Berichten

Gezamenlijke ICT-visie InEen, LHV en NHG kan digitaliseringsparadox doorbreken

Onze wereld digitaliseert en de huisartsenzorg kan en wil daar niet bij achterblijven. Enerzijds omdat de samenleving dat van de beroepsgroep verwacht, anderzijds omdat ICT kan helpen de toenemende werkdruk en de krimpende arbeidsmarkt het hoofd te bieden. “Bovenal hebben we ICT nodig om de zorg in de regio rondom de patiënt in samenhang te organiseren en de patiënt daarbij te betrekken”, zegt Maarten Klomp. Hij is als InEen-bestuurslid intensief betrokken bij het ICT-dossier. Samen met LHV-bestuurder Carin Littooij licht hij de hoofdpunten uit de ICT-visie en -roadmap van InEen, LHV en NHG toe.

“Met zijn drieën staan we voor huisartsen en huisartsenzorg in brede zin. Met deze tripartite visie kunnen we de digitaliseringsparadox doorbreken”, aldus Carin Littooij.

De digitaliseringsparadox werd in maart 2018 beschreven door Nictiz, dat op suggestie van de drie koepels de status van de digitalisering in de huisartsenzorg onderzocht. Het paradoxale is dat huisartsen tevreden zijn over het dagelijks gebruik van ICT in hun praktijk, terwijl in de nabije toekomst een digitale transformatie noodzakelijk is om hun sleutelrol in de eerstelijnszorg te waarborgen. Een van de vijf fundamentele problemen die Nictiz benoemde, was het ontbreken van een landelijk gedragen toekomstvisie over digitalisering en een meerjarige roadmap voor de eerste lijn. Daar brengen InEen, LHV en NHG nu verandering in.

Eilanden verbinden

Het doel is in de visie als volgt omschreven: ‘De huisartsenzorg wordt optimaal ondersteund door een passende, toekomstgerichte digitale zorginformatie-infrastructuur: niet enkel in de dagpraktijk, maar ook tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten en in de programmatische multidisciplinaire samenwerking.’ De bestaande huisartsinformatiesystemen (HIS), informatiesystemen voor huisartsenposten (HAPIS), keteninformatiesystemen (KIS) en samenwerkingsplatforms vormen het uitgangspunt. Om van daaruit tot de gewenste toekomstgerichte zorginformatie-infrastructuur te komen, worden toetsbare basiseisen en -wensen geformuleerd. Dat is onderdeel van het project XIS. De projectgroep XIS wil voor januari 2019 al een beperkte basisset formuleren om richting te geven aan de ontwikkelingen.

Regionaal organiseren

Het Informatieberaad Zorg, de bestuurlijke samenwerking tussen het zorgveld en het ministerie van VWS, werkt aan een duurzaam informatiestelsel voor de zorg als geheel. De initiatieven van de drie koepels in de huisartsen- en eerstelijnszorg sluiten daarbij aan. Ook houden ze rekening met andere afspraken, akkoorden en programma’s. “Wij moeten als branche met onze leveranciers in gesprek over een vlotte implementatie van de landelijke standaarden”, zegt Klomp. “De individuele huisarts heeft als klant weinig invloed op de ontwikkelagenda, daarom willen we dat regionale organisaties die rol op zich nemen en de praktijken ontzorgen op het gebied van ICT.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Het regionaal longformularium in Maastricht-Heuvelland

Op 1 juli 2016 werd vanuit de proeftuin Blauwe Zorg het transmurale, regionale longformularium geïmplementeerd in de regio Maastricht-Heuvelland. Een voor Nederland uniek formularium dat bestaat uit voorkeursmedicatie geselecteerd op kwaliteit èn prijs. Wat hebben wij geleerd en welke adviezen hebben wij voor anderen?

Vanuit de proeftuin Blauwe Zorg worden verschillende interventies ingezet om kwalitatief goede en doelmatigere farmacie te bewerkstelligen. Eén van deze interventies betrof het ontwikkelen van een regionaal longformularium. Aanleiding was de constatering dat er veel verschillende middelen op de markt zijn met een grote diversiteit aan toedieningsvormen. Het voordeel van een kleiner formularium dat alle therapeutische opties dekt, is ten eerste dat het leidt tot een meer eenduidige inhalatie-instructie van praktijkverpleegkundigen en apothekersassistenten. Ten tweede, dat de arts hetzelfde middel én device voorschrijft en instrueert dat de patiënt mee naar huis krijgt in de apotheek. Verondersteld wordt dat beide punten leiden tot een beter geïnstrueerde en therapietrouwe patiënt. Ten derde de mogelijkheid om in samenwerking met de verzekeraar te komen tot een inkooptraject, hetgeen de kosten naar beneden heeft gebracht. De opbrengsten worden doorgegeven aan de patiënt, omdat de voorkeursproducten niet ten laste van het eigen risico vallen. Het formularium bestaat uitsluitend uit medicamenten die voldoen aan een aantal kwaliteitseisen én waarvan de inkoopprijs concurrerend is. Voor meer informatie over de totstandkoming van het formularium en de betrokkenheid van de verschillende stakeholders, zie www.blauwezorg.nl/farmacie.

Implementatie in de regio

Er zijn verschillende acties ondernomen om het longformularium te implementeren in de regio. De betrokkenen werden geïnformeerd via nieuwsbrief, mail en informatiebijeenkomsten. Bovendien zijn materialen verspreid, namelijk de zogenaamde ‘placebokit’. Dit is een doos met de placebo-devices uit het longformularium, inclusief een ‘formulariumkaart’ waarop (op de voorzijde) het medicamenteus stappenplan conform NHG en (op de achterzijde) de voorkeursgeneesmiddelen worden afgebeeld. Bovendien is aangestuurd op het maken van lokale samenwerkingsafspraken tussen huisarts en apotheek.

Naast de aandacht voor inhoudelijk keuzes was er aandacht voor optimalisatie van het zorgproces. In 2018 kregen apotheker en apothekersassistent een grotere rol in de zorg. Zij overhandigen niet enkel het geneesmiddel bij vervolguitgiftes, maar vragen actief naar ervaringen en problemen en herhalen de inhalatie-instructie. Doel is de therapietrouw, het effect van de behandeling en de kwaliteit van het geleverde zorgproces te verbeteren. De apotheek registreert de zorg in het regionale ketenzorginformatiesysteem (MediX), waarin ook de medewerkers van de huisartsenpraktijk werken. Doordat men in hetzelfde dossier registreert, is de informatie-uitwisseling efficiënter.

Meer lezen over de rol van de patiënt, ervaringen en tips voor andere regio’s? Download het artikel.

Auteurs: Maud van Hoof (ZIO), dr. Anna Huizing (ZIO & Universiteit Maastricht),

July Kroeg (Universiteit Maastricht), dr. Guy Schulpen (ZIO)

Download het volledige artikel hier:

Regierol voor ROAZ in regionale samenwerking acute zorg

In het hele land neemt de druk op de acute zorg toe. Er zijn veel initiatieven om dit te beteugelen – en op sommige plekken stabiliseert de druk inderdaad – maar het blijft een taai probleem. Dat ligt aan de instroom, doorstroom én uitstroom van de acute zorg. Ketenoptimalisatie is dus noodzakelijk. De acute zorg in Nederland is verdeeld in elf regio’s met elk een overkoepelend overleg: het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg). Minister Bruno Bruins van Medische Zaken wil dat de ROAZ’en meer de ‘lead’ nemen in de acute zorgketen. Maar hoe moeten ze die rol invullen?

“Meer deelnemers en betere besluitvorming”, zegt Bas Leerink. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST), bestuurder bij ROAZ Acute Zorg Euregio en lid van het dagelijks bestuur van het LNAZ (Landelijk Netwerk Acute Zorg), de overkoepelende organisatie van de elf ROAZ’en. De taken van een ROAZ vloeien voort uit de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), die wordt vervangen door de Wet Toelating Zorgaanbieders (WTZa). Dus is ook het overleg in de acute zorg toe aan herijking. “Het belang van regie wordt steeds groter”, zegt Leerink. “Daarom is het zaak om nog veel meer partijen in het ROAZ te betrekken. Ik denk vooral aan vertegenwoordigers van organisaties in de ouderenzorg.”

De extramuralisering van de zorg heeft de afgelopen jaren voor dertig procent meer spoedopnames onder ouderen gezorgd, zo blijkt uit onderzoek, en er zijn geen tekenen dat de stroom gaat afnemen. Een belangrijk punt is het organiseren van vervolgzorg, bijvoorbeeld door bedden in een eerstelijnsverblijf of door de inzet van wijkverpleegkundigen of transferverpleegkundigen die zorgen dat ouderen na een bezoek aan de SEH of HAP de juiste zorg thuis krijgen.

Investering

Daarnaast pleit Bas Leerink ervoor om in sommige gevallen verloskundigen en apotheken te betrekken in het ROAZ. Maar levert zo’n breed spectrum aan disciplines niet een onwerkbaar overleg op? “Daarom moeten we het verdelen in domeinen van acute zorg”, zegt Leerink. “Denk aan thema’s als beroerte, hartfalen, GGZ of verloskunde. Dan komen expertteams samen die zijn toegespitst op zo’n domein.” Binnen het ROAZ wordt al veel met zulke groepen gewerkt. De eerste lijn wordt daar nauw bij betrokken, vertelt Leerink. “Huisartsen moeten nadenken hoe ze zich laten vertegenwoordigen in een ROAZ. Dat verschilt per regio. Soms is het een directeur of medisch directeur van een HAP. Soms is het iemand uit een huisartsenkring. Regionale samenwerking vraagt investeringen, maar het levert veel op.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Zilveren Kruis: “Succesvolle uitvoering O&I-module vraagt om regionale aanpak”

Zorgverzekeraar Zilveren Kruis is actief aan de slag gegaan met visie- en beleidsontwikkeling voor invulling van de O&I-module. Het gaat uit van een relationele benadering en heeft daarom gekozen voor een transitieperiode van drie jaar vanaf 2019. Maar wie sneller wil, mag.

Zilveren Kruis is tot nu toe de enige zorgverzekeraar die serieus invulling geeft aan de O&I-module, met een nieuw geformuleerde visie en beleidsontwikkeling vanuit een regionale benadering. “De module is geen doel op zich, maar een middel om een aantal zaken te regelen”, zegt beleidsontwikkelaar zorginkoop Mirjam Vos-de Soet. “Door meer samenhang te brengen in de eerstelijnszorg, bereiken we dat onze verzekerden meer samenhang gaan ervaren in die zorg in de eerste lijn en in de relatie met het sociaal domein. In de eerste lijn verandert op dit moment heel veel en de O&I-module is een belangrijke randvoorwaarde om een toekomstbestendige eerste lijn goed in te richten. Ook wat de ondersteunende taken betreft, zodat de zorgverlener de tijd heeft om zorg te verlenen. Die puzzelstukjes vielen voor ons met de O&I-module mooi op hun plaats en nu een landelijke agenda is gemaakt, is dit het momentum om daarop aan te sluiten.”

Regionale aanpak

Vos plaatst dit in het licht van de beweging dat mensen steeds langer thuis blijven wonen, ook bij een toenemende zorgvraag. “De uitdaging voor de eerste lijn is om de veranderende zorgvraag die hieruit voortvloeit goed vorm te geven”, zegt ze. “Wij willen de beweging van langer thuis blijven wonen stimuleren, omdat we geloven dat thuis de juiste omgeving is voor de mensen die dat willen. Natuurlijk zit er ook een kostencomponent aan: eerstelijnszorg is goedkoper dan tweedelijnszorg. De substitutie van tweede naar eerste lijn kan echter alleen succesvol tot stand komen als het eerstelijnszorgaanbod een samenhangende infrastructuur kent die dit zodanig ondersteunt dat onze verzekerden die samenhang ook ervaren.”

Zilveren Kruis is ervan overtuigd dat dit om een regionale aanpak vraagt. “Als je de zorg in samenhang wilt organiseren, vraagt dit om een schaal waarin je echt een gesprekspartner bent voor de betrokken partijen”, legt Vos uit. “Als geïntegreerde eerstelijnszorg ben je dat nog niet en de inzet van de O&I-gelden moet wel goed gebeuren. De huidige aanpak leidt tot versnippering, dus hebben we gezegd: kies voor het niveau van een regio om een gesprekspartner te kunnen zijn en te waarborgen dat er voor elke huisarts een ondersteunend aanbod is.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

UNICUM: één regionaal aanspreekpunt namens alle huisartsen

Ziekenhuizen, gemeenten en thuiszorgorganisaties die op regioniveau afspraken willen maken met huisartsen, hebben een steeds grotere behoefte aan één vertegenwoordigende organisatie die makkelijk aanspreekbaar is. Mede daarom zag eind vorig jaar UNICUM het levenslicht in het zuidoostelijk en -westelijk deel van de provincie Utrecht.

“Sinds kort zijn we voor huisartsen een project over Positieve Gezondheid aan het opzetten in Zuidoost-Utrecht. Ook wordt gewerkt aan een app waarmee zorgverleners in een veilige omgeving de situatie van een patiënt kunnen bespreken nadat deze daarvoor toestemming heeft gegeven. Voorheen was dit soort ambities lastig te realiseren. De afzonderlijke huisartsenorganisaties beschikten hiervoor over onvoldoende organisatiekracht en financiële middelen. Met onze nieuwe, grotere organisatie kunnen we hiervoor een beroep doen op een professioneel bureau.”

Aan het woord is Niels Harkink. Behalve huisarts te Zeist is hij bestuurder van UNICUM Huisartsenzorg Coöperatie Zuidoost-Utrecht. Evenals een andere coöperatie – UNICUM Zuidwest-Utrecht – is die aandeelhouder van een fonkelnieuwe ondersteuningsorganisatie voor huisartsen: UNICUM BV.

Eén gezicht

“We willen sterker en slagvaardiger worden door gezamenlijk op te trekken. En daarbij is het belangrijk vanuit één organisatie te worden ondersteund”, aldus Harkink. Die wens, in 2013 en masse geventileerd tijdens een symposium voor huisartsen in Zuidoost-Utrecht, kan achteraf worden beschouwd als een van de aanzetten tot wat nu UNICUM is.

Hans Erik van Helsdingen, directeur Bedrijfsvoering UNICUM BV: “Ook bij PreventZorg, waar ik destijds werkzaam was, vingen we steeds vaker dit soort signalen van huisartsen op. Terecht. Willen huisartsen hun (regie)rol in de eerste lijn kunnen vervullen en behouden én invloed uitoefenen op ontwikkelingen in hun werkgebied, dan is het essentieel dat zij zich regionaal goed organiseren. Zij moeten als ‘collectief’ aanspreekbaar zijn voor netwerkpartijen in het domein van cure, care en sociaal domein. Deze organisaties kunnen huisartsenpraktijken vervolgens ook faciliteren om naar de afspraken te handelen in het zorgnetwerk. Dit alles is ook wenselijk met het oog op de nieuwe betaaltitels Organisatie & Infrastructuur (O&I) per 1 januari 2018.”

Versnippering belemmerend

Harkink voegt toe dat versnippering van het regionale zorgveld innovaties en regionale samenwerking belemmert. “Huisartsenverenigingen, zorggroepen, huisartsenposten en overige organisaties richten zich vaak op de ondersteuning van deelaspecten van de huisartsenzorg. Stuk voor stuk varen ze hun eigen koers en hebben ze een eigen bestuur en organisatiestructuur. De regie van huisartsen over het beleid is dikwijls beperkt. Het schort aan één duidelijk aanspreekpunt voor zowel de huisartsen als voor externe partijen.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Op weg naar een regionaal samenwerkingsplatform

Op 12 oktober 2017 hield Portavita het derde seminar over regionale samenwerking in buitenplaats Mereveld in Utrecht. Thema van het symposium: hoe kunnen innovatieve ICT-platforms de regionale samenwerking tussen zorgpartners versterken en ondersteunen? Vertegenwoordigers van regionale samenwerkingsverbanden, trombosediensten en betrokkenen waren aanwezig.

Betere zorguitkomsten per gespendeerde euro kunnen alleen gerealiseerd worden door een constructieve samenwerking over de hele keten van preventie, zorg en welzijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, zo blijkt uit onderzoek van dr. Pim Valentijn, adjunct-directeur Essenburgh Training & Advies en senior-onderzoeker bij Maastricht University en Maastricht MUMC+. “Het succes van regionale samenwerking is de optelsom van de inzet van alle betrokken partijen. Toch blijkt juist samenwerking tussen zorggroepen en ziekenhuizen het grootste struikelblok op weg naar betere regionale uitkomsten. Gedeelde verantwoordelijkheid over de zorgkwaliteit, de kosten en het nieuwe integrale verdienmodel is een andere, veel genoemde uitdaging.”

Ook de juiste functionele randvoorwaarden, zoals integrale ICT-platforms, zijn onmisbaar om regionale samenwerking duurzaam te verankeren, constateert Valentijn. “Juist op het gebied van deze functionele randvoorwaarden valt in Nederland nog een wereld te winnen.”

Multidimensionaal

Jos van Berkel, specialist Ouderengeneeskunde in Gelders Rivierenland, werkt in een netwerk van regionale samenwerking met huisarts, thuiszorg, regionaal ziekenhuis, vrijwilligers, patiënten en hun mantelzorgers. Gezondheid is multidimensioneel, stelt hij, met zowel fysieke, psychische als sociale componenten. Alleen door multidisciplinaire samenwerking kunnen problemen van kwetsbare ouderen behandeld worden. “Dat betekent dat je kennis deelt en multidisciplinaire behandelafspraken maakt. Dat kan alleen als je alle informatie voor iedereen toegankelijk maakt. Samen met Portavita hebben we daarom een zorgpad Kwetsbare ouderen op het Portavita-platform ingericht. Alle informatie komt daar samen. Je kunt erin lezen wie wat doet, wat de behandelafspraken zijn, noem maar op. Alle zorgverleners hebben er toegang toe.”

Een drempel is wel dat iedere zorgverlener daarnaast met het ICT-systeem van de eigen organisatie werkt. “Dat is niet optimaal, maar wel de realiteit. We moeten onze ICT-systemen dus goed op elkaar laten aansluiten.”

Regionale overlegtafel

Van Berkel is niet de enige zorgverlener die hiermee worstelt. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) schreef er recent een visiedocument over: De regionale overlegtafel. Edo Westerhuis, COO van Portavita begrijpt het probleem. “Zorgverleners gebruiken het ICT-platform van hun eigen organisatie, maar willen tegelijkertijd ook kunnen werken met een functionaliteit waarmee ze met andere zorgverleners kunnen samenwerken. Het Portavita Platform heeft de bouwstenen om zo’n regionale overlegtafel tot een succes te maken.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Zuid-Limburgse huisartsen en specialisten schrijven met één pen voor

Om zo doelmatig en goedkoop mogelijk medicatie voor te schrijven zonder in te boeten aan kwaliteit, werken huisartsen, specialisten en apothekers in de Zuid-Limburgse Mijnstreek sinds begin 2017 met één regionaal formularium. Dit MIJNstreek formularium is opgezet binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg, met als doel: het realiseren van betere en betaalbare zorg.

“De belangrijkste winst is dat huisartsen, specialisten en apothekers samen doelmatig voorschrijven”, aldus apotheker Daphne van Limborgh. Vanuit Apotheek Kling Nullet in Kerkrade is Van Limborgh nauw betrokken bij de ontwikkeling van het MIJNstreek formularium. “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg hebben we als groep gediscussieerd over de best werkzame stoffen en vervolgens bepaald: dit zijn de eerste medicijnkeuzes in onze regio. Een goede zaak. Elk geneesmiddel heeft zoveel verschillende broertjes en zusjes dat het zelfs voor zorgprofessionals vaak lastig is om door de bomen het bos te zien. Huisartsen en specialisten schreven ook anders voor wat soms ook verwarring creëerde bij de patiënt. Dat wordt nu voorkomen.”

Shared savings

Via een Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) stimuleert het MIJNstreek formularium artsen om vaker het eerste keuze middel voor te schrijven. “Want dat gebeurt nog steeds te weinig, meestal puur vanuit gewoonte of vertrouwdheid met een bepaald merk”, aldus CZ zorginkoper René Bekhuis. “Het MIJNstreek formularium moet een dam opwerpen tegen de sterke marketing en lobby vanuit de farmaceutische industrie om bepaalde merken ‘in de pen’ te krijgen.”

Bijzonder aan het MIJNstreek formularium is dat het tot stand kwam met ‘shared savings’ uit het eerdere geneesmiddelensubstitutieproject. Bekhuis: “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg maakten specialisten, huisartsen, apothekers, CZ en patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg eerder afspraken om te dure cholesterolverlagers en zuurremmers te vervangen door goedkopere, net zo effectieve varianten. Dat alles vanuit de Triple Aim gedachte om betere kwaliteit van zorg en gezondheid te realiseren tegen lagere kosten.”

Het inwisselen van dure cholesterolverlagers leverde een besparing op van enkele honderdduizenden euro’s. “Maar één zwaluw maakt nog geen zomer”, aldus Bekhuis. “Betrokken partijen besloten de winst daarom direct te investeren in het MIJNstreek formularium.”

Natuurlijk zijn formularia met een EVS met eerste keuze medicijnen niet nieuw . “Het probleem is alleen dat ze te weinig gebruikt worden”, meent Louis de Wolf, huisarts in Stein. De kracht van dit nieuwe MIJNstreek formularium is dat het door huisartsen, apothekers én specialisten tot stand kwam.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Ontschotten in zorg-ICT

Regionalisering van de eerstelijnszorg staat al enkele decennia op de politieke agenda. Anno 2017 is er veel bereikt, toch is de regionalisering minder ver dan menigeen zou willen. “Domeindenken, de financieringsstructuur, regelgeving. Daar zijn allerlei redenen voor te bedenken”, reageert Dorinda van Oosten, managing director van PharmaPartners Huisartsenzorg. Ze geeft een reflectie op haar eigen vakgebied: de automatisering van de zorg.

“Ook in de zorg-ICT moet domeindenken plaatsmaken voor ontschotting. We moeten nog meer gebruikmaken van landelijke standaarden en regionale informatie-uitwisseling mogelijk maken”, vindt Van Oosten. Uit het onafhankelijke HIS-onderzoek van de LHV uit 2016 blijkt dat PharmaPartners vooral op eHealth en gegevensuitwisseling tussen zorgverleners opvallend hoog scoort. “We hebben een enorme expertise opgebouwd in het ondersteunen van de samenwerking tussen huisarts en apotheker. En bij het ontstaan van de eerste zorgpaden zijn we direct met de grootste KIS-leveranciers om tafel gegaan om die multidisciplinaire samenwerking goed in onze zorgsystemen te laten landen. Daarop bouwen we nu verder. Onze zorgsystemen hebben samen meer dan 200 koppelingen met systemen van andere zorgaanbieders en leveranciers.  Belangrijk daarbij is dat relevante informatie altijd terugkomt in het bronsysteem van huisarts en apotheker.”

Starten met koppelingen

De behoefte van klanten is leidend bij het realiseren van die koppelingen, benadrukt Van Oosten. “We geloven erin dat we door het standaardiseren van gegevensuitwisseling systemen van verschillende leveranciers goed kunnen laten communiceren en samenwerken. Op die manier kan de informatie-uitwisseling binnen een regio systeemonafhankelijk plaatsvinden. Daar werken we hard aan, ook in samenwerking met andere leveranciers en organisaties als VZVZ en Nictiz. Dat kost natuurlijk tijd en de behoefte om samen te werken in de regio is er al. We kunnen het ons dus niet permitteren om daarop te wachten. Daarom leggen we nu al de verbinding met goede, veilige koppelingen.”

Regionaal platform

Het fundament voor een brede, regionale ICT-samenwerking over disciplines en domeinen heen, is een regionaal platform. Van Oosten: “Binnen de Medicom-Pharmacom samenwerkingsverbanden in een regio faciliteren we 24-uurs huisartsenzorg en farmaceutische zorg. Bij de samenwerking in de regio zijn echter meer disciplines en domeinen betrokken en in iedere regio is het net weer een beetje anders. Door samen te werken met aanbieders van  regionale platformen en slimme koppelingen te maken tussen systemen kunnen we alle partijen verbinden op een manier die past bij de betreffende regio.” Het ontsluiten van de patiënt via een Persoonlijke GezondheidsOmgeving is een van de speerpunten van PharmaPartners. Eerder ontvouwde het bedrijf al zijn eHealth-strategie.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Duurzame zorg door regionaal samenwerken

De Nieuwe-Zorgbijeenkomst ‘2017: begin van het morele tijdperk?’ op 13 december 2016 ging over de regioregie proeftuinen Mijn Zorg en Anders Beter in Zuid-Limburg. Ze zijn een gezamenlijk initiatief van de drie partijen in de zorgdriehoek patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars, samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties, ondersteund door Robuust. Het doel is werken aan kwalitatief goede zorg en gezondheid én lagere zorgkosten.

De regio, dat is de schaal waarop je het beste veranderingen in de zorg kunt organiseren. Jo Maes, directeur van Huis voor de Zorg, is daarvan overtuigd. Zorgaanbieders, patiënten, gemeenten, zorgverzekeraar, ze kennen elkaar én zijn bereid om samen de handen ineen te slaan om de zorg te verbeteren.

Oostelijk Zuid-Limburg en de Westelijke Mijnstreek zijn modelregio’s waar dat gebeurt. Dat is ook nodig, stelt Wim van der Meeren, voorzitter Raad van Bestuur van CZ. Al was het maar omdat Zuid-Limburg een regio is met grootverbruikers in de zorg. “Mensen worden sneller ziek, gaan snel naar de dokter, er is aangeleerde hulpeloosheid. Bewoners weten vaak niet goed hoe ze de regie over hun leven moeten oppakken.”

Daar zijn genoeg oorzaken voor, weet Jo Maes. Armoede, hoge werkloosheid, de pijn van de mijnsluitingen. “We moeten de bewoners van Zuid-Limburg daarom laten weten dat zij erbij horen. Doen we dat niet, dan gaan we de gewenste zorgveranderingen niet bereiken.”

Het patiëntgerichte gesprek

Voor zorgverleners betekent dit dat ze leren luisteren naar de wens van de patiënt, vertelt Mariëlle Krekels, internist-nefroloog in Zuyderland Medisch Centrum en tevens medisch directeur van MCC Omnes. Empathie, communicatie, goed luisteren, dat zijn kernwoorden van goede zorg. De medisch specialisten van Zuyderland investeren daarom in het patiëntgerichte gesprek. “Onze belangrijkste boodschap voor dokters is: behandel patiënten zoals je zelf behandeld zou willen worden. Dat is dé leidraad voor goed medisch handelen.”

Vergrijzing, ongezonde leefstijl, hoge zorgconsumptie, Esther van Engelshoven, algemeen directeur van HuisartsenOZL, met 135 vrijgevestigde huisartsen, weet dat niets doen in haar regio geen optie meer is. De huisartsen zijn daarom gestart met PlusPraktijken. Veertien praktijken met 80.000 ingeschreven patiënten doen daaraan mee. “Met PlusPraktijken zijn we een reeks interventies gestart om te komen tot duurzame huisartsenzorg. We werken aan patiënt empowerment. Patiënten van PlusPraktijken kunnen digitaal afspraken maken en online hun patiëntendossier inkijken en herhaalrecepten aanvragen.”

PlusPunt medisch centrum

Daarnaast werken de huisartsen aan leefstijlcoaching. En besteden ze extra aandacht aan de groep patiënten die de meeste zorg vraagt. “Acht procent van onze patiënten is goed voor zestig procent van alle zorgconsumptie. Als we hen beter kunnen helpen, kunnen we een enorm rendement halen.” Zorgkosten worden echter vooral veroorzaakt door doorverwijzingen naar de tweede lijn. “Door onze poortwachtersfunctie te versterken, kunnen we veel winst behalen”, legt Van Engelshoven uit. De huisartsen doen dat met PlusPunt medisch centrum.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

ICT-samenwerking vraagt om regie in de regio

Er gebeurt enorm veel op het gebied van ICT in de eerstelijnszorg. Landelijk, regionaal, bij huisartsenposten en zorggroepen en in de praktijken van zorgverleners. De ontwikkelingen gaan snel, maar vinden gefragmenteerd plaats. En versnippering leidt tot beperkte slagkracht. “Er is te weinig regie geweest”, zegt Maarten Klomp. Hij pleit voor sterke regionale partijen, die optreden als regisseur en serviceverlener voor de aangesloten praktijken. En voor beperking van het aantal leveranciers.

“Met het gebruik van een huisartsinformatiesysteem (HIS) liepen huisartsen decennialang voorop op het gebied van ICT in de zorg”, aldus Maarten Klomp. “Het is niet makkelijk om die positie nu nog vast te houden. Grote slagen worden niet meer gemaakt. Een beetje gechargeerd kun je zeggen: iedereen is parallel dezelfde dingen aan het ontwikkelen. Daarmee gaat veel tijd en geld verloren.”

Klomp wijst op de landelijke eHealth-monitor. “Die laat zien dat mensen steeds meer behoefte hebben aan online dienstverlening. eCconsults, digitaal afspraken maken, eigen metingen doorgeven. Maar voor huisartsen is dit nog heel beperkt mogelijk. Het delen van informatie met andere zorgverleners, het gebruik van eHealth-programma’s en patiëntenportalen laat te wensen over.” Daarnaast is de gebruiksvriendelijkheid nog vaak een probleem, vindt Klomp, zodat de drempel om mee te doen hoog is. Het vreet tijd, die ten koste gaat van de patiëntenzorg.

Het is een bijna gordiaanse knoop. Hoe begin je met dit aan te pakken? Dat is een kwestie van prioriteiten stellen, zegt Klomp. Het landelijk Informatieberaad, ingesteld door VWS, is daarmee begonnen. Aan de prioriteiten worden ook deadlines verbonden. Zo moet een patiënt per 1 januari 2018 toegang kunnen hebben tot belangrijke delen van zijn of haar dossier. Dat moet onder meer een veilige medicatieoverdracht mogelijk maken en misverstanden tussen huisarts, ziekenhuis en thuiszorg voorkomen. Dezelfde datum geldt als deadline voor het doorvoeren van ICT-standaardisatie binnen de ketenzorg, wat volledige digitale informatie-uitwisseling mogelijk maakt. “En een heel belangrijke target is ‘registratie aan de bron’. Dat maakt mogelijk dat registraties van patiëntencontacten veilig en anoniem gebruikt kunnen worden als kwaliteitsindicatoren of basis voor wetenschappelijk onderzoek, zonder dat je ze dubbel of driedubbel moet invoeren. Die eenheid van data moet per 1 januari 2019 geregeld zijn.”

Regio Zuidoost-Brabant

Op landelijk niveau ontstaat zo een aantal basisregels en –voorwaarden. Maar de daadwerkelijke inrichting en finetuning van zorginformatiesystemen vindt plaats in de regio. En dat vraagt om afstemming. “Er is behoefte aan een partij die op regionaal niveau koppelingen kan maken tussen partijen en als serviceorganisatie kan optreden richting de praktijken”, zegt Maarten Klomp, “maar ook als regisseur richting leveranciers.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: