Berichten

PharmaPartners geeft gas op eHealth en OPEN

Vanaf 1 januari 2019 heeft PharmaPartners een nieuwe bedrijfspoot die zich volledig richt op de doorontwikkeling van eHealth en de ondersteuning van het programma Ontsluiten van Patiëntgegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland (OPEN). “We gaan huisartsen helpen om de ruim 7 miljoen dossiers in Medicom te ontsluiten. Daarbij willen we onze klanten volledig ontzorgen, zodat zij per juli 2020 kunnen voldoen aan de aangescherpte wetgeving”, vertelt Piet Hein Knoop, managing director van de nieuwe unit eHealth.

Hoe PharmaPartners dat precies gaat doen, wordt op dit moment uitgewerkt. Knoop: “We hebben onze gebruikersraden gevraagd wat zij in het kader van OPEN van ons verwachten. De boodschap was duidelijk: zij willen volledig ondersteund en ontzorgd worden en voldoen aan wet- en regelgeving door implementatie van onze eHealth-oplossing voor OPEN. Het traject moet zo worden ingericht, dat zij met een druk op de knop subsidie kunnen aanvragen. Vervolgens willen zij kunnen werken met een oplossing die de informatie uit het dossier conform de richtlijnen van OPEN beschikbaar stelt aan patiënten, zonder dat dit extra handelingen vergt. De informatie moet voor patiënten makkelijk te benaderen zijn, zodat het straks geen vragen regent bij zorgverleners. Dat gaan we regelen. Tijdens de eHealth-week, van 21 tot en met 26 januari, laten we zien hoe.”

Nu is de tijd

Een klein tipje van de sluier wil Knoop wel vast oplichten: het patiëntenplatform MijnGezondheid.net en de patiëntenapp MedGemak vormen de basis van de oplossing. “Hier sorteren we al jaren op voor. We zijn ervan overtuigd dat een goede informatievoorziening naar patiënten de zorg drastisch kan verbeteren. XIS-onafhankelijke platforms, ofwel Persoonlijke GezondheidsOmgevingen, moeten de informatie van de verschillende zorgverleners ontsluiten naar patiënten. Dat was tien jaar geleden al het uitgangspunt bij het ontwerp van MijnGezondheid.net. We zullen via MGn ook apps van derden ontsluiten die waarde toevoegen voor de behandelrelatie tussen zorgverlener en patiënt. De zorgsector is er klaar voor en dankzij OPEN ligt er een programmatisch plan en financiering om het waar te maken. Nu is de tijd!”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Longzorg gestuurd op uitkomsten

De zorgverleners in Nijkerk waren pioniers toen ze drie jaar geleden samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis besloten om in de eerstelijnslongzorg niet langer te sturen op productie, maar op uitkomsten. De resultaten van de pilot, die eind 2017 is afgesloten, zijn positief.

Afgerekend worden op uitkomsten, niet op productie, dat is de crux bij de pilot Innoverend contracteren in de eerstelijnslongzorg bij de twee gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Zo’n tweehonderd zorgverleners, zoals huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, zijn daarbij aangesloten. De pilot, die april 2015 van start ging, werd mogelijk door een shared savings-contract met resultaatafspraken, afgesloten tussen de zorggroepen in Nijkerk en zorgverzekeraar Zilveren Kruis. “Doel van de pilot is om goede zorg te leveren voor onze COPD-patiënten, zonder daarbij gehinderd te worden door schotten, domeinen of discussies over eigenaarschap, bijvoorbeeld tussen eerste en tweede lijn,” legt Sam Siemssen uit, directeur Gezondheidscentra Nijkerk. “Met dit contract konden we de transmurale samenwerking tussen de longartsen van de ziekenhuizen Meander en Sint Jansdal en de eerstelijnszorg in Nijkerk goed organiseren.”

Eind 2017 is de driejarige pilot afgerond en geëvalueerd. Drie doelstellingen stonden daarbij voorop: verbeterde gezondheid van de COPD-populatie, betere ervaren kwaliteit van zorg door de patiënten en kostenreductie van de zorg. Het zijn de bekende Triple Aim-doelstellingen, legt Siemssen uit. “Wij hebben dat verbreed naar Quadruple Aim, door er een verbeterd werkplezier van zorgverleners als doelstelling aan toe te voegen.”

Meer tijd en aandacht

Drie van de vier doelstellingen zijn ruimschoots behaald. Zo is het aantal patiënten dat zich benauwd voelt sterk afgenomen en is het aantal verpleegdagen voor patiënten die voor COPD in het ziekenhuis waren opgenomen in 2015 en 2016 duidelijk verminderd ten opzichte van 2014. De ervaren kwaliteit van zorg is eveneens flink verbeterd. “Patiënten geven aan meer tijd en aandacht te krijgen. Er wordt beter naar hen geluisterd en ze krijgen betere instructies. Patiënten hebben verder het gevoel dat ze een beter gesprek met zorgverleners kunnen voeren, doordat ze beter zijn geïnformeerd over de behandeling.”

En ook de zorgverleners zijn tevreden. De gevraagde kostenreductie is nog niet gerealiseerd. “De schaalgrootte van longzorg bleek niet voldoende om maximaal rendement en resultaat te kunnen bewerkstelligen op de investeringen. Vandaar dat we hebben besloten om de pilot per 1 januari 2018 uit te breiden naar de zorg voor alle patiënten met chronische aandoeningen in ons verzorgingsgebied.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Eerstelijnszorg voor houdings- en bewegingsapparaat

Patiënten met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat moeten vanwege de oplopende wachttijden soms lang wachten voor ze in zorg komen bij de orthopeed in het ziekenhuis. In Friesland doen ze daar wat aan. Huisarts Jan Waling Huisman ziet in zijn anderhalvelijnspraktijk veel van deze patiënten. Doordat zij snel bij hem terechtkunnen, ontlast hij de orthopeed én bespaart hij de zorgverzekeraar veel geld.

Geen eigen risico, korte wachttijden, snelle behandeling, Jan Waling Huisman, huisarts van huisartsenpraktijk Blok-Huisman in Harlingen, hoeft niet lang na te denken over wat zijn kracht is als huisarts/kaderhuisarts gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat. Sinds twee jaar neemt Huisman als kaderhuisarts een deel van de tweedelijnszorg over van de radiologen en orthopeden van Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Collega-huisartsen verwijzen patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat niet langer alleen door naar het MCL, maar ook naar hem.

Scheve gezichten

In het begin keken radioloog en orthopeed wel met scheve gezichten naar wat Huisman aan het doen was. “Zouden ze door mijn werk nog wel voldoende patiënten krijgen? Bovendien vroegen ze zich af of ik voldoende competent zou zijn.” De scheve gezichten hebben inmiddels plaatsgemaakt voor enthousiasme. “Ze zien dat ik geen patiënten van ze afneem, maar ervoor zorg dat hun soms wekenlange wachttijden minder lang zijn. En competent ben ik ook. Ik heb als huisarts twee jaar de kaderopleiding Houdings- en bewegingsapparaat en sportgeneeskunde gedaan aan het ErasmusMC in Rotterdam. Ik weet waarover ik het heb. Daarbij ken ik mijn grenzen. Is een klacht te complex, of kom ik er niet uit, dan verwijs ik alsnog door.”

Tenminste 50 procent van de patiënten moest Huisman zelf behandelen, de andere 50 mocht hij doorverwijzen. Dat was een voorwaarde van zorgverzekeraar De Friesland om het substitutieproject te mogen starten. “De cijfers vielen uiteindelijk veel beter uit dan dat. 83 procent van de patiënten die collega-huisartsen naar mij doorverwijzen behandel ik zelf. Slechts 17 procent gaat naar radioloog of orthopeed. Dat lage cijfer haal ik ook doordat ik zelf echografisch onderzoek doe. Ik heb de opleiding echografie gedaan en alle echoapparatuur aangeschaft. Ik hoef patiënten daarvoor niet door te sturen naar het MCL. Dat scheelt tijd en geld.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Veertien oplossingen voor minder werkdruk op de huisartsenpost

De koepels en besturen van huisartsenposten werken aan allerlei oplossingen die de werkdruk op huisartsenposten op termijn verminderen. Door slimme inzet van ICT kan ook op korte termijn resultaat worden geboekt. Topicus deed een analyse en bedacht op basis daarvan veertien concrete oplossingen. Op 17 mei aanstaande wordt tijdens een inspiratiebijeenkomst met bestuurders besproken welke oplossingen uitwerking verdienen.

De toegenomen werkdruk op huisartsenposten brengt problemen met zich mee. Met name voor de huisartsen, die vaak al een drukke werkdag op de eigen praktijk achter de rug hebben. Het aantal praktijkhouders neemt af, zodat er sowieso meer diensten per persoon moeten worden verricht en steeds meer ANW-diensten worden verkocht aan (minder ervaren) waarnemers. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De tijd dringt

Er zijn allerlei veelbelovende oplossingen bedacht door InEen en de LHV. Maatregelen die vaak mede afhankelijk zijn van financiers, wetgevers of andere partijen. Het kost tijd om deze in de steigers te zetten. Voor de huisartsen duurt dat te lang. De roep om de ANW-diensten facultatief te maken wordt sterker. Omdat dit het imago van de huisarts als generalistische 24/7 zorgverlener aantast, lijkt het niet wenselijk om dat pad in te slaan. Daarom is het zaak om te onderzoeken welke stappen op korte termijn al kunnen worden genomen met inzet van ICT.

Concrete oplossingen

Technische en organisatorische oplossingen heeft iedere huisartsenpost in eigen hand en zijn dus direct toe te passen. Natuurlijk is techniek geen panacee voor dit weerbarstige probleem, maar het biedt absoluut mogelijkheden om de werkdruk te beperken. ICT-leverancier Topicus bedacht veertien concrete oplossingen die binnen één jaar effectief in te voeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan een tool die alle beschikbare eerstelijnsbedden in de regio met één druk op de knop laat zien. Of een mogelijkheid om de capaciteit op basis van slimme planning en voorspellende algoritmes af te stemmen op de vraag.

Om deze en andere oplossingen te delen met het veld, aan te scherpen en te bepalen welke als eerste gerealiseerd moeten worden, organiseert Topicus op 17 mei 2017 een inspiratiebijeenkomst. Bestuurders van huisartsenposten zijn daarbij van harte welkom.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier: