Berichten

Lijnoverstijgende aanpak resulteert in betere COPD-zorg

Bij patiënten met een chronische aandoening kan medicatie vaak pas optimaal werken als de zorg rondom hen goed is georganiseerd. Bovendien moeten zij inspraak hebben in de interventie. Dat zijn de uitgangspunten van een aantal succesvolle COPD-initiatieven.

Sneller een diagnose en behandelplan. Lagere zorgkosten omdat de meeste patiënten onder controle zijn in de eerste lijn. Dat zijn voordelen die met COPDnet zijn bereikt in en rond ziekenhuis Bernhoven in Uden. Dit zorgpad is een aantal jaren geleden ontwikkeld in het Radboudumc. PICASSO, een programma gericht op verbetering van longzorg, meet de effecten. “Twee jaar na de implementatie in ziekenhuis Bernhoven hebben we onlangs geconcludeerd dat de ervaringen goed zijn”, vertelt Denise Schuiten. Zij is Customer Solution Manager bij Boehringer Ingelheim, een van de oprichters van PICASSO.

Gemotiveerde patiënt

Schuiten concretiseert: “Dankzij een geïntegreerde aanpak van eerste, tweede en derde lijn komen zorgverleners en de patiënt in Bernhoven snel to the point. De patiënt keert eerder met een goed behandelplan terug van het ziekenhuis naar de huisarts en hoeft ook niet zo vaak naar het ziekenhuis te komen. Dat heeft een positief effect op de zorgkosten. Verder blijken patiënten extra gemotiveerd te zijn om hun medicatie te gebruiken en te werken aan hun leefstijl. De reden is dat zij inspraak hebben in de interventie.”

Implementatie

Na de ontwikkeling en invoering van COPDnet in Nijmegen brak de volgende spannende fase aan: de implementatie in een ander ziekenhuis en bij andere zorgverleners. Schuiten: “Dit is binnen negen maanden gerealiseerd in ziekenhuis Bernhoven. Het is de ambitie dit zorgpad nu ook geschikt te maken voor andere regio’s.”

Met ‘implementatie’ is een essentiële term genoemd. Schuiten: “Ons land kent vele geslaagde initiatieven om zorg te verbeteren. Maar de implementatie ervan blijkt vaak niet goed te verlopen. Welke factoren zijn bepalend voor het al dan niet slagen van een implementatie? Hiervoor is een soort meetlat ontwikkeld door de School of Health Policy & Management Health Technology van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Boehringer Ingelheim heeft de EUR gevraagd om vanaf de herfst de meetlat langs vier Nederlandse COPD-projecten te leggen.”

De uitkomsten van het onderzoek moeten over een half jaar duidelijk zijn. Schuiten: “We verwachten daarmee beter inzicht te krijgen in hoe en waarom sommige initiatieven succesvol zijn en andere niet. Met die kennis zou je projecten kunnen aanpassen als ze ergens anders worden geïmplementeerd, met een grotere slagingskans als gevolg.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Succesvol ouderenproject Ons Raadhuis zoekt structurele financiering

Het is altijd een gezellige drukte bij Ons Raadhuis in Velp. Zeker ook op deze vrijdagmiddag. De voormalige pastorie zit vol. De mensen hebben hapjes gemaakt. Er gaan dienbladen met glazen witte wijn rond. Er wordt gelachen. Gegrapt. Soms een troostend woord. Het rumoer verstomt pas als het koor Indische liedjes gaat zingen. Eigenlijk wel jammer dat Ester Bertholet, Irma Smeenk en de 76-jarige Mieke naar de keuken moeten vluchten. Want we moeten eens praten over het succes van Ons Raadhuis.

Ons Raadhuis is een initiatief van specialist ouderengeneeskunde Ester Bertholet. “Zo’n drie jaar geleden zocht ik een oplossing voor ouderen waardoor ze meer zouden bewegen, beter zouden eten of zich gewoon wat blijer zouden voelen. Gezond en actief, zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Cursussen in een buurthuis kunnen dat doen, maar de mensen gaan meteen na de cursus weer weg. Bovendien is het niet makkelijk op hoge leeftijd met een gemiddelde cursus of sport mee te doen. En op dagbesteding zit weer vooral het stempel ‘zorg’, want dat is op diagnose en niet zo vrijblijvend. Ik wilde iets dat er zo’n beetje tussenin zit én waar mensen zich echt thuis zouden voelen.” Dus begon ze gewoon met een groepje van vijf en yoga en tai chi lessen. Bertholet: “De deelnemers namen dan weer iemand mee, heel laagdrempelig, zo van: ‘Kom gewoon eens kijken’. En we startten andere cursussen en zo breidde het als een olievlek uit.”

De kracht zit ‘m erin dat niemand verplicht is deel te nemen aan de activiteiten. Ouderen kunnen ook gewoon een kopje koffie komen drinken en een praatje maken. Tegelijkertijd komt het brede aanbod van activiteiten voort uit de bezoekers zelf. Zij verzinnen bijvoorbeeld poëziemiddagen, wandelclubs of filosofiebijeenkomsten.

Preventie

Het succes is groter dan Bertholet had durven hopen. Zo’n tweehonderd verschillende mensen bezoeken Ons Raadhuis en er werken zo’n vijfenvijftig vrijwilligers en docenten. Het enthousiasme spat eraf bij Ester, Irma en Mieke. Maar keihard buffelen is het wel. Ook financieel. “De huur en de betaalde krachten worden bekostigd uit subsidies van gemeente en provincie én uit de verkoop van strippenkaarten voor deelname aan de activiteiten”, legt Bertholet uit. “Maar we zijn op zoek naar structurele inkomsten voor ouderenzorg vanuit de gemeente of zorgverzekeraars.” Lastig, want preventie kent nog geen wettelijke financiering. En daar speelt Ons Raadhuis juist zo’n grote rol in, zeker voor eenzame ouderen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Succesvol farmacotherapeutisch overleg leidt tot efficiënt voorschrijven

De medicatiekosten in de eerste lijn in Asten zijn 600.000 euro lager dan zou mogen worden verwacht van een gemeente met een dergelijke omvang. Nog belangrijker: het voorschrijfbeleid heeft er een hoge kwaliteit. Dit is te danken aan een succesvol FarmacoTherapeutisch Overleg tussen huisartsen en apothekers.

De resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven: de LHV en vier zorgverzekeraars hebben het Astens formularium en een aantal andere formularia aangewezen als lichtende voorbeelden voor de rest van het land. Het gaat nog verder: huisartsen kunnen op basis hiervan sinds dit jaar worden gemeten voor de S3-resultaatbekostiging.

Stroomversnelling

Hoe schrijf ik doelmatig geneesmiddelen voor? Zeker nu sinds anderhalf jaar veel nieuwe COPD-medicatie op de markt is gelanceerd, kan menig huisarts ondersteuning gebruiken bij goede en efficiënte besluitvorming over het type medicijn, de hoeveelheid, sterkte en dosering. Daardoor is de vraag naar een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS)  in een stroomversnelling geraakt. Vier zorgverzekeraars en de LHV hebben afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Zij hebben vijf ‘voorkeursformularia’ uit het land geselecteerd op grond waarvan huisartsen vanaf dit jaar worden beoordeeld door zorgverzekeraars. Een van die formularia is tot stand gekomen in Asten. Daar wordt al dertig jaar gewerkt met een eigen formularium, waarvan het gebruik tot dusver beperkt bleef tot deze Noord-Brabantse gemeente.

Frequent en intensief

Waarom wordt het voorschrijfbeleid van het FarmacotTherapeutisch Overleg (FTO) in Asten zo gewaardeerd? “Dat heeft onder meer te maken met de hoge frequentie en grote intensiteit”, vertelt Gertjan Hooijman, apotheker en eigenaar van Alphega apotheek Asten. “De tien huisartsen en twee apothekers in onze gemeente zijn ook verplicht eraan deel te nemen en samen de sessies voor te bereiden.” Huisarts Cees Kros: “Als een huisarts zich wil aansluiten bij een van de drie Astense praktijken, wordt dit als voorwaarde gesteld. Eenmaal aan dit systeem gewend, wil niemand er meer vanaf.”

Elf keer per jaar komen de huisartsen en apothekers bijeen. Kros: “Telkens staat één ziektebeeld centraal. Stel, er zijn nieuwe geneesmiddelen voor diabetici op de markt gekomen en wij bespeuren daardoor hiaten in het betreffende voorschrijfbeleid, dan gaan één huisarts en één apotheker de ontwikkelingen onder de loep leggen.”

Hooijman: “Huisarts en apotheker stellen een beslisboom op: welk scenario volgen we bij welke diabetes type-2-patiënt? De twee leggen hun bevindingen en de beslisboom voor aan de collega’s. Die discussiëren net zo lang totdat er consensus is over de beste keuzes. De afspraken leggen we vast in een sjabloon dat een plaats krijgt in het elektronisch voorschrijfsysteem van de huisarts.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Zilveren Kruis: “Succesvolle uitvoering O&I-module vraagt om regionale aanpak”

Zorgverzekeraar Zilveren Kruis is actief aan de slag gegaan met visie- en beleidsontwikkeling voor invulling van de O&I-module. Het gaat uit van een relationele benadering en heeft daarom gekozen voor een transitieperiode van drie jaar vanaf 2019. Maar wie sneller wil, mag.

Zilveren Kruis is tot nu toe de enige zorgverzekeraar die serieus invulling geeft aan de O&I-module, met een nieuw geformuleerde visie en beleidsontwikkeling vanuit een regionale benadering. “De module is geen doel op zich, maar een middel om een aantal zaken te regelen”, zegt beleidsontwikkelaar zorginkoop Mirjam Vos-de Soet. “Door meer samenhang te brengen in de eerstelijnszorg, bereiken we dat onze verzekerden meer samenhang gaan ervaren in die zorg in de eerste lijn en in de relatie met het sociaal domein. In de eerste lijn verandert op dit moment heel veel en de O&I-module is een belangrijke randvoorwaarde om een toekomstbestendige eerste lijn goed in te richten. Ook wat de ondersteunende taken betreft, zodat de zorgverlener de tijd heeft om zorg te verlenen. Die puzzelstukjes vielen voor ons met de O&I-module mooi op hun plaats en nu een landelijke agenda is gemaakt, is dit het momentum om daarop aan te sluiten.”

Regionale aanpak

Vos plaatst dit in het licht van de beweging dat mensen steeds langer thuis blijven wonen, ook bij een toenemende zorgvraag. “De uitdaging voor de eerste lijn is om de veranderende zorgvraag die hieruit voortvloeit goed vorm te geven”, zegt ze. “Wij willen de beweging van langer thuis blijven wonen stimuleren, omdat we geloven dat thuis de juiste omgeving is voor de mensen die dat willen. Natuurlijk zit er ook een kostencomponent aan: eerstelijnszorg is goedkoper dan tweedelijnszorg. De substitutie van tweede naar eerste lijn kan echter alleen succesvol tot stand komen als het eerstelijnszorgaanbod een samenhangende infrastructuur kent die dit zodanig ondersteunt dat onze verzekerden die samenhang ook ervaren.”

Zilveren Kruis is ervan overtuigd dat dit om een regionale aanpak vraagt. “Als je de zorg in samenhang wilt organiseren, vraagt dit om een schaal waarin je echt een gesprekspartner bent voor de betrokken partijen”, legt Vos uit. “Als geïntegreerde eerstelijnszorg ben je dat nog niet en de inzet van de O&I-gelden moet wel goed gebeuren. De huidige aanpak leidt tot versnippering, dus hebben we gezegd: kies voor het niveau van een regio om een gesprekspartner te kunnen zijn en te waarborgen dat er voor elke huisarts een ondersteunend aanbod is.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Succesvolle samenwerking tussen Service Apotheek en thuiszorg

Wijkverpleging en thuiszorg zijn belangrijke stakeholders voor apothekers. Voor sommige patiënten zijn zij de ‘ogen en oren’ van de apotheek als het gaat om therapietrouw of bijwerkingen. Andersom kan een apotheker thuiszorgmedewerkers of verpleegkundigen bijstaan als het gaat om kwaliteitsaspecten en medicatieveiligheid. Samenwerking loont dus. Maar hoe geef je dat goed vorm? Kernbegrippen zijn fysieke nabijheid, informeel contact en projectmatig werken.

In een groene wijk in Ede ligt het nieuwe Medisch Centrum Veluwse Poort waar de Edesche Apotheek nu al bijna drie jaar een mooie behuizing heeft. Naast huisartsen, fysiotherapeuten, GGD Gelderland Midden, logopedisten en tandartsen huisvest het gezondheidscentrum twee thuiszorgorganisaties: Buurtzorg Ede Oost en thuiszorgorganisatie Opella. De organisaties in Medisch Centrum Veluwse Poort willen door efficiënte samenwerking maatwerk bieden voor patiënten. ‘Samen proberen wij als zorgverleners elkaar op de hoogte te houden van de beschikbare kennis en mogelijkheden, zodat u de best mogelijke zorg krijgt’, staat op de website. En dat loopt soepel tussen de Edesche Apotheek, Buurtzorg en Opella, vertelt apotheker Liesbeth van Ree.

Korte lijntjes

De smeerolie van de samenwerking is het informele contact, zegt Van Ree. Want dat gaat makkelijk als je in hetzelfde gebouw zit. “Je loopt zo even bij thuiszorg naar binnen, bijvoorbeeld om een medicatierol te brengen of een uitdraai van de toedieningslijst. Dan is er meteen ruimte voor overleg. Als iemand zijn medicijnen niet uit de strip krijgt, kun je thuiszorg vragen om dit mee te nemen in de dagelijkse zorg. Of we passen als dat mogelijk is de tijden aan op de medicatierol, zodat de medicijnuitgifte beter past in het ritme van de thuiszorgmedewerker.” De fysieke nabijheid maakt het makkelijk om dit soort momenten te zoeken. Daardoor is structureel overleg niet nodig.

Valpreventie

Daarnaast werken de Edesche Apotheek, Buurtzorg Ede Oost, Opella en andere eerstelijnszorgverleners samen in specifieke projecten. Vorig jaar is het project ondervoeding gestart, vertelt Liesbeth van Ree, waarbij thuiszorg, huisartsen en apothekers de patiënten screenen en kennis en informatie delen. “Zo kunnen we makkelijk een programma voor betere voeding opstarten en evalueren.” Begin dit jaar is het project valpreventie bij ouderen gestart, waarbij ook fysio-, ergo- en podotherapeuten zijn betrokken. Van Ree: “Van tevoren wordt er een nulmeting gedaan door middel van een balansproef. Wij screenen op medicatie die van invloed kan zijn op bewegen en mogelijk vallen. En thuiszorg signaleert of er valincidenten voorkomen. Na een paar maanden evalueren we met alle partijen.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

De juiste zorg op de juiste plek in Oostelijk Zuid-Limburg

Op 15 februari organiseerde de Guus Schrijvers Academie in Utrecht het congres Geïntegreerde zorg eerste en tweede lijn. Een succesvol voorbeeld daarvan is Pluspunt, een anderhalvelijnssamenwerking van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL) en ziekenhuis Zuyderland, ondersteund door CZ en de regionale patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. HOZL-directeur en huisarts Bem Bruls, cardioloog Marieke van den Brink en CZ-manager Regioregie Wiro Gruisen deelden succesfactoren en ervaringen.

Substitutie van eenvoudige medisch-specialistische zorg naar huisartsenzorg staat al jaren hoog op de politieke agenda, maar de resultaten zijn tot dusver teleurstellend, stelde Wiro Gruisen vast. “Iedereen is voor zorg op de juiste plek, waarom lukt het in de praktijk dan onvoldoende? En welke rol heeft de zorginkoop hierin?”

Regioregie

CZ ging in 2012 al aan de slag met deze vragen. Het resultaat is een visie op regioregie, die is opgetekend in het rapport Betere en betaalbare zorg door samenwerking in de regio. “Het gaat in feite om populatiemanagement”, vertelt Gruisen. “We zijn als verzekeraar teruggegaan naar de regio en we zijn daar met de stakeholders om tafel gegaan: zorgvragers, huisartsen en ziekenhuizen en inmiddels zijn ook de GGZ, gemeente, apotheken en andere partijen aangeschoven. Wat ons bindt is de ambitie om de zorg in de regio duurzaam te organiseren, met de Triple Aim-doelstellingen als uitgangspunt.”

Tijdens het congres in Utrecht werd ingezoomd op het anderhalvelijnscentrum Pluspunt binnen de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg.

Verandermodel

CZ liet zich bij het concept van regioregie inspireren door een implementatiemodel dat is gebaseerd op literatuuronderzoek naar succesfactoren voor effectieve integrale zorg. Dat heeft, aldus Gruisen, zes ‘knoppen’ waaraan je kunt ‘draaien’ en die in onderlinge samenhang effect sorteren. Het werd ook gebruikt bij de opzet van anderhalvelijnscentrum Pluspunt.

“Er is een heldere, gezamenlijke visie bij MijnZorg. En er hoort ook een business case bij. Een kleine: de inkomsten van Pluspunt aan de ene kant en de kosten aan de andere kant. Maar ook een grote, die daarboven hangt en waar het werkelijk om gaat: de kosten en opbrengsten op het niveau van de regio, doordat dankzij Pluspunt minder ziekenhuiszorg nodig is.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

“Succesvolle medisch-sociale samenwerking start bij de inwoners van de wijk”

Patiënten die zeggen beter te worden gehoord. Professionals die stellen meer te bereiken en hun werkdruk beter te kunnen reguleren. Zorggebruik en -kosten die afnemen. Het mag duidelijk zijn: ‘Krachtige basiszorg’ in het Utrechtse Overvecht is een lichtend voorbeeld voor andere achterstandswijken en beleidsmakers.

“Onaangekondigd kwam een patiënt binnengestormd die gisteren ook op mijn spreekuur was geweest. Ze sprong van de hak op de tak. Ze vreesde voor een hartinfarct, haar hondje was dood en ze had ruzie gemaakt met haar dochter. In zo’n situatie red je het als huisarts niet met oorzaak-gevolg-denken. Nadat ik de kans op een hartinfarct had uitgesloten, maakte ik een nieuwe afspraak met haar. Bij het tweede bezoek hebben we ons 4-Domeinenmodel ofwel 4D-model gehanteerd: lichaam, geest, sociaal en maatschappelijk. Zo kwam ik erachter dat mevrouw laaggeletterd was, haar zoon in detentie zat en dat ze schulden had. In een gesprek samen met het buurtteam sociaal hebben we de situatie in kaart gebracht en besproken waar ze zelf aan wilde en kon werken. Dat bleek de schuldenproblematiek te zijn. Dat heeft het buurtteam met haar opgepakt.”

Jacqueline van Riet, huisarts en praktijkhouder van Huisartsenkliniek Overvecht én huisartsbestuurder van het eerstelijnssamenwerkingsverband Overvecht Gezond, maakt met één patiëntcase veel duidelijk over Krachtige basiszorg. Dit is een integrale wijkaanpak op het vlak van zorg, welzijn, preventie: álle professionals en hun organisaties zijn hierbij betrokken, óver de domeinen heen. Zij vormen samen ‘de Gezonde Wijk Alliantie’.

Integrale aanpak

Van Riet en vele eerstelijnscollega’s besloten tien jaar geleden ‘het anders te gaan doen’. Zij ontwikkelden het samenwerkings- en gespreksmodel waarin de vier domeinen zijn geïntegreerd. Inmiddels hanteren honderden professionals het. Buurtteamorganisatie Sociaal bijvoorbeeld. Ontwikkelaar Ingrid Horstik: “We hebben alle buurtteammedewerkers geschoold in het werken met het 4D-model. We gebruiken het in de samenwerking om tot afstemming te komen met andere disciplines. Het 4D-model fungeert als een gezamenlijke ‘taal’ en is daarmee de basis van de integrale aanpak.”

Petra van Wezel, manager binnen Overvecht Gezond, noemt een belangrijk uitgangspunt van de aanpak. “Wij beginnen bij de inwoners van de wijk en organiseren maatwerk op basis van gezamenlijke analyse. Dat is een wezenlijk andere insteek dan starten vanuit het eigen domein of de eigen discipline en van dááruit de samenwerking zoeken.”

Dalende kosten

De professionals in Overvecht ervaren dat zij betere resultaten boeken met cliënten en dat ze meer grip hebben op hun werkdruk. Cliënten tonen zich ook tevreden. Bovendien dalen dankzij Krachtige basiszorg de kosten, zo bleek uit een onderzoek samen met NIVEL, ROS Raedelijn en zorgverzekeraar Zilveren Kruis.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Tien principes voor regionale samenwerking rond doelmatig geneesmiddelgebruik

Hoe geef je succesvol vorm aan regionale samenwerking? Het RIVM onderzoekt dit op verschillende fronten. Om te beginnen zijn nu tien leidende principes in kaart gebracht voor verbetering van regionale samenwerking om veilig geneesmiddelengebruik en doelmatig voorschrijven van medicatie te bevorderen.

Een betere inrichting van preventie, zorg en welzijn. Hogere kwaliteit van zorg, betere gezondheid en lagere kosten. Met die doelen voor ogen zijn in de afgelopen jaren regionale samenwerkingsverbanden ontstaan. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) volgt sinds 2013 een aantal van deze regionale initiatieven, namelijk de proeftuinen ‘Betere zorg met minder kosten’. Een van de hoofdvragen daarvan is: ‘Hoe geef je succesvol vorm aan regionale samenwerking?’

“Een van de eerste concrete interventies van deze regionale samenwerkingsverbanden was betere en meer efficiënte farmaceutische zorg”, zegt onderzoeker Hanneke Drewes, coördinator van de landelijke monitor proeftuinen van het RIVM. “Wij hebben in zeven regionale initiatieven onderzocht hoe die samenwerking rondom farmaceutische zorg tot stand is gekomen”, vertelt Betty Steenkamer, die promotieonderzoek verricht bij Caroline Baan, hoofd van de RIVM-afdeling Kwaliteit van Zorg en Gezondheidseconomie en hoogleraar integrale gezondheidszorg aan de Tilburg Universiteit.

Leidende principes

De onderzoekers spraken met dertig personen over de regionale samenwerking rondom doelmatig geneesmiddelengebruik. Het ging om huisartsen, apothekers, internisten, cardiologen, vertegenwoordigers van Zorgbelang, representanten van zorgverzekeraars en projectmanagers. Verder onderzochten ze wat op papier was gezet. Welke afspraken lagen er bijvoorbeeld en hoe waren de processen ingericht?

Het resultaat: tien leidende principes die een inspiratiebron kunnen zijn voor andere regionale samenwerkingsverbanden. Tien principes die, zo stelt Baan, de organisatie van goede samenwerking onderbouwen wanneer ze in samenhang worden geïmplementeerd. En waarschijnlijk eveneens toepasbaar zijn op andere terreinen dan dat van geneesmiddelen”, aldus Drewes.

  1. Organiseer commitment op basis van een langetermijnvisie
  2. Organiseer samenwerkingen met coöperatie en representatie op bestuurlijk niveau
  3. Maak gebruik van een gelaagde governance-structuur
  4. Creëer bewustzijn op alle niveaus
  5. Organiseer interpersoonlijke relaties op alle niveaus
  6. Richt een lerende omgeving in
  7. Organiseer gezamenlijke verantwoordelijkheid
  8. Stem financiële strategieën af op de markt
  9. Organiseer gezamenlijke voordelen
  10. Toets regionale afspraken aan landelijk beleid en landelijke wet- en regelgeving
Meer inzicht

De kracht zit hem in de inzichten uit de ervaringen van de proeftuinen die ónder de tien principes liggen, vertelt Steenkamer. Inzicht in deze details geeft je de mogelijkheid de strategie vorm te geven die past bij jouw omgeving.”

Download voor meer inzicht het volledige artikel.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Nieuw HIS kost energie, maar levert winst in werkdruk

Andreas Keck, huisarts en directeur zorg bij GAZO, staat nog steeds achter de keuze voor de overstap naar een ander HIS. “Maar je doet het niet zomaar. Het is een intensief traject.” GAZO koos voor een HIS dat toekomstbestendig is. Het werd vorig jaar geïmplementeerd.

Stichting Gezondheidscentra Amsterdam Zuidoost (GAZO) heeft een breed en multidisciplinair aanbod aan eerstelijnsgezondheidszorg voor ruim 45.000 patiënten. Het bedrijfsbureau van de stichting ondersteunt de zes GAZO-gezondheidscentra op het gebied van financiën, personeelszaken, ICT en facilitaire zaken. Andreas Keck huisarts en bestuurder/directeur zorg: “Ongeveer vier jaar geleden waren we toe aan vervanging van het huisartsinformatiesysteem dat we toen hadden”, vertelt hij. “Als directie kun je makkelijk tot zo’n besluit komen, maar voor de gebruikers is het een hele stap. Zorgverleners zitten niet te wachten op veranderingen.” De keuze om over te stappen op een ander HIS is genomen door het bedrijfsbureau, samen met de zes gezondheidscentra.

Potenties

“Daarna hebben we een plan van aanpak en een pakket van eisen opgesteld”, vervolgt Keck. “Op basis daarvan hebben we verschillende HIS-leveranciers uitgenodigd en tenders laten maken.” Een van de eisen van GAZO was dat het HIS niet alleen voor huisartsenpraktijken is ingericht, maar ook de mogelijkheid biedt om in de toekomst uit te breiden naar andere disciplines. GAZO keek dus niet alleen naar wat het HIS al heeft, maar ook welke potenties het in zich heeft. Het hele pakket van eisen is samen te vatten in één statement, zo vat Keck samen: ‘ik wil wat ik heb, maar dan beter’. “Dat bleek ook de ambitie van Promedico.” GAZO vond in Promedico de partner met potenties en dus kwam er in 2015 een ‘go’.

Overstap

Toen volgde de ingewikkelde klus om zo naadloos mogelijk over te gaan, aldus Andreas Keck uit. “We hebben 25 tot 30 jaar data verzameld en die waren natuurlijk ‘vervuild’. Iedereen legt gegevens weer anders vast en het was de uitdaging om ze na de transitie op de goede plek terecht te laten komen.” De tweede lastige klus is het meenemen van de gebruikers in de implementatie van het nieuwe systeem. De impact van zo’n overstap verschilt per persoon, afhankelijk van de ICT-gevoeligheid van een medewerker. Om de knelpunten op te vangen heeft GAZO een projectgroep van ‘super-users’ ingesteld. Die bekeek per vraag of probleem of het lag aan de onbekendheid van de medewerker met het HIS of aan het (ontbreken van een optie in het) systeem zelf. Een jaar na dato stelt Keck vast dat de overstap succesvol is verlopen.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: