Berichten

Eerstelijnsakkoord of chaos?

In het Regeerakkoord staat dat er hoofdlijnenakkoorden komen, in de Tweede Kamer is een hoorzitting geweest, er zijn al meerdere bestuurlijke en kantoorloverleggen geweest. Desondanks is nog steeds niet zeker dat er een eerstelijnsakkoord komt. Wat is het probleem?

In 2013 en 2017 zijn hoofdlijnakkoorden gesloten met de eerste lijn. Mooie woorden, veel ambities, financiële kaders, maar deze zijn – op enkele aspecten na – niet gerealiseerd. Sommige zorgverzekeraars hebben zich gedistantieerd van de afspraken die door Zorgverzekeraars Nederland zijn gemaakt. Zij hebben op basis van eigen zorginkoopbeleid regionale contracten gesloten met zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten.

Geen onderhandelkracht

Kennelijk hebben zorgverzekeraars geen landelijke akkoorden nodig om te contracteren. Daaruit blijkt dat de onderhandelkracht van eerstelijnspartijen laag is. Dat wordt bevestigd door de (forse) jaarlijkse onderschrijding van het macrobudget in de periode 2014-2017. En door het feit dat – los van enkele best practices – veel organisaties zijn geconfronteerd met niet indexeren, inclusieplafonds, doorbehandelplicht, inzetten van weerstandsvermogen voor structurele zorguitgaven en een lagere vergoeding aan onderaannemers. Kortom; de eerstelijnszorg is niet sterk in onderhandelen en zorgverzekeraars weten dat. Daarom is een nieuw hoofdlijnenakkoord voor hen niet nodig. Echter, de werkdruk en weerstand van professionals in de eerstelijnszorg nemen toe en daarmee de kans op serieuze conflicten.

Onvoorstelbaar

Eigenlijk is het niet voorstelbaar dat er geen akkoord komt. Immers, het akkoord voor medisch-specialistische zorg staat bol van verwijzingen naar de eerste lijn. Het gaat over meer samenhang op gebied van ICT, substitutie, informatie-uitwisseling, afstemming tussen het medisch- en sociaal domein en – als apotheose – een domeinoverstijgend onderzoek van VWS naar de realisatie van de transformatie. De regering heeft hier vol op ingezet. Er is in diverse sectoren een set van afspraken en akkoorden in de maak. Het rapport van de taskforce Zorg op de Juiste plek wordt breed omarmd en biedt een transformatieperspectief. Dat zal toch prevaleren boven individueel inkoopbeleid van zorgverzekeraars?!

Tot slot

De besturen van LHV en InEen zullen in een ledenraadpleging eind mei/begin juni een mogelijk akkoord voorleggen. Huisartsen(prakijken) moeten in georganiseerd verband steeds meer gaan doen. Zonder landelijke kaders komt dit proces niet van de grond. De eerstelijnszorg zal haar verantwoordelijkheid nemen en geen vrijblijvende afspraken maken zonder trekkingsrechten op macrobudgetten, maar wel met terechte claims. De zomer met gegarandeerde continuïteitsproblemen voor kwetsbare groepen staat voor de deur: gaan de zorgverzekeraars en eerstelijnszorg er samen voor of wordt het chaos?

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Beleidsadviezen voor een nieuw kabinet

Wat gaat kabinet Rutte 3 doen met de (eerstelijns)gezondheidszorg? Het regeerakkoord zal het uitwijzen, maar als het aan de Eerstelijns ligt, kiest het kabinet voor een aantal logische, samenhangende oplossingen voor de (toekomstige) knelpunten.

De grootste uitdagingen betreffen de ouderenzorg, acute zorg, arbeidsmarkt en substitutie. Hoewel er al enkele stappen zijn gezet, is het niet genoeg. Zeker in de eerstelijnszorg zijn aanvullende maatregelen nodig.

Ouderenzorg

Door decentralisatie zijn oudere en kwetsbare mensen langer thuis. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van zorg en welzijn. Door de sociale wijkteams verder te laten integreren en samenwerking met de eerstelijnszorg te intensiveren, kan meer en beter geïntervenieerd worden in een vroeg stadium.

Rutte 3 zet de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) voorlopig op dezelfde voet voort. In de eerstelijnszorg en de wijkverpleging betekent dat: aanbesteden op basis van een concessiemodel. Hoewel de individuele vrijheid bij het kiezen van een organisatie beperkt wordt, kan door het verminderen van transacties collectieve efficiencywinst worden geboekt. Ook het aantal transacties in de huisartsenzorg kan omlaag. Met name wanneer er regionale huisartsenorganisaties ontstaan die aanspreekbaar zijn voor alle (24 uurs)zorg. De module Organisatie & Infrastructuur (O&I) biedt hiertoe mogelijkheden, maar de nieuwe minister van VWS moet zorgverzekeraars wel tot actie manen. Tot op heden is er namelijk binnen die module alleen oog voor praktijkmanagement.

Acute zorg

De acute zorg heeft een fundamenteel probleem. De relatief goedkope ANW-zorg van huisartsen heeft een budgetmodel en is gratis toegankelijk, de dure SEH valt onder het eigen risico en heeft een productieprikkel. Dat moet anders. Rutte 3 los dit op, want de acute zorg loopt vast. Een structurele herziening is noodzakelijk.

Arbeidsmarkt

Het feit dat zorgverzekeraars weigeren om prijzen te indexeren terwijl de lonen wel stijgen, zou door de politiek moeten worden verboden. Niet indexeren kost arbeidsplaatsen, terwijl er tekorten ontstaan. De politiek kan marktmeester NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) de opdracht geven om een verplichte indexatie op te nemen in de beleidsregels, aangezien er sprake is van marktfalen. Maar er is meer nodig. In alle andere economische sectoren is digitalisering een topprioriteit. In de (eerstelijns)zorg staat eHealth nog in de kinderschoenen. Rutte 3 moet hier beleidsrijk mee aan de slag.

Substitutie

Sinds 2006 is substitutie een onderdeel van het overheidsbeleid. Anno 2018 heeft de substitutie van zorg (deels) plaatsgevonden, maar de budgetten zijn nauwelijks ‘meeverhuisd’. De eerstelijnszorg met de kernfuncties huisartsen en wijkverpleegkundigen wordt volstrekt overvraagd, burn-out en discontinuïteit zijn aan de orde van de dag. En dit terwijl de zorgverzekeraars het beschikbare macrobudget voor huisartsen, multidisciplinaire zorg en wijkverpleging al twee jaar niet uitgeven. Daarop ingrijpen is stap één voor de nieuwe minister van VWS.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Brainport Eindhoven: technologische kraamkamer voor zorg, wonen en welzijn

Dankzij Philips is de regio Eindhoven de bakermat van de elektronische industrie geworden. In november 2016 erkende de Tweede Kamer Brainport Eindhoven als ‘mainport’, waarmee de regio in hetzelfde rijtje komt te staan als luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven. In de Brainport Nationale Actieagenda is ook een ‘zorgparagraaf’ opgenomen.

Het gaat al lang niet meer alleen over Philips. De kennisintensieve maakindustrie van de regio Eindhoven is zelfs de Rotterdamse haven voorbij gestreefd als trekker van de Nederlandse economie. De status van mainport houdt de officiële erkenning in dat Brainport Eindhoven essentiële innovatie- en concurrentiekracht heeft voor Nederland en kan rekenen op extra financiële en andere ondersteuning uit Den Haag en Brussel.

Op verzoek van het kabinet is een Brainport Nationale Actieagenda opgesteld. Daarin staat wat de regio de komende tien jaar te bieden heeft, wat Brainport wil bereiken en wat daarvoor nodig is. Portheine: “Het is een breed pakket dat onder andere economische ontwikkeling, onderwijs, infrastructuur, energie en mobiliteit bestrijkt, maar ook gezondheid en vitaliteit. Want zo’n agenda moet niet alleen over de harde kant gaan, maar ook over de kwaliteit van de samenleving en wat mensen daarbij ervaren. Een van de ambities is bijvoorbeeld om 100.000 Brabanders te motiveren om gezonder en actiever te leven. Ook is het voornemen om binnen vijf jaar de kwaliteit van leven van circa 100.000 Brabanders met een chronische ziekte te verbeteren door de inzet van eHealth en innovatieve diensten. De agenda spreekt ook over grootschalige invoering van eHealth-toepassingen binnen de zorg en bij mensen thuis.”

Staf Depla, wethouder van Economie, Werk en Inkomen en Beroepsonderwijs in Eindhoven, is een van de opstellers van de actieagenda. “In onze regio hebben we een aantal sleuteltechnologieën – een deel sterk verbonden met de zorg – die we willen doorontwikkelen, als ze tenminste oplossingen bieden voor maatschappelijke problemen. Want het gaat niet om de technologie sec, onze kracht is juist de verbinding van fundamenteel onderzoek met actuele vraagstukken. Uiteindelijk moet dat leiden tot concrete producten en diensten die het welzijn en welbevinden van burgers ten goede komen.”

Regeerakkoord

Om als industriële en technologische kraamkamer te kunnen functioneren, is veel geld nodig. De actieagenda spreekt over een totaalinvestering van 10,5 miljard van 2017 tot en met 2021. Komt dat bedrag er? Wethouder Depla doet er luchtig over: “Waarom niet? Het gaat niet om een Eindhovense aangelegenheid, we hopen iedereen ervan te overtuigen dat Brainport impact heeft op heel Nederland. Het overheidsdeel dat nodig is, moet natuurlijk in het regeerakkoord komen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier: