Berichten

Structureel ziekenhuiszorg voorkomen naar Zweeds voorbeeld

Professionals en ziekenhuizen zoeken naarstig naar oplossingen om overvolle SEH’s te voorkomen. Hoe gaan onze buurlanden met dat vraagstuk om? Proactive Health Coaching is een buitenlandse innovatie die mogelijk perspectief biedt. Het is in Scandinavië geïntroduceerd en succesvol opgeschaald in Engeland. In Nederland worden de mogelijkheden verkend.

Proactive Health Coaching richt zich op patiënten die disproportioneel veel zorg gebruiken. Zij hebben vaak complexe multimorbiditeit, soms in combinatie met problemen op psychisch of sociaal vlak. Mede door beperkte gezondheidsvaardigheden is het lastig om te begrijpen hoe om te gaan met de eigen gezondheid. Met realtime data kunnen deze patiënten geïdentificeerd worden, om vervolgens direct te kunnen interveniëren. Dat is noodzakelijk, gezien de grote kans op een heropname.

De interventie

Via een digitaal platform integreert de Zweedse organisatie Health Navigator patiëntdata van ziekenhuis, huisarts en verzekeraar. De data worden elke 24 uur opnieuw aangeleverd en tonen alle zorgactiviteit van de patiënt. Op basis van een beproefd voorspellend model worden patiënten geïdentificeerd en ingedeeld naar risico op heropname. De coach bekijkt vervolgens elke individuele situatie apart. Zo ontstaat een selectie van patiënten die in de komende zes tot negen maanden met hoge waarschijnlijkheid een onnodig hoog beroep zullen gaan doen op de gezondheidszorg.

Zodra een patiënt meedoet, wordt de huisarts door de coach geïnformeerd. In een kennismakingsgesprek zet hij met de patiënt een op maat gemaakt ondersteuningsplan op. Een intensief coachingsprogramma van zes tot negen maanden volgt. De coaching verloopt telefonisch. Wanneer de patiënt progressie boekt en het risico op een heropname daalt, wordt het aantal gesprekken afgebouwd. Een follow-up van twee jaar zorgt ervoor dat bij terugval opnieuw actie ondernomen kan worden.

Resultaten

Resultaten uit Scandinavië en Engeland laten zien dat de kwaliteit van leven van de patiënten toeneemt. Ook is een reductie in zorg(kosten) zichtbaar. Twee studies laten zien dat er minder ongeplande opnames zijn, minder bezoek aan de SEH, minder poliklinische bezoeken en minder ziekenhuisdagen. In Engeland daalde ook het aantal diagnostische onderzoeken. De eerste signalen lijken dus positief, al zijn de effecten niet overal even groot.

Onderzoek

Vilans heeft in samenwerking met Centre of Expertise Healthwise van de Rijksuniversiteit Groningen en TIAS/Tilburg University de Nederlandse situatie vergeleken met die in Engeland en Scandinavië. Duidelijk wordt dat de health coach in Nederland uit zou kunnen komen op een nieuwe functie. Een functie waarbij niet het behandelen centraal staat, maar het coördineren van zorg dat gericht is op het ondersteunen van de persoon.

Auteurs: Cecile van der Wilk, Jeanny Engels en Mirella Minkman

Download het volledige artikel hier:

Creatieve oplossingen voor arbeidsmarktproblematiek in krimpregio’s

Medewerkers die van zorg- en welzijnsonderdeel kunnen ruilen zodra de originele keuze niet blijkt te bevallen in de eerste twee jaar na hun hbo-diplomering. Mogelijke zij-instromers die na een vergeefse sollicitatie niet van de radar verdwijnen, maar worden benaderd wanneer zich elders in de sector een vacature aandient. Met deze en andere creatieve initiatieven gaan krimpregio’s de arbeidsmarktproblematiek te lijf.

Het tekort aan medewerkers is een van de belangrijkste uitdagingen voor iedereen die iets te maken heeft met zorg en welzijn. Als we nu niets doen, dreigt in 2022 een tekort van 100 tot 125 duizend medewerkers. De uitdaging is extra groot in krimpregio’s. Neem de Achterhoek. Als hier geen actie wordt ondernomen, ontstaan in de komende vier jaar 4.400 arbeidsplaatsen waarvoor een zorg- of welzijnsmedewerker wordt gezocht. In Zeeland zouden dat er 1.350 zijn.

Leren op de werkvloer

De Transformatietafel Achterhoek, een overleg tussen onder meer gemeenten, zorgverzekeraars, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgkantoor en onderwijs, bracht onlangs het Regionaal Actieplan Arbeidstekorten Achterhoek in stelling. Een belangrijke actie is vergroting van de opleidingscapaciteit. “We streven ernaar dat studenten zoveel mogelijk kiezen voor leren op de werkvloer, zodat zij direct ervaren wat wordt gevraagd in de praktijk”, zegt Gerard Nederpelt, directeur van werkgeversvereniging WGV Zorg en Welzijn, onder meer actief in de Achterhoek. “Scholen verzorgen ook opleidingen binnen de zorg- en welzijnsinstellingen zelf. Docenten zijn dan optimaal op de hoogte van de actuele kennis- en kundebehoeften in de praktijk.” Dit sluit aan bij de zogeheten wijkleercentra. Nederpelt: “Hier vind je bijvoorbeeld huisartsen, thuiszorg- en ziekenhuismedewerkers en personeel uit de gehandicaptenzorg. In deze praktijkcontext leren studenten van ROC het Graafschap College buitenschools en onder begeleiding van een docent van hun school. Deze constructie is een aantal jaren geleden uit noodzaak geboren: zorginstellingen waren te druk om studenten op te leiden. Maar wat bleek? Het leidt tot zó’n goede aansluiting tussen opleiding en praktijk, dat er nu al twintig wijkleercentra zijn.”

Behouden voor sector

In Zeeland moeten zorg- en welzijnsorganisaties dikwijls met lede ogen aanzien hoe hbo-verpleegkundigen kort na hun diplomering afknappen op hun werk en vervolgens de sector verlaten, verteltdirecteur-bestuurder Monica Roose van ViaZorg. Veertien zorg- en welzijnsorganisaties, dertien gemeenten en twee kennisinstellingen beginnen binnenkort met een proef die de hbo’ers voor de sector moet behouden. Roose: “Na je hbo-diploma kun je vier traineeships van een half jaar doen: binnen GGZ, maatschappelijk werk, gehandicaptenzorg en de jeugdhulp. Ook kun je tijdens het traineeship de vereiste accreditaties behalen. Na de praktijkervaringen maak je je keuze en krijg je gegarandeerd een baan. Met dit initiatief hopen we eveneens hbo’ers van buiten Zeeland te verleiden.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Erik Dannenberg, Divosa: “Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn”

Wat mankeert onze samenleving dat niet iedereen kan meedoen? Volgens Erik Dannenberg is dat een veel logischer vraag dan de vraag die we in zorg en welzijn gewend zijn te stellen aan mensen die buiten de boot vallen: wat mankeert u? Door de decentralisaties is ruimte ontstaan voor een brede wijkaanpak, die mensen juist aan boord houdt. Lokaal ontstaan veelbelovende initiatieven, maar het verankeren van een ‘inclusieve aanpak’ vereist volgens Dannenberg meer fundamentele veranderingen.

“In de inclusiemaatschappij hoort iedereen erbij, doet iedereen ertoe en doet iedereen mee”, legt hij uit. “Het oude verzekeringsstelsel had het ongewenste neveneffect dat we mensen gingen ‘labelen’ op hun beperking. Doordat we alles benaderen vanuit een soort medische vakjargon, wordt de groep die iets mankeert steeds groter. We zijn doorgeschoten in het plaatsen van mensen in categorale voorzieningen.”

De inclusiemaatschappij is het alternatief voor die categorale aanpak. “De crux daarvan is dat mensen met een beperking gebruikmaken van de eerstelijnszorg in de wijk, reguliere scholen bezoeken en aan de slag gaan bij werkgevers in de buurt en dat zij daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.”

Blikverbreding

Mede dankzij de decentralisaties ziet Dannenberg dit steeds meer gebeuren. “Door de decentralisaties zijn we bevrijd uit aanbod gestuurde wetgeving en is er ruimte om meer vanuit het individu of het gezin te redeneren.”

Categorale oplossingen maken in toenemende mate plaats voor een persoonsgerichte aanpak vanuit gemeenten en sociaal domein, in samenwerking  met eerstelijnszorg, onderwijs, werkgevers, familie en anderen rondom het individu. In hoeverre weten partijen elkaar al te vinden? “Het is aan het ontstaan. Er wordt meer met elkaar gepraat dan ooit tevoren”, constateert Dannenberg. “Gemeenten kwamen vroeger pas in actie als een uitkering werd aangevraagd. Door die blikverbreding wordt sneller gekeken naar signalen die zijn gemist. Wat zijn voorspellende factoren voor het niet zelf kunnen vinden van werk of huisvesting? Door te denken vanuit de levensroute van de burger kunnen we problemen voor zijn.“

Gemeente en eerste lijn

Het wijkteam legt de verbinding tussen gemeente en eerste lijn, die met POH’s en de inrichting van anderhalvelijnszorg een steeds bredere rol krijgt in de wijk. Van Dannenberg mag dat nog verder gaan. “Ik zie mooie kansen voor het inrichten van echte wijkgezondheidscentra. Het succes van Welzijn op Recept laat zien dat de huisarts een grote toegevoegde waarde kan hebben bij leefstijlinterventies.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Beleidsadviezen voor een nieuw kabinet

Wat gaat kabinet Rutte 3 doen met de (eerstelijns)gezondheidszorg? Het regeerakkoord zal het uitwijzen, maar als het aan de Eerstelijns ligt, kiest het kabinet voor een aantal logische, samenhangende oplossingen voor de (toekomstige) knelpunten.

De grootste uitdagingen betreffen de ouderenzorg, acute zorg, arbeidsmarkt en substitutie. Hoewel er al enkele stappen zijn gezet, is het niet genoeg. Zeker in de eerstelijnszorg zijn aanvullende maatregelen nodig.

Ouderenzorg

Door decentralisatie zijn oudere en kwetsbare mensen langer thuis. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van zorg en welzijn. Door de sociale wijkteams verder te laten integreren en samenwerking met de eerstelijnszorg te intensiveren, kan meer en beter geïntervenieerd worden in een vroeg stadium.

Rutte 3 zet de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) voorlopig op dezelfde voet voort. In de eerstelijnszorg en de wijkverpleging betekent dat: aanbesteden op basis van een concessiemodel. Hoewel de individuele vrijheid bij het kiezen van een organisatie beperkt wordt, kan door het verminderen van transacties collectieve efficiencywinst worden geboekt. Ook het aantal transacties in de huisartsenzorg kan omlaag. Met name wanneer er regionale huisartsenorganisaties ontstaan die aanspreekbaar zijn voor alle (24 uurs)zorg. De module Organisatie & Infrastructuur (O&I) biedt hiertoe mogelijkheden, maar de nieuwe minister van VWS moet zorgverzekeraars wel tot actie manen. Tot op heden is er namelijk binnen die module alleen oog voor praktijkmanagement.

Acute zorg

De acute zorg heeft een fundamenteel probleem. De relatief goedkope ANW-zorg van huisartsen heeft een budgetmodel en is gratis toegankelijk, de dure SEH valt onder het eigen risico en heeft een productieprikkel. Dat moet anders. Rutte 3 los dit op, want de acute zorg loopt vast. Een structurele herziening is noodzakelijk.

Arbeidsmarkt

Het feit dat zorgverzekeraars weigeren om prijzen te indexeren terwijl de lonen wel stijgen, zou door de politiek moeten worden verboden. Niet indexeren kost arbeidsplaatsen, terwijl er tekorten ontstaan. De politiek kan marktmeester NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) de opdracht geven om een verplichte indexatie op te nemen in de beleidsregels, aangezien er sprake is van marktfalen. Maar er is meer nodig. In alle andere economische sectoren is digitalisering een topprioriteit. In de (eerstelijns)zorg staat eHealth nog in de kinderschoenen. Rutte 3 moet hier beleidsrijk mee aan de slag.

Substitutie

Sinds 2006 is substitutie een onderdeel van het overheidsbeleid. Anno 2018 heeft de substitutie van zorg (deels) plaatsgevonden, maar de budgetten zijn nauwelijks ‘meeverhuisd’. De eerstelijnszorg met de kernfuncties huisartsen en wijkverpleegkundigen wordt volstrekt overvraagd, burn-out en discontinuïteit zijn aan de orde van de dag. En dit terwijl de zorgverzekeraars het beschikbare macrobudget voor huisartsen, multidisciplinaire zorg en wijkverpleging al twee jaar niet uitgeven. Daarop ingrijpen is stap één voor de nieuwe minister van VWS.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Vier werkende oplossingen voor werkdruk op de huisarstenpost

De druk op de huisartsenpost blijft de gemoederen bezighouden. Vier huisartsenposten in het land laten zien hoe zij ermee omgaan. Van tools die de drukte voorspellen tot een nachtarts in het ziekenhuis.

Huisartsenpost Medrie in Zwolle, Flevoland en Hardenberg had problemen met de bereikbaarheid. In 75 procent van de gevallen werd de telefoon niet binnen de vereiste twee minuten opgenomen. Erik Noorda, ICT-adviseur bij Medrie, vond de oplossing in een tool voor Work Force Management. “Deze voorspelt op basis van het historisch belgedrag hoeveel patiënten wanneer bellen. Daaruit volgt een voorspelling voor de werklast voor triagisten over de komende periode. Vervolgens maakt de tool met de beschikbare diensten het meest efficiënte rooster. Daarbij wordt rekening gehouden met pieken, variabele gesprekstijden, nawerktijden, geduld van de beller en spoedlijnen. En het werkt: Medrie haalt nu wel de norm.”

Werkdruk en cijfers

“Bij ons daalde in 2017 het aantal verrichtingen met zeven procent”, vertelt Gerben Welling, voorzitter van de Raad van bestuur van HAP Oost-Brabant. “Maar de duur van het consult steeg met twee minuten. Die twee extra minuten bij 135.000 contacten levert het schrikbarende aantal van 600 extra diensten op! Dokters zijn dan geneigd om de bal bij de zorgverzekeraar te leggen, die moet de werkdruk maar wegnemen. Dat gaat niet werken. Wij moeten de oplossingen zelf bedenken. Programmamanager Stephan Hermsen van Vilans heeft een traject opgezet waarbij de dokters zelf voor een oplossing moeten zorgen. Verandering moet van de betrokkene zelf komen, alleen dan creëer je draagvlak.”

Druk door stilte

In plaats van drukte heerst er in de nacht bij HAP ’t Hellegat Dirksland stilte op de post. Toch is ook hier ‘druk’: “De HAP moest met een lage productie twee vestigingen in de lucht houden die relatief dicht bij elkaar lagen, maar in een zeer dunbevolkt en verspreid over twee eilanden. Hierdoor zaten we in financiële problemen”, aldus extern adviseur Jacqueline Bree die het traject begeleidde. “Als we niet zouden samenwerken met ketenpartners, zouden voorzieningen in dit gebied verdwijnen. Een aantrekkelijke overnamepartij waren we niet. Samenwerken met de spoedeisende hulp van ziekenhuis Van Weel-Bethesda in Dirksland bleek de beste optie.”

Eén telefoonnummer

Meer kwetsbare ouderen betekent voor de Centrale huisartsenpost Almelo meer visites die ook nog eens langer duren. En nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt de kans op een crisissituatie toe. Directeur Janke Snel: “De regieartsen op de HAP waren uren bezig met het afbellen van instanties en thuiszorgorganisaties om een bed voor patiënten te vinden. Ook in de dagpraktijk speelde dat probleem. Toen kwamen we op het idee om samen te werken met de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis.“ Nu is er één centraal telefoonnummer voor artsen om na te gaan of er een bed beschikbaar is. Het resultaat mag er zijn: meer rust voor de huisartsen en patiënten die dichter bij huis worden geplaatst.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Veertien oplossingen voor minder werkdruk op de huisartsenpost

De koepels en besturen van huisartsenposten werken aan allerlei oplossingen die de werkdruk op huisartsenposten op termijn verminderen. Door slimme inzet van ICT kan ook op korte termijn resultaat worden geboekt. Topicus deed een analyse en bedacht op basis daarvan veertien concrete oplossingen. Op 17 mei aanstaande wordt tijdens een inspiratiebijeenkomst met bestuurders besproken welke oplossingen uitwerking verdienen.

De toegenomen werkdruk op huisartsenposten brengt problemen met zich mee. Met name voor de huisartsen, die vaak al een drukke werkdag op de eigen praktijk achter de rug hebben. Het aantal praktijkhouders neemt af, zodat er sowieso meer diensten per persoon moeten worden verricht en steeds meer ANW-diensten worden verkocht aan (minder ervaren) waarnemers. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De tijd dringt

Er zijn allerlei veelbelovende oplossingen bedacht door InEen en de LHV. Maatregelen die vaak mede afhankelijk zijn van financiers, wetgevers of andere partijen. Het kost tijd om deze in de steigers te zetten. Voor de huisartsen duurt dat te lang. De roep om de ANW-diensten facultatief te maken wordt sterker. Omdat dit het imago van de huisarts als generalistische 24/7 zorgverlener aantast, lijkt het niet wenselijk om dat pad in te slaan. Daarom is het zaak om te onderzoeken welke stappen op korte termijn al kunnen worden genomen met inzet van ICT.

Concrete oplossingen

Technische en organisatorische oplossingen heeft iedere huisartsenpost in eigen hand en zijn dus direct toe te passen. Natuurlijk is techniek geen panacee voor dit weerbarstige probleem, maar het biedt absoluut mogelijkheden om de werkdruk te beperken. ICT-leverancier Topicus bedacht veertien concrete oplossingen die binnen één jaar effectief in te voeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan een tool die alle beschikbare eerstelijnsbedden in de regio met één druk op de knop laat zien. Of een mogelijkheid om de capaciteit op basis van slimme planning en voorspellende algoritmes af te stemmen op de vraag.

Om deze en andere oplossingen te delen met het veld, aan te scherpen en te bepalen welke als eerste gerealiseerd moeten worden, organiseert Topicus op 17 mei 2017 een inspiratiebijeenkomst. Bestuurders van huisartsenposten zijn daarbij van harte welkom.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Betere ouderenzorg begint bij het oplossen van herkenbare knelpunten

De zorg voor kwetsbare ouderen binnen de eerste lijn is complex en gaat 24 uur per dag door. Kaderhuisartsen ouderengeneeskunde van Laego brachten de knelpunten rond ouderenzorg tijdens ANW-uren in kaart en bedachten oplossingen. Huisarts Corry Jongsma en bestuurder Wendy van den Berg van Zorgkoepel West-Friesland over succesvol samenwerken om de ouderenzorg in de eerste lijn te verbeteren. “Klein beginnen met de meest herkenbare knelpunten voor de zorgverleners.”

Ouderen hebben naast medische vaak psychische, sociale en maatschappelijke problematiek. De zorg is complex en gaat ook in de avonduren en in het weekend door. Deze groep ouderen maakt ouderengeneeskunde tot een flinke uitdaging voor de huisarts, zo stellen de kaderhuisartsen ouderengeneeskunde verenigd in Laego, de landelijke adviesgroep eerstelijnsgeneeskunde voor ouderen.

Kloof

Laego pleit voor een systeem van lokale, persoonsgerichte en samenhangende zorg en ondersteuning van kwetsbare ouderen. In de visie van Laego leveren eerstelijnscentra de medische zorg en werken huisartsen nauw samen met paramedici, Wmo-consulenten, casemanagers en vele anderen. Maar goede samenwerking tussen al deze partijen is niet makkelijk te realiseren, zo blijkt uit een analyse: er is nog een stevige kloof tussen wat Laego wil bereiken en de realiteit van vandaag.

Problemen en oplossingen

Corry Jongsma is huisarts in Drachten en bestuurslid van Laego. “In mijn praktijk zag ik dat huisartsen en andere zorgverleners ontevreden waren over de zorg voor kwetsbare ouderen die thuis of in een verzorgingshuis wonen. Op basis van die ervaringen hebben we een uitgebreide analyse gemaakt van wat er beter kan.” Dat leidde tot een indrukwekkend overzicht: van stress bij ouderen, ontbreken van informatie over de patiënt tot haperende ICT-systemen. Voor het oplossen van alle gesignaleerde knelpunten werkt Laego samen met de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) en InEen. “Het blijkt dat knelpunten van de werkvloer ook de knelpunten zijn van beleidsmakers. Onze rol is die van aanjager.”

Samenwerken als voorwaarde om resultaten te bereiken. Dat onderschrijft ook Wendy van den Berg. Samen met haar collega-bestuurders van Zorgkoepel West-Friesland is zij verantwoordelijk voor de huisartsenpost, de ketenzorg en het diagnostisch centrum. In West-Friesland is al het een en ander bereikt op het gebied van eerstelijnsouderenzorg. Zo doen dertig praktijken mee aan de ‘prestatie kwetsbare ouderenzorg’ van zorgverzekeraar VGZ. En inmiddels zijn met de zorgpartners in West-Friesland tal van projecten tot stand gekomen voor verbeteren van de eerstelijnsouderenzorg. In dit artikel uit De Eerstelijns vertelt Van den Berg daar meer over.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Oneerlijke concurrentie in de eerstelijnszorg door eigen risico

Het eigen risico is een factor van belang aan het worden. Patiënten willen zelf minder snel verwezen worden naar het ziekenhuis, weigeren extra eerstelijns diagnostiek of willen niet langer in een zorgprogramma, vanwege het eigen risico of doen niet mee aan een SOA-test.

De huisartsenzorg, integrale ketenzorg en de nieuwe wijkverpleegkundige bekostiging kennen een vrijstelling van eigen risico. Dat is fijn voor de patiënten, die daarmee een drempelloze toegang kennen tot generalistische cure en care. Andere eerstelijns zorgaanbieders kennen wel een eigen bijdrage, bijvoorbeeld de apotheker, de eerstelijns psycholoog of het huisartsenlaboratorium. Daar zit een verschil in dat tot ongelijkheid kan leiden.

Immers de zorgverzekeringswet geeft recht op zorg… zoals huisartsen, verloskundigen of wijkverpleegkundigen die bieden. Dat heet de functionele omschrijving en is er voor bedoeld dat ook anderen die kunnen bieden. Dat geeft meer keuzevrijheid voor de patiënt en (enige) concurrentie op dat onderdeel van de zorg.

Nu is er bepaalde zorg die door meerdere disciplines geboden kan worden en waarbij de ene aanbieder wel een eigen bijdrage is en bij de andere niet. Dat stuurt de zorg en leidt tot oneerlijke concurrentie en geeft op zijn minst onduidelijkheid voor patiënten. Enkele voorbeelden:

Zo kan het voorkomen dat een diabetespatiënt met een depressie in een willekeurige straat op huisnummer 11 bij zorgverzekeraar VGZ die integrale ketenzorg en de diabetes-DBC en depressie-DBC heeft ingekocht, geen eigen risico hoeft te betalen. En dat een patiënt met dezelfde aandoening op huisnummer 13 die verzekerd is bij DSW of Stad Holland en die geen voorstander zijn van integrale zorg, pech heeft gehad en de zorg wel ten laste komt van het eigen risico. Dat vraagt toch om ingrijpen? Nee, stop, stop, stop! Geen vragen in de Tweede Kamer over dit onderwerp, geen incidenten politiek en ad hoc-oplossingen, geen extra regels om dit op te lossen, geen rem op innovatie voor zorgverzekeraar VGZ. Wat dan wel?

Een analyse van de mogelijkheden om met het vraagstuk van eigen risico om te gaan.

Download het volledige artikel hier: