Berichten

Gezamenlijke ICT-visie InEen, LHV en NHG kan digitaliseringsparadox doorbreken

Onze wereld digitaliseert en de huisartsenzorg kan en wil daar niet bij achterblijven. Enerzijds omdat de samenleving dat van de beroepsgroep verwacht, anderzijds omdat ICT kan helpen de toenemende werkdruk en de krimpende arbeidsmarkt het hoofd te bieden. “Bovenal hebben we ICT nodig om de zorg in de regio rondom de patiënt in samenhang te organiseren en de patiënt daarbij te betrekken”, zegt Maarten Klomp. Hij is als InEen-bestuurslid intensief betrokken bij het ICT-dossier. Samen met LHV-bestuurder Carin Littooij licht hij de hoofdpunten uit de ICT-visie en -roadmap van InEen, LHV en NHG toe.

“Met zijn drieën staan we voor huisartsen en huisartsenzorg in brede zin. Met deze tripartite visie kunnen we de digitaliseringsparadox doorbreken”, aldus Carin Littooij.

De digitaliseringsparadox werd in maart 2018 beschreven door Nictiz, dat op suggestie van de drie koepels de status van de digitalisering in de huisartsenzorg onderzocht. Het paradoxale is dat huisartsen tevreden zijn over het dagelijks gebruik van ICT in hun praktijk, terwijl in de nabije toekomst een digitale transformatie noodzakelijk is om hun sleutelrol in de eerstelijnszorg te waarborgen. Een van de vijf fundamentele problemen die Nictiz benoemde, was het ontbreken van een landelijk gedragen toekomstvisie over digitalisering en een meerjarige roadmap voor de eerste lijn. Daar brengen InEen, LHV en NHG nu verandering in.

Eilanden verbinden

Het doel is in de visie als volgt omschreven: ‘De huisartsenzorg wordt optimaal ondersteund door een passende, toekomstgerichte digitale zorginformatie-infrastructuur: niet enkel in de dagpraktijk, maar ook tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten en in de programmatische multidisciplinaire samenwerking.’ De bestaande huisartsinformatiesystemen (HIS), informatiesystemen voor huisartsenposten (HAPIS), keteninformatiesystemen (KIS) en samenwerkingsplatforms vormen het uitgangspunt. Om van daaruit tot de gewenste toekomstgerichte zorginformatie-infrastructuur te komen, worden toetsbare basiseisen en -wensen geformuleerd. Dat is onderdeel van het project XIS. De projectgroep XIS wil voor januari 2019 al een beperkte basisset formuleren om richting te geven aan de ontwikkelingen.

Regionaal organiseren

Het Informatieberaad Zorg, de bestuurlijke samenwerking tussen het zorgveld en het ministerie van VWS, werkt aan een duurzaam informatiestelsel voor de zorg als geheel. De initiatieven van de drie koepels in de huisartsen- en eerstelijnszorg sluiten daarbij aan. Ook houden ze rekening met andere afspraken, akkoorden en programma’s. “Wij moeten als branche met onze leveranciers in gesprek over een vlotte implementatie van de landelijke standaarden”, zegt Klomp. “De individuele huisarts heeft als klant weinig invloed op de ontwikkelagenda, daarom willen we dat regionale organisaties die rol op zich nemen en de praktijken ontzorgen op het gebied van ICT.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

“Samen een aanbod voor ouderen ontwikkelen waar de Almeerders iets aan hebben”

De zorg voor ouderen persoonsgericht en in samenhang organiseren. Dat is de ambitie die uitgesproken is in de visie Huisartsenzorg voor ouderen van NHG, LHV en Leago, die met medewerking van InEen tot stand kwam. Zorggroep Almere heeft naast huisartsenzorg, wijkverpleging, farmacie, fysiotherapie, spoedzorg, revalidatie- en verpleeghuiszorg zelf ‘in huis’. Hoe geeft zij invulling aan die ambitie?

“De multidisciplinaire samenwerking in de gezondheidscentra van Zorggroep Almere vormt een stevige basis voor de geïntegreerde ouderenzorg die zij de inwoners van Almere wil bieden”, zegt Vera Kampschöer. Ze werkt sinds 1984 bij de Zorggroep, de afgelopen tien jaar als leider van de Huisartsenzorg. Doordat iedereen voor dezelfde organisatie werkt, is het makkelijker om elkaar in de uitvoering te vinden. Zowel binnen het gezondheidscentrum als daarbuiten. “Maar we hebben net als iedereen in de zorg te maken met verschillende financiële stromen, gescheiden ICT-systemen en verschillende eisen op het gebied van kwaliteit.”

“De zorgvraag van een oudere kan op één van de zorglocaties of gezondheidscentra binnenkomen”, haakt Willeke Oxener, directeur wijkverpleging, fysiotherapie en geriatrisch expertisecentrum, in. “Als je te maken hebt met verschillende geldstromen, dan is dat ingewikkeld. Wat helpt is dat iedereen hier de wil heeft om samen invulling te geven aan de zorg.” En dat multidisciplinair werken is al meer dan veertig jaar het uitgangspunt in Almere, verklaart Lidy Hartemink, voorzitter raad van bestuur. “De mensen die bij ons werken hebben allemaal de intrinsieke drijfveer om discipline overstijgend samen te werken in het belang van de Almeerders. Dat kun je niet van bovenaf opleggen, het blijft mensenwerk.”

De mensen van Zorggroep Almere werken makkelijker samen doordat ze elkaar kennen en dat werkt positief door naar hun patiënten, vertelt Kampschöer.

Verpleegkundige praktijk

De POH’s somatiek en wijkverpleegkundigen hebben een belangrijke rol in de zorg voor kwetsbare ouderen in Almere. Samen met de persoonlijk begeleider dementie vormen zij de ‘verpleegkundige praktijk’. Kampschöer: “Zij hebben de kwetsbare ouderen in beeld en komen geregeld samen. Dan spreken ze de cliënten en de benodigde zorg door. Daarbij wordt afgesproken wat de taakverdeling is en wie als casemanager het eerste aanspreekpunt wordt voor de cliënt. De verpleegkundige praktijk maakt ook de verbinding met andere disciplines, zoals de specialist ouderengeneeskunde, de POH-GGZ, de apotheker en de ergo- of fysiotherapeut. Ook de link naar het wijkteam wordt door de verpleegkundige praktijk gelegd. We hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in de verpleegkundige praktijk en dat werpt nu zijn vruchten af.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Aan de slag met ‘samen beslissen’

De in 2015 gepubliceerde Handreiking gezamenlijke besluitvorming geeft praktische handvatten voor persoonsgerichte zorg. De implementatie daarvan is in de praktijk niet altijd makkelijk. Om zorgprofessionals te helpen, ontwikkelden InEen en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een leergang. “Het gaat erom dat het behandelplan meer van de patiënt zelf wordt”, aldus huisarts en projectleider Ilonka Brugemann.

“Persoonsgerichte zorg is het antwoord op bewegingen in de maatschappij en in de zorg”, vervolgt Brugemann. “Op een verandering in aandoeningen en een verandering van de betrokkenheid van patiënten. Er is meer te kiezen en veel mensen willen betrokken worden. Preventie en behandeling vragen in toenemende mate een inspanning van patiënten zelf. Daarom is het van belang dat zij zich herkennen in het behandelplan.”

Samen beslissen

De Handreiking gezamenlijke besluitvorming is een praktische uitwerking van het model voor gedeelde besluitvorming dat is ontwikkeld door InEen, NHG, Zuyd Hogeschool Heerlen, Universiteit Maastricht en het Zorginstituut Nederland. Brugemann: “Tijdens de leergang leren de deelnemers hiermee te werken en ‘samen beslissen’ echt in de praktijk te brengen.“

De leergang bestaat uit een basisdeel van twee dagdelen voor duo’s: huisarts en POH. Na de basistraining kunnen de deelnemers individueel inschrijven op een vervolgtraining. Er is keuze uit ‘De coachende professional’ en ‘Persoonsgericht werken in de keten’.

Leuker

Huisarts Leonie Tromp en POH Anne-Marie Daniëls van Horus Huisartsenzorg in Tilburg dachten vanuit Zorggroep RCH Midden-Brabant mee in het praktijkpanel en namen deel aan de pilot. Ze vinden het positief dat huisartsen en POH’s uitgenodigd worden om samen deel te nemen aan de cursus. “Het is essentieel dat je dit binnen de praktijk samen doet en van elkaar snapt waar je het over hebt. Zeker als je net start met deze manier van persoonsgericht werken.” Dat het niet altijd makkelijk is om tijd vrij te maken voor scholing, snappen ze ook. “De werkdruk bij huisartsen is op dit moment ontzettend hoog. Maar ‘samen beslissen’ maakt je werk een stuk leuker. Daarom raad ik iedereen aan toch tijd vrij te maken en zo’n training te doen.”

Meetlat

De training is onderdeel van een breder plan voor de implementatie van persoonsgerichte zorg, vertelt Ilonka Brugemann. “We zijn bezig met het ontwikkelen van een checklist voor persoonsgerichte zorg. Een soort meetlat die organisaties kunnen gebruiken om te zien waar ze staan. Zonder dat dit een nieuwe ‘vink’ mag worden trouwens. Daarnaast bekijken we welke plek persoonsgerichte zorg nu in de opleidingen heeft en wat daaraan kan worden verbeterd.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Virtuele overlegtafel: “écht samenwerken, niet stapelen van zorg”

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) brengt met een visiedocument over de ICT-ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijnszorg structuur in de wirwar aan toepassingen en oplossingen. Opsteller Khing Njoo, senior wetenschappelijk medewerker bij de sectie Automatisering/afdeling Implementatie van het NHG, distilleerde uit spontane initiatieven in het veld het model van een virtuele overlegtafel.

De virtuele overlegtafel heeft veel voordelen: het leidt tot échte samenwerking. Maar er zijn ook nog drempels te nemen om het model optimaal te laten functioneren. Die liggen op het vlak van techniek en geld, vertelt Khing Njoo. Haar belangrijkste boodschap is: denk na over wat je nodig hebt en maak afspraken en standaarden met elkaar. Zowel op koepelniveau als op regioniveau.

Het multidisciplinair overleg (MDO) in fysieke zin raakt achterhaald, stelt Njoo. Er is veel meer behoefte aan een digitale ontmoetingsplek, waar alle informatie rond één patiënt en alle informatie van samenwerkingspartners samenkomt. Njoo noemt dat de ‘virtuele overlegtafel’. Sinds 2004 houdt zij regionale initiatieven op dit gebied in de gaten. De uitwerking verschilt, maar iedereen is het wel eens over de kern. Met het visiedocument wil het NHG de strategische koers op dit gebied bekrachtigen.

Snel en actueel

‘Virtuele overlegtafel’ is een systeem naast het HIS (huisartsen), AIS (apothekers), FIS (fysiotherapeuten) en andere informatiesystemen, waarin ook andere relevante en actuele informatie bijeenkomt. Njoo: “Om die plek waar alles samenkomt geen brij te laten worden, is structuur nodig, één methode van samenwerken. Die gaat uit van de patiënt.” Het Individueel Zorgplan (IZP) is leidend. Er moet een zorgverlener worden aangewezen als casemanager. Die houdt het IZP bij op het samenwerkingsplatform en de rest heeft inzage en/of rechten om informatie toe te voegen en het zorgplan aan te passen. Naast het IZP komen er delen van de basisdossiers uit het HIS, AIS of FIS op de digitale tafel. En er is de mogelijkheid om onderling berichten te versturen, zodat zorgverleners snel kunnen reageren op veranderingen en vragen.”

Het voordeel van een virtuele overlegtafel is dat alle zorgverleners de informatie per patiënt in samenhang zien, benadrukt Njoo. En het belangrijkste: de gegevens zijn altijd relevant en actueel.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Handen ineen rondom kindermishandeling

Rondom preventie, signalering en aanpak van kindermishandeling is soepel samenspel nodig. Bijvoorbeeld tussen huisarts en jeugdgezondheidszorg. Maar ook tussen kinderarts, vertrouwensarts en Veilig Thuis. De nieuwe, herziene Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraak (LESA) Kindermishandeling inspireert deze beroepsgroepen tot een goede organisatie.

Sinds zes jaar geleden de LESA Kindermishandeling werd opgesteld, is er heel wat veranderd voor zorgverleners die met dit onderwerp te maken krijgen. Zo wordt sinds 2013 de nieuwe Wet verplichte meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld gehanteerd. Een jaar later vertaalde de KNMG de wet in een KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, met een bijbehorend stappenplan kindermishandeling voor artsen. In 2015 volgden de nieuwe Jeugdwet, de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid van gemeenten voor de organisatie van de jeugdzorg én tot slot de totstandkoming van sociale wijkteams.

Mede met het oog op deze veranderingen heeft het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) de LESA geactualiseerd. De rode draad: geoliede samenwerking tussen de vele partijen die kindermishandeling kunnen tegenkomen. “We zien bijvoorbeeld nog vaak dat de afstemming tussen huisarts, jeugdarts, jeugdverpleegkundige, kinderarts, vertrouwensarts en Veilig Thuis voor verbetering vatbaar is”, zegt Laura de Vries. Zij is wetenschappelijk medewerker bij het NHG en coördinator van de LESA Kindermishandeling. “De herziening van de LESA was een omvangrijk project. Alle relevante beroepsgroepen zijn erbij betrokken”

Adviesvraag

Een voorbeeld van een gewenste verbetering? De Vries: “De LESA stimuleert dat huisartsen en vertrouwensartsen van Veilig Thuis hun kennis en expertise bundelen. De kracht van de huisarts is dat hij het gezin en het kind kent, hun vertrouwen geniet en laagdrempelig hulp kan inzetten. Stel nu dat een huisarts een vermoeden heeft van een situatie van kindermishandeling. Dan wil je daar graag de expertise van de vertrouwensarts aan toevoegen, want die is specialist op het gebied van kindermishandeling. De LESA geeft zorgverleners dan ook nadrukkelijk de aanbeveling om via Veilig Thuis een adviesvraag te stellen aan de vertrouwensarts.”

Gestroomlijnd proces

Nu gemeenten sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, moeten meer spelers samen werken rondom kind en gezin. De Vries: “Het is lang niet altijd eenvoudig om elkaar te zoeken en te vinden, de werkzaamheden op elkaar af te stemmen en te komen tot een gestroomlijnd proces. Juist daarmee helpt de LESA.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Struikelblokken en succesfactoren bij e-mental health

Er zijn veel patiënten met angst- of depressieve klachten of met problematisch alcoholgebruik. Huisartsen en POH’s ggz kunnen deze patiënten ondersteunen met effectieve online zelfhulp, met of zonder aanvullende begeleiding. Maar soms zien zij door de bomen het bos niet meer. Want waar kunnen ze het beste beginnen als ze in hun praktijk met e-mental health aan de slag willen? Een inventarisatie van wat de eerste lijn nodig heeft om e-mental health vaker in te zetten. 

Sinds 2014 is een van de taken van de huisarts en praktijkondersteuner ggz de vroegsignalering en uitvoering van geïndiceerde preventie (behandeling), onder andere bij depressieve klachten, angstklachten en problematisch alcoholgebruik. Voor behandeling van deze klachten zijn effectieve zelfhulpprogramma’s beschikbaar. Als er bij een zelfhulpprogramma op het gebied van psychische gezondheid ict aan te pas komt, noemen we dat e-mental health. Mits goed ingezet, draagt e-mental health bij aan betaalbare toegankelijke zorg van hoge kwaliteit. Toch wordt e-mental health nog niet op grote schaal toegepast. Dit artikel gaat in op zaken die de inzet van e-mental health door huisartsen en POH’s ggz kunnen stimuleren. Om dat uit te zoeken, zijn we met hen in gesprek gegaan.

Er zijn bewezen effectieve online zelfhulpprogramma’s voor mensen met depressieve klachten, angstklachten en problematisch alcoholgebruik beschikbaar. Deze programma’s zijn op twee manieren inzetbaar:
1 als zelfhulp, waarbij de patiënt zelfstandig een programma doorloopt;
2 als begeleide of blended zelfhulp, waarbij de patiënt op een aantal momenten ondersteuning krijgt van de POH-ggz. Ondersteuning van de POH-ggz bevordert de therapietrouw. Op www.thuisarts.nl staat een aantal online programma’s voor patiënten.

Veel huisartsen geven aan dat zij e-mental health willen inzetten, maar niet weten hoe zij moeten starten. In opdracht van VWS heeft het Trimbos-Instituut (van september tot en met december 2014) onderzocht wat huisartsen en POH’s ggz nodig hebben om e-mental health in te zetten. Doel van VWS is het opschalen van het gebruik van e-mental health. Het onderzoek heeft daarover informatie opgeleverd.

Download het volledige artikel hier:

Facilitair bedrijf als antwoord

De taken groeien in de huisartsenpraktijk. ‘Maar je kunt niet van bovenaf stapelen, zonder onderop iets weg te nemen,’ stelt Pieter van Wijk, medisch directeur van coöperatie Cohesie. Het document ‘Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022’ van NHG en LHV geeft geen aanwijzingen voor maatregelen om de toenemende taken aan te kunnen. Daarom beschrijft Cohesie ze zelf.

Volgens Van Wijk treedt eenzelfde fenomeen op als eind jaren 90. ‘Toen beschikten we over de NHG­-standaar­den maar niet over de randvoorwaar­den om ze te implementeren. De druk die dat gaf op de huisartspraktijken leverde een tegenbeweging en we kregen praktijkondersteuning en huisartsenposten. Nu is er de stapeling van extra taken door verschuiving van zorg vanuit instellingen naar de eerste lijn en door vergrijzing.

Download het volledige artikel hier: