Berichten

Succesvol ouderenproject Ons Raadhuis zoekt structurele financiering

Het is altijd een gezellige drukte bij Ons Raadhuis in Velp. Zeker ook op deze vrijdagmiddag. De voormalige pastorie zit vol. De mensen hebben hapjes gemaakt. Er gaan dienbladen met glazen witte wijn rond. Er wordt gelachen. Gegrapt. Soms een troostend woord. Het rumoer verstomt pas als het koor Indische liedjes gaat zingen. Eigenlijk wel jammer dat Ester Bertholet, Irma Smeenk en de 76-jarige Mieke naar de keuken moeten vluchten. Want we moeten eens praten over het succes van Ons Raadhuis.

Ons Raadhuis is een initiatief van specialist ouderengeneeskunde Ester Bertholet. “Zo’n drie jaar geleden zocht ik een oplossing voor ouderen waardoor ze meer zouden bewegen, beter zouden eten of zich gewoon wat blijer zouden voelen. Gezond en actief, zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Cursussen in een buurthuis kunnen dat doen, maar de mensen gaan meteen na de cursus weer weg. Bovendien is het niet makkelijk op hoge leeftijd met een gemiddelde cursus of sport mee te doen. En op dagbesteding zit weer vooral het stempel ‘zorg’, want dat is op diagnose en niet zo vrijblijvend. Ik wilde iets dat er zo’n beetje tussenin zit én waar mensen zich echt thuis zouden voelen.” Dus begon ze gewoon met een groepje van vijf en yoga en tai chi lessen. Bertholet: “De deelnemers namen dan weer iemand mee, heel laagdrempelig, zo van: ‘Kom gewoon eens kijken’. En we startten andere cursussen en zo breidde het als een olievlek uit.”

De kracht zit ‘m erin dat niemand verplicht is deel te nemen aan de activiteiten. Ouderen kunnen ook gewoon een kopje koffie komen drinken en een praatje maken. Tegelijkertijd komt het brede aanbod van activiteiten voort uit de bezoekers zelf. Zij verzinnen bijvoorbeeld poëziemiddagen, wandelclubs of filosofiebijeenkomsten.

Preventie

Het succes is groter dan Bertholet had durven hopen. Zo’n tweehonderd verschillende mensen bezoeken Ons Raadhuis en er werken zo’n vijfenvijftig vrijwilligers en docenten. Het enthousiasme spat eraf bij Ester, Irma en Mieke. Maar keihard buffelen is het wel. Ook financieel. “De huur en de betaalde krachten worden bekostigd uit subsidies van gemeente en provincie én uit de verkoop van strippenkaarten voor deelname aan de activiteiten”, legt Bertholet uit. “Maar we zijn op zoek naar structurele inkomsten voor ouderenzorg vanuit de gemeente of zorgverzekeraars.” Lastig, want preventie kent nog geen wettelijke financiering. En daar speelt Ons Raadhuis juist zo’n grote rol in, zeker voor eenzame ouderen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

“Neem middelen voor preventie op in het regeerakkoord”

Volgens ziekenhuisbestuurder Jos Aartsen is het zaak preventie, vroegsignalering en gebruik van moderne technologie nú prioriteit op de politieke agenda te geven om te voorkomen dat de zorgkosten in de (nabije) toekomst volledig uit de hand lopen. Twee door het RIVM gecoördineerde projecten laten zien dat er op het gebied van preventie vanuit het ministerie van VWS wel degelijk iets gebeurt. Maar ook het RIVM erkent dat er meer kansen zijn voor preventie.

Hoewel ziekenhuisbestuurder Jos Aartsen (UMC Groningen) zijn nieuwjaarstoespraak primair richtte op de professionals die in dit ziekenhuis werken, zat in zijn verhaal een duidelijke boodschap voor de landelijke politiek: maak werk van preventie, vroegsignalering en toepassing van moderne technologie. “In het huidige stelsel bestaat hiervoor veel te weinig aandacht”, zegt hij. “De focus ligt op behandeling in plaats van op het voorkomen dat behandeling nodig is. Ook in de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart zie ik het onderwerp weinig terugkomen. De Volksgezondheid Toekomstvoorspellingen wijzen erop dat we in 2030 acht miljoen chronisch zieken zullen hebben en dat ouderen een kwart van de bevolking zullen uitmaken. Als je naar die cijfers kijkt, is het belang van inzetten op preventie, vroegdetectie en zorg op afstand met gebruikmaking van nieuwe technieken voldoende duidelijk.”

Verder kijken

De kern van het probleem, stelt Aartsen, is dat politieke partijen niet verder kijken dan één regeertermijn. “Hierdoor blijft de focus op het stelsel zoals dat nu is ingericht, maar dat gaat onherroepelijk vastlopen.” Wat moet nu gebeuren? “Feitelijk zijn alle partijen aan zet”, zegt Aartsen. “Het begint natuurlijk bij de minister van VWS, die middelen beschikbaar moet stellen. Voor de zorgverzekeraars is preventie nog geen prioriteit en van de ziekenhuizen kan ik mij de reflex voorstellen van willen behouden wat je hebt. Toch zullen we boven onszelf moeten uitstijgen.”

Beperkt budget

Loes Lanting, waarnemend afdelingshoofd van het RIVM Centrum Gezond Leven: “Aartsen heeft gelijk dat ons stelsel nu vooral is ingericht op het herstellen van schade. In preventie schuilen grote winstkansen. En daar is ook wel oog voor, maar het budget is beperkt, zeker in relatie tot de zorguitgaven.”

Dit neemt niet weg dat binnen dat budget wel stappen worden gezet, benadrukt ze, en hierin speelt het RIVM een belangrijke rol. Twee projecten verdienen bijzondere aandacht: Preventie in de buurt en Preventie in het zorgstelsel.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Floris Italianer, Hartstichting: Samenwerken in de preventie van hart- en vaatziekten

De zorgaanbieders in de eerste lijn kunnen – met een coördinerende rol voor de huisarts – een belangrijke rol spelen in de preventie van hart- en vaatziekten, stelt directeur van de Hartstichting Floris Italianer. Maar ze moeten niet overvraagd worden.

Is preventie voor hart- en vaatziekten een individuele verantwoordelijkheid voor de burger of een collectieve aangelegenheid waarin de overheid, zorgaanbieders en zorgverzekeraars een actieve rol spelen? Het is een vraag waarover Italianer even moet nadenken. De Hartstichting voert strijd tegen het roken en voor een gezond leven en bewegen op school. Ook geeft zij voorlichting aan mensen die ziek zijn en investeert ze in wetenschappelijk onderzoek. “We richten ons zowel op het individu als op het collectief: patiënten ondersteunen, zorg verbeteren, lobbyen bij de overheid. We kiezen bewust positie in het maatschappelijk middenveld, in het volle besef dat we niet meer leven in de jaren zeventig met zijn sterke overheidsregulering. Er is nu veel meer aandacht voor eigen verantwoordelijkheid van het individu, wat een andere verantwoordelijkheidsverdeling geeft tussen patiënt en behandelaar. Mensen weten meer over gezond leven en komen vaak met meer kennis bij een dokter. Die heeft daardoor een andere rol gekregen: helpen is meer dan een receptje geven. Het is ook voorlichting en samenspel met andere zorgverleners. De arts is veel meer een spelverdeler aan het worden, de zoektocht naar de correcte invulling van die nieuwe rol is volop gaande.”

Samenwerken

Italianer verwijst naar Duitsland, waar actief invulling wordt gegeven aan het shared savings model. “Ook in Nederland zien we pogingen op het gebied van shared savings, maar het gaat moeizaam.” De kern is volgens hem dat er veel meer moet worden samengewerkt. “De uitdaging is om alle betrokken partijen aan tafel krijgen om hieraan vanuit het enige correcte uitgangspunt – de patiënt – invulling te geven, aldus Italianer. “Het besef dat dit de juiste weg is, begint in te dalen. En er zijn bijvoorbeeld nu al apps die artsen en patiënten in staat stellen om met elkaar en met collega’s en andere patiënten te communiceren over een bepaalde ziekte. De kansen om tot zorg op maat te komen liggen er volop.”

Er zit wel een ‘maar’ aan dit verhaal, waarschuwt Italianer. “We moeten oppassen dat we de zorgaanbieders in de eerste lijn niet belasten met te veel nieuwe taken”, zegt hij. “De geschetste ontwikkeling vraagt om samenwerking in netwerkverband.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Laat preventie ook “wortelen” in de wijkbevolking

Dit voorjaar zijn we met een groep dokters ontsnapt uit Holland-indicatorenland, naar Cuba-preventieland. Cuba is een ontwikkelingsland, maar de mensen worden er ongeveer even oud als hier (79). En de kindersterfte is even laag (4 promille). Het geheim van de kok: de Cubaanse gezondheidszorg is volledig gebaseerd op preventie. Doel van onze studiereis was dan ook: uitzoeken waarom wijkpreventie dáár zo goed en bij ons nog zo slecht lukt. Wat kunnen wij nog leren? En waar zitten onze blinde vlekken?

Met vijftien mensen, huisartsen, GGDstafleden, specialisten ouderengeneeskunde, en een NHG-official, namen we een zeer intensieve kijk in de preventiekeuken van Cuba onder het motto: samen leren, samen werken. Eerdere literatuurstudie, studiereizen, studenten- en aios-uitwisseling met Havana gedurende de afgelopen drie jaar, hielpen ons om te weten wáár we moesten zijn, en aan wié we wát moesten vragen. Hieronder vier essenties voor onze praktijken, die we meenamen uit Preventielaboratorium Cuba:

1 Eenvoud in organisatie en concept
De bemoeienis van veel gespecialiseerde disciplines en dito financiers met uiteenlopende belangen in Nederland, leidt vaak tot een waterig vlees-noch-vissoepje. Het maakt een duidelijk doel en heldere organisatie nagenoeg onmogelijk. In Cuba is het ijzersterke duo huisarts-generalistische wijkzuster de spil van preventie. De “wijk- epidemioloog” koppelt de dagelijks aangeleverde gezondheidsgegevens halfjaarlijks terug voor bijstelling van de zorgprioriteiten in die wijk. En men werkt er met vier algemene en voor iedereen begrijpelijke risicoklassen, die van 4 naar 1 een verbeterend, niet-ziektespecifiek gezondheidsperspectief geven. Ze vormen gespreksstof voor dokter met wijkbewoner, maar ook tussen wijkbewoners onderling. Bij uitingen in de media, in openbare gebouwen en op straat staat de vraag “hoe blijf ik gezond” op de eerste plaats.

Toepassing in de Nederlandse situatie:
Zorg dichter bij huis, en dus dicht bij de eerste lijn, biedt kansen voor preventie. Organisatorisch zijn een klein “dedicated” kernteam (inclusief huisarts), kleinschalige feedback van medische- en wijkgegevens en communicatie in eenvoudige en voor iedereen begrijpelijke risicoklassen nodig: 1 =gezond, 2=risicofactoren, 3=chronische ziekte aanwezig, 4= invaliditeit. De gezondheids- en kostenvoordelen zullen eerder zichtbaar worden nu de financiering van zorg en welzijn bij minder partijen ligt (zorgverzekeraar en gemeente).

2 Overheidsregie en overheidsfinanciering nodig
Marktwerking met bijbehorende versnippering en kortetermijndenken, vormen in ons land een grote handicap. Onder andere om die reden kwam KPMG – namens VWS in 2012 op zoek naar oorzaken van de explosieve zorgkosten-groei in Nederland – tot de conclusie: “mission impossible”.

Download het volledige artikel hier: