Berichten

Publiekscampagne nodigt uit tot goed gesprek met de huisarts

De publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ is erop gericht patiënten uit te nodigen om van zich te laten horen in de spreekkamer, om zo samen beslissen in de huisartsenpraktijk te bevorderen. Drie goede vragen helpen de patiënt in de voorbereiding om daadwerkelijk tot een goed gesprek te komen, resulterend in een behandeladvies dat aansluit op zijn persoonlijke situatie.

“Patiënten ervaren nog steeds te weinig ruimte voor het voeren van het goede gesprek”, zegt Anouk Knops, projectleider samen beslissen bij Patiëntenfederatie Nederland. “Een vrachtwagenchauffeur hoort graag of er alternatieven zijn voor medicatie die zijn rijgedrag beïnvloedt. En een advies tot opname sluit voor een alleenstaande moeder niet aan bij haar leefsituatie. Dergelijke zaken verander je niet met alleen maar met een campagne, maar het begint wel met bewustwording aan beide zijden.”

En dat is precies wat de publiekscampagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ beoogt. De campagne is een samenwerking tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging, het Nederlands Huisartsen Genootschap, InEen, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland en de Patiëntenfederatie. In de campagne wordt de patiënt niet alleen uitgenodigd om van zich te laten horen in de spreekkamer, hij wordt ook ondersteund om dit goed voor te bereiden. Hiervoor wordt het hulpmiddel ‘Drie goede vragen’ aangereikt. Die vragen zijn: Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voor- en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent het in mijn situatie?

Enthousiaste koploper

OCE Nijmegen, een zorggroep-dochter van Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN) was direct enthousiast om met de campagne aan de slag te gaan. “We zijn binnen onze organisatie al jaren bezig met persoonsgerichte zorg”, vertelt projectleider Mayke van der Hoff. “Op basis van het model Huis voor persoonsgerichte zorg van Vilans bieden wij op meerdere deelgebieden interventies die persoonsgerichte zorg in de huisartsenpraktijk ondersteunen. Een van de deelgebieden is ‘de goed geïnformeerde patiënt’, waarbinnen de interventies erop gericht zijn de patiënt door goede informatie ruimte te geven om mee te beslissen over zijn behandelopties.”

De campagne ‘Help de dokter met een goed gesprek’ sluit daar volgens Van der Hoff goed op aan. “Alle interventies die we aan de bij ons aangesloten huisartsenpraktijken aanbieden versterken elkaar”, zegt ze. “Wat dit nieuwe product zo mooi maakt, is dat het een combinatie biedt van de coachende rol van de professional en de juiste vragen voor de patiënt om het goede gesprek goed voor te bereiden.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Zelfservice, zelfzorg en zelfredzaamheid in één patiëntenplatform

Patiënten willen hun eigen gezondheid en leefstijl managen, het liefst digitaal. Dat wordt steeds makkelijker. Een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) biedt de patiënt allerlei mogelijkheden voor digitaal gezondheidsmanagement en contact met zorgverleners. Er gebeurt heel veel moois op dat gebied, maar de toepassingen functioneren te vaak nog los van elkaar. In Mijn GezondheidsPlatform (MGP) van de Promedico Groep komt alles wél bij elkaar. En sinds kort hebben patiënten via een app altijd en overal toegang tot MGP.

“De patiënt wordt onderdeel van het multidisciplinair team door zelf ook acties te ondernemen. MGP maakt de reikwijdte van alles wat daarbinnen mogelijk is veel groter en tegelijkertijd wordt het gebruik veel makkelijker”, zegt Douwe Jippes, MGP-productmanager bij Care2U. Er zijn heel veel verschillende apps, eHealth-functionaliteiten en digitale toepassingen, maar het lijkt allemaal als los zand aan elkaar te hangen, zo constateert Jippes. “Dat is jammer, want het koppelen en integreren van verschillende applicaties biedt patiënten, praktijken en zorggroepen juist een eigen ecosysteem om zelfmanagement te activeren en zo beter grip te krijgen op gezondheid en leefstijl.”

Leefstijl

Hoe ziet dat er concreet uit? “Binnen MGP komen zelfservice, zelfzorg en zelfredzaamheid bij elkaar op één platform”, vat Jippes samen. “Zelfservice omvat de praktische kant en de communicatie met zorgverleners. Denk aan digitaal je dossier inzien als er onderzoeken zijn uitgevoerd, het maken van afspraken of het inplannen van herhaalmedicatie. Bij zelfzorg gaat het bijvoorbeeld om het zelf digitaal bijhouden van meetwaarden als bloeddruk, gewicht of glucose en die delen met een behandelaar. Bij zelfredzaamheid gaat het om het raadplegen van medische informatie, de juiste inname van medicijnen of  doelen en actiepunten formuleren, vastleggen en bijhouden in een individueel zorgplan.”

Functionaliteiten als ‘Mijn Meetwaarden’ of ‘Mijn Plan’ voorzien in de behoeften van de patiënt die Jippes opnoemt. MGP brengt daarin zelfredzaamheid in praktische zin tot realiteit. “Jouw gezondheid begint niet in de spreekkamer van de huisarts”, zegt Douwe Jippes. “Iedereen moet daar 24/7 aan werken. Tegenwoordig wordt veel gesproken over leefstijlgeneeskunde. Dat is veel meer dan een hype of modewoord. We zouden dus eigenlijk niet moeten spreken over patiënten, maar over burgers. Die willen hun gezondheidsprofiel actief managen, ook als het gaat om bijvoorbeeld slaap, voeding of beweging. Daarin gaan wij voorzien.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Chronische zorgprogramma’s op de schop

Krimpende budgetten en minder personeel leiden tot het veranderen van de zorg- en bedrijfsprocessen in de eerstelijnszorg. Daarnaast bieden technische applicaties de mogelijkheid om de inbreng van patiënten te vergroten. In dit artikel doen de auteurs een voorzet voor herontwerp van de chronische zorgprogramma’s, zoals diabetes, COPD, CVRM of astma.

De chronische zorgprogramma’s zijn ontwikkeld nadat in het begin van deze eeuw werd geconstateerd dat de coördinatie en afstemming in de diabetesketen niet goed georganiseerd was. De zorg was met name hierdoor niet adequaat. Er werd een Zorgstandaard Diabetes opgesteld en geïmplementeerd. Voor COPD en CVRM werd eenzelfde pad gevolgd. Het zorgprogramma Astma is later in een aantal regio’s als pilot toegevoegd. De extra aandacht voor betere samenwerking en coördinatie in deze chronische zorg heeft ertoe geleid dat Nederland qua zorguitkomsten in internationaal perspectief goed scoort. Tegelijk is vrijwel iedereen het erover eens dat de zorgstandaarden verworden zijn tot standaardzorg en wordt er steeds meer ingezet op persoonsgerichte zorg. Ook is duidelijk geworden dat wanneer er voor één patiënt meerdere zorgprogramma’s en eventueel nog andere relevante NHG- of andere richtlijnen worden ‘gestapeld’, dit niet automatisch tot de beste zorg leidt. Daarom is ingezet op persoonsgerichte zorg op basis van een individueel zorgplan.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen tien jaar is er nogal wat veranderd. We zien dat:

–          het aantal chronisch zieken blijft stijgen;

–          substitutie van budget uit de ziekenhuizen niet (voldoende) is gelukt;

–          De macro-economische zorgkosten blijven stijgen;

–          De technische mogelijkheden door inzet van eHealth en ICT-applicaties toenemen;

–          Het tekort aan arbeidskrachten verontrustende vormen aanneemt;

–          (een deel van de) patiënten meer betrokken wil worden in het zorgproces en 24/7 toegankelijkheid verwacht.

In aansluiting op deze veranderingen, moet er een nieuw perspectief worden geschetst voor de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD (en astma) en CVRM. Een concept dat ook toepasbaar is bij andere diagnoses, zoals GGZ of chronische beweegzorg. De auteurs schetsen een nieuwe opzet, waarbij een verschuiving plaatsvindt van standaard chronische zorg naar andere vormen van zorg. Daarbij wordt steeds meer gebruikgemaakt van zelfmanagement en ICT. Hierdoor kan de productiviteit van de professionele zorgaanbieder toenemen en worden ingezet voor patiënten die niet in staat zijn om digitaal te participeren in het zorgproces of waarbij fysieke consulten noodzakelijk zijn.

Auteurs: Jan Erik de Wildt, Ellen Huijbers, Renate Jansink, Jorien Sjoerdsma, Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

“Zorg voor patiënten met ernstig astma is ondergeschoven kindje”

Lange tijd was er in zorgverlenersland meer aandacht voor patiënten met COPD, dan voor patiënten met ernstig astma. Daar komt gaandeweg verandering in. Dit voorjaar verscheen er zowel een onderzoek naar het patiëntenperspectief bij patiënten met ernstig astma, als een verkenning naar de zorg en behandeling bij patiënten met ernstig astma. Beide onderzoeken brachten meerdere knelpunten aan het licht in de zorg voor deze kwetsbare groepen patiënten.

‘Ik moest stoppen met werken. Je lichaam laat je in de steek, je valt weg uit de maatschappij. Een heel raar gevoel.‘ ‘Nieuwe vrienden maak ik niet, doordat ik weinig buiten kom, maar ook omdat het vermoeiend is om steeds te moeten uitleggen wat je hebt en wat dat betekent.’

Dit zijn citaten van patiënten met ernstig astma. Zij namen deel aan het kwalitatief onderzoek ‘Patiëntenperspectief op ernstig astma: Inzicht in de patiëntreis van mensen met ernstig astma’. Zomer 2018 voerde onderzoeksbureau Beautiful Lives deze studie uit bij twaalf patiënten met ernstig astma en hun naasten, in opdracht van AstraZeneca. Doel is meer inzicht te krijgen in hoe patiënten ernstig astma beleven, op welke wijze zij meebeslissen over hun behandeling en in hoeverre ze op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de zorg en behandeling van ernstig astma. Zo kan worden bijgedragen aan betere zorg voor deze patiëntengroep.

Meest opvallende conclusie uit het onderzoek is dat ernstig astma het leven van deze patiënten domineert. Ze ervaren veel ziektelast en hun wereld wordt in de loop der tijd kleiner. Het ziektebeloop is grillig en in vier fasen in te delen: zoeken naar een oplossing, erkenning & hoop, opgegeven zijn en acceptatie van de ziekte. Deze fasen gaan met uiteenlopende emoties gepaard. Zoals moedeloosheid, omdat het soms jaren kan duren voordat de huisarts doorverwijst naar de longarts of voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Maar ook verlies van zelfwaardering, wanneer de patiënt noodgedwongen moet stoppen met werken en plotseling niet meer meetelt in de samenleving.

Onvoldoende (h)erkenning

De uitkomsten van het Beautiful Lives-onderzoek komen overeen met de verkenning ‘Zorgveld ernstig astma en moeilijk behandelbaar astma’, een initiatief van Long Alliantie Nederland (LAN) en de Vereniging Nederland Davos (VND). Marjo Poulissen, projectleider Zorg bij het Longfonds en VND, patiëntenverenigingen voor patiënten met (ernstig) astma, voert deze uit met Heleen den Besten van de LAN. Dit voorjaar presenteerden ze hun eerste bevindingen tijdens de LAN ledenvergadering.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Integraal zorgplan voor kwetsbare mensen in Etten-Leur

Elke huisarts heeft te maken met kwetsbare patiënten die de deur plat lopen bij de huisartsenpraktijk, SEH en welzijnsinstanties. Ze melden zich met onduidelijke gezondheidsklachten, de oorzaak daarvan ligt vaak op sociaal-maatschappelijk terrein. In Etten-Leur ontwikkelden huisartsen en het Sociaal Wijkteam een persoonsgerichte, integrale zorgaanpak voor mensen met multiproblematiek. Huisarts Jan-Frans Mutsaerts: “Een vrijwilligersbaan kan beter werken dan medicijnen.”

Zestien huisartsenpraktijken en het Sociaal Wijkteam in Etten-Leur zijn ervan overtuigd dat hun integrale, persoonsgerichte aanpak de levenskwaliteit van kwetsbare mensen op termijn zal verbeteren. “Dat is hard nodig”, aldus huisarts en kartrekker Jan-Frans Mutsaerts. “We hebben het over mensen die extreem veel zorg en energie consumeren. Ze lopen drie keer per week de praktijk binnen zonder dat wij ze goed kunnen helpen. Dat is frustrerend voor de patiënt en de huisarts voelt zich machteloos omdat er medisch weinig aan de hand is. Ons doel is om deze mensen gerichter en béter te helpen en tegelijkertijd de hoge zorgkosten te temperen.”

Zingeving

Huisartsen en wijkteams startten in maart met de uitvoering van het project Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers. Gemeentecoördinator Marthe van Berkel schudt de ‘leuke successen’ nu al zo uit haar mouw. Jan-Frans Mutsaerts, tevens voorzitter van het regionaal samenwerkingsverband Verbonden in Zorg (ViZ): “Het goede aan dit project is dat huisartsen en gemeente de nieuwe aanpak samen hebben bedacht. Voordeel is dat ik daardoor nu weet wie wat doet binnen het sociaal domein. Ik ken de gezichten, compleet met 06-nummer erbij. Dat alleen is al enorme winst in allerhande situaties.”

Sneller juiste zorg

Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers vloeit voort uit het samenwerkingsverband ViZ in regio West-Brabant. Zorgverleners, gemeenten en zorgverzekeraar CZ werken daarin samen aan de Triple Aim-doelstelling: verbetering van de algemene gezondheid, verbetering van kwaliteit van zorg en verlagen van zorgkosten. Bedoeling van de Multiprobleem Aanpak is dat de groep kwetsbare mensen met multiproblematiek eerder en voornamelijk in zorg komt bij Sociaal Wijkteam Etten-Leur, dat snel en preventief hulp kan bieden vanuit alle denkbare disciplines binnen het sociaal domein. Daarvoor is één Centrale Coördinator Wijkteam aangesteld, die contact heeft met de huisarts. Van Berkel: “De natuurlijke gang van mensen met multicomplexe casuïstiek was tot nu toe: hup, direct naar de huisarts. Maar huisartsen weten minder goed de weg binnen het sociaal domein. De juiste hulp komt mede daardoor vaak laat op gang. We verwachten dat mensen door de nieuwe aanpak sneller de juiste zorg krijgen.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Werken aan betere therapietrouw van patiënten met astma en COPD

Stoppen met medicatiegebruik, zich niet goed geïnformeerd voelen, het gevoel dat ze onvoldoende kunnen meebeslissen over de behandeling, de zorg voor patiënten met astma en COPD is nog lang niet optimaal. Dat blijkt uit de recente Longmonitor naar therapietrouw bij patiënten met astma en COPD van Longfonds en NIVEL. Monique Heijmans (NIVEL) en Hendrien Witte (Longfonds) over de bevindingen.

Eén op de drie patiënten met astma en één op de vier patiënten met COPD neemt hun medicatie niet in volgens voorschrift van de arts. Ruim de helft van de patiënten met astma (56%), en bijna de helft van de patiënten met COPD (45%) heeft behoefte aan extra hulp bij het omgaan met medicijnen. Het zijn opmerkelijke cijfers, komend uit de dit jaar gepubliceerde Longmonitor van NIVEL en Longfonds.

Monique Heijmans, senior-onderzoeker van het NIVEL: “De helft van de patiënten met astma heeft hun klachten slecht onder controle. Dat houdt in dat ze er ondanks hun medicatie hinder van blijven ondervinden in het dagelijks leven. Denk aan kortademigheid, benauwdheid, er ‘s nachts wakker van worden. De voornaamste oorzaak is dat ze de voorgeschreven ontstekingsremmers niet goed innemen.”

Voorlichten én navragen

De voorlichting over goed medicatiegebruik schiet tekort, stelt Heijmans. “We zien dat terug in de uitkomsten van de Longmonitor. 43 procent van de COPD-patiënten geeft aan onvoldoende informatie te hebben over waarom ze bepaalde medicijnen moeten gebruiken of niet. En 34 procent van de mensen met astma vindt dat ze onvoldoende zijn geïnformeerd over wanneer ze medicijnen wel of juist niet moeten inhaleren.”

Wat hierbij een rol speelt, is dat zorgverleners onvoldoende controleren of patiënten het medicatieadvies begrepen hebben en of ze hun medicatie wel daadwerkelijk innemen. Heijmans vindt het een taak van de huisarts om bij de patiënt uit te vragen waarom deze zijn medicatie niet inneemt.

Betere inhalatie-instructie

Hendrien Witte, directeur Patiënt, Zorg en Participatie van het Longfonds, opdrachtgever van de Longmonitor, is het met Heijmans eens. Ze zou daarom graag zien dat er tenminste twee keer per jaar een controle op medicatiegebruik zou plaatsvinden bij patiënten met astma en COPD. Patiënten willen vooral zorg op maat, stelt Witte. “Ze willen een motiverend gesprek met hun behandelaar over wat de ziekte voor hen betekent. Het is belangrijk dat zorgverleners rekening houden met persoonlijke omstandigheden.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Uitslagenportaal leidt tot meer zelfregie en minder zorgkosten

Om patiënten meer te betrekken bij hun eigen zorgproces ontwikkelde diagnostisch centrum Saltro samen met huisartsen het digitale uitslagenportaal. Daarin kunnen patiënten zelf hun bloeduitslag met laagdrempelige uitleg inzien. Zowel gebruikers als huisartsen zijn tevreden over het portaal. Uit een Social Return on Investment analyse blijkt bovendien dat de dienst uiteindelijk leidt tot minder zorggebruik en zorgkosten in de tweede lijn.

“Patiënten een week lang laten wachten op een bloeduitslag? Nee, dat is echt niet meer van deze tijd”, vindt Annelijn Goedhart, Adviseur/Coördinator Innovatie van Saltro. Het diagnostisch centrum voorziet zo’n 1.350 huisartsen in Midden-Nederland van laboratoriumuitslagen. “Wij merken dat de vraag van patiënten toeneemt om hun eigen bloeduitslag in te zien. Mensen wensen een actieve rol in hun persoonlijke zorgproces, daarvoor moeten ze goed geïnformeerd zijn. Daar hebben ze ook recht op. ”

In 2013 ontwikkelde Saltro in samenwerking met huisartsen het uitslagenportaal. Patiënten kunnen de uitslag van hun bloedonderzoek inzien via het patiëntenportaal van de huisarts. In de toekomst wil Saltro ook uitslagen tonen van microbiologie en functieonderzoeken zoals ECG’s. Goedhart: “Het mooie is dat de uitslagen ook worden geduid in begrijpelijke taal. Zo staat bijvoorbeeld bij de T.S.H waarde dat dit een stof is die de werking van de schildklier controleert. En dat een lage T.S.H. kan duiden op een te hard werkende schildklier. Patiënten krijgen op deze manier meer inzicht in hun eigen gezondheid, zo raken ze meer betrokken bij het zorgproces en gaan ze ook beter voorbereid in gesprek met de huisarts.”

Waardevolle service

Zo’n driehonderd huisartsen, verdeeld over 65 praktijken bieden de digitale dienst inmiddels via het patiëntenportaal aan. In deze praktijken wordt gemiddeld 25 procent van de bloeduitslagen online bekeken. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger, tot wel vijftig procent, in praktijken met een uitgebreid pakket aan eHealth-services. Uiteraard blijven huisartsen altijd via de gebruikelijk weg alle uitslagen ontvangen. In urgente situaties belt Saltro de uitslag door. “Zorgverleners zien het uitslagenportaal als een waardevolle service aan patiënten”, weet Goedhart uit eigen evaluatieonderzoek.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Pilot onderzoekt succesvoorwaarden thuismeten bloeddruk

Patiënten met stabiele laagcomplexe CVRM komen gemiddeld vier keer per jaar op consult, in hoofdzaak om hun bloeddruk te laten meten. Is dat nou zinvol?, vroegen zorgverleners van Gezondheidscentrum Dillenburg in Alphen aan den Rijn zich af. Binnen de proeftuin Gezonde zorg, Gezonde regio startten zij een pilot waarbij patiënten hun bloeddruk zelf meten en delen met huisarts en POH.

Thuismeten scheelt tijd en kosten en de zorgverlener kan focussen op patiënten die wél aandacht nodig hebben, is de conclusie uit de succesvolle pilot. Tegelijkertijd maakt het deelnemers meer bewust van hun bloeddruk en gezondheid. Het succes van de pilot is te danken aan het naleven van een aantal voorwaarden, vertellen huisarts Frank den Heijer en projectleider Huib Hoogendijk van Zorgbelang.

Een van die voorwaarden is draagvlak, zowel bij zorgverleners als bij patiënten. Een tweede voorwaarde is dat de groep deelnemers voldoet aan drie criteria: medisch laagcomplex, digitaal vaardig en sociaal stabiel. De huisartsenpraktijk heeft iets meer dan zevenhonderd CVRM-patiënten. Ongeveer driehonderd voldeden aan de criteria. Die werden in september uitgenodigd voor twee informatieavonden. “We wilden minimaal zestig deelnemers hebben”, legt Huib Hoogendijk uit. “Dan heb je een relevante grootte, zodat je je processen echt moet reorganiseren. Na de informatieavonden wisten we dat het raak was. We kregen honderd aanmeldingen.”

Snelle communicatie

Het programma E-vita zorgt ervoor dat de thuismetingen op de goede manier in het keteninformatiesysteem en huisartsinformatiesysteem terechtkomen en dat patiënten en zorgverleners kunnen communiceren via een portaal. Daarom werd geselecteerd op digitale vaardigheid. Technologie is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Het draait vooral om snelle communicatie, betogen Hoogendijk en Den Heijer. “Als patiënten hun metingen en eventuele vragen insturen en het duurt lang voordat er antwoord komt, dan zijn ze binnen no-time afgehaakt”, zegt Frank den Heijer. “Dus moet je iemand vrijmaken die dagelijks metingen en andere meldingen bekijkt en ingaat op vragen van patiënten. Dat is best een investering, maar die betaalt zich op lange termijn uit in tijdwinst.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Eenvoudige handleiding helpt huisartsen om onnodig ICS-gebruik te stoppen

Veel patiënten met lichte tot matige COPD gebruiken onnodig inhalatiecorticosteroïden (ICS). Het gebruik in deze groep is niet altijd effectief, maar kan wel leiden tot onnodige bijwerkingen en zorgkosten. Een groep longzorg experts bundelde de krachten in een samenwerkingsverband en bouwde een handleiding om onnodig ICS-gebruik af te bouwen. Deze ICS-reductietool wordt nu getest.

De NHG-standaard is helder: inhalatiecorticosteroïden schrijf je als huisarts alléén voor aan patiënten die vaak COPD-exacerbaties hebben ondanks goede luchtwegverwijders. Dat is zo’n twaalf procent van alle COPD-patiënten. “In de praktijk zien we dat ongeveer zestig procent van de COPD-patiënten vaak jaren, of zelfs levenslang ICS gebruikt”, aldus Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde en COPD-deskundige van het LUMC.

Het probleem van overmatig ICS-gebruik bestaat al lang. Huisartsen schreven veel pufjes voor vanuit eerdere COPD-richtlijnen. En vanaf dat moment is een groot deel van de patiënten ze blijven gebruiken. Huisartsen schatten de preventieve werking van ICS op exacerbaties nog onterecht hoog in. Chavannes: “Inzichten zijn veranderd. Zo weten we sinds kort dat ICS naast relatief milde bijwerkingen zoals keelschimmel, blauwe plekken en osteoporose de kans op longontsteking vergroot. Als je het immuunsysteem onterecht plat legt, bereik je een tegenovergesteld effect. Los daarvan kost medicatie voor COPD en astma de maatschappij veel geld dat niet altijd doelmatig wordt gebruikt.”

Veilig stoppen

Maar stoppen met ICS is niet gemakkelijk, zorgvuldige begeleiding is daarom belangrijk. Met steun van het farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim ontwikkelden onderzoekers op basis van recente wetenschappelijke inzichten en kennis een handleiding voor huisartsenpraktijken om patiënten veilig te laten stoppen met ICS. Er werd op toegezien dat de ICS-reductietool voor álle huisartsen en POH’s begrijpelijk is.

De tool bestaat uit een stroomschema waarin twee belangrijke hoofdvragen worden gesteld. Is er sprake van astma? Zo ja, continueer ICS. Was er afgelopen jaar sprake van twee lichte exacerbaties of één ernstige? Zo niet, dan kan ICS worden stopgezet. De handleiding bevat naast het stroomschema ook een monitoring-gedeelte waarin staat hoe vaak en wanneer een patiënt die gestopt is met ICS moet worden gezien, wat er gedaan moet worden als er klachten zijn en wanneer ICS gebruik heroverwogen moet worden. Chavannes: “Monitoring is belangrijk. We hebben het over mensen die vaak levenslang hun pufjes namen. Twintig tot dertig procent krijgt toch klachten terug. Ook ligt het nocebo-effect op de loer. Mensen missen hun pufjes en kunnen in paniek raken zonder.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Wondspreekuur verbetert kwaliteit behandeling complexe wonden

De huisartsen van Huisartsencentrum Dokkum hadden de indruk dat het aantal patiënten met complexe wonden beperkt was. Nadere analyse leidde tot een andere bevinding: de zorg was versnipperd en was onvoldoende in beeld en het kennisniveau over de behandeling kon beter. Nu is er een wondspreekuur in de eerste lijn en heeft de zorg voor complexe wonden een kwaliteitsimpuls gekregen.

“We hadden lang het idee dat we het met de wondzorg voor de patiënten in ons werkgebied best goed deden”, vertelt huisarts Maaike Monsma van Huisartsencentrum Dokkum. “Maar toen we de problematiek eens goed gingen analyseren, bleek de aandacht voor deze zorg toch behoorlijk versnipperd. We hadden lang niet alle patiënten met complexe wonden in beeld, omdat die in een aantal gevallen door de thuiszorg worden behandeld. De patiënten die wel in de huisartsenpraktijk kwamen, werden door de huisarts gezien om het behandelplan vast te stellen. Maar de uitvoering ervan werd in handen gegeven van de assistenten, die dit ieder op hun eigen manier deden. Er was onvoldoende continuïteit in het behandelbeleid en geen goed beeld van de ontwikkeling van de wond.”

Wondspreekuur

Om alle zorg voor patiënten met een complexe wond bij elkaar te brengen, werd besloten een gespecialiseerd wondspreekuur op te zetten. Het doel was de continuïteit te verbeteren, door te zorgen dat alle patiënten met een wond die niet geneest op dit spreekuur worden gezien door mensen met gerichte kennis van zaken. “Dit betekent dat je moet werken aan kennisopbouw en dat je keuzes moet maken”, zegt Monsma. “Besloten werd dat één huisarts in de praktijk zich met dit onderwerp zou gaan bezighouden en dat slechts drie bijgeschoolde assistenten zich met de uitvoering van het behandelplan zouden bezighouden, Het ontbrak aan achtergrondkennis over wondgenezing en belemmerende factoren daarbij, zoals onderliggend lijden en medicatiegebruik.” Voor de bijscholing werd verpleegkundig specialist Stella Amesz van thuiszorgorganisatie QualityZorg aangetrokken.

Thuissituatie in beeld

Lastig was aanvankelijk de patiënten in de thuissituatie in beeld te brengen. “Dit lukte toch omdat de thuiszorg bij ons komt om wondproducten te bestellen”, zegt Monsma. “Dat biedt een opening om in kaart te brengen wat er aan de hand is en ons wondteam in te zetten voor diagnostiek en een behandelplan.” Patiënten met complexe wonden zijn nu veel beter in beeld, stelt Monsma. “We hebben veel meer overzicht over wat voor soort wonden het betreft en een betere controle over de behandeling.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier: