillende eisen op het gebied van kwaliteit.”

“De zorgvraag van een oudere kan op één van de zorglocaties of gezondheidscentra binnenkomen”, haakt Willeke Oxener, directeur wijkverpleging, fysiotherapie en geriatrisch expertisecentrum, in. “Als je te maken hebt met verschillende geldstromen, dan is dat ingewikkeld. Wat helpt is dat iedereen hier de wil heeft om samen invulling te geven aan de zorg.” En dat multidisciplinair werken is al meer dan veertig jaar het uitgangspunt in Almere, verklaart Lidy Hartemink, voorzitter raad van bestuur. “De mensen die bij ons werken hebben allemaal de intrinsieke drijfveer om discipline overstijgend samen te werken in het belang van de Almeerders. Dat kun je niet van bovenaf opleggen, het blijft mensenwerk.”

De mensen van Zorggroep Almere werken makkelijker samen doordat ze elkaar kennen en dat werkt positief door naar hun patiënten, vertelt Kampschöer.

Verpleegkundige praktijk

De POH’s somatiek en wijkverpleegkundigen hebben een belangrijke rol in de zorg voor kwetsbare ouderen in Almere. Samen met de persoonlijk begeleider dementie vormen zij de ‘verpleegkundige praktijk’. Kampschöer: “Zij hebben de kwetsbare ouderen in beeld en komen geregeld samen. Dan spreken ze de cliënten en de benodigde zorg door. Daarbij wordt afgesproken wat de taakverdeling is en wie als casemanager het eerste aanspreekpunt wordt voor de cliënt. De verpleegkundige praktijk maakt ook de verbinding met andere disciplines, zoals de specialist ouderengeneeskunde, de POH-GGZ, de apotheker en de ergo- of fysiotherapeut. Ook de link naar het wijkteam wordt door de verpleegkundige praktijk gelegd. We hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in de verpleegkundige praktijk en dat werpt nu zijn vruchten af.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Waardegedreven zorg in de praktijk

Als de patiënt de maatstaf is voor waardegedreven zorg, zou die ook het uitgangspunt moeten zijn voor het meten van het succes ervan. Dat is kortweg waar het om gaat bij het in kaart brengen van de patient journey. Qualizorg en PharmaPartners werken samen om huisartsen en huisartsorganisaties te ondersteunen bij het toevoegen van waarde voor patiënten en het inzichtelijk maken van het resultaat daarvan. 

“Er zijn verschillende interpretaties van waardegedreven zorg. Als je het plat slaat gaat het om de vraag wat de waarde van geleverde zorg is voor een patiënt”, legt Rutger van Zuidam, directeur van Qualizorg uit. “En dat verschilt van patiënt tot patiënt. De ene zorgorganisatie neemt Triple Aim als uitgangspunt, de ander steekt in op value-based healthcare. Vanuit Qualizorg proberen we het resultaat daarvan aan de kant van de patiënt transparant te maken. Dat lukt het beste als je de patiënt verschillende keren op zijn pad door de zorg kort vraagt naar de ervaren uitkomsten. Als je de patient journey in kaart brengt dus.”

Op dit moment worden de uitkomsten van geleverde zorg meestal per silo bekeken. Van Zuidam: “De zorgdiscipline of het zorgpad staat centraal, terwijl de ervaring en uitkomsten van de zorg worden bepaald door de totale route die de zorgconsument aflegt. Als je de patiënt als uitgangspunt neemt voor het verzamelen van uitkomsten op het gebied van gezondheid, ervaren kwaliteit en kosten, krijg je een beeld van de effectiviteit van die hele ‘ketting’ van zorg.”

Samen waarde creëren

De omslag naar het verzamelen van outcome op basis van de patient journey stimuleert Qualizorg door met zorgorganisaties ervaring op te doen, maar ook door samenwerking te zoeken met partijen zoals PharmaPartners. Van Zuidam: “In het huisartsinformatiesysteem Medicom wordt bijvoorbeeld vastgelegd wanneer een patiënt langskomt en hoe het met hem of haar is. Dat zijn de triggers op basis waarvan we vanuit Qualizorg de patiëntbeleving kunnen gaan meten.”

“Medicom helpt huisartsenpraktijken bovendien bij het creëren van een beter ervaren kwaliteit van zorg en betere uitkomsten”, vult Suzanne van Aarle, manager sales & marketing bij PharmaPartners Huisartsenzorg aan. “Dat doen we door goede informatie-uitwisseling met andere partijen tot stand te brengen, zodat zorg op de juiste plek ondersteund wordt met volledige informatie. Daarnaast ontwikkelen we in nauwe samenwerking met huisartsen en zorggroepen functionaliteit om goed invulling te kunnen geven aan multidisciplinaire, persoonsgerichte zorg.”

Rutger van Zuidam: “PharmaPartners Huisartsenzorg en Qualizorg hebben veel dezelfde klanten. Als grote systeempartijen in de zorg hebben we de verantwoordelijkheid om te verbinden en een holistisch beeld van de patiënt en de uitkomsten van zorg tot stand te brengen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Opmaat naar samenhangende zorg in de regio

Een jaar geleden zijn afspraken gemaakt over de financiering van Organisatie & Infrastructuur (O&I). Zorgorganisaties en zorgverzekeraars zijn met elkaar in gesprek om daar voor 2019 invulling aan te geven. Hoe staat het ervoor in het land en hoe krijgt de regionalisering vorm? De Eerstelijns deed een belrondje.

De Zeeuwse Huisartsen Coöperatie (ZHCo) is de samenwerkingsorganisatie van huisartsen in De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Walcheren. De meeste aangesloten huisartsen zijn ook lid van PeriScaldes, dat de ketenzorg organiseert. “We zijn bezig met een fusietraject dat in 2019 zijn beslag zal krijgen”, vertelt Ruud Münstermann, directeur van ZHCo. Hij kijkt ernaar uit: “Vanuit die grotere organisatie kunnen we ons beter naar buiten profileren. Bovendien is het handig dat er straks één telefoonnummer is voor iedereen die iets met de huisartsen boven de Westerschelde wil regelen. En dan zijn er nog schaalvoordelen: we kunnen ons efficiënter organiseren, zodat we toe kunnen met de bestaande middelen. Niet met minder, dat zou een verkeerde beweging zijn.”

Elkaar iets gunnen

Vanuit de ROS Raedelijn houdt strategisch adviseur Marian Kesler zich onder meer bezig met ‘populatiegericht werken’. GezondVeluwe is daar een goed voorbeeld van. Zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars en cliëntenorganisaties werken in Noordwest-Veluwe en Zeewolde samen aan betere zorg. Raedelijn vormt het programmateam. “Ik merk dat er in het veld veel beweging is richting regionalisering en O&I. Voor ons is O&I een middel om regionale samenwerking vorm te geven. Het gaat erom dat partijen over echelons en domeinen heen kijken vanuit het perspectief van inwoner en patiënt en vanuit die waarde de netwerkorganisatie vormgeven.”

Raamwerk

In het Netwerk Zorgorganisaties Leiden en Omstreken (NZLO) werken sinds eind 2016 vijf zorggroepen samen: de Regionale Organisatie van Huisartsen West Nederland, RijnCoepel, Zorggroep Katwijk en Alphen op één lijn en de Samenwerkende GEZ-en Leiden en Omstreken. “Daarmee zijn we prachtig voorgesorteerd op O&I”, zegt voorzitter Henri van der Lugt. Er is een kernteam O&I opgericht, waarin alle zorggroepen vertegenwoordigd zijn en dat het mandaat heeft van de achterban. Het kernteam zet de lijnen uit en gaat in gesprek met vertegenwoordigers van één zorgverzekeraar, namelijk Zorg & Zekerheid. “Zo houden we het werkbaar en overzichtelijk. We hopen voor 15 juli een raamwerk voor de regio te hebben. Op basis daarvan kunnen we op wijkniveau afspraken maken.”

Gemandateerde regio-organisatie

HZD (Huisartsenzorg Drenthe) organiseert ketenzorg, scholingen, ICT- en praktijkondersteuning en bevordert de kwaliteit van de huisartsenzorg in de provincie. Stefan Meinema, directeur bedrijfsvoering, prijst zich gelukkig dat de organisatie van de eerstelijnszorg in het door Duitsland begrensde, rurale gebied vrij overzichtelijk is. “Dat maakt de O&I-discussie makkelijker. Wij hebben te maken met Zilveren Kruis, die kiest voor een regionale aanpak en verlangt een bepaalde schaalgrootte. Zilveren Kruis lijkt iets meer afstand te nemen van de zorginhoud en richt zich meer op de regio, waardoor de regie over de zorginhoud bij de zorgpartijen komt. Dat schept kansen. Onze huisartsen zijn betrokken in het verhaal van Zilveren Kruis en nu is het zaak dat wij samen met de stakeholders een heel goed regioplan in elkaar gaan zetten.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Alle huisartsendossiers ontsloten in 2020

Vanaf 2020 zijn alle huisartsenpraktijken en hun ICT-leveranciers in staat om digitaal informatie uit te wisselen met patiënten. Dat is de doelstelling van OPEN (Ontsluiten Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland). Met dit programma willen InEen, LHV en NHG huisartsen en huisartsenorganisaties ondersteunen en ontzorgen bij het voldoen aan hun wettelijke én maatschappelijke verplichting. Kwartiermaker Bart Brandenburg en InEen-bestuurslid Maarten Klomp vertellen hoe.

Bart Brandenburg startte zijn loopbaan als huisarts en ontwikkelde zich tot een voortrekker in innovatie en eHealth. Maarten Klomp is praktiserend huisarts en oud-zorggroepbestuurder en vertegenwoordigt InEen onder meer in het Informatieberaad Zorg. Twee door de wol geverfde heren dus, met een visie op de inzet van eHealth in de huisartsenpraktijk en kennis van de weerbarstige praktijk.

“Informatie-uitwisseling met patiënten is noodzakelijk als je wilt dat patiënten meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun gezondheid”, legt Klomp uit. “Daarvoor moeten ze het huisartsdossier kunnen inzien, contact met ons kunnen maken en hun eigen data kunnen samenvoegen met de data die wij in onze huisartsensystemen over hen hebben. Daarbij komt nog dat digitale inzage van patiënten in hun dossier vanaf 2020 verplicht is. Met OPEN willen we huisartsen helpen om hier invulling aan te geven.”

OPEN is de evenknie van het VIPP-programma voor ziekenhuizen (Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional). Gefinancierd door VWS worden sectorale afspraken gemaakt en wordt ondersteuning geboden om ervoor te zorgen dat alle Nederlanders digitaal toegang krijgen tot hun medische gegevens. Ook met de GGZ zijn hierover afspraken gemaakt.

Ambitieus

De doelstelling van OPEN is ambitieus: invoering van digitale informatie-uitwisseling bij honderd procent van de Nederlandse huisartsenpraktijken en gebruik daarvan door minimaal veertig procent van de inwoners van Nederland in 2021. Huisartsenpraktijken en ICT-leveranciers zijn al zeker tien jaar bezig met het ontwikkelen van patiëntenportalen en het opschalen van het gebruik daarvan onder patiënten. En hoewel er meer en meer vraag naar lijkt te zijn, neemt de digitale informatie-uitwisseling tussen huisartsenpraktijken en patiënten nog altijd geen enorme vlucht. Waarom zou dat de komende drie jaar wel gebeuren? “Juist omdat er al veel werk gedaan is door leveranciers en huisartsen”, reageert Klomp. “Nieuw is dat ICT-leveranciers van plan zijn tools in te bouwen op basis van landelijke standaarden en dat wij huisartsen gaan helpen om die tools te integreren in de dagelijkse praktijk en het gebruik door patiënten te stimuleren.” OPEN wil ervoor zorgen dat zowel voor leveranciers als voor huisartsen financiering beschikbaar komt om hier invulling aan te geven.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Deskundig oogheelkundig advies bij de optometrist

Toenemende tekorten op de arbeidsmarkt bij een alsmaar groeiende vraag, dat leidt tot verstopping van zorg. In de oogheelkunde is dat geen schrikbeeld voor de toekomst, maar dagelijkse realiteit. In de regio Rotterdam werken huisartsen, optometristen en oogartsen samen in het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde om mensen zo snel mogelijk de juiste zorg te bieden. De optometrist ‘om de hoek’ onderzoekt en diagnosticeert alle niet acute oogklachten en de oogarts kijkt op afstand mee. De huisarts blijft via Ksyos en een terugkoppeling in het huisartsinformatiesysteem volledig op de hoogte.

“Een half jaar tot een jaar wachten tot je terechtkunt bij de oogarts, dat kan natuurlijk niet. Daarom is het goed dat we hier in de regio het Zorgpad Oogheelkunde hebben ingericht met Ksyos en het Optometristen Collectief Rijnmond.” Aan het woord is Willem Maat, oogarts in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. Door vergrijzing, toename van het aantal diabetespatiënten en een tekort aan oogartsen lopen de wachttijden steeds verder op. Door inzet van het Ksyos Zorgpad Oogheelkunde neemt de druk op de specialistische zorg af. De huisarts verwijst niet acute oogklachten namelijk naar de optometrist in de buurt, in plaats van naar de specialist in het ziekenhuis. “De optometrist kan een patiënt binnen enkele dagen al zien”, vervolgt Maat. “En het is ook nog eens dicht bij huis. Naar schatting hoeft zestig procent van de patiënten die de optometristen zien niet naar ons verwezen te worden.”

Snel en makkelijk

In de regio Rijnmond loopt het Zorgpad Oogheelkunde inmiddels ruim vijf jaar, er zijn meer dan 25.000 patiënten geïncludeerd. “Het is een fantastisch mooi systeem”, vindt Maat. “Optometristen hebben alle apparatuur in huis om ogen goed te meten en foto’s te maken. De uitslagen en conclusies krijg ik via het Ksyos EPD. In de tijd dat ik op de poli drie mensen zie, kan ik via Ksyos tien patiënten bekijken.”

In de praktijk verwijst de huisarts of POH een patiënt direct vanuit het HIS door naar de optometrist voor een geprotocolleerd oogonderzoek. Het Zorgpad Oogheelkunde wordt geregistreerd in het beveiligde online Ksyos EPD en op afstand voorgelegd aan de oogarts als Oogheelkunde Consult. De oogarts heeft een maximale reactietermijn van twee werkdagen, maar reageert gemiddeld binnen vijf uur. Uitslagen, bevindingen, diagnose en het advies van optometrist en oogarts worden via hetzelfde Ksyos EPD en via een edifact-bericht naar het HIS gedeeld met de huisarts. De optometrist deelt de uitslag met de patiënt en initieert het vervolgtraject.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Erik Dannenberg, Divosa: “Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn”

Wat mankeert onze samenleving dat niet iedereen kan meedoen? Volgens Erik Dannenberg is dat een veel logischer vraag dan de vraag die we in zorg en welzijn gewend zijn te stellen aan mensen die buiten de boot vallen: wat mankeert u? Door de decentralisaties is ruimte ontstaan voor een brede wijkaanpak, die mensen juist aan boord houdt. Lokaal ontstaan veelbelovende initiatieven, maar het verankeren van een ‘inclusieve aanpak’ vereist volgens Dannenberg meer fundamentele veranderingen.

“In de inclusiemaatschappij hoort iedereen erbij, doet iedereen ertoe en doet iedereen mee”, legt hij uit. “Het oude verzekeringsstelsel had het ongewenste neveneffect dat we mensen gingen ‘labelen’ op hun beperking. Doordat we alles benaderen vanuit een soort medische vakjargon, wordt de groep die iets mankeert steeds groter. We zijn doorgeschoten in het plaatsen van mensen in categorale voorzieningen.”

De inclusiemaatschappij is het alternatief voor die categorale aanpak. “De crux daarvan is dat mensen met een beperking gebruikmaken van de eerstelijnszorg in de wijk, reguliere scholen bezoeken en aan de slag gaan bij werkgevers in de buurt en dat zij daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.”

Blikverbreding

Mede dankzij de decentralisaties ziet Dannenberg dit steeds meer gebeuren. “Door de decentralisaties zijn we bevrijd uit aanbod gestuurde wetgeving en is er ruimte om meer vanuit het individu of het gezin te redeneren.”

Categorale oplossingen maken in toenemende mate plaats voor een persoonsgerichte aanpak vanuit gemeenten en sociaal domein, in samenwerking  met eerstelijnszorg, onderwijs, werkgevers, familie en anderen rondom het individu. In hoeverre weten partijen elkaar al te vinden? “Het is aan het ontstaan. Er wordt meer met elkaar gepraat dan ooit tevoren”, constateert Dannenberg. “Gemeenten kwamen vroeger pas in actie als een uitkering werd aangevraagd. Door die blikverbreding wordt sneller gekeken naar signalen die zijn gemist. Wat zijn voorspellende factoren voor het niet zelf kunnen vinden van werk of huisvesting? Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn.“

Gemeente en eerste lijn

Het wijkteam legt de verbinding tussen gemeente en eerste lijn, die met POH’s en de inrichting van anderhalvelijnszorg een steeds bredere rol krijgt in de wijk. Van Dannenberg mag dat nog verder gaan. “Ik zie mooie kansen voor het inrichten van echte wijkgezondheidscentra. Het succes van Welzijn op Recept laat zien dat de huisarts een grote toegevoegde waarde kan hebben bij leefstijlinterventies.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

De kortste weg naar het juiste eerstelijnsbed

Het eerstelijnsverblijf wordt sinds een jaar bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet en ingekocht door zorgverzekeraars. Zorgregio’s zijn hiermee ieder op hun eigen manier aan de slag gegaan. Het inrichten van nieuwe werkwijzen bij verwijzing en indicatiestelling en het op orde brengen van de capaciteit zorgt voor de nodige hoofdbrekens. Maar het biedt ook ruimte voor het intensiveren van de multidisciplinaire samenwerking en mooie innovaties, vertelt Jolanda Buwalda, bestuurder bij zorgorganisatie Omring.

Omring werkt voor de invulling van het eerstelijnsverblijf nauw samen met HKN Huisartsen en Zorgkoepel West-Friesland. Het urgentiebesef nam toe na een bezoek van voormalig VWS-minister Edith Schippers aan de regionale ziekenhuizen in januari 2017, vertelt Buwalda. “Wij werden betrokken omdat de spoedeisende hulp de aanloop niet aankon. De vraag was of we medestander konden worden om dit samen in goede banen te leiden.”

Omring pleegde drie interventies. Er werd een wijkverpleegkundige op de SEH gezet, ook overdag. Deze buigt zorgvragen om van spoedeisende hulp naar zorg thuis. Ook op de huisartsenpost vangt een wijkverpleegkundige de verpleegkundige vragen af voor de huisarts. En tot slot heeft Omring de hoogcomplexe eerstelijnsbedden geclusterd op een eigen herstelafdeling in het ziekenhuis, zodat de ziekenhuisafdelingen direct kunnen verwijzen naar de hoog complexe herstelbedden van Omring.

Centraal triageteam

Alle regionale aanvragen voor eerstelijnsbedden, ook die van het ziekenhuis, worden sinds maart 2017 beoordeeld door een centraal triageteam. Dit voorkomt onder meer scheefgroei tussen opnames vanuit het ziekenhuis en vanuit de thuissituatie. Buwalda: “Een wijkverpleegkundige met een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht bepalen in overleg met de huisarts of behandelaar of een patiënt thuis verzorgd moet worden of een ELV-opname noodzakelijk is en of het gaat om een hoog complex of laag complex bed. Dat gebeurt op basis van het LHV-triagemodel. Met de inzet van wijkverpleegkundigen en het beter organiseren van de toegang tot herstelzorg, lossen we dus niet alleen de druk op de SEH en de HAP op, maar ook het verkeerd gebruik van bedden.”

Bedden-app

Wat daar eveneens bij helpt, is de door Omring ontwikkelde bedden-app. “We hebben samen met collega-zorgorganisaties alle eerstelijnsbedden geïnventariseerd. Vervolgens hebben we een app ontwikkeld waarmee we de logistiek regelen. Alle aanbieders plaatsen hierin hun voorraad bedden, zodat verwijzers kunnen zien waar plek is. De informatie wordt iedere dertig minuten ververst, waardoor er bijna realtime zicht is op de beschikbaarheid van bedden in Noord-Holland Noord en West-Friesland. De verwijzingen blijven wel via het triageteam lopen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

De juiste zorg op de juiste plek in Oostelijk Zuid-Limburg

Op 15 februari organiseerde de Guus Schrijvers Academie in Utrecht het congres Geïntegreerde zorg eerste en tweede lijn. Een succesvol voorbeeld daarvan is Pluspunt, een anderhalvelijnssamenwerking van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL) en ziekenhuis Zuyderland, ondersteund door CZ en de regionale patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. HOZL-directeur en huisarts Bem Bruls, cardioloog Marieke van den Brink en CZ-manager Regioregie Wiro Gruisen deelden succesfactoren en ervaringen.

Substitutie van eenvoudige medisch-specialistische zorg naar huisartsenzorg staat al jaren hoog op de politieke agenda, maar de resultaten zijn tot dusver teleurstellend, stelde Wiro Gruisen vast. “Iedereen is voor zorg op de juiste plek, waarom lukt het in de praktijk dan onvoldoende? En welke rol heeft de zorginkoop hierin?”

Regioregie

CZ ging in 2012 al aan de slag met deze vragen. Het resultaat is een visie op regioregie, die is opgetekend in het rapport Betere en betaalbare zorg door samenwerking in de regio. “Het gaat in feite om populatiemanagement”, vertelt Gruisen. “We zijn als verzekeraar teruggegaan naar de regio en we zijn daar met de stakeholders om tafel gegaan: zorgvragers, huisartsen en ziekenhuizen en inmiddels zijn ook de GGZ, gemeente, apotheken en andere partijen aangeschoven. Wat ons bindt is de ambitie om de zorg in de regio duurzaam te organiseren, met de Triple Aim-doelstellingen als uitgangspunt.”

Tijdens het congres in Utrecht werd ingezoomd op het anderhalvelijnscentrum Pluspunt binnen de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg.

Verandermodel

CZ liet zich bij het concept van regioregie inspireren door een implementatiemodel dat is gebaseerd op literatuuronderzoek naar succesfactoren voor effectieve integrale zorg. Dat heeft, aldus Gruisen, zes ‘knoppen’ waaraan je kunt ‘draaien’ en die in onderlinge samenhang effect sorteren. Het werd ook gebruikt bij de opzet van anderhalvelijnscentrum Pluspunt.

“Er is een heldere, gezamenlijke visie bij MijnZorg. En er hoort ook een business case bij. Een kleine: de inkomsten van Pluspunt aan de ene kant en de kosten aan de andere kant. Maar ook een grote, die daarboven hangt en waar het werkelijk om gaat: de kosten en opbrengsten op het niveau van de regio, doordat dankzij Pluspunt minder ziekenhuiszorg nodig is.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Stappen naar een ouderenvriendelijke samenleving

‘Zorg voor ouderen gaat ons allemaal aan’, staat in het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving dat op initiatief van de Patiëntenfederatie tot stand kwam. Ouderenzorg raakt onze naasten en onszelf. Logisch dus dat het voor veel maatschappelijke reuring zorgt. In de praktijk komt een steeds groter deel van de zorg voor rekening van de eerste lijn.

De initiatieven en projecten voor ouderen worden als versnipperd ervaren. Het gaat nog te veel over aandoeningen en te weinig over het welbevinden, de zelfredzaamheid en wensen van ouderen zelf. Dat blijkt uit het Rapport kwetsbare ouderen dat de Patiëntenfederatie een klein jaar geleden opstelde op basis van een meldactie onder ouderen, hun naasten en hulpverleners. Reden voor twintig organisaties, waaronder InEen, LHV, ActiZ en V&VN, om onder aanvoering van de Patiëntenfederatie een coalitie te vormen die kennis, projecten en programma’s verbindt. In november 2017 vroegen zij met het Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving een actieve rol van de landelijke en lokale overheid op het gebied van passende zorg, informele zorg, samenhang en afstemming en het woonaanbod.

Visie huisartsenzorg

De visie Huisartsenzorg voor ouderen, ontwikkeld door NHG, Laego en LHV met medewerking van InEen, sluit goed aan bij het pleidooi. De ambitie van de beroepsgroep is om huisartsenzorg voor ouderen proactief, persoonsgericht en samenhangend te organiseren, gericht op het ondersteunen van een goede kwaliteit van leven. Daar is wel wat voor nodig. Denk aan voldoende tijd en middelen, goede lokale netwerkpartners en voorzieningen (opnamecapaciteit!) en voldoende personeel met de juiste competenties.

Faal- en succesfactoren

Regionaal wordt op allerlei manieren invulling gegeven aan die ambitie. Onderzoeksbureau ARGO deed in opdracht van het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in 2016 een inventarisatie onder 120 samenwerkingsverbanden en analyseerde faal- en succesfactoren. Persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme van de participanten, met name van de huisartsen – blijkt cruciaal voor het succes van de samenwerking. Financiering en gegevensuitwisseling werden het vaakst genoemd als belemmerende factor.

Plan van aanpak

Naar aanleiding van het rapport kwamen de landelijke partijen tot aanbevelingen voor doorontwikkeling van de zorg voor kwetsbare ouderen. Met die aanbevelingen zijn de landelijke organisaties aan de slag gegaan, vertelt Frederik Vogelzang, programmamanager bij InEen. “Om de regio’s een steuntje in de rug te geven, heeft het Bestuurlijk Overleg eerste lijn in samenwerking met Actiz en VNG het Plan van aanpak Zorg voor kwetsbare ouderen ontwikkeld.” Door veertien koepels, waarvan een deel participeert in het Bestuurlijk Overleg eerste lijn, is een projectgroep gevormd. Van daaruit gaan werkgroepen aan de slag met de uitvoering van de thema’s uit het Plan van aanpak.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: