Berichten

Neem de regie in lokale en regionale samenwerking

Een jaar na de introductie van de financieringssystematiek voor Organisatie & Infrastructuur, blijkt dat er van deze bekostigingsvorm relatief nog maar mondjesmaat gebruik wordt gemaakt. Een pleidooi voor regionaal leiderschap in de eerste lijn.

Over tien jaar zal een substantieel deel van de zorg die nu in het ziekenhuis plaatsvindt, door professionals in de eerste lijn worden verleend, incidenteel of op afstand bijgestaan door de medisch specialist. En met de transitie in het sociaal domein zijn er sinds 2015 heel wat thuiswonende ouderen bijgekomen in de eerste lijn.

‘Zorg van de toekomst’ bepalen

Eerstelijnsinstellingen, vindt BDO Nederland, moeten zich dan ook veel prominenter gaan bemoeien met de vraag hoe de zorg van de toekomst wordt bepaald. En om gehoor te vinden, dienen ze zich regionaal te verbinden. Met elkaar, maar ook met andere instellingen in de zorgketen en met organisaties in het sociaal domein.

Dat vindt de overheid ook en daarom heeft ze in 2018 de nieuwe bekostiging voor Organisatie & Infrastructuur (O&I) tot stand gebracht. Die maakt financiering door de zorgverzekeraars mogelijk, omtrent initiatieven waarmee domein-overstijgende samenwerking gestimuleerd wordt en resultaatgerichte afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over extra investeringen in de organisatie en infrastructuur in de eerste lijn worden versterkt.

O&I-bekostiging

Negen maanden na introductie van de O&I-bekostiging blijkt echter dat er nog maar mondjesmaat van deze systematiek gebruik wordt gemaakt. Gevraagd naar redenen daarvoor, wijzen velen naar de zorgverzekeraars. Mogelijk niet onterecht. Maar het zijn ook de eerstelijnsorganisaties zelf die handelingsverlegen lijken te zijn.

Hét moment voor leiderschap

Wat ons betreft staat vast: wie een rol wil spelen in de vorming van de netwerken die de zorg gaan bepalen, zal nu al leiderschap moeten tonen en de regie moeten pakken om te komen tot een nieuw – als het goed is met anderen in de regio gedeeld – businessmodel.

Download hier het hele artikel

Van functionele naar geografische aansturing in de huisartsenzorg

De invoering van de module Organisatie & Infrastructuur (O&I) leidt tot verandering van de bestaande organisatieprincipes in de huisartsen- en multidisciplinaire zorg. De functionele indeling maakt plaats voor een geografische. Wat verandert er precies, wat is de achtergrond daarvan en is die verandering positief?

De huisartsenzorg is veelal functioneel en financieel gestuurd. Dat wil zeggen dat functies geclusterd zijn tot organisaties: huisartsenposten voor spoedzorg, zorggroepen voor chronische zorg en daarbinnen zijn er zelfs per ziekte georganiseerde ketens (S2). Daarnaast zijn er nog huisartsenkringen voor belangenbehartiging van huisartsen, eerstelijnsdiagnostiek, ROS’en voor ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking en huisartsenpraktijken (S1) die veelal enkelvoudige zorg bieden. Lokaal zijn er bovendien HAGRO’s (huisartsengroepen) voor farmacotherapeutisch overleg en waarneming overdag. Deze verschillende organisaties kennen verschillende financiële stromen: budgetten, DBC’s, contributie, ION en variabele beloningen. Ze hebben eigen besturen of bestuurders, verschillende agenda’s en – ondanks dat men tot dezelfde ‘familie’ behoord – soms zelfs andere belangen.

Deze functionele benadering bij het organiseren van de eerstelijnszorg heeft voor- en nadelen. Gunstig is de focus op een of enkele functies, waardoor een hoge mate van specialisatie behaald kan worden. Er worden schaalvoordelen behaald bij verdeling van arbeid, bij investeringen en het werk kan efficiënt worden uitgevoerd. Deelresultaten kunnen vaak duidelijk gedefinieerd worden, maar totaalresultaten vanuit het perspectief van patiënten of inwoners zijn lastiger vast te stellen. Ongunstig is het ontbreken van een totaalvisie op de lokale en/of regionale zorgvraag, communicatie en afstemmingsvraagstukken met andere zorgorganisaties en een meer domeinoverstijgende benadering van een complexe omgeving.

Module O&I

Door de module O&I verschuift het organisatieprincipe van functioneel naar geografisch. Wijken en regio’s worden het uitgangspunt, waarbij de verschillende functies worden samengevoegd tot lokale- en regionale organisaties. Ook dit heeft voor- en nadelen. De korte communicatie naar de klant, de couleur locale met aanpassingsmogelijkheden en hoge betrokkenheid van medewerkers door afwisselende werkzaamheden, zijn voordelig. Deelresultaten zijn nu lastiger, totaalresultaten zijn logischer. De afstemming met overkoepelende landelijke organisaties wordt moeilijker (LHV, InEen). De nadruk ligt immers op de regionale belangen. Daarnaast kan de kleinschaligheid soms tot hogere directe kosten leiden. Dan kan een bovenregionale of landelijke aanpak geïndiceerd zijn.

Effect op eerstelijnszorg

De O&I leidt dus feitelijk tot een reorganisatie van de eerstelijnszorg. Verschil met een reorganisatie binnen een bedrijf is dat er geen vanzelfsprekende regisseur is in het proces. Dit betekent dat de reorganisatie zich af gaat spelen op basis van de wijze waarop de regionale spelers zich tot elkaar verhouden, de samenwerkings- of vertegenwoordigingsafspraken die zijn gemaakt, de machtsverhoudingen die zijn opgebouwd en wellicht op basis van sturing van belanghebbenden als zorgverzekeraars en gemeenten. Het is een onomkeerbaar proces dat logischerwijze voortvloeit uit de steeds sterkere regionale benadering. Realisatie vindt plaats binnen de komende één tot vijf jaar!

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Succesvol Fries model voor praktijkmanagement

Onderdeel van de nieuwe bekostiging van Organisatie en Infrastructuur (O&I) is het inzetten van een manager in huisartsenpraktijken. In Friesland is de afgelopen twee jaar een succesvol model voor praktijkmanagement ontwikkeld. De inzet van praktijkmanagers leidt daar tot een betere organisatie van huisartsenpraktijken, betere samenwerking en meer kwaliteit en innovatie.

De huisarts krijgt er naast de directe patiëntenzorg steeds meer taken bij. In Friesland was dit aanleiding om te zoeken naar manieren om de huisarts te ondersteunen in het duurzaam bieden van kwalitatief goede zorg, zoals het oprichten van huisartsensamenwerkingsverbanden (HAS’en). Dit inzicht bracht de LHV-huisartsenkring Friesland en De Friesland Zorgverzekeraar er in 2014 toe om praktijkmanagement te ontwikkelen en implementeren.

Opzet praktijkmanagement

De inzet van praktijkmanagers sloot aan bij de door veel huisartsen geuite behoefte aan ondersteuning. Doel was hen te ontzorgen op het gebied van praktijkvoering, HAS-vorming, het realiseren van nieuwe zorgvormen zoals substitutie, samenwerking met andere zorgverleners en gemeenten en het borgen van kwalitatief goede huisartsenzorg.

Er werd voor een fasemodel gekozen, zodat zoveel mogelijk praktijken een beroep konden doen op de ondersteuning door een praktijkmanager. Afhankelijk van de mate van professionaliteit van bedrijfsvoering op structuur, proces en inhoud van geleverde zorg, werden doelstellingen en voorwaarden op maat bepaald voor het HAS. Hoewel elk samenwerkingsverband zelf een praktijkmanager kon aanstellen, kozen de meeste groepen ervoor dit via de Friese ondersteuningsorganisatie Doktersdiensten te doen.

Resultaten

Na twee jaar is de inzet van praktijkmanagers geëvalueerd. De organisatie en samenwerking van de huisartsenpraktijken zijn verbeterd door het opstellen van een visie op samenwerking. Daarnaast bleek er sprake van een meer efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, onder andere door het lean werken, het delen van personeel en gezamenlijk inrichten van processen voor bijvoorbeeld inkoop. Niet alleen de samenwerking tussen huisartsen en HAS’en is bevorderd, maar ook die tussen huisartsen en andere zorgverleners.

De kwaliteit van praktijkvoering en zorg is verbeterd door advisering en ondersteuning van het personeels- en organisatiebeleid, accreditatie van alle praktijken, implementatie van chronische zorgprogramma’s en het organiseren van multidisciplinair overleg.

De huisartsen ervaren dat de praktijkmanagers hen daadwerkelijk ontzorgen, waardoor er meer tijd overblijft voor patiëntenzorg.

Conclusie

Inzet van praktijkmanagers leidt in Friesland tot betere organisatie van huisartsenpraktijken, betere samenwerking en meer kwaliteit en innovatie. Het zorgt voor een cultuuromslag binnen de Friese huisartsenzorg: van solistisch werken naar samenwerkingsverbanden die goed in staat zijn om de huidige én toekomstige uitdagingen aan te kunnen. Daarmee is het een mooi praktijkvoorbeeld dat laat zien dat investeren in Organisatie & Infrastructuur loont.

Auteurs: Ursula de Jonge Baas (Doktersdiensten Friesland), Susan Silvius (praktijkmanager), Bert van Kapel (huisarts)

Download het volledige artikel hier: