Berichten

ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

ZonMw: Zelfmanagementondersteuning: van theorie naar praktijk

“Patiënten noch zorgprofessionals kunnen zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning uit een boek leren, je maakt het je eigen door het te dóén.” Een opvallende uitspraak van AnneLoes van Staa, die redacteur is van het verpleegkundige leerboek over zelfmanagement en eigen regie dat binnenkort verschijnt.

Leren van ervaringen in de praktijk staat centraal bij zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning, stelt Van Staa. Reflectie is een belangrijk onderdeel: wat doe ik en wat is het effect? “Natuurlijk is er wel een aantal vaardigheden die je kunt verwerven. Zorgprofessionals denken vaak dat ze het wel weten en kunnen, zelfmanagementondersteuning, maar er bestaat een discrepantie tussen kunnen en doen. Ze vinden het vaak lastig om zelfmanagementondersteuning echt in de praktijk te brengen.” Een oorzaak is volgens Van Staa het theoretisch niveau waarop de discussie over zelfmanagement zich afspeelt. Binnen haar onderzoeksprogramma is een curriculumscan uitgevoerd bij opleidingen verpleegkunde. Daar kwam die theoretische insteek duidelijk naar voren. “Achtergronden, concepten en ideaalsituaties. Over hoe het hoort, maar niet over het handelen in alledaagse werksituaties.” Dat was de aanleiding om een leerboek te ontwikkelen voor hbo-verpleegkundigen, waarin de nadruk ligt op concrete toepassing bij uiteenlopende ziektebeelden.”

5A-model

Een van de hulpmiddelen die ontwikkeld zijn om professionals beter toe te rusten voor zelfmanagementondersteuning, is een lijst van benodigde competenties. Het zogenoemde 5A-model is een verzameling van vijf werkwoorden die de professional in een circulair proces zou moeten hanteren. Het begint met achterhalen wat voor de patiënt belangrijk is. De tweede stap behelst het op maat adviseren over bijvoorbeeld de voordelen van verandering. De derde stap is het afspreken, het samen stellen van doelen, geleid door de behoeften van de patiënt. Dit is gezamenlijke besluitvorming, een essentieel onderdeel van zelfmanagementondersteuning. De vierde stap is het assisteren, bijvoorbeeld bij de omgang met persoonlijke barrières. De vijfde stap is het arrangeren, het samen opstellen van een vervolgplan.

Oplossingsgericht

Het Zelfmanagement Web is een andere tool die samen met verpleegkundigen is ontwikkeld. Een interventie voor alle zorgverleners die op een open manier met de patiënt in gesprek willen gaan over wat hem of haar bezighoudt. “Het gaat niet louter om in kaart brengen, maar vooral om het hanteren van een kortdurende, oplossingsgerichte gesprekstechniek. Met de solution focused brief therapy, een gespreksmethode uit de psychologie, ga je de problemen van de patiënt niet uitdiepen, maar zoek je samen naar oplossingen. Die moeten van de patiënt komen, de professional helpt om haalbare doelen te stellen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

eHealth: de stuwende kracht bij zelfmanagementondersteuning

Voor zelfmanagementondersteuning met eHealth-interventies is een cultuurverandering bij leidinggevenden en zorgprofessionals essentieel, stelt verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal van IQ healthcare in het zesde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw. Ze is projectleider van Self-Made & Sound, een langlopende onderzoekslijn waarin eHealth-zelfmanagementprogramma’s worden ontwikkeld en geëvalueerd.

“Mijn ouders, mensen van eenvoudige komaf, meten thuis zelf hun bloeddruk. Mijn moeder had hypertensie en wilde niets weten van medicatie. Toen heb ik een doodgewoon Excel-bestandje gemaakt waarop ze kunnen zien wat de normale waarden zijn voor mensen van hun leeftijd en daarna zijn ze gaan meten en registreren. Gaandeweg kregen ze plezier in het simpele grafiekje. Het wordt een soort spelletje, maar intussen gaan de pillen er wel in en blijft de bloeddruk binnen de grenzen.”

Betsie van Gaal wil maar zeggen: zelf monitoren, zelf registreren, zelf interpreteren, kan een krachtige impuls geven aan het zelfmanagement van mensen. Momenteel evalueert Van Gaal bij IQ healthcare in het Radboudumc de resultaten van vier online zelfmanagementprogramma’s. Ze houdt een slag om de arm omdat de evaluatie nog niet is afgerond. “Wat er telkens uitspringt, is de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Enerzijds zien we deelnemers die echt profijt hebben van het programma, zonder dat ze ook maar enigszins positief gestimuleerd worden door een verpleegkundige of door anderen. Anderzijds zijn er deelnemers die het niet voor elkaar krijgen zonder face-to-face-aanmoediging. eHealth geeft geen warme schouderklopjes!”

Oefenen

Van Gaal is ervan overtuigd dat zowel patiënten als artsen en verpleegkundigen profijt kúnnen hebben van eHealth-interventies en technologische oplossingen bij zorgmanagementondersteuning. Maar de zorg moet dan wel anders ingericht worden. “En daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om een cultuurverandering. Een voorbeeld: artsen hebben de neiging om de resultaten van thuismetingen op het spreekuur te negeren, ze gaan bij voorkeur af op gegevens die ze zelf verzamelen. Het zou heel normaal moeten zijn dat een arts of verpleegkundige informeert naar wat de patiënt heeft bijgehouden en die gegevens dan samen doorneemt. Maar bovenal moeten artsen en verpleegkundigen paternalisme vaarwel zeggen, de patiënt als expert zien en aansluiten bij wat hij of zij wil. Die houding moeten wij oefenen. Pas dan kan eHealth een goede plek krijgen in de zorgketen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ethische vraagstukken bij zelfmanagement

In de veronderstelling dat de hedendaagse chronische patiënt als een autonome en rationele solist door het leven gaat, propageren politici zelfmanagement. Die aanname wordt gretig opgepikt en iedereen gaat geloven dat het zo werkt. In het vijfde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw kijkt Jeannette Pols, bijzonder hoogleraar Social Theory, humanism and materialities aan de Universiteit van Amsterdam en de sectie medische ethiek van het AMC, met open blik naar het zorgveld.

‘Meer bewegen, zelf meten? Daar ga ik op mijn leeftijd niet meer aan beginnen, dokter…’ Het model van zelfmanagement past niet iedereen. Dat roept ethische vraagstukken op, zegt Pols. “Het uitgangspunt moet zijn dat mensen het willen. Als iemand met COPD zegt dat stoppen met roken geen haalbare kaart is, dan ga je als zorgverlener onderhandelen. Wat wil hij wel? En wat kan hij wel? En dáár begin je, vergeet heroïsche gedragsveranderingen, zoek de middenweg, probeer het stapje voor stapje.”

Schijnveiligheid

Pols vertelt over een project voor mensen met hartfalen. Dagelijks maten ze keurig hun gewicht en bloeddruk. Verpleegkundigen in een callcenter hielden bij of er grenswaarden overschreden werden en grepen zo nodig in. “Na het invoeren van hun gegevens, leunden de patiënten tevreden achterover. Ze gingen niet aan de slag met de resultaten, dat konden de verpleegkundigen beter. Patiënten waanden zich veilig en werden juist passiever.” Niet alleen is zelfmanagement hier ver te zoeken, er rijst ook een ethisch dilemma. “De veiligheid die mensen voelen doordat de verpleegkundige een oogje in het zeil houdt, is schijnveiligheid.”

Verbinding

Pols ziet meer ethische dilemma’s en concludeert: zelfmanagement opdringen is altijd uit den boze. “Het is gemakkelijk gezegd: u moet beslissen. Mensen kunnen dan voor vraagstukken komen te staan die ze niet alleen kunnen oplossen. De patiënt heeft het laatste woord, maar de dokter mag niet in de coulissen verdwijnen.”

Het beeld van het rationele, zelfmanagende individu klopt niet, stelt Pols. “Zeker als we ziek zijn, willen we schouderklopjes, nabijheid en steun. Dat lijkt een verstandiger uitgangspunt dan het op het individu gerichte zelfmanagement.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement bij chronische ziekten

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel drie is NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans aan het woord, een van de pioniers in het onderzoek naar zelfmanagement. Zij kijkt vooral vanuit het perspectief van patiënten en is projectleider van het Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten.

De twee wetenschappers die eerder in deze serie aan het woord kwamen, Jaap Trappenburg en Yvonne Heerkens, constateerden dat de hoge verwachtingen rond zelfmanagement slechts ten dele waargemaakt worden. Heijmans sluit zich daarbij aan. “Op medische aspecten als bloedsuikerwaarden, bloeddruk en longfunctie zien we een duidelijk positief effect. Die betere klinische waarden zijn een vrij hard gegeven. Maar leidt zelfmanagement er ook toe dat mensen zich in het dagelijkse leven beter staande kunnen houden? Vallen ze minder snel uit op hun werk? Maken ze minder gebruik van zorg? Dat weten we niet, want dat is nog onvoldoende onderzocht of de bewijzen zijn niet eenduidig.”

Heijmans vindt dat zelfmanagement breder is dan alleen medisch management. De kern is het inpassen van ziekte en beperkingen in het leven als geheel. “Het gaat er vooral om hoe mensen hun ziekte een plek geven in hun leven en welke zorg ze daarbij zelf willen inzetten en hoe ze omgaan met de langetermijngevolgen en veranderde toekomstverwachtingen.” Waarom dat de ene mens beter lukt dan de andere, is een vraag die de NIVEL-onderzoeker al twintig jaar intrigeert.

Patiëntprofielen

De effectiviteit van zelfmanagement zou niet alleen afgemeten moeten worden aan medische criteria, maar ook aan maatstaven die de patiënt als belangrijk ervaart. “Zelfmanagement op maat ontbreekt nog. Aan de hand van patiëntprofielen probeert men tegenwoordig binnen de grote groep chronisch zieken verschillende factoren te onderscheiden die de individuele verschillen tussen mensen verklaren. Als je dat weet, kun je subgroepen onderkennen en weet je ook welke groepen meer baat hebben bij zelfmanagementondersteuning dan andere. Zo kun je zelfmanagementondersteuning gerichter, efficiënter en effectiever inzetten. Die differentiatie gebeurt nog veel te weinig.”

Investeringen

Aantonen dat zelfmanagement werkt, hoe ingewikkeld dat ook is, vindt Heijmans noodzakelijk. “Zelfmanagement komt moeizaam van de grond in de zorgpraktijk. Professionals en bestuurders twijfelen, want het vraagt een andere manier van handelen en dat vergt investeringen in opleiding en scholing en op korte termijn in extra personeel en materiaal. Om hen over de streep te trekken, moet duidelijk worden dat het werkt en dat het zich op de lange duur vertaalt in positieve effecten en kostenbesparing.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement en arbeidsparticipatie

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel twee staat het groeiend aantal werknemers met een chronische ziekte centraal. Waar lopen ze tegenaan? En hoe kunnen ze optimaal meedoen op de arbeidsmarkt? Yvonne Heerkens onderzoekt hoe zelfmanagement kwetsbare mensen kan helpen om met plezier aan het werk te blijven, nu en in de toekomst.

In het eerste artikel over zelfmanagement vertelde UMCU-onderzoeker Jaap Trappenburg hoe het concept zelfmanagement omstreeks de eeuwwisseling uit Amerika kwam overwaaien. Ook het lectoraat Arbeid & Gezondheid van de HAN richtte de blik op Amerika. Aan Stanford University ontwikkelde Kate Lorig een zelfmanagementprogramma voor mensen met een chronische aandoening. Het lectoraat pakte dit programma op en paste het aan voor werkenden met een chronische ziekte en later specifiek voor mensen met klachten van arm, nek en schouder onder de naam Grip op KANS. Momenteel wordt het programma verbreed naar kwetsbare werkenden met andere aandoeningen. Zo deed BijnierNET, een platform van en voor mensen met ziekten aan de bijnieren, een beroep op Heerkens. Het platform kreeg signalen dat werkenden met een chronische endocriene ziekte te maken krijgen met (zorg)professionals die onvoldoende zicht hebben op de specifieke problemen die zij op hun werk ervaren. BijnierNET heeft ook een project voor jongeren die op de drempel van volwassenheid merken dat hun bijnierziekte opleiding en werk in de weg staat. In het onderzoek van het lectoraat gaat veel aandacht uit naar stress. Stress kan ontstaan door het werk, door privéomstandigheden of door een combinatie van beide. Ervaren stress kan grote invloed hebben op het werk.

Uitval voorkomen

Momenteel zijn er 5,3 miljoen Nederlanders met een chronische ziekte, onder wie 2,3 miljoen werkenden. Eén op de vijf werkenden heeft een of meer chronische ziekten. Het in maart 2016 uitgebrachte SER-advies Werk: van belang voor iedereen, stelt de actuele vraag hoe je mensen aan het werk houdt nu werkenden met een chronische ziekte steeds langer actief blijven. Het wegwerken van obstakels is huiswerk voor alle betrokkenen, luidt het antwoord. In de eerste plaats voor de werkende zelf. Maar hoe? Heerkens legt uit dat zelfmanagement een belangrijk hulpmiddel kan zijn. “De werknemer moet de symptomen begrijpen, hoe die zijn werk kunnen beïnvloeden en omgekeerd: hoe het werk van invloed kan zijn op de symptomen.” Door zelfmanagement krijgen mensen niet zozeer minder klachten, zegt Heerkens, maar weten ze beter hoe ze ermee om moeten gaan.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Iedere patiënt een eigen zorgplan en zelfmanagementondersteuning op maat

Er is ontegenzeglijk kwaliteitswinst geboekt met het protocollair uitvoeren van chronische zorg op basis van zorgstandaarden. Maar patiënten zijn niet standaard, dus moet er in ketenzorg ook ruimte zijn voor individuele afwijkingen. Zorggroep DOH zet sinds begin 2016 een veelbelovende trend in naar meer persoonsgerichte zorg.

Dit jaar is DOH begonnen met meer persoonsgerichte zorg op basis van zorgzwaarte en patiëntkenmerken en -voorkeuren. Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement & eHealth, vat de essentie samen van wat de zorggroep beoogt. “Ketenzorg heeft veel positiefs teweeggebracht: de multidisciplinaire zorg gebeurt vaker zoals de richtlijnen het voorschrijven en ook de uitkomsten zijn aantoonbaar beter. Nu is er echter behoefte aan doorontwikkeling. Door het protocol wat meer los te laten, komt er ruimte voor het gesprek. Juist in de persoonsgerichte zorg kun je differentiëren. Een patiënt die wat meer begeleiding nodig heeft, die extra zorg ook geven. En een patiënt die minder behoefte aan zorg heeft, stimuleren tot zelfmanagement in de mate die hij aankan en prettig vindt.”

Eikelenboom geeft een voorbeeld: “Mensen met diabetes komen standaard vier keer per jaar op controle. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat voor goed ingestelde patiënten twee keer voldoende is, dat leidt niet tot extra complicaties. Iemand daarentegen die net de diagnose gehoord heeft en zich onzeker voelt, zal misschien wat vaker willen komen. We houden er bijvoorbeeld ook rekening mee dat een patiënt met GGZ-klachten zich misschien beter voelt in groepsverband dan in een-op-een-contact. De volgende vraag is dan hoe we ons aanbod daarop kunnen afstemmen. Zo bieden we in de GGZ-zorg Minddistrict (digitale zorg) en groepscursussen, die gecombineerd kunnen worden met face-to-face-contact. Op deze wijze kan de patiënt, samen met zijn zorgverlener, op basis van zijn voorkeuren een zorgplan opstellen.”

Zelfmanagement

Soms is het wennen voor patiënten. “Als iemand al vijf jaar komt om de uitslagen van het bloedprikken te bespreken en dan gewoontegetrouw zijn jas weer aantrekt, is het een hele verandering als er plots een meer actieve inbreng verwacht wordt. Zo’n gesprek vraagt voorbereiding, zowel van de praktijkondersteuner als van de patiënt. Natuurlijk zijn er patiënten voor wie zo’n actieve rol te veel gevraagd is. Variaties zijn mogelijk, daar is het persoonsgerichte zorg voor.”

Kitty van Gorp van de Patiëntenadviesraad van DOH is warm voorstander van de persoonsgerichte benadering: “De zorgverlener wil dat alles volgens het boekje verloopt en daar is wat voor te zeggen, maar de mens achter de chronische patiënt wil gehóórd worden en zelf bepalen hoe hij zijn leven inricht. Ik ben blij dat er meer ruimte komt voor zorg op maat.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement ontrafeld

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel één ontrafelt Jaap Trappenburg het begrip. Hij legt uit dat zelfmanagement geen haarlemmerolie is en signaleert toekomstige ontwikkelingen. Trappenburg is senior onderzoeker bij het Julius Centrum Utrecht en projectleider van de onderzoekslijn TASTE (Tailored Self-management & eHealth).

Een jaar of vijftien vormt zelfmanagement al de rode draad in het onderzoek van Jaap Trappenburg en het onderwerp intrigeert hem nog altijd. “Amerikaanse gedragswetenschappers hebben het concept zelfmanagement ontwikkeld. Het programma (Stanford Chronic Disease Self-management Program) bleek in Amerika zeer succesvol. Vervolgens zijn in verschillende landen aan de lokale zorgcontext aangepaste versies ontwikkeld. In Canada bijvoorbeeld, bleek Living Well With COPD zeer succesvol. In Nederland, rond het millennium, had het programma echter beduidend minder effect. Hoe kan dat? Die vraag vormt de aanleiding voor de ‘ontrafelende’ onderzoekslijn TASTE.”

Herschikking

Als je uitspraken wilt doen over de meerwaarde, moet je wel weten wáár je het over hebt, zegt Trappenburg. Dat is lastig, want interpretaties en perspectieven buitelen over elkaar heen. Beleidsmakers en overheid die zelfmanagement omarmen, interpreteren het volgens de onderzoeker vaak als verschuiving in verantwoordelijkheid. Taken die eerst door een zorgverlener of andere partij uitgevoerd worden, gaan naar de patiënt. Niet zozeer omdat dat goed is voor de patiënt, maar om de zorg betaalbaar te houden. “Tegelijkertijd sluit zelfmanagement goed aan bij de tijdgeest. Burgers vinden het fijn om meer autonomie en eigen regie te hebben.”

Maar, die interpretatie is niet in lijn met het oorspronkelijke Amerikaanse concept, benadrukt Trappenburg. “Daar ging het primair om het actief bevorderen van competenties en kennis bij de chronische patiënt om zijn eigen ziekte te managen. Vanuit een therapeutische stimulus.”

Massale investering

Iedereen doet aan zelfmanagement, maar niemand is automatisch een goede zelfmanager van zijn ziekte. Dat moet je van anderen leren, benadrukt Trappenburg. “Wanneer ik een aandoening krijg, moet ik in een leertraject competenties en kennis opdoen om mijn ziekte te monitoren en mijn leven met de ziekte in goede banen te leiden. Onderschat dit niet! Ik durf te stellen dat een groot deel van de Nederlandse chronisch zieken bij dit leerproces suboptimaal begeleid is.”

Het is een van de redenen waarom de vraag of zelfmanagement wérkt zo moeilijk te beantwoorden is. “Zelfmanagementprogramma’s waarbij patiënten zes maanden lang een didactische ‘stootkuur’ krijgen met multidisciplinaire ondersteuning om alles te leren wat ze nodig hebben om zelfmanagend te kunnen zijn, blijken in de literatuur en in experimentele settings effectief. Maar die programma’s komen in de dagelijkse praktijk niet voor.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Instrument maakt barrières bij zelfmanagement helder en bespreekbaar

Praten over zelfmanagement blijkt een uitdaging voor de zorgverlener en voor de patiënt. Er is nu een instrument ontwikkeld dat kan helpen het gesprek te openen. Bovendien legt het eventuele barrières voor het toepassen van zelfmanagement bloot: SeMaS (Self Management Screening). Hoe werkt SeMaS en wat zijn de ervaringen in de praktijk?

Hoe kan ik mensen stimuleren om meer aan zelfmanagement te doen? Hoe kom je erachter wat de belemmeringen voor patiënten zijn om aan zelfmanagement te doen? Zorggroep DOH in Eindhoven stelde zich een aantal jaar geleden deze vragen. Samen met IQ Healthcare, CZ en VGZ werd een grondig onderzoek gestart. Vanuit het onderzoek werd SeMaS ontwikkeld. “Dit instrument helpt de zorgverlener en de patiënt om in kaart te brengen waar barrières voor het toepassen van zelfmanagement liggen en welke interventies geschikt zijn voor de patiënt”, licht Jeanny Engels, expert zelfmanagement en persoonsgerichte zorg bij Vilans toe.

Engels werd vier jaar geleden vanuit Vilans bij de ontwikkeling van het instrument betrokken. Met SeMaS vullen patiënten via een digitale link een vragenlijst met 26 vragen in. Ze geven antwoord op vragen als: Bent u bereid om aan zelfzorg te doen? Hoeveel last ervaart u meestal van uw ziekte? Bent u wel eens angstig of depressief? De digitale score is in een oogopslag zichtbaar voor de zorgverlener en de patiënt. Met grotere en kleinere bolletjes wordt meteen duidelijk wat goed gaat en waar krachten en belemmeringen liggen. Het is de bedoeling dat de zorgverlener, meestal de praktijkondersteuner, met de patiënt in gesprek gaat over de SeMaS resultaten. Als een van deze belemmeringen bijvoorbeeld angst is, dan zal daar eerst over gesproken moeten worden.

Ander gesprek

In opdracht van Huisartsen Centrum Maassluis en Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) werd Vilans gevraagd om te ondersteunen bij de implementatie van de SeMaS vragenlijst. ZEL, die vanaf 2014 de persoonsgerichte zorg in de regio sterk bepleit en uitdraagt, wilde met SeMaS onder andere laten zien hoe persoonsgerichte zorg en zelfmanagement vertaald kan worden naar de dagelijkse praktijk. Sinds een aantal maanden wordt de screening in deze huisartsenpraktijk ingezet. Een van de positieve resultaten is dat door een andere insteek van het gesprek een bredere kijk op de patiënt ontstaat. Dat geeft mooie gesprekken in de spreekkamer. Uit onderzoek van Eikelenboom (2016) blijkt ook dat er door toepassing van SeMaS meer individuele zorgplannen met patiënten worden gemaakt.

Auteur: Sigrid Starremans

Download het volledige artikel hier:

De actieve patiënt wordt overschat

De patiënt als actieve partner die de touwtjes van zijn zorgproces stevig in handen heeft. Zo zien overheid, zorgverzekeraars, zorgverleners en patiëntenorganisaties het graag. Utopisch denken, stelt Jany Rademakers, de helft van de Nederlandse bevolking is niet in staat de eigen gezondheid actief te ‘managen’. De NIVEL-onderzoeker en bijzonder hoogleraar Gezondheidsvaardigheden en patiëntparticipatie aan Maastricht University beschouwt dit als een uitdaging voor beleidsmakers en zorgverleners.

De actieve patiënt als utopie – zo luidt de veelzeggende titel van de oratie die Jany Rademakers in mei dit jaar uitsprak toen ze hoogleraar werd in Maastricht. Het regende reacties, ook van individuele zorgprofessionals en patiënten. Waardering en opluchting: eindelijk aandacht hiervoor. “Mensen verschillen in hoe ze zelfstandig goed voor hun eigen gezondheid kunnen zorgen”, stelt Rademakers. Het is de rode draad in haar carrière. Op een congres in Amerika hoorde zij de term health literacy. “Gezondheidsvaardigheden, zeggen wij. We hebben onderzocht hoe je de zorg beter kunt laten aansluiten bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Tegen welke problemen lopen ze op? En hoe kun je als professional die groep meer bij de hand nemen?”

Emancipatie

In 2009 werd Rademakers programmaleider op het themagebied ‘Kwaliteit van zorg vanuit patiëntperspectief’ bij onderzoeksinstituut NIVEL. De Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) waren in 2006 ingevoerd; beide wetten die de actieve patiënt benadrukken en een centrale rol geven. “Mensen moesten de juiste zorgverzekeraar kiezen, de juiste zorgverlener of zorginstelling. Ze moeten meebeslissen over hun behandeling. Wat moeten patiënten veel, dacht ik. Wie bedenkt dat eigenlijk? En kan iedereen dat wel?” Rademakers bespeurde een gat tussen de retoriek over de actieve patiënt en de werkelijkheid. “Het gaat altijd maar over kwaliteitsindicatoren die op websites staan als Kies Beter. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat mensen naar de arts gaan bij wie ze zich het meest vertrouwd voelen of naar wie ze altijd al gingen.”

Aandacht

Uit onderzoek van Jany Rademakers blijkt dat een op de twee volwassen Nederlanders moeite heeft met zelfmanagement. Kan eHealth de eigen regie versterken? “Het biedt veel mogelijkheden. Tegelijkertijd ga je een aantal doelgroepen missen, juist door het gebruik van eHealth en technologie. We moeten oppassen voor een tweedeling tussen mensen die het allemaal gemakkelijk oppikken en mensen die moeite hebben om de informatie te begrijpen en worstelen met de computer.” Creëer aandacht voor lage gezondheidsvaardigheden in alle geledingen van de zorgorganisatie, is dan ook een van de aanbevelingen van Rademakers.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier: