Berichten

Ethische vraagstukken bij zelfmanagement

In de veronderstelling dat de hedendaagse chronische patiënt als een autonome en rationele solist door het leven gaat, propageren politici zelfmanagement. Die aanname wordt gretig opgepikt en iedereen gaat geloven dat het zo werkt. In het vijfde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw kijkt Jeannette Pols, bijzonder hoogleraar Social Theory, humanism and materialities aan de Universiteit van Amsterdam en de sectie medische ethiek van het AMC, met open blik naar het zorgveld.

‘Meer bewegen, zelf meten? Daar ga ik op mijn leeftijd niet meer aan beginnen, dokter…’ Het model van zelfmanagement past niet iedereen. Dat roept ethische vraagstukken op, zegt Pols. “Het uitgangspunt moet zijn dat mensen het willen. Als iemand met COPD zegt dat stoppen met roken geen haalbare kaart is, dan ga je als zorgverlener onderhandelen. Wat wil hij wel? En wat kan hij wel? En dáár begin je, vergeet heroïsche gedragsveranderingen, zoek de middenweg, probeer het stapje voor stapje.”

Schijnveiligheid

Pols vertelt over een project voor mensen met hartfalen. Dagelijks maten ze keurig hun gewicht en bloeddruk. Verpleegkundigen in een callcenter hielden bij of er grenswaarden overschreden werden en grepen zo nodig in. “Na het invoeren van hun gegevens, leunden de patiënten tevreden achterover. Ze gingen niet aan de slag met de resultaten, dat konden de verpleegkundigen beter. Patiënten waanden zich veilig en werden juist passiever.” Niet alleen is zelfmanagement hier ver te zoeken, er rijst ook een ethisch dilemma. “De veiligheid die mensen voelen doordat de verpleegkundige een oogje in het zeil houdt, is schijnveiligheid.”

Verbinding

Pols ziet meer ethische dilemma’s en concludeert: zelfmanagement opdringen is altijd uit den boze. “Het is gemakkelijk gezegd: u moet beslissen. Mensen kunnen dan voor vraagstukken komen te staan die ze niet alleen kunnen oplossen. De patiënt heeft het laatste woord, maar de dokter mag niet in de coulissen verdwijnen.”

Het beeld van het rationele, zelfmanagende individu klopt niet, stelt Pols. “Zeker als we ziek zijn, willen we schouderklopjes, nabijheid en steun. Dat lijkt een verstandiger uitgangspunt dan het op het individu gerichte zelfmanagement.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Samenwerking gemeenten en huisartsenpraktijken is maatwerk

Zorggroep ZIO (Zorg in Ontwikkeling) is sinds 2011 betrokken bij de ontwikkelingen rond de gemeentelijke zorgtaken. ZIO ziet het als haar taak om huisartsenpraktijken te ondersteunen in de samenwerking met gemeenten rondom jeugdzorg, wijkteams en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het tot stand brengen van een goede verbinding tussen huisartsen en gemeente staat daarbij centraal.

ZIO constateerde in 2010 dat samenwerking tussen huisartsenpraktijken en gemeente (Wmo) binnen de Keten Ouderenzorg een knelpunt was. De zorggroep legde daarop de eerste contacten met de gemeente Maastricht, wat leidde tot de uitvoering van een project waarin een vaste Wmo-contactpersoon gekoppeld werd aan twee huisartsenpraktijken. De ervaringen waren positief, maar de gemeentelijke prioriteiten lagen op dat moment op een ander gebied, waardoor verdere uitrol stokte. Wel ontstond door dit project een intensieve samenwerking tussen ZIO en de gemeenten in Maastricht-Heuvelland. Ook andere partners sloten bij deze samenwerking aan.

Invoering van de nieuwe Jeugdwet leidde in 2014 tot een nieuwe impuls voor de samenwerking tussen huisartsen en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in Maastricht. Er werd een experiment gestart waarin vijf samenwerkingsvormen met CJG-medewerkers in vijf huisartsenpraktijken werden beproefd. Alle pilotvormen leidden tot betere samenwerking, maar er bleek geen blauwdruk te zijn voor optimale samenwerking tussen huisartsen en jeugdzorg. Maatwerk is noodzakelijk.

Nieuwe knelpunten

Per 1 januari 2015 veranderde er veel door nieuwe wetgeving op het gebied van Wmo en Jeugd. Nieuwe knelpunten kwamen bovendrijven en ZIO ging daarmee aan de slag. Samen met de gemeenten werden voor huisartsen en praktijkondersteuners bijeenkomsten georganiseerd over de gemeentelijke ontwikkelingen. En op verzoek van ZIO wezen de gemeenten een Wmo– en jeugdcontactpersoon per huisartsenpraktijk aan. Daarnaast is met de huisartsen een visie ontwikkeld over de positionering van de huisartsen in de regio bij de inrichting van de gemeentelijke stelselwijzigingen. Ook werd een aanvraagformulier ontwikkeld waarmee gemeenten (Wmo en Jeugd) gerichte medische informatie over een cliënt bij de huisarts kunnen opvragen. Momenteel onderzoeken de partijen de mogelijkheden voor het inzetten van een ICT-systeem voor multidisciplinaire samenwerking en veilige digitale informatie-uitwisseling.

Samenwerking nader onderzocht

Hoe wordt de samenwerking tussen huisarts en gemeente in het kader van Wmo en Jeugdwet nu ervaren? En wat kan nog beter? Dat liet ZIO in de eerste helft van 2016 onderzoeken. Huisartsen en gemeente blijken op een aantal punten anders tegen de samenwerking aan te kijken. Er zijn bijvoorbeeld cultuurverschillen en de gemeente, huisartsen en zorgverzekeraar hebben een andere kijk op de rol die de huisarts moet spelen. Hoewel de samenwerking nog pril is, bestaat bij alle partijen wel de wil om de samenwerking te verbeteren en toekomstbestendig te maken.

Auteurs:

Ingeborg Wijnands, senior beleidsadviseur, ZIO

Thijs Leuven, student geneeskunde, Universiteit Maastricht

Sanne Stauder, beleidsmedewerker gemeentelijke ontwikkelingen, ZIO

Mariëlle Kroese, senior onderzoeker, Universiteit Maastricht

Anna Huizing, coördinator chronische zorg en onderzoek, ZIO en Universiteit Maastricht

Download het volledige artikel hier:

Rode Vlaggen App: Vroegsignalering ‘achter de voordeur’ helpt erger voorkomen

Thuiszorgmedewerkers en wijkverpleegkundigen zijn de oren en ogen van de eerstelijnszorg. Zij komen bij mensen thuis en zien een dikke voet of rondslingerende geneesmiddelen als eerste. De Rode Vlaggen App ondersteunt hen bij het signaleren en melden van mogelijke problemen en legt de verbinding met huisartsen en apothekers.

Vroegsignalering, zelfmanagement en preventie zijn belangrijke onderdelen van het nieuwe curriculum van de Hbo-opgeleide (wijk)verpleegkundige. “De Rode Vlaggen App helpt hen die rol achter de voordeur goed op te pakken”, aldus Carolien Sino, onderzoeker en directeur Instituut Verpleegkundige Studies bij Hogeschool Utrecht. Zij ontwikkelde tijdens haar promotieonderzoek het Rode Vlaggen Instrument dat ten grondslag ligt aan de app. Een lijst met 28 mogelijke situaties bij de patiënt thuis, die erop kunnen wijzen dat er iets fout kan zijn met het medicatiegebruik. Bij elk van die situaties zou er bij de thuiszorgmedewerker een alarmbel af moeten gaan, oftewel een rode vlag moeten gaan wapperen. Tijdens het onderzoek werden deze ‘rode vlaggen’ op papier gerapporteerd aan de wijkverpleegkundige, die triageerde en zo nodig de huisarts of apotheker betrok. In 2012 raakte Sino op de basisschool van haar kinderen aan de praat met apotheker en bedrijfskundige Eric Hiddink, die verbonden is aan kennisinstituut Health Base. Ze vonden elkaar in de overtuiging dat de schotten in de zorg moeten verdwijnen om deze in de toekomst betaalbaar en werkbaar te houden. Het Rode Vlaggen Instrument is een van de middelen om dat te bereiken.

Pilot in Noord-Holland

In de loop der jaren kreeg hun initiatief steeds meer bijval en erkenning. Toch kregen zij de grote ICT-leveranciers in de branche niet in beweging om het papieren instrument om te zetten in een handige app. “Dat hebben we uiteindelijk zelf gedaan”, vertelt Hiddink. In 2014 is de eerste pilot gestart bij Omring in het Noord-Hollandse Schagen. Met ondersteuning van zorgverzekeraar VGZ wordt de app dit jaar uitgerold bij 20 wijkteams in Noord-Holland.

Download het volledige artikel hier: