Berichten

Multidisciplinaire aanpak armoedebestrijding in Hoorn

Armoede maakt levens kapot. In de Hoornse wijk Kersenboogerd kiezen ze daarom voor een bijzondere manier van armoedebestrijding. Met het project Stand-by helpen buurtbewoners medebewoners met financiële problemen. Het leidt tot meer zelfredzaamheid en sociale participatie van bewoners, ook op langere termijn. En het bespaart de gemeente Hoorn veel geld.

Dertien procent van de 22.000 inwoners van de wijk Kersenboogerd in Hoorn leeft onder de armoedegrens. Daar moest iets aan gebeuren, vonden Joke Brouwer, oud-bestuurder van gezondheidscentrum Kersenboogerd, en Maria van Nuland, sociaal werker bij de Hoornse welzijnsorganisatie Stichting Netwerk.

In 2015 startten Stichting Netwerk, gezondheidscentrum Kersenboogerd en budgetcoach Jacqueline Raven het project Stand-by, een bijzondere manier van armoedebestrijding in Kersenboogerd. Bewoners die in armoede leven, krijgen een buurtbewoner als maatje om hen te helpen, maximaal voor een half jaar. Niet de zorgprofessional, maar de buurvrouw drie straten verderop helpt de alleenstaande moeder om haar financiën op de rails te krijgen.

Planmaatjes en buurmaatjes

Dat werkt, vertelt Brouwer. “Sommige van de deelnemers aan Stand-by zijn zorgmijders. Zorgprofessionals komen bij hen niet binnen, maar hun maatje wel.” Stand-by werkt met planmaatjes en buurmaatjes, vult Van Nuland aan. “De planmaatjes helpen deelnemers bij hun financiën en thuisadministratie. De buurmaatjes zijn er voor de sociale dingen.” De maatjes krijgen coaching van een team professionals. Van Nuland: “Alle maatjes krijgen een basistraining in communicatie. Hoe kun je het beste contact maken met de deelnemers? De planmaatjes krijgen daarnaast training van onze budgetcoach.”

Zelfredzaamheidsmonitor

Stand-by gaat nu het derde jaar in. Het eerste jaar werden tien gezinnen begeleid, het tweede en derde 25. Uit de zelfredzaamheidsmonitor van de gemeente Hoorn blijkt dat de zelfredzaamheid van deelnemers een jaar na afloop nog altijd groter is. De gemeente heeft een bijdrage voor vier jaar toegezegd en daarvan zijn er nog twee te gaan. Het maatjesproject bespaart ook geld. Brouwer: “Onze ondersteuning van de eerste 35 gezinnen heeft de gemeente en de woningbouwvereniging samen 40.000 euro opgeleverd. Bijvoorbeeld doordat we een aantal gezinnen uit de schuldsanering hebben weten te houden. En drie huisontruimingen hebben weten te voorkomen.”

Multidisciplinair

De kracht van Stand-by, daar zijn Brouwer en Van Nuland het over eens, zit in de multidisciplinaire aanpak. Brouwer: “Dit is een samenwerkingsproject van verschillende organisaties die veel met elkaar samenwerken. We bouwen voort op een reeds bestaand sterk netwerk. Dat is een succesfactor van Stand-by.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Wat brengt het zorginkoopbeleid 2018?

Wat valt op in het zorginkoopbeleid voor de eerste lijn, dat recent is gepubliceerd door de vier grote zorgverzekeraars Zilveren Kruis, VGZ, CZ en Menzis? De Eerstelijns analyseert hun plannen voor huisartsenzorg, multidisciplinaire zorg, farmacie, fysiotherapie en wijkverpleging.

De zorgverzekeraars moeten het zorginkoopbeleid ieder jaar op 1 april publiceren en doen dat trouw. De uitwerking op onderdelen volgt later, omdat de tijd tussen het afronden van de evaluatie 2016 en het publiceren van het beleid voor 2018 gewoon te kort is.

Het concept dat de zorgverzekeraars voor 2018 hanteren, is min of meer hetzelfde als dat voor van 2017, al is het taalgebruik wat aangepast. Terugkerende begrippen in het beleid 2018 zijn klantwaarde, zinnig, doelmatig en good practices. Goed is goed genoeg? Ook nieuw is de focus op de regio in de eigen kernwerkgebieden. Betekent dit dat de verzekeraars elkaar vaker automatisch gaan volgen? Het vormgeven van de zorg gebeurt per regio, geen blauwdrukken, maar wel kaders. Hoe dat zal uitpakken, is op dit moment niet duidelijk.

Er worden in 2018 beperkingen gesteld aan de niet gecontracteerde zorg (lagere vergoeding) en aan kleine contracten (op basis van een minimumbedrag of aantal FTE). Per discipline is dit anders, afhankelijk van de positie van de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder. De doorleverplicht is bij sommige disciplines verdwenen, aangepast (bij overschrijding van het plafond krijgt men een ander tarief) of nog steeds als harde voorwaarde opgenomen. Ook hierbij zijn er verschillen per discipline.

Huisartsen- en multidisciplinaire zorg

De programmatische zorg voor chronisch zieken lijkt door zorgverzekeraars ter discussie te worden gesteld. Er wordt een voorbehoud gemaakt of openlijk aangegeven dat de ziektespecifieke benadering wordt ingeruild voor een persoonsgerichte benadering. Alle zorgverzekeraars vermelden de module Organisatie & Infrastructuur (O&I), zonder er harde toezeggingen over te doen. In de loop van 2017 wordt duidelijk of de financiering voor O&I doorgaat.

Substitutie, indexering en eHealth

Substitutie vanuit het medisch-specialistisch circuit, wat moeten we daarvan verwachten? Zorgverzekeraars zijn terughoudend bij het concreet maken van hun beleid. Ze broeden op nieuwe methoden, zoals shared savings bij een hogere omzetdaling dan afgesproken. Dat lijkt voor de komende jaren de trend te worden. Zorgverzekeraars lijken ook – deels terecht – te aarzelen over de kracht van de eerstelijnszorg. Het vragen van een stevige eerstelijnsorganisatie met een breed mandaat van de huisartsen is een nieuwe trend, die in bepaalde regio’s een versnelling kan bieden.

Maar misschien is het ontbreken van een expliciete eHealth-paragraaf wel het meest opvallende aan het zorginkoopbeleid van ‘de grote vier’. eHealth, zelfzorg en gestandaardiseerde informatie-uitwisseling zouden juist een speerpunt van beleid moeten zijn en zorgaanbieders zouden moeten worden uitgedaagd om hier initiatieven op te ontplooien.

Download het artikel voor de volledige analyse.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Samenwerken begint bij samen opleiden

Door de toenemende complexiteit van de zorgvraag, veranderingen in de organisatie van de zorg en de groeiende behoefte aan gezamenlijke besluitvorming door zorgverleners en patiënten, wordt samenwerken steeds belangrijker in de zorg. En ingewikkelder. Om hier als professionals op een goede manier invulling aan te kunnen geven, moet er tijdens de opleiding al aandacht zijn voor goed samenwerken. Tussen disciplines en over lijnen heen.

Veranderingen in de zorg maken dat de zorgbehoefte steeds complexer wordt. Om kwalitatief goede, geïntegreerde en persoonsgerichte zorg te geven, is samenwerking tussen professionals meer dan ooit van groot belang. Die noodzaak wordt versterkt doordat het beeld van de arts-patiënt relatie verandert, waarbij er meer behoefte is aan gezamenlijke besluitvorming. Tegelijkertijd wordt in het nieuwe zorgstelsel een omslag van aanbod- naar vraaggestuurde zorg beoogd. Deze ontwikkelingen vragen om meer samenwerking met patiënten en tussen professionals. In die samenwerking is het essentieel om met en van elkaar te leren en zodoende samen kwalitatief goede zorg te bieden. Om dit zogenaamde ‘interprofessioneel werken’ goed in de vingers te krijgen, moet er al in de opleiding aandacht voor zijn.

Hackathon

Binnen verschillende opleidingen en in diverse academische centra zijn er initiatieven op het gebied van interprofessioneel leren werken. Recent is in dat kader een bijzonder project georganiseerd voor dertien studenten van verschillende (para)medische (vervolg)opleidingen, namelijk een hackathon. Hierbij wordt in een ‘marathonsessie’ van 48 uur een probleem ‘gehackt’. De hackathon was een side event van de European conference on Interprofessional Practice and Education (EIPEN) over interprofessioneel werken en opleiden, dat in 2015 in Nijmegen plaatsvond. Na een workshop over persoonlijkheidstypes zochten de studenten een oplossing voor de problematische ervaringen in de zorg die een mantelzorger met hen deelde. De oplossing presenteerden zij bij de afsluiting van het EIPEN congres. Daarvoor hadden zij twee dagen, vol met onderwijs, discussie en creativiteit.

‘Door frequent en vanaf het begin van (vervolg)opleidingen te starten met interprofessioneel leren, gaan zorgprofessionals elkaars taal begrijpen en verbetert het samenwerkingsproces. De focus komt hierdoor meer te liggen op de rol die je als professional in de interprofessionele samenwerking hebt. Dat is nodig voor een integrale benadering van de patiënt’, oordeelden de studenten na afloop.

Auteur: Sandra Aengevaeren/Marloes Heutmekers/Lia Fluit/Nynke Scherpbier-de Haan

Download het volledige artikel hier:

Multidisciplinaire aanpak ADHD in de praktijk

Bij kinderen of jongeren waar ADD of ADHD wordt geconstateerd, is vaak sprake van een samenspel van factoren thuis, op school of in de vrije tijd. Dat maakt de kans op onder- of overdiagnose groot, net als de risico’s op te beperkte behandeling of juist te lang of te zwaar. Kan een multidisciplinaire invulling van ADHD-zorg dit ondervangen? Welke oplossingen kan dat bieden? Hoe kun je dit organiseren en onder welke voorwaarden is dit succesvol? Twee praktijkvoorbeelden, in Achterveld en in Uithoorn, illustreren de ins en outs van een multidisciplinaire ADHD-aanpak.

Er is geen blauwdruk voor de inrichting van ADHD-zorg. Dat is afhankelijk van te veel factoren. Wel zijn er – sinds de decentralisaties en transitie in de zorg twee jaar geleden zijn ingezet – allerlei bottom-up initiatieven voor samenwerking gestart. InEen was daar benieuwd naar en vroeg in een van haar nieuwsbrieven aan de leden naar de ervaringen met multidisciplinaire ADHD-zorg.

Beslisboom

Gezondheidscentrum De Heelkom in Achterveld reageerde enthousiast op die oproep. Huisarts Annemarie Drenth werkte onder andere met eerstelijnspsycholoog Rein Westerduin aan een multidisciplinair protocol voor het zorgaanbod voor kinderen met ADHD. Dat begon zo’n twee jaar geleden. “Zo’n concreet onderwerp was meteen een goede aanleiding om de samenwerking met het sociaal team aan te jagen”, zegt ze. “Er was behoefte om een gezamenlijke visie te ontwikkelen, onder andere met de scholen hier in Achterveld”, vertelt Westerduin. Problemen ontstaan uit een samenspel van factoren, daarom is samenwerking wenselijk. Om dubbel werk te voorkomen, hebben de partijen een beslisboom ontwikkeld. Kinderen met geringe beperkingen en/of op enkelvoudig gebied gaan naar het Centrum voor Jeugd en Gezin of het sociaal team. Een triageteam kan ze van daaruit eventueel doorverwijzen naar de basis GGZ voor diagnostiek kort traject of uitgebreide diagnostiek. Op verdenking van een stoornis komen ze bij de POH-GGZ jeugd en ook kinderen of jongeren met ernstige beperkingen op meerdere gebieden worden via de huisarts naar de POH-GGZ jeugd verwezen.

Ketenzorg

In Uithoorn wordt al twee jaar gewerkt aan ketenzorg screenen, monitoren en terugvalpreventie bij kinderen en jongeren met AD(H)D, zo vertellen huisarts Lena Apeldoorn en POH-GGZ kinderen en jeugd Nicole Hermans bij De Amstel huisartsen, dat deel uitmaakt van Gezondheidscentrum Waterlinie. “De POH-GGZ verzorgt de screening en eerste diagnostiek voor verwijzing”, legt Lena Apeldoorn uit. “En als het traject in de tweede lijn afgelopen is, dan pakt de POH-GGZ het weer op. Die doet controles na een half jaar en daarna telkens na een jaar.” Soms wordt er voor een enkel consult terugverwezen naar de tweede lijn. “En we proberen altijd te kijken of de medicatie nog effectief is. Zo kunnen we zomaar ongezien verlengen voorkomen en als het mogelijk is bouwen we af”, aldus Apeldoorn. Doordat de eerste lijn de nacontrole overneemt, kan de GGZ de behandeling veel sneller sluiten.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Groeimodel voor bekostiging huisartsen en multidisciplinaire zorg

Populatiebekostiging is een trendy concept, maar nog niet uitvoerbaar zonder inzicht in de resultaten van de zorg. In het consultatiedokument van de NZA wordt te snel naar deze nieuwe manier van bekostiging toegewerkt. Daarnaast is de afstemming van het zorg- en sociale domein noodzakelijk. En is een lange termijn visie, ontwikkelingstraject nodig en moeten praktische problemen worden opgelost. De Eerstelijns presenteert een groeimodel.

Dit is voorgelegd aan een aantal deskundigen, wetenschappers en bestuurders uit de huisartsen- en  eerstelijnszorg die hier een reactie op hebben gegeven. Het is geen volledig uit-ontwikkeld conceptueel model, maar geeft inzichten en bouwstenen  die gebruikt kunnen worden voor de discussie en definitieve vormgeving van een dynamisch  groeimodel voor bekostiging van de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg. Daarbij wordt  ook rekening gehouden met de haalbaarheid in het implementatieproces op basis van  knelpunten in het huidige bekostigingssysteem.

Download het volledige artikel hier:

‘Ons hart klopt sneller van zorgverlening’

Wat wordt de plaats van farmaceutische zorg in de geïntegreerde eerste lijn? VWS ontwikkelt met betrokkenen een toekomstvisie, maar zorgverleners weten de oplossing eigenlijk al: in elke wijk een multidisciplinaire samenwerking tussen apotheker, huisarts en wijkverpleegkundigen.

‘Hoewel we een periode met verliezen achter de rug hebben, is iedereen het erover eens dat een complete apotheek in de wijk behouden moet blijven. Dicht bij de huisarts, zodat zorg in samenhang kan worden gegeven. Het moeten geen uitgifteposten worden.’ Marijke ’t Hart, Christel Groot Zevert en Anke van der Salm zijn bijeen gekomen in de spreekkamer van Apotheek Floriande in het gelijknamige gezondheidscentrum in Hoofddorp. Marijke is bestuurder van de gezondheidscentra Haarlemmermeer, Christel is de beherend apotheker in Floriande en Anke beheert de DagNacht Apotheek in Alphen aan den Rijn.

Download het volledige artikel hier: